Inleiding
Geen concept uit de Islam is zo misbegrepen als 'jihâd'.
Het woord roept in het Westen schrikbeelden op van barbaars geweld en
voedt een afwijzende houding tegenover de Islam. In deze tekst wordt de
term jihad uitgelegd aan de hand van de Koran en de Sunnah. Daaruit zal
blijken dat er verschillende vormen van Jihad bestaan, en dat Jihad
beoefend kan worden met verschillende middelen. Er zal ook blijken hoe
ver dat schrikbeeld verwijderd is van de werkelijkheid.
1.
Betekenis van 'Jihad'
Het woord 'jihad' is gebouwd rond de wortel {j-h-d}
en betekent: zich veel moeite doen, zich inspannen, hard werken, om een
doel te bereiken. Om het woord verder te situeren, is het nuttig een
aantal andere woorden te bekijken die afgeleid zijn van dezelfde
wortel:
- jahada jahdahû: zijn uiterste best doen, elke denkbare
inspanning doen, alles doen wat in zijn mogelijkheden ligt;
- majhûd: inspanning, werk waarvoor men zich uitslooft;
- mujtahid: ijverig, naarstig.
De Koran gebruikt het woord jihad niet enkel voor muslims. Ook
niet-muslims kunnen jihad beoefenen. Dit blijkt uit een vers dat
omschrijft hoe ouders zich inspannen (jihad beoefenen) om hun kinderen
terug te halen naar hun eigen godsdienst nadat de kinderen zich bekeerd
hadden tot de Islam:
"En Wij hebben de
mens opgedragen goed voor zijn ouders te zijn. Als zij er echter bij
jou naar streven [{jahadaka}] aan Mij metgezellen toe te voegen waarvan
jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet." (Koran,
29:8) 1
In Islamitische religieuze context, wordt het begrip jihad gebruikt om
uitdrukking te geven aan elke inspanning die men doet om God te behagen
en om Gods zaak vooruit te helpen. Het is jihad goede werken te doen,
het beste te kiezen tussen twee alternatieven, respect te hebben voor
ouderlingen, zich in te zetten voor het uitbouwen van een rechtvaardige
maatschappij, met zorg om te gaan met dieren, zich te gedragen in
overeenstemming met Koranische waarden zoals geduld, minzaamheid,
verdraagzaamheid, tolerantie en zelfbeheersing. Wordt een muslimstaat
aangevallen, dan schrijft de Koran voor dat wanneer aan een aantal
voorwaarden voldaan is, de beste inspanning erin bestaat zich
gewapenderhand te verweren tegen de agressor. Ook dat is dan jihad.
Jihad is duidelijk geen synoniem voor 'oorlog'. Het is een zeer ruim
begrip dat slaat op alle inspanningen die men doet om God te dienen
volgens wat de Koran voorschrijft als gepaste (re-)actie in de
omstandigheid waarin men zich bevindt. In uitzonderlijke gevallen, kan
dat een oorlog zijn, in andere omstandigheden kan het juist slaan op
een verbod van het gebruik van geweld. In veel gevallen, heeft het
niets met gewapende strijd te maken vermits de meeste omstandigheden
van het leven geen gewapend antwoord vereisen noch toelaten, maar
bijvoorbeeld vragen om geduld, tolerantie of hulpvaardigheid.
Het woordt mu-{j-h-d} of mujahid is dan
ook geen synoniem voor gewapend strijder. Een mujahid is iemand die
jihad beoefent. Iemand die een goed werk doet, die z'n eigen karakter
probeert te verbeteren, of die zich politiek en sociaal engageert voor
een rechtvaardige samenleving, is een mujahid. Wanneer een muslimstaat
aangevallen worden, kan in sommige gevallen gewapend verzet toegestaan
zijn. Zo een strijder is dan ook een mujahid.
Jihad - een zich inspannen om te doen wat God wil - is onlosmakelijk
verbonden met het geloof. Het wordt daarom soms omschreven als de zesde
pijler van de Islam.
2 Jihad is immers de
aanbidding van God omgezet in woord en daad. In die zin is het de
ultieme vorm van verering van God. Geloof alleen volstaat niet, men
moet ook leven volgens het geloof. In Islam draait alles om 'taqwa':
godvruchtigheid én goede daden. Geloof en handelen zijn
onlosmakelijk met elkaar verwerven. Het volstaat bijvoorbeeld niet te
geloven dat men tolerant moet zijn, met moet zich ook daadwerkelijk
inspannen (jihad beoefenen) om het eigen karakter om te vormen tot
verdraagzaamheid en om de samenleving toleranter te maken. Jihad is het
dagdagelijks in praktijk brengen van alles wat het geloof voorschrijft.
Op grond van de omstandigheden waarin en het doel waarvoor men jihad
beoefent, worden een aantal verschillende vormen van jihad
onderscheiden die ook met verschillende middelen beoefend worden. Een
paar soorten worden hierna besproken.
