1. De rol van de overheid
In het eerste hoofdstuk heb ik willen aantonen dat racisme bestrijden in
Vlaanderen nodig is op maatschappelijk niveau. Het doel van een
mentaliteitsverschuiving voorop stellen is een principieel democratische
houding die talloze actievormen kan aannemen. Ik heb in hoofdstuk drie
vervolgens aangegeven dat het sociaal-cultureel werk een goede manier is
om hier professioneel mee bezig te zijn ‘van onderop’: racisme aanpakken
op kleinschalig vlak. Scw kan in zekere zin hiermee ook strategisch te
werk gaan, door zich te richten op een aantal ‘sleuteldoelgroepen’.
In dit laatste hoofdstuk wil ik aantonen dat de rol van de
sociaal-cultureel werker niet op zichzelf staat: ook het beleid heeft
hierin haar rol te vervullen. Wil men deze fundamenteel democratische
houding integreren in onze samenleving, is het van belang om antiracisme
structureel te verwezenlijken. Een grondige aanpak, die
sociaal-culturele praktijken kunnen waarmaken op kleine schaal, is
onvoldoende. Een structurele aanpak is van belang om tot een blijvende
aandacht voor antiracisme in de hele samenleving te komen. Om dit waar
te maken, is een gericht beleid noodzakelijk.
De volgende paragraaf, gebaseerd op een theorie van Hans Bellaart
[1],
geeft aan wat een structurele aanpak is: beleid en activiteiten dienen
op elkaar afgestemd te zijn. Vervolgens wordt dit toegepast op het
huidig bestrijden van racisme in Vlaanderen. Aan de hand van een aantal
exemplarische voorbeelden, wil ik aantonen aan welke voorwaarden voldaan
dient te worden om van een volwaardige democratische, antiracistische
actie te kunnen spreken op samenlevingsniveau. Het vierde punt vat dit
samen.
2. Veranderingsprocessen: beleid en actie
2.1 Structureel werken aan veranderingsprocessen
Zoals in hoofdstuk twee werd aangegeven, is antiracisme een principiële
actie die op talloze manieren vormgegeven kan worden. Wanneer het
doorgetrokken wordt op maatschappelijk niveau, wordt antiracisme in
feite een politieke strijd om meer democratie. Hoe die strijd gevoerd
wordt, kan talloze vormen aannemen. Alleszins draait alles om een
mentaliteitsverschuiving, om een veranderingsproces in onze
maatschappij.
Volgens Hans Bellaart[2] kunnen ingrijpende veranderingsprocessen enkel
slagen wanneer activiteiten en beleid elkaar ondersteunen. Hij zet deze
visie om in de vorm van een schema, dat aanduidt op welke manieren de
wederzijdse beïnvloeding van actie en beleid vorm kan aannemen. Bellaart
reikt het schema aan voor intern interculturaliseringsbeleid van
Nederlandse instellingen. Het gaat om het in kaart brengen van de
verschillende manieren waarop instellingen een
interculturaliserings-proces doormaken en hoe hun activiteiten en beleid
op elkaar afgestemd zijn. Wanneer het beleid van een organisatie
gerichte acties ondersteund, zo stelt hij, kan een veranderingsproces
blijvend zijn, omdat er blijvende aandacht is voor een bepaalde richting
die wordt ingeslagen. Dit noemt hij in zijn concreet werk integratie van
interculturalisatie.
Bellaarts theorie valt niet alleen toe te passen op het niveau van
organisaties of op vlak van interculturaliseringsprocessen, maar ook op
het niveau van de maatschappij en op andere soorten fundamentele
veranderingsprocessen. Ik gebruik hier zijn schema om maatschappelijke
verandering in de richting van antiracisme een theoretisch kader geven.
Het gaat hier dus om de structurele aanpak van antiracisme op
maatschappelijk niveau. Vooraleer ik verder inga op het
veranderingsproces van antiracisme, geef ik hier de theorie van Bellaart
weer op een algemenere wijze.
