THEOPHRASTOS

Inleiding bij zijn HΘΙΚΟΙ  ΧΑΡΑΚΤΗΡΕΣ

door Herman De Ley

• Inhoudstafel • Antieke Wijsbegeerte • Syllabi • CIE-Index •

HOOFDSTUK 2:

THEOPHRASTOS' OEUVRE

§ 1. Inleiding:

Zoals Gomperz schrijft, was Theophrastos

"het belichaamde ideaal van de filosofische leerling: plichtsgetrouw, geduldig, onvermoeibaar, begiftigd met een werkkracht die aan het fabelachtige grensde, vergezelde hij de Stagiriet doorheen de ganse uitgestrektheid van zijn universeel onderzoek. Hij hielp hem bij het verzamelen van zijn uitgebreide en gevarieerde stock van materialen; hij continueerde en bracht tot een besluit wat de meester gestart had of waarvan hij de grote lijnen had geschetst; hij vulde de lacunes op, die hij had achtergelaten"[46].

Dat verklaart waarom Theophrastos in de geschiedenis van de filosofie altijd wat verwaarloosd is: hij stond altijd in de schaduw van zijn meester, zodat hij in de handboeken slechts als een 'aanhangsel' van Aristoteles behandeld werd. Het feit, bovendien, dat van Theophrastos' omvangrijk oeuvre (allicht om dezelfde reden) slechts een heel kleine fractie bewaard is, verdoezelde dat zijn filosofisch-wetenschappelijke productie een omvang en veelzijdigheid bezat, die uniek was in de post-aristotelische Peripatos en zich met die van Aristoteles kon meten (of in bepaalde onderdelen zelfs overtrof).

Een beslissend keerpunt in die historische appreciatie is er pas gekomen met het zeer uitvoerige RE-artikel van Regenbogen, van 1940. In de meer recente studies (bv. van Steinmetz, Krämer, Graeser, e.a.), tenslotte, is men ook meer oog gaan hebben voor de intensieve contacten van Theophrastos met de andere Atheense filosofische scholen: Akademie, Stoa en Epikouros, evenals met de andere peripatetici.


§ 2. Algemene Kenmerken:

Theophrastos' wetenschappelijke en pedagogische activiteit kan in het algemeen als volgt worden gekarakteriseerd:

2.1. de basis voor alle onderwijs en onderzoek van Theophrastos, in de diverse hoofdgebieden van de filosofie (logica, metafysica, fysica, psychologie, ethiek, politiek, retorica...), waren de aristotelische onderzoeksteksten (zgn. "pragmatieën")[47]: cf. in de lijst van zijn werken treffen we tal van bewerkingen, samenvattingen, besprekingen enz. aan van aristotelische teksten; vaak dragen ze dan ook dezelfde titel (bv. in de logica: Ἀναλυτικὰ πρότερα en ὕστερα, Τοπικά; in de fysica: Φυσικά, Περὶ οὐρανοῦ; in de zoölogie: 6 boeken Ἐπιτομαὶ Ἁριστοτέλους περὶ ζώιων, enz.). De conclusie moet dan ook zijn dat Theophrastos' schoolgeschriften in de eerste plaats bewerkingen waren van de aristotelische en gericht op vervollediging, methodologische systematisering, kritische doorlichting en/of onderbouwing ervan bij middel van empirisch onderzoek.

Theophrastos stond hierin natuurlijk niet alleen. In feite gold voor àlle peripatetici dat het eigen filosoferen op een of andere manier gekoppeld was aan het toepassen, respectievelijk verklaren, vervolledigen en/of bekritiseren van de geschriften van de meester - vandaar het Griekse werkwoord ἀριστοτελίζειν. Maar toch waren er in dat verband belangrijke nuances[48]:

-- slechts een kleine minderheid van de leerlingen betoonde belangstelling voor de totaliteit van Aristoteles' φιλοσοφία: behalve voor Theophrastos (het enige terrein waarop hij niet actief is geweest, is dat van de biografie), was dat ook nog het geval voor Eudemos van Rhodos;

