.. Inleiding
1.koranische maatschappijvisie
2.Bestuurlijk model van de islam
2.1. Wat is een 'islamitische staat'?
2.2. Theocratie strijdig met de islam
2.2.1. Er is geen god dan God
2.2.2. Iedereen is beheerder van Gods
aards patrimonium
2.2.3. Centraliteit van
godsdienstvrijheid, dus vrijheid van beheer
2.2.4. Imam geen equivalent van
christelijk priester
2.2.5. Politieke leiders aangesteld door
de mensen, niet door God
2.2.5. Leiders moeten zich verantwoorden
tegenover God én tegenover de mensen
2.2.7. Bestuurlijk leiderschap is
noodzakelijkerwijze seculier
3. Islamitisch wettelijk model: wetten van God
of van de mensen?
4. Burgerschap
4.1. Een sociaal contract tussen burger en
staat
4.2. Gewetenskwesties
4.3. Recht op non-coöperatie met het
onwettige
5.Kerk en staat in het Westen
.. Besluit
Noten
Inleiding
Uit de geschiedenislessen herinneren wij ons de christelijke
regimes in onze contreien die geleid werden door vorsten die
zichzelf aanzagen als onfeilbare, op goddelijk gezag gelegitimeerde
vervangers van God op aarde of door een overheid die, gedomineerd
door een kerkinstituut, op goddelijk gezag wetten afkondigde.
Leidende figuren binnen de kerk, oefenden in hun hertogdommen en
graafschappen ook de wereldlijke macht uit, en deze overheden legden
de enige 'ware' godsdienst op aan het volk. Dissidentie werd niet
geduld; wie niet het 'juiste' geloof aanhing, werd in deze duistere
periode van onze geschiedenis zonder pardon onthoofd of op de
brandstapel gegooid.
Omdat we via media en politici telkens weer te horen krijgen dat
de islam 'geen scheiding van kerk en staat' kent, menen we dat het
er in de islam ongeveer hetzelfde moet aan toegaan als in ons
duister verleden, wat zonder meer het beeld van een 'achterlijke',
'repressieve' islam voedt. Met de regelmaat van de klok horen we dan
ook stellen dat de islam 'dringend aan verlichting toe is' waarmee
dan bedoeld wordt dat de staatsleiding zich moet losmaken uit de
greep van de religieuze leiding.
Maar als we voorbij de projecties uit ons eigen verleden willen
en durven kijken, hoe zit het dan in werkelijkheid met de
verhouding tussen moskee en staat in de islamitische leer? De vraag
is belangrijk, want van het antwoord hangt af aan wie muslims
loyauteit verschuldigd zijn: God of de staat?
In deze Koran Notitie zal deze materie ontrafeld worden in een
reeks deelaspecten. Daaruit zal blijken dat de vraag naar scheiding
tussen moskee en staat ons op het verkeerde been zet. Immers, de
moskee is niet het islamitisch equivalent van de kerk – met
alle gevolgen van dien.
1. Maatschappijvisie van de islam
De Koran is volgens muslims de letterlijke op schrift stelling
van de openbaringen van God die gedurende een periode van 23 jaar
door de Aartsengel Gabriël overgebracht werden aan profeet Mohamed.
De Koran is geen traktaat over staatsvorming. God openbaarde ook
geen gecodificeerd wetboek. Wat is de Koran dan wel? In wezen, is de
Koran een leidraad om in elke mogelijke situatie het best mogelijke
te doen en het slechte te vermijden, vanuit een geloof in het
hiernamaals waarin iedereen beoordeeld zal worden op hoe hij tijdens
het aardse leven zijn vrije wil heeft aangewend. Van dit oordeel,
zal een eeuwig verblijf in het paradijs of in de hel afhangen. De
Koran heeft dan ook in de eerste plaats te maken met moraliteit, met
het stimuleren van de best mogelijke keuze in alle omstandigheden.
De Koran schuift het opheffen van verdrukking en het realiseren
van een rechtvaardige samenleving naar voor als maatschappelijk
doel.
«En Wij hebben Onze gezanten met de duidelijke bewijzen
gezonden en Wij hebben het boek en de weegschaal met hen
neergezonden, opdat de mensen de rechtvaardigheid in stand
houden...» (Koran 57:25)
De Koran wil dit in eerste instantie tot stand brengen door de
mensen op een hoger moreel niveau te tillen. Zo worden muslims
aangemoedigd een heel leven lang te kneden en te smeden aan hun
eigen persoonlijkheid, in de richting van een islamitisch
persoonlijkheidsideaal dat omschreven wordt als verdraagzaam,
rechtvaardig, geduldig, integer, enz. [1] Deze
persoonlijkheidsevolutie volgt een richtlijn die in alle aspecten
van het leven van toepassing is, en die luidt:
«... jullie gebieden het behoorlijke, verbieden het
verwerpelijke...» (Koran 3:110)
In de hierna volgende delen bekijken we hoe de wet en
bestuursvorm zich verhouden tot dit maatschappelijk doel en tot
elkaar, om ten slotte te onderzoeken wat de implicaties daarvan zijn
voor het burgerschap en de loyauteitsvraag.
2. Bestuurlijk model van de islam
2.1. Wat is een islamitische staat?
Willen we achterhalen hoe de moskee zich tot de islamitische
staat verhoudt, dan stelt zich eerst en vooral de vraag wat een
'islamitische staat' is. De Koran bevat geen gedetailleerde
receptuur voor de feitelijke bestuursvorm van een staat. De Koran
bevat enkel een aantal principes, zoals erkenning van fundamentele
mensenrechten (waaronder godsdienstvrijheid - daarover straks meer),
maar bevat geen uitgewerkt model voor 'de' islamitische
staatsinrichting. Het staat muslims bijgevolg vrij een staatsvorm te
kiezen om het maatschappelijk doel van de rechtvaardige samenleving
van rechtschapen mensen die zich verantwoordelijk gedragen te
verwezenlijken. Een staatsorganisatie kan vanuit het perspectief van
Koran en Sunnah dan ook niet beschouwd worden als een doel op zich,
het is slechts een middel om een doel te realiseren.
Er bestaat overigens binnen de islam niet eens eensgezindheid
over de vraag of muslims al dan niet verplicht zijn een muslimstaat
(volgens welke bestuursvorm ook) uit te bouwen. Sommige geleerden
menen dat dit een goddelijke verplichting is, anderen menen van
niet. Zij stellen dat het muslims wel ten goede zou komen een staat
uit te bouwen volgens islamitische principes en dat het wel the
right thing to do is, maar dat het geen goddelijke verplichting
is. [2 ] Daarnaast zijn er ook seculiere
muslims die stellen dat geloof helemaal niets met politiek ,
wetgeving of bestuur van doen heeft, en alleen in de privésfeer
thuis hoort.
Men zou kunnen stellen dat wat een staat tot een
'islamitische
staat' maakt, de mate is waarin het doel van een rechtvaardige
samenleving nagestreefd en gerealiseerd wordt. Het heeft dus op zich
niets te maken met de bestuursvorm of de staatsorganisatie - dat
zijn immers vrij te kiezen middelen om het doel te bereiken.
Precies omdat de Koran geen staatsvorm definieerde, heeft de
islam zich door de eeuwen heen in uiteenlopende bestuursvormen weten
te handhaven. Daaruit zijn evenwel een reeks misvattingen gegroeid.
