Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben…

Een verkennend onderzoek naar relaties en seksualiteitsbeleving bij islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen

door Lien Ingelbrecht, Saartje Persijn & Bieke Saey (© 2002)*

• INDEX • BRONNENLIJST • CIE-INDEX •


3.3. “Waarom zouden we een vrucht die we van Allah krijgen, niet accepteren?” 
 

3.3.1. Anticonceptie

Anticonceptie is vrij goed gekend bij de informanten.  De meest gerapporteerde voorbehoedsmiddelen zijn ‘de pil’ en het condoom.  Iedereen staat positief ten opzichte van anticonceptiegebruik na het huwelijk.  Dit vooral met het doel het eerste kind uit te stellen en de gezinsvorming te plannen. 

Het nemen van voorbehoedsmiddelen voor het huwelijk lijkt nog een moeilijke zaak en wordt stiekem toegepast.  De redenen voor anticonceptiegebruik  voor het huwelijk zijn divers zoals remedie tegen lichamelijke klachten en in mindere mate voorkomen van ongewenste zwangerschap. 

Op het praten over anticonceptiva rust nog een zeker taboe.  Het bestaan van misvattingen omtrent anticonceptiegebruik is dan ook reëel. 

De vrouwennetwerken lijken ook bij onze informanten een grote rol te spelen.  Het blijkt dat vrouwen veel waarde hechten aan de verhalen van andere (gekende) vrouwen, omdat zij ook islamitisch zijn en hun verhalen gebaseerd zijn op ‘ervaring’.  De informatie die zij geven, wordt soms eerder geloofd dan de informatie van de voorlichters zelf.  Ook uit andere onderzoeken blijkt dat de vrouwennetwerken (=moeder, tantes, vriendinnen,…) vaak een grote rol spelen in het creëren van misverstanden en het instandhouden van angsten en onzekerheden (Mouthaan & de Neef, 1992, 62). 
 

3.3.2. Abortus

Volgens de wet is abortus binnen de islam tot op zekere hoogte toegestaan indien het leven van de vrouw in gevaar komt.  De scheidingslijn die bepaalt of abortus toelaatbaar is of niet is ‘de bezieling’ of ‘Allah’s geest’.  Volgens sommige geleerden ligt de grens op het einde van de 4e maand, anderen beperken de periode tot 40 of 50 dagen.  Dit is afhankelijk van de religieuze visie op de geboortebeperking.  In bekende hadiths komt dit voor: “De schepping van ieder van jullie vindt plaats in de buik van de moeder, dit gedurende 40 dagen in de vorm van een levenskiem, daarna is hij even lang een klonter, daarna is hij even lang een klompje vlees; vervolgens wordt er een engel naar hem toegezonden die hem de levensadem (rûh) inblaast…” Dit betekent dat vanaf de periode dat de vrouw bevrucht is, men 120 dagen telt,  en dan pas is er het tijdstip waarop de ziel wordt ingeblazen door Allah.

Deze voorwaarden zijn door een aantal meisjes gekend.  Naast de redenen die bij wet vastgelegd zijn geven de meisjes en jonge vrouwen nog tal van andere situaties waarin ze vinden dat abortus mag toegepast worden.  Abortus mag in geval van verkrachting, in geval van gebrek aan toekomstperspectief, een slechte relatie, sociale en psychologische onrijpheid, in geval van vrees voor een kind met handicap en in geval van voorhuwelijkse zwangerschap bij islamitische meisjes.  Opvallend is dat de informanten meer begrip vertonen bij abortus van een ongehuwd islamitisch meisje dan in een situatie van niet-islamitische leeftijdgenoten.  Hierin speelt het maagdelijkheidsideaal van een islamitisch meisje nog een grote rol.  Tenslotte zijn er ook informanten die abortus onder geen omstandigheid toegestaan achten en het veroordelen als moord.  Zij zouden eerder opteren om het kind te baren en het dan af te staan door adoptie.
 

