CIE-INDEX

Kerkwerk Multicultureel Samenleven
Bisdom Hasselt, Werkgroep Onderwijs

HET KATHOLIEK BASISONDERWIJS EN ANDERSGELOVIGE ALLOCHTONE LEERKRACHTEN

door
ARSEEN DE KESEL

1. PROBLEEMSTELLING*

Meerdere malen werden we geconfronteerd met het feit dat andersgelovige kleuterlonderwijzeressen van allochtone origine moeilijkheden ondervonden om in een katholieke school te worden aangeworven, omdat zij geen mandaat hadden aangevraagd, over geen mandaatnummer beschikten of geen doopseluittreksel hadden. Verder, dat zij bezwaren moesten aanhoren over de toekenning van twee jaren anciënniteit. Dat zij bij korte interims als laatste in aanmerking kwamen of dat zij niet eens op de lijst van sollicitanten werden vermeld. Vanuit deze vele concrete ervaringen kwam de vraag: 'Hoe komt het toch dat een directie, inrichtende macht, of personeelsleden van een katholieke school bezwaren maken tegen de aanwerving van een andersgelovige allochtone leerkracht?' Deze vraag was niet bedoeld om de vrijheid van onderwijs en het recht van katholieken of katholieke instellingen om scholen op te richten in twijfel te trekken.

Wat de bronnen betreft, maken we gebruik van documenten van het katholiek onderwijs.

Andersgelovige allochtone leerkrachten moeten geen mandaat hebben, omdat zij geen katholieke godsdienst mogen geven in het katholiek onderwijs. Maar sommigen van hen ondervinden moeilijkheden om te worden aangeworven wegens het ontbreken van een mandaat. Daarom zullen we eerst stilstaan bij het mandaat zelf.
 

1.1. Het mandaat

In de loop van de schooljaren 1997-1999 hebben de verschillende Vlaamse bisdommen de kerkelijke regelgeving met betrekking tot de mandaatverlening voor het geven van rooms-katholieke godsdienst in het vrij katholiek gewoon en buitengewoon basisonderwijs uitgeschreven. Voor het bisdom Hasselt is deze regelgeving van toepassing vanaf het schooljaar 1998-1999, voor de andere Vlaamse bisdommen vanaf het schooljaar 1999-2000.

Elk Vlaams bisdom heeft een eigen tekst uitgeschreven. De tekst van het bisdom Hasselt lag waarschijnlijk aan de grondslag van de teksten van de andere Vlaamse bisdommen.

De tekst van het bisdom Hasselt verscheen in Het kleine Mostaardzaadje, jaargang 10 (1998-1999), nr.2, blz.8-14.

Enkele citaten belangen ons sterk aan:

'Het mandaat om R.K.-Godsdienst te geven is een officiële opdracht, een zending, vanwege de bisschop… Het visum is de statutaire of rechtspositionele toestemming vanwege de bisschop om de facto R.K.-Godsdienst te geven in het ambt, in de school en voor de tijd vermeld in het aanwervingscontract. Deze term zal bij ons niet meer worden gebruikt. Hij wordt vervangen door de term ‘voorwaardelijk mandaat’. Het voorwaardelijk mandaat gaat het eigenlijke mandaat vooraf.'1

'We willen streven naar een bewuster kerkelijk engagement van de leerkracht met betrekking tot het geven van godsdienstonderricht. Daarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

  • de aanwerving van personeelsleden in het katholiek onderwijs;
  • het toekennen van een mandaat om R.K.-Godsdienst te geven.
  • Het aanvragen en toekennen van een mandaat heeft alleen betrekking op leerkrachten die het vak R.K.-Godsdienst willen geven. Voor leerkrachten in het katholiek onderwijs die geen godsdienst geven, zoals bv. leermeesters bewegingsopvoeding, geldt deze regeling niet.'
    Op het einde van het artikel staat een'N.B.: Elke aanwervingsovereenkomst, ook als de betrokkene geen godsdienst zal geven, moet ter visering worden opgestuurd naar het DSKO.'2

    Einde citaten.

