.. Inleiding
1. Vrede is de wenselijke toestand
1.1. Erbarmen en barmhartigheid
1.2. Rechtvaardigheid
1.3. Godsdienstvrijheid
1.4. Pluralisme en verdraagzaamheid
2. Houding tegenover leven en oorlog
2.1. Recht op leven (met o.a.
vers 5:32)
2.2. Kain en Abel: het eerste geval
van moord
2.3. Koranische oorlogsethiek en
krijgswet
2.3.1. Inleidend
2.3.2. Wie beslist over oorlog
en vrede
2.3.3. Houding tegenover geweld
en terrorisme
2.3.4. Alleen defensieve oorlog
toegestaan
3. En de volgende verzen dan?
.. Besluit
Inleiding
We horen het muslims vaak benadrukken: islam is een
godsdienst van vrede en keurt geweld krachtig af. Op 17
juni 06 ondertekenden imams die 150 moskeeėn van het
Britse Birmingham en omstreken vertegenwoordigen een
religieus edict waarin gesteld wordt dat het doden van
onschuldige burgers indruist tegen de leerstellingen van
de islam. [1]. Islamofoben schuiven
ons echter verzen uit de Koran onder de neus waaruit
volgens hen moet blijken dat de islam integendeel een
model is van agressie tegen en moorddadig geweld op
ongelovigen. Wie heeft gelijk? In deze Koran Notitie
bekijk ik eerst hoe Koran en Sunnah het belang van vrede
en de houding tegenover oorlog definiėren, om vervolgens
de schijnbaar tegensprekelijke verzen die door islamofoben
geciteerd worden, onder de loep te nemen.
1. Vrede is de wenselijke toestand
1.1. Erbarmen en barmhartigheid
De eerste woorden waarmee we geconfronteerd worden
wanneer we de Koran openslaan, en die meteen de relatie
tussen de lezer en de Auteur vestigen, zijn 'Bismillah al
Rahman al Rahim' - in de Naam van God, de Erbarmer, de
Barmhartige. De draagwijdte van deze woorden, kan niet
overschat worden. Erbarmer en Barmhartige zijn twee van de
'mooie namen' of 'attributen' van God. Door daarmee de
Koran te openen, wordt alles wat in dit boek zal volgen,
gekaderd binnen goddelijk erbarmen en barmhartigheid. De
diepgang en omvang van de betekenis van deze
openingswoorden, werden reeds behandeld in Koran Notitie
'Liefde is Mijn Fundament' [2].
Kort gezegd
- Bismillah betekent : in de naam van God, aan wie
niets of niemand gelijkwaardig is.
- Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar
de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan
al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar
iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun
daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook
als God mensen straft voor hun zonden en misstappen,
kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze
liefdevolle genade van God.
- Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het
medelijden, dat ietsje meer, dat God schenkt aan de
gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al
Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal
schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op
de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw
tonen.
De openingszin van de Koran zet dus al meteen de
volledige islamitische levensvisie neer. Eerst en vooral,
wordt de uniciteit van God gevestigd, zonder wie niets of
niemand zou bestaan. Vervolgens wordt zijn kenmerk Al
Rahman geėvoceerd, een kenmerk dat refereert aan Gods
veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal,
ongeacht hoe ze zich gedragen. Daar wordt Gods genade aan
toegevoegd voor diegenen die Hem verheerlijken en om
leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een
uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in
zich draagt. Alles wat daarna volgt, wordt binnen dit
kader gedefinieerd en moet binnen dit kader begrepen
worden. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van
is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit
kader, ook de bestraffende verzen. Want wanneer
bijvoorbeeld een ouder een kind straft door het een week
huisarrest te geven, besluit men daar dan uit dat het om
een tirannieke, liefdeloze ouder gaat die wil dat het kind
zich slaafs aan de ouder onderwerpt? Neen, want het
straffen kadert in een liefde van de ouder voor het kind
die met het kind het beste voorheeft. Op gelijkaardige
manier, staat geen enkel vers van de Koran op zich, maar
vormt elk vers onderdeel van het grotere perspectief van
de liefde, genade en barmhartigheid van God voor Zijn
schepping.
Een eerste gevolg hiervan is dat muslims in hun omgang
met anderen muslims en niet-muslims zich evenzeer
moeten laten kennen door barmhartigheid, genade en
vergevingsgezindheid. De islam geeft muslims de
levenslange opdracht aan de eigen persoonlijkheid te
werken in de richting van een ideaal dat zich kenmerkt
door gematigdheid, naastenliefde, discretie, nederigheid,
oprechtheid, minzaamheid enz. [3].
Hoe dichter men dat ideaal benadert, hoe groter de
innerlijke vrede, hoe groter de kans dat men in het
hiernamaals tot het paradijs toegelaten wordt.
1.2. Rechtvaardigheid
Het is geen toeval dat het Arabisch woord islam
in het Nederlands vertaald als 'overgave' gebouwd is
rond dezelfde wortel {s-l-m} als het
Arabisch woord salam dat vrede betekent. Volgens
de islam, leidt overgave aan God tot vrede innerlijke
vrede, en vrede in de samenleving. Om die toestand te
bereiken, speelt naast eerder genoemde barmhartigheid en
vergevingsgezindheid, ook rechtvaardigheid een centrale
rol. De Koran schrijf voor rechtvaardig te zijn zelfs
wanneer het eigen belang daardoor geschaad zou worden:
«Jullie die geloven! Weest standvastig in de
gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen
jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om
een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer
na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig
te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden,
dan is God welingelicht over wat jullie doen. »
(Koran 4:135)
Ook een afkeer tegenover mensen mag rechtvaardigheid
niet in de weg staan:
«Jullie die geloven! Weest standvastig voor God
als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer
van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet
rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter
bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht
over wat jullie doen.» (Koran 5:8)
Dergelijke instructies moeten uiteindelijk tot vrede
leiden.
1.3. Godsdienstvrijheid
In de Koran nodigt God iedereen uit deelachtig te
worden in die vrede:
«En God roept naar het tehuis van Vrede en leidt
wie Hij wil naar het rechte pad.» (Koran 10:25)
Dwang wordt evenwel uitgesloten het staat diegenen
die zich niet aangesproken voelen, vrij de uitnodiging in
de wind te slaan want:
«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran
2:256)
en
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een
waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te
dwingen.»(Koran 88:22-23)
In weerwil van het in het Westen heersende misverstand,
is een islamitische samenleving dus geen samenleving
waarin iedereen gedwongen wordt zich tot de islam te
bekeren, maar is het integendeel een samenleving die
godsdienstvrijheid garandeert. [4]
Men kan hier opmerken dat de vrijheid toch niet
volledig is vermits in de Koran de 'ongelovigen' geregeld
met straffen door God bedacht worden. Vooreerst is het
evenwel zo dat het in dergelijk verzen stuk voor stuk
God is die straft; nergens geeft de Koran mensen de
toestemming anderen te straffen voor hun ongeloof. Alleen
God kan immers oordelen over geloof en kan daar gevolgen
aan vastknopen. Bovendien is het zo dat het niet ongeloof
zelf is waarom men door God bestraft wordt, maar wel het
gedrag dat men uit ongeloof stelt. Het verdrukken van
anderen, het 'overtreden van de grenzen' (extremisme)
e.d.m. druisen in tegen de bepalingen die door het geloof
voorgeschreven worden, en worden dus met ongeloof
geassocieerd. [5] Maar zelfs dan is
het zo dat in eerste instantie de bestraffing bestaat uit
het onthouden van de goddelijke liefde aan mensen die dit
onwenselijk gedrag stellen.
