• INDEX • CIE-INDEX •

Hoofdstuk 4 :

Het belang van een structurele aanpak

1.  De rol van de overheid

In het eerste hoofdstuk heb ik willen aantonen dat racisme bestrijden in Vlaanderen nodig is op maatschappelijk niveau. Het doel van een mentaliteitsverschuiving voorop stellen is een principieel democratische houding die talloze actievormen kan aannemen. Ik heb in hoofdstuk drie vervolgens aangegeven dat het sociaal-cultureel werk een goede manier is om hier professioneel mee bezig te zijn ‘van onderop’: racisme aanpakken op kleinschalig vlak. Scw kan in zekere zin hiermee ook strategisch te werk gaan, door zich te richten op een aantal ‘sleuteldoelgroepen’.

In dit laatste hoofdstuk wil ik aantonen dat de rol van de sociaal-cultureel werker niet op zichzelf staat: ook het beleid heeft hierin haar rol te vervullen. Wil men deze fundamenteel democratische houding integreren in onze samenleving, is het van belang om antiracisme structureel te verwezenlijken. Een grondige aanpak, die sociaal-culturele praktijken kunnen waarmaken op kleine schaal, is onvoldoende. Een structurele aanpak is van belang om tot een blijvende aandacht voor antiracisme in de hele samenleving te komen. Om dit waar te maken, is een gericht beleid noodzakelijk.

De volgende paragraaf, gebaseerd op een theorie van Hans Bellaart [1], geeft aan wat een structurele aanpak is: beleid en activiteiten dienen op elkaar afgestemd te zijn. Vervolgens wordt dit toegepast op het huidig bestrijden van racisme in Vlaanderen. Aan de hand van een aantal exemplarische voorbeelden, wil ik aantonen aan welke voorwaarden voldaan dient te worden om van een volwaardige democratische, antiracistische actie te kunnen spreken op samenlevingsniveau. Het vierde punt vat dit samen.

 

2. Veranderingsprocessen: beleid en actie

2.1 Structureel werken aan veranderingsprocessen

Zoals in hoofdstuk twee werd aangegeven, is antiracisme een principiële actie die op talloze manieren vormgegeven kan worden. Wanneer het doorgetrokken wordt op maatschappelijk niveau, wordt antiracisme in feite een politieke strijd om meer democratie. Hoe die strijd gevoerd wordt, kan talloze vormen aannemen. Alleszins draait alles om een mentaliteitsverschuiving, om een veranderingsproces in onze maatschappij.

Volgens Hans Bellaart[2] kunnen ingrijpende veranderingsprocessen enkel slagen wanneer activiteiten en beleid elkaar ondersteunen. Hij zet deze visie om in de vorm van een schema, dat aanduidt op welke manieren de wederzijdse beïnvloeding van actie en beleid vorm kan aannemen. Bellaart reikt het schema aan voor intern interculturaliseringsbeleid van Nederlandse instellingen. Het gaat om het in kaart brengen van de verschillende manieren waarop instellingen een interculturaliserings-proces doormaken en hoe hun activiteiten en beleid op elkaar afgestemd zijn. Wanneer het beleid van een organisatie gerichte acties ondersteund, zo stelt hij, kan een veranderingsproces blijvend zijn, omdat er blijvende aandacht is voor een bepaalde richting die wordt ingeslagen. Dit noemt hij in zijn concreet werk integratie van interculturalisatie.

Bellaarts theorie valt niet alleen toe te passen op het niveau van organisaties of op vlak van interculturaliseringsprocessen, maar ook op het niveau van de maatschappij en op andere soorten fundamentele veranderingsprocessen. Ik gebruik hier zijn schema om maatschappelijke verandering in de richting van antiracisme een theoretisch kader geven. Het gaat hier dus om de structurele aanpak van antiracisme op maatschappelijk niveau. Vooraleer ik verder inga op het veranderingsproces van antiracisme, geef ik hier de theorie van Bellaart weer op een algemenere wijze.

Bellaarts stelling is dat “activiteiten en beleid op elkaar afgestemd moeten worden om te komen tot een samenhangend veranderingsproces gericht op integratie van [bepaalde] aspecten binnen het beleid van de instelling.”[3] Hoe meer beleidsmaatregelen bestaande initiatieven ondersteunen, of hoe meer ‘innoverende’ beleidsbeslissingen effectief worden omgezet in de praktijk, des te fundamenteler zal het beoogde veranderingsproces plaatsvinden.
 