-- ook doctrinaal-filosofisch bleef niet iedereen op dezelfde lijn als de stichter. Zo braken Aristoxenos en Dikaiarchos met belangrijke aristotelische standpunten. Beiden waren erg pythagoriserend gericht, en betoonden weinig of geen belangstelling voor de klassieke filosofische thema's (logica, fysica, enz.); het genre van de Βίοι, daarentegen, was nadrukkelijk aanwezig in hun literaire productie. Daarentegen verschijnen ook hier (dus doctrinaal-filosofisch) Theophrastos en Eudemos als de eigenlijke voortzetters van de inzichten van Aristoteles. Na Stratoon (bijgenaamd "de fysicus"), onder Lukoon, zou de school zich zo goed als volledig terugtrekken uit de wetenschappelijke filosofie en zich nog uitsluitend toeleggen op de ethisch-retorische bedrijvigheid en de productie van vulgariserende literatuur - wat vrij snel tot de neergang van de school heeft geleid.

2.2. Theophrastos was geenszins een slaafs epigoon (hij zou in dat geval trouwens niet zulke grote invloed hebben gehad op de hellenistische filosofie). Hij bezat integendeel een sterk ontwikkelde kritische zin. Die manifesteerde zich in een grote terughoudendheid t.a.v. speculatieve theorieën: zo werden de platonisch-transcendente elementen die, ondanks diens Platoonkritiek, nog in Aristoteles' filosofie werkzaam waren gebleven, door Theophrastos verder afgebouwd. Maar hij plaatste ook heel wat kritische vraagtekens bij belangrijke onderdelen van het aristotelische wereldbeeld - zonder daar nochtans radicale consequenties aan te verbinden (dat zou wel het geval zijn bij de jongere peripatetici, met name bij Stratoon). Zoals wordt opgemerkt door Gomperz, presenteert Theophrastos het merkwaardig schouwspel van grote trouw gecombineerd met een bijna systematische kritiek en invraagstelling:

"we can hardly read a dozen lines of Theophrastus' philosophical writings without lighting upon Aristotelian thoughts, indeed upon whole phrases and sentences borrowed from the Stagirite. And yet on almost every occasion when he confronts a main doctrine of his teacher, he gives expression to doubts and difficulties in great abundance"[49].

Nemen we als een concreet voorbeeld Aristoteles' (nogal duistere) leer van de (intellect), die "van buitenaf" (θύραθεν) het embryo binnenkomt, en dus, in tegenstelling tot de overige psychische vermogens van de mens, geen louter psycho-somatisch 'menselijk', maar een 'goddelijk' fenomeen is (zie De generatione animalium, 736b28, en De anima, III.4-5). Theophrastos stelt hier een aantal kritische vragen rond, zoals

- waarom, als het intellect dan toch "kant-en-klaar" het embryo binnenkomt, duurt het zolang vooraleer het actief wordt?

- waarom geeft het kind, dat dan toch al in het bezit is van het intellect, blijk van een totaal gebrek aan verstand?

- wat zijn de voorwaarden en omstandigheden waaronder het intellect dan "ontwaakt"?, enz.

Deze aporieën hebben nochtans niet belet dat Theophrastos de νοῦς bleef erkennen als een van het lichaam onafhankelijk psychisch element - daar waar andere peripatetici de onsterfelijkheid van de (intellectuele) ziel zonder meer verworpen hebben[50]. Gelijkaardige vaststellingen kunnen worden gemaakt m.b.t. de aristotelische kosmologie, de teleologie, enz.

Een bewaard literair voorbeeld van Theophrastos' aporetisch-kritische werkwijze is het zogenaamd "Metafysisch Fragment"[51]. Theophrastos' Metaphysica is in feite weinig meer dan een aporieënverzameling. Anders gezegd, in deze korte tekst - volgens de moderne uitgevers gaat het om "a complete essay preliminary to a fuller metaphysical work"[52]- worden de hoofdproblemen van de zijnsleer, in losse volgorde, grotendeels aporetisch behandeld (vgl. reeds boek Bêta van de Aristoteles' Metaphysica-verzameling). Uit de erg schematische vorm ervan mag worden afgeleid dat de tekst door Theophrastos waarschijnlijk gebruikt werd als een soort van syllabus voor zijn lessen. Brink, merkt nog kritisch op dat er bij Theophrastos alleszins geen sprake meer was van enige nieuwe, metafysische impuls; diens scherpzinnige objecties hadden veeleer een desintegrerend effect: "die Denkrichtung geht von der Metaphysik weg auf die Gebiete von Physis und Ethos"[53]. Eens te meer leveren Theophrastos' aporieën een soort van voorafspiegeling van de posities van Stratoon, maar valt het tevens op dat Theophrastos zelf nergens diens gevolgtrekkingen heeft gemaakt.

