|
Wie kan zich
beter uitlaten over de positie van de vrouw in de islam dan de moslimvrouw
zelf? Zij ervaart immers de grenzen, de beperkingen en misschien ook de
ongekende kansen in deze godsdienst. Toch wil ik als man hierover iets
schrijven, omdat ik onvermijdelijk met de vrouw omga als zoon, broer, man
en echtgenoot, en ik in deze omgang de islam als richtlijn aanhaal.
Ik wijs echter nadrukkelijk op de
relativiteit van mijn verhaal, omdat de positie die de islam de vrouw toekent
afhankelijk is van de eigen invulling die de vrouw, de man of beiden aan
de richtlijnen van de islam (de leer, de dogmatische islam) geven. Deze
invulling hangt weer af van een aantal factoren: eigen ontwikkelingsniveau,
bevattingsvermogen voor de leer, de mate van verbondenheid met God, het
culturele klimaat, de sociale omgeving, de maatschappelijke positie, de
persoonlijke perspectieven enz. Dat verklaart waarom zich in de praktijk
andere situaties voordoen dan ik hier betoog.
We kunnen de vraag 'wat is de positie
van de vrouw in de islam?' splitsen in twee deelvragen die het meest gesteld
worden.
1. Belemmert de islam de
toegang van de vrouw tot de maatschappelijke machtsposities, vooral kennis
en arbeid?
2. Staat de vrouw in de islam in
een hiërarchische positie ten opzichte van de man?
Mijn antwoord op de eerste vraag is
neen. Ik zie op basis van de primaire bronnen van de islam de Koran en
de Hadith, geen aanleiding voor een vrouw om zich van deze posities te
onthouden. De Profeet Mohammed stelt ondubbelzinnig vast dat het verwerven
van kennis, scholing en onderwijsparticipatie verplicht is voor iedere
moslim en moslima. En over arbeidsparticipatie laat soera 66 (Attahrim)
van
de Koran zien, dat de productieve domeinen waarin de vrouw zich kan begeven
reiken van opvoeding tot politieke participatie en leiderschap. De soera
spreekt waarderend over de echtgenote van de Farao die het niet eens was
met de tirannie van deze man en een belangrijke rol in de politieke oppositie
tegen zijn regime speelde. Zij wordt ook geprezen vanwege haar scherpe
gevoeligheid voor de minder prettige kanten in de samenleving. In een andere
soera spoorde zij haar man aan om Mozes als pleegkind op te nemen. Dus
ook een stuk sociaal en vrijwilligerswerk of zelfs het activeren daartoe.
Het spreekt, vertaald naar de huidige maatstaven, vanzelf dat zulke activiteiten
gepaard gaan met een sterk ontwikkelde persoonlijkheid en een sterke maatschappelijke
positie.
Ik moet hier wel bij zeggen dat
de islam ervan uit gaat dat de moslimvrouw die deze keuzes maakt, de balans
weet te maken met haar zorgtaken voor de kinderen. Op het gebied van opvoeding
wordt haar door de Koran een unieke positie toegekend, in die zin dat zij
meer vermogens en bijzondere vaardigheden bezit dan de man bijvoorbeeld.
Ik denk dat de islam, steeds uitgaande
van de primaire bronnen, een autoritaire, hiërarchische en seksistische
houding ten opzichte van de vrouw niet rechtvaardigt. Ik kan dat aannemelijk
maken maar de ruimte laat dat niet toe. Soera 19 (Afarjem) bijvoorbeeld,
laat duidelijk zien hoe God Maria bijstond om haar weerbaar te maken tegen
de mannelijke omgeving, die vanwege de geboorte van haar kind Issa (Jezus)
haar van alles en nog wat verdachte.
In de Koran en de Hadith kunnen de
moslim en de moslima alleen maar een aanzet vinden om open, communicatief
en gelijkwaardig met elkaar om te gaan. De islam is overigens niet tegen
een op liefde gebaseerde afhankelijkheid, maar staat de zelfstandigheid
van de vrouw niet in de weg. Voor Nederland geldt dat we in de komende
jaren steeds meer voorbeelden van het hierboven geschetste beeld zullen
zien.
Mohamed Ajouaou
|