Bellaarts stelling is dat “activiteiten en beleid op elkaar afgestemd
moeten worden om te komen tot een samenhangend veranderingsproces
gericht op integratie van [bepaalde] aspecten binnen het beleid van de
instelling.”[3] Hoe meer beleidsmaatregelen bestaande initiatieven
ondersteunen, of hoe meer ‘innoverende’ beleidsbeslissingen effectief
worden omgezet in de praktijk, des te fundamenteler zal het beoogde
veranderingsproces plaatsvinden.
2.2. “De vijf i’s”
Bellaart geeft zijn theorie weer in onderstaand schema. Er zijn twee
belangrijke actoren in veranderingsprocessen: de beleidsmakers en de
organisatoren van activiteiten. De beleidsmakers kunnen gerichte
beleidsmaatregelen nemen. Dit wordt voorgesteld op de X-as. De
hoeveelheid aan activiteiten wordt voorgesteld op de Y-as. De pijl
tussen de twee assen stelt het veranderingsproces voor waarbij beleid en
activiteiten idealiter op elkaar afgestemd zijn.

Schema 1: Het “5 i-model” van Bellaart[4]
Het schema dient in dit geval niet gelezen te worden op het niveau van
een interne organisatie, maar op maatschappelijk niveau. Het beleid
staat hier voor het overheidsbeleid en activiteiten staan hier voor alle
initiatieven die worden genomen in de richting van de bedoelde
verandering. Onder punt 3 zal ik een aantal antiracisme-initiatieven in
dit schema plaatsen voor het thema dat ik behandel.
De vormen die de combinaties van de actoren kan aannemen, resulteren in
“de 5 i’s”:
- Wanneer er geen initiatieven en geen beleidswil bestaan voor een
bepaalde verandering, is er sprake van inertie.
- Initiatie, of een beginnende afstemming tussen de twee actoren vind je
wanneer er initiatieven bestaan en er een beginnende politieke wil is
die in beleid wordt omgezet.
- Afstemming tussen de actoren kan ook afwezig zijn. Wanneer
initiatieven worden genomen die los staan van het beleid, zijn ze
geïsoleerd. Er is sprake van ‘hobbyisme’: losstaande initiatiefnemers
die weinig onderlinge samenhang vertonen.
- De intentie tot verandering blijft soms enkel daarbij. Beleid wordt
niet vertaald in de praktijk. Het staat wel vrij bekend, maar niemand
neemt er verantwoordelijkheid voor. Het gaat hier om ‘het woord zonder
de daad’.
- Bij integratie zijn beleid en praktijk zijn op elkaar afgestemd. Dit
leidt tot werkelijke veranderingen in de maatschappij, omdat de
doelstelling van het proces geïntegreerd is.
Maatschappelijke verandering is eerst en vooral een proces. Beleid en
activiteiten zijn echter niet altijd even goed op elkaar afgestemd.
Bellaart stelt dat wanneer afstemming niet optimaal is, dit kan leiden
tot een mislukking of tot de stagnatie van het veranderingsproces.
3. Op weg naar verandering: antiracisme-initiatieven in Vlaanderen
Er bestaat in onze samenleving (nog) niet zoiets als ‘de
antiracismesector’, verre dat er in Vlaanderen systematisch wordt
gewerkt aan antiracisme. Er bestaan hier wel een heel aantal
initiatieven. Zoals ik al een paar keer heb aangegeven, zijn alle
manieren om antiracisme te verwezenlijken, op voorwaarde dat ze vorm
krijgen vanuit een gefundeerde visie, a priori goede acties. De acties
binnen het sociaal-cultureel werk zijn hier slechts één concrete vorm
van. Het is binnen het bestek van deze scriptie onmogelijk naar
volledigheid te streven in de vorm van een overzicht van alle soorten
antiracistische initiatieven en dat is dan ook niet mijn bedoeling.