2.2. “De vijf i’s”

Bellaart geeft zijn theorie weer in onderstaand schema. Er zijn twee belangrijke actoren in veranderingsprocessen: de beleidsmakers en de organisatoren van activiteiten. De beleidsmakers kunnen gerichte beleidsmaatregelen nemen. Dit wordt voorgesteld op de X-as. De hoeveelheid aan activiteiten wordt voorgesteld op de Y-as. De pijl tussen de twee assen stelt het veranderingsproces voor waarbij beleid en activiteiten idealiter op elkaar afgestemd zijn.

Schema 1: Het “5 i-model” van Bellaart[4]

Het schema dient in dit geval niet gelezen te worden op het niveau van een interne organisatie, maar op maatschappelijk niveau. Het beleid staat hier voor het overheidsbeleid en activiteiten staan hier voor alle initiatieven die worden genomen in de richting van de bedoelde verandering. Onder punt 3 zal ik een aantal antiracisme-initiatieven in dit schema plaatsen voor het thema dat ik behandel.

De vormen die de combinaties van de actoren kan aannemen, resulteren in “de 5 i’s”:

- Wanneer er geen initiatieven en geen beleidswil bestaan voor een bepaalde verandering, is er sprake van inertie.

- Initiatie, of een beginnende afstemming tussen de twee actoren vind je wanneer er initiatieven bestaan en er een beginnende politieke wil is die in beleid wordt omgezet.

- Afstemming tussen de actoren kan ook afwezig zijn. Wanneer initiatieven worden genomen die los staan van het beleid, zijn ze geïsoleerd. Er is sprake van ‘hobbyisme’: losstaande initiatiefnemers die weinig onderlinge samenhang vertonen.

- De intentie tot verandering blijft soms enkel daarbij. Beleid wordt niet vertaald in de praktijk. Het staat wel vrij bekend, maar niemand neemt er verantwoordelijkheid voor. Het gaat hier om ‘het woord zonder de daad’.

- Bij integratie zijn beleid en praktijk zijn op elkaar afgestemd. Dit leidt tot werkelijke veranderingen in de maatschappij, omdat de doelstelling van het proces geïntegreerd is.

Maatschappelijke verandering is eerst en vooral een proces. Beleid en activiteiten zijn echter niet altijd even goed op elkaar afgestemd. Bellaart stelt dat wanneer afstemming niet optimaal is, dit kan leiden tot een mislukking of tot de stagnatie van het veranderingsproces.

 

3. Op weg naar verandering: antiracisme-initiatieven in Vlaanderen

Er bestaat in onze samenleving (nog) niet zoiets als ‘de antiracismesector’, verre dat er in Vlaanderen systematisch wordt gewerkt aan antiracisme. Er bestaan hier wel een heel aantal initiatieven. Zoals ik al een paar keer heb aangegeven, zijn alle manieren om antiracisme te verwezenlijken, op voorwaarde dat ze vorm krijgen vanuit een gefundeerde visie, a priori goede acties. De acties binnen het sociaal-cultureel werk zijn hier slechts één concrete vorm van. Het is binnen het bestek van deze scriptie onmogelijk naar volledigheid te streven in de vorm van een overzicht van alle soorten antiracistische initiatieven en dat is dan ook niet mijn bedoeling.

Wat ik hier wil aantonen is dat antiracisme leeft en wel degelijk een dynamisch veld is. Het beleid is dynamisch en het racistisch discours hoeft niet absoluut te zijn. Het systemische van racisme dat in het eerste hoofdstuk aan bod kwam, kan ons pessimistisch stemmen. De theorie van het ‘homogeneïsme’ van Blommaert en Verschueren geeft een vrij star beeld van hoe onze samenleving met diversiteit omgaat. Ik wil hier de nadruk leggen op wat ‘wel’ gebeurt in Vlaanderen, zowel vanuit het beleid als op initiatief ‘van onderop’, van burgers zelf.
 