2.
Soorten Jihad
a. Jihad an-Nafs: de strijd tegen het
verwaande zelf
Vooreerst is er een persoonlijke, psychologische en morele jihad met
als doel een beter mens te worden. Het woord 'islam' komt van de wortel
{s-l-m} en betekent: zich
onderwerpen (aan God). Een mu-{s-l-m} of
muslim is een persoon die zich onderwerpt aan God. Profeet Mohamed
verwees herhaaldelijk naar deze uitdrukking van geloof:
"Een Mujahid (hij
die jihad beoefent) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God
te gehoorzamen" (Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)
In spirituele zin, heeft het
lagere zelf voortdurend de neiging zich te meten met God. Het is God
die bepaalt wat goed en slecht is, maar het lagere zelf probeert zich
daaraan te onttrekken en zelf te definiëren wat kan en niet
kan. Daardoor plaatst het zichzelf op gelijke hoogte met God. In de
Islam, is de grootst mogelijke zonde - en de enige die God niet zal
vergeven - het associëren van partners met God. Dat is immers
een inbreuk op het meest centrale geloofspunt van de Islam, met name
dat er geen god is dan God. De grootste bedreiging voor het geloof
bestaat niet in het aanbidden van afgoden, maar in het verafgoden van
zichzelf. Het spirituele pad naar God bestaat er bijgevolg in dat te
voorkomen:
Anu Tharr meldde
dat de Boodschapper zei: "De beste jihad die men kan doen is jihad
tegen het eigen zelf en tegen de eigen verlangens." (Abu
Nu'aim)
Deze vorm van jihad is een
nooit aflatende strijd tegen verwaandheid en eigendunk die vaak zo
kortbij ligt. Wanneer men een muslim voor iets proficiat wenst, zal hij
antwoorden: "alle lof komt God toe". Op die manier wil hij ijdelheid
voorkomen en erkent hij de almacht van God in alles. Jihad an-Nafs is
een strijd tegen elitisme, racisme
3 en egocentrisme. Het is
een dagelijkse inspanning om zichzelf te proberen verbeteren, zichzelf
te beheersen, zich van het kwade te distantiëren, en aan de
eigen persoonlijkheid te sleutelen om zo de Koranische waarden van
geduld, tolerantie, rechtvaardigheid, respect voor ouderlingen,
zorgzaamheid tegenover dieren, enz. te belichamen. Deze Jihad wordt als
erg belangrijk aanzien. Sommige hadith omschrijven het zelfs als de
beste vorm van Jihad.
Ibn Umar
rapporteerde dat de Profeet zei: "Jihad tegen iemands zelf voor de zaak
van God is de beste Jihad" (at-Tabaraani)
De Boodschapper zei (gedurende zijn
afscheidshajj): "Zal ik jullie inlichten wie de Mu'min (ware gelovige)
is? Het is hij bij wie mensen veilig zijn met betrekking tot hun
vermogen en hun eigen zelf. De (echte) Muslim is hij bij wie mensen
veilig zijn tegen (kwetsures door) zijn tong en hand. De (ware) Mujahid
is hij die jihad an-Nafs uitvoert in gehoorzaamheid aan God. En de
(ware) Muhajir (migrant voor de zaak van God) is hij die fout en zonde
opgeeft." (Ahmad, al-Haakim en at-Tabaraani)
Voor diegenen die zulke jihad
beoefenen, stelt de Koran het Paradijs in het vooruitzicht:
"Maar dan zal voor
wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke
neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran
79:40-41)
Ook in het huidig leven kan
men de vruchten plukken van deze jihad tegen egoïsme en
hebzucht:
"(...) En wie voor
de eigen hebzucht begoed worden, zij zijn het die het welgaat."
(Koran 59:9)
b. Jihad ash-Shaytan: verzet tegen Satan
De relatie tussen de mens en Satan, gaat terug naar het allerprilste
begin. De Koran vertelt hoe God op een gegeven moment alle Engelen
(geschapen uit licht) en Jinns (geschapen uit rookloos vuur) samenriep
om getuige te zijn van de ondervraging van Adam (geschapen uit klei)
die intussen de naam van alle Engelen geleerd had. Toen Adam alle
vragen correct beantwoord had, beval God de aanwezigen een buiging te
maken uit respect voor hem. Eén van de aanwezigen, een
hooghartige Jinn, weigerde dit goddelijk bevel op te volgen. Hij vond
dat hij omdat hij geschapen was uit vuur, superieur was aan een mens
die 'slechts' uit klei geschapen was. Als straf werd deze Jinn (Satan,
Shaytan of 'Iblis' genaamd) naar de hel verbannen. God stond evenwel
zijn verzoek toe om deze verbanning uit te stellen tot op de dag van
het Laatste Oordeel. In afwachting daarvan, beloofde Satan er alles aan
te doen om de mensen van het pad van God te doen afdwalen en dus tot
Satans bondgenoten te maken. Behalve bij de vrome gelovigen, zal Satan
daar volgens de Koran ook in slagen:
"Hij [Satan] zei:
"Mijn Heer, omdat U mij liet dwalen zal ik voor hen op de aarde [alles]
schone schijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden, behalve Uw
dienaren onder hen, die toegewijd zijn." (Koran 15:39-40)
Satan is de vijand van de
mens:
"... Satan is
namelijk een verklaarde vijand van de mens." (Koran 12:5)
Zijn doel bestaat erin mensen
tot zijn volgelingen te maken, zodat hen na de dood de toegang tot het
Paradijs ontzegd wordt en zij in de hel terecht zullen komen.
