|
DOSSIER ISLAMONDERRICHT & MOSLIMS
IN HET KATHOLIEK ONDERWIJS
(bijgewerkte versie, 15/9/2000)
Dezer dagen - opening van het nieuwe schooljaar,
2000-2001 - staat in ons land de godsdienstvrijheid voor moslimouders en
hun kinderen nog maar eens (en nog maar eens in negatieve zin), in het
nieuws: drie katholieke basisscholen in Heusden-Zolder hebben "van vandaag
op morgen" beslist islamonderricht dat er al tientallen jaren verstrekt
werd, van het programma te halen. Meer dan tweehonderd moslimkinderen worden
daardoor verplicht de lessen katholieke godsdienst te volgen. De schooldirecties
argumenteren hun beslissing op "technische" gronden (negatieve inspectie,
te weinig uren, enz.). Verontruste reacties echter uit Limburgse kringen
die begaan zijn met het samen-leven tussen katholieken en moslims, en dus
ook met de groeiende intolerantie en beklemtoning van de eigen identiteit
("wij" versus "zij"), wijzen erop dat er meer aan de hand is.
De ware oorzaak van de malaise in Heusden-Zolder
ligt in het beleid van de Hoofden van de Katholieke Eredienst. Al enkele
jaren geleden heeft men er besloten tot een uitdoofbeleid van het islamonderricht:
het christelijke project van een katholieke school zou onverzoenbaar zijn
met islamonderricht. De pogingen vanuit bisdom en inspectie katholieke
godsdienst om alsnog te bemiddelen in Heusden-Zolder zijn niet zozeer ingegeven
door een bekommernis om de pedagogische belangen van de moslimkinderen
in het katholieke onderwijs, maar vanuit de overweging dat een onmiddellijke
stopzetting niet in overeenstemming is met het bedoelde uitdoofbeleid van
het bisdom (nl.
"uitdoven" wanneer de leerkracht islamitische godsdienst
vertrekt)*.
In de loop van het derde trimester van vorig schooljaar
werden vanuit het Bisdom de verschillende katholieke scholen met islamonderricht
geïnspecteerd. Men stelde vast dat de meeste scholen niet in regel
waren met de wettelijke bepalingen. Die houden in dat men bij het inrichten
van islamonderricht evenveel uren islam moet aanbieden als het aantal uren
katholieke godsdienst (minimum 2 uren, maximum 3 uren per week). De meeste
scholen waren niet in regel met deze bepalingen. Twee van de drie scholen
in Heusden-Zolder hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om het islamonderricht
gewoon stop te zetten; een derde heeft zich daarbij aangesloten, ten einde
"de
school wit te houden" (De Morgen, 1/9). Het schoolbestuur, de participatieraad
en het oudercomité hebben hierbij de ideeën overgenomen die
aan het uitdoofbeleid ten grondslag liggen, nl. de "onverzoenbaarheid"
tussen het christelijke project van een katholieke school en islamonderricht
op die school. De maatregel is dus voor de kerkelijke hiërarchie een
te
bruuske omzetting van wat zij wel degelijk wil.
Binnen de Werkgroep Onderwijs van Kerkwerk Multicultureel
Samenleven, Bisdom Hasselt is bezorgd geargumenteerd dat dergelijke maatregel
schadelijke maatschappelijke gevolgen zal hebben. Reeds in juni 1999 vond
een gesprek plaats met de kerkelijke overheid, maar dat heeft niet mogen
baten. In de werkgroep is men ervan overtuigd dat in deze situatie naar
compromissen moet gezocht worden. Als het katholiek onderwijs zich zo strak
opstelt omwille van haar eigen identiteit (en het nettensysteem aldus versterkt),
dan stuurt zij de moslimouders in de richting van het oprichten van eigen
islamitische scholen. Vele moslimouders en ook vele katholieken wensen
dergelijke evolutie niet. Het zou huns inziens maatschappelijke gettovorming
in de hand werken en dat vinden zij zeker niet wenselijk.
In de drie scholen wordt beklemtoond dat
ze een Vlaamse en katholieke school zijn. In de ene school
(Berkenbos) bestaat een echte bekommernis om de allochtone kinderen; maar
ze heeft 50 % migrantenkinderen en ze vreest een concentratieschool te
worden. De maatschappelijke signalen die aldus gegeven worden vanuit de
katholieke overheid, worden alvast niet misbegrepen door de getroffen "allochtone"
bevolking in Limburg: "ze willen ons hier weg", zo luidt het.
Racisme (wat men ook moge beweren) is niét
het monopolie is van één politieke partij of ideologie. Zo
ook is de bekommernis om de mensenrechten, om pluralisme en verdraagzaamheid
niét het privilegie van één filosofische of levensbeschouwelijke
overtuiging. In het licht van de huidige ontwikkelingen moeten de democratische
krachten in onze samenleving over alle filosofische en levensbeschouwelijke
grenzen en zuilen heen front vormen. Bovenal onze vrienden van Kerkwerk
Multicultureel Samenleven, die volgend seizoen een vormingscyclus inzake
racisme inrichten ("Omgaan met Racisme"),
moeten hier worden aangezocht. Om die reden plaatsen wij op deze site een
klein dossier met enkele belangrijke documenten betreffende de politiek
van de "Hoofden van de Katholieke Eredienst" t.a.v. de plaats in het katholieke
net van allochtone andersdenkenden in het algemeen, en van moslimkinderen
én -leerkrachten in het bijzonder. Voor ons Centrum betekent dit
een bijzonder belangrijke aanvullende bron van informatie - aanvullend
dat is t.a.v. die over het "officiële" of gemeenschapsonderwijs. Zoals
bekend, zijn wij ook ten overstaan van dat officiële net vragende
partij (zie onze tekst, op deze site, "Het Verdriet
van het Moslimkind"). Algemeen lijkt het ons bijzonder belangrijk
dat deze discussies in de openbaarheid worden gevoerd - wat dus
ook impliceert dat beleidsdocumenten publiek toegankelijk zijn.
Ook een door de Staat voluit gefinancierd kerkelijk instituut kan of mag
zich aan deze openbaarheid van bestuur niet onttrekken.
Herman De Ley.
*
Ondertussen
vernamen we dat in Hasselt, in de school van de Bakkerslaan, het islamonderricht
is "uitgedoofd" wegens het vertrek van de leerkracht islamitische godsdienst. |