3.3.3. Adoptie

Uit het onderzoek blijkt dat er geen consensus bestaat over het al dan niet toestaan van adoptie in de islam.  Het is dus dit is niet geheel onlogisch dat er onder de informanten verdeeldheid heerst aangezien de wet op adoptie binnen de islam zeer complex is.  Volgens de islamitische wet is adoptie in de zin van volledige toe-eigening van een kind door een echtpaar, anders dan de biologische ouders, ten gevolge waarvan het kind alle sociaal-economische en juridische rechten en plichten van een eigen kind verwerft, niet toegestaan.  Een zodanige adoptie zou in strijd zijn met de grondbeginselen van het islamitische familierecht, namelijk met het beginsel van bloedverwantschap en daaruit afgeleide regels zoals sociale regels, erfrecht en huwelijksbeletselen (Shadid & van Koningsveld, 1997, 128).

Het geadopteerde kind heeft dus niet dezelfde wettelijke rechten en plichten binnen het pleeggezin als de biologische kinderen.  Wanneer iemand geen “eigen” kinderen heeft, mag hij zijn pleegkind(eren) alle rechten geven en één derde van zijn erfenis afstaan.  Het betreft hier meestal weeskinderen en vondelingen die worden opgevoed en onderhouden binnen de familiekring.  Vanaf hun puberteit wordt van de mannelijke pleegkinderen verondersteld afstand te bewaren van de vrouwelijke familieleden.  Dit omdat het islamitisch familierecht ervan uitgaat dat het adoptiekind niet rechtstreeks een bloedverwant is van het adoptiegezin en als mogelijke huwelijkspartner kan fungeren.

Wat ook zeer belangrijk is in de islamitische wetgeving omtrent adoptie, is dat de pleegkinderen hun vaders naam moeten behouden.  Dit is terug te vinden in de Koran (33:4-5).  Een uitzondering op deze regel doet zich voor indien de achternaam van het kind niet gekend is.  In dat geval neemt het adoptiekind de naam van de adoptievader over (www.flwi.ugent.be/cie/CIE/abid1.htm).

Ten slotte willen we vermelden dat we weinig weten over hoe de sociale omgeving reageert op adoptie.  Hieromtrent hebben we slechts één reactie gekregen van onze informanten.  Het is zinvol deze reactie ook in het onderzoek op te nemen.  Dit kan enkel aanzien worden als een mogelijke reactie en niet als een algemeen voorkomend gegeven. 

“Maar om dan een kind te adopteren, dat is dan ook zoiets, zo een vreemde in huis.  Dat is ook iets dat gevoelig ligt.  Dat vinden ze heel zielig als je geen kinderen kan krijgen.  Maar ik denk tegenover proefbuisbaby’s en zo, daar staan ze niet zo argwanend tegenover.  Als je geen kinderen hebt, moet je maar alles proberen om dat te hebben.  Ja, ze vinden dat zo zielig.” (Tur, 3de gen, 20, rel)

Een verklaring hiervoor is ook terug te vinden in de wet.  Want hierin staat dat adoptie als een zwaardere overtreding gezien wordt dan kunstmatige inseminatie, omdat daarbij de voortplanting althans via de moeder plaatsvindt, wat bij adoptie niet het geval is (Shadid & van Koningsveld, 1997, 128).
 

3.3.4. “We denken dat als je gehuwd bent dat je dan kinderen moet nemen, als je geen kinderen wil, dat is min.  Dat hoort niet.”

Er is een verschuiving te merken in de evidentie van kinderen hebben naar het bewust kiezen voor (geen) kinderen.  Hieruit volgt dat het nemen van kinderen direct na het huwelijk geen ‘must’ meer is.  Situationele redenen, maar ook steeds meer individuele redenen, bepalen dit fenomeen.  Toch wordt dit nog vaak door de omgeving van het koppel verwacht.  Dit wordt vooral gevraagd om de vruchtbaarheid van beide partners aan te tonen.  Veelal wordt hierin de rol van de schoonfamilie vermeld.  Toch zijn er enkele informanten die zeggen dat huwen automatisch kinderen impliceert en dat bewust kinderloze koppels hoogst onwaarschijnlijk zijn.  Ze zien het huwelijk als dé instantie om een relatie officieel te maken en vinden dat kinderen daar automatisch moeten uit voortvloeien…  Volgens hen zijn huwelijk en het krijgen van kinderen onlosmakelijk met elkaar verbonden.  ‘Waarom zou je anders huwen?’  De kinderwens is volgens hen de hoofdreden voor het aangaan van een huwelijk.  Dit toont het belang van kinderen in een islamitisch gezin aan.  Er wordt ook een evolutie gesignaleerd van grote gezinnen ten voordele van kleinere gezinnen.  De voorkeur voor een bepaald geslacht lijkt in de gemeenschap nog latent aanwezig. 

