"Wortels van de Islam"

Een Beknopte Historische Introductie

door Herman De Ley (©)

CIE-INDEX • INDEX • DEEL 1 • DEEL 2 • DEEL 3 • DEEL 4 • DEEL 5 • DEEL 6 • DEEL 7 • DEEL 8 • Literatuurlijst • Arabische Index



Inhoudstafel
 

Woord Vooraf

Inleiding: Moslimse & Westerse Geschiedschrijving van de Islam

Noot (a): Pre-islamitisch Arabië;
Noot (b): Islam en (post)tribalisme.

Chronologie

1. 'Kinderen van Abraham'

1.1. Religie en Politiek
1.2. Joden en Christenen
1.3. De Dhimma

2. Muhammad, Gezant en Profeet van God

3. Islâm: Overgave aan de éne God

4. Qur'ân: Gods Woord als Tekst

4.1. Hedendaagse Koranstudie
4.2. De tijdsdimensie van de 'neerzendingen'
4.3. De Vulgaat
4.4. Periodisering
4.5. De esthetische dimensie van de Koran

5. Moslim-zijn: Geloven en het Schone Doen (îmân, islâm, ihsân)

6. De Vijf 'Pijlers' (arkân)

6.1. Salât: Plichtgebed

6.1.1. Het gebedsritueel
6.1.2. Rituele reiniging
6.1.3. De moskee
6.1.4. De besnijdenis
6.1.5. Andere gebeden

6.2. Zakât: Armenbelasting
6.3. Ramadân: Vastenmaand
6.4. Hajj: Bedevaart
6.5. Shahâda: Geloofsbelijdenis
6.6. Epiloog

7. Jihâd als "6de Pijler"

7.1. Sociologisch en theologisch
7.2. Terminologisch

8. Sharî ca ('Weg') en Fiqh ('Recht')

8.1. Moralisering van het menselijk (samen)leven
8.2. Sharî ca versus Fiqh
8.3. Fiqh als sharîca
8.4. Moslim- versus westers recht?

9. Rechtsgeleerdheid (cilm al-fiqh) en Rechtsscholen

9.1. Algemeen
9.2. De Vormingsjaren 
9.3. Religie en Ideologie
9.4. De 'Founding Fathers'
9.5. De Vier Rechtsscholen  (madhâhib)
9.6. Epiloog

10. Epiloog: Mens- en Maatschappijvisie:

10.1. Inleiding
10.2. De Gemeenschap (al-umma)
10.3. God
10.4. De Mens (al-insân)

LITERATUURLIJST

INDEX VAN ARABISCHE TERMEN

Woord Vooraf (2007)

Op deze en volgende web pagina's publiceren we de herwerkte versie van een algemene inleiding tot de islam. Ze maakte deel uit van een ruimere syllabus ten behoeve van het opleidingsonderdeel, "Vergelijkende Godsdienstwetenschap II", 2de lic. Vergelijkende Cultuurwetenschap, maar tevens ondersteunde ze het vak, "Islam in de Europese Lekenstaat", in de Morele Begeleiding (voormalige optie in de Moraalwetenschappen), 1e licentie, alsook het onderdeel "Het Klassieke Arabische Denken", in de "Geschiedenis van de Oude en Middeleeuwse Wijsbegeerte", 1e en 2e lic. Wijsbegeerte - alle aan de Universiteit Gent (UG).

