|
Prof. Dr. Abdoldjavad
Falaturi (1926-1996) in Memoriam. |
Inhoudstafel
Editoriaal
Woord Vooraf
Noot van de vertaler
Enkele richtlijnen voor de lezer
Overzicht van de centrale leerstellingen in de islam:

1.
Islam
2.
God
3.
De Mens
4.
De Koran
5.
Muhammad
5.1. Kindsheid en jeugd
5.2.
Beroepsopleiding en stichting van een gezin
5.3. Muhammads roeping; de tijd in Mekka
5.4. Muhammads hijrah (emigratie) en zijn tijd
in Medina
5.5. Muhammad en zijn relatie tot de polytheïsten,
joden en christenen
5.6. Muhammads levenswijze
6.
Umma
(gemeenschap)
6.1. Algemeen
6.2. De islamitische staat
6.3. De Sharî‘a
6.3.1. Verklaring van de termen
6.3.2. Sharia - de vijf pijlers (arkân)
6.3.3. Sharia - Strafrecht
6.4. De Positie van
de Vrouw
6.5.
Jihâd
- de ‘heilige’ oorlog
7. Islam en Minderheden
8. Missionering, Verbreiding van de Islam en
Fundamentalisme
|
Editoriaal bij de Engelse vertaling
Het
Centre for the Study of Islam and Christian-Muslim Relations, kortweg CSIC
[nu opgenomen in het departement Theologie van de Universiteit van
Birmingham, NvdR], heeft als hoofdprincipe bij zijn onderwijs en
onderzoek steeds voor ogen gehouden dat elke religie zou moeten
bestudeerd en begrepen worden vanuit haar eigen vooronderstellingen, vooraleer
zelfs
maar de meest timiede poging kan ondernomen worden de ene godsdienst met de andere te
vergelijken of te bekritiseren. Parallel met dat principe stond de
overtuiging dat ernstige persoonlijke en academische interactie tussen de
aanhangers van beide tradities essentieel is, indien men wil komen tot het
afbouwen van de historisch gegroeide, wederzijdse demonisering.
Een
voortdurende voedingsbodem voor het in stand houden van die wederzijdse
demonisering wordt gevormd door de inhoud en de onderliggende vooroordelen gangbaar
in de klaslokalen van basis-
en middelbare scholen. In deze omgeving spelen schoolboeken een belangrijke
rol - niettegenstaande hun impact in Europa van land tot land verschilt,
afhankelijk van de aard en graad van bureaucratische en politieke controle
over het individuele schoolcurriculum, de hulpmiddelen bij het lesgeven,
het schoolmanagement en de opleiding van leerkrachten.
Het
is geen toeval dat een project om schoolboeken aan een
systematische kritiek te onderwerpen wat hun islamitische inhoud betreft,
van start ging in het
vroegere West-Duitsland.
Traditioneel was er in Duitsland een systeem waarbij de staatsautoriteiten,
belast met het onderwijs, de inhoud en keuze van schoolboeken bepaalden. De kennis die
werd opgedaan door een systematische analyse van de boeken in zulk een
gestructureerd systeem is verzameld in deze kleine bundel. Uiteraard
zullen zich onder moslims verschillende strekkingen bevinden die niet
akkoord zullen gaan met minder belangrijke punten uit deze voorstelling,
en uiteraard zijn de auteurs verantwoordelijk voor de hier gepresenteerde
opvattingen.
Het
project is sedertdien overgenomen door andere Europese landen, waaronder
Groot-Brittannië.
Wij
geloven dat dit boekje zowel dienstig zal zijn als een basisintroductie in
de islamitische leer én als een instrument voor het evalueren van de
voorstelling van islam in de vele schoolboeken en onderwijsmaterialen die
gangbaar zijn.
Prof. Dr Jørgen
S. Nielsen
Director
of the
Centre for the Study of Islam and Christian-Muslim Relations
Selly Oak Campus
Birmingham University, UK.