Bovendien is in deze verzen gewoonlijk sprake van het
bestraffen van 'ongelovigen' (omwille van hun gedrag),
niet van het straffen van 'niet-muslims'. Dit belangrijk
onderscheid wordt zo meteen duidelijk.
1.4. Pluralisme en verdraagzaamheid
Omgekeerd aan het onthouden van liefde en het
bestraffen voor mensen die slecht gedrag stellen, wordt
devote mensen die rechtschapen handelen als beloning
bijzondere liefde van God en vrede in het vooruitzicht
gesteld. Ook hieruit blijkt dat de gewenste toestand vrede
is.
«God leidt daarmee wie Zijn welgevallen navolgen
op de wegen van de vrede, brengt hen met Zijn
toestemming uit de duisternis naar het licht en leidt
hen op een juiste weg.» (Koran 5:16)
En:
«Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten
rust » (Koran 13:28)
Merk op dat deze 'beloning' met vrede niet alleen
muslims toekomt, maar alle mensen die in God
geloven en goede werken doen. Vroomheid wordt niet
gedefinieerd in termen van de gebedsrichting waarin men
bidt (m.a.w. de naam van de godsdienst waartoe men zich
bekent), maar in termen van geloven in God en stellen van
goede daden voor de medemens:
«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het
oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in
God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in
de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook
heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen,
aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de
(vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed]
verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft
en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in
tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij
zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.»
(Koran 2:177)
De Koran erkent daarmee uitdrukkelijk dat er
verschillende wegen zijn om tot God te komen. Meer nog,
net zoals de Koran muslims aanmoedigt om volgens de Koran
te leven, moedigt de Koran christenen aan om te leven
volgens de Evangeliėn, en worden Joden aangemoedigd om te
leven volgens de Thora (dat een boek van 'licht' genoemd
wordt) :
« En wij hebben de Thora neergezonden met een
leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich
[aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het
jodendom aanhangen. (...) Vreest dan de mensen niet maar
vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet
oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat
zijn de ongelovigen.» (Koran 5:44)
«En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun
spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de
Thora voorzijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliėn
met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van
wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad
en een aansporing voor de godvrezenden. En laten de
mensen van de Evangeliėn oordeel vellen volgens wat God
heeft neergezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de
verdorvenen. » (Koran 5:46-47)
Islam verwerpt daarmee het assimileren van
andersgelovigen, maar schrijft integendeel waarachtigheid
binnen het eigen geloof voor. Dat gaat zover dat in een
maatschappij die op islamitische leest geschoeid is,
andersgelovigen eigen rechtbanken mogen opzetten voor
zaken als familierecht, erfenisrecht enz zodat zij
werkelijk in staat zijn hun geloof zo getrouw mogelijk te
beleven. Islam verfoeit hypocrisie en verkiest dat men
niet-muslim is maar binnen het eigen model waarachtig, dan
dat men muslim en hypocriet is. Hypocrieten (een term die
in de Koran voorbehouden is voor muslims die het ene
zeggen en het andere doen) worden de diepste putten van de
hel toegezegd, erger nog dan waar de ongelovigen terecht
zullen komen:
«De huichelaars komen in de laagste verdieping
van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.»
(Koran 4:145)
Net zoals muslims die zich niet houden aan hun
geloofsvoorschriften met afkeuring bedacht worden,
omschrijft de Koran joden en christenen die zich niet aan
hun geloof houden, als ongelovigen en verdorvenen. Maar
net zoals er bij muslims mensen zijn die zich wel aan hun
geloof houden en die daarvoor beloond zullen worden,
erkent de Koran dat er ook hij joden en christenen
gelovigen zijn die hun beloning niet zullen mislopen:
«Onder de mensen van het boek zijn er die in God
geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat
tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan
God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij
zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ...»
(Koran 3:199)
Op die manier, schrijft de Koran respect voor eenieders
eigenheid voor. Het bestaan van de verschillende
godsdiensten wordt immers beschouwd als een aspect van de
goddelijke wil het is God zelf die voor de verschillende
godsdiensten gezorgd heeft, daarom moet men die
verschillende godsdiensten respecteren:
«... En als God het gewild had, zou Hij jullie
tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft
jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen
stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God
is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat
meedelen waarover jullie het oneens waren.» (Koran
5:42-47)
En:
«"Ieder heeft een richting waarheen hij zich wendt.
Wedijvert dan met elkaar in goede daden. Waar jullie ook
zijn, God zal jullie te samen brengen."» (Koran
2:148)
Dergelijke verzen schrijven meteen ook voor hoe men met
die diversiteit in religies moet omgaan: men zal elkaar
niet bestrijden, maar met elkaar wedijveren in goede
daden. Muslims wordt dan ook voorgeschreven attent,
vriendelijk en voorkomend om te gaan met alle mensen, ook
met niet-muslims [6]
2. Houding tegenover leven en oorlog
2.1. Recht op leven
In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:
«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar
verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de
Wederopstanding.»
De Koran stelt:
« "... dat jullie niemand mogen doden - wat God
verboden heeft - behalve volgens het recht... »
(Koran 6:151)
en
« "... dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag
en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de
mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat
leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk
heeft laten leven » (Koran 5:32)
Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten:
- een gedeelte dat het recht op leven als heilig en
onschendbaar definieert
Dit slaat op de gedeelten "dat jullie niemand
mogen doden, wat God verboden heeft" en "wie
iemand anders doodt, ..., het is alsof hij de mensheid
gezamenlijk heeft gedood".
Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder
onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of
wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan
muslims maar ook aan niet-muslims toe:
«"Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet
de geur van het Paradijs ruiken."» (gemeld door
At-Tabarani in Al-Awsat)
- een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen
ingeschreven worden op het recht op leven
Dit slaat op de gedeelten "behalve volgens het
recht" en "anders dan voor doodslag en verderf
zaaien op aarde"
Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de
Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden
waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige
zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat
niet anders. Zonder deze bepalingen zou een muslim die
oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen
verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet
mogen verweren. Het is juist middels dergelijke
bepalingen dat de Koran er op toe zit dat het recht op
leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet
in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos,
anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard
wel bestraft.
« En zij die naast God geen andere god
aanroepen en die niemand doden - wat God verboden
heeft - behalve volgens het recht (...) ; wie dat doet
zal een straf moeten ondergaan.» (Koran 25: 68)
Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd
duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het
onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het
uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met
name wat onwettig doden inhoudt: "doodslag en verderf
zaaien op de aarde". Met dit laatste wordt onder meer
terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus
mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige
mensen doden, met de doodstraf te bedenken. [7]
Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische
dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig
omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven
hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop
worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het
doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te
lenigen (waarbij aan nog een hele reeks andere bepalingen
moet voldaan zijn: het dier moet een waardig emotioneel,
fysisch en sociaal leven gehad hebben en moet op wettige,
dit wil in essentie zeggen 'pijnloze' manier gedood
worden, het voedsel dat daaruit resulteert mag niet
verspild worden enz.). In die wettige omstandigheden mag
het dier niet gedood worden alvorens de woorden "in de
naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige" uit te spreken,
waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat
het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig
doden van een dier wordt immers gerekend tot de
hoofdzonden. [8] Als het leven van
een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan
niet het leven van mensen beschermd.