Doordat het belang van kinderen centraal staat in een islamitisch gezin is ook onvruchtbaarheid een geladen onderwerp.  Het gevaar voor ‘uitsluiting’ en ‘roddelen’ is reëel.  Een steriel koppel wordt vaak als zielig beschouwd.  Alternatieven om toch aan de kinderwens te voldoen zijn vruchtbaarheidsmethoden onder medische begeleiding en adoptie.
 




3.4. Invloeden op het omgaan met seksualiteit

Tenslotte sluiten we het onderzoek af met de invloeden op omgaan met seksualiteit.

Drie invloeden werden spontaan door de meisjes zelf aangehaald: religie, opvoeding en sociale controle.

Religie heeft voornamelijk een invloed op de maagdelijkheidsnorm, relaties, het huwelijk en de vrijheid volgens de moslimmeisjes.  Het is moeilijk te achterhalen in hoeverre religie een beïnvloedende factor is, aangezien het verweven is met traditie en cultuur.  Het is dus met andere woorden niet duidelijk of de islam als religie of de islam als cultuur invloed heeft op het leven van de moslimmeisjes.

Cultuur en traditie worden samen met religie doorgegeven via de opvoeding van de kinderen.  De ouders en hun manier van opvoeden bepalen dan ook mee de manier van denken en handelen van de moslimmeisjes op vlak van relaties en seksualiteit, althans zo voelen zij het zelf toch ook aan.

Wanneer de meisjes spreken over hun opvoeding doen zij dat in termen van ‘streng’ ten opzichte van ‘vrij’ opgevoed, waarbij een strenge opvoeding meestal gekoppeld wordt aan een ‘traditionele’ en een vrije aan een ‘moderne’.

Bij een traditionele opvoeding zijn de ouders erg gesteld op de waarden en normen van hun thuisland, en willen zij deze ook doorgeven aan hun kinderen.  Een vrije opvoeding lijkt een meer ‘Westerse’ opvoeding te betekenen, waarbij de meisjes meer mogen weg gaan, meer zelf mogen bepalen welke kleren ze dragen en met wie ze contacten onderhouden.  Of de ouders eerder ‘traditioneel’ dan wel iets ‘moderner’ zijn ingesteld, kan volgens de moslimmeisjes mee bepaald worden door de afkomst van hun (groot)ouders, en meer bepaald door het feit of ze afkomstig waren van een stad of van het platteland.  De meisjes waren het er unaniem over eens dat in het algemeen de mensen afkomstig van het platteland veel traditioneler zijn tegenover diegenen die afkomstig zijn van de steden.

Meisjes die vrijer worden opgevoed, lijken daar zeer blij om te zijn en hebben wat medelijden met diegenen die nog zeer streng worden opgevoed.

De meisjes die wij spraken blijken zich vaak wel te verzetten tegen hun ouders wanneer deze zeer traditioneel zijn, maar ze vertellen er ook wel onmiddellijk bij dat ze eerder nog uitzonderingen zijn omdat velen daarin berusten en niet kritisch over hun situatie nadenken.

We kregen ook verhalen te horen van meisjes die van thuis weggegaan waren of van wie er vriendinnen weggelopen waren, omdat ze wilden trouwen met de jongen van hun keuze en dat niet naar de zin van de ouders is.  De dieperliggende oorzaak hiervan ligt dus dikwijls in het onbegrip tussen ouders en kinderen, omdat beide generaties andere normen, waarden en ideeën over het leven hadden.  Enkele meisjes geven in verband hiermee de moeilijkheid aan van tussen twee culturen te leven en te worden opgevoed. 

Ze stellen zelf vast dat er een soort evolutie aan de gang is, waarbij de ouders hun kinderen losser opvoeden naarmate het kind oudere broers of zussen heeft die al wat ‘gerebelleerd’ hebben.

Sociale controle heeft over het algemeen een grote invloed op het doen en laten van de meisjes. 

