ISLAM-NOTITIES

door

Mohamed AJOUAOU [*]

CIE-Index • Index

Traditie en tradities in de islam

Deel 1

De overzichtelijkheid van de christelijke tradities is om jaloers van te zijn. De orthodoxe kerk ginds, het oude en rooms-katholicisme hier. Al die protestantse groeperingen. De luthersen, de gereformeerden, de hervormden, de remonstranten, de Jehova getuigen en de evangelisten en al die zo herkenbare groepen. Wie naar zo’n overzichtelijkheid in de islam zoekt, komt vaak bedrogen uit. De islam is een platte religie. De basis infrastructuur, de moskee, is toegankelijk voor iedereen. De moskee is namelijk het Godshuis en niet het bezit van een bepaalde religieuze groep. Elke islamitische groep claimt het woordvoerderschap van de islam. De buitenwereld doet er een schepje bovenop en scheert iedereen over één kam. Er schijnt alleen sprake te zijn van dé islam. De laatste tijd gaan de nuances niet verder dan het onderscheid tussen orthodoxe islam en de radicale islam. Een liberale islam is er ook wel maar die is zo marginaal dat zijn betekenis te verwaarlozen is.

In het christendom weten we ook hoe al die kleine tradities uit de grotere Traditie werden afgeleid. De breuk tussen de oosterse orthodoxe kerk en de roomse kerk, de opkomst van het protestantisme en de afsplitsingen daarbinnen, enzovoort. Zo is het ook gegaan in de islam maar daar is weinig over bekend. In deze bijdrage wil ik het hebben over de eerste splitsing in de islam.

In den beginne was uiteraard [religieuze] eenheid. Er was één profeet, één Schrift, één gemeenschap. Tijdens het leven van de profeet Mohammed en ook diens eerste opvolger probeerden wat groeperingen een zijspoor van de islam te volgen (afschaffen van de derde zuil: zakat ofwel armenbelasting), maar deze zijn na een berisping snel tot de orde geroepen. De uitzaaiing van de diversiteit begon feitelijk tijdens de derde opvolger van de profeet: de khalif Othman. Velen protesteerden tegen dienst bewind en organiseerden politiek verzet. Ten einde een draagvlak onder de bevolking te creëren werd dit verzet theologisch onderbouwd. Zo ontstond ook de stroming van Khawaridj, of kharidjieten. Een stroming met veel protestants gehalte. Hun theologie was er vooral gericht de interpretatie van de Koran door de zittende machthebber te ontkrachten. Zij pleegden om politieke religieuze redenen een aanslag op de derde khalif Othman. Ook waren ze felle tegenstanders van Ali (khawaridj betekent letterlijk "de weglopers", d.w.z. weg van Ali). Vanwege hun reële bedreiging sloegen de machthebbers hard terug. Zij voerden een harde campagne tegen de Khawaridj via religieuze leiders (verkettering) aan de ene kant en militaire strijd aan de andere kant. Met succes. De Khawaridj zijn een paar decennia later helemaal uitgeroeid. Er is helaas weinig van hun leer overgebleven en er wordt nog steeds heel oneerbiedig over hun gesproken. Er zijn kleine religieuze minderheden, zoals de Ibadieten, die uit de Khawaridj voortkomen en onder andere in Oman, Lybië en Tunesië wonen.

Een tweede groep die ook toentertijd op een ander front actief waren, zijn de sjiieten.

"Sjiiet" betekent letterlijk "volgeling of "aanhanger van". Uiteraard van Ali. Na de dood van de profeet waren er moslims die vonden dat Ali dé geschikte opvolger was. Maar Ali werd het niet. Er is hem en zijn volgelingen wel toegezegd dat hij de eerste khalif Abou Bakr zou opvolgen. Deze belofte is echter niet nagekomen. Toen is hem beloofd de tweede Khalif Omar te zullen opvolgen, wat ook niet is waargemaakt. Toen Ali na de dood van Othman ook weer aan de kant werd geschoven, was de maat vol. Hij werd door zijn aanhangers aangesteld als de vierde Khalif, naast de opvolger van Othman, Ben Ommay. In feite waren er twee islamitische kalifaten. Ali was een goede militair maar in politiek opzicht minder vaardig dan zijn opponent. Ali werd door een goed opgezette actie uitgeschakeld. Hij werd nadien vermoord door een Kharidjiet. Dat was tevens het lot van zijn twee zonen Hassan en Hossein. Deze laatste werd, met de zijnen, bij Kerbala afgeslacht door troepen van de Omayaden. Deze gebeurtenissen worden jaarlijks onder de sjiieten herdacht.