2.3. Een andere karakteristiek, die nauw samengaat met de afwijzing van het speculatieve en van grootschalige syntheses, betreft de toenemende 'specialisering', zowel op het vlak van het onderzoek als op dat van de geproduceerde teksten, d.w.z.:

2.3.1. vooreerst de (verdere) verzelfstandiging van de wetenschappelijke disciplines. Die was weliswaar al ingezet bij Aristoteles, maar bij hem werden zij finaal nog door een innerlijke band samengehouden, nl. van , als theoretische kennis van de (principes van de) totale werkelijkheid[54]. Bij Theophrastos dreigt die samenhang teloor te gaan: de logica maakt zich los van de ontologie; de empirisch-natuurwetenschappelijke behandeling van de psychologie maakt deze laatste onafhankelijker van de ethiek, enz. Regenbogen heeft het in dit verband over de "centrifugale tendens" van de afzonderlijke wetenschappen bij Theophrastos; ze voert naar de desintegratie van het aristotelische filosofische projekt[55].

2.3.2. Iets analoogs stellen we vast op het vlak van de geproduceerde teksten ("Schulschriften"). Weliswaar heeft Theophrastos nog enkele grootschalige werken opgezet: zo bv. zijn uit 8 boeken bestaande De Causis Plantarum en het begeleidende Historia Plantarum, 9 boeken. Maar de hoofdmoot in zijn wetenschappelijk oeuvre wordt gevormd door een ganse reeks van thematische monografieën of detailstudies, van telkens één of enkele boeken: vgl. op het vlak van de fysica titels als Over zout, natrium en aluin (1b.), Over de winden (1b.), Over de afscheiding (1b.), Over de zee (1b.), Over warm en koud (1b.), Over gesteenten (1b.), Over het vuur (1b.), enz. Zij zijn de vrucht van een verhoogde belangstelling voor afzonderlijke fenomenen, voor wetenschappelijke "Einzelforschung".

Ook, en zelfs bovenal, onder de 'exoterische' geschriften, bestemd voor een breed publiek, stellen we een gelijkaardige trend vast. Deze werkjes moesten weliswaar beantwoorden aan hogere literaire eisen, maar daar stond tegenover dat de auteur vrijgesteld was van systematische verwijzingen naar de wetenschappelijke geschriften. De post-aristotelische Peripatos in het algemeen toont, vergeleken met de stichter, een zeer duidelijke "parti-pris" ten gunste van het genre van de vulgarisatieliteratuur - in de eerste plaats dialogen. Het sterkst van al nog is dat merkbaar bij Dikaiarchos. Er bestaat een rechtstreeks verband, trouwens, tussen de latere neergang van de school en het volledig gaan overwegen van deze exoterische literatuur. In het geval van Theophrastos treffen we dergelijke werkjes niet enkel aan op het gebied van de ethiek, maar ook op andere terreinen, bv. i.v.m. de zoölogie: ze kwamen o.m. tegemoet aan de belangstelling van een lekenpubliek voor 'paradoxografische' dierenverhalen en boden literair "entertainment" veeleer dan wetenschappelijke informatie: vgl. titels als Over dieren die bijten en die steken; Over verschillende stemgeluiden bij gelijksoortige dieren; Over het verstand en het karakter van dieren, enz.

2.4. Nog steeds in samenhang met het afwijzen van het al te abstracte en speculatieve, spreekt uit Theophrastos' teksten ook vaak een zekere skepsis en berusting. Iet of wat ironisch, is hij - juist als gevolg van de enorme toename aan wetenschappelijke kennis - zich ervan bewust geworden dat een beheersing van de eindeloze rijkdom van de werkelijkheid met de hulpmiddelen van de geest enkel mogelijk is mits een zekere beperking en terughoudendheid[56]. Complementair daaraan manifesteert hij ook een groeiende voorliefde voor het concrete en aanschouwelijke, en dus voor de αἴσθησις of zintuiglijke perceptie (zie fr. 18 W., uit zijn Physica); ook zijn belangstelling voor taal, etymologie, spreekwoorden, e.d., moet in deze empirische context geplaatst worden.