"De satan is voor
jullie een vijand. Behandel hem dus als een vijand. Hij roept zijn
volgelingen slechts op opdat zij in de vuurgloed zullen thuishoren."
(Koran 35:6)
De Koran schrijft voor dat
men Satan niet mag volgen:
"Jullie die
geloven! Volgt de voetstappen van de satan niet. En als iemand de
voetstappen van de satan volgt...; hij legt jullie het gruwelijke en
het verwerpelijke op.... " (Koran 24:21)
Bescherming tegen Satan,
vindt men enkel bij God:
"En zeg: "Mijn
Heer, ik zoek bescherming bij U tegen de ophitsingen van de satans."
(Koran 23:97)
Alles wat gehoorzaamheid en
onderwerping aan God in de weg staat, staat eigenlijk ten dienste van
Satan. Dat kan de eigen verwaandheid zijn, een externe verleiding tot
zonde of twijfel in het geloof. Ook ongewenst gedrag wordt in verband
gebracht met Satan. Zo zijn in de Islam zelfbeheersing en geduld van
doorslaggevend belang. Boosheid - het verlies van zelfbeheersing -
wordt aanzien als 'des duivels':
"De besten onder
jullie zijn diegenen die traag zijn in boosheid en snel in het
afkoelen... Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend)
stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam"
(Al-Tirmidhi)
"Diegene die anderen kan overmeesteren in het
worstelen is niet echt een sterk man. Echte kracht is in de persoon die
zichzelf kan beheersen ten tijde van boosheid." (Bukhari)
Vermits boosheid van Satan
komt, is het onder controle houden ervan, een vorm van 'jihad
ash-Shaytan'. Het is tegelijk een manier om de eigen persoonlijkheid te
boetseren om de Koranische waarden uit te drukken. Hier wordt al meteen
duidelijk hoe verschillende vormen van jihad innig met elkaar verweven
zijn en tegelijk beoefend moeten worden.
c. Jihad ahlu ath-Thulm: inzet voor sociale
rechtvaardigheid en tegen onrecht
In letterlijke zin, gaat het hier om verzet tegen onrechtvaardige
mensen. Hieronder valt elke inspanning tegen sociaal onrecht en ten
voordele van een rechtvaardige maatschappij. Het doen van goede werken
om onrecht te lenigen, zowel als sociaal of politiek engagement om
onrecht bij de wortel aan te pakken en in de toekomst te voorkomen,
behoren tot deze vorm van jihad.
De Koran stelt mensen die goed en rechtschapen handelen, een goede
toekomst in het vooruitzicht:
"En hen die zich
voor Ons inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] zullen Wij op Onze wegen
leiden. God is met hen die goed doen." (Koran 29:69)
Dit vers werd geopenbaard
tijdens de Mekkaanse periode, een periode waarin van fysieke, gewapende
strijd geen sprake was. Dit onderlijnt dat er tal van vormen van jihad
bestaan, en dat het in de meeste gevallen om geweldloze, vreedzame
inspanningen gaat om zichzelf en de samenleving te verbeteren. De
Profeet Mohamed adviseerde dat de manier bij uitstek om politiek
onrecht aan te pakken, bestond uit een jihad door middel van de
waarheid. Dit politiek verzet, situeert zich dus in de taal, in
dialoog.
De Heilige Profeet
zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen
een tiran." (Mishkat, Book of Rulership and Judgment,
hoofdstuk 1, sectie 2)
Steeds opnieuw komt het
samenspel van verschillende vormen van jihad naar voor. Zo volstaat het
niet zichzelf te verbeteren door bijvoorbeeld rechtvaardiger te worden,
men moet er ook naar streven de omgeving waarin men leeft te
verbeteren, door mee te werken aan een betere, rechtvaardige
samenleving. Zich inzetten om onrecht uit de wereld te helpen, is een
belangrijke vorm van jihad.
d. Jihad al-Kuffar: indijken van ongeloof
door verspreiding van kennis van geloof
Dit is wellicht één van de meest misbegrepen
vormen van jihad. Het gaat hier immers om een strijd tegen ongeloof en
ongelovige daden, maar niet tegen mensen, zoals vaak verkeerdelijk
wordt gedacht. Dit zal duidelijk worden uit volgende analyse.
