Deel 1
De
overzichtelijkheid van de christelijke tradities is om jaloers van te
zijn. De orthodoxe kerk ginds, het oude en rooms-katholicisme hier. Al die
protestantse groeperingen. De luthersen, de gereformeerden, de hervormden,
de remonstranten, de Jehova getuigen en de evangelisten en al die zo
herkenbare groepen. Wie naar zo’n overzichtelijkheid in de islam zoekt,
komt vaak bedrogen uit.
De islam is een platte religie. De basis infrastructuur, de moskee, is
toegankelijk voor iedereen. De moskee is namelijk het Godshuis en niet het
bezit van een bepaalde religieuze groep. Elke islamitische groep claimt
het woordvoerderschap van de islam. De buitenwereld doet er een schepje
bovenop en scheert iedereen over één kam. Er schijnt alleen sprake te zijn
van dé islam. De laatste tijd gaan de nuances niet verder dan het
onderscheid tussen orthodoxe islam en de radicale islam. Een liberale
islam is er ook wel maar die is zo marginaal dat zijn betekenis te
verwaarlozen is.
In
het christendom weten we ook hoe al die kleine tradities uit de grotere
Traditie werden afgeleid. De breuk tussen de oosterse orthodoxe kerk en de
roomse kerk, de opkomst van het protestantisme en de afsplitsingen
daarbinnen, enzovoort. Zo is het ook gegaan in de islam maar daar is
weinig over bekend. In deze bijdrage wil ik het hebben over de eerste
splitsing in de islam.
In
den beginne was uiteraard [religieuze]
eenheid. Er was één profeet, één Schrift, één gemeenschap. Tijdens het
leven van de profeet Mohammed en ook diens eerste opvolger probeerden wat
groeperingen een zijspoor van de islam te volgen (afschaffen van de derde
zuil: zakat ofwel armenbelasting), maar deze zijn na een berisping snel
tot de orde geroepen. De uitzaaiing van de diversiteit begon feitelijk
tijdens de derde opvolger van de profeet: de khalif Othman. Velen
protesteerden tegen dienst bewind en organiseerden politiek verzet. Ten
einde een draagvlak onder de bevolking te creëren werd dit verzet
theologisch onderbouwd. Zo ontstond ook de
stroming van Khawaridj, of kharidjieten. Een stroming met veel protestants gehalte. Hun
theologie was er vooral gericht de interpretatie van de Koran door de
zittende machthebber te ontkrachten. Zij pleegden
om politieke religieuze redenen een aanslag op de derde khalif Othman.
Ook waren ze felle tegenstanders van Ali (khawaridj
betekent letterlijk "de weglopers", d.w.z. weg van Ali). Vanwege hun reële bedreiging sloegen de machthebbers
hard terug. Zij voerden een harde campagne tegen de Khawaridj via
religieuze leiders (verkettering) aan de ene kant en militaire strijd aan
de andere kant. Met succes. De Khawaridj zijn een paar decennia later
helemaal uitgeroeid. Er is helaas weinig van hun leer overgebleven en er
wordt nog steeds heel oneerbiedig over hun gesproken.
Er zijn kleine religieuze minderheden, zoals de
Ibadieten, die uit de Khawaridj voortkomen en onder andere in Oman, Lybië
en Tunesië
wonen.
Een
tweede groep die ook toentertijd op een ander front actief waren, zijn de
sjiieten.
"Sjiiet" betekent letterlijk "volgeling of "aanhanger van". Uiteraard van Ali. Na de dood van de profeet waren er moslims die vonden dat Ali dé
geschikte opvolger was. Maar Ali werd het niet. Er is hem en zijn
volgelingen wel toegezegd dat hij de eerste khalif Abou Bakr zou opvolgen.
Deze belofte is echter niet nagekomen. Toen is hem beloofd de tweede
Khalif Omar te zullen opvolgen, wat ook niet is waargemaakt. Toen Ali na
de dood van Othman ook weer aan de kant werd geschoven, was de maat vol.