Deze syllabus steunt op ouder materiaal maar heeft daarnaast toch ook nieuwe publicaties verwerkt. Hij beoogt een al bij al beknopte en selectieve, historische inleiding te geven die in de eerste plaats bestemd is voor de doorsnee, niet-moslim student van voormelde opleidingen, maar die tegelijkertijd toch ook 'aanvaardbaar' is voor moslimstudenten en -lezers, of mensen van moslimafkomst. 'Aanvaardbaar' in de mate dat het hier weliswaar niét gaat om een inleiding vanuit een gelovig standpunt ten behoeve van gelovigen - de auteur is noch moslim noch christen noch 'gelovig' tout court -, maar wel om een beschrijving die (1) de gangbare vooroordelen en stereotypes inzake islam en moslims op wetenschappelijke gronden wil doorprikken en (2) kwetsende of ergernis wekkende manieren van voorstellen zoveel mogelijk wil vermijden. Dat betekent niet dat wij hier een of andere 'orthodoxie' slaafs willen navolgen, of bestaande meningsverschillen en controversen onder moslimauteurs uit de weg zouden gaan. Het bestààn van die meningsverschillen en discussies - positief geformuleerd: de rijkdom en diversiteit van het moslimdenken - is juist een belangrijk gegeven in het doorbreken van het stereotype, islamofobe beeld over de islam als een starre, onveranderlijke en monolithische religie.

Bedoeling moet zijn, finaal, om vanuit het oogpunt van godsdienstgeschiedenis en -sociologie islam op een gelijkaardige manier te beschrijven als andere godsdiensten. De these meer bepaald van het zgn. 'exceptionalisme' van de islam, these die zowel door vele westerse als door vele moslimauteurs wordt gehanteerd, is slechts in betrekkelijke zin aanvaardbaar: nl. dat categorieën en concepten die het product zijn van de particuliere, historische ontwikkelingen in 'christelijk' West-Europa, niet zo maar kunnen 'opgelegd' worden aan de islamwereld (bv. 'secularisme').

Algemene, theoretisch-filosofische uitgangspunten van de auteur zijn:

(a) de afwijzing van elk essentialisme: 'de islam', als een unieke en onveranderlijke wezenheid, bestaat niet, althans niet op deze aarde;

(b) het (in oorsprong Marxse) paradigma, zoals dat ook nog door Mohammed Arkoun geformuleerd is: religies produceren geen maatschappijen, maar maatschappijen produceren religies;

(c) de overtuiging (vanwege een vrijzinnige) dat de mens een 'homo religiosus' kan genoemd worden, althans in de zin dat hij of zij een of ander, al dan niet confessioneel, 'zingevingsverhaal' nodig heeft, alsook het contact (al dan niet geritualiseerd) met een 'algemene zijnsorde', om àls mens - dus: menswaardig - te kunnen leven, en

(d) dat godsdienstvrijheid bijgevolg één van de fundamentele mensenrechten is, waarbij niémand de Waarheid 'in pacht' heeft.

Het gepresenteerde overzicht vertoont vele lacunes. De meest ernstige is ongetwijfeld dat de mystieke kant van de islam (nog) niet aan bod komt [maar zie daarover nu op deze site]. De toekomst zal hierin verbetering brengen, hopen we. Voor de rest hebben we ons ook toegespitst op de majoritaire, soennitische islam, alsook eerder op de 'schriftuurlijke' dan op de volkse islam (de zgn. 'kleine traditie', in onderscheid met de 'grote traditie'). In dit soort van introductie, dat vooral beoogt bij de doorsnee Vlaamse intellectueel-in-spe de nodige openheid en empathie te creëren voor een geloof dat ten onrechte als niet-, of zelfs anti-Europees wordt voorgesteld, kunnen we moeilijk al te veel uitweiden. We moeten volstaan met op te merken dat (zoals al gezegd) 'dé islam' niet bestaat - net zomin als 'het christendom' bestaat. Wàt bestaat, is de dagdagelijkse, minder of meer intense en devote, religieuze beleving en beoefening ervan door concrete, individuele mensen, in al hun diversiteit. De waarden en normen, die op het eerste gezicht zo onaantastbaar en onveranderlijk lijken, want gebaseerd op de goddelijke Schrift en de Sunna van de Profeet, worden in deze dagelijkse praxis wel degelijk voortdurend geïnterpreteerd, genegotieerd en gereproduceerd - en dus ook vernieuwd en veranderd. Trouwens, mocht dat niet (meer) gebeuren, dan zou er ook geen 'islam' meer zijn (God zelf - zou de gelovige kunnen zeggen - weet dat maar al te goed: waarom anders zou Hij gebruik hebben gemaakt van individuen, met hun particuliere hoedanigheden en vermogens, waaronder hun taal- en begripsvermogen, om Zijn 'verbond' met de mensheid telkens te hernieuwen?). Tenslotte, ook 'de moslim' bestaat niet - althans niet in de zin dat hij of zij in al zijn of haar handelingen, al zijn of haar maatschappelijke rollen, al zijn of haar gedachten en verwoordingen, zijn of haar identiteit rechtlijnig, eenduidig en integraal door (zijn of haar begrip van) de gezaghebbende geloofsbronnen zou bepaald worden. Iédere mens, dus ook een 'moslim(a)', is (veel) méér dan wat hij of zij gelooft en belijdt - vandaag méér dan ooit. We mogen mensen die zich tot dit geloof bekennen, derhalve niet "opsluiten" in of herleiden tot hun moslim-zijn.