Ook de sjiieten hebben een hele theologie opgebouwd en eigen leer ontwikkeld die zijn oorsprong vindt in politiek verzet. Centraal in deze leer is de verwachte komst van de Mahdi, een soort Messias die het karwei van de vermoorde Ali en diens twee zonen zou voortzetten. Kenmerkend voor de sjiieten is ook de sterke hiërarchische structuur die veel heeft van de rooms-katholieke kerk. De Ayatollah is de paus. In de geloofspraxis nochtans verschillen de sjiieten niet veel van de soennieten.

Mohamed Ajouaou

Juni 2005
 


Literatuur en bronnen

- Al Firaq Al Kalamia Al Islamiya (Arabisch), Abd Al Fatah AL Marghribi, 1995, Uitgeverij Wahba, Cairo.

- La grande discorde. Religion et politique dans l’islam dès l'origine, Hichaam Djait, Paris 1989, Uitgever: Gallimard. (vertaald in het Arabisch: Al Fitna, bij Dar Atalia, Beiroet).

- H.De Ley, "De Islamitische Theologie (kalâm): Een inleiding", op deze site.

 



Traditie en tradities in de islam: Deel 2

Dé islam bestaat niet, roepen sociologen, islamologen, wetenschappers enzovoort, vaak met een niet islamitische achtergrond. Met andere woorden: de fundamentalistische, gewelddadige, achterlijke islam, of hoe men hem ook wil noemen is maar één variant. De meeste varianten zijn, zoals de naam islam zelf zegt, vredelievend. Maar deze nuance is voor veel moslims geen troost.

Zeggen dat ‘dé islam niet bestaat’ betekent namelijk dat er verschillende islams zijn. En dat is niet te rijmen met de eenheid van de gemeenschap waar de Koran van uitgaat: ‘deze gemeenschap van jullie is één gemeenschap en Ik (God) ben jullie heer. Dient Mij dus’ (Koran, 21, vers92), en het gebod om zich niet af te splitsen: ‘en houdt samen vast aan Gods band en splits jullie niet in groepen. Denk aan Gods genade aan jullie toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar bracht en door Zijn genade broeders werden’ (3, vers 103).

Praten over islams in meervoud roept gevoelens van zonde op. Daarom protesteren moslims ertegen. Het weerwoord is ook verschillend. Van simpel ontkennen dat er verschillende moslims groeperingen zijn, tot het erkennen dat deze verschillen er wel zijn, maar met de nadrukkelijke aantekening dat het om verschillen in vorm en niet in essentie gaat. Zo schrijft Tariq Ramadan [1]: ‘het is belangrijk voor ogen te houden dat bij alle denkrichtingen de verwijzingen dezelfde zijn, en dat de essentiële beginselen die ten grondslag liggen aan de islam, op enkele bijzondere uitzonderingen na, algemeen erkend worden. De islam beschikt over een kader waarvan de essentiële hoofdlijnen aan te wijzen zijn en geaccepteerd worden door diverse stromingen en denkscholen, ondanks hun grote diversiteit’.

Een andere vorm van weerwoord is het verketteren van de van de eigen groep afwijkende groep en het claimen de Ene ware islam te zijn. Dat laatste wordt gelegitimeerd door een hadith (uitspraak van de profeet), waarvan de betrouwbaarheid overigens ernstig in twijfel wordt getrokken, die luidt: ‘mijn gemeenschap zal zich splitsen in drieënzeventig groeperingen, van wie er tweeënzeventig naar de hel gaan en er slecht één in het paradijs terecht komt’. Hetgeen betekent dat slechts één groep/stroming de ware islam zou zijn. Een uitspraak waarvan weinigen last hadden, omdat elke stroming meent die ene ware islam te vertegenwoordigen.