Omdat bijvoorbeeld momenteel het democratisch gehalte in een aantal
muslimlanden niet bepaald hoog te noemen is, trekt men in het Westen
wel eens het besluit dat de islam niet verenigbaar is met
democratie, of heeft men het over een 'democratisch deficit' van 'de
islam'. Islam wordt daarom ook – evenzeer ten onrechte –
geïdentificeerd met dictatoriale autoritaire bestuursvormen of met
theocratieën. Niet alleen wordt de islam geassocieerd met deze
bestuursvormen, vele mensen denken ook dat de muslimlanden effectief
theocratieën zijn waar de shari'ah geldt, een misvatting
die meteen ontkracht wordt door een kijk op de praktijksituatie:
| land |
bestuursvorm |
wettelijk stelsel |
| Albanië |
ontluikende democratie |
heeft een systeem van burgerlijk recht |
| Algerije |
republiek |
socialistisch, gebaseerd op Frans en
islamitisch recht |
| Azerbeidzjan |
republiek |
gebaseerd op systeem van burgerlijk recht |
| Bahrein |
constitutionele erfelijke monarchie |
gebaseerd op islamitisch recht en op Engels
gewoonterecht |
| Comoren |
onafhankelijke republiek |
Frans en Shari'ah (islamitisch) recht in een
nieuw geconsolideerd wetboek |
| Djibouti |
republiek |
gebaseerd op het Frans systeem van burgerlijk
recht, traditionele gebruiken en islamitisch recht |
| Egypte |
republiek |
gebaseerd op Engels gewoonterecht, islamitisch
recht, en het Napoleontisch wetboek |
| Eritrea |
overgangsregering |
hoofdzakelijk gebaseerd op Ethiopisch wetboek
van 1957, met herzieningen; nieuwe burgerlijke, commerciële en
strafrechtelijke wetten werden nog niet afgekondigd; bouwt ook
op gewoonterecht en op post-onafhankelijkheidsbepalingen, voor
burgerlijke zaken die betrekking hebben op muslims, de
Shari'ah wet |
| Gambia |
republiek |
gebaseerd op een samenstelling van Engels
gewoonterecht, koranisch recht en gewoonterecht |
| Guinea |
republiek |
gebaseerd op het Frans systeem van burgerlijk
recht, gewoonterecht en decreten; wetteksten worden momenteel
herzien |
| Indonesië |
republiek |
gebaseerd op Romeins-Nederlands recht,
substantieel aangepast door inheemse concepten en door nieuwe
strafrechtelijke procedures en verkiezingswetten |
| Iran |
theocratische republiek |
de grondwet codificeert islamitische principes
van besturen |
| Irak |
overgangsdemocratie |
gebaseerd op Europees burgerlijk recht en op
de islamitische wet in een kader dat door de Iraakse grondwet
omschreven wordt |
| Jordanië |
constitutionele monarchie |
gebaseerd op islamitisch recht en op Franse
wetten |
| Kirgizië |
republiek |
gebaseerd op een systeem van burgerlijk recht |
| Koeweit |
constitutioneel erfelijk emiraat |
systeem van burgerlijk recht met islamitisch
recht significant voor persoonlijke aangelegenheden |
| Libanon |
republiek |
mengeling van Ottomaans recht, canon recht,
Napoleontische wet en burgerlijk recht |
| Maleisië |
constitutionele monarchie |
gebaseerd op Engels gewoonterecht,
islamitische wet wordt toegepast voor muslims in
aangelegenheden van familierecht |
| Mali |
republiek |
gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk
recht en gewoonterecht |
| Mauritanië |
republiek |
combinatie van de Shari'ah (islamitisch recht)
en Frans burgerlijk recht |
| Marokko |
constitutionele monarchie |
gebaseerd op islamitisch recht en op Frans en
Spaans systeem van burgerlijk recht |
| Niger |
republiek |
gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk
recht en gewoonterecht |
| Nigeria |
federale republiek |
gebaseerd op Engels gewoonterecht,
islamitische Shari'ah (in 12 noordelijke staten) en
traditionele wet |
| Oman |
monarchie |
gebaseerd op Engels gewoonterecht en
islamitisch recht |
| Qatar |
traditionele monarchie |
discretionair systeem van recht dat door de
emir gecontroleerd wordt, hoewel burgerlijke wetten
geïmplementeerd worden; de Shari'ah wet domineert familiale en
persoonlijke zaken |
| Saudi-Arabië |
monarchie |
gebaseerd op de shari'ah, verschillende
seculiere wetten werden geïntroduceerd; commerciële disputen
worden door speciale commissies behandeld |
| Siërra Leone |
constitutionele democratie |
gebaseerd op Engels recht en inheems
gewoonterecht van plaatselijke stammen |
| Somalië |
geen permanente nationale regering, in
overgang, parlementaire federale regering |
geen nationaal systeem, Shari'ah
(islamitische) en seculiere rechtbanken gebaseerd op Somalisch
gewoonterecht (<i>xeer</i>) zijn op sommige plaatsen aanwezig |
| Soedan |
regering van nationale eenheid, nationale
verkiezingen voorzien voor 2008-2009 |
gebaseerd op Engels recht en op Shari'ah
recht. Vanaf 1991 werd Shari'ah in de noordelijke staten
ingevoerd waar hij voor alle inwoners geldt ongeacht hun
godsdienst; het zuidelijk rechtsstelsel is nog in
ontwikkeling, de shari'ah zal er niet toegepast worden |
| Syrië |
republiek onder een autoritair, militair
gedomineerd regime sedert maart 1963 |
gebaseerd op een combinatie van Frans en
Ottomaans burgerlijk recht; religieus recht wordt gebruik in
familierechtbanken |
| Tadzjikistan |
republiek |
gebaseerd op systeem van burgerlijk recht |
| Tanzania |
republiek |
gebaseerd op Engels gewoonterecht |
| Tunesië |
republiek |
gebaseerd op Frans systeem van burgerlijk
recht en op Shari'ah wet |
| Turkije |
republikeinse parlementaire democratie |
systeem van burgerlijk recht afgeleid van
diverse Europese continentale rechtssystemen |
| Turkmenistan |
republiek, autoritair presidentieel bestuur,
met weinig macht buiten de uitvoerende macht |
gebaseerd op systeem van burgerlijk recht |
| Verenigde Arabische Emiraten |
federatie met specifieke machten die
gedelegeerd worden aan de federale regering van de VAE en
andere machten die gereserveerd zijn voor de leden emiraten |
federaal rechtssysteem ingevoerd in 1971;
geldt voor alle emiraten behalve Dubai en Ra's al Khaymah die
niet volledig geïntegreerd zijn in het federaal rechtssysteem;
alle emiraten hebben seculiere rechtbanken voor
strafrechtelijke, burgerlijke en commerciële aangelegenheden
en islamitische rechtbanken voor familiale en religieuze
disputen |
| Oezbekistan |
republiek, autoritair presidentieel bestuur,
met weinig macht buiten de uitvoerende macht |
evolutie van Sovjet burgerlijk recht; heeft
nog geen onafhankelijk rechtssysteem |
| Jemen |
republiek |
gebaseerd op islamitisch recht, Turks recht,
Engels gewoonterecht en plaatselijk tribaal gewoonterecht |
Bron The World Factbook, Central Intelligence Agency (CIA), USA,
update van 8 augustus 2006
https://www.cia.gov/cia/publications/factbook/print/ym.html
Wat men in het Westen een 'muslimland' noemt, is niets anders dan
een land met een overwegend islamitische bevolking. Daaruit gevolgen
trekken over de 'politieke islam' (die lang niet door alle muslims
gesteund wordt) of over kortweg 'de islam', zou hetzelfde zijn als
Amerika een christelijke staat noemen omdat een meerderheid van de
bevolking christelijk is, en aan de handelingen van de Amerikaanse
president, het militair optreden van het Amerikaans leger, de
artikelen van de Amerikaanse Patriot Act, enz. gevolgtrekkingen
vastknopen over 'het christendom'.
De bestuursvormen van landen met een overwegend islamitische
bevolking, zijn net zo min een aspect van het koranisch model als de
bestuursvorm van de VS ons iets leert over de Bijbel. De manier
waarop muslimlanden bestuurd worden, zijn historisch gegroeide
situaties, niet zelden ontstaan in de nasleep van westerse
kolonisaties die diepe sporen nalieten op wetgeving en bestuursvorm.
Men kan op deze historisch gegroeide praktijksituatie dan ook geen
uitspraken baseren over de islam en zijn bestuursprincipes of
wetgeving, laat staan over de verhouding tussen moskee en staat in
de islamitische leer.
Willen we een antwoord op wat de islam ter zake voorschrijft, dan
moeten we teruggaan naar de primaire bronnen van de islam. Zoals
gesteld, wordt in de Koran geen specifiek staatkundig model
voorgeschreven, er bestaat dus niet zoiets als 'de' islamitische
staat. Het gegeven dat er geen kant- en klare bestuursvorm
aangeleverd wordt door de Koran, leidde binnen de muslimgemeenschap
dan ook tot politiek pluralisme. Immers, bij gebrek aan eenduidige
bestuursvorm, vormden zich verschillende voorstellingen over hoe dat
bestuur moet aangepakt worden en of en in welke mate dit door
islamitische principes gestuurd moet worden. [3].
Deze bestuurlijke principes zullen in een aparte Koran Notitie
verder besproken worden. Wat van belang is voor de voorliggende
vraag over de verhouding tussen moskee en staat, is na te gaan hoe
de islam zich verhoudt tot een theocratie.
2.2. Theocratie strijdig met de islam
In weerwil van de in het Westen overheersende misvatting dat de
islam een theocratie voorschrijft, is islam, zoals hierna ten gronde
gemotiveerd wordt, volkomen onverzoenbaar met een theocratie.
2.2.1. Er is geen god dan God
De islam is gebouwd rond het centrale geloofspunt dat er geen
god is dan God.
«Zeg: "Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij
heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem
gelijkwaardig."» (Koran 112:1-4)
Dit vers sluit het christelijk concept uit van een 'mensgeworden'
God - en in het verlengde daarvan ook een kerkinstituut. Het
christendom omschrijft de figuur van Jezus als God én zoon van
God. In de islam bestaat dit concept niet. Jezus is volgens de
islam een profeet zoals alle andere profeten (waaronder
bijvoorbeeld Abraham, David, Mozes, Mohamed, enz.) die allemaal
door de islam erkend worden en in wiens boodschap muslims zonder
onderscheid moeten geloven. In de islam is er enerzijds God,
anderzijds zijn er de de mensen. Daar kan niets of niemand
tussenin komen. De relatie tussen de mens en God is rechtstreeks.
Op zich, is dit vers dus al voldoende om aan te tonen dat een
theocratie uitgesloten is. Maar er zijn nog veel meer argumenten.
2.2.2. Iedereen is een beheerder van Gods aards patrimonium
Dat een leider of elitaire groep zich niet op gezag van God
boven de andere mensen en boven de wet kan verheffen, heeft alles
te maken met het koranisch concept van khalifa.
Volgens
de Koran immers is ieder mens gelijkelijk een khalifa:
«Toen jouw Heer tot de engelen zei: "Ik ga op aarde een
khalifa aanstellen"... » (Koran 2:30)
Het Arabisch woord khalifa wordt op verschillende
manieren vertaald. Yusuf Ali vertaalt het in het Engels als 'viceregent'.
Professor Fred Leemhuis vertaalt khalifa als
'plaatsvervanger'. In religieuze teksten wordt khalifa
vaak geduid als afgevaardigd beheerder, regent, afgevaardigde,
bestuurder, enz. Dit concept is cruciaal om de relatie tussen
geloof en staat in de islam te doorgronden.
God heeft volgens de Koran ieder mens gelijkelijk en
niet een of andere religieuze elite aangesteld als Zijn beheerder
op aarde. Dit wil zeggen dat God het beheer van de aarde
gedelegeerd heeft naar de mensen. Dit beheerschap strekt zich uit
tot alles wat de aarde rijk is en houdt dus ook een verplichting
op milieubehoud in.
God delegeert het beheerschap bovendien vanuit de eerder
vernoemde stelling dat niets of niemand aan Hem gelijkwaardig is.
Beheerschap impliceert dus geen gelijkwaardigheid aan God. Dit
betekent dat niemand zich kan opwerpen als onfeilbaar leider.