Wat ik hier wil aantonen is dat antiracisme leeft en wel degelijk een
dynamisch veld is. Het beleid is dynamisch en het racistisch discours
hoeft niet absoluut te zijn. Het systemische van racisme dat in het
eerste hoofdstuk aan bod kwam, kan ons pessimistisch stemmen. De theorie
van het ‘homogeneïsme’ van Blommaert en Verschueren geeft een vrij star
beeld van hoe onze samenleving met diversiteit omgaat. Ik wil hier de
nadruk leggen op wat ‘wel’ gebeurt in Vlaanderen, zowel vanuit het
beleid als op initiatief ‘van onderop’, van burgers zelf.
3.1. Antiracisme als mentaliteitswijziging in de maatschappij
Een mentaliteitsverandering ten aanzien van het omgaan met
etnisch-culturele diversiteit verwezenlijken is geen eenvoudige taak.
Zoals ik heb beschreven in het tweede hoofdstuk gaat het om het komen
tot een ander referentiekader voor sociale verhoudingen dan het denken
in termen van ‘wij en zij’. Aangezien racisme een soort algemeen
aanvaard discours is, dient de bestrijding ervan verder te gaan dan het
repressieve aanpakken van racistische uitingen.[5]
Wat ik hier wil aantonen is dat het verwezenlijken hiervan op een breed,
maatschappelijk niveau kan lukken mits een integratieve aanpak: een
samenwerking tussen overheidsmaatregelen en initiatieven van onderop.
Dit is wat ik bedoel met een structurele aanpak van antiracisme.
Hoe structureel wordt antiracisme aangepakt in Vlaanderen? In welke mate
voldoen de initiatieven aan de voorwaarde om een werkelijk
maatschappelijk veranderingsproces te verwezenlijken? In wat volgt wil
ik een aantal exemplarische voorbeelden geven van hoe racisme wordt
bestreden in ons land.
Ik volg hier de indeling van Bellaart om de zaak te structureren. Het
algemeen kader, ‘de pijl in het schema’, is hier de bestrijding van
racisme zoals omschreven in hoofdstuk twee: komen tot een democratische,
pluralistische ingesteldheid, tot een breder bewustzijn van
gelijkwaardigheid van alle mensen. Het gaat enerzijds om activiteiten en
anderzijds om beleidsmaatregelen die dit tot doel hebben. De mate waarin
deze op elkaar afgestemd zijn, bepaalt de slaagkansen voor een
veranderingsproces in die richting.
Mijn bedoeling is om een ruwe schets te geven van hoe er op
verschillende manieren in Vlaanderen wordt gewerkt en hoe beleid en
initiatieven al dan niet op elkaar inspelen in functie van het
bestrijden van racisme. (Ik heb niet de pretentie de activiteiten die ik
bespreek te evalueren op hun kwaliteit en effectiviteit.)
Ik bespreek achtereenvolgens de volgende vormen van samenwerking tussen
beleid en praktijk: inertie, isolatie, intentie en initiatie. In punt
vier beantwoord ik bij wijze van conclusie de vraag of er een werkelijk
structurele (integratieve) aanpak van antiracisme is.
3.2. Inertie?
Het ontbreekt Vlaanderen niet aan initiatieven die antiracistische
doeleinden hebben. In die zin is er geen sprake van ‘inertie’.
Anderzijds kan je je wel de vraag stellen of de initiatieven voldoende
diepgang hebben om racisme bij de wortels aan te pakken - zoals ik heb
willen aangeven in hoofdstuk twee - en wel voldoende bereik hebben. Ik
durf te stellen dat er zeker een groot ‘inert landschap bestaat’ wat
betreft het bereiken van burgers.
Op vlak van beleid, staat Vlaanderen ook niet stil. De vraag hierbij kan
wel zijn of de bestaande beleidsmaatregelen (wetten[6],
plannen[7])
voldoende gericht zijn op een maatschappelijke mentaliteitsverandering.