Deze cursustekst beoogt geen oorspronkelijkheid. Wel wil hij moslims en hun geloof au sérieux nemen. Een onmisbare vereiste daartoe is dat wij ook de grondlegger ervan, de profeet Muhammad, au sérieux nemen: d.w.z. dat we, of we nu zelf (christelijk of joods of anders-) gelovig zijn of ongelovig zijn, wij de authenticiteit en integriteit aanvaarden van zijn religieuze ervaring: in tegenstelling tot wat de christelijke traditie tot een diepgeworteld westers stereotype heeft gemaakt (ook en vooral bij vrijzinnigen), was Muhammad géén "impostor" of "valse profeet".

De syllabustekst wordt om praktische redenen (snelheid van opladen) gepresenteerd in een aantal onderdelen. De noten worden gegroepeerd bij hun respectievelijk onderdeel. De gebruikte literatuur wordt reeds via korte verwijzingen (met uitzondering van de eerste maal) in tekst en noten aangegeven. Aan het slot, wanneer de hoofdstukjes voorlopig afgewerkt zijn, wordt zij op een aparte pagina in een literatuurlijst alfabetisch en met de nodige details ter verdere consultatie weergegeven (Literatuurlijst ). Voor de Korancitaten hebben we gebruik gemaakt van zowel de oudere vertaling van Kramers (K) als de nieuwere van Fred Leemhuis (L). Dat we hierbij per citaat a.h.w. onze persoonlijke voorkeur hebben laten spelen, is niet vrij van enige willekeur, maar het drukt de lezer(es) tegelijk toch ook met de neus op het feit dat het hier slechts om anderstalige 'weergaven' van de inhoud gaat, die de authentieke Arabische tekst nooit kunnen vervangen. Arabische termen en namen, tenslotte, zijn getranscribeerd volgens de meest gangbare, internationale manier (voor Nederlandstaligen moet misschien gespecificeerd worden dat de letter "j" uit te spreken is als [dj]), maar meestal zonder de diakritische tekens die nodig zijn om de klankvariaties tussen gelijkgeschreven consonanten correct weer te geven.

De auteur nodigt moslim- en niet-moslimlezers uit kritisch te reageren via e-mail .
 

Graz, 22 februari 2007 (nadat de auteur een half jaar geleden zijn "hijra" heeft gemaakt, vanuit België).
 

PS De achtergrondillustratie op de border berust op een foto van het immense tentenkamp tijdens de jaarlijkse hajj. Na de (7-malige) ommegang van de Ka'ba en ren tussen Safâ en Marwa, wordt het kamp opgeslagen in Minâ, buiten Mekka. Zie URL: http://www.flwi.ugent.be/cie/hdeley/images/mekka_tenten.jpg en kap. 6.4.

 





Firefox 3

© Herman De Ley 2008.     Contact: herman.deley@UGent.beUpdate: 16 november 2008

CIE-INDEX • INDEX • DEEL 1 • DEEL 2 • DEEL 3 • DEEL 4 • DEEL 5 • DEEL 6 • DEEL 7 • DEEL 8 • Literatuurlijst • Arabische Index