Alle mensen zullen op oordeelsdag ook beoordeeld worden op hun
beheerstaak. Om die taak tot een goed einde te kunnen brengen, gaf
God in Zijn openbaringen aan de profeten aan op welke manier de
mensen de aarde best kunnen beheren. Behalve een leidraad om het
huidige leven zo goed mogelijk te kunnen doormaken, bevatten de
openbaringen ook het criterium waartegen elk mens op oordeelsdag
beoordeeld zal worden. Het criterium wordt door God vastgelegd en
kan door geen mens veranderd worden. God schreef, om het zo te
zeggen, de test uit. Hij gaf de doelstellingen aan en omschreef
wat een goed en wat een fout resultaat op de test is. Daar kan
geen mens iets aan veranderen. Wie dat toch zou doen, zou proberen
zich in de plaats van God te stellen om de wezenlijke aard van de
test zèlf (waaraan de hele mensheid onderworpen is) te veranderen.
2.2.3. Godsdienstvrijheid en dus vrijheid van beheer
Een test impliceert inderdaad vrijheid van kiezen. Een van de
grootste en meest persisterende westerse misverstanden over de
islam, is dat – naar analogie met ons verleden van christelijke
regimes – in een volgens islamitische principes georganiseerde
staat de inwoners gedwongen zouden worden zich te bekeren tot de
islam. Het omgekeerde is het geval: de Koran – en bijgevolg ook de shari'ah – garandeert immers godsdienstvrijheid. [4]
Vanuit de staatsleiding het geloof opleggen aan de burgers is
bijgevolg uit den boze. Godsdienstvrijheid is in de Koran
overigens niet zomaar een recht, het is de essentie van de islam
zelf. Zonder godsdienstvrijheid, kan er van islam geen sprake
zijn. Het hele zingevingsmodel van de islam is erop gebaseerd. De
Koran stelt dat mensen geboren worden in een staat van harmonie,
puur en vrij van zonde, met intellect en vrije wil en begiftigd
met een onderscheid van goed en kwaad. Het leven is een test om te
zien hoe mensen hun vrije wil zullen aanwenden. Zullen ze het
goede kiezen? Of het kwade volgen? Dat zijn keuzes die men steeds
weer moet maken, op elk moment van de dag en over allerhande
terreinen. Op Oordeelsdag zal men zich voor deze keuzes moeten
verantwoorden. Op die manier, plaveit men gedurende het leven zelf
de weg naar het paradijs of de hel. Dit alles is volslagen
onmogelijk als de mens niet over de vrijheid beschikt om zich bij
het inrichten van het leven al dan niet door God te laten leiden.
Zonder godsdienstvrijheid, is er geen Oordeelsdag, is er geen God,
en is er van islam (d.w.z. overgave aan God) geen sprake. Elk
inkrimpen, belemmeren of opheffen van godsdienstvrijheid houdt een
negatie van God en bijgevolg het opheffen van de islam in. Het is
immers God zelf die in de Koran de godsdienstvrijheid instelt:
«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)
Het is muslims dan ook formeel verboden anderen te dwingen zich
te bekeren tot de islam. Ze moeten de mensen wel waarschuwen -
d.w.z.
zorgen dat mensen islam kennen en weten wat dat inhoudt zodat ze
een geïnformeerde beslissing kunnen nemen over de manier waarop ze
zich tot God willen verhouden. Maar mensen dwingen tot de islam,
is verboden.
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een
waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.»
(Koran 88:22-23)
Godsdienstvrijheid houdt bovendien niet enkel het recht in te
geloven wat men wil. Het houdt ook het recht in dat niemand dan
God over dat geloof een oordeel mag vellen. Immers, volgens de
Koran kan enkel God in de harten van de mensen kijken, kan enkel
Hij hun intenties kennen, en kan enkel Hij oordelen over geloof en
ongeloof.
«Het oordeel komt alleen God toe» (Koran 12:67) «Hij
[God] maakt niemand deelgenoot van Zijn oordeel.» (Koran
18:26)
In afwachting van dat Godsoordeel op de Laatste Dag, moeten
alle mensen elkaar als gelijken beschouwen, ongeacht geloof,
huidskleur, inkomen, opleiding, functie, of wat dan ook. [5]
Trouwens, volgens de Koran is het God zelf die de religieuze
diversiteit onder de mensen ingesteld heeft - en wat God gewild
heeft, daar mag men niet tegen ingaan.
«En als jouw Heer het had gewild, hadden wie er hier op
de aarde zijn allen geloofd. Wil jij dan de mensen dwingen
gelovigen te worden?»"(Koran 10:99)
Bij de test van het leven is het uiteraard de bedoeling het
goede te doen, en God legt in de Koran uit wat dat inhoudt. Maar
geen mens is verplicht daarin mee te gaan. De mensheid is niet
verplicht muslim te worden. Volgens de Koran zouden ze er wel bij
varen als ze dat zouden doen, maar geen mens kan daartoe verplicht
worden. Wie God wil negeren, is vrij dat te doen. Alleen zal men
daar op oordeelsdag de prijs moeten voor betalen. Sommigen maken
de bedenking dat de vrijheid toch niet volledig is vermits God de
'ongelovigen' straft. Wanneer men de Koran ten gronde bestudeert
blijkt echter dat God niet zozeer het ongeloof straft, dan wel het
gedrag dat men uit ongeloof stelt. Het verdrukken van anderen, het
'overtreden van de grenzen' (extremisme) e.d.m. druisen in tegen
de bepalingen die door het geloof voorgeschreven worden, en worden
dus met ongeloof geassocieerd. [6] Noteer ook
dat de Koranverzen die hierover handelen, duidelijk maken dat het
altijd God is die dergelijke straffen uitspreekt. Nergens verleent
de Koran mensen de toestemming om anderen te straffen voor hun
ongeloof - ze kunnen daar niet over oordelen. Bovendien wordt
nergens gezegd dat niet-muslims per definitie ongelovigen zijn,
noch wordt er gesteld dat muslims per definitie gelovigen zijn.
Muslims die zich misdragen, kunnen in ongeloof vervallen en kunnen
alsnog een wissel trekken op de hel. [7]
Niet-muslims die op een andere manier dan via de islam in God
geloven en goed handelen, kunnen alsnog naar het paradijs gaan. De
Koran beveelt Joden en Christenen zelfs aan volgens hun eigen
heilige boeken te leven [8] en zegt dat
wanneer ze in God geloven en goede daden doen de test ook met
succes kunnen doorstaan en op oordeelsdag niets te vrezen zullen
hebben.
«Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de
Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en
die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij
hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.»
(Koran 2:62)
Meer nog, de manier waarop men omgaat met de diversiteit aan
godsdiensten vormt integraal onderdeel van de test. De Koran geeft
aan dat de juiste manier om met die (door God zelf ingestelde)
diversiteit aan godsdiensten om te gaan, erin bestaat zich niet
het hoofd te breken over de verschillen, elkaar daarover ook niet
te bestrijden, maar wel proberen elkaar te overtreffen in goede
daden in afwachting van de oordeelsdag waarop God wel zal
uitleggen hoe de vork in de steel zat.
«... Voor ieder van jullie hebben Wij een norm en een weg
bepaald. En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één
gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie
gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dus in goede
daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie
meedelen waarover jullie het oneens waren. » (Koran 5:48)
Punt hier is dat geen enkele religieuze instantie een stelsel kan
opleggen dat 'zonder meer' naar het paradijs zal leiden en
waarbuiten mensen het 'foute' geloof hebben dat hen via de
brandstapel naar de hel zal sturen. Om te beginnen is niemand aan
God gelijk, dus kan men hoogstens Zijn openbaringen proberen
begrijpen, maar weet alleen God 100% zeker wat Hij bedoelde.
Bovendien verzekert God godsdienstvrijheid – daar kan dus geen
mens tegen in gaan. Daarnaast, ligt het oordeel over geloof bij
God en alleen bij God. En tenslotte wijst de Koran er op dat er
verschillende wegen zijn om tot God te komen. De klemtoon ligt in
de Koran niet op de dogmatiek, maar wel in het waarachtig handelen
volgens het geloof (volgens welke weg ook) en het doen van het
goede:
«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten
en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de
laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie
zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten,
de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de
bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat
[gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft
en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in
tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het
die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran
2:177)
Geen enkele religieuze instantie kan mensen bijgevolg dwingen
om muslim te worden of om de samenleving te organiseren volgens
islamitische principes, laat staan dat zij mensen die een ander
geloof aanhangen naar de brandstapel zou kunnen voeren.
Alle mensen zijn aangesteld als kalief en zijn vrij te kiezen
hoe ze zich tot God verhouden. Muslims hebben die keuze voor
zichzelf uit gemaakt. Maar zelfs wat hun taak als khalief
betreft, bestaat er onder muslimgeleerden geen eensgezindheid rond
de vraag hoe die juist ingevuld moet worden en of muslims, als
gelovigen, al dan niet moeten proberen een staat uit te bouwen
volgens islamitische principes. Zelfs als ze dat al zouden willen
doen, zal dat moeten gedragen worden door een ruime en aan
unanimiteit grenzende meerderheidsbeslissing vermits dit gezien de
centrale godsdienstvrijheid nooit kan opgelegd worden tegen de wil
van de bevolking in. Wat er in zo'n staat met niet-muslims zou
gebeuren, wordt verderop in deze tekst besproken in het hoofdstuk
over de islamitische wet.
2.2.4. Imam geen equivalent van christelijk priester
Een ander aspect van het geloofsgegeven dat er geen god is dan
God, dat iedereen kalief is, en dat godsdienstvrijheid door God
zelf gegarandeerd wordt, is dat de islam geen priesterklasse en
geen kerkinstituut kent die de enige juiste interpretatie van de
leer kan opleggen aan de gelovigen.
Imam is het Arabisch woord
voor 'leider'. In een islamitisch-religieuze context wordt het woord
imam gebruikt voor iemand die de groepsgebeden leidt. In de islam
is een imam gewoon iemand uit de gemeenschap van gelovigen die
door de mensen zelf verkozen wordt (en niet door een kerkinstituut
aangesteld wordt) om hen voor te gaan in het groepsgebed omdat hij
geacht wordt het meest af te weten van de Koran.