Er zijn bijvoorbeeld veel beleidsmaatregelen die zich richten op het
bestrijden van uitingen van racisme, maar niet gericht zijn op het
bestrijden van de wortels van racisme, zoals bijvoorbeeld de
antiracismewet en de antidiscriminatiewet.[8]
3.3. Geïsoleerde initiatieven
Geïsoleerde initiatieven staan los van enig gericht beleid. In wat volgt
geef ik hiervan een aantal voorbeelden. De hier besproken acties hebben
gemeenschappelijk dat ze op zichzelf staan en daarom geen structurele
aanpak van antiracisme belichamen.
3.3.1 Multiculturele activiteiten
Vaak worden op kleine, lokale schaal initiatieven genomen die losstaan
van enige antiracistische beleidsvisie, maar dit toch tot doel hebben.
Zo spreekt het VMC over “multiculturele activiteiten” als vorm van
beeldvormende activiteit, zoals “[b]uurtfeesten, straatbarbecues,
interreligieuze dialoog [en] allerhande projecten die diverse mensen
samenbrengen. Ze kunnen een beeldvormend effect hebben. Ook al is het
niet altijd hun hoofddoel. Persoonlijke contacten tussen heel
verschillende mensen kunnen resulteren in genuanceerde ideeën en respect
voor diversiteit.” [9]
Deze initiatieven zijn zeker lovenswaardig in hun kleinschalig opzet.
Door hun ‘losse structuur’, kleinschaligheid en vrijblijvendheid zal er
echter in de meeste gevallen geen grondige mentaliteitsverandering
teweeg gebracht worden.
3.3.2 Informatie geven[10]
“Kennis, feiten en cijfers kunnen mensen een correct beeld geven van
diversiteit. Dat is
de redenering van enkele organisaties die informatie ter beschikking
stellen van het brede publiek. Ze publiceren cijfergegevens uit hun
omgevingsanalyse of zetten lezingen op het getouw.”[11]
Informatieoverdracht is in onze communicatiemaatschappij vooral te
vinden op het ‘www’. Voorbeelden van organisaties die via hun website
publicaties ter beschikking stellen die antiracistische visies
ondersteunen zijn School Zonder Racisme[12] en
Objectief[13].
3.3.3 Gelijke Kansen Gesprekken
Een recente vorm van het aanpakken van beeldvorming rond
etnisch-culturele diversiteit is de discussievorm in de “Gelijke Kansen
Gesprekken”, georganiseerd door Initiatief vzw.[14]
Het uitgangspunt van de gesprekken is streven naar een samenleving
zonder discriminatie(s). Daarbij kiest men voor discussiegroepen waarin
men mensen kan aanzetten tot denken en tot “beargumenteerde standpunten
brengen”. Als onderliggende doelstelling hebben de Gelijke Kansen
Gesprekken: “de tegenstelling allochtonen-autochtonen doorbreken, de
discussie opentrekken naar verschillen in het algemeen en hoe hiermee
omgaan.”[15]
Een andere doelstelling van de gesprekken is om hiermee een stem naar
het beleid op touw te zetten. De uitkomst van de gesprekken werd reeds
gebundeld in een boek, maar de vraag is of hier ook effectief iets mee
gedaan zal worden. Krijgt dit nog een vervolg of was het iets
geïsoleerds?
3.3.4 Kritische noot
In een aantal gevallen staan deze ‘geïsoleerde activiteiten’ niet
volledig onafhankelijk van de overheid. Ze worden bijvoorbeeld
gesubsidieerd, en zouden daarom ook onder 3.5 (initiatie) kunnen staan,
omdat er in dat geval wel sprake is van samenwerking tussen beleid en
actie. Ik plaatste ze toch onder ‘isolatie’, omdat ik niet heb kunnen
achterhalen op welke basis de subsidiëring wordt gegeven. Ik ben er van
uitgegaan dat dat niet op basis van de gerichte doelstelling van
antiracisme gebeurde. Dit is uiteraard bediscussieerbaar. De vraag is in
welke mate een duidelijke beleidsvisie bestaat die gericht is op
maatschappelijke verandering. Ik kom hier nog op terug.