Op het gebied van de ethiek voerde die ingesteldheid onze filosoof tot een grotere betrokkenheid op het praktische leven en de geschiedenis; op het gebied van de politieke filosofie tot een sterker in rekening brengen van de concrete situaties of omstandigheden, i.e. de καιροὶ (vgl. het werk Πολιτικὰ προὸς τοὺς καιρούς, 4 boeken); in de fysica tot een verdere uitbreiding van de "Einzelbeobachtung" (bv. tot zelfs het verzamelen van de namen van de winden), enz.

Regenbogen concludeert aan het slot van zijn RE-artikel tot "een zekere tragiek in de situatie van Theophrastos", met betrekking tot het feit dat zijn levenswerk zo spoedig na zijn dood quasi volledig is verloren gegaan. Z.i. is het al te gemakkelijk om daar enkel externe oorzaken, zoals de religie, voor in rekening te brengen: de verklaring is gedeeltelijk ook bij Theophrastos zelf te zoeken, nl. in 'de keerzijde van zijn deugden', i.e.:

"in seinem Mangel an Entschiedenheit und Radikalität; seinem Unvermögen, sich loszumachen und aufzugeben; seinem nie endenden Bestreben, zu sammeln und alles zu erforschen, ehe er seine Gedanken zu entschiedenen Urteilen verfestig-te, kurz, in der 'Wissenschaftlichkeit' seines Standpunktes in einer Zeit, die nicht Forschung, sondern Entscheidung suchte und Forschungsmaterial vornehmlich als Kuriositätensammlung schätzte. Auch Theophrast hat versucht, Konzessionen an seinen Zeit zu machen; dahin gehört die starke Pflege der Rhetorik, die am längsten und weitesten gewirkt zu haben scheint, mit der aber zugleich den Feind in das eigene Haus aufgenommen wurde"[57].


§ 3. Theophrastos' Werken:

Theophrastos' omvangrijke literaire produktie kan globaal worden ingedeeld in:

1) "cursusteksten", op basis van Aristoteles' werken;

2) "probleemteksten", die eventueel ontstonden als corollarium bij aristotelische teksten (bv. Metaphysica);

3) omvangrijke systematische studies, zoals bv. de twee botanische werken, die zelf aanleiding konden geven tot meer specialistische monografieën (Over de sappen, Over geuren, Over wijn en olijfolie, e.d.);

4) de grote verzamelwerken (bv. de Φυσικῶν δόξαι; op het vlak van wetgeving, politiek, enz.);

5) de enorme massa monografieën, gedeeltelijk van natuurwetenschappelijke aard, gedeeltelijk gericht op de analyse en beschrijving van ethische fenomenen.

Zoals al gezegd, van Theophrastos' enorme wetenschappelijke productie - D.L. wijst hem een 225-tal werken toe, van verschillende lengte - is slechts een minieme fractie bewaard: 2 omvangrijke traktaten over botanica, kleinere teksten i.v.m. fysica, de zintuiglijke waarneming en metafysica, en natuurlijk de Characteres. Voor het overgrote deel, evenwel, overleeft Theophrastos enkel in citaten en berichten, verspreid onder de auteurs van de late oudheid en de middeleeuwen.

Voor een gedetailleerd overzicht, zie de "Werkbeschreibung" bij Wehrli (1983), pp. 477-502.

3.1. Lijst van volledig bewaarde werken:

In het hierna volgende overzicht van rechtstreeks overgeleverde teksten beperk ik me telkens tot een recente tekstuitgave.

1) Botanische werken:

a) Historia Plantarum: ed. F.Wimmer, in Opera, vol. I (op basis van die uitgave, met Engelse vertaling in de "Loeb": Enquiry into plants, door A.Hort, London 1916); ed. Suzanne Amigues, Recherches sur les Plantes, Coll. Budé, vols. I-II-, Paris 1988-.

b) De Causis Plantarum: ed. and transl. by B.Einarson & G.K.K.Link, vols.I-III, "Loeb", Cambridge (Mass.) 1976-

2) (Morales) Characteres: zie P.Steinmetz (1960-62).

3) Metaphysica (voor uitgave zie supra, n. 51).

4) Fysica: De Igne: ed. with introd., transl. and comm. by V.Coutant, Assen 1971.
 