2.2. Kain en Abel : het eerste geval van moord
Om de houding van de Koran tegenover moord te
onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven
geval van geweldpleging door een mens op een mens: het
relaas van Kain (Qabil) en Abel (Habil). De koranische
passage gaat als volgt:
« En lees hun de mededeling over de twee zonen
van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten
en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd
van de ander niet aangenomen. Die zei: "Ik sla jou
dood!". Hij zei: "God neem slechts de godvrezenden aan.
Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden,
ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te
doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik
wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je
brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.
Dat is de vergelding voor de onrechtplegers." Toen zette
hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde
hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond
toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen
hij hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei:
"Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te
zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?" Zo ging
hij behoren tot hen die wroeging hebben."» (Koran
5:27-31)
In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het
Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die
door zijn broer Kain met de dood bedreigd wordt, zegt:
«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te
doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou
te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners.
Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je
brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.»
(Koran 5:28)
Dit is een zeer betekenisvolle passage waarop vooral
door de liberale islam de nadruk gelegd wordt. [9]
Abel staat op het punt vermoord te worden, en zegt tegen
zijn moordenaar: ik zal mij niet verzetten. Meer nog, hij
zegt: als je mij toch doodt, zal je mijn zonden meenemen
naar het hiernamaals. Let wel dat hier niet gezegd wordt
dat Kain met de zonden van Abel belast zal worden en zich
daarvoor op Oordeelsdag zal moeten verantwoorden. Dit is
immers niet mogelijk vermits de Koran stelt dat een mens
slechts verantwoordelijk is voor de eigen daden (Koran
2:286). Wat wordt hier dan wel bedoeld? Kain zal door het
vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen
weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden
van Abel door Kain meegenomen naar de hel, en is Abel
verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt
met andere woorden beloond met een volledige
kwijtschelding van al zijn zonden.
Volgens de liberale strekking van de islam, kan men
moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor
geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt al van in
het allereerste in de Koran beschreven geval van
geweldpleging - en in afwijking van het Bijbelse verhaal
over dit voorval - zeer krachtig beloond met vergeving van
alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.
Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan
de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen
worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de
dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is
een dier zelfs de leermeester van de mens.
2.3. Koranische oorlogsethiek en krijgswet
2.3.1 Inleidend
Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond
wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan
rechtvaardigheid en aan het beschermen van de
rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij
te beschermen, is in sommige zeer nauwkeurig bepaalde
omstandigheden - en alleen dan - toegestaan dat men naar
de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan: ook
het christendom kent het principe van een 'just war',
en ook seculiere landen als Belgiė staan in welbepaalde
omstandigheden oorlog toe of nemen er aan deel via
logistieke, financiėle, morele of militaire ondersteuning.
2.3.2. Wie beslists over oorlog en vrede?
Uiteraard kunnen individuele muslims of groepen of
organisaties extremisten, net als in seculiere landen,
niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo
dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan
genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een
eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van
alle muslims) die vandaag de dag niet eens bestaat. In
afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen
verklaard worden bij consensus van representatieve en
legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid
van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als
leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.
2.3.3. Houding tegenover geweld en terrorisme
Het bovenstaande neemt niet weg dat er - net als in
seculiere landen (denk maar bij ons aan de CCC) - soms
groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens
grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een
crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Wanneer
in Noord-Ierland katholieken naar de wapens grepen,
besloot niemand daaruit dat het christendom terrorisme
toelaat of propageert of dat alle christenen terroristen
zijn. Maar er zijn wel christenen die terroristische daden
plegen. Net zoals de islam terrorisme verbiedt maar er wel
muslims zijn die terroristische daden plegen. Terrorisme
is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens
een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd
het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen
tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers - een
marxistisch geļnspireerde seculiere groep die vooral onder
hindoes recruteert. Zij zijn ook de bedenkers van de
zelfmoordvest. Van de aanslagen die in die periode door
muslims gepleegd werden, werd een derde gepleegd door
seculiere groepen, niet door religieuze groepen.
Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens
Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties
van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse
aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent
op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een
andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die
zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om
leden te ronselen. [10,11] Ze doen
dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische
leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die
krachtig veroordeeld wordt. [12] Dit
wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van
geleerden. [13]
De tragische vergissing bestaat hierin dat de Westerse
publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de
meerderheid van de bevolking (alsof de wereld uit de daden
van de CCC zou afgeleid hebben dat alle Belgen terroristen
zijn). Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen
willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de
Muslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken
erkend wordt als enige juiste - wat door de muslimwereld
ondubbelzinnig verworpen wordt.
Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer
op keer weer door muslims en muslimleiders ondubbelzinnig
en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de
talloze verklaringen waarin muslimleiders het geweld naar
aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden. [14]
2.3.4. Alleen defensieve oorlog toegestaan
Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt
afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer
specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan
zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de
vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap
van de middenweg (zoals de islam de eigen gemeenschap
typeert), te beschermen. [15] Dit
wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.
Enkel wanneer muslims aangevallen of onderdrukt worden, en
wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan
zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets
uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten - en
dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de
allerlaatste optie.
Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd
toegestaan is:
«Aan hen die bestreden worden is [de strijd]
toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de
macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen
verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: "Onze Heer
is God" - en als God de mensen elkaar niet had laten
weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken,
synagogen en moskeeėn waarin Gods naam vaak genoemd
wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen
zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran
22:39-40)
Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:
- De vijandigheden moeten door anderen gestart worden
tegen de gelovige muslims. Enkel muslims die "bestreden
worden", mogen zich verzetten. Het gaat dus om een
defensieve oorlog, niet om een offensief. Wat hierbij
betracht wordt is het beschermen van de rechtvaardige
gematigde gemeenschap waarvan eerder al sprake was.
- Er moet de muslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij
wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen
vermeld.
- Het doel van de agressor moet de destructie van de
islam en muslims zijn. Het vers verwijst naar
godsdienstvervolging, waarbij muslims vervolgd worden
enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
- Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging
tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of
bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging.
Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.
Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd
worden door het nastreven van vergevingsgezindheid,
rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een
tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar
er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef
mag gaan:
«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie
bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint
de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran
2:190).
Diezelfde toon vind men terug in een vers dat zegt dat
men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een
dag kan hij je vriend worden:
«Misschien dat God tussen jullie en hen die
jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen,
God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.»
(Koran 60:7)
Dit komt ook tot uiting in de hadith:
«Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een
dag uw vriend worden.» (gemeld door al-Tirmidhi).
Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen
aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd
zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de
regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een
leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde
zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering
op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :
- Dood geen vrouwen
- Dood geen kinderen,
- Dood geen bejaarden,
- Dood geen zieken.
- Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als
het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet
vernield worden).
- Verniel geen onbewoonde plaatsen.
- Dood geen dieren behalve voor voedsel
- Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
- Steel niets van de zaken die in beslag genomen
werden gedurende de strijd.
- En handel niet laf.
Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat
priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten
worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen.
Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Abu Bakr
zei ook dat men zelfs de melk van de dieren niet mocht
gebruiken tenzij men de toestemming had van de eigenaars
van de dieren. Islam kent zoals reeds aangestipt een zeer
uitgebreid stelsel van dierenrechten. Tijdens de oorlog
mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel,
omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar
niet het slachtoffer mogen van zijn.
Sommige muslims wijzen erop dat als er sprake zou
kunnen zijn van een 'heilige oorlog', dit enkel is in de
zin van een oorlog waarin muslims gebonden zijn aan zulke
'heilige' door de Koran en de Sunnah ingestelde
hoogstaande principes. Het is echter helemaal geen heilige
oorlog in de zin waarin dit in het Westen begrepen wordt,
met name een oorlog om anderen met geweld te bekeren tot
het eigen geloof. Zoals reeds in ander Koran Notities
gemotiveerd werd, wordt dit soort 'heilige oorlog' door de
islam verboden en is het muslims volstrekt verboden er aan
deel te nemen. [16]. De Koran
garandeert immers godsdienstvrijheid en verbiedt
uitdrukkelijk het gebruik van dwang in de godsdienst.
Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt,
moet men daarin meegaan:
«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan
ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.»
(Koran 8:61)
Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning,
wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde
regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te
worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een
vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin
mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te
sluiten:
«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen
aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie
tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig
oordelen...» (Koran 4:58)
«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als
getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van
bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet
rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter
bij godvrezendheid." (Koran 5:8) "God gebiedt
rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de
verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk,
verwerpelijk en gewelddadig is....» (Koran 16:90)
De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven
als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap
die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een
oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige
maatschappij te verdedigen en beschermen.
3. En volgende verzen dan?
Nu kunnen we de verzen onder de loep nemen die door
islamofoben en 'islam bashers' op tafel geworpen
worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter
van de Koran en van de islam.
Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake
interpretatie van verzen:
- De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor
zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig
islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat
betrekking heeft op de krijgswet en doet - uiteraard
geheel ten onrechte - alsof dat op het burgerrecht
slaat, met alle gevolgen van dien inzake
misinterpretaties.
- Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn
juist uitzonderingen op de algemene regels.
- Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen
kader en aan andere verzen die de betekenis ervan
verduidelijken
- Voor sommige verzen kan het nodig zijn de
historische context waarin ze geopenbaard zijn na te
gaan om te weten waarover ze precies handelen.
Voor meer informatie verwijs ik naar "Hoe de Koran
interpreteren" [17]
Nu dus de verzen in kwestie.
Koran 2:216 : «
Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het
jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets
tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben
jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet
en jullie weten niet. »
Zoals hierboven bij de interpretatieregels uiteengezet
werd, moet elk vers geplaatst worden in het globale kader
dat door de Koran geschetst wordt - en daaruit blijkt dat
vrede de voorkeurstoestand is. Pas onder zeer beperkte en
duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd
toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere
middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of
groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de
beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers
moeten te allen tijde gespaard worden.
De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader.
Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed,
integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets
waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden, die
eerder besproken werden (zoals het zich verdedigen bij een
aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het
strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd
gewettigd zijn. De Koran zegt hier dat niemand graag
oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat
men soms niet anders kan omdat het algemeen belang
primeert zodat voor het bewaren en beschermen van de
rechtvaardige samenleving, oorlog voeren een noodzakelijk
kwaad kan zijn. Dat is wat hier bedoeld wordt door te
zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan
zijn.
Koran 2:190 «En
bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar
overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van
de grenzen] niet. »
Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt
integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen
wordt ("bestrijdt hen die jullie bestrijden"). Het
vers verleent muslims dus hooguit de toelating zich te
verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die
omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers
onmiddellijk beperkingen op want instrueert het dat ook
wanneer men zich verzet tegen een aanval, men de grenzen
niet mag overschrijden. Het is niet omdat een agressor
alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook
het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in
immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden
wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer
beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de
context van vers 190:
«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie
bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint
de overtreders [van de grenzen] niet. Doodt hen waar
jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij
jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te
doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee,
zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij
tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de
vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden,
dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot
er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God
toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer,
behalve tegen de onrechtplegers. »
Er valt al meteen op hoeveel voorwaarden in deze
passage ingebouwd worden. Deze verzen zullen in het
vervolg van de tekst verder verduidelijkt worden.
Koran 2:191 - «Doodt
hen waar jullie hen aantreffen»
Bekijken we eerst even het volledige vers:
«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en
verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben.
Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen
bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen
jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt
dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen.
(Koran 2:191)
Dit het vers wordt onmiddellijk gevolgd door:
«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en
barmhartig.» (Koran 2:192)
Het vers wordt onmiddellijk voorafgegaan door het gebod
tot matiging in het hierboven behandeld vers 2:190.
Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie,
en heeft niets te maken met de manier waarop muslims in
het gewone burgerleven met niet-muslims moeten omgaan. Het
vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en
oorlogsethiek en met name de manier waarop muslim
strijdkrachten in een aan de gang zijnde oorlog moeten
omgaan met de strijdkrachten van de vijand. Het vers stelt
dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst
uitgedreven hebben. Daarmee beperkt dit vers de
legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie
van zelfverdediging.
Het gaat hier evenmin om 'de' ongelovigen, maar enkel
om diegenen die een aanval ingezet hebben op de
muslimgemeenschap (waarvan nota bene naast muslims ook
mensen van andere godsdiensten en ongelovigen deel kunnen
van uitmaken wiens godsdienstvrijheid en veiligheid door
muslims gewaarborgd wordt - daarover straks meer).
We bekijken nog eens de volledige passage:
«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie
bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint
de overtreders [van de grenzen] niet. Doodt hen waar
jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij
jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te
doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee,
zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij
tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de
vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden,
dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot
er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God
toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer,
behalve tegen de onrechtplegers.» (Koran 2:190-193)
Noteer hoeveel keer hier voorbehoud gemaakt wordt en
hoeveel voorwaarden (zolang zij niet, als zij, tot
wanneer, alz zij, enz.) er ingebouwd worden waarmee de
toestemming tot strijden eng omcirkeld wordt en beperkt
wordt tot zeer specifieke situaties. Uit dit kader blijken
volgende punten:
- Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
- Muslims krijgen hier, zoals hierboven gezegd, de
opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit
betekent dat men ook in verdediging tegen onrecht, zelf
de morele 'high ground' moet blijven bewandelen
en dat men niet zelf in onrecht mag vervallen. Het
verbiedt muslims oorlogsmisdaden te begaan. ("maar
overschrijdt de grenzen niet", v 190). God staat dus
alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige
zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een
wettige manier doen. Als men ter zelfverdediging in
immoraliteit begaat, verspeelt men de steun van God en
zal men integendeel op een straf mogen rekenen.
- Van zodra de tegenpartij (die dus als eerste de
aanval ingezet heeft) de gevechten staakt, moet men dat
ook doen en moet men meegaan in de vrede (v. 192). Dit
betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat
het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald
ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de
vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet
toegestaan - zelfs als die vijand van plan was de
muslimgemeenschap uit te roeien. Het is alleen
toegestaan het gedane onrecht (de aanval) af te slaan.