3.1. Antiracisme als mentaliteitswijziging in de maatschappij

Een mentaliteitsverandering ten aanzien van het omgaan met etnisch-culturele diversiteit verwezenlijken is geen eenvoudige taak. Zoals ik heb beschreven in het tweede hoofdstuk gaat het om het komen tot een ander referentiekader voor sociale verhoudingen dan het denken in termen van ‘wij en zij’. Aangezien racisme een soort algemeen aanvaard discours is, dient de bestrijding ervan verder te gaan dan het repressieve aanpakken van racistische uitingen.[5]

Wat ik hier wil aantonen is dat het verwezenlijken hiervan op een breed, maatschappelijk niveau kan lukken mits een integratieve aanpak: een samenwerking tussen overheidsmaatregelen en initiatieven van onderop. Dit is wat ik bedoel met een structurele aanpak van antiracisme.

Hoe structureel wordt antiracisme aangepakt in Vlaanderen? In welke mate voldoen de initiatieven aan de voorwaarde om een werkelijk maatschappelijk veranderingsproces te verwezenlijken? In wat volgt wil ik een aantal exemplarische voorbeelden geven van hoe racisme wordt bestreden in ons land.

Ik volg hier de indeling van Bellaart om de zaak te structureren. Het algemeen kader, ‘de pijl in het schema’, is hier de bestrijding van racisme zoals omschreven in hoofdstuk twee: komen tot een democratische, pluralistische ingesteldheid, tot een breder bewustzijn van gelijkwaardigheid van alle mensen. Het gaat enerzijds om activiteiten en anderzijds om beleidsmaatregelen die dit tot doel hebben. De mate waarin deze op elkaar afgestemd zijn, bepaalt de slaagkansen voor een veranderingsproces in die richting.

Mijn bedoeling is om een ruwe schets te geven van hoe er op verschillende manieren in Vlaanderen wordt gewerkt en hoe beleid en initiatieven al dan niet op elkaar inspelen in functie van het bestrijden van racisme. (Ik heb niet de pretentie de activiteiten die ik bespreek te evalueren op hun kwaliteit en effectiviteit.)

Ik bespreek achtereenvolgens de volgende vormen van samenwerking tussen beleid en praktijk: inertie, isolatie, intentie en initiatie. In punt vier beantwoord ik bij wijze van conclusie de vraag of er een werkelijk structurele (integratieve) aanpak van antiracisme is.
 

3.2. Inertie?

Het ontbreekt Vlaanderen niet aan initiatieven die antiracistische doeleinden hebben. In die zin is er geen sprake van ‘inertie’. Anderzijds kan je je wel de vraag stellen of de initiatieven voldoende diepgang hebben om racisme bij de wortels aan te pakken - zoals ik heb willen aangeven in hoofdstuk twee - en wel voldoende bereik hebben. Ik durf te stellen dat er zeker een groot ‘inert landschap bestaat’ wat betreft het bereiken van burgers.

Op vlak van beleid, staat Vlaanderen ook niet stil. De vraag hierbij kan wel zijn of de bestaande beleidsmaatregelen (wetten[6], plannen[7]) voldoende gericht zijn op een maatschappelijke mentaliteitsverandering. Er zijn bijvoorbeeld veel beleidsmaatregelen die zich richten op het bestrijden van uitingen van racisme, maar niet gericht zijn op het bestrijden van de wortels van racisme, zoals bijvoorbeeld de antiracismewet en de antidiscriminatiewet.[8]
 

3.3. Geïsoleerde initiatieven

Geïsoleerde initiatieven staan los van enig gericht beleid. In wat volgt geef ik hiervan een aantal voorbeelden. De hier besproken acties hebben gemeenschappelijk dat ze op zichzelf staan en daarom geen structurele aanpak van antiracisme belichamen.

3.3.1 Multiculturele activiteiten

Vaak worden op kleine, lokale schaal initiatieven genomen die losstaan van enige antiracistische beleidsvisie, maar dit toch tot doel hebben. Zo spreekt het VMC over “multiculturele activiteiten” als vorm van beeldvormende activiteit, zoals “[b]uurtfeesten, straatbarbecues, interreligieuze dialoog [en] allerhande projecten die diverse mensen samenbrengen. Ze kunnen een beeldvormend effect hebben. Ook al is het niet altijd hun hoofddoel. Persoonlijke contacten tussen heel verschillende mensen kunnen resulteren in genuanceerde ideeën en respect voor diversiteit.” [9]

Deze initiatieven zijn zeker lovenswaardig in hun kleinschalig opzet. Door hun ‘losse structuur’, kleinschaligheid en vrijblijvendheid zal er echter in de meeste gevallen geen grondige mentaliteitsverandering teweeg gebracht worden.