3.2. Fragmentarisch bewaard of betuigd:

Tot enkele jaren geleden moesten we ons behelpen met de midden-negentiende-eeuwse, erg onvolledige verzameling van theophrastisch tekstmateriaal door F.Wimmer, nl., Theophrasti Eresii opera quae supersunt omnia, 3 vols., Leipzig 1854-62; Paris² 1866 (anastatisch herdrukt nog, in 1 band, in 1964); vol. III hiervan bevatte de zgn. Fragmenta. In 1979, echter, werd aan de Amerikaanse Rutgers University door William Fortenbaugh en een aantal andere filologen het "Project Theophrastus" gelanceerd. Dit groepswerk (met ook een specialist voor het materiaal in het Arabisch) heeft in 1992 geresulteerd in 2 dikke banden van Theophrastus of Eresus: Sources for his Life, Writings, Thought and Influence (zie literatuurlijst, achteraan; afkorting: Sources)[58]. Het materiaal[59] is thematisch geordend, uitgegeven in de oorspronkelijke taal (Grieks, Latijn en Arabisch), met een kritisch apparaat, en wordt vergezeld - "en face" - door een Engelse vertaling[60]. Het ligt in de bedoeling van het team om in de toekomst ook de nodige commentaren bij het verzamelde bronnenmateriaal te publiceren.

Van een aantal opuscula, die gedeeltelijk bewaard zijn, en van materialen over sommige deelgebieden van de theophrastische filosofie kwamen er in de tweede helft van deze eeuw beperkte uitgaven tot stand; voor de andere moeten we ons behelpen met de citaten en testimonia nu bijeengebracht in de Sources. Hieronder een selectie:

1) Logica: zie Die logische Fragmente des Theophrast, hrsg. und erl. von A.Graeser, Berlin 1973; en L.Repici, La logica di Teofrasto, Bologna 1977; Sources, nrs. 68-136.

2) Fysica: , De lapidibus, ed. with introd., transl. & comm. by D.E.Eichholz, Oxford 1965; Sources, nrs. 137-245.

3) Meteorologie (Sources, nrs. 186-194):

a) Μεταρσιολογικά:

Neue meteorologische Fragmente. Arabisch u. deutsch, hrsg. v. G. Bergsträsser, Heidelberg 1918;

Der syrische Auszug der Meteorologie des Th., hrsg.und übers. v. E.Wagner. Eingel. u. erkl. v. P. Steinmetz, Wiesbaden 1964.

b) Περὶ ἀνέμων, De ventis, ed. with introd., transl. & comm. by V.Coutant and V.L.Eichenlaub, Notre Dame 1975.

c) Περὶ σημείων ὑδάτων καὶ πνευμάτων καί χειμόνων καί εὐδιῶν (De Signis tempestatum): On winds and weather signs, transl. with introd. and notes by G.J. Symonds, London 1894.

4) Zoölogica (Sources, nrs. 350-383).

5) Fysiologie (Sources, nrs. 328-349):

a) Περὶ ἰλίγγων, De vertigine;

b) Περὶ ἱδρώτων, De sudore;

c) Περὶ κόπων, De lassitudine;

d) Περὶ ὀσμῶν, De odoribus.

4) Psychologie (Sources, nrs. 264-327):

a) Περὶ αἰσθήσεων, De Sensibus, ed. in H. Diels, Doxographi Graeci, Berlin 1879, pp. 499-527. Engelse vert. in: G.M. Stratton, Theophrastus and the Greek physiological psychology before Aristotle, London 1917.

b) Περὶ ψυχῆς, De anima, frr. in R.D.Hicks, Aristotle's De anima, Cambridge 1907, appendix, pp. 589-596: "Fragments of Th. On intellect".

5) Ethica: zie W.W.Fortenbaugh, Quellen zur Ethik Theophrasts, Amsterdam 1984: Sources, nrs 436-579. e, nrs. 580-588 (religie). Het betreft o.a.

a) Καλλισθένης ἢ περὶ πένθους, Callisthenes sive De luctu;

b) Περὶ γάμου, De Nuptiis;

c) Περὶ ἡδονῆς, De voluptate;

d) Περὶ κολακείας, De adulatione;

e) Περὶ εὐδαιμονίας, De felicitate;

f) Περὶ πλούτου, De divitiis;

g) Περὶ εὐσεβείας, De pietate: Griechischer Text, herausg., übers. und eingel. von W. Pötscher, Leiden 1964.

h) Περὶ μέθης, De ebrietate;

i) Περὶ παθῶν, De affectibus;

j) Περὶ φιλίας, De amicitia;

k) Ἐρωτικός, Amatorius, enz.