Hij werd door zijn aanhangers aangesteld als de vierde Khalif, naast de
opvolger van Othman, Ben Ommay. In feite waren er twee islamitische
kalifaten. Ali was een goede militair maar in politiek opzicht minder
vaardig dan zijn opponent. Ali werd door een goed opgezette actie
uitgeschakeld. Hij werd nadien vermoord door een
Kharidjiet. Dat was tevens het lot van zijn twee zonen Hassan en
Hossein. Deze laatste werd, met de zijnen, bij
Kerbala afgeslacht door troepen van de Omayaden.
Deze gebeurtenissen worden jaarlijks onder de sjiieten herdacht.
Ook
de sjiieten hebben een hele theologie opgebouwd en eigen leer ontwikkeld
die zijn oorsprong vindt in politiek verzet. Centraal in deze leer is de
verwachte komst van de Mahdi, een soort Messias die het karwei van de
vermoorde Ali en diens twee zonen zou voortzetten. Kenmerkend voor de
sjiieten is ook de sterke hiërarchische structuur die veel heeft van de
rooms-katholieke kerk. De Ayatollah is de paus. In de geloofspraxis
nochtans verschillen de sjiieten niet veel van de soennieten.
Mohamed Ajouaou
Juni
2005
Literatuur en bronnen
-
Al Firaq Al Kalamia Al
Islamiya (Arabisch), Abd Al Fatah AL Marghribi, 1995, Uitgeverij Wahba, Cairo.
-
La grande discorde. Religion et politique dans l’islam dès l'origine, Hichaam Djait, Paris 1989, Uitgever: Gallimard.
(vertaald in het Arabisch: Al Fitna, bij Dar Atalia, Beiroet).
- H.De Ley, "De Islamitische Theologie (kalâm): Een inleiding", op
deze site.
Traditie en
tradities in de islam: Deel 2
Dé islam bestaat niet,
roepen sociologen, islamologen, wetenschappers enzovoort, vaak met een
niet islamitische achtergrond. Met andere woorden: de fundamentalistische,
gewelddadige, achterlijke islam, of hoe men hem ook wil noemen is maar één
variant. De meeste varianten zijn, zoals de naam islam zelf zegt,
vredelievend. Maar deze nuance is voor veel moslims geen troost.
Zeggen dat ‘dé islam
niet bestaat’ betekent namelijk dat er verschillende islams zijn. En dat
is niet te rijmen met de eenheid van de gemeenschap waar de Koran van
uitgaat: ‘deze gemeenschap van jullie is één gemeenschap en Ik (God) ben
jullie heer. Dient Mij dus’ (Koran, 21, vers92), en het gebod om zich niet
af te splitsen: ‘en houdt samen vast aan Gods band en splits jullie niet
in groepen. Denk aan Gods genade aan jullie toen jullie vijanden waren en
Hij jullie harten tot elkaar bracht en door Zijn genade broeders werden’
(3, vers 103).
Praten over islams in
meervoud roept gevoelens van zonde op. Daarom protesteren moslims ertegen.
Het weerwoord is ook verschillend. Van simpel ontkennen dat er
verschillende moslims groeperingen zijn, tot het erkennen dat deze
verschillen er wel zijn, maar met de nadrukkelijke aantekening dat het om
verschillen in vorm en niet in essentie gaat. Zo schrijft Tariq Ramadan
:
‘het is belangrijk voor ogen te houden dat bij alle denkrichtingen de
verwijzingen dezelfde zijn, en dat de essentiële beginselen die ten
grondslag liggen aan de islam, op enkele bijzondere uitzonderingen na,
algemeen erkend worden. De islam beschikt over een kader waarvan de
essentiële hoofdlijnen aan te wijzen zijn en geaccepteerd worden door
diverse stromingen en denkscholen, ondanks hun grote diversiteit’.
Een andere vorm van
weerwoord is het verketteren van de van de eigen groep afwijkende groep en
het claimen de Ene ware islam te zijn. Dat laatste wordt gelegitimeerd
door een hadith (uitspraak van de profeet), waarvan de betrouwbaarheid
overigens ernstig in twijfel wordt getrokken, die luidt: ‘mijn gemeenschap
zal zich splitsen in drieënzeventig groeperingen, van wie er
tweeënzeventig naar de hel gaan en er slecht één in het paradijs terecht
komt’. Hetgeen betekent dat slechts één groep/stroming de ware islam zou
zijn. Een uitspraak waarvan weinigen last hadden, omdat elke stroming
meent die ene ware islam te vertegenwoordigen.
Ik zelf ga uit van de
diversiteit in de islam. Wat Ramadan noemt: ‘de essentiële beginselen’ als
grondslag van de islam noem ik de Traditie, gevolgd door vele tradities
.
De verschillen tussen deze tradities kunnen inderdaad de vorm betreffen
maar kunnen ook fundamenteel van aard zijn. Dat heeft allemaal te maken
met hoe men de Traditie interpreteert en begrijpt en de instrumenten die
men daarbij gebruikt. In dit deel van deze serie Traditie en tradities in
de islam ga ik verder in op de eerste uitzaaiingen in de islam.
‘In den beginne was
uiteraard eenheid. Er was één profeet, één Schrift, één gemeenschap’
schreef ik de vorige keer. Maar met het uitbreiden van het islamitische
rijk, in het begin van de tweede eeuw van de islamitische jaartelling, tot
in alle hoeken van de wereld, was de situatie toch anders. De complexiteit
van samenlevingen die toentertijd onder dat rijk vielen, noopten onder
andere tot een goed rechtssysteem. Er was op dat gebied nog niet veel
geregeld en de Koran is schaars aan zulke richtlijnen. De eerste decennia
werd vaak ad hoc opgetreden. Maar hoe kom je tot een goede zorgvuldige
regelgeving (fiqh)? Twee groepen stonden lijnrecht tegenover
elkaar.
Allereerst was er de
groep die werd genoemd ‘ahl al hadith’ oftewel aanhanger van de
hadith (overleveringen van de profeet). Deze vond dat elke wet of regel
directe verbinding moet hebben met profetische uitspraken. Zo niet dan wel
in de koran. Dat betekende twee dingen. 1. Alles moet herleid kunnen
worden tot een bestaande tekst en 2. De tekst (hadith of koran) moet
letterlijk begrepen worden. Met andere woorden, er is in zeer
uitzonderlijke gevallen een kleine marge voor vrije interpretatie.
Deze groep bevond zich
in al-hidjaaz, streek van het
Arabische schiereiland en dus in de buurt van de geboorteplaats van de
profeet . Voor hen was het opsporen en vinden van zijn hadiths ook
geen groot probleem. Een positief punt was dat ze een hekel hadden aan te
veel vragen van de gelovigen naar richtlijnen (ze stimuleerden zo dat
gelovigen zelf gingen nadenken). Minder positief was het feit dat ze niet
in staat waren vrij te denken en in gesprek te gaan met groepen die zich
minder op de hadith beriepen. Hun meester was imam Malik, de grondlegger
van de Malikitische rechtsschool.
De andere groep, die
zich in het huidige Iraq en Iran bevond (toen het centrum van het
islamitische rijk), ver verwijderd van de bronnen van de hadiths,
werd ahl ar-ra’y genoemd. Dit kan vertaald worden met zoiets als
‘aanhangers van het eigen oordeel’. Dat zegt genoeg. Zij waren voor het
maken van wetten minder afhankelijk van de tekst. Hun grootmeester heet
imam Abou Hanifa, grondlegger van de Hanafitische school.
Deze twee groepen
mochten elkaar niet, maar een derde grote meester in het islamitische
recht probeerde daar iets aan te doen. Hij was een leerling van Abou
Hanifa, heette ash-Shafii, en was de grondlegger van de Shafiietische
rechtsschool die in Egypte is ontstaan. Deze school probeerde de eerder
genoemde scholen met elkaar te verzoenen en zo weer naar de eenheid terug
te gaan. Ash-Shafii is echter op jonge leeftijd overleden en kon dit karwei
niet afmaken.
Mohamed Ajouaou.
|