De Standaard Online,
woensdag 21 maart 2007
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=UT191KRH&kanaalid=342
Een passie voor schoonheid
© Hugo Maertens.De islamkunst streeft naar een ideale harmonie. De schoonheid van zelfs de
meest alledaagse dingen - een vaasje, een tegel, een tapijt - weerspiegelt
een diep verlangen naar de perfectie van God. Jan Van Hove.
Mieke Van Raemdonck is conservator van de afdeling Islam bij de
Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel.
Bij het grote publiek wordt de kunst van de islam vooral geassocieerd met
het vermeende verbod op het afbeelden van de menselijke figuur. Niet de
schilderkunst, maar de kalligrafie of het schoonschrift is voor de moslims
de belangrijkste kunstvorm. Ook met hun geraffineerde versieringen in de
vorm van geometrische patronen scheerden de islamkunstenaars hoge toppen.
De pracht van hun textiel bekoorde de hele wereld.
"De islamkunst is niet in de eerste plaats een religieuze kunst'', zegt
Mieke Van Raemdonck. "Uiteraard hebben zij wel een gebouw voor de
eredienst. Maar in die moskeeën vind je, op een koranstaander na,
nauwelijks specifiek meubilair of rituele voorwerpen zoals in de
christelijke kerken. Er is geen speciale iconografie over Mohammed die
beantwoordt aan onze voorstellingen van Christus en de heiligen, en God is
onvoorstelbaar."
Wat telt, is het boek, de Koran waarin het goddelijke woord aan Mohammed
geopenbaard werd. Het belang van dat boek, dat op grote schaal gekopieerd
werd bij het verspreiden van de islam, verklaart het uitzonderlijke
aanzien van de kalligrafie. Tal van voorwerpen en gebouwen zijn versierd
met inscripties. "Wie mooi schrijft, wordt geacht; wie niet mooi
schrijft, valt door de mand. Dat is voor een stuk vandaag nog altijd zo'',
zegt Van Raemdonck.
Het verbod op afbeeldingen heeft te maken met de context waarin de islam
opkwam. In de tijd van Mohammed vierde in Mekka het polytheïsme hoogtij.
Heel wat godheden werden er vereerd, wat uiteraard in strijd was met het
geloof in de ene God, Allah. Daarom staat in de Koran dat de afgodsbeelden
of 'offerstenen' een gruwel van satan zijn. Volgens de traditie predikte
Mohammed dat alleen God de wezens een ziel kon geven.
Het was dus in de eerste plaats de afgoderij die geviseerd werd, niet de
afbeelding van de figuur op zich. Er komen dan ook wel degelijk figuren
voor in de islamkunst. Zo zijn sommige badhuizen aan de binnenkant met
naakten beschilderd, en vorstelijke ateliers vervaardigden schitterende
miniaturen om handschriften te verluchten, bijvoorbeeld met
jachttaferelen, scènes uit de literatuur of zelfs erotische
voorstellingen. Het idee om hun handschriften te illustreren, ontleenden
de Arabieren aan de oudheid. Arabische wetenschappers speelden een
belangrijke rol bij de bewaring en verspreiding van antieke teksten, die
vaak illustraties bevatten.
"Mij treft in de islamwereld een oprecht en bescheiden zoeken naar
schoonheid'', zegt Van Raemdonck. "Ook het eenvoudigste object proberen
zij zo mooi mogelijk te maken. Het onderscheid dat wij in het Westen in
het leven riepen tussen schone kunsten en sierkunst, kennen zij niet. Voor
hen telt het geheel. In de ateliers aan de hoven werkten kalligrafen,
wevers en miniatuurschilders naast elkaar. Niet voor niets hadden de
ontwerpers van de art nouveau, die ook van een totaalkunst droomden,
zoveel interesse voor de islam."
Bijzonder bedreven waren de ateliers in het textiel. De islamlanden lagen
aan de grote handelsroutes tussen Europa en het Oosten. Tal van
luxeproducten zoals zijde, edelstenen, kleurstoffen, porselein en
specerijen, maar ook ontdekkingen en ideeën, vonden via die routes hun
weg. Vooral de zijde, die oorspronkelijk uit China kwam, was enorm in
trek.
"De zijde was een kapitaal gegeven in de economie'', zegt Van Raemdonck.
"Je kunt de impact ervan vergelijken met de automobielindustrie van
vandaag. Iedereen had zijn specialisatie. Op bepaalde plaatsen werden de
rupsen gekweekt. Een paar honderd kilometer verder werd de zijde
gesponnen. Nog ergens anders had je de weverijen. De hoge vlucht van het
textiel had te maken met de liefde van de islamwereld voor mooie kleren.
Kaliefen schonken complete sets met kleren aan hun medewerkers bij wijze
van betaling. Je moest mooi zijn om voor de vorst te verschijnen."
De grote bloeitijd van de islamkunst is te situeren tussen de negende en
het einde van de vijftiende eeuw. Uit twee belangrijke bronnen, de
Byzantijnse kunst en de artistieke erfenis van de Perzen, ontstond
geleidelijk een nieuwe traditie. Maar het zou verkeerd zijn de
islamwereld, die zich uitstrekte van Spanje tot India, als één homogeen
blok te beschouwen. Er bestonden grote regionale verschillen. Steeds
nieuwe dynastieën gebruikten de kunst om hun macht en rijkdom te etaleren.
De kunstenaars volgden de politieke ontwikkelingen en reisden vaak van het
ene hof naar het andere. Door die mobiliteit ontstond er een zekere
eenheid in de islamkunst.
Opvallend zijn de geometrische patronen in de decoratie van gebouwen,
tapijten en objecten. Die geometrie weerspiegelt de orde van het
universum. Zij drukt een verlangen uit naar de ideale harmonie en het
perfecte evenwicht van God. Daarbij staat steeds het geheel voorop. Niet
de schoonheid van een letter, een woord of een regel, maar de schoonheid
van de hele bladzijde is van belang.
Veel kunstenaars en vaklui bleven anoniem, zoals de middeleeuwse
ambachtslui in Europa. Toch waren er buitengewone persoonlijkheden die
door een hele groep leerlingen werden nagevolgd en van wie de naam nog
steeds klinkt als een klok. Drie grote kalligrafen - Ibn Muqlah, Ibn
al-Bawwab en Yaqut al-Mustasimi - zijn in de hele islamwereld bekend en in
Iran is een miniatuurschilder als Behzad even beroemd als een Michelangelo
of een Rubens bij ons.
"De islamkunst is een gemeenschapskunst'', zegt Van Raemdonck. "In een
liefdesverhaal gaat het de dichter minder om individuele emoties dan om
archetypen waarin iedereen zich kan herkennen. De kunstenaars proberen de
werkelijkheid niet te herscheppen of weer te geven, maar gaan op zoek naar
de essentie. Zo zijn de befaamde arabesken afkomstig van de wijnranken uit
de antieke kunst, die de Arabieren geabstraheerd hebben."
Na een renovatie van de zalen gaat de afdeling Islam in februari 2008 weer
open voor het publiek. |