De Koran stelt dat er bij de mensen van het Boek (Joden en Christenen)
mensen zijn die leven volgens hun geloof - zij hebben volgens de Koran
niets te vrezen en zullen naar de hemel gaan:
"Onder de mensen
van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is
neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich
deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij
zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ..." (Koran
3:199)
Er bevindt zich onder hen
echter ook een groep die de voorschriften van de Thora en de Bijbel
naast zich neerleggen. Zij worden als ongelovigen beschouwd.
"Heb jij niet
gezien naar hen aan wie een aandeel aan het boek gegeven is, dat zij
geloven in afgoden en duivelen en over hen die ongelovig zijn zeggen:
"Dezen volgen een betere weg dan zij die geloven". Zij zijn het die God
vervloekt heeft en als God iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen
helper meer vinden." (Koran, 4:51-52)
Net zoals ook muslims die de
voorschriften van de Koran naast zich neerleggen, als ongelovigen
beschouwd worden:
"En wie is er
zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het
zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
Nu is het zo dat volgens de
Koran, enkel God kan oordelen over geloof of ongeloof van de mensen.
Het is dan ook enkel God die de ongelovigen kan bestraffen. Wanneer er
bijgevolg in de Koran sprake is van verzen die handelen over strijd
tegen 'ongelovigen', gaat het om strijd tegen het ongeloof als
abstractie of tegen ongelovig gedrag, maar niet om een strijd tegen
mensen. Fysieke oorlogvoering tegen mensen omdat ze niet tot de Islam
behoren, wordt door de Koran immers klaar en duidelijk verboden. De
Koran stelt expliciet:
"In de godsdienst
is er geen dwang." (Koran, 2:256)
Dit vers vormt de hoeksteek
van de godsdienstvrijheid die door de Koran aan alle inwoners van een
muslimstaat gegarandeerd wordt. Ook andere verzen bevestigen dit
principe:
"Waarschuw de
mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de
autoriteit om iemand te dwingen." (Koran 88:22-23)
De godsdienstvrijheid houdt
ook de vrijheid in ongelovig te zijn:
"Wie het wil, die
moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn."
(Koran 18:29)
Het gebruik van psychische of
fysische dwang of geweld om mensen ertoe aan te zetten zich te bekeren
tot de Islam, wordt uitdrukkelijk verboden door de Koran en de daarop
gebaseerde Islamitische Wet, de Shariah. Theologisch gezien, is er
trouwens geen reden toe: het is immers niet omdat men zich bekeert tot
de Islam dat men zeker naar de hemel zou gaan, want volgens de Islam
gaan slechts diegenen die vroom zijn en zich goed gedragen naar de
hemel. De naam van het geloof waartoe zij behoren, speelt daarbij geen
rol. Degenen die zich misdragen - met inbegrip van muslims - komen in
de hel terecht.
"Zij die geloven,
zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs
die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor
hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen
zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)
Jihad tegen de ongelovigen is
duidelijk geen strijd om de wereld te zuiveren van niet-muslims -
zoiets wordt door de Koran verboden. Het is wel een ideologische,
spirituele strijd tegen wat men in abstracte termen 'het ongeloof' kan
noemen, tegen 'ongelovig gedrag' bij mensen - maar niet tegen
'ongelovige mensen', want alleen God kan zeggen wie dat zijn. Het
middel om deze jihad te voeren, is da'wah - verspreiding van het
geloof. Het is een jihad met het woord, met de pen, om kennis over het
Islamitisch geloof te verspreiden, zodat ongeloof afneemt.
"Gehoorzaam dan de
ongelovigen niet, maar stel je tegen hen heftig te keer (met de Koran)."
(Koran 25:52)
"En wie spreekt er beter dan wie tot God
oproept, deugdelijk handelt en zegt: "ik behoor tot hen die zich [aan
God] overgeven." (Koran 41:33)
De Koran schuift de
Islamitische gemeenschap naar voor als een modelgemeenschap, een
gemeenschap van matiging 4 en rechtvaardigheid.
Dit maatschappijmodel, wordt aanzien als een alternatief voor onrecht.
Het propageren van het Islamitisch model wordt als jihad beschouwd.