« Abu Sa'eed al-Khudri zei dat de Profeet zei; "Als er
drie mensen samen zijn, laat één van hen de anderen leiden in
gebed, en diegene die het meest recht heeft om hen te leiden is
diegene die meest kent van de Koran."» (Muslim)
Elke gelovige kan als imam verkozen worden, men moet er geen
speciale opleiding voor genoten hebben, men krijgt er geen 'imamwijding'
voor, het is ook geen beroep op zich. In kleine gemeenschappen,
staan gewoonlijk meerdere vrijwilligers in voor het behartigen van
allerlei taken, zoals het uitvoeren van de rituelen rond
geboorten, huwelijken en overlijdens, religieus onderricht, advies
over morele vragen en zo meer.
In grote gemeenschappen ligt het niet voor de hand te bepalen
wie nu de meeste kennis heeft. In de praktijk vragen grote
moskeegemeenschappen daarom dat een imam een universitair diploma
in islamitische theologie kan voorleggen; in principe is dat
echter geen vereiste om imam te zijn. De taken die in een kleine
gemeenschap door vrijwilligers waargenomen worden, worden in grote
gemeenschappen vaak gecentraliseerd door de imam die daarvoor
bijgestaan wordt door een of meerdere assisterende imams.
Imams vormen geen religieuze elite - het zijn gewoon gelovigen
zoals de anderen. De Koran waarschuwt zelfs krachtig tegen het
invoeren van een religieuze klasse omdat zij in de plaats kan
komen van God:
«Zij namen hun schriftgeleerden en monniken tot heren in
plaats van God» (Koran 9:31)
In de islam is geloof iets rechtstreeks tussen de mens en God.
En vermits de islam vertrekt van het geloof dat er één unieke God
is aan wie niets of niemand gelijkwaardig is, is het uitgesloten
dat een religieuze instantie zich opwerpt als unieke
plaatsvervanger van God op aarde. De islam kent geen sociaal
klassensysteem. Alle mensen zijn voor God gelijk, behalve in
godvrucht en goede daden maar daarover kan alleen God oordelen,
zodat zelfs de muttaqûn - dat meest godvruchtigen - geen
aparte klasse vormen in de samenleving omdat alleen God weet wie
dat zijn. Er is dus geen aparte klasse van geestelijken. Enerzijds
is er God, anderzijds zijn er alle mensen die op aarde elkaars
gelijken zijn. Het feit dat er geen klerikale klasse is in de
islam, maakt dat een theocratie in de islam volslagen onmogelijk
is. Er is geen clerus die in de naam van God wetten kan opleggen
of zichzelf boven de wet kan verheffen vanuit een soort door God
gelegitimeerde onfeilbaarheid.
Dat niemand aan God gelijk is, en dat niemand kan beweren
'godvruchtiger' te zijn dan een ander (dat oordeel komt enkel aan God
toe), betekent meteen dat niemand kan beweren met zekerheid te
weten wat God precies bedoeld heeft. Er is in de islam dan ook
geen paus en geen religieuze elite die 'de enige juiste
interpretatie van de Koran' kan opleggen. Interpretatie van de
Koran is per definitie iets pluriform. [9]
2.2.5. Politieke leiders aangesteld door de mensen, niet door
God
Hoewel elk mens kalief (afgevaardigd beheerder) is en daarvoor
individueel verantwoordelijkheid draagt, moeten mensen zich
uiteraard organiseren. En het is de taak en de
verantwoordelijkheid van de mensen om dat zo goed mogelijk te doen
met het oog op het tot stand brengen van een rechtvaardige
samenleving. Maar de implicatie van het geloofspunt dat er geen
god is dan God en van hetgeen tot dusver geargumenteerd werd, is
dat geen enkele leider zich kan beroepen op een aanstelling door
God. De laatste mens die zich op gezag van God kon legitimeren,
was profeet Mohamed. Hij is volgens de islam de laatste in een
lange rij van profeten (waaronder Abraham, Mozes, David, enz.) die
allen in essentie hetzelfde geloof in dezelfde Ene God
verkondigden. De Koran stelt hierover:
« "Heden heb ik jullie godsdienst voor jullie voltooid...»
(Koran 5;3)
Ook profeet Mohamed heeft het hierover in zijn afscheidsrede:
« "O Mensen! Geen Profeet of Apostel zal na mij komen... »
Dit betekent dat wie zichzelf na profeet Mohammed beroept op
een profetische relatie met God, zichzelf meteen buiten het
islamitisch gebeuren plaatst (waar hij zijn geloof weliswaar
onder een andere naam dan islam vrij kan beleven, hij kan alleen
niet beweren én muslim én profeet te zijn). Na profeet Mohamed,
kan dus niemand nog beweren op gezag van God aangesteld te zijn.
Betekenisvol in dit verband is dat profeet Mohamed op zijn
sterfbed weigerde een opvolger aan te duiden, niettegenstaande
zijn volgelingen hem daar bij herhaling om smeekten. Door de
weigering een opvolger aan te stellen, dwong de profeet de mensen
zelf een leider te kiezen en werd de autoriteit voor het
aanstellen van een leider bij de hele gemeenschap gelegd.
Hierdoor, ontstaat een burgerschapscontract, een sociaal contract
tussen burger en staat. En het is hierin dat het antwoord ligt op
de vraag wie men loyauteit verschuldigd is, God of de staat. Het
maakt niet uit hoe dit contract tot stand komt. Het
burgerschapcontract ontstaat wanneer men staatsburger is of wordt
van een land, wanneer men een eed van trouw aflegt aan de grondwet
en de vorst, zelfs wanneer men een visum aanvaardt voor een land,
enz. Verderop in de tekst zullen implicaties van dit sociaal
contract voor de verhouding tussen moskee en staat besproken
worden.
2.2.6. Leiders moeten zich verantwoorden tegenover God én
tegenover de mensen
Net zoals ieder mens, zal een leider zich op oordeelsdag
tegenover God moeten verantwoorden. De leider is echter ook
rekenschap verschuldigd tegenover de mensen die hem aanstelden en
hem zijn legitimiteit schonken. Gaat hij in de fout of schendt hij
het mandaat dat de mensen hem gaven dan kunnen mensen hem tot de
orde roepen en zelfs afzetten. Wanneer hij mensen zou
onderdrukken, zijn muslims zelfs verplicht hem te bestrijden.
Kalief Abu Bakr raakte dit onderwerp aan in zijn inaugurele rede:
«Werk met mij samen als ik juist ben, maar corrigeer mij
als ik een fout bega.»
In de islam kan de grootste armoezaaier de hoogste leider tot
de orde roepen. Ibn Majah en Tabrani vermelden dat een boze
Bedoeïen bij de profeet kwam en eiste dat de profeet een schuld
zou aflossen die de profeet bij hem opgelopen had. Geschokt door
zijn ruwe manier van doen, wezen de gezellen van de profeet de man
terecht : "Weet je wel tegen wie je het hebt?" De Bedoeïen
antwoordde: "Ik vraag toch gewoon waar ik recht op heb!" Tot
ieders verbazing, wees de profeet zijn gezellen onmiddellijk
terecht met de woorden: "Waarom kiezen jullie niet de kant van de
benadeelde partij?". De profeet deed het nodige om de schuld af te
lossen, vervoegde zijn gezellen, en merkte op:
«Het is inderdaad een gezegende gemeenschap waarin de
zwakken en armen hun rechten kunnen opeisen zonder schrik te
moeten hebben voor represailles.» [10]
Daarmee wou de profeet een voorbeeld stellen en de mensen
duidelijk maken dat rechtvaardigheid primeert en dat protesteren
tegen een leider die onrechtvaardig handelt tot de fundamentele
rechten van de mens behoort.
«De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het
spreken van het woord van waarheid tegen een tiran".» (Mishkat,
Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)
Iedereen is voor de wet gelijk, ook de leiders. Een theocratie
waarin leiders zich legitimeren door een aanstelling door God en
zich boven de wet verheffen zodat oppositie tegen hen onmogelijk
wordt, is dan ook uitgesloten in de islam. Ten tijde van de
kaliefen konden mensen via de rechtbank klacht neerleggen tegen de
kalief, die dan voor de qadi (rechter) moest verschijnen om zich
te verantwoorden voor de klacht. Als de kalief klachten had tegen
een burger, kon hij evenmin iets ondernemen zonder de zaak eerst
naar de rechtbank te verwijzen.
2.2.7. Staatsleiding noodzakelijkerwijze gescheiden van
religieuze leiding
In de Islam wordt voor staatsvorming wel eens inspiratie
gezocht bij de periode van de vier Kaliefen, de eerste leiders na
profeet Mohamed. Welnu, de kaliefen noemden zichzelf "Emir 'ul
Muminin", 'leider van de gelovigen', en niet 'afgevaardigde
van God' of 'plaatsvervanger van God' (iedereen is immers
khaliefa of plaatsvervanger van God, in de zin van afgevaardigd
beheerder, dus zou die titel voor een leider geen enkele zin
hebben want het leiderschap van die persoon op geen enkele manier
onderscheiden of legitimeren).
Hoewel zij de muslimgemeenschap leidden, lieten de kaliefen de
geloofszaken zoals interpretatie van Koran en Sunnah over aan de
oelema (schriftgeleerden). Zelfs de periode van het
kalifaat was dus geen theocratie zoals dat in het Westen begrepen
wordt, geen model met aan het hoofd een pausachtige leider die
tegelijk hoofd is van kerk en staat, waarbij het geloof vanuit de
staat opgelegd wordt en waarbij de staatsleiding in handen is van
een religieuze elite. Er bestaat in de islam overigens zoals
gezegd geen religieuze elite. De kalief hield zich bezig met het
beheren en behartigen van de belangen van de hele gemeenschap en
liet de interpretatie en invulling van het geloof over aan de
religieuzen. Ömer Çaha besluit daaruit dat "het daarom niet
verkeerd zou zijn te stellen dat het stelsel van het kalifaat een
seculier karakter had". [11]
De staatsleiding staat dus altijd los van de religieuze
leiding, beide zijn door de mensen verkozen en de Koran schrijft muslims voor beiden, zowel God (en Mohamed) als de wereldlijke
gezagsdragers, te gehoorzamen.