    In een tweetal gevallen (andersgelovige allochtone kleuteronderwijzeressen) stuurde de directie de aanwervingsovereenkomst ter visering naar het DSKO, die het op haar beurt terugstuurde naar de directie met de vermelding dat de aanvraag van een mandaat ontbrak.

    Wellicht waren deze moeilijkheden het gevolg van de eerdere regeling van een visumaanvraag:

    'Bij de eerste aanwerving van een leerkracht zal naast de aanwervingsovereenkomst een aanvraag tot toekenning van het visum (in 2-voud) gevoegd worden. De visumaanvraag is vergezeld van een bewijs van doopsel. Dit kan een uittreksel uit het doopregister zijn of een kopie uit het trouwboekje.'3

    Besluit

    Het mandaat heeft alleen betrekking op leerkrachten die het vak R.K.-Godsdienst willen geven. Leerkrachten die geen R.K.-Godsdienst geven, hebben geen mandaat nodig. Het mandaat is een officiële zending vanwege de bisschop. Het verlenen van het mandaat door de bisschop wordt gedelegeerd aan de vicaris van onderwijs, en op zijn beurt aan de inspecteurs-Adviseurs R.K.-godsdienst.

    Andersgelovige allochtone leerkrachten kunnen geen R.K.-godsdienst geven en hoeven dus ook geen mandaat aan te vragen.
     

    1.2. (Bijna) Elke leerkracht van het katholiek basisonderwijs wordt verondersteld een godsdienstleerkracht te zijn

    Over geen mandaat beschikken en bijgevolg geen katholiek godsdienstonderricht kunnen geven heeft echter in het katholiek basisonderwijs nog andere gevolgen.Twee bronnen maken ons dat duidelijk; de eerste bron is afkomstig van de vicaris van onderwijs en heeft betrekking op het mandaat, de andere van de Centrale Raad van het Katholiek Lager Onderwijs aan de inrichtende machten.

    In het artikel Het Visum! Wat? Hoe? Waarom? in: Het Kleine Mostaardzaadje, jaargang 1997-1998, nr.2, blz.45-46 wordt gezegd dat het niet hebben van een visum (dat een jaar later de naam mandaat kreeg) consequenties voor de schoolorganisatie heeft.

    Ik citeer:

    'In het katholiek basisonderwijs heeft het godsdienstonderwijs een breed draagvlak dat door de ganse schoolgemeenschap gedragen wordt. Elke leerkracht is enerzijds verantwoordelijk voor het godsdienstonderricht in zijn klas, terwijl anderzijds het volledige team verantwoordelijk is voor de godsdienstige vorming van de kinderen.

    Omdat in het katholiek onderwijs het godsdienstonderricht de opdracht is van de klastitularis, heeft het niet hebben van een visum consequenties voor de schoolorganisatie, daar betrokkenen geen godsdienst mogen geven. De inrichtende macht moet zich hiervan bewust zijn van bij de aanwerving. »4Einde citaat.


    Het niet hebben van een mandaat heeft tot consequentie dat de betrokken leerkracht geen klastitularis kan zijn. Naar andersgelovige allochtone leerkrachten vertaald, betekent het dat zij geen klastitularis kunnen zijn.

    De Centrale Raad voor het Katholiek Lager Onderwijs wijst in haar document aan de inrichtende machten erop dat een inrichtende macht niet alleen met de eigen school maar ook met het hele net moet rekening houden. Ik citeer uit.