3.3.2 Informatie geven[10]

“Kennis, feiten en cijfers kunnen mensen een correct beeld geven van diversiteit. Dat is de redenering van enkele organisaties die informatie ter beschikking stellen van het brede publiek. Ze publiceren cijfergegevens uit hun omgevingsanalyse of zetten lezingen op het getouw.”[11]

Informatieoverdracht is in onze communicatiemaatschappij vooral te vinden op het ‘www’. Voorbeelden van organisaties die via hun website publicaties ter beschikking stellen die antiracistische visies ondersteunen zijn School Zonder Racisme[12] en Objectief[13].

3.3.3 Gelijke Kansen Gesprekken

Een recente vorm van het aanpakken van beeldvorming rond etnisch-culturele diversiteit is de discussievorm in de “Gelijke Kansen Gesprekken”, georganiseerd door Initiatief vzw.[14]

Het uitgangspunt van de gesprekken is streven naar een samenleving zonder discriminatie(s). Daarbij kiest men voor discussiegroepen waarin men mensen kan aanzetten tot denken en tot “beargumenteerde standpunten brengen”. Als onderliggende doelstelling hebben de Gelijke Kansen Gesprekken: “de tegenstelling allochtonen-autochtonen doorbreken, de discussie opentrekken naar verschillen in het algemeen en hoe hiermee omgaan.”[15]

Een andere doelstelling van de gesprekken is om hiermee een stem naar het beleid op touw te zetten. De uitkomst van de gesprekken werd reeds gebundeld in een boek, maar de vraag is of hier ook effectief iets mee gedaan zal worden. Krijgt dit nog een vervolg of was het iets geïsoleerds?

3.3.4 Kritische noot

In een aantal gevallen staan deze ‘geïsoleerde activiteiten’ niet volledig onafhankelijk van de overheid. Ze worden bijvoorbeeld gesubsidieerd, en zouden daarom ook onder 3.5 (initiatie) kunnen staan, omdat er in dat geval wel sprake is van samenwerking tussen beleid en actie. Ik plaatste ze toch onder ‘isolatie’, omdat ik niet heb kunnen achterhalen op welke basis de subsidiëring wordt gegeven. Ik ben er van uitgegaan dat dat niet op basis van de gerichte doelstelling van antiracisme gebeurde. Dit is uiteraard bediscussieerbaar. De vraag is in welke mate een duidelijke beleidsvisie bestaat die gericht is op maatschappelijke verandering. Ik kom hier nog op terug.
 

3.4. Intenties

Daar waar de initiatiefnemers geïsoleerd blijven in het vorige punt, bestaat ook de omgekeerde vorm: intenties van het beleid die niet duidelijk worden omgezet in de praktijk. Intenties van de overheid om antiracisme te ondersteunen blijven soms enkel daarbij. Hierbij is kenmerkend dat niemand werkelijk de verantwoordelijkheid neemt om plannen uit te voeren, wat gerelateerd kan worden aan het feit dat het racismediscours ook in het beleid is doorgedrongen.[16] Hiermee gaat vaak een gebrek aan een grondige visie gepaard.

3.4.1 Wijzen op individuele verantwoordelijkheid

Uit het Vlaams regeerakkoord:

“De Vlaamse samenleving is de jongste decennia grondig veranderd. Diversiteit is een onomkeerbare realiteit geworden. Deze evolutie betekent niet alleen een verrijking van onze samenleving, ze stelt de sociale samenhang ook op de proef. Willen we deze uitdaging efficiënt en oplossingsgericht aangaan, dan moet iedereen zich bewust zijn van zijn of haar individuele verantwoordelijkheid. Dat betekent dat iedereen een ‘versterkt en gedeeld’ burgerschap aan de dag moet leggen. De onderdelen daarvan zijn: 1) met respect voor anderen participeren aan onze samenleving; 2) door werk en eigen inspanning bijdragen aan de welvaart; 3) eerbied en respect opbrengen voor fundamentele rechten en vrijheden en voor de normen neergelegd in de Grondwet, wetten, decreten, …; 4) geen mensen uitsluiten of discrimineren, omwille van hun etnische, religieuze of culturele achtergrond.” [17]

Hier zegt de Vlaamse overheid duidelijk dat individuele burgers de verantwoordelijkheid hebben om niet te discrimineren op racistische basis, maar in het vervolg van de tekst wordt er hier niet verder op ingegaan, tenzij het opnieuw benadrukken van individuele verantwoordelijkheid.[18] Sociale samenhang hangt in dit perspectief dus enkel af van individuen, maar de tekst meldt geen concrete maatregelen over hoe die verantwoordelijkheid ondersteund kan worden vanuit de overheid.

3.4.2 Het plan om te ‘strijden tegen de vooroordelen’

Anderzijds spreekt men in het “strijdplan tegen racisme, antisemitisme en xenofobie” van de federale overheid[19] wel concretere actiepunten uit. In juli 2004 heeft de federale regering dit plan goedgekeurd. Het staat onder de coördinatie van de minister van Gelijke Kansen en vergt de samenwerking van verschillende ministers. Het bestaat uit tien punten:

“1. Toepassing van de antidiscriminatiewetgevingen: Gelijke Kansen, Justitie en Binnenlandse Zaken,

2. Opvolging van de klachten: Gelijke Kansen, Justitie en Binnenlandse Zaken,

3. Internet als vector voor de verspreiding van racistische en antisemitische ideologieën: Gelijke Kansen,

4. Verspreiding van racistische pamfletten: Overheidsondernemingen,

5. Strijd tegen de vooroordelen: Gelijke Kansen,

6. Media: Interministeriële Conferentie,

7. Politiediensten: Binnenlandse Zaken,

8. Staatsveiligheid: Justitie,

9. Beschermende maatregelen tegenover de geviseerde mensen: Binnenlandse Zaken,

10. Oprichting van een barometer van de verdraagzaamheid: Gelijke Kansen.” [20] [21]

Dit plan zit vol goede intenties om het antiracismebeleid te coördineren en meer samenhang te geven. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van het plan is echter verdeeld over verschillende actoren. Zoals blijkt wordt bovendien in de eerste vier punten de nadruk gelegd op de bestrijding van expliciete vormen van racisme. Dit is zoals ik aangaf in de eerste twee hoofdstukken geen fundamenteel antiracisme en gaat bijgevolg niet in de richting van het fundamenteel aanpakken van antiracisme.

Het vijfde punt van dit plan, luidt: “de strijd tegen de vooroordelen”, een taak die wordt toebedeeld aan de administratieve cel ‘Gelijke Kansen’ die deel uitmaakt van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De strijd tegen vooroordelen kadert in wat ik in het tweede hoofdstuk het streven naar gelijkwaardigheid als fundament van antiracisme heb aangeduid. De website van Gelijke Kansen vermeldt dit echter (nog?) nergens. Er wordt wel aangegeven dat in het algemeen gelijkekansenbeleid een beroep moet worden gedaan op organisaties en groepen. “We zijn overtuigd van het belang en de rol van organisaties en groepen in het emancipatieproces in het bijzonder en in de mentaliteitswijziging voor gelijke kansen in het algemeen. Organisaties met een vernieuwende en doelgerichte aanpak van de gelijkekansenproblematiek worden voor welbepaalde projecten ondersteund via subsidies.”[22] Ik vond echter geen concrete maatregelen richting het bestrijden van racisme op de website.
 

3.5. Initiatie

Initiatie is een beginnende afstemming tussen de twee actoren. Dit zijn initiatieven die samengaan met een (beginnende) politieke wil en in beleid wordt omgezet. Het verschil tussen initiatie en integratie, bevindt zich op structureel niveau. Er is pas sprake van integratie wanneer er een duurzaam en gericht proces op gang is dat samenhang vertoont. Initiatie legt de nadruk op een beginnende, eerder sporadische afstemming tussen overheid en praktijk. In wat volgt geef ik een aantal voorbeelden van hoe beleid en praktijk samenwerken aan antiracisme.

3.5.1 Het aanbieden van een alternatief: Kif Kif vzw

Kif Kif vzw is een organisatie die zich volledig schaart achter antiracisme, zoals beschreven in hoofdstuk twee. Kif Kif hanteert onder meer de volgende doelstellingen[23]:

- De actieve participatie van álle burgers bevorderen,

- Stereotiepe en negatieve beeldvorming ontkrachten,

- Stimuleren tot kritische reflectie.

Zij trekken hun visie op diversiteit volledig door, door middel van het bieden van een forum voor diversiteit op hun website en het organiseren van debatten en andere vormende activiteiten. Dit vormt een tegengewicht voor de gangbare omgang met diversiteit in de Vlaamse media, zoals die werd besproken in hoofdstuk één.

Kif Kif is ontstaan als een geïsoleerd initiatief, maar heeft doorheen de jaren een steeds luidere stem kunnen laten horen in het actuele diversiteitsdebat.

3.5.2 Het federaal plan tegen racisme, antisemitisme en xenofobie

Het hierboven vernoemde federaal strijdplan is een vorm van het initiëren van antiracisme op maatschappelijk niveau, in die mate dat het plan concreet wordt uitgevoerd. In het geval van de ‘strijd tegen de vooroordelen’ blijft het voor zover ik heb kunnen terugvinden slechts een intentie van de overheid.

Ik geef hier een ander voorbeeld van een concreet project dat werd opgezet, in het kader van dit plan, namelijk de ‘Scholen voor democratie’:

“Centraal in het project staat de ontmoeting tussen Nederlandstalige en Franstalige scholen uit alle milieus: scholen met veel kansarmen en scholen met beter gegoeden, stedelijke en niet-stedelijke scholen, en dat tijdens verscheidene werk- en denksessies. Die ontmoeting wordt gekenmerkt door een bezoek aan plaatsen die belangrijk waren in het verleden. Het project slaat een brug over taalkundige, culturele en socio-economische kloven en wil de jongeren sensibiliseren door ze te tonen dat het verwerpen van de anderen de mensheid tot verschrikkelijke drama’s heeft geleid en nog kan leiden. In de twee gevallen zal een globaal pedagogisch project worden uitgewerkt door een comité dat gecoördineerd wordt door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding en dat bestaat uit verenigingen en stichtingen die de herinnering aan het verleden levend houden en actief zijn op het vlak van integratie of de interculturele dialoog, en uit de administraties van de betrokken ministers. (...) De scholen zullen pedagogische middelen aangeboden krijgen. Voor het lager onderwijs is dat een boek met illustraties dat het waargebeurde verhaal vertelt van Simon, een joodse jongen die ontsnapt aan de deportatie door van de trein te springen. Bezoeken aan locaties die belangrijk waren in het verleden zullen de gezamenlijke denkoefening kracht bijzetten. Voor de leerlingen van het lager onderwijs zijn dat locaties in België zoals het deportatiemuseum of het fort van Breendonk. De laatstejaarsstudenten van het secundair onderwijs zullen een bezoek brengen aan het concentratiekamp van Auschwitz. Per jaar hopen we een duizendtal studenten te kunnen betrekken in de projecten.[24]

Aangezien dit project ook effectief wordt uitgevoerd, kan men spreken van initiatie. Het beleid en de activiteiten zijn dus op mekaar afgestemd. De vraag stelt zich echter of het wel voldoende wordt geëvalueerd en herzien in de richting van antiracisme.

3.5.3 Overheidsfinanciering van initiatieven

Ik maakte al de bedenking dat overheidssubsidiëring, of financiering in het algemeen, van organisaties die concreet aan antiracisme werken een vorm van initiatie kan zijn. Dit is het geval wanneer die financiering gepaard gaat met een beleidsvisie die gericht is op antiracisme. Een voorbeeld hiervan is de door de (lokale) overheid gefinancierde vormingscel van de Integratiedienst van de Stad Gent, die ik heb besproken in hoofdstuk drie. De cel vorming werd opgericht op basis van haar antiracistische missie. Het ontbreekt de overheid echter aan een voldoende gefundeerde visie om dit systematisch aan te pakken.

3.5.4 Ontwikkelen en ondersteunen van educatieve activiteiten

Niet alleen financiële overheidssteun, maar ook de inhoudelijke steun is een manier waarop beleid en activiteiten elkaar aanraken. Educatieve activiteiten, onder de noemer ‘sociaal cultureel werk’, zijn zoals ik heb aangereikt in het vorige hoofdstuk bijzonder bruikbare instrumenten om racisme te bestrijden. Cursussen zoals de reeds besproken training “Omgaan met diversiteit” van de vormingscel van de Gentse integratiedienst zijn hier een voorbeeld van. Er zijn heel wat bestaande educatieve programma’s met dit doel.

Enerzijds werkt de overheid mee aan het opzetten van zulke activiteiten. Zo is dit het geval voor de Cel vorming van Gent. Vanuit de federale overheid worden ook vormingen opgezet door het Centrum van Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding.[25] Anderzijds werkt het beleid mee aan het ontwikkelen van programma’s. Het Vlaams Minderhedencentrum, het steunpunt van de minderhedensector, ondersteunt dit.[26]

Maar ook hier stelt zich de vraag weer naar een werkelijk antiracistische visie die dit alles ondersteunt, om van een integratieve aanpak te kunnen spreken.

 

4. Besluit: naar een integratieve aanpak?

Vooraleer een besluit te formuleren, wil ik hier nog een kritische noot invoegen. Het schema van Bellaart is uiteraard niet waterdicht. In wat voorafging is duidelijk gebleken dat bestaande organisaties of initiatieven niet eenvoudigweg in vakjes onder te verdelen zijn. Het is niet mijn bedoeling geweest een overzicht noch een volledig beeld te geven van alle vormen van racismebestrijding, of om ‘de antiracismesector’ te bespreken als geheel. Antiracisme is overigens geen bestaande, aparte sector. Dit analyseren vereist een uitgebreid en grondig opzoekingswerk dat buiten het bestek van deze scriptie valt. De indeling is illustratief bedoeld en geeft verhoudingsgewijs geen volledig beeld van de bestaande relatie tussen beleid en activiteiten.

Ik heb willen aantonen in welke mate antiracisme structureel wordt aangepakt in Vlaanderen. Het is niet mogelijk om van werkelijke inertie te spreken op vlak van antiracisme. Zowel op vlak van beleid als van praktijk, kunnen talrijke voorbeelden gegeven worden waaruit blijkt dat racisme als maatschappelijk probleem erkend wordt. Het belang van een grondige visie op racisme en een hiermee gepaard gaande aanpak heb ik in hoofdstuk één en twee reeds aangegeven. De vraag is of de erkenning van racisme, zoals het vandaag wordt bestreden wel zo fundamenteel is.

Het antiracismelandschap in Vlaanderen is bijzonder gevarieerd. Het neemt naast de voorbeelden die ik gaf, nog talloze andere vormen aan. Wat ik zonder volledig te kunnen of willen zijn heb willen aantonen, is dat er enerzijds veel onafhankelijke initiatieven bestaan en anderzijds veel beleidsintenties zijn. Die twee ‘actoren’, in de termen van Bellaart, zijn mijns inziens niet voldoende op elkaar afgestemd om van integratie, van een structurele aanpak, te kunnen spreken. In een aantal gevallen spelen beide actoren wel op elkaar in, maar er is in Vlaanderen nog geen sprake van een samenhangend antiracismeplan dat ook effectief en concreet wordt verwezenlijkt. Het besproken actieplan racismebestrijding van de federale overheid is hier wel een aanzet voor, maar om dit ook tot uitvoering te brengen is er mijns inziens een meer rechtlijnige, duidelijke visie nodig. Sociaal-cultureel werk kan op een professionele manier werk maken van antiracisme. Maar zolang de praktijken op zichzelf staan of slechts onsamenhangend door het beleid worden ondersteund of opgericht, kan men niet spreken van een integratie van antiracisme. Om antiracisme te integreren, dient het beleid hier gerichter naartoe te werken.

Zoals ik heb aangegeven in hoofdstuk twee, bestaan er een aantal ‘sleuteldoelgroepen’ waar het beleid zich op kan richten. In de eerste plaats gaat het hier over de instituties die de macht hebben om een racistisch discours te (re)produceren: het onderwijs, de media en bedrijfsculturen. Het gaat ten tweede om de plaatsen waar een vermeende machtspositie van autochtonen over allochtonen op kleine of grotere schaal veel invloed heeft of kan hebben, zoals, bijvoorbeeld, het personeel van bepaalde sociale diensten, politiediensten of leerkrachten. Ik beweer uiteraard niet dat hier geen aandacht voor is, het tegendeel is waar. Het punt hier gaat om een integratieve visie op antiracisme, een strategische actie om een mentaliteitsverandering waar te maken die leidt tot een democratische, werkelijk pluralistische samenleving.

 

NOTEN:

[1] BELLAART, H. Matrix interculturalisatie voor begeleiding van het interculturalisatieproces in de sectoren Zorg en Welzijn. Utrecht, FORUM Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, 2002.

[2] Ibid., blz. 6-7.

[3] Ibid., blz.7.