Merk ook op dat gesteld wordt: «Maar als zij
ophouden, dan is God vergevend en barmhartig",
waaruit steeds weer het streven naar vrede en
verdraagzaamheid blijkt.
- De vrede herstellen betekent niet dat de spons
geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand (of van
mensen uit eigen rangen) v 193 stelt dat de
oorlogsmisdadigers aangeklaagd moeten worden. Een
oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de
vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten
verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
- De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging
meer is (dit komt later nog aan bod), dwz tot iedereen (muslim
en niet-muslim) weer vrij zijn geloof mag beleven. Dit
vers sluit aan bij de krachtige vestiging van het
principe van godsdienstvrijheid en drukt muslims nog
eens op het hart dat overwinnen betekent dat men
godsdienstvrijheid invoert, niet dat men anderen dwingt
tot de islam. Het vers stipuleert verder dat men moet
strijden tot er geen onderdrukking meer is. Muslims
krijgen hiermee de opdracht niet alleen eigen
verdrukking maar ook verdrukking van niet-muslim
minderheden te bestrijden. Muslims moeten met andere
woorden de aanval afslaan in die mate dat de
rechtvaardige samenleving hersteld wordt waarin niet
alleen de rechten van de muslims maar ook die van de
minderheden, beschermd zijn.
- Strijden tot er geen verzoeking (fitna) meer is en
de godsdienst alleen God toebehoort, betekent niet dat
muslims moeten strijden tot iedereen zich bekeerd heeft
tot de islam. Ook dit aspect komt straks nog ter sprake.
Het heeft eigenlijk niets met de anderen te maken, maar
wel met de muslimgemeenschap zelf, die de aanval moet
afslaan tot op het moment dat ze zelf hun islam zuiver
kunnen belijden. Dit versdeel betekent dat muslims geen
vredesakkoord mogen aanvaarden waarin ze bv. akkoord
moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod
maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige
godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen
beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te
blijven aanbidden.
Deze passage kan dus niet beschouwd worden als een
opdracht om alle ongelovigen die men tegenkomt te
vermoorden. Het vers betekent integendeel dat men alleen
een aanval op de rechtvaardige, tolerante samenleving mag
afslaan. Het vers dient juist ter bescherming van de
rechten (waaronder godsdienstvrijheid) van de mensen in
een muslimsamenleving, en dient dus ook ter bescherming
van de rechten van niet-muslim minderheden in zo een
samenleving. Immers:
«"Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een
vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten
met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God
en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend.
Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de
garantie betekenen." (Maratib Alijma', door Ibn
Hazm.) »
Noteer ook dat hier geen voorbehoud gemaakt wordt over
wie de agressor of aanvallende macht is. Muslims krijgen
(mits een hele reeks beperkende voorwaarden) het recht
zich tegen een aanval op de rechtvaardige, tolerante
samenleving te verzetten, ongeacht of die aanval door
muslims of niet-muslims ingezet wordt. Wanneer het muslims
zijn die een aanval lanceren, zijn het de muslims die zich
daartegen verzetten die voor de rechtvaardige zaak, voor
de zaak van God, strijden. De aanvallende muslims
overtreden hun geloofsregels en vervallen op dat moment in
ongeloof.
Koran 2:244 : «
Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»
Dit vers sluit aan bij de inhoud van hetgeen hierboven
besproken werd. Er staat hier dat God alles hoort, alles
weet. Dit wil zeggen dat wanneer men strijd op het pad van
God (en strijden op het pad van God betekent strijden ter
verdediging tegen een aanval, en dus ter bescherming van
de eigen rechtvaardige, gematigde, tolerante samenleving),
dat men ook dan geen vrijgeleide krijgt van God en dat men
zich ook dan binnen het toelaatbare moet begeven, dus geen
(oorlogs-) misdaden mag begaan want God hoort alles en
ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.
Koran 8:39 : «En
strijd tegen hen tot er geen fitnah meer is en de gehele
godsdienst God toebehoort.»
Koran: 2:193: «Strijd tegen hen tot
er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God
toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer,
behalve tegen de onrechtplegers. »
Deze verzen werden uitvoerig besproken in eerdere Koran
Notities [18,19]. De geļnteresseerde
lezer kan daar een meer gedetailleerde bespreking van de
verzen raadplegen.
Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze
verzen verduidelijken hoe lang muslims in een aan de gang
zijnde oorlog mogen strijden. Het feit dat de oorlog al
aan de gang is, betekent dat hij reeds aan een paar
voorwaarden voldoet (zoals dat het muslims niet toegestaan
is een aanval te lanceren maar dat ze zich enkel mogen
verweren tegen een aanval en verdrukking mogen
bestrijden). Dit vers bespreekt hoe lang ze moeten
doorgaan met strijden. Moeten ze strijden tot iedereen
zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze
verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en
dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen muslims (en
islamofoben) zijn die de verzen uit hun context lichten en
ze zo interpreteren. Kan zo'n interpretatie echter correct
zijn? Om het antwoord daarop te weten, moeten we het vers
relateren aan de rest van de koranische boodschap. En
daarin wordt met name godsdienstvrijheid centraal gesteld.
Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot
iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Maar wat is
dan wel de correcte interpretatie?
Er moet aan herinnerd worden dat muslims een
godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen
afslaan. Het vers "en strijd tot godsdienst alleen God
toebehoort" betekent dat muslims in zulke omstandigheden
de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun
godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt. Stel dat de
tegenpartij zou voorstellen een einde te maken aan de
oorlog door een verdrag waarin de muslims verplicht zouden
worden een aantal rites van het polytheļsme in stand te
houden. Dit vers sluit een dergelijke vredesovereenkomst
uit. Er moet gestreden worden tot de godsdienstvrijheid
gegarandeerd is en dus ook de eigen islam beleving veilig
gesteld is en de (eigen) godsdienst God en alleen God
toebehoort.
Een aantal islamitische bronnen verduidelijken dit:
Ad-Dahhak meldde
dat Ibn `Abbas over God's woorden (en de gehele
godsdienst God toebehoort) zei: "Zodat Tawhid beoefend
wordt in oprechtheid met God. "
Al-Hasan, Qatadah en Ibn Jurayj zeiden (zodat de
gehele godsdienst alleen voor God zal zijn) "zodat La
ilaha illa-llah verkondigd wordt".
Muhammad bin Ishaq gaf ook commentaar bij dit vers,
"Zodat Tawhid beoefend wordt in oprechtheid met God,
zonder Shirk, onderwijl alle rivalen schuwend (die)
naast God (aanbeden worden)".
`Abdur-Rahman bin Zayd bin Aslam zei over (en dat de
gehele godsdienst God toebehoort) "Zodat er geen Kufr
(ongeloof) meer in uw godsdienst overblijft".