    « Personeelsleden die bij een vrije inrichtende macht een vaste benoeming verkrijgen, worden geacht even geschikt te zijn voor onverschillig welke andere vrije katholieke school.
    Bij de toekenning van de vaste benoeming dient derhalve elke inrichtende macht voldoende voorzichtigheid aan de dag te leggen.
    Het gaat om een verantwoordelijkheid t.o.v. het hele net.
    Het feit dat een kandidaat op de parochie woont of een familielid is van een verdienstelijk parochiaan is op zichzelf niet voldoende.
    Die beschouwing geldt eveneens m.b.t. de eerste indienstneming.
    Als elke inrichtende macht de voorzichtigheid in acht neemt zal het dus geen moeilijkheden meebrengen wanneer een personeelslid naar een andere school van dezelfde inrichtende macht wordt overgeplaatst, hetzij vrijelijk binnen een gezond personeelsbeleid, hetzij verplicht bij vermindering van het aantal lestijden, bij aanzuiveringsmaatregelen of reaffectatie. »5 Einde citaat.
    In haar document wijst de Centrale Raad op de inzetbaarheid van een aangeworven leerkracht over het hele net.

    De aanwerving van andersgelovige allochtone leerkrachten houdt beperkingen in: zij kunnen geen R.K.-godsdienst geven en kunnen bijgevolg geen klastitularis zijn. Deze beperkingen hebben betrekking zowel op de eigen school als op het hele net.

    Deze twee waarschuwingen kunnen inrichtende machten tot uiterste voorzichtigheid aanzetten waardoor ze het zekere voor het onzekere nemen. Het zijn drempels bij het aanwerven van andersgelovige allochtone leerkrachten.
     

    1.3. Allochtone kleuteronderwijzeressen als ondersteuning van kleuterscholen met vele migrantenkinderen

    Het katholiek basisonderwijs heeft meegewerkt aan het project van de alternerende opleiding van allochtone kleuteronderwijzeressen omdat het een ondersteuning betekende voor de kleuterscholen met vele migrantenkinderen. Toen aan deze kleuteronderwijzeressen twee jaren anciënniteit werd toegekend, maakten sommige inrichtende machten bezwaren. Zij hadden vooral moeite met de mogelijkheid dat deze kleuteronderwijzeressen in scholen zouden terechtkomen, waar een ondersteuning van migrantenkinderen niet nodig is.

    Ik citeer:

    ' Arrest arbitragehof voorrangsrecht interculturele werkers

      Na het van kracht worden van het onderwijsdecreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII dienden enkele inrichtende machten van het katholiek onderwijs bij het Arbitragehof een verzoekschrift tot vernietiging van het artikel 15 van dit decreet in. Door de toepassing van dit artikel kunnen de Geco-personeelsleden, tewerkgesteld in het project ‘Ondersteuning van kleuterscholen met migranten binnen onderwijsvoorrangsgebieden’ retroactief een anciënniteit van maximaal twee jaren verwerven, en bijgevolg een voorrangsrecht voor een aanstelling als kleuterleidster. Het Arbitragehof deed hierover uitspraak op 1 april 1998 en verwierp het beroep. Hierop volgde een persmededeling die het Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs op 2 april 1998 verspreidde.
      Waar situeren zich dan de bezwaren van de betrokken inrichtende machten ? …
      • Het Arbitragehof verantwoordt zijn uitspraak vanuit de overweging dat de maatregel een ondersteuning inhoudt van kleuterscholen met migranten. Het Hof lijkt voorbij te gaan aan de consequentie dat de voorrang die wordt toegekend, geldt ten aanzien van alle scholen van de inrichtende macht. Het gevolg hiervan kan zijn dat betrokkenen tewerkgesteld moeten worden in een school waar de problematiek van verstaanbaarheid en communicatie bij migrantenkleuters zich niet voordoet. Hierdoor schiet de maatregel zijn doel voorbij, vermits niet gegarandeerd is dat de ondersteuning ten goede blijft komen van de kleuterschool met migranten.'6 Einde citaat.
    Het katholiek onderwijs maakt bezwaren tegen de toekenning van twee jaren anciënniteit waardoor de allochtone kleuteronderwijzeressen prioritair worden en de weg naar vaste benoeming voor hen open ligt. Het gevolg van die vaste benoeming zou kunnen zijn dat zij tewerkgesteld moeten worden in een school waar geen ondersteuning van migrantenkinderen nodig zijn. Voor het katholiek onderwijs kan dat niet.