Website van het CSIC:
http://www.bham.ac.uk/theology/csic/
|
Woord Vooraf
We
leven in een tijd van noeste inzet voor de eenmaking van Europa. In een
dergelijke context krijgt de aandacht voor de belangrijke
gedachtestromingen van de mensen die hun thuis hebben in deze regio een
bijzondere betekenis. In die regio, waarvan de cultuur gevormd werd door de
tradities van het westerse christendom, wordt gewoonlijke onvoldoende
aandacht geschonken aan het feit dat in Europa meer dan twintig miljoen
moslims gevestigd zijn (Turkije niet
meegerekend), en dat de islam er niet langer een ‘vreemd’, extern fenomeen is,
zoals in de voorafgaande eeuwen. Hij vormt integendeel een element binnen de Europese cultuur,
die hij op zijn beurt helpt vorm te geven. Het in
ogenschouw nemen van die culturele stroming moet wel degelijk gerekend
worden tot de grote uitdagingen voor een op begrip gebaseerd en vreedzaam
samenleven van de mensen binnen Europa.
Alle instituties en
individuen die verantwoordelijkheid dragen voor opvoeding, opleiding,
cultuur en maatschappij (en daar zijn onze moslimmedeburgers en hun
instituties in inbegrepen), zien zich geconfronteerd met de historische
opdracht en de onontkoombare verantwoordelijkheid, de vooroordelen uit
het verleden te overwinnen en het pad te effenen voor een harmonieus
samenlevingsmodel.
In dat verband mag men
niet over het hoofd zien dat gedurende eeuwen de ontmoeting tussen het
christelijke Westen en het islamitische Oosten gekenmerkt werd
door machtsstrijd en afwijzing. Is het werkelijk mogelijk de spanningen te
overwinnen, zoals die bestaan tussen de westerse cultuur en de islam,
geworteld als zij zijn in de politieke en ideologische geschiedenis, en
zoals die ook vandaag nog levendig zijn? Het antwoord luidt: enkel door een langdurig
leerproces om elkaar te begrijpen. Dat proces van naar-elkaar-toe-groeien is
enkel mogelijk wanneer alle partijen bereid zijn hun verantwoordelijkheid op te
nemen, vooral op het gebied van de opvoeding van de jongeren. Een
essentiële voorwaarde is correcte kennis over onze moslimmedeburgers en, op gelijke wijze, van
de zijde van de moslims de bekwaamheid om, ver verwijderd van de regionale tradities
van hun oorspronkelijke thuislanden, uitdrukking te geven aan het islamitisch geloof
binnen de nieuwe
Europese cultuurruimte.
Gedreven door een gevoel
van verantwoordelijkheid voor de zo nodige multiculturele opvoeding en
opleiding in de vroegere Bondsrepubliek Duitsland, hebben een groot aantal
Duitse geleerden, afkomstig uit verschillende disciplines, zich sinds 1982
ingezet voor het afbouwen van de vooroordelen aan beide zijden. In een omvattend onderzoeksproject, in
het welke schoolboeken (geschiedenis,
aardrijkskunde, protestantse en katholieke religieuze opvoeding enz…)
grondig geanalyseerd werden, hebben ze de aandacht gevestigd op de meest
algemene vooroordelen en misvattingen. De resultaten van dat onderzoek zijn
gepubliceerd in de reeks ‘Studien zur internationalen
Schulbuchforschung’ van het Georg-Eckert Institut für internationale Schulbuchforschung. Zij kunnen informatie en ondersteuning verschaffen
aan allen die zich verantwoordelijk voelen voor de ontmoeting tussen mensen.
Praktische ervaring heeft aangetoond dat deze analyse niet alleen
vooroordelen helpt overwinnen, maar ook in staat is aan de jongere generatie
moslims die hier leven, een nieuwe horizont te bieden voor een
onbevooroordeelde omgang met de
christelijke medeburgers: een resultaat
dat niet hoog genoeg kan worden geschat.