«Jullie die geloven! Gehoorzaamt God en gehoorzaamt de gezant
en de gezagsdragers uit jullie midden(...) » (Koran 4:59)
Wat hier staat is dat men God moet volgen én dat men ook de
staatsleiding (die men zelf aanstelt en legitimeert en die geen
religieus statuut heeft) moet volgen. Wanneer men een staatsleider
aanstelt met het doel voor ogen van het oprichten van een
rechtvaardige samenleving, kàn er in principe geen tegenstelling
ontstaan tussen gehoorzaamheid aan God en gehoorzaamheid aan de
leiders en bestuurders. Daarover straks meer, bij de bespreking
van het burgerschapscontract.
Dat het bestuur van een volgens islamitische principes
georganiseerde staat noodzakelijkerwijze los staat van de
religieuze leiding, wil niet noodzakelijk zeggen dat de staat in
zijn geheel seculier is. Men zou er kunnen voor kiezen de shari'ah
in te voeren. Of en in welke mate dat wenselijk is, wordt hierna
behandeld. Maar zelfs bij een volledige invoering van de shari'ah,
zal de moskee grotendeels los van de staat opereren én zal
godsdienstvrijheid gelden vermits deze door de Koran gegarandeerd
wordt.
Noteer in dit verband nog dat Iran dat in de ogen van het
Westen een theocratie is, zichzelf geen theocratie noemt, maar een
theocratische republiek - geen onbelangrijke nuance die
weergeeft dat de leiding door de mensen moet gekozen en
gelegitimeerd worden, en aan God én de bevolking rekenschap
verschuldigd is. Het CIA Word Factbook omschrijft de grondwet van
Iran trouwens als een codificatie van islamitische principes
van besturen, wat, geheel correct, weergeeft dat er niet
zoiets bestaat als 'de islamitische bestuursvorm' maar alleen islamitische principes die door mensen op een of andere manier
gecodificeerd worden. De Iraanse aanpak is dus niet meer en niet
anders dan dat: een Iraanse
codificatie ervan. Ook daarop wordt straks verder ingegaan in
de bespreking van de islamitische wet.
Nog interessant over Iran is dat luidens een artikel in The
Gulf News de groep rond president Ahmadinejad stappen zet om
haar kandidaat verkozen te krijgen tot nieuwe Supreme Guide.
Betekenisvol is dat deze kandidaat van mening is dat de mullahs
niet rechtstreeks mogen tussenkomen in het bestuur van een land. [12]
Op de vraag of Iran nu een 'islamitische staat' is, zoals in
het Westen maar al te vaak wordt beweerd, blijft het antwoord
echter dat Iran - net als om het even welk ander muslimland - niet
de belichaming kan zijn van iets wat conceptueel niet bestaat in
de Koran. De westerse houding om dergelijke landen te aanzien als
'de' concretisatie van islamitische staatsvorming, is niet
correct.
3. De islamitische wet: wetten van God of wetten van de mensen?
In het licht van de te beantwoorden vraag aan wie een muslim
trouw en loyauteit verschuldigd is, God of de staat, moet naast de
bestuursvorm ook de shar'iah - de islamitische wet - bekeken worden,
alsook de plaats ervan in het bestuurlijk systeem.
De shari'ah is het geheel van de islamitische regelgeving en
behandelt de relaties tussen de mens en zijn omgeving (andere
mensen, dieren, milieu, enz.) en tussen de mens en God. De shari'ah
bevat dus de regelgeving inzake erfrecht, familierecht,
eigendomsrecht, milieurecht, enz. alsook bepalingen inzake religieuze
verering en rituelen, gebed, liefdadigheid, enz.
Het doel van de shari'ah kan omschreven worden als het
maximaliseren van het menselijk en maatschappelijk potentieel,
steeds in het licht van het tot stand brengen van een rechtvaardige
samenleving. [13]
De shari'ah is gebaseerd op volgende vier rechtsbronnen:
- Koran (openbaringen van God aan profeet Mohamed –
bevat slechts weinig expliciete rechtsregels)
- Sunnah (het geheel van uitspraken en handelingen van
profeet Mohamed)
- qiyas (besluitvorming door analogie, waarbij nieuwe
gevallen gereguleerd worden op grond van regelgeving over bekende
gevallen)
- ijmaa (consensus van opinie van alle gelovigen bij
monde van de islamgeleerden van de ummah)
Er dringen zich meteen een aantal bedenkingen op:
- Uit de bronnen van de shari'ah blijkt dat de shari'ah niet
alleen gebaseerd is op een goddelijke dimensie, maar ook op
menselijk redeneren.
- De islamitische wet werd niet in gecodificeerde vorm
geopenbaard. De Koran is geen wetboek maar een geheel aan
richtlijnen op basis waarvan, samen met de andere rechtsbronnen,
de shari'ah gevormd wordt.
- De term "shari'ah" wordt gebruikt zowel voor de islamitische
wetgeving in theoretische en conceptuele zin, als voor de
codificatie ervan in de staatswetgeving van sommige landen. Wat
die tweede betekenis betreft, wijst Arif Maftuhin erop dat elke
codificatie van de shari'ah in een staatkundige wet een menselijke
ingreep vereist die de aard van de zaak zelf verandert. Bij
invoering van de aldus gecodificeerde shari'ah, zo besluit hij,
gaat men dus niet de staat islamiseren, maar seculariseert men de
islamitische wet. [14]
- Landen die men in het Westen 'muslimlanden' noemt, zijn niets
anders dan landen met een overwegend islamitische bevolking. In
weerwil van wat in het westen verkeerdelijk gedacht wordt, gelden
daar geen theocratieën (strijdig met de islamitische leer), zijn
deze staten niet de weergave van het 'islamitisch staatsmodel'
(dat bestaat niet), en geldt in het gros van deze staten niet de shari'ah maar een samenraapsel van koloniale wetten, burgerrecht,
Engels gewoonterecht, plaatselijke gebruiken, enz., soms in mindere
of meerdere mate aangevuld met een codificatie van de
shari'ah waarvan rol, omvang, toepassingsgebieden en belang
verschillen van staat tot staat.
- Is een islamitische staat dan geen staat waar de shari'ah
geldt? Het zou kunnen maar het is niet noodzakelijk. Een
islamitische staat is een staat die het islamitisch
maatschappelijk doel van een rechtvaardige samenleving realiseert.
Vermits, en net zoals, er geen eensgezindheid bestaat over de
noodzakelijkheid van het uitbouwen van 'een' islamitische staat,
bestaat er in de islam geen eensgezindheid over de mate waarin de
shari'ah moet ingevoerd worden om het maatschappelijk doel van een
rechtvaardige samenleving te bereiken. Sommigen willen de shari'ah
voluit invoeren, anderen beperken de shari'ah tot persoons- en
familiezaken (die alleen van toepassing is voor muslims –
niet-muslims krijgen hun eigen rechtbanken voor persoons- en
familierecht); nog anderen stellen dat het volstaat de wetten af
te toetsen aan de islam en geen wetten aan te nemen die radicaal
botsen met de islam, terwijl seculiere muslims ten slotte zeggen
dat de shari'ah een zaak van geloof is die buiten het bestuur en
de wetgeving gehouden moet worden.
- Er moet opgemerkt worden dat gezien de godsdienstvrijheid, de
shari'ah nooit tegen de wil van de bevolking in kan opgelegd
worden. De mensen zouden met een aan unanimiteit grenzende
meerderheid moeten kiezen voor de invoering van de shar'iah. En
zelfs als dat zou gebeuren, zou de godsdienstvrijheid door de
shari'ah zelf gegarandeerd worden zodat ook dan nooit iemand
gedwongen zou kunnen worden zich te bekeren tot de islam.
- Wanneer de shari'ah ingevoerd wordt, worden hoogstens de zaken
van algemeen belang zoals defensie, milieubeheer, enz. gereguleerd
vanuit de shari'ah, maar wordt het recht voor familiale en
persoonlijke aangelegenheden (zoals huwelijk, erfenissen,
echtscheidingen, enz.) opgesplitst in een islamitische rechtbank
voor muslims, en een burgerlijke (of eigen religieuze) rechtbank
voor niet-muslims. Met andere woorden: in een dergelijke staat
krijgen de verschillende religies maximale autonomie, tot en met
het zelf regelen van hun familierecht en persoonlijk recht. Van
rechtswege, moet de overheid bovendien de rechten van
niet-muslimminderheden behartigen en verdedigen en moeten
niet-muslim inwoners beschermd worden tegen aanvallen van buiten
de staat. [15]
4. Burgerschap en trouw aan de staat
4.1. Burgerschap, een sociaal contract tussen overheid en burger
Tot dusver werd geargumenteerd dat een theocratie strijdig is met
de islam. Muslims geloven in God, maar dit kan niet vertaald worden
in een theocratisch bestuur. Er zal dus, afhankelijk van de
bestuursvorm, altijd in mindere of meerdere mate een scheiding zijn
tussen geloof en bestuur. Maar wat gebeurt er dan als muslims voor
de keuze geplaatst worden: God of de staat? Eerder in de tekst werd
reeds gesteld dat wanneer het leidmotief van de overheid erin
bestaat een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, er zich
in de regel geen tegenstellingen tussen geloof en staat zullen
voordoen. Dit alles wordt nu verder uitgewerkt.
Wonen in om het even welke staat, houdt een impliciet of
expliciet contract in tussen burger en overheid. Dit contract kan op
verschillende manieren tot stand komen zoals bijvoorbeeld door het
aanvaarden van het staatsburgerschap (nationaliteit), door het
afleggen van een eed van trouw aan het staatshoofd of aan de
grondwet, of zelfs door het eenvoudige feit dat men een visum of
verblijfsvergunning aanvaardt. Op dat moment, ontstaat een
(impliciete of expliciete) overeenkomst tussen de burger en de
overheid.