    Algemeen besluit

    De ondersteuning van migrantenkinderen door allochtone kleuteronderwijzeressen ziet het katholiek onderwijs als een tijdelijk project zonder uitzicht op een vaste benoeming van deze kleuteronderwijzeressen.

    Deze zeer beperkte inzetbaarheid van deze kleuteronderwijzeressen in het katholiek onderwijs bepaalt de zeer beperkte ruimte tot aanwerving in katholieke scholen.

    Aanwerving van prioritaire allochtone kleuteronderwijzeressen gebeurt in sommige gevallen slechts wanneer het wettelijk verplicht is. Voor 'korte' interims worden ze niet gevraagd. Wil men hierdoor voorkomen dat ze vast benoemd 'geraken'?

    Waarom ondervinden deze andersgelovige allochtone kleuteronderwijzeressen zoveel moeilijkheden om in het katholiek scholen aangeworven te worden? Omdat ze andersgelovig zijn? Omdat ze allochtoon zijn?
     
     

    2. TEWERKSTELLING VAN ANDERSGELOVIGE ALLOCHTONE LEERKRACHTEN IN HET KATHOLIEK BASISONDERWIJS
     

    2.1. De secularisering

    In het Westers, ook het Vlaams maatschappelijk leven vervullen de christelijke godsdienst en de christelijke kerken een steeds minder belangrijke rol. Daarentegen gaat het merendeel van de Vlaamse kinderen en jongeren naar een katholieke school. Zowel kinderen van gelovige als van andersgelovige en ongelovige ouders gaan naar een katholieke school. Daarenboven zijn niet alle leerkrachten gelovig. Hierdoor komt de katholieke school onder spanning te staan tussen de kwantiteit van leerkrachten en leerlingen en het christelijk karakter van de school. Van hieruit kunnen we de grote bekommernis van het katholiek onderwijs voor het eigen christelijk karakter van de katholieke school begrijpen.

    Door het invoeren van het mandaat verlangden de verantwoordelijken van het katholiek godsdienstonderricht dat de godsdienstleerkrachten zich gelovig zouden engageren in de katholieke school en het katholiek godsdienstonderricht. Ze stelden dat alleen zij die godsdienstonderricht willen geven, een mandaat nodig hadden. Van de andere leerkrachten verwachtten ze tenminste respect voor het christelijk opvoedingsproject. Onder 'de anderen' zouden dus ook andersgelovigen (andersgelovige allochtonen) kunnen thuishoren.

    2.2. Andersgelovige allochtonen

    Reeds meer dan dertig jaar worden katholieke scholen bezocht door kinderen van andersgelovige allochtone ouders. Sommige katholieke scholen werden opgericht temidden van migrantenwijken, die toen werden uitgebouwd. Om aan de behoeften van allochtone ouders te voldoen, richtten sommige katholieke scholen islamonderricht en onderricht in eigen taal en cultuur (OETC) in. Sommige katholieke scholen hebben bewonderenswaardig werk geleverd om de school tot een oefenplaats van multicultureel samenleven te maken en om de verbondenheid van de leerlingen, die op cultureel en religieus vlak zo verscheiden zijn, religieus te vieren. Ze vervulden een voortrekkersrol op maatschappelijk en religieus vlak.

    Sommige andersgelovige allochtone leerlingen hebben met succes de Lerarenopleiding gevolgd en hebben het diploma kleuteronderwijzer of onderwijzer behaald. Ze verlangen in het katholiek onderwijs, waar ze heel hun schoolloopbaan hebben doorgebracht, als leerkracht te kunnen werken. Ze kennen het christelijk opvoedingsproject van de katholieke school en willen het volledig respecteren.

    De andersgelovige allochtone ouders zijn fier op hun kinderen die door een betere scholing een betere toekomst tegemoet gaan in het land, waarnaar ze immigreerden.