3.4. Intenties
Daar waar de initiatiefnemers geïsoleerd blijven in het vorige punt,
bestaat ook de omgekeerde vorm: intenties van het beleid die niet
duidelijk worden omgezet in de praktijk. Intenties van de overheid om
antiracisme te ondersteunen blijven soms enkel daarbij. Hierbij is
kenmerkend dat niemand werkelijk de verantwoordelijkheid neemt om
plannen uit te voeren, wat gerelateerd kan worden aan het feit dat het
racismediscours ook in het beleid is doorgedrongen.[16] Hiermee gaat
vaak een gebrek aan een grondige visie gepaard.
3.4.1 Wijzen op individuele verantwoordelijkheid
Uit het Vlaams regeerakkoord:
“De Vlaamse samenleving is de jongste decennia grondig veranderd.
Diversiteit is een onomkeerbare realiteit geworden. Deze evolutie
betekent niet alleen een verrijking van onze samenleving, ze stelt de
sociale samenhang ook op de proef. Willen we deze uitdaging efficiënt en
oplossingsgericht aangaan, dan moet iedereen zich bewust zijn van zijn
of haar individuele verantwoordelijkheid. Dat betekent dat iedereen een
‘versterkt en gedeeld’ burgerschap aan de dag moet leggen. De onderdelen
daarvan zijn: 1) met respect voor anderen participeren aan onze
samenleving; 2) door werk en eigen inspanning bijdragen aan de welvaart;
3) eerbied en respect opbrengen voor fundamentele rechten en vrijheden
en voor de normen neergelegd in de Grondwet, wetten, decreten, …; 4)
geen mensen uitsluiten of discrimineren, omwille van hun etnische,
religieuze of culturele achtergrond.” [17]
Hier zegt de Vlaamse overheid duidelijk dat individuele burgers de
verantwoordelijkheid hebben om niet te discrimineren op racistische
basis, maar in het vervolg van de tekst wordt er hier niet verder op
ingegaan, tenzij het opnieuw benadrukken van individuele
verantwoordelijkheid.[18] Sociale samenhang hangt in dit perspectief dus
enkel af van individuen, maar de tekst meldt geen concrete maatregelen
over hoe die verantwoordelijkheid ondersteund kan worden vanuit de
overheid.
3.4.2 Het plan om te ‘strijden tegen de vooroordelen’
Anderzijds spreekt men in het “strijdplan tegen racisme, antisemitisme
en xenofobie” van de federale overheid[19] wel concretere actiepunten
uit. In juli 2004 heeft de federale regering dit plan goedgekeurd. Het
staat onder de coördinatie van de minister van Gelijke Kansen en vergt
de samenwerking van verschillende ministers. Het bestaat uit tien
punten:
“1. Toepassing van de antidiscriminatiewetgevingen: Gelijke Kansen,
Justitie en
Binnenlandse Zaken,
2. Opvolging van de klachten: Gelijke Kansen, Justitie en Binnenlandse
Zaken,
3. Internet als vector voor de verspreiding van racistische en
antisemitische
ideologieën: Gelijke Kansen,
4. Verspreiding van racistische pamfletten: Overheidsondernemingen,
5. Strijd tegen de vooroordelen: Gelijke Kansen,
6. Media: Interministeriële Conferentie,
7. Politiediensten: Binnenlandse Zaken,
8. Staatsveiligheid: Justitie,
9. Beschermende maatregelen tegenover de geviseerde mensen: Binnenlandse
Zaken,
10. Oprichting van een barometer van de verdraagzaamheid: Gelijke
Kansen.” [20]
[21]
Dit plan zit vol goede intenties om het antiracismebeleid te coördineren
en meer samenhang te geven. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren
van het plan is echter verdeeld over verschillende actoren. Zoals blijkt
wordt bovendien in de eerste vier punten de nadruk gelegd op de
bestrijding van expliciete vormen van racisme. Dit is zoals ik aangaf in
de eerste twee hoofdstukken geen fundamenteel antiracisme en gaat
bijgevolg niet in de richting van het fundamenteel aanpakken van
antiracisme.
