|
"Geen enkele jood zal benadeeld worden omwille van zijn
jood-zijn."
(Profeet Mohamed, Charter van Medina)
.. Inleiding
1. Begrippen
2. Algemene houding van Koran en Sunnah ten aanzien van
joden
en judaïsme
2.1. Afstammelingen van Abraham
2.2. Joden als Mensen van het Boek (Ahl Al Kitab)
2.3. Joden worden opgeroepen te leven volgens de Thora
2.4. Koranisch onderscheid tussen gelovige en ongelovige
joden
3. Koranische kritiek op 'zondigende'
joden
3.1. Twee soorten kritieken
3.2. Kritiek op zondig gedrag
3.3. Kritiek op bespotten en verwerpen van profeten en hun
Boodschap
4. Enkele omstreden verzen en ahadith
4.1. Inleiding
4.2. "Wees (als) verachte apen"
4.3. "Er is een jood achter mij, kom en dood hem!"
5. Koranische houding ten aanzien van racisme
6. Epiloog
.. Noten en Literatuur
Inleiding
Het is momenteel in sommige kringen bon ton om de islam
als een natuurlijke vijand van het jodendom naar voor te schuiven.
Wat vooral opvalt is dat men het daarbij niet heeft over
praktijkgevallen van antisemitisme bij sommige muslims, maar dat
men een beschuldigende vinger uitsteekt naar de leer zelf. De Koran
en Sunnah zouden jodenhaat propageren. Een zware beschuldiging.
Terecht of niet? Zijn muslims en joden volgens de islamitische leer
werkelijk elkaars 'natuurlijke vijanden'? Het aanvangscitaat van
Profeet Mohamed, genomen uit het Charter van Medina, laat al
vermoeden dat voorliggende tekst het tegendeel zal aanvoeren en dit
op grond van een verkenning van de manier waarop Koran en Sunnah de
joden behandelen, samen met een analyse van enkele controversiële
verzen. Er zal eveneens nagegaan worden hoe de Thora, het joodse
Heilig Boek, zich uitdrukt over joden die zich aan de in de Koran
bekritiseerde zonden schuldig maken.
1. Begrippen
Voor de goede orde, moeten eerst een aantal begrippen
verduidelijkt worden.
- Jodendom
Jodendom wordt ook
"judaïsme" genaamd, naar Juda,
één van de
zonen van Jacob en één van de stamvaders
van de stammen van Israël. Jodendom laat zich niet vatten in westerse classificaties
als ras, genealogie, geloof of natie. [1]
Jodendom is een beetje van elk, en verschillende takken van het
jodendom leggen daarin een andere klemtoon. Seculiere joden
beschouwen hun joodse identiteit als een eerder culturele
aangelegenheid (taal, culinaire tradities enz.). Anderen
definiëren een jood als iemand met een joodse moeder. Hun
definitie van jodendom heeft niets met religie te maken - in deze
benadering kan men een atheïstische jood zijn. [2]
Dat maakt het jodendom nochtans nog geen kwestie van 'ras'. Veel
joden namen groot aanstoot aan een uitspraak van het Amerikaanse
Hooggerechtshof van de jaren 1980 waarin de joden een 'ras'
genoemd werden - ze hebben immers geen gezamenlijk 'gen' dat hen
tot een ras maakt. [3]
De notie van een joods ras roept ook kwalijke herinneringen op aan
het Nazi-tijdperk waarin joden als een 'inferieur ras' bestempeld
werden. Nog anderen stellen dat jodendom niets met genealogie
of
met ras te maken heeft, maar alles met geloof (men kan zich
volgens hen ook bekeren tot het jodendom). Zij beschouwen iemand
die als jood geboren wordt maar die de joodse religieuze
geschriften niet naleeft als een afvallige die zijn joods
geboorterecht heeft verzaakt [4].
Bij omschrijvingen van het jodendom wordt soms ook van een 'volk'
of 'natie' (in het Hebreeuws: goy) gesproken. Velen
verwerpen echter deze benadering omdat ze er
in het verleden vaak
van beschuldigd werden loyaler te zijn ten aanzien van Israël dan van
het land waarin ze wonen, terwijl tal van joden er op staan dat ze
zich houden aan de geplogenheden en wetten van het land waarin ze
zich bevinden. [5]
Kortom, jodendom heeft iets met samenhorigheid te maken maar het
is niet gemakkelijk of zelfs niet mogelijk om het in westerse
termen en classificaties te vatten. Dit probleem stelt zich
overigens ook ten aanzien van de islam. Tal van vooroordelen en
misverstanden zijn gebaseerd op een onvermogen om islam te
'classificeren' in een westers denkpatroon.
Er zijn in heel de wereld ongeveer 18 miljoen joden. De meeste
joden (bijna 7 miljoen) wonen in de Verenigde Staten. Israël zelf
herbergt 4,5 miljoen joden. De overige joden wonen in diaspora.
Voor de volledigheid: Israël telt 6,6 miljoen inwoners. 77%
daarvan zijn joden, 19% Arabieren (meestal muslims). [6]
Van de in Israël wonende joodse bevolking, is ongeveer 20%
praktiserend; 60% heeft een lossere band met religie en volgt
slechts sommige religieuze voorschriften op grond van etnische
traditie of persoonlijke voorkeur; 20% is niet praktiserend.
Globaal kan men stellen dat een meerderheid van de in Israël
wonende joden seculier is. [7]
- Semiet
Een Semiet is in principe iemand die behoort tot of afstamt van
een volk dat oorspronkelijk een Semitische taal sprak, zoals het
Arabisch, Syrisch of Hebreeuws.
- antisemitisme
Hoewel strikt genomen bijvoorbeeld ook Profeet Mohamed en
Arabische muslims Semieten zijn, wordt de term antisemitisme
doorgaans exclusief gebruikt om jodenhaat aan te duiden. Het is
deze jodenhaat die aanleiding gaf tot de holocaust, een massale
moord van joden omwille van hun jood-zijn.
- Zionisme
Zionisme vertolkt de opvatting dat joden een natie vormen en
recht hebben op een eigen staat. Zionisme, had dan ook als doel de
staat Israël op de richten (en uit te breiden). Deze ideologie
werd onder meer beïnvloed door het 19de eeuwse nationalisme dat
zich ook in het jodendom liet voelen en er joods-nationalistische
gevoelens aanwakkerde. [8]
Zionisme wordt ook beschouwd als een joodse reactie op eeuwen van
christelijke jodenvervolging. [9]
Aanvankