ISLAM-NOTITIES

door

Mohamed AJOUAOU [*]

CIE-Index • Index

Wanneer een van ons de dood nabij is

Begraafcultuur in de islam

Trouw, De verdieping, zaterdag, 28 februari 2004

Als hij niet snel zijn premie voldoet, verloopt de verzekering voor lijkbezorging naar zijn land van herkomst. Maar publicist Mohamed Ajouaou weet niet meer zeker of hij in Marokko begraven wil worden.

'Wij lijken op lammetjes die spelen in de wei terwijl de slager er met zijn ogen al een paar uitzoekt', schrijft Schopenhauer in zijn boek 'Er is geen vrouw die deugt'. Dit diepe inzicht laat zien dat de dood (slager) bij het leven hoort. Je kunt ieder moment vergaan. Maar voor mij, middendertiger, kerngezond, getrouwd met een schone, veel jongere vrouw en vader van drie piepkleine kinderen is denken aan de dood toch het laatste wat ik doe.

Hooguit maak ik er een paar grappen over met mijn vrouw Loubna. Ik vraag haar bijvoorbeeld of ze niet stiekem naar mijn sterfdag uitziet, zodat ze de twee ton levensverzekering uitgekeerd krijgt, en hoe lang het dan zou duren voordat ze een nieuwe partner aanvaardt. En wie van de twee echtgenoten in het hiernamaals aanspraak op haar mag maken. In het islamitische geloof wordt immers verondersteld dat de getrouwde stellen na de wederopstanding met elkaar worden herenigd. Zou zij niet jaloers zijn als ik voor mijn goede daden met enkele paradijselijke maagden wordt beloond, zoals de overlevering ons, moslims, voorhoudt?

Dit soort grappen.

Maar sinds kort is reflecteren over de dood toch een serieuze bezigheid geworden. Directe aanleiding was een waarschuwing die ik kreeg van mijn Marokkaanse bank. Het saldo was dit jaar niet toereikend om de verzekeringspremie lijkbezorging af te schrijven. De bank vraagt het tekort aan te vullen omdat anders de verzekering wordt beëindigd.

Ik weiger vooralsnog. Niet omdat de premie te hoog is. Maar omdat ik niet zeker weet of ik van de dekking gebruik zal maken. Ik twijfel namelijk of mijn gezinsleden en ik werkelijk in het land van herkomst begraven willen worden. Voor mijn huwelijk had ik daar een uitgesproken standpunt over: mijn graf lag in Marokko, waar ik geboren ben en waarmee ik mij verbonden voelde, waar ik verzekerd ben van een waardige uitvaart, in de buurt van mijn ouders en andere nabestaanden die oprecht om mij zouden jammeren en rouwen.

Nu ben ik zelf echtgenoot en ouder. Mocht ik sterven, dan wil ik in de buurt van deze dierbaren blijven. Zij zijn namelijk het beste in staat om mijn uitvaartwensen in vervulling te brengen. De band met mijn land van herkomst is verwaterd, wij zijn uit elkaar gegroeid.

Veel zin in die stress en dat gehaast om toch maar binnen een of twee dagen begraven te worden, conform de richtlijn die moslimgeleerden ooit hebben uitgevonden, heb ik ook niet. Mijn bejaarde vader en veel jongere, maar wegens allerlei psychische en lichamelijke kwalen ernstig zieke moeder, dansen langzamerhand de dood in de armen. Kortom, genoeg redenen om de Marokkaanse verzekering op te zeggen. Definitief. Maar wat vindt Loubna ervan?

Ik praat daarover zelden serieus met haar. Op de dood rust in de meeste islamitische gezinnen een groot taboe. Vermoedelijk ligt hieraan een theologisch motief ten grondslag. Praten met elkaar over allerlei voorbereidingen voor de dood, zoals verzekeringen en testamenten, gebeurt alleen als met grote zekerheid vast komt te staan dat de dood zich aandient: 'Aan jullie is voorgeschreven, wanneer een van jullie de dood nabij is, als hij bezit heeft na te laten, om in redelijkheid een testamentaire beschikking te maken' (Koran 2, 180). Doe je dat eerder, dan wek je de indruk dat je wetenschap en zeggenschap hebt over het levenseinde. Dat is niet gepast. Alleen God weet en beslist erover.

Daarom vinden moslims het erg moeilijk om zelfs van een terminale kankerpatiënt te zeggen dat hij of zij gaat sterven. 'La kadara Allah' , een variant van 'Insja Allah' (als God het wil) zeggen ze dan. Eenmaal dood, aanvaardt men het verlies. De slager waar de filosoof Schopenhauer over spreekt, in de islam malak al-mawt oftewel 'de engel des doods' geheten, handelt namelijk niet uit zichzelf maar voert slechts Gods opdracht uit. En daar dient een moslim zich bij neer te leggen.

Kom bij moslimouders, vooral zij met oosters bloed, dus niet met een vraag als: hebben jullie de voogdij over jullie kinderen testamentair geregeld voor het geval jullie er niet meer zijn? Van Nederlandse bekeerlingen kun je dat wel verwachten. Zo heeft onze vriendin Sanna tot in de puntjes vastgelegd wat er met haar twee kinderen moet gebeuren, mocht zij niet levend van haar bedevaart naar Mekka terugkeren. In haar testament staat bijvoorbeeld dat haar ouders de kindjes niet mogen opvangen. Die ouders zijn namelijk nog christen.

Wij zijn zelf ook ongewild met zo'n vraag geconfronteerd. De notaris bij het passeren van ons koophuis: 'Als een van u beiden overlijdt, onder welke erfrecht zou u dan willen vallen: het Nederlandse of het islamitische, Marokkaanse?' 'Doet u maar het Nederlandse', reageerden we enigszins cynisch. Onbegrijpelijk dat ons zo'n keuze werd voorgelegd. Voor ons is het vanzelfsprekend dat je je onderwerpt aan de wet van de staat waarin je woont en waarvan je onderdaan bent.

Nee, ik weet niet hoe Loubna erover denkt. En dat is niet verstandig. Want mocht de bovengenoemde bank ons royeren, en een van ons toch in Marokko begraven worden, dan komt het risico geheel voor onze rekening. Dan wordt het vast een lening sluiten of bedelen bij de moskee om de zeer hoge vlieg- en uitvaartkosten te verzamelen. Dat laatste wordt echter steeds minder door moskeegangers op prijs gesteld. Alleen niet vermogende illegalen, die zich bovendien aantoonbaar niet kunnen verzekeren, kunnen op echte solidariteit rekenen.

U begrijpt inmiddels dat een begrafenis in Nederland voor mij een ernstige overweging is geworden. Maar wel op een islamitische begraafplaats. Zijn er die dan? Ja. Er zijn her en der plaatsen aangewezen waarin moslims hun doden te gronde leggen. Maar er is meer. Onlangs kwamen ruim honderdvijftig bestuurders, ambtenaren, vertegenwoordigers van het uitvaartwezen in Den Bosch bijeen voor een congres over islamitisch begraven. Unaniem spraken ze zich uit voor een eigen islamitische begraafplaats. En wel een volwaardige voorziening, dus niet het reserveren van een islamitische dodenakker met een muur eromheen, zoals menig wethouder jaren geleden dacht. De meeste aanwezigen wilden er direct werk van maken, maar dan wel met een voorbehoud. Na de commotie over zwarte wijken en zwarte scholen willen ze nu vooral geen zwarte begraafplaatsen. Ook doden moeten multicultureel samen, dus bij elk kerkhof, elke algemene begraafplaats moet een aparte, voor moslims ingerichte begraafplaats komen.

Multicultureel samen sterven, daar zit wat in. Maar wat is er tegen als moslims een eigen begraafplaats oprichten en die zelf betalen, onderhouden en zelfs exploiteren en rendabel maken? Fondsen in de landen van herkomst, die tientallen jaren premies hebben geïncasseerd voor uitvaartverzekeringen, kunnen bijdragen aan de oprichtingskosten. De vergrijzing slaat toe onder de verzekerden, veelal eerstegeneratiearbeiders. Als die hier worden begraven, scheelt dat die fondsen hoge uitkeringen.

Zo'n begraafplaats krijgt er sociale, recreatieve en spirituele functies bij. In islamitische landen worden begraafplaatsen op vrijdagen massaal bezocht. Mensen zitten naast het graf van hun verloren dierbare en roepen mooie herinneringen op, eten, drinken, huilen en lachen samen. Waarom zou dat hier niet kunnen?

Op andere dagen gaan de bij de begraafplaatsen gevestigde bezinningslocaties open, zowel voor moslims als voor niet-moslims. De profeet Mohammed gebiedt nadrukkelijk om begraafplaatsen te bezoeken indien men behoefte heeft aan bezinning, rust, onthaasting of om zichzelf te confronteren met de vraag naar de zin van het leven. Deze bezinningslocaties zijn geen moskeeën en bieden dus geen ruimte voor de restrictieve islam waarin het koninkrijk der wetten en verboden heerst. De nu zwaar onderbelichte spirituele islam krijgt de boventoon. Ik zou graag op zo'n begraafplaats mijn eeuwige rust willen vinden.

Ik doel met 'de eeuwige rust' niet op het recht op onbepaalde grafrechten waarbij het graf niet geruimd mag worden. Dat laatste wordt door sommige moslims in alle onredelijkheid verlangd, vergetende dat zelfs in Medina, de derde heilige stad in de islam, graven regelmatig worden geruimd. Een wijze stap, alleen al vanwege de schaarste van de grond.

Ruimte besparen kan ook door echtgenoten in één, diep graf te leggen. Bij de Javaanse moslims in Sint Michielgestel bijvoorbeeld is dat al praktijk. Marokkaanse moslims echter zijn er over het algemeen faliekant tegen. Turkse mannen die ik deze optie voorlegde, deelden die Marokkaanse opvatting niet, maar maakten wel een voorbehoud. ,,Mag wel, maar de man moet bovenop'', zei een van hen, Ismaël. Hij vindt dat de klassieke rolverdeling van man en vrouw ook in het graf moet opgaan. Hij verwijst bovendien naar de uitwerking hiervan op seksueel gebied, een uitwerking die mede gebaseerd is op de tekst: 'Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie. Kom tot jullie akker hoe jullie willen' (Koran 2, 224).

Het woord 'akker' wordt hier, volgens mij ten onrechte, geassocieerd met 'passief zijn in bed'. Bovendien ontgaat het hen dat 'kom tot jullie akker hoe jullie willen' ook de betekenis heeft van 'draai de rollen eens om en ervaar als man de heerlijkheid om zelf passief te zijn'. Zelf heb ik daar de komst van mijn tweeling aan te danken. Dus of de man in het graf boven komt te liggen of andersom, het maakt mij niets uit, heb ik Ismaël gezegd.

Dat de botten na enige tijd moeten worden opgeruimd, betekent niet het einde. Net als bij vele andere levensbeschouwingen, is het levenseinde in de islam slechts het begin van een nieuw bestaan. Of zoals Schopenhauer het in zijn bovengenoemd werk uitdrukt: 'De dood maakt een einde aan ons leven maar niet aan ons bestaan'.

Maar waar dient deze voortzetting van het bestaan volgens de islam voor? De meest gangbare opvatting spreekt van twee opties: na de wederopstanding komen mensen óf in de hel óf in het paradijs. In het paradijs worden gelovigen voor hun goede daden beloond met eeuwige rust, prachtige paleizen en landschappen, heerlijke onuitputtelijke bronnen van eten en drinken, schone vrouwen en mannen en verder alles wat je met genot kunt associëren. De meest rechtschapenen kunnen volgens deze opvatting rekenen op een ereplaats naast de profeten.

De soefi's, aanhangers van de spirituele stroming in de islam, spreken ook van twee opties maar met een andere inhoud. De bekende soefi Sidi Abd Alkadir Al Jilali (twaalfde eeuw) verbaast zich over het gemak waarmee moslims het begrip belonen en straffen in het hiernamaals invulling proberen te geven door ervaringen uit het ondermaanse in het hiernamaals te projecten. Volgens hem gaat het na de dood helemaal niet om recreatie, ontspanning, eten, drinken, vrijen en andere vormen van genot. Hij noemt dat geen beloning omdat je daarmee niet eens de status van een dier overstijgt. Voor hem is er maar één paradijs en dat is 'Hem ontmoeten' (Koran 2, 224). Dat is helemaal opgaan in Hem, in het Licht dat God heet.

De hel is dat je daarvan wordt uitgesloten omdat je in dit leven de vereiste spirituele inspanningen niet hebt geleverd.

Bij waardig leven hoort waardig sterven. Bij waardig (laten) sterven hoort rekening houden met de levensbeschouwelijke kijk van de gestorvene. Als het kan moet elke individu de kans krijgen zijn of haar 'vergaansproces' op eigen manier door te maken. Vanuit dit beschavingsprincipe moeten mensen de mogelijkheid waardig te sterven aangeboden krijgen zonder daarom te hoeven vragen. Nu is er nog steeds discussie over de wenselijkheid van islamitische begraafplaatsen. Met uitgebreide nota's moeten gemeenteraadsleden overtuigd worden van de noodzaak van zo'n voorziening. Wij zitten dus toch nog steeds in de fase van 'vragen'. Dat voelt onzeker en niet prettig. Ik wacht daarom met het definitief opzeggen van mijn verzekering lijkenbezorging naar het land van herkomst.

CIE-Index • Index
[* Dr. Mohamed Ajouaou is theoloog en doctor in de Religiewetenschappen (Univ. Tilburg); huidige functie: Hoofd Islamitische geestelijke verzorging bij het (Nederlands) Ministerie van Veiligheid en Justitie. Website: http://www.mohamed-ajouaou.nl/  (4 okt 2011)].