Het vijfde punt van dit plan, luidt: “de strijd tegen de vooroordelen”,
een taak die wordt toebedeeld aan de administratieve cel ‘Gelijke
Kansen’ die deel uitmaakt van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
De strijd tegen vooroordelen kadert in wat ik in het tweede hoofdstuk
het streven naar gelijkwaardigheid als fundament van antiracisme heb
aangeduid. De website van Gelijke Kansen vermeldt dit echter (nog?)
nergens. Er wordt wel aangegeven dat in het algemeen gelijkekansenbeleid
een
beroep moet worden gedaan op organisaties en groepen. “We zijn overtuigd
van het belang en de rol van organisaties en groepen in het
emancipatieproces in het bijzonder en in de mentaliteitswijziging voor
gelijke kansen in het algemeen. Organisaties met een vernieuwende en
doelgerichte aanpak van de gelijkekansenproblematiek worden voor
welbepaalde projecten ondersteund via subsidies.”[22]
Ik vond echter
geen concrete maatregelen richting het bestrijden van racisme op de
website.
3.5. Initiatie
Initiatie is een beginnende afstemming tussen de twee actoren. Dit zijn
initiatieven die samengaan met een (beginnende) politieke wil en in
beleid wordt omgezet. Het verschil tussen initiatie en integratie,
bevindt zich op structureel niveau. Er is pas sprake van integratie
wanneer er een duurzaam en gericht proces op gang is dat samenhang
vertoont. Initiatie legt de nadruk op een beginnende, eerder sporadische
afstemming tussen overheid en praktijk. In wat volgt geef ik een aantal
voorbeelden van hoe beleid en praktijk samenwerken aan antiracisme.
3.5.1 Het aanbieden van een alternatief: Kif Kif vzw
Kif Kif vzw is een organisatie die zich volledig schaart achter
antiracisme, zoals beschreven in hoofdstuk twee. Kif Kif hanteert onder
meer de volgende doelstellingen[23]:
- De actieve participatie van álle burgers bevorderen,
- Stereotiepe en negatieve beeldvorming ontkrachten,
- Stimuleren tot kritische reflectie.
Zij trekken hun visie op diversiteit volledig door, door middel van het
bieden van een forum voor diversiteit op hun website en het organiseren
van debatten en andere vormende activiteiten. Dit vormt een tegengewicht
voor de gangbare omgang met diversiteit in de Vlaamse media, zoals die
werd besproken in hoofdstuk één.
Kif Kif is ontstaan als een geïsoleerd initiatief, maar heeft doorheen
de jaren een steeds luidere stem kunnen laten horen in het actuele
diversiteitsdebat.
3.5.2 Het federaal plan tegen racisme, antisemitisme en xenofobie
Het hierboven vernoemde federaal strijdplan is een vorm van het
initiëren van antiracisme op maatschappelijk niveau, in die mate dat het
plan concreet wordt uitgevoerd. In het geval van de ‘strijd tegen de
vooroordelen’ blijft het voor zover ik heb kunnen terugvinden slechts
een intentie van de overheid.