"Laat er uit jullie
een gemeenschap voortkomen [van mensen] die oproepen tot het goede, het
behoorlijke gebieden en het verwerpelijke verbieden. Zij zijn het die
het welgaat." (Koran 3:104)
Het aanmoedigen van het goede
en verbieden van het kwade, is een van de meest elementaire principes
van de Islamitische jihad. Het wordt gezien als weg naar een
rechtvaardige, evenwichtige samenleving:
"Zo hebben wij
jullie gemaakt tot een evenwichtige gemeenschap opdat jullie getuigen
zullen zijn over de mensen en opdat de gezant getuige zal zijn over
jullie." (Koran 2:143)
Jihad al-kuffar is een strijd
om zulk een gemeenschapsideaal te verspreiden. Het is een strijd tegen
'ongeloof', maar duidelijk geen oorlog om het geloof gewapenderwijze op
te leggen aan anderen. De Arabische vertaling van 'heilige oorlog' is
trouwens 'harbun muqaddasatu' of 'al-harbu al-muqaddasatu' en niet
'jihad'. Het is muslims uitdrukkelijk verboden aan zulk een oorlog deel
te nemen.
Hoe zit het dan met sommige verzen die expliciet lijken te handelen
over een strijd tegen 'ongelovigen'? Zo wordt in volgend vers op het
eerste gezicht toelating gegeven om de ongelovigen te vermoorden:
"En wanneer jullie
hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, sla hen dan dood, maar
wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan
stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen
los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. ... (Koran
47:4)
Er wordt hier niet
gezegd dat men alle ongelovigen moet vermoorden. Uit de Sunnah blijkt
dat het vers geopenbaard werd naar aanleiding van de strijd om Badr.
Het is alleen van toepassing op de vijand in een oorlog ("in de
strijd"). Het gaat dus niet om wat er moet gebeuren met ongelovigen
maar om hoe men zich moet gedragen tegenover een vijand (die in dit
geval uit ongelovigen bestaat) in het heetst van de strijd, temidden
van het slagveld. Met andere woorden: dit vers vestigt een regel van de
krijgswet. De hoofdregel in de Islam is dat alle leven heilig is. De
Koran stelt dat wie iemand doodt, "het is alsof hij de hele mensheid
heeft gedood" (Koran 5:32). Het vers 47:4 vormt daarop een
uitzondering: in een oorlogssituatie kan het doden van de vijand onder
bepaalde omstandigheden toegestaan zijn, o.m. wanneer het om logistieke
of militaire redenen niet mogelijk is de vijand gevangen te nemen.
Zonder dit uitzonderingsvers, zou men zich ook ten tijde van oorlog
niet gewapenderhand mogen verdedigen en zou men zich moeten laten
doodslaan of doodschieten. Het doden van een vijand in oorlogstijd, is
echter op zich geen algemene oorlogsregel, want als het mogelijk is,
beveelt de Koran aan de vijand gevangen te nemen en niet te doden -
zoals al meteen in ditzelfde vers wordt aangegeven.
De Koran bevat verschillende zulke verzen die, wanneer ze uit hun
context gerukt worden, gemakkelijk verkeerd begrepen en uitgelegd
worden. Dergelijke verzen handelen niet over de strijd tegen de
ongelovigen maar over de krijgswet, en horen niet thuis onder 'jihad
ul-kuffar', maar wel onder 'jihad al-asghar', een oorlog om zich te
verzetten tegen een aanval, bezetting of vervolging, en een vorm van
jihad die later behandeld wordt.
e. Jihad al Bid'ah: zuiver houden van het
geloof door afwijzen van afwijkende innovaties
Jihad al-kuffar, de verspreiding van kennis van het geloof om ongeloof
te doen afnemen, hangt nauw samen met de jihad al-bid'ah, een strijd
tegen zogenaamde 'innovaties' in het geloof. Afwijzen van innovaties
wil niet zeggen dat het geloof statisch is. De Koran geeft de mensen
voortdurend de opdracht hetgeen hen door een vorige generatie
aangereikt wordt, te toetsen op waarachtigheid, en wanneer iets vals
blijkt, het af te wijzen:
"En als tot hen
gezegd wordt: "Volgt wat God heeft neergezonden na", zeggen zij:
"Welnee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze vaderen er zich
aan hielden". Ook dan soms als hun vaderen helemaal niet verstandig
waren en zich niet de goede richting hadden laten wijzen?"
(Koran 2:170)
Dergelijke verzen leggen een
stevige basis voor een dynamiek in de geloofsbeleving. Ze moedigen elke
generatie aan hetgeen hen door hun ouders en leraars werd aangereikt,
in vraag te stellen en te toetsen aan de Koran. Ook wanneer zich nieuwe
wetenschappelijke ontwikkelingen voordoen, moet daarover vanuit het
geloof een standpunt ingenomen worden. Het geloof moet dus meegaan met
zijn tijd. Wat niet mag, is het invoeren van vernieuwingen die afwijken
van het Koranisch model.
