Boeknotities

Jeannick Vangansbeke

• INDEX • CIE-INDEX •

Sir Moses Montefiore en een hongerend Palestina*

1840 was het jaar dat in Damascus na geruchten over een kindermoord door joden een felle pogrom uitbrak. Het leidde tot veralgemeend religieus geweld. Waar de Fransen aanvankelijk de christelijke minderheden verdedigden, trok het Verenigd Koninkrijk zich vooral het lot aan van de joden. Maar niet enkel in het Osmaanse rijk kwamen die onder druk te staan. De traditionele autonome bestuursinstelling van de Russische joden, de kehille, werd eveneens in 1840 afgeschaft. Tegelijk beval de tsaar een reeks overheidsscholen op te richten om de joden te integreren en verbood hij hen de traditionele kledij te dragen. De joden behoorden al tot het meest geletterde deel van de bevolking, hun probleem was eerder toegang tot het hoger onderwijs. Dit soort maatregelen werd aanvankelijk in West-Europa toegejuicht als het overwaaien van de geest van emancipatie. Toch kwam de aap gauw uit de mouw. Al in 1843 kwam het landverhuizingsbevel, de joden moesten weg van de westelijke grenzen van Rusland want zij waren niet betrouwbaar. Tegelijk werden zij onderworpen aan strengere rekrutering voor het leger. Daarmee werd de draad opgenomen van 1804, toen aan de vooravond van Ruslands oorlog met Napoleon gelijkaardige maatregelen waren genomen. Overigens vond de tsaar welwillende goedkeuring voor zijn beleid terzake in de Britse conservatieve pers en werden de Turken nog aan de schandpaal genageld als 'de barbaren'.

De Fransman Adolphe Crémieux, de Duitser Ludwig Philippson en de Brit Moses Montefiore zochten middelen om hun steun aan de imperialistische politiek van hun land te koppelen aan steun voor de joden. Crémieux gaf de Algerijnse joden de Franse nationaliteit. Vooraleer zich toe te leggen op filantropie en migratie naar Palestina, hoopte Moses Montefiore de Russische politiek te corrigeren. Toen Montefiore tsaar Nicolaas I bezocht, liet die het Peterburgse Winterpaleis speciaal door een exclusief joods regiment bewaken, 'Mes Maccabéens' zei hij trots aan zijn gast. Wanneer van 1853 tot 1856 Britten en Fransen samenwerkten met de Turken tegen Rusland in de Krimoorlog, leidde de rekrutering van soldaten tot ontwrichting van de landbouw en dit had dan weer een heuse hongersnood in Palestina tot gevolg. Terwijl christelijke zionisten als Lord Shaftesbury volop oreerden over de mogelijkheid dat na de oorlog een joodse staat in Palestina zou opgericht worden, richtten de joodse filantropen al hun aandacht op het simpele overleven van de Palestijnse jodenen vluchtelingen. Uiteindelijk legde de Krimoorlog niet de kiem van een joodse maar van een Roemeense staat als buffer tussen Rusland en Turkije. De episode illustreert perfect het verschil tussen het ideologische en het praktische “koloniaal zionisme” van Britten enerzijds, joden anderzijds.

Montefiore’s biografe Abigail Green merkt terecht op dat op één studie na er weinig aandacht is gegaan naar de periode tussen het wegvallen van het traditioneel bescherming zoeken bij vorsten door Hofjuden en de moderne volkenrechtelijke bescherming van het verdrag van Versailles en na WO II. Die ene studie betreft het werk van Carole Fink. Haar werk valt in drie delen uiteen. In het eerste schetst zij hoe na de oprichting van Bulgarije in 1878, de jonge Franse republiek, krachtig gesteund door het liberale koninkrijk Italië, godsdienstvrijheid voor de Bulgaarse en Roemeense joden afdwong. Crémieux kreeg hierbij steun van Gerson Bleichröder, de joodse bankier van Bismarck, die de naar België uitgeweken Philippson in Berlijn opvolgde als pleitbezorger van de joden. In het tweede deel gaat alle aandacht naar de minderheden verdragen die de nieuwe staten van Midden-Europa als annex van het verdrag van Versailles werden opgedrongen. Het derde en laatste deel beschrijft de teloorgang van die verdragen.

Het compromis dat de culturele en religieuze rechten van de joodse minderheden bevestigde kwam tegemoet aan de verlangens van het cultuurnationalisme van het American Jewish Congress. Typerend genoeg was die overwinning al niet meer genoeg voor het door Midden- en Oosteuropese joden bevolkte Comité des délégations juives auprès de la conférence de paix. Die hadden al hun oog helemaal gevestigd op Palestina. Fink wijst erop dat in het verzet tegen het gewraakte artikel 44 van het vredesverdrag uit 1878 over godsdienstvrijheid de Roemenen het voortdurend hadden over 'internationaal jodendom' die hun pas verworven soevereiniteit betwistte. Ook brengt zij in herinnering dat Lloyd George feller een Armeense en Griekse staat in Klein-Azië genegen was dan een joodse. Dat het Britse imperialisme daarin faalde maar in Palestina op minder weerstand botste, had alles te maken met de kracht van het Turkse en joodse nationalisme.


* Abigail Green, Moses Montefiore: Jewish Liberator Imperial Hero, Harvard Belknap, 2011, 540 blz.

Carole Fink, Defending the Rights of Others: the Great Powers, the Jews and international Minority Protection 1878-1938, Cambridge UP, 2004, 420 blz.


 jeannick3@telenet.be

• INDEX • CIE-INDEX •

update: 4 september, 2011

Firefox Download Button