De blauwdruk van dit burgerschapsakkoord is aanwezig in het
Charter van Medina, waarin Profeet Mohamed de modaliteiten van de
verhoudingen tussen burgers en overheid definieerde. Het eerste
artikel van dit charter, omschrijft een religieus diverse
gemeenschap die bestond uit muslims én uit niet-islamitische stammen
(waaronder Joden), als één "ummah", één gemeenschap. De eerste
islamitische gemeenschap was dus een multiculturele gemeenschap. Het
charter verzekerde de inwoners onder meer godsdienstvrijheid en
veiligheid van leven en bezit. Daartegenover stonden een aantal
plichten van de burgers zoals het helpen verdedigen van de
gemeenschap tegen aanvallen van buitenaf en het uitbouwen van een
rechtvaardige samenleving. Dat laatste werd onder meer nagestreefd
door de stipulatie dat de verschillende stammen elkaar moesten
raadplegen in geval van onderlinge geschillen (dit is anders gezegd
een grondwettelijke methode voor conflictoplossing). Er werd ook een
verbod opgenomen elkaar (en dus de gemeenschap) schade toe te
brengen, samen met een verplichting de benadeelde partij te helpen
wanneer dit verbod geschonden zou worden. Het door Profeet Mohamed
opgestelde charter van Medina (622 westerse jaartelling) vormde
daarmee de eerste geschreven, gecodificeerde grondwet uit de
menselijke geschiedenis - ettelijke eeuwen voor de Britse Magna
Charta uit de 13de eeuw.
De notie van burgerschap en sociaal contract tussen overheid en
burgers is dus aanwezig van in de prille muslimgemeenschap, en is
een concept dat gebaseerd is op een verbintenis, een overeenkomst
tussen twee partijen. De opmerkingen van sommige westerse politici
dat muslims in onze samenlevingen moeten leren dat burgers rechten
én plichten hebben, zijn dan ook niet alleen ontzettend denigrerend,
maar getuigen bovendien van een totaal gebrek aan inzicht in de
islam.
De shari'ah erkent een dergelijke overeenkomst en eist, net zoals
van elke andere overeenkomst, de naleving ervan. Het belang van het
zich houden aan een overeenkomst kan vanuit islamitisch perspectief
overigens niet overschat worden. Muslims zullen zich luidens de
Koran op oordeelsdag immers moeten verantwoorden over de
overeenkomsten die zij afsloten:
«En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt
verantwoording afgelegd.» (Koran 5:1)
Zoals steeds, bewandelen Koran een Sunnah een dubbele weg waarbij
het wenselijke gedrag (naleven van de overeenkomst) aangemoedigd
wordt en het onwenselijke gedrag (verbreken van de overeenkomst)
ontmoedigd of bestraft wordt. Voor muslims die zich aan hun
overeenkomsten houden, ligt een plaats in het paradijs binnen
bereik:
« De profeet zei: "als je mij van jouw kant zes dingen
garandeert, zal ik je het paradijs verzekeren. Spreek de waarheid,
hou je aan een belofte die je maakt, wanneer iets jou toevertrouwd
wordt, volbreng dan je plicht, vermijd seksuele immoraliteit, sla
je ogen neer en weerhou je handen ervan onrecht te begaan"»
(Al Tirmidhi)
Diegenen echter die hun woord breken, moeten niet meer op Gods
liefde rekenen:
«God bemint de verraders niet» (Koran 8:58)
Zij worden beschouwd als verraders, als hypocrieten.
«Sayyiduna Abu Hurayra vertelt dat de Boodschapper van God
zei: "Drie tekenen wijzen op een hypocriet: wanneer hij spreekt,
liegt hij, wanneer hij een belofte maakt, breekt hij ze en wanneer
hem vertrouwen geschonken wordt, beschaamt hij dat vertrouwen."
» (Bukhari)
«Sayyiduna Abd Allah ibn Amr meldt dat de Boodschapper van God
zei: "Wanneer volgende vier kenmerken in een persoon aangetroffen
worden, dan is hij een complete hypocriet (munafiq), en wanneer
een persoon één van deze kenmerken heeft, zal hij een portie nifaq
(hypocrisie) hebben: wanneer hem vertrouwen geschonken wordt,
beschaamt hij het, wanneer hij spreekt, liegt hij, wanneer hij een
overeenkomst sluit maakt hij zich schuldig aan verraad en ontrouw,
en wanneer hij redetwist is hij ruw in de mond. » (Bukhari)
"Hypocriet" is een term die in de Koran voorbehouden wordt voor muslims-in-naam, mensen die beweren muslim te zijn maar er zich niet
naar gedragen. Zij worden als een van de grootste bedreigingen
aanzien voor de islam, omdat zij het geloof en de stabiliteit van de
geloofsgemeenschap ondermijnen. Daarom wordt hen de diepste put
van de hel toegezegd, erger nog dan de plaats waar de ongelovigen
zullen terechtkomen.
«"De huichelaars komen in de laagste verdieping van het
vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)
Het breken van een woord (en dus van een overeenkomst), wat als
hypocrisie gekwalificeerd wordt, is bijgevolg vanuit
islamitisch-religieus oogmerk een zwaar vergrijp. Het maakt niet uit
met wie men deze overeenkomst aangegaan is – met een andere muslim
of met een niet-muslim, met vriend of vijand, met een individu, een
organisatie of een overheid, enz.
Vermits burgerschap een sociaal contract is tussen burger en
overheid, betekent dit dat muslims als burgers van om het even welke
staat (muslim of niet-muslim) verplicht zijn de wetten van het land
waarin zij zich bevinden te gehoorzamen én mee te bouwen aan de
samenleving, de samenleving helpen beschermen, enz.
Dat dit niet alleen geldt voor muslims die in een muslimstaat
wonen (wat dat ook mag zijn), maar ook voor muslims die in een
niet-muslim staat wonen, werd in verschillende fatwa's (religieuze
opinies) in herinnering gebracht. Zo riepen de Canadese
muslimleiders onlangs nog op de fatwa van grootayatollah Ali
As-Sistani, de hoogste religieuze leider van de Shi'ieten, te
volgen, waarin hij stelt dat muslims de wetten van het land waarin
ze zich bevinden, moeten gehoorzamen. [16]
Deze verplichting om een overeenkomst trouw te blijven is zeer
verregaand en houdt in dat muslims de wetten moeten gehoorzamen, ook
wanneer de wetten zaken voorschrijven die niet direct in
overeenstemming zijn met de islam. Dit werd treffend geïllustreerd
tijdens het heetst van de hoofddoekenkwestie in Frankrijk. Al-Azhar
Shaikh Tantawi, een van de toonaangevende leiders van de
Soennitische islam, stelde toen dat de Franse muslimas het verbod op
de hoofddoek moeten naleven. Hij verduidelijkte dat muslimas dit
verbod kunnen naleven zonder te zondigen tegen de islam omdat zij
kunnen inroepen 'onder dwang' te moeten handelen. Hij liet verder
optekenen dat Frankrijk het recht had een dergelijke wet uit te
vaardigen en stelde dat een muslimstaat zich niet mag bemoeien met
de interne wetgeving van een niet-muslimstaat, hoewel hij ook
opmerkte dat geen enkele staat het recht heeft de godsdienstvrijheid
te schenden. [17]
4.2. Gewetenskwesties
Dat de wetten in een land afwijken van de islamitische
voorschriften, is op zich dus geen voldoende reden om de wet niet na
te leven. De Koran maakt dit mogelijk door te stellen dat geen
enkele regel 'mordicus' moet toegepast worden. Zo stelt de Koran dat
wanneer muslims geconfronteerd worden met een situatie waarin ze
moeten kiezen tussen verhongeren of niet-toegestaan voedsel eten
(wat op zich zondig is), ze toch het verboden voedsel mogen eten als
ze niet de intentie hebben tot zondigen.
«Verboden is voor jullie wat vanzelf is doodgedaan, bloed,
varkenvlees, ... (...). Maar als iemand door honger gedwongen
wordt zonder tot zonde geneigd te zijn, dan is God vergevend en
barmhartig.» (Koran 5:3)
Op zo een moment treden diverse regels in werking, zoals een
regel die stelt dat nood de wet versoepelt, alsook de regel die
stelt dat men moet kiezen voor het minste kwaad. Hieruit blijkt eens
te meer dat de Koran vooral een morele leidraad is die mensen moet
in staat stellen in alle omstandigheden het best mogelijke (of het
minst slechte) te doen, eerder dan een onelastische, dogmatische set
regels.
Cruciaal in heel deze opbouw, is de intentie van de persoon in
kwestie. Het gaat met andere woorden om een gewetensbevraging, die
zich bij muslims afspeelt in de unieke relatie tussen elk individu
en God. Op die manier, kan een muslim in staat zijn een wet na te
leven die ingaat tegen de islam, zonder te moeten zondigen (hij kan
onder dwang staan, het minste kwaad van twee alternatieven moeten
kiezen, enz.) en zonder in gewetensnood te komen.
In de mate echter dat een staat een rechtvaardige samenleving
nastreeft, is het onwaarschijnlijk dat zich een zwaar
gewetensprobleem voordoet. Het geweten van een muslim is een
afspiegeling van de normen en waarden van de islam. Deze normen en
waarden sluiten nauw aan bij de westerse normen en waarden [18],
net zoals de door de Koran gegarandeerde mensenrechten nauw
aansluiten bij de door het Westen geformuleerde mensenrechten. [19].
Beiden garanderen bijvoorbeeld de veiligheid van leven en bezit,
alsook het vrij beoefenen van de godsdienst. Wanneer muslims hun
godsdienst vrij kunnen beleven, zullen zij zich in principe de vijf
pijlers van hun geloof kunnen houden zonder dat zich botsingen
voordoen met de staat, of dat nu een westerse staat of een volgens
islamitische principes georganiseerde staat is.
Wanneer deze mensenrechten niet erkend worden, is dat trouwens
nog altijd geen reden om de wet te overtreden. Op dat moment, zullen
muslims net zoals alle andere burgers zich via wettelijke weg kunnen
verzetten tegen een van staatswege overtreden van de mensenrechten,
eventueel in een supranationaal gerechtshof. Er zou zich pas een
probleem stellen op het moment dat godsdienst- en dus
gewetensvrijheid afgeschaft wordt - maar dan stelt zich niet alleen
voor muslims, maar voor alle andere - gelovige en niet-gelovige -
inwoners een probleem in de relatie tussen burger en overheid.