"En wie is er
zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het
zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
Vernieuwingen die strijdig
zijn met de Islamitische leer, bid'ah, worden afgewezen. Zulke
vernieuwingen komen neer op dwaalleer. Jihad al-bid'ah is een strijd
tegen het invoeren van zogenaamde innovaties die in strijd zijn met de
Islamitische leer en die daardoor het geloof onderuit zouden halen. Er
is echter wel ruimte om standpunten in te nemen tegenover nieuwe zaken
en het geloof inhoudelijk mee te laten evolueren met de tijd.
f. Jihad al-Munafiqeen: doorprikken van
hypocrisie
Hypocrieten worden in de Koran zeer zwaar aangepakt. Hypocrisie wordt
aanzien als een bedreiging voor het geloof en behoort tot het meest
verwerpelijke gedrag dat men kan ten toon spreiden. Huichelen wordt
omschreven als het ene zeggen en het andere doen:
"Jullie die
geloven! Waarom zeggen jullie wat jullie niet doen. Het werkt bij God
grote afschuw op als jullie zeggen wat jullie niet doen."
(Koran 61:2-3)
Ook hieruit blijkt hoe de
Islam voorschrijft alle snaren van de persoon te stemmen om een
harmonieus geheel te vormen: geloof, hart en rede, woord en daad,
moeten allemaal in dezelfde richting aangewend worden en het dienen van
God weerspiegelen. Alles wat deze harmonie doorbreekt, wordt in verband
gebracht met Satan. Dat is ook het geval met huichelarij:
"En heb jij niet
gezien naar hen die beweren te geloven in wat naar jou is neergezonden
en in wat er al voor jouw tijd is neergezonden, dat zij voor een
uitspraak bij de Taghoet in beroep wensen te gaan, hoewel hun bevolen
was daarin niet te geloven. De satan wenst hen ver te laten afdwalen
[van het rechte pad]." (Koran 4:60)
Ook hier geldt echter dat
enkel God in de harten van de mensen kan kijken. Enkel God weet dus wie
de huichelaars zijn:
"En onder de
bedoeïenen uit jullie omgeving zijn er huichelaars en onder de
mensen van Medina zijn er voor wie huichelarij gewoon geworden is.
Jullie kennen hen niet maar Wij kennen hen. Wij zullen hen tweemaal
bestraffen en dan zullen zij tot een geweldige bestraffing
teruggebracht worden." (Koran 9:101)
De huichelaars staat het vuur
van de hel te wachten:
"God heeft de
huichelaars, de huichelaarsters en de ongelovigen het vuur van de hel
toegezegd om daarin altijd te verblijven. Dat is goed genoeg voor hen.
God heeft hen vervloekt en voor hen is er een blijvende bestraffing."
(Koran 9:68)
De Koran omschrijft God als
een rechtvaardige God: Hij beloont het goede, bestraft het kwade. God
is echter ook vergevend, en mogelijks vergeeft hij de huichelaar die
berouw toont:
"En anderen die hun
zonden bekennen, zij vermengen een deugdelijke daad met een andere die
slecht is; misschien dat God zich genadig tot hen wendt. God is
vergevend en barmhartig." (Koran 9:102)
muslims kunnen en mogen niet
oordelen over het geloof van mensen - dat komt enkel God toe. Als ze
dat wel zouden doen, zouden ze zichzelf een goddelijke taak aanmeten en
zouden ze zichzelf zodoende buiten de Islam stellen. Ook hier is de
jihad gericht tegen het gedrag, en niet tegen de hypocriete mens. Het
oordeel over de mens, dat is iets voor God. Maar muslims moeten wel
hypocriet gedrag bestrijden.
g. Jihad al-Asghar of kleine jihad -
gewapende strijd tegen aanval of bezetting - een "heilige oorlog?"
Tot dusver werden vreedzame vormen van jihad besproken. In sommige
gevallen kan jihad -- de beste manier om God te dienen in hart en rede,
woord en daad -- erin bestaan naar de wapens te grijpen. Dit is dan de
'jihad al-asghar' - een kleine jihad, in tegenstelling tot de jihad
tegen het zelf (jihad an-nafs) die in Sufi-kringen omschreven wordt als
de 'grote jihad' (jihad al-akbar). Daarbij wordt vaak naar volgende
hadith verwezen:
Een groep
muslimsoldaten kwam bij de Heilige Profeet (van een veldslag). Hij zei:
"welkom, jullie keren terug van de kleine Jihad naar de grote Jihad".
Er werd gezegd: "wat is de grote Jihad"? Hij antwoordde: "het streven
van een dienaar tegen zijn lage verlangens." (Al-Tasharraf,
Part I, p. 70)
Deze hadith komt in geen
enkele van de grote hadithverzamelingen (Bukhari, Muslim enz.) voor,
zodat er twijfels bestaan over de authenticiteit ervan. De
achterliggende gedachte dat de innerlijke jihad belangrijker is dan
gewapend verzet, heeft echter veel invloed gehad. De legitimiteit van
de gewapende jihad wordt er overigens niet door in twijfel getrokken:
in sommige omstandigheden is gewapend verzet toegestaan, en wordt het
zelfs voorgeschreven of verplicht. Er bestaat in muslimkringen een
brede eensgezindheid over de voorwaarden waaraan deze gewapende jihad
onderworpen is.