Ik geef hier een ander voorbeeld van een concreet project dat werd
opgezet, in het kader van dit plan, namelijk de ‘Scholen voor
democratie’:
“Centraal in het project staat de ontmoeting tussen Nederlandstalige en
Franstalige scholen uit alle milieus: scholen met veel kansarmen en
scholen met beter gegoeden, stedelijke en niet-stedelijke scholen, en
dat tijdens verscheidene werk- en denksessies. Die ontmoeting wordt
gekenmerkt door een bezoek aan plaatsen die belangrijk waren in het
verleden. Het project slaat een brug over taalkundige, culturele en
socio-economische kloven en wil de jongeren sensibiliseren door ze te
tonen dat het verwerpen van de anderen de mensheid tot verschrikkelijke
drama’s heeft geleid en nog kan leiden. In de twee gevallen zal een
globaal pedagogisch project worden uitgewerkt door een comité dat
gecoördineerd wordt door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor
Racismebestrijding en dat bestaat uit verenigingen en stichtingen die de
herinnering aan het verleden levend houden en actief zijn op het vlak
van integratie of de interculturele dialoog, en uit de administraties
van de betrokken ministers. (...) De scholen zullen pedagogische
middelen aangeboden krijgen. Voor het lager onderwijs is dat een boek
met illustraties dat het waargebeurde verhaal vertelt van Simon, een
joodse jongen die ontsnapt aan de deportatie door van de trein te
springen. Bezoeken aan locaties die belangrijk waren in het verleden
zullen de gezamenlijke denkoefening kracht bijzetten. Voor de leerlingen
van het lager onderwijs zijn dat locaties in België zoals het
deportatiemuseum of het fort van Breendonk. De laatstejaarsstudenten van
het secundair onderwijs zullen een bezoek brengen aan het
concentratiekamp van Auschwitz. Per jaar hopen we een duizendtal
studenten te kunnen betrekken in de projecten.”[24]
Aangezien dit project ook effectief wordt uitgevoerd, kan men spreken
van initiatie. Het beleid en de activiteiten zijn dus op mekaar
afgestemd. De vraag stelt zich echter of het wel voldoende wordt
geëvalueerd en herzien in de richting van antiracisme.
3.5.3 Overheidsfinanciering van initiatieven
Ik maakte al de bedenking dat overheidssubsidiëring, of financiering in
het algemeen, van organisaties die concreet aan antiracisme werken een
vorm van initiatie kan zijn. Dit is het geval wanneer die financiering
gepaard gaat met een beleidsvisie die gericht is op antiracisme. Een
voorbeeld hiervan is de door de (lokale) overheid gefinancierde
vormingscel van de Integratiedienst van de Stad Gent, die ik heb
besproken in hoofdstuk drie. De cel vorming werd opgericht op basis van
haar antiracistische missie. Het ontbreekt de overheid echter aan een
voldoende gefundeerde visie om dit systematisch aan te pakken.
3.5.4 Ontwikkelen en ondersteunen van educatieve activiteiten
Niet alleen financiële overheidssteun, maar ook de inhoudelijke steun is
een manier waarop beleid en activiteiten elkaar aanraken. Educatieve
activiteiten, onder de noemer ‘sociaal cultureel werk’, zijn zoals ik
heb aangereikt in het vorige hoofdstuk bijzonder bruikbare instrumenten
om racisme te bestrijden. Cursussen zoals de reeds besproken training
“Omgaan met diversiteit” van de vormingscel van de Gentse
integratiedienst zijn hier een voorbeeld van. Er zijn heel wat bestaande
educatieve programma’s met dit doel.
Enerzijds werkt de overheid mee aan het opzetten van zulke activiteiten.
Zo is dit het geval voor de Cel vorming van Gent. Vanuit de federale
overheid worden ook vormingen opgezet door het Centrum van Gelijkheid
van Kansen en Racismebestrijding.[25]
Anderzijds werkt het beleid mee
aan het ontwikkelen van programma’s. Het Vlaams Minderhedencentrum, het
steunpunt van de minderhedensector, ondersteunt dit.[26]
Maar ook hier stelt zich de vraag weer naar een werkelijk
antiracistische visie die dit alles ondersteunt, om van een integratieve
aanpak te kunnen spreken.