Ik zelf ga uit van de diversiteit in de islam. Wat Ramadan noemt: ‘de essentiële beginselen’ als grondslag van de islam noem ik de Traditie, gevolgd door vele tradities [2]. De verschillen tussen deze tradities kunnen inderdaad de vorm betreffen maar kunnen ook fundamenteel van aard zijn. Dat heeft allemaal te maken met hoe men de Traditie interpreteert en begrijpt en de instrumenten die men daarbij gebruikt. In dit deel van deze serie Traditie en tradities in de islam ga ik verder in op de eerste uitzaaiingen in de islam.

‘In den beginne was uiteraard eenheid. Er was één profeet, één Schrift, één gemeenschap’ schreef ik de vorige keer. Maar met het uitbreiden van het islamitische rijk, in het begin van de tweede eeuw van de islamitische jaartelling, tot in alle hoeken van de wereld, was de situatie toch anders. De complexiteit van samenlevingen die toentertijd onder dat rijk vielen, noopten onder andere tot een goed rechtssysteem. Er was op dat gebied nog niet veel geregeld en de Koran is schaars aan zulke richtlijnen. De eerste decennia werd vaak ad hoc opgetreden. Maar hoe kom je tot een goede zorgvuldige regelgeving (fiqh)? Twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar.

Allereerst was er de groep die werd genoemd ‘ahl al hadith’ oftewel aanhanger van de hadith (overleveringen van de profeet). Deze vond dat elke wet of regel directe verbinding moet hebben met profetische uitspraken. Zo niet dan wel in de koran. Dat betekende twee dingen. 1. Alles moet herleid kunnen worden tot een bestaande tekst en 2. De tekst (hadith of koran) moet letterlijk begrepen worden. Met andere woorden, er is in zeer uitzonderlijke gevallen een kleine marge voor vrije interpretatie.

Deze groep bevond zich in al-hidjaaz, streek van het Arabische schiereiland en dus in de buurt van de geboorteplaats van de profeet . Voor hen was het opsporen en vinden van zijn hadiths ook geen groot probleem. Een positief punt was dat ze een hekel hadden aan te veel vragen van de gelovigen naar richtlijnen (ze stimuleerden zo dat gelovigen zelf gingen nadenken). Minder positief was het feit dat ze niet in staat waren vrij te denken en in gesprek te gaan met groepen die zich minder op de hadith beriepen. Hun meester was imam Malik, de grondlegger van de Malikitische rechtsschool.

De andere groep, die zich in het huidige Iraq en Iran bevond (toen het centrum van het islamitische rijk), ver verwijderd van de bronnen van de hadiths, werd ahl ar-ra’y genoemd. Dit kan vertaald worden met zoiets als ‘aanhangers van het eigen oordeel’. Dat zegt genoeg. Zij waren voor het maken van wetten minder afhankelijk van de tekst. Hun grootmeester heet imam Abou Hanifa, grondlegger van de Hanafitische school.

Deze twee groepen mochten elkaar niet, maar een derde grote meester in het islamitische recht probeerde daar iets aan te doen. Hij was een leerling van Abou Hanifa, heette ash-Shafii, en was de grondlegger van de Shafiietische rechtsschool die in Egypte is ontstaan. Deze school probeerde de eerder genoemde scholen met elkaar te verzoenen en zo weer naar de eenheid terug te gaan. Ash-Shafii is echter op jonge leeftijd overleden en kon dit karwei niet afmaken[3].


Mohamed Ajouaou.

 



[1] Westerse moslims en de toekomst van de islam, Bulaaq 2005, p. 40.

[2] Vergelijk de spanning tussen "Traditie" en "traditie" (met klein letter) in ‘Gebroken traditie’, Theo Witvliet, Ten Have, 1999.

[3] Vergelijk Mostafa Abd Arazak, Inleiding in de islamitische filosofie (Arabisch), 1944.

Gepubliceerd in: Doe het Samen, Utrecht, September 2005.

CIE-Index • Index
[* Dr. Mohamed Ajouaou is theoloog en doctor in de Religiewetenschappen (Univ. Tilburg); huidige functie: Hoofd Islamitische geestelijke verzorging bij het (Nederlands) Ministerie van Veiligheid en Justitie. Website: http://www.mohamed-ajouaou.nl/  (4 okt 2011)].