Deze interpretatie wordt ook ondersteund vanuit het
perspectief van de koranische psycholologie. De mens wordt
volgens de Koran geheel zonder zonden geboren (de Koran
kent geen erfzonde). De gelukzalige blik van een kind zou
nog de sporen in zich dragen van het paradijselijk
verblijf, waarin de ziel voor ze in het lichaam
neerdaalde, aan God een gelofte heeft afgelegd en God als
haar Heer erkend heeft. Gedurende het leven wordt men met
goed en kwaad geconfronteerd. Telkens men het kwade volgt,
dekt men de oorspronkelijke toestand van puurheid wat
verder toe. De Koran nu, schrijft mensen toe hun harten te
zuiveren. Het is een levenslange opdracht om aan de eigen
persoonlijkheid te schaven in de richting van
verdraagzaamheid, geduld, barmhartigheid, vreedzaamheid,
enz. Naarmate men daarin slaagt verhoogt men de kans om na
de dood in het Paradijs te komen. Het vers: "en strijd
tot er geen fitnah meer is", houdt ook hiermee
verband. Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin
een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger
zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede. "En
strijd tot er geen fitnah meer is" betekent dat men
een strijd tegen het lagere zelf moet voeren en wel
zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God en er in
het gehele zelf geen spoor van het kwade meer is, met
andere woorden, tot er in het zelf alleen nog plaats is
voor overgave aan God. [20]
De verzen 8:39 en 2:193 hebben dus niets te maken met het
"onderwerpen" van de hele wereld aan de islam, maar zijn
wel een opdracht om in een oorlogssituatie te strijden tot
op het moment dat de godsdienstvrijheid gegarandeerd
wordt.
Koran 8:12: «Ik
zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen...»
Het volledige vers stelt:
«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: "Ik
ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de
harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in
op de nekken en houwt hen op al hun vingers".»
(Koran 8:12)
Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de muslims
in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de
zijde van de muslims te strijden. Het gedeelte "Houwt dan
in op de nekken en houwt hen op al hun vingers" is een
opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de
muslims gegeven wordt. Het is ook God die zegt: "Ik zal de
harten schrik aanjagen". Hij zal er met andere woorden
voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een
numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine
aantallen muslimstrijders. Voor informatie over de hele
context rond de slag om Badr, verwijs ik naar eerdere
Koran Notities [21]
Koran 8:60 «"En
maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en
de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie
vijand daarmee vrees aan te jagen..."» (Koran 8:60)
Dit vers schrijft muslims voor hoe ze een op handen
zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan door de
tegenstander te imponeren. Het is, wat men in moderne
oorlogsvoering het uitpakken met een 'deterrent' of
een 'afschrikkingsmiddel' zou noemen. Onze eigen
West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek
gebruik: uitbouwen van een arsenaal, niet met de bedoeling
aan te vallen maar met de bedoeling een mogelijke vijand
af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de
vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.
Koran 4:76 - «Zij die geloven
strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op
de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de
satan. De list van de satan is maar zwak!»
Noteer eerst en vooral dat hier niet staat dat muslims
de niet-muslims moeten bestrijden. Wat hier met elkaar
gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de
zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God
inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk
aan voorafgaat:
«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg
strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen,
vrouwen en kinderen die zeggen: "Onze Heer, breng ons
uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en
breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw
kant een helper". »
Strijden voor de zaak van God, betekent dus - alweer -
de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen
verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan, is strijden
voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie,
macht, apartheid, enz. De Taghoet slaat op alles en
iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de
Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn,
ook hoogmoed (zichzelf boven God stellen), racisme
(zichzelf meer achten dan een ander terwijl volgens God
alle mensen gelijk zijn), repressie (wat door God verboden
is) enz. staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg.
Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De
Koran zegt hierover: vreest niet want de zaak van satan is
maar zwak. De zaak van God, de strijd voor
rechtvaardigheid, voor bescherming van de zwakken en
onderdrukten, tegen onrecht, tegen racisme, dat is de
goede zaak, dat is de sterke zaak. Diegenen die aan de
kant van de tirannie en repressie staan, die staan maar
zwak, zegt dit vers, rechtschapenheid is een veel sterkere
zaak. Het is immers de zaak van God.
Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen - dwz diegenen
die voor de zaak van rechtschapenheid staan - tegenover de
zaak van satan - dwz diegenen die voor tirannie en
repressie staan - zonder daarbij namen van godsdiensten te
noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat
er bij muslims gelovigen zijn maar ook mensen die in
ongeloof vervallen, terwijl de Koran uitdrukkelijk
vermeldt dat er ook andere wegen naar God mogelijk zijn,
en dat er ook bij joden en christenen gelovigen - maar ook
ongelovigen - zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof
komt alleen God toe. En het is niet de naam van het geloof
dat men aanhangt op grond waarvan God over geloof en
ongeloof zal oordelen, maar we de godvrucht en de goede
daden. Naar analogie daarvan is het niet de naam van het
geloof dat bepaalt of men aan de kant van God of aan de
kant van satan staat, het is de godvrucht en de manier
waarop men zich gedraagt. Vervalt men, vanuit om het even
welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz.,
dan staat men aan de kant van satan. Ijvert men, vanuit om
het even welk geloof in God, voor de rechten van de
onderdrukten, voor gelijkheid van de mensen, voor de
armen, enz. dan staat men aan de kant van de rechtvaardige
zaak en dus aan de kant van God. Dit is een belangrijk
koranisch inzicht, waardoor er geen "wij tegen zij" kan
zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof,
nationaliteit, afkomst, vermogen, of wat dan ook - het is
altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle
grenzen van ras, geloof, nationaliteit, afkomst, vermogen
enz. heen.
Koran 9:5 « Als de heilige maanden
zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar
jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen
op in elke mogelijke hinderlaag....»
Het volledige vers luidt:
« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt
dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt
hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke
hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat
verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de
weg. God is vergevend en barmhartig»
Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin
"heilige maanden" in acht genomen worden, dit wil zeggen,
een oorlogssituatie waarin een periode van
staakt-het-vuren van kracht is. Dit vers verleent muslims
dus geen toestemming om een oorlog te starten of een
aanval te lanceren, maar handelt over een oorlog die al
aan de gang is. Dit betekent dat deze oorlog al voldoet
aan de door andere verzen opgelegde voorwaarden (geen
offensief toegestaan, maar enkel verweer tegen aanval en
oppressie enz.). Muslims krijgen hier de opdracht zich aan
een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze
periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag,
verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers
beperkingen op:
« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt
dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt
hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke
hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat
verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de
weg. God is vergevend en barmhartig. En als een van de
veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem
dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en
laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is.
Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er
jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij
God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie
jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige
moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen,
handelt jullie dan ook correct. God bemint de
godvrezenden.» (Koran 9:5-7)
De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden
worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon
bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct
handelt, moet ook correct behandeld worden. Bovendien
moeten muslims ook na het hervatten van de vijandigheden,
asiel verlenen aan al diegenen die daarom vragen
(strijders of burgers). Muslims krijgen de opdracht aan
deze persoon het woord van God kenbaar te maken, maar hij
of zij heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te
bekeren. Ook als hij zich niet bekeert, moeten muslims de
persoon in veiligheid brengen.