Islam staat geen offensieve oorlog toe. Enkel wanneer muslims
aangevallen worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval
af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets
uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten - en dan nog gelden
zeer strikte regels. Geweld is de allerlaatste optie.
Volgend vers legt uit wanneer fysisch vechten toegestaan is - men
spreekt hier van de 'jihad met het zwaard', om deze vorm van jihad te
onderscheiden van de jihad met het woord, het hart, de pen, de
waarheid, enz.
"Aan hen die
bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is
aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun
woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: "Onze Heer is
God" - en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren
kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin
Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem
helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig." (Koran
22:39-40)
Dit vers geeft aan wanneer
gewapend verzet mogelijk is:
-
De vijandigheden moeten door
anderen gestart worden tegen de gelovige muslims. Enkel muslims die
"bestreden worden", mogen zich verzetten. Het gaat dus om een
defensieve oorlog, niet om een offensief. Wat hierbij betracht wordt is
het beschermen van de rechtvaardige gematigde gemeenschap waarvan
eerder al sprake was.
-
Er moet de muslims onrecht
aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit
woningen vermeld.
-
Het doel van de agressor moet
de destructie van de Islam en de muslims zijn. Het vers verwijst naar
godsdienstvervolging, waarbij muslims vervolgd worden enkel omdat zij
zeggen dat ze in God geloven.
Een oorlog is dus enkel
toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door
een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging.
Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.
Gewapende jihad moet daarenboven altijd getemperd worden door een jihad
met het hart door het nastreven van vergevingsgezindheid,
rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers
dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt
dat men niet over de schreef mag gaan:
"En bestrijdt op
Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet,
God bemint de overtreders [van de grenzen] niet." (Koran
2:190).
Diezelfde toon vind men terug
in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand,
want op een dag kan hij je vriend worden:
"Misschien dat God
tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal
brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig".
(Koran 60:7)
Dit komt ook tot uiting in de
hadith:
"Haat uw vijand op
milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden." (gemeld
door al-Tirmidhi).
De 'jihad met het zwaard' is
daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die
gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de
regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij
naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende
10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :
-
Dood geen vrouwen
-
Dood geen kinderen,
-
Dood geen bejaarden,
-
Dood geen zieken.
-
Hak geen bomen om of verbrand
ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet
vernield worden).
-
Verniel geen onbewoonde plaatsen.
-
Dood geen dieren behalve voor
voedsel.
-
Verbrand geen bijen en drijf
hen niet uiteen.
-
Steel niets van de zaken die
in beslag genomen werden gedurende de strijd. >
-
En handel niet laf.
Uit andere hadith blijkt dat
Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten
moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook
burgerconstructies moeten gespaard blijven. Abu Bakr zei ook dat men
zelfs de melk van de dieren niet mocht gebruiken tenzij men de
toestemming had van de eigenaars van de dieren. Islam kent een zeer
uitgebreid stelsel van dierenrechten.
5 Tijdens de oorlog mogen
dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een
zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van
zijn.
Sommige muslims wijzen erop dat als er sprake zou kunnen zijn van een
'heilige oorlog', dit enkel is in de zin van een oorlog waarin muslims
gebonden zijn aan zulke 'heilige' door de Koran en de Sunnah ingestelde
hoogstaande principes. Het is echter helemaal geen heilige oorlog in de
zin waarin dit in het Westen begrepen wordt, met name een oorlog om
anderen met geweld te bekeren tot het eigen geloof. Zoals in 'jihad
al-kuffar' gemotiveerd werd is het muslims volstrekt verboden deel te
nemen aan zulk een oorlog. De Koran garandeert immers
godsdienstvrijheid en verbiedt uitdrukkelijk het gebruik van dwang in
de godsdienst.
Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin
meegaan:
“En als
zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je
vertrouwen op God." (Koran 8:61)
Ook wat er moet gebeuren in
geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder
aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te
worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije,
rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich
al dan niet bij de Islam aan te sluiten:
"God beveelt jullie
in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en,
wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig
oordelen..." (Koran 4:58)
"Jullie die geloven! Wees standvastig voor God
als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde
mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees
rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid." (Koran
5:8)
"God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te
doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk,
verwerpelijk en gewelddadig is...." (Koran 16:90)
De Islamitische gemeenschap
wordt hierbij, zoals eerder gezegd, naar voor geschoven als een
modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt,
een gemeenschap van de middenweg. Jihad al-asghar is enkel toegstaan om
deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.