4. Besluit: naar een integratieve aanpak?
Vooraleer een besluit te formuleren, wil ik hier nog een kritische noot
invoegen. Het schema van Bellaart is uiteraard niet waterdicht. In wat
voorafging is duidelijk gebleken dat bestaande organisaties of
initiatieven niet eenvoudigweg in vakjes onder te verdelen zijn. Het is
niet mijn bedoeling geweest een overzicht noch een volledig beeld te
geven van alle vormen van racismebestrijding, of om ‘de
antiracismesector’ te bespreken als geheel. Antiracisme is overigens
geen bestaande, aparte sector. Dit analyseren vereist een uitgebreid en
grondig opzoekingswerk dat buiten het bestek van deze scriptie valt. De
indeling is illustratief bedoeld en geeft verhoudingsgewijs geen
volledig beeld van de bestaande relatie tussen beleid en activiteiten.
Ik heb willen aantonen in welke mate antiracisme structureel wordt
aangepakt in Vlaanderen. Het is niet mogelijk om van werkelijke inertie
te spreken op vlak van antiracisme. Zowel op vlak van beleid als van
praktijk, kunnen talrijke voorbeelden gegeven worden waaruit blijkt dat
racisme als maatschappelijk probleem erkend wordt. Het belang van een
grondige visie op racisme en een hiermee gepaard gaande aanpak heb ik in
hoofdstuk één en twee reeds aangegeven. De vraag is of de erkenning van
racisme, zoals het vandaag wordt bestreden wel zo fundamenteel is.
Het antiracismelandschap in Vlaanderen is bijzonder gevarieerd. Het
neemt naast de voorbeelden die ik gaf, nog talloze andere vormen aan.
Wat ik zonder volledig te kunnen of willen zijn heb willen aantonen, is
dat er enerzijds veel onafhankelijke initiatieven bestaan en anderzijds
veel beleidsintenties zijn. Die twee ‘actoren’, in de termen van
Bellaart, zijn mijns inziens niet voldoende op elkaar afgestemd om van
integratie, van een structurele aanpak, te kunnen spreken. In een aantal
gevallen spelen beide actoren wel op elkaar in, maar er is in Vlaanderen
nog geen sprake van een samenhangend antiracismeplan dat ook effectief
en concreet wordt verwezenlijkt. Het besproken actieplan
racismebestrijding van de federale overheid is hier wel een aanzet voor,
maar om dit ook tot uitvoering te brengen is er mijns inziens een meer
rechtlijnige, duidelijke visie nodig. Sociaal-cultureel werk kan op een
professionele manier werk maken van antiracisme. Maar zolang de
praktijken op zichzelf staan of slechts onsamenhangend door het beleid
worden ondersteund of opgericht, kan men niet spreken van een integratie
van antiracisme. Om antiracisme te integreren, dient het beleid hier
gerichter naartoe te werken.
Zoals ik heb aangegeven in hoofdstuk twee, bestaan er een aantal
‘sleuteldoelgroepen’ waar het beleid zich op kan richten. In de eerste
plaats gaat het hier over de instituties die de macht hebben om een
racistisch discours te (re)produceren: het onderwijs, de media en
bedrijfsculturen. Het gaat ten tweede om de plaatsen waar een vermeende
machtspositie van autochtonen over allochtonen op kleine of grotere
schaal veel invloed heeft of kan hebben, zoals, bijvoorbeeld, het
personeel van bepaalde sociale diensten, politiediensten of
leerkrachten. Ik beweer uiteraard niet dat hier geen aandacht voor is,
het tegendeel is waar. Het punt hier gaat om een integratieve visie op
antiracisme, een strategische actie om een mentaliteitsverandering waar
te maken die leidt tot een democratische, werkelijk pluralistische
samenleving.
|