De passage vermeldt verder dat er niet mag gestreden
worden tegen diegenen die berouw tonen, de salaat
verrichten en de zakaat geven. Het is misschien voor
sommigen verleidelijk dit versdeel te interpreteren als
een opdracht om te strijden tot iedereen zich bekeerd
heeft tot de islam. Dit is echter in tegenspraak met het
eerder besproken koranisch kader over oorlogsethiek. Het
druist bovendien in tegen het centrale koranische beginsel
van godsdienstvrijheid. En het is in tegenspraak met
eerder besproken verzen die omschrijven dat men slechts
mag strijden tot wanneer er godsdienstvrijheid heerst. In
dezelfde omringende verzen staat trouwens dat diegenen met
wie men een vredesverdrag heeft ook niet bestreden mogen
worden - ook als dat polytheļsten zijn. Dat sluit zelfs
zonder dat men het brede koranische kader in overweging
neemt, al binnen deze passage zelf uit dat men het vers
zou interpreteren als een opdracht op te strijden tot
iedereen zich tot de islam bekent. Een dergelijke
interpretatie kan dus niet correct zijn. Wat in dit
versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het
principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot
de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.
Koran 9:12 «En als zij hun eden
breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en
jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van
het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien
zullen zij ophouden.»"
Dit vers spreekt na al het bovenstaande hopelijk al
voldoende voor zichzelf: het is opnieuw geen vers dat
aanzet tot geweld maar dat geweld juist beperkt tot
defensieve situaties. Het onmiddellijk hier op volgende
vers verduidelijkt:
«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die
hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant
te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie
begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht
toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»
Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en
stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord
verbreekt en de muslims aanvalt ("terwijl zij eerst
tegen jullie begonnen") muslims zich (als alle andere
mogelijkheden zoals onderhandelingen gefaald hebben) mogen
of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de
gemeenschap op het spel staat. De vraag wordt gesteld:
waarom zouden jullie je niet verzetten tegen een aanval of
tegen oppressie? Omdat je een oppermachtige vijand vreest?
De Koran zegt hier: je kan maar beter God vrezen in plaats
van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de
rechtvaardigheid kiezen.
Koran 9:29 «Strijdt tegen hen die
niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet
verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebbenen en die
niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het
midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar
vermogen onderdanig de schatting betalen."»
Dit vers sluit aan bij de situatie die in de zopas
behandelde verzen 9:5 en 9:12 geschetst werd. Het gaat om
wat muslims te doen staat wanneer de vijand een akkoord
verbreekt en de muslimgemeenschap aanvalt. De Koran stelt
hier dat gewapend verweer mogelijk is - echter, alweer
onmiddellijk een beperking want men mag niet strijden tot
wanneer elke tegenstander uitgeroeid is (ook als de vijand
zoiets wel van plan zou geweest zijn) , maar wel tot de
tegenstander bereid is een taks te betalen.
Vanwaar die taks? Wel, muslims zelf zijn gehouden de
zakaat te betalen. De zakaat is echter een islamitisch
religieuze aangelegenheid, zodat - gezien de
godsdienstvrijheid - niet-muslims ervan vrijgesteld zijn.
Niet-muslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een
aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals
onderhoud van het muslimleger dat ook hen beschermt in
geval van een aanval. Want ja, muslims zijn verplicht alle
inwoners van hun samenleving, muslim en niet-muslim, te
beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen
deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.
« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een
vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten
met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God
en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend.
Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie
betekenen» (Maratib Alijma', door Ibn Hazm.)
De Koran draagt muslims hier ook op erover te waken dat
deze takst billijk ingesteld wordt en de draagkracht van
de mensen niet te boven gaat. Muslims moeten de zakaat
betalen, niet-muslims moeten deze taks betalen.
Koran 4:89 - «... Als zij zich
afkeren, grijpt hen dan en doodt hen waar jullie hen
vinden...»"
Bekijken we eerst de hele passage v.4:88-91 waaruit
deze woorden geciteerd worden:
« Hoe komt het dan dat er bij jullie met
betrekking tot de huichelaars twee groepen zijn, terwijl
God hen toch heeft laten terugvallen voor wat zij begaan
hebben. Willen jullie dan hen die God tot dwaling
gebracht heeft op het goede pad brengen? Wie door God
tot dwaling gebracht wordt, voor hem vind je geen weg.
Wij zouden graag willen dat jullie ongelovig werden,
zoals zij dat zijn, dan zouden jullie gelijk zijn. Neemt
van hen dus niemand als medestander zolang zij niet
uitwijken op Gods weg. Als zij zich afkeren, grijpt hen
dan en doodt hen waar jullie hen vinden. Neemt van hen
niemand als medestander of als helper. Behalve hen die
zich aansluiten bij mensen met wie jullie een verdrag
hebben of die met een beklemd gemoed tot jullie komen
omdat zij tegen jullie zouden moeten strijden of tegen
hun eigen mensen strijden. Als God gewild had, dan had
Hij hun macht over jullie gegeven en dan hadden zij
zeker tegen jullie gestreden. Als zij zich van jullie
afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie
vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen
op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor
jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen
mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden
blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich
dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede
aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen
dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie
Wij een duidelijk gezag hebben verleend." » (Koran
4:88-91)
Ook dit vers kan niet geļnterpreteerd worden als
toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel
integendeel. Alweer wordt de toelating tot verzet tegen
een aanval onmiddellijk door een indrukwekkende reeks
voorwaarden en bepalingen ingeperkt. De passage zegt:
Dus, als zij zich van u op een afstand houden en u niet
bestrijden en u vrede aanbieden - heeft God u niet
toegestaan iets tegen hen te ondernemen". Dus als de
tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is
pas als de agressoren "zich derhalve niet op een
afstand van u houden, noch u vrede aanbieden, noch hun
handen terughouden", dat muslims hier toestemming
krijgen om zich te verdedigen tegen een agressor. Als dit
soort verzen niet zou bestaan, zouden muslimstrijdkrachten
zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten
zonder enig weerwerk te mogen bieden.
Koran 47:4 - «En wanneer jullie hen
die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan
dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen
verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen
later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te
kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. ...»."
Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over
oorlogsethiek en krijgsrecht. Het vers verduidelijkt meer
bepaald wat er in een aan de gang zijnde defensieve oorlog
moet gebeuren met een soldaat van de vijand. Het algemeen
principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar
is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden (net zoals
in Belgiė dus). Dit vers maakt een uitzondering voor
soldaten in een oorlogssituatie, op het slagveld. In een
dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het
heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke
en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen.
Echter, van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden
het toestaan, schrijft de Koran voor de vijand
krijgsgevangen te nemen om hem later 1) weer vrij te laten
(dat is de eerste en meest geprefereerde optie), of 2) hen
uit te wisselen, zoals blijkt uit het vervolg van
hetzelfde vers:
«... maar wanneer jullie dan de overhand over hen
gekregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen
later als gunst vrij te laten hetzij om hen lost te
laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn
afgelegd.» (Koran 47:4)
Uit eerder besproken verzen bleek bovendien dat men zo
snel mogelijk tot de vrede moet proberen terugkeren, en
dat men maar mag strijden tot wanneer er een situatie van
godsdienstvrijheid heerst.
4. Besluit
Uit de hier gemaakte analyse kan niets anders besloten
worden dan dat de Koran inderdaad een boodschap van vrede
brengt. Vrede is de wenselijke toestand - iets wat vanuit
de leer voortdurend en op diverse wijzen gestuurd wordt,
o.a. door het verkondigen van het belang van
barmhartigheid, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en
pluralisme. De islam staat een maatschappij-ideaal voor
waarin niet-muslims verregaande rechten krijgen om hun
eigen godsdienst daadwerkelijk te beleven, en waarin
niet-muslims ook beschermd worden tegen aanvallen. De
omgang tussen verschillende godsdiensten wordt gereguleerd
door het principe : "wedijver met elkaar in goede daden".