3. Middelen om jihad te beoefenen
Uit de verschillende soorten jihad is duidelijk geworden dat er ook
verschillende middelen zijn waarover de mujahid kan beschikken om jihad
te beoefen:
-
jihad met het hart: het hart
is een belangrijk instrument om het eigen geloof te zuiveren,
rechtschapen te handelen, enz.
-
Jihad met kennis, is vooral
belangrijk in de jihad tegen ongeloof en tegen onrechtvaardigheid.
-
jihad met welvaart, kan voor
verschillende vormen van jihad ingezet worden.
-
jihad met de hand, met daden:
door rechtvaardig te handelen, goede werken te doen, enz.
-
jihad met het woord: voor
verspreiding van het geloof, strijd tegen ongeloof en onrecht.
-
jihad door het zwaard: is
enkel toegelaten in 'Jihad al-asghar'.
De Koran en de Sunnah regelen
wanneer welk middel ingezet mag worden. Wanneer men oproept tot Jihad,
is het dus niet noodzakelijk een oproep tot gewapend verzet.
Integendeel, in de meeste gevallen gaat het om een verzet via het woord
en de waarheid tegen een onrechtvaardige situatie, waar helemaal geen
wapens aan te pas mogen komen.
4.
Beloning voor de Mujahid: Hoop op Gods Barmhartigheid en toegang tot
het Paradijs
Muslims die jihad beoefenen, kunnen hopen op Gods Barmhartigheid en
toegang tot het Paradijs:
"Zij die geloven en
zij die uitgeweken zijn en zich op Gods weg inspannen [{jahadoo}, jihad
beoefenen], zij zijn het die op Gods barmhartigheid hopen. God is
vergevend en barmhartig." (Koran 2:218)
Dat geldt, zoals in de tekst
ook al aangegeven werd, voor alle vormen van jihad. Zo leidt
bijvoorbeeld ook jihad an-nafs tot het Paradijs:
"Maar dan zal voor
wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke
neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran
79:40-41)
Volgens de Islam is de zin
van het leven dat het een test is om te zien wie al dan niet tot het
Paradijs zal toegelaten worden:
"Wij hebben alles
wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te
stellen wie van hen het beste is in wat hij doet." (Koran
18:7)
"Wij zullen jullie op de proef stellen met iets
van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar
verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die, als
onheil hen treft, zeggen: "Wij behoren aan God toe en tot Hem zullen
wij terugkeren". Zij zijn het met wie hun Heer mededogen heeft en
erbarmen; zij zijn het die het goede pad volgen." (Koran
2:155-156)
Jihad - het concreet beleven
van het geloof, de concrete vertaling in daden van het geloof, is de
aangewezen manier om die test tot een goed einde te brengen:
"Of rekenden jullie
erop de tuin binnen te gaan, voordat God hen kent die zich van jullie
inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] en hen kent die geduldig
volharden." (Koran 3:142)
Merk op hoe Fred Leemhuis het
werkwoord {j-h-d} hier vertaalt als 'zich
inzetten'. Het gaat inderdaad om alle inspanningen die men doet voor
God. Jihad is de concrete vertaling van het geloof. Zonder jihad, is
het geloof niet volledig:
De Boodschapper van
God zei: "wanneer iemand voor God staat zonder teken van Jihad, zal hij
voor God staan met een tekortkoming." (Tirmidhi, gemeld
door Abu Hurayrah)
Net zoals enkel God kan
oordelen over wie gelooft en wie niet, weet enkel God wie een Mujahid
is, wie het geloof in praktijk brengt en beleeft:
De Boodschapper van
God zei: "Het voorbeeld van de Mujahid (diegene die jihad beoefent)
voor de zaak van God, en enkel God weet wie werkelijk jihad beoefent
voor Zijn zaak, is het voorbeeld van diegene die zowel een Saa'im
(diegene die vast) is als een Qaa'im (diegene die vrijwillige gebeden
doet)" (Al-Bukhari)
Epiloog
Jihad is geen synoniem met oorlog, zoveel is duidelijk. Het is een
vertaling in gevoel en rede, in woord en daad, van het geloof. Het is
de ultieme manier om God te vereren door het geloof daadwerkelijk te
beleven. Het betekent niets anders dan zich inzetten om op elk moment
van het leven God te dienen. In de meeste gevallen is geweld daarbij
uitdrukkelijk verboden, en kunnen enkel vreedzame middelen als het
woord aangewend worden. Zelfs in het ene geval van jihad al-asghar,
waar geweld wel toegestaan is, bedoelen muslims met 'heilige' oorlog,
een oorlog die aan hoogstaande morele principes gebonden is - dat is
een gans andere betekenis dan de in het Westen gangbare betekenis van
een oorlog om het geloof te verspreiden, een onderneming waar muslims
overigens niet mogen aan deelnemen omdat de Koran voor iedereen
godsdienstvrijheid garandeert en dwang in geloofszaken verbiedt.
6
____________________________