Het succes dat in de
Duitse Bondsrepubliek werd behaald, heeft de leiders van het
project sinds 1988 ertoe aangezet hun onderzoeksprogramma uit te breiden naar
andere Europese landen (West-Europese, en recentelijk ook Oost-Europese
landen). In elk land hebben plaatselijke onderzoekers (dikwijls ook samen met
moslimdeskundigen) het 'International Research Project: Islam in
Textbooks’ ten uitvoer gebracht, als een bijdrage tot culturele
samenwerking tussen moslims en niet-moslims in Europa. Dit
onderzoeksprogramma, onder leiding van prof. Abdoldjavid Falaturi, dr.
Herbert Schultze en prof. Udo Tworuschka, heeft grote bijval gekregen vanwege
internationale organisaties zoals UNESCO en de Raad van Europa.
Het huidige werk biedt
onder de vorm van thesissen de resultaten van jarenlang onderzoek
door talrijke onderzoekers in Europa. Voor
een meer intensieve betrokkenheid weliswaar met islam is het niet geschikt. Gedetailleerde verslag en
uitdieping van de inhoud van dit werk vindt men in de beschikbare
boekdelen van het programma ‘Analyse der Darstellung des Islam, in den
Schulbüchern des Bundesrepublik Deutschland’. Het afbouwen van
vooroordelen en misvattingen en het begrip voor de
medeburger vraagt om correcte informatie en kennis. Die boeken kunnen een
nuttige bijdrage leveren om dat doel te bereiken.
Het voorliggend werkje
stelt zich tot doel, in een geest van wederzijds begrip en culturele
samenwerking, de aandacht te vestigen van alle scholen, opleidingscentra,
leraars, auteurs van schoolboeken, academische instellingen, kerkelijke
en publieke instellingen, alsook islamitisch religieuze en opvoedkundige
centra, op hun wederzijdse verantwoordelijkheid voor vrede onder de volkeren,
op de eerste plaats in Europa, maar ook daarbuiten.
Het is
zonder twijfel het geval dat de zoektocht
naar rechtvaardigheid en vrede en, op basis daarvan, het behoud en de
bescherming van de mensenrechten de kern vormen van de boodschap van de drie
godsdiensten, het jodendom, het christendom en de islam. Die waarden blijven
onveranderd zelfs al
werden ze herhaaldelijk geschonden door volgelingen van ieder van deze
godsdiensten. Het is de taak van de huidige generatie van joden,
christenen en moslims die zich van hun verantwoordelijkheid bewust zijn, elkaar te versterken in het
realiseren van de verantwoordelijkheid voor vrede in Europa en de wereld, in
plaats van inbreuken op die waarden te gebruiken als aanleiding voor nieuwe
onderlinge
strijd. In de geschriften van deze godsdiensten vindt men talrijke
teksten die zulke gemeenschappelijke verantwoordelijkheidszin aanmoedigen.
Er zal geen vrede in de wereld zijn zonder het bewust engagement voor vrede van
de kant van de volgelingen van de grote wereldreligies.
Keulen, augustus
1991 Abdoldjavad Falaturi
|
Noot van de vertaler:
Voor
de citaten uit de Koran werd de Nederlandse vertaling door Fred Leemhuis (Leemhuis,
F. : De Koran, een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in
het Nederlands ; Fibula 1989, 5de druk 1998) geraadpleegd, maar niet
steeds gevolgd, aangezien het de vertaler wenselijk leek zoveel mogelijk
Falaturi's Duitse vertaling
te volgen.
Wat de
transliteratie betreft werd volgend systeem aangehouden :
de
Arabische woorden die in het Nederlands zijn overgenomen en als dusdanig
voorkomen in de woordenlijst Nederlandse taal (uitgegeven door de
Nederlandse Taalunie ; het zogenaamde ‘groene boekje’) zijn in Nederlandse
schrijfwijze weergegeven, dus : koran, soera, soenniet ;
de
andere woorden staan schuin en in een vereenvoudigd transcriptiesysteem.
|
Enkele richtlijnen voor
de lezer
Als
juist wordt beschouwd, wanneer de portrettering van de islam en van
moslims in overeenstemming is met het eigen waarden- en normenbesef van de
islam en met het zelfbegrip van pratikerende moslims.