Ze hebben het gevoel dat ze met allerhande verhaaltjes en leugens in de gemeenschap worden gehouden.  Iedereen roddelt over iedereen.  Als ze zelf niet geven om hun reputatie of zich niets van die roddels willen aantrekken, dan is er nog altijd de eer van de familie waarmee rekening moet gehouden worden.  Volgend citaat verwoordt dit heel goed.  Het is een uitspraak van een 25-jarige Turkse vrouw die op haar negentiende wegliep van thuis voor “de liefde en de vrijheid”, zoals ze het zelf placht te zeggen.  Zij heeft volgende boodschap voor islamitische meisjes en jonge vrouwen. 

“Niet voor jou, direct maar in het algemeen voor alle islamitische meisjes die hier in België wonen die vastzitten in hun cultuur.  Het is misschien een lelijk woord, hé, ‘vastzitten in hun cultuur’, als je iets wilt en je wilt het echt dan kun je dat, kijk naar mij.  De meesten hebben gewoon angst om dat te doorbreken.  Ik ben nu ook gelukkig. Ik ben nu ook gelukkig en ik ben blij dat ik het gedaan heb.  … En hoe groot dat de sociale druk ook is, verhuis dan naar een andere stad, hé.  Hoe moeilijk het ook is.  Maar de meesten zijn gewoon veel te bang … ik kan daar inkomen.  Maar van mij moet je dat eigenlijk anders bekijken hé, wij wonen in B.  Wij hebben zo die sociale druk niet die gemeenschap niet.  Dus had ik daar geen last van maar anders, iedereen kent elkaar en dan kun je nog veel minder doen wat je wil.  Dan zou je eigenlijk echt moeten weglopen van thuis.  Ergens anders gaan wonen, niets meer van je laten horen.  Dat is een grote schande, hé.  De eer van de familienaam.  Dat is ook iets heel belangrijks, de eer in een Islamitische cultuur.  Dan wordt die geschonden hé, als niet alles loopt volgens de wetten en de regels en de tradities van de cultuur dan ben je, ja hoe moet ik het zeggen, een ‘stoute’, hé ja. Niet wel opgevoed, de ouders hebben dan geen goede opvoeding gegeven… de eer is dan geschonden.” (Tur, 2de gen, 25, gn rel)




4. Besluit

Uit dit onderzoek blijkt dat seksuele voorlichting noodzakelijk is om ‘juiste’ informatie omtrent seksualiteit te vernemen.  Binnen de islamitische huiselijke sfeer lijkt openlijk praten over relaties en seks(ualiteit) nog steeds een taboe.  De summiere informatie die in sommige gezinnen gegeven wordt blijft beperkt tot menstruatie, het behoud van maagdelijkheid en de huwelijksnacht.  Er is een significant verschil in de moeder-dochterrelatie voor en na de verloving. 

Het onderwijs wordt aanzien als het belangrijkste informatiekanaal wat seksuele voorlichting betreft.  De manier waarop voorlichting gegeven wordt in het onderwijs wordt door de informanten vaak bekritiseerd.  De grootste kritiek is dat seksuele voorlichting vanuit een té Westers standpunt wordt bekeken en daardoor weinig aansluit bij de eigen leefwereld.  Het verenigen van oude en nieuwe waarden omtrent seksualiteit is niet altijd vanzelfsprekend.  Andere variabelen zoals didactisch materiaal, vertrouwensband, geslacht en leeftijd… zijn bepalend voor het verloop van de voorlichting.

Vrienden en vrouwelijke familieleden zijn naast het onderwijs de belangrijkste informatiebronnen.  Naargelang de situatie vertellen de informanten meer over seksualiteit tegen Vlaamse of islamitische vrienden.  Ook de partner en de eigen levenservaring worden gezien als informatiebron.  Media en eerstelijnsvoorzieningen zijn elementen die ook worden aangesproken.  Deze laatste krijgen evenwel de kritiek dat ze té cultuurspecifiek werken en daardoor te weinig tegemoetkomen aan de noden van de doelgroep.

Ondanks de eventuele voorlichting thuis, de seksuele opvoeding op school of via andere informatiebronnen blijken er misverstanden of leemtes te zijn in de seksuele opvoeding bij islamitische meisjes en jonge vrouwen.