Zie ook titels als: Περὶ βίων, De vitis; Περὶ ἠθῶν, De moribus; ρετῶν διαφοραί, Virtutum differentiae; Περὶ καιρῶν, De temporibus; Σύγκρισις τῶν ἁμαρτήματων, Comparatio vitiorum;

6) Πολιτικά, Politica: Sources, nrs. 589-665. ook o.m.

a) Περὶ νόμων, De legibus: zie nu Andrew Szegedy-Maszak, The Nomoi of Theophrastus, New York 1981;

b) Πολιτικὰ πρὸς τοὺς καιροὺς, Politica ad tempora;

c) Πρὸς Κάσανδρον περὶ βασιλείας, Ad Casandrum de regno.

7) Poetica en retorica: Sources, nrs. 666-713, en nrs. 714-726 (muziek); bv.

a) Περὶ κωμωιδίας, De comedia;

b) Περὶ γελοίου, De ridiculo;

c) Περὶ λέξεως, De arte dicendi: Fragmenta collegit disposuit prolegominisque instruxit A.Mayer, (Teubn.) Leipzig 1910.

d) Περὶ μουσικῆς, De musica: fr. 89 uitg. in I.Düring, Porphyrius, In Harmonica Ptolemaei commentaria, Göteborg 1932.

8) Doxografie en varia:

a) Φυσικῶν δόξαι, Physicorum sententiae: uitg. in H.Diels, Doxographi Graeci, Berlin 1879, pp. 473-495.

b) Περὶ τὸ θεῖον ἱστορία, De rebus divinis historiae;

c) Περὶ εὑρημάτων, De inventis;

d) Περὶ ;παροιμιῶν, De proverbiis.

___________________________


NAAR HOOFDSTUK 3
 



NOTEN:

46. O.c., p. 463.

47. Zie daarover de syllabus De Ley (1996), hfst. 2, "Aristoteles' Werken" (op deze site)

48. Zie Brink (1940), kk. 921-2.

49. Gomperz, o.c., p. 466.

50. Zie hierover Edm. Barbotin, La théorie aristotélicienne d'aprs Théophraste. Leuven 1954.

51. Uitgave: Metaphysics. With transl., comm. and introd. by W.D.Ross and F.H.Fobes, Oxford 1929 (Franse vertaling door J.Tricot (1948). In de werkenlijst bij Diogenes Laertios wordt geen titel vermeld die betrekking heeft op de metafysika (NB de uitdrukking "metafysica" - in het Grieks oorspronkelijk τὰ μετὰ τὰ φυσικά sc. βιβλία,  i.e. "de boeken die na die over de natuur komen", sc. in de uitgave van Andronikos? - is van recentere datum: waarschijnlijk stamt ze van de eerste uitgever van het corpus aristotelicum, nl. Andronikos, 1e eeuw vK). Bij de meeste andere peripatetici was gewoon geen plaats meer voor metafysica (bv. Aristoxenos, Dikaiarchos, Stratoon).

52. Ross-Fobes, o.c., p. x.

53. Brink, o.c., k. 924.

54. Cf. Metaphysica, Boek Alpha.

55. O.c., k. 1553.

56. Zo Regenbogen, o.c., k. 1557.

57. O.c., k. 1558.

58. Voor een beschrijving van opzet en methodologie van het project - het gaat om een "source book", en niet om "a collection of fragments narrowly construed" (o.c., p. 5), zie de Introduction, in Part One, pp. 1-14.

59. Opuscula die ons rechtstreeks uit de oudheid zijn overgeleverd via een eigen handschriftelijke traditie (zoals bv. de Characteres) werden niét opgenomen.

60. Elke sectie wordt voorafgegaan door een lijst van de werken die op de betreffende sectie betrekking hebben.

NAAR HOOFDSTUK 3

• Inhoudstafel • Antieke Wijsbegeerte • Syllabi • CIE-Index • Update: 12 augustus 2008