[4] Ibid., blz. 7.

[5] Deze erkenning van racisme is niet vanzelfsprekend. Ik heb dit reeds aangegeven in het hoofdstuk over antiracisme. Bij het opzoeken van praktijkvoorbeelden van racismebestrijding (zowel voor maatregelen van het beleid als voor initiatieven ‘van onderop’) speelde het vage woordgebruik rond ‘racisme’ me ook vaak parten om verschillende initiatieven al dan niet in deze lijn te plaatsen. Ik heb ervoor gekozen om deze onduidelijkheden in de tekst op te nemen.

[6] Voor een overzicht, zie Racismebestrijding. Internet, 10 april 2006. ( http://www.antiracisme.be/nl/kader_nl.htm )

[7] Zie bijvoorbeeld het plan Racismebestrijding van de federale overheid 2004 dat ik verder bespreek.

[8] zie Wetgeving. Internet, 10 april 2006. ( http://www.antiracisme.be/nl/kader_nl.htm )

[9] Beeldvormen, hoe doe je dat? Verscheiden manieren om rond beeldvorming te werken. In: Divers. April 2006.

[10] Ter nuancering (niet alle informatieoverdracht is ‘geïsoleerd’): het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding heeft een soortgelijk documentatiecentrum. Dit wordt wel in opdracht van de overheid gedaan. Ondersteuning en overleg. Internet, 10 april 2006. http://www.antiracisme.be/nl/cgkr/vorming.htm  .

[11] Beeldvormen, hoe doe je dat? Verscheiden manieren om rond beeldvorming te werken. In: Divers. April 2006.

[12] School zonder racisme. Internet, 12 april 2006, www.schoolzonderracisme.be 

[13] Objectief. Internet, 12 april 2006, www.allrights.be .

[14] Gelijke Kansen Gesprekken is een project van Initiatief , een anti-racistisch samenwerkingsverband van 11.11.11 Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, ABVV, ACV, ACW, Brussels Gekleurd, Charta 91, Chirojeugd Vlaanderen, Forum van Etnisch-Culturele Minderheden, Kerkwerk Multicultureel Samenleven voor Netwerk Caritas Solidariteit, Objectief, SoCius, Vaka/Hand in Hand en het Vlaams Minderhedencentrum. Gelijke Kansen Gesprekken, internet, 12 april 2006. ( www.gelijkekansengesprekken.be ).

[15] Ibid.

[16] Zie ook: hoofdstuk 1, blz.9.

[17] Geciteerd in: Beleidsnota gelijke kansen. Internet, 26 maart 2006. ( www.gelijkekansen.be  ).

[18] In het regeerakkoord wordt mijns inziens nog steeds een homogeneïstisch discours gevoerd, zoals ik in hoofdstuk één heb aangegeven. De nadruk ligt op het aanpakken van overlast die diversiteit veroorzaakt en op de verantwoordelijkheid van allochtonen en nieuwkomers om inspanningen te doen om zich te integreren. Het wij-zij denken speelt hier dus zeker nog mee.

[19] Federaal strijdplan tegen racisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Internet, 16 april 2006. ( http://presscenter.org/repository/news/106/nl/106316-nl.pdf ).

[20] Ibid.

[21] De volledige inhoud van dit plan heb ik niet kunnen opsporen. Ik wil hier ook nogmaals wijzen op de exemplarische bedoeling van de bespreking van dit plan.

[22] Instrumenten. Internet, 16 april 2006. ( www.gelijkekansen.be ).

[23] Kif Kif vzw, internet, 26 maart 2006. ( www.kifkif.be ).

[24] DUPONT, C. Integraal verlsag met beknopte vertaling van de toespraken 26 januari 2005. Internet, 17 april 2006. ( http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/51/ic473.pdf ).

[25] Ondersteuning en overleg. Internet, 10 april 2006. ( http://www.antiracisme.be/nl/cgkr/vorming.htm ).

[26] Vlaams Minderhedencentrum. Internet, 17 april 2006. ( www.vmc.be )

* Scriptie voorgedragen tot het behalen van het diploma Sociaal werk, Sociaal-cultureel werk; waarvoor de graad van maatschappelijk assistent wordt verleend. Academiejaar 2005-2006. Arteveldehogeschool Gent, Opleiding Sociaal Werk, website: www.arteveldehs.be .


• INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update: 4 oktober 2011