In het algemeen wordt dus het geven van seksuele voorlichting belangrijk geacht.  Voor hen persoonlijk is seksuele voorlichting niet altijd een prioriteit, maar het wordt wel belangrijk geacht voor de Vlaamse leeftijdsgenoten en het algemene belang.  Ze vinden het ook belangrijk dat hun kinderen later voldoende voorgelicht worden. 

Relatievorming is een belangrijk aspect in het leven van de informanten.  Een vriendenkring is voor de meesten een ‘must’.  De vriendenkring bestaat voornamelijk uit vrouwelijke familieleden en vriendinnen.  (Openlijke) omgang met jongens wordt vaak vermeden uit angst voor een ‘slechte’ reputatie.  Zowel bij hun vrienden als bij hun partner is betrouwbaarheid een belangrijke eigenschap.

Een partner ontmoeten, gebeurt op vele manieren.  Dit blijkt niet altijd probleemloos te verlopen.  ‘Zeg het aan niemand’… is hierin de teneur. 

Zelf een partner kiezen is veelal een wens, maar vaak geen vanzelfsprekendheid.  Ook willen de meisjes hun partner leren kennen.  Dit dient evenwel binnen bepaalde grenzen te gebeuren. 

De ‘grens der maagdelijkheid’ mag zeker niet overschreden worden.  Maagdelijkheid is een centrale waarde, maar iets dat vooral van meisjes wordt verwacht. 

Over het algemeen ervaren de meisjes een zekere ambiguïteit in deze materie: “Een partner hebben mag, een relatie hebben mag niet!” 

Eenmaal er een partner is, is er een huwelijksverwachting vanuit de omgeving.  Ook de meisjes slaan het huwelijk hoog aan.  Samenwonen is voor velen geen probleem meer, maar wordt niet altijd geaccepteerd door ouders en omgeving.

De religieuze voorwaarde is de best gekende huwelijksvoorwaarde en dit vertaalt zich in de, al dan niet vrijwillige, keuze voor een islamitische partner.  Met sommige huwelijksplichten gaan ze niet altijd akkoord.  Vooral met gehoorzaamheid aan de echtgenoot hebben ze een probleem.  De meest voorkomende huwelijksvorm is het min of meer gearrangeerde huwelijk.  Gedwongen huwelijken vinden ze veelal onaanvaardbaar. 

Homoseksualiteit ligt volledig in de taboesfeer.  Het taboe rond echtscheiding wordt langzamerhand doorbroken, maar blijft nog steeds iets dat beter niet wordt gedaan.

Anticonceptie is vrij goed gekend door de informanten.  De meeste gekende voorbehoedsmiddelen zijn ‘de pil’ en het condoom.  Er is een groot verschil in houding ten aanzien van anticonceptiegebruik voor en na het huwelijk.  Het bestaan van misvattingen omtrent anticonceptiegebruik is vrij reëel.  Het aandeel van het vrouwennetwerk hierin is groot.  Sterilisatie is gekend, de houding er tegenover is ambivalent.

Wel wordt bewuster gekozen voor het al dan niet krijgen van kinderen.  De meningen over een bewust kinderloos huwelijk zijn verdeeld.  Er is evolutie merkbaar van grote gezinnen ten voordele van kleinere gezinnen. 

Onvruchtbaarheid is een geladen onderwerp.  Mogelijke alternatieven zijn vruchtbaarheidsmethoden onder medische begeleiding en adoptie. 

De informanten zeggen principieel tegen abortus te zijn, maar sommigen zien naast de islamitische wetgeving, waarin abortus wel mag onder bepaalde voorwaarden, ook nog andere omstandigheden waarin abortus aanvaardbaar is.  Anderen zijn dan weer tegen abortus in elke situatie.

Religie is evenals cultuur, traditie, opvoeding en sociale controle een beïnvloedende factor op de relatie- en seksualiteitsbeleving van de meisjes.  Het aandeel in de beïnvloeding van de islam als religie en dat van de islam ais cultuur is niet duidelijk af te bakenen.  Religie en cultuur zijn met elkaar verweven.  Er is een enorme sociale controle die het doen en laten van de meisjes beïnvloedt.  Vooral om hun reputatie en de eer van de familie hoog te houden, worden ze als het ware gedwongen hiermee rekening te houden.

 

________________________________

 • INDEX • BRONNENLIJST • CIE-INDEX •

Webmaster

Laatste update: 19 februari 2007