Geen naijver, geen afgunst, geen dwang om anderen te
bekeren, maar verdraagzaam samenleven met respect voor
eenieders eigenheid, waarbij elk vanuit het eigen model
aangemoedigd wordt het beste van zichzelf te geven en op
de best mogelijke manier met anderen om te gaan.
Daarnaast is het zo dat de weinige uitzonderingen
waarin oorlog toegestaan wordt, zodanig strikt omschreven
zijn en telkens ingeperkt worden door zulk danige
beperkingen, dat de oorlog alleen toegestaan is om een
aanval op de vrede af te slaan en gericht is op een zo
spoedig mogelijke terugkeer naar de vrede. In oorlogstijd
krijgen soldaten dusdanige instructies dat ze voortdurend
verplicht zijn zich aan een hoogstaande morele gedragscode
te houden. Niet alleen mogen geen burgers,
burgerconstructies, gebedshuizen, religieuze leiders,
dieren, enz. het slachtoffer worden van de oorlog,
bovendien moet zelfs de houding tegenover de vijandige
soldaten telkens getemperd worden en mag men ook in
oorlogstijd alleen een vijandig soldaat doden als er geen
logistieke mogelijkheid is om hem gevangen te nemen en dus
zijn leven te beschermen. Wanneer iemand van de vijand
asiel vraagt (soldaat of burger) moeten muslims dit asiel
schenken de persoon in veiligheid brengen. De manier
waarop het oorlogrecht in de Koran omschreven staat, wordt
gekenmerkt door uitermate grote voorzichtigheid. Elke keer
als een toestemming verleend wordt tot strijden - om zich
te verdedigen tegen een aanval of oppressie - wordt er op
verschillende manieren aan herinnerd dat dit geen carte
blanche is en dat alle beperkende bepalingen blijven
gelden. Ook in oorlogsomstandigheden blijven de morele
principes gelden. [22].
De algemene koranische regel dat men gedrag moet
beantwoorden met gedrag dat beter is, blijft ook dan
behouden. Men mag ook nooit in de immoraliteit van de
ander vervallen. Wanneer bijvoorbeeld een vijand de
muslimgemeenschap aanvalt met als doel de
muslimgemeenschap uit te roeien, krijgen muslims (na eerst
geprobeerd te hebben via onderhandelingen de vrede te
bewaren) toestemming om de aanval af te slaan tot op het
moment dat de tegenpartij vrede aanvaardt en
godsdienstvrijheid erkent, maar wordt het muslims verboden
de tegenpartij op haar beurt uit te roeien. Vrede is het
hoogste goed, en dat wordt nagestreefd door
rechtvaardigheid en een hoogstaande morele gedragscode,
ook in de weinige omstandigheden dat oorlog gewettigd kan
worden.
Een ander belangrijk aspect dat bij de bespreking van
vers 4:76 opgetekend werd maar dat ook
voor alle andere verzen van toepassing is, is dat in de
Koran muslims niet tegenover niet-muslims gesteld worden,
maar dat rechtvaardigheid tegenover onrecht geplaatst
wordt. Diegenen die in God geloven (ongeacht via welke
weg) en rechtvaardig en goed handelen, worden geplaatst
tegenover diegenen die mensen verdrukken en onrecht
aandoen. Dit is een punt dat niet genoeg beklemtoond kan
worden. De Koran erkent immers dat er verschillende wegen
zijn om tot God te komen. Er is geen 'wij versus zij'
mogelijk op grond van natie, ras, huidskleur, taal, e.d.m.,
zelfs niet op grond van religie. Er is alleen:
rechtvaardigheid tegen onrecht. De muslimgemeenschap
bestaat overigens typisch ook uit niet-muslimminderheden
wier godsdienstvrijheid door de Koran gegarandeerd wordt
en over wiens veiligheid het muslimleger moet waken.
Uit de bespreking van de verzen die door islamofoben en
'islam bashers' aangehaald worden om het
tegendeel te bewijzen, blijkt dat de islamofoben op zijn
minst onwetendheid en mogelijks intellectuele
oneerlijkheid aan de dag leggen en de verzen geheel uit
hun context lichten. Dat zou overeenkomen met uit het
Belgisch strafwetboek de zinsnede dat doden niet bestraft
wordt te lichten, er niet bij te vermelden dat het om een
uitzonderingsregel gaat die enkel van toepassing is op
gevallen van wettelijke zelfverdediging, om daaruit
vervolgens te besluiten dat de Belgische wetgeving aanzet
tot geweld en doodslag want dat het "zwart of wit" zo in
de wet staat.
Ja, er zijn natuurlijk gevallen van geweldpleging door
muslims. Er zijn ook gevallen van geweldpleging door
niet-muslims - daar wordt de godsdienst echter niet
bijgesleurd. Waarom sleurt men er de islam dan wel bij?
Het is duidelijk dat niets, maar dan ook niets in de hele
Koran, geweldpleging tegen en doden van onschuldige
burgers toestaat.
________________________
NOTEN:
- "Religious Edict by Muslim
Scholars in Birmingham", Birmingham Central Mosque,
17 juni 2006 - origineel:
http://www.centralmosque.org.uk/?page=news&news_id=mosque_2006-06-21_0001
- Zie Koran Notitie "Liefde
is Mijn Fundament" - op
deze website
- Zie Koran Notitie "koranische
Psychologie, een reis naar het (inwendige) Paradijs"
- op
deze website
- Zie Koran Notitie
"Godsdienstvrijheid in de Islam" - op
deze website
- Zie Koran Notitie
"Extremisme en de Gemeenschap van de Middenweg" -
op
deze website
- Zie Koran Notitie "Omgaan
met niet-Muslims" - op
deze website
- Zie Koran Notitie
"Terrorisme voor of tegen God" - op
deze website
- Zie Koran Notitie
"Dierenrechten in de Islam" - op
deze website
- "A Muslim Ideal of
Non-Violence" Zeeshan Hasan, Star Magazine, Febr.
2003, Bangladesh -
http://www.liberalislam.net/nonviolence
- "The Strategic Logic of
Suicide Terrorism", Robert Pape (University of
Chicago), Am. Pol. Sc. Review 2003 Vol. 97 No 3 -
http://www.danieldrezner.com/research/guest/Pape1.pdf
- "The Logic of Suicide
Terrorism - it's the occupation, not terrorism",
The American Conservative, 18 June 2005 -
http://www.amconmag.com/2005_07_18/article.html
- Zie Noot 7.
- Islamic statements against
terrorism", verzameld door Charles Kurzman, Dept.
of Sociology, University of North Carolina -
http://www.unc.edu/~kurzman/terror.htm
- "Muslims veroordelen
geweld n.a.v. cartoonprotest" - op
deze site
- Zie noot 5.
- Zie Koran Notitie "Jihad,
geloof in woord en daad" - op
deze website
- Zie "Hoe de Koran
interpreteren" - op
deze website.
- Zie noot 6.
- Zie noot 3.
- Zie noot 3.
- Zie noot 7.
- Zie Koran Notitie: "Koranische
Normen en Waarden" - op
deze website
|