4.3. Recht op non-coöperatie met het onwettige
Niettegenstaande muslims dus in de regel de wet moeten
gehoorzamen, is de gehoorzaamheid aan de wet evenwel nooit absoluut.
Dit zou immers vanuit theologisch oogmerk betekenen dat de overheid
alsnog de plaats van God inneemt (en dus in zekere zin een
theocratische allure krijgt) - enkel God is men absolute
gehoorzaamheid verschuldigd. Men kan echter niet naar willekeur de
overheid ongehoorzaam zijn omdat de islam muslims verplicht de
overheid getrouw te zijn, behalve in het onwettige.
Dat gehoorzaamheid enkel geëist kan worden in het wettige, is ook
zo in het westers model. Een voorbeeld hiervan zijn de principes van
Neurenberg, die een soldaat verbieden een immoreel order uit te
voeren. Volgt hij toch zo'n bevel, dan begaat hij een
oorlogsmisdaad. Het vierde Neurenberg principe stelt:
«Het feit dat een persoon gevolg gaf aan een bevel van zijn
overheid of een bovengeplaatste, ontheft hem niet van zijn
aansprakelijkheid naar internationaal recht, mits een morele keuze
voor hem in feite mogelijk was.» [21]
Op het moment dat een overste iets opdraagt dat ingaat tegen het
wettige, moet de soldaat weigeren. De islam kent exact hetzelfde
principe.
In de hadithverzameling van Abu Dawud wordt een voorval vermeld
waarin uit de groep een militaire leider aangesteld werd. De profeet
gaf de muslims de instructie mee hun militaire leider te
gehoorzamen. Op hun militaire expeditie hadden de soldaten hun
militaire bevelhebber om een niet nader genoemde reden op stang
gejaagd. De bevelhebber gaf hen daarop de opdracht een groot vuur te
bouwen. Van zodra ze daarmee klaar waren, beval hij zijn soldaten in
dat vuur te springen. Een andere variant van die hadith specificeert
dat de bevelhebber naderhand zei dat hij dit als grap bedoeld had.
Hoe dan ook, hij gaf zijn soldaten bevel in het vuur te springen.
Zijn soldaten aarzelden, waarop de bevelhebber zei: "Heeft de
profeet jullie niet opgedragen mij te gehoorzamen?". De soldaten
antwoordden echter: "We hebben bij de profeet bescherming gevonden
tegen het Hellevuur", en weigerden in het vuur te springen. Wanneer
dit voorval later aan de profeet verteld werd, zei hij: "Als de
soldaten dit bevel gevolgd zouden hebben en in het vuur zouden
gestapt zijn, zouden ze er nooit meer uitgekomen zijn (d.w.z. ze
zouden in de hel gebleven zijn). Gehoorzaamheid is enkel vereist in
het goede en rechtvaardige." [21].
Of om het met de eerder geciteerde woorden van Kalief Abu Bakr te
zeggen:
«Werk met mij samen als ik juist ben, maar corrigeer mij
als ik een fout bega.»
Er werd reeds eerder in de tekst gesteld dat in de islam de
grootste armoezaaier een leider tot de orde kan roepen als de
leider iets onwettig doet en dat zelfs de hoogste leiders rekenschap
verschuldigd zijn een de mensen en niet boven de wet staan.
Protesteren tegen een onrechtvaardige leider, en het recht op
non-coöperatie met een leider die het onwettige beveelt, maken deel
uit van de fundamentele rechten van de mens volgens de islam. [22]
Echter, enkel indien geen wettelijke wegen mogelijk zijn om een
onwettig order van een overheid te bestrijden, behoort
ongehoorzaamheid aan een onwettig handelende overheid tot
de mogelijkheden.
5. Kerk en Staat in het Westen
Deze Koran Notitie zou onvolledig zijn zonder een snelle blik te
werpen op de stand van scheiding tussen kerk en staat in het Westen.
En dit leidt tot de vaststelling dat in het Westen de scheiding van
kerk en staat op vele plaatsen lang niet zo volledig is als algemeen
gedacht wordt. In de Europese Unie woedt al jaren een machtsstrijd
om 'God' in de Europese grondwet te vermelden en Europa te verankeren
in het christendom. We kunnen ook niet voorbij gaan aan het gegeven
dat in een aantal westerse landen christendemocraten deel uitmaken
van de regeerploeg. Het gaat hierbij om politieke partijen die hun
politiek programma, hun maatschappijproject, uitdrukkelijk invullen
vanuit hun eigen religieuze kijk op de zaken en die via parlement en
regeringsdeelname, wetgevende en bestuurlijke macht bekleden.
In Groot-Brittannië is het staatshoofd zelfs hoofd van de
Anglicaanse kerk. Ook de paus is, in zijn Vaticaan, hoofd van kerk en
staat, en de christelijke kardinalen hebben nog altijd de
diplomatieke status van 'prins van de Apostolische stoel'. Zij
worden door het diplomatieke protocol beschouwd als prinsen (d.w.z.
mogelijke troonopvolgers) waar zijn een plaats bekleden direct na de
zonen van een koning. [23,24]
In de meeste Amerikaanse 'public schools' leggen kinderen de eed
van trouw aan het vaderland af, een eed waarin de woorden 'One
nation under God' voorkomen. En op Amerikaanse muntstukken
staat sedert 1955 de vermelding 'In God We Trust'.
Nog in de VS sluit president Bush zijn politieke toespraken af
met "God bless America", wat bezwaarlijk een toonbeeld van
seculariteit genoemd kan worden. Meer nog, President Bush, een
overtuigd born-again christen, staat naar eigen zeggen in
rechtstreeks contact met God. De Israëlische krant Ha'aretz
meldde bijvoorbeeld in 2003 dat president Bush volgens de
Palestijnse premier Abbas zei dat God hem opdracht gaf Al Qaida aan
te vallen, Saddam Hussein aan te vallen, en de problematiek in het
Midden Oosten op te lossen. [25]. Ook de
Britse The Guardian maakte in in oktober van 2005 melding van
de goddelijke inspiratie van President Bush en verwees daarvoor
onder meer naar een boek uit 2003, The Faith of George W Bush,
van de hand van religieus auteur Stephen Mansfield. In dit boek
wordt onder meer een anekdote aangehaald waaruit moet blijken dat
George Bush zijn presidentschap als een roeping door God beschouwt
omdat hij meent dat zijn land iets te wachten staat. [26]
Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich omringt met
gelijkgezinden en dat een aantal invloedrijke figuren uit zijn
onmiddellijke omgeving christelijke fundamentalisten zijn die van de
VS een christelijke theocratie willen maken. [27]
Het is trouwens van deze groep dat de term fundamentalisme
oorspronkelijk vandaan komt, en niet van de islam. Ze noemen
zichzelf sedert het eind van de 19e eeuw 'fundamentalist'
omdat ze wat zij beschouwen als de 'fundamenten van het
christendom' (letterlijke interpretatie van de Bijbel, enz.) menen te moeten
verdedigen tegen liberale aanslagen erop. [28]
Een invloedrijk segment van deze fundamentalisten gelooft dat de
wereld afstevent op een formidabele botsing tussen het christendom
en de islam. Messiaanse verwachtingen spelen in deze visie een
centrale rol, en de Bijbel wordt gebruikt om te voorspellen wie er
in deze botsing vriend en vijand zal zijn. Geïnteresseerden kunnen
een kijkje nemen op de webstek van 'Jack Van Impe Ministeries' [link
opent in een nieuw venster] waarop een Middle East Invasion
Map and Legend op grond van Bijbelse voorspellingen
geraadpleegd kan worden. Deze apocalypspredikant beweert
dat het Witte Huis hem in 2003 raadpleegde om te weten wat de wereld
precies te wachten staat. [29] Vele
christelijke fundamentalisten denken dat Jezus nog tijdens deze
generatie zal terugkeren. Een subsegment ervan staat bekend als de
Christelijke zionisten. Zij beschouwen het oprichten van de staat
Israël als een van de stappen die erop wijzen dat de komst van Jezus
nakende is, en doen er alles aan om die komst te bespoedigen. Ze
geven dan ook voluit steun aan Israël en de gebiedsuitbreiding
ervan. Ze zijn bijvoorbeeld juist daarom erg gekant tegen een
twee-staten oplossing waarbij naast Israël ook Palestina
bestaansrecht krijgt. Veel Joden zijn niet onverdeeld gelukkig met
deze steun, omdat volgens de christelijke zionisten van zodra Jezus
terugkeert, het Jodendom zal ophouden te bestaan (d.w.z. dat ze zullen
kunnen kiezen: zich alsnog aansluiten bij het christendom, of
sterven). De steun van christelijke zionisten aan Israël is dus
slechts 'instrumenteel'. [30]
Kortom, de scheiding tussen kerk en staat waar men in het Westen
zo hoog mee oploopt, blijkt zo goed als overal een rekkelijk
karakter te hebben en is ook in het Westen verre van volledig.
Besluit
Wanneer ik de verhouding tussen moskee en staat in de titel van
dit werkstuk als moeilijk omschrijf, bedoel ik niet dat muslims
moeite hebben met deze verhouding, wel dat het islamitisch concept
van de verhouding tussen geloof en staat voor westerlingen moeilijk
te begrijpen is omdat het Westen vertrekt vanuit een specifiek
verleden, een verleden dat de westerse kijk op de wereld kleurt. De
westerse vraag naar en eis van scheiding tussen moskee en staat, is
een vraag die volledig ontspruit aan ons eigen christelijk verleden,
van waaruit wij afleiden dat het er bij muslims dus ook wel zo zal
aan toegaan. De vraag is onterecht vermits de islam om te beginnen
geen kerkinstituut heeft, er dus nooit een dergelijk samengaan van
moskee en staat gekend heeft. De islam heeft geen theologische
'verlichting' en 'revolutie' meegemaakt om de moskee van de staat te
scheiden, omdat ze nooit zo innig met elkaar verstrengeld waren als
in het christelijke Westen.