Uitspraken en oordelen worden als juist beschouwd, als ze in
overeenstemming zijn met de Koran, de sunnah en de rechtsscholen die
ervan zijn afgeleid, en met de erkende theologische richtingen.
Moderne interpretaties van de islamitisch leer zijn ook juist als ze
zijn afgeleid van de Koran en de sunnah.
Het
wordt eveneens als juist beschouwd, de aandacht te vestigen op de
verschillende denkrichtingen, mits men veralgemeningen vermijdt, en op het
verschil tussen wat islamitisch in oorsprong is (dwz afgeleid van de Koran
en de sunnah), en wat zich heeft ontwikkeld als volksgeloof, plaatselijke gewoonten en gebruiken, of als culturele karakteristieken,
zonder basis in de islamitische bronnen.
Het
is eveneens juist het verschil te tonen tussen wat heden wordt
beleden door moslims, of beleden werd in het verleden, hier en in
islamitische landen, naar de ware geest van de islam, en, aan de andere kant,
wat misbruikt werd of wordt in naam van de islam, bijvoorbeeld het misbruik van
jihâd voor politieke doeleinden, de onderwerping van de vrouw, enz.
*****
Beschrijvingen en oordelen moeten beschouwd worden als fout indien ze
in tegenspraak zijn met de islamitische bronnen, de rechtsscholen of de
erkende ideologische scholen.
Fout
zijn beschuldigingen uitgebracht tegen de islam voor polemische doeleinden,
door foutieve conclusies te trekken uit individuele aspecten, bepaalde
ideologische scholen of vormen van gedrag, vooral wanneer ze tegengesteld
zijn aan islamitische bronnen.
Het
is fout indien sommige praktijken in individuele islamitische staten
als maatstaf genomen worden om de religie te beoordelen, wanneer die
praktijken niet kunnen gerechtvaardigd worden onder verwijzing naar
islamitische bronnen.
Het is eveneens
fout het gedrag van individuele moslims als maatstaf te nemen voor de
islamitische praktijk, wanneer het gedrag van dat individu gebaseerd is op
individuele beslissingen of culturele tradities, maar niet is afgeleid van
religieuze bronnen. De ervaring leert dat de belangrijkste reden tot het
verkeerd beoordelen van om het even welke godsdienst het feit is dat
spontane, individuele ervaringen en indrukken, afgeleid van de aanhangers
van de specifieke doctrine in kwestie, als representatief worden
genomen voor algemene doctrinale opvattingen die in overeenstemming
zijn met het wezen van de godsdienst. Zeer vaak worden juist die ervaringen
als de praktijk van de specifieke godsdienst beschouwd, en wordt de
conclusie getrokken dat er verschillen zijn tussen de religieuze doctrine en
de religieuze praktijk. Niettemin is dat een foutieve conclusie. Een voor de
hand liggend voorbeeld maakt dat duidelijk : als een jood, een christen of
een moslim steelt (en dus het gebod overtreedt : ‘Gij zult niet stelen’, dat
de drie godsdiensten gemeenschappelijk hebben), dan volgt daaruit niet dat
diefstal toegelaten of gewettigd is door de religieuze praktijk.
|
|
* Oorspronkelijk gepubliceerd als: "Der Islam im
Unterricht. Beiträge zur interkulturellen Erziehung in Europa", in:
Beilage zu den Studien zur Internationalen Schulbuchforschung, Braunschweig :
Georg-Eckert-Institut, 1992². Zie website:
http://www.uni-jena.de/theologie/Fachgebiete/Religionswissenschaft/f_islbrd.html
Naar het Engels vertaald door Michael Walpole : "A
guide to
the presentation of Islam in school textbooks", Centre
for the Study of Islam and Christian-Muslim Relations
(Birmingham)
t.g.v.
The Islamic Scientific Academy, Cologne ; CSIC Papers : Africa, no.8 ; CSIC
Papers : Europe, no. 8 ; september 1992.
ISBN
0-946931-01-1
Nederlandse vertaling: Astrid Casteels en Herman De Ley.
|
|