    Enkele katholieke scholen hebben andersgelovige allochtone leerkrachten aangeworven. Deze leerkrachten vervullen een belangrijke voorbeeldfunctie naar de kinderen en jongeren van hun gemeenschap. Zij zijn bemiddelaars tussen allochtone ouders en autochtone leerkrachten. Zij ondersteunen de allochtone leerlingen in hun omgaan met de Vlaamse taal en cultuur. Tenslotte groeit het lerarenteam uit tot een multicultureel en multireligieus team met kennis en respect voor elkaars eigenheid en verschillen.

    Deze scholen bezitten schatten van ervaring en wijsheid, waarnaar soms te weinig geluisterd wordt.

    De aanwerving en de aanwezigheid van andersgelovige allochtone leerkrachten in het katholiek onderwijs beroert de gevoelige snaar van de christelijke identiteit van de katholieke school. De verantwoordelijken van het katholiek onderwijs vragen respect voor het christelijk opvoedingsproject, zowel van andersgelovige ouders die hun kinderen naar de school sturen als van andersgelovige leerkrachten.

    Niet alleen de katholieke school, maar ook christelijke organisaties… hebben nood aan een herformulering van de christelijke identiteit omwille van de multiculturele en multireligieuze context.

    Vaak weten andersgelovige allochtone ouders niet wat de katholieke school van hen verwacht. Zij kunnen respect opbrengen voor de waarden en normen van het christelijk opvoedingsproject, maar kunnen de christelijke identiteit onder het aspect van geloofsleer niet onderschrijven.

    Aan de aanwerving en de aanwezigheid van andersgelovige allochtone leerkrachten op een katholieke school zijn dus maatschappelijke als en religieuze aspecten verbonden.
     

    3. Voorstellen

    3.1. Een positief signaal van het beleid van het katholiek onderwijs

    We beseffen dat een goed doordacht beleid noodzakelijk is om de katholieke school een eigen gelaat te geven.
    Op twee uitdagingen moet het katholiek onderwijs een antwoord geven.

    Een antwoord op de aanwezigheid van vele verschillende gelovigen op de school en een op de aanwezigheid van vele culturen.

    De katholieke school staat open voor alle kinderen, autochtone en allochtone, katholieke en andersgelovige. Zij werkt intercultureel en zij houdt rekening met de religieuze diversiteit, zowel in de godsdienstles als in het schoolleven.

    In de katholieke basisschool zijn echter weinig andersgelovige allochtone leerkrachten.

    Allochtone leerkrachten bezitten vaak een expertise, waarover autochtone leerkrachten niet beschikken. Zij kunnen een onvervangbare rol in het onderwijs vervullen.

    Multiculturele en multireligieuze scholen gaan vaak op een creatieve manier om met het religieuze en de godsdienstlessen.

    Allochtone leerkrachten kunnen een meerwaarde betekenen voor het multicultureel karakter van de school en voor de creatieve omgang ervan met het godsdienstige.

    We verwachten zowel van de vicarissen van onderwijs als van de Centrale Raad van het katholiek Onderwijs een positief signaal om andersgelovige allochtone leerkrachten in het katholiek basisonderwijs aan te werven, zodat inrichtende machten en directies hen zonder drempelvrees kunnen aanwerven.

    3.2. Een creatief omgaan met de huidige mogelijkheden

    Het is uitgesloten dat andersgelovige allochtone leerkrachten lessen katholieke godsdienst geven. Maar zij kunnen wel meewerken aan de godsdienstige opvoeding van de leerlingen.

    Zodra twee of meer leerkrachten in eenzelfde klas komen, kan teamwerking, informatie-uitwisseling en een pedagogisch plan een deugddoende verrijking voor de betrokken leerkrachten en de kinderen zijn.

    Een directie kan op een creatieve wijze zoeken hoe een allochtone leerkracht het meest waardevol in de school kan functioneren, waardoor hij een meerwaarde voor leerlingen, de collega's, de ouders, de school betekent.

    Arseen De Kesel

    * Zie ook het "Advies over de toeleiding en doorstroming van allochtone studenten in de lerarenopleiding aan de hogescholen", goedgestemd door de Algemene Raad van de Vlaamse Onderwijsraad, 19 mei 1998.
    TERUG NAAR INLEIDING DOSSIER