In deze Koran Notitie is verder gebleken dat er in de Koran geen
'bestuursmodel' geopenbaard werd. De Koran neemt een neutrale
houding aan ten aanzien van de bestuursvorm van een land. De
bestuursvorm is slechts een middel om een doel van een rechtvaardige
samenleving tot stand te brengen. De meningen van muslims lopen
uiteen over hoe dat doel bereikt moet worden en in welke mate men
zich daarbij moet laten leiden door islamitische principes. Ook over
de rol van de shari'ah in de samenleving bestaat helemaal geen
eensgezindheid. Zelfs als men een staat volgens islamitische
principes zou inrichten en de shari'ah zou invoeren (wat pas zou
kunnen met een aan anonimiteit grenzende meerderheid), dan zou een
theocratie in elk geval volkomen onmogelijk zijn. Het feit dat de
Koran stelt dat er geen god is dan God en niets aan Hem
gelijkwaardig is, is eigenlijk al voldoende argument om een
theocratie volledig uit te sluiten. In deze Koran Notitie werden
bijkomende argumenten aangevoerd: de Koran beschouwt iedereen
(en niet een of andere elitaire klasse) als kalief, de koran
garandeert godsdienstvrijheid, leiders moeten verkozen worden door
de mensen en zijn (behoudens het gegeven dat ze net als ieder ander
mens aan God verantwoording verschuldigd zijn) aan de mensen
verantwoording verschuldigd, enz. zodat geloof en staat altijd los
ten aanzien van elkaar zullen opereren. De mate van deze
onafhankelijkheid zal beïnvloed worden door de bestuursvorm die men
kiest, maar die staat dus niet in steen gebeiteld. De Koran
delegeert de bestuurstaak naar alle mensen, en laat de mensen vrij
een bestuursvorm uit te werken zodat ze vrij zijn te kiezen in welke
mate de staat zich op religieuze principes laat inspireren.
Volgens de islam, staat het mensen vanuit het centrale principe
van godsdienstvrijheid volledig vrij God de rug toe te keren. Dit
betekent dat de islam mensen toestaat een 100% seculier regime te
installeren (waarmee niet gezegd is dat zulks vanuit religieus
oogmerk wenselijk is, maar mensen genieten vanuit de Koran wel de
vrijheid God volkomen te negeren). Het andere uiterste, waarin
geloof en staat compleet samenvallen in een theocratie die zichzelf
in de plaats van God stelt, en waarbij een elite zich boven de
wetten en boven oppositie verheft, is echter uitgesloten (er is geen
god dan God). De relatie tussen geloof en staat, kan dus nooit
theocratisch zijn, maar bevindt zich in een continuüm gaande van het
invoeren van de islamitische wet over het zich laten leiden door
islamitische principes, het niet invoeren van wetten die tegen de
islam ingaan of het volslagen buiten beeld houden van de islam in
het bestuur en de wetgeving.
Ongeacht hoe de staat georganiseerd wordt, zijn muslims verplicht
zich te houden aan het contract van burgerschap tussen overheid en
burger, zelfs als die overheid zaken oplegt die ingaan tegen de
islam. Een muslim kan eventueel inroepen onder dwang te handelen om
zijn geloofsvoorschriften te overtreden. De enige uitzonderingen
daarop, zijn gewetensconflicten en het recht op non-coöperatie als
een overheid iets onwettig, iets immoreel, oplegt. Maar daarin
verschillen muslims niet van niet-muslimburgers die hun relatie met
de overheid ongetwijfeld op dezelfde manier zullen definiëren:
gehoorzaamheid aan de staat in alles, behalve als de staat iets
onwettig eist en als er een gewetensconflict ontstaat. In de meeste
gevallen zal men ook in die gevallen de wet moeten blijven
gehoorzamen terwijl men via politieke weg of langs de rechtbank
protesteert en pogingen doet om de wet te laten veranderen. In
sommige uitzonderlijke omstandigheden, heeft de burger - of hij
muslim is of niet - echter het recht manifest ongehoorzaam te zijn
aan de staat - ongeacht of dit een 'muslimstaat' is of niet -, zoals
wanneer de overheid een ingezetene zou opdragen een massamoord te
plegen of zichzelf om te brengen.
Vermits de normen en waarden van de islam zeer nauw aansluiten
bij het westen, zal er zich in een staat die de mensenrechten (als
afspiegeling van deze normen en waarden) erkent en die beoogt een
rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, geen
gewetensprobleem stellen. Zelfs als mensenrechten door de staat
geschonden worden, is dit nog altijd geen reden om de wet te
overtreden. Op dat moment, zullen muslims net zoals alle andere
burgers zich via wettelijke weg kunnen verzetten tegen een van
staatswege overtreden van de mensenrechten. Er zou zich pas een
probleem stellen op het moment dat godsdienst- en dus
gewetensvrijheid - afgeschaft wordt, maar dan stelt zich niet alleen
voor muslims, maar voor alle andere gelovige en niet-gelovige mensen
een probleem in de relatie tussen burger en overheid.
Er kan dus besloten worden dat in een (muslim- of niet-muslim)
land waar de mensenrechten (en dus godsdienstvrijheid) gerespecteerd
worden en het uitbouwen van een rechtvaardige samenleving de
politiek stuurt, er voor een muslim geen conflict zal ontstaan
tussen geloof en staat, zodat een muslim er, net als elke andere
burger, voluit loyaal kan zijn én aan de staat, én aan God.
________________________
Noten
- Zie: 'koranische psychologie, een reis naar het
(inwendige) paradijs' - op
deze site.
- 'Should there be a state in Islam', Yasser Auda,
Islam Online -
klik hier.
- De bestuursprincipes die men uit de Koran en Sunnah zou kunnen
distilleren, alsook de wenselijkheid van dat te doen en de houding
tegenover de 'politieke' islam zullen in een andere Koran Notitie
behandeld worden. Er kan evenwel al verwezen worden naar het
schuwen van extremisme ( zie Koran Notities 'Extremisme en de
Gemeenschap van de Middenweg' op
deze site, de erkenning van de mensenrechten (zie Koran
Notitie: 'De Koran over mensenrechten: hefboom of hindernis
voor integratie', op
deze site) en naar de normen en waarden die naar voor
geschoven worden (zie Koran Notitie 'Koranische normen en
waarden' -
op deze site). Aspecten als aanstelling van de leider door het
volk en verantwoording van de leider aan de gemeenschap, komen in
de loop van de tekst nog aan bod.
- Het thema godsdienstvrijheid werd in verschillende Koran
Notities belicht, waaronder: "Godsdienstvrijheid in de islam',
op
deze site, 'De Koran over mensenrechten: hefboom of
hindernis voor integratie', op
deze site, en 'Koranische psychologie, een reis naar het
(inwendige) paradijs - op
deze website.
- Zie Koran Notitie: 'Racisme, een grendel op de hemelpoort'
- op
deze site.
- Zie Koran Notitie: 'Zet de Koran aan tot geweld?' - op
deze site.
- Zie Koran Notitie: 'Onze God en jullie God is één' -
op
deze site.
- Koran 5;47, Koran 5:68.
- Zie Koran Notitie: 'Hoe de Koran interpreteren?' - op
deze site
- 'Justice in the Embrace of Wisdom and Compassion',
Shaykh Seraj Hendricks -
http://mysite.mweb.co.za/residents/...
]
- 'A Theoretical Discussion of the Compatibility of Islam
and Democracy' Ömer Çaha, Alternatives, Turkish Journal of
International Relations, Vol 2, No 3 & 4, Fall & Winter 2003, p 7
-
www.alternativesjournal.net/...
- 'The young and elite are rising in Iran', Gulfnews,
14 June 2006 -
www.gulfnews.com/opinion/columns/...
- Zie Koran Notitie 'Koranische normen en waarden' -
op deze site
- 'The secularization of Islamic Law', Arif Maftuhin,
The Jakarta Post, 22 June 2006 -
klik hier!
- Zie Koran Notitie: 'Omgaan met niet-muslims' - op
deze site
- 'Leaders urge Muslims in Canada to obey fatwa',
CTV.ca, 14 June, 2006 -
www.ctv.ca/servlet/ArticleNews/...
- 'Tantawi: France has right to ban hijab', Al Jazeera,
31 december 2003 -
http://english.aljazeera.net/NR/...
- Zie Noot 12.
- Zie Koran Notitie: 'De Koran over mensenrechten: hefboom
of hindernis voor integratie', op
deze site
- 'De Neurenberg principes', Wikipedia,
http://nl.wikipedia.org/wiki/...
- 'Traditions of Obedience in Islamic Law', Khaled Abou
El Fadl -
www.fathom.com/feature/...
- Zie Noot 18.
- 'Kerkvorst', Wikipedia -
http://nl.wikipedia.org/wiki/...
- 'Kardinaal (geestelijke)', Wikipedia -
http://nl.wikipedia.org/wiki/...
- '"Road Map is a Life Saver for Us" PM Abbas Tells Hamas',
Arnon Regular, Haaretz [online], 26 juni 2003 -
www.informationclearinghouse.info/...
- 'How born-again George became a man on a mission',
Julian Borger in Washington, The Guardian [online], 7 Oktober,
2005 -
www.guardian.co.uk/usa/...
- 'The Despoiling of America', Katherine Yurica,
oorspronkelijk gepubliceerd door het Yurica Report -
www.informationclearinghouse.info/...
- 'The Myth of Islamic Fundamentalism', Ilyas Ba-Yunus
-
http://www.scribd.com/doc/27532951/The-Myth-of-Islamic-Fundamentalism
- 'Apocalypse preacher says White House solicits his advice',
Dr Jack and Rexella Van Impe, Jack Van Impe Ministeries
International, 12 april 2003 -
www.unknownnews.net/...
- 'Meet the New Zionists' Matthew Engel, The Guardian
[online], Monday Oct. 28, 2002 -
www.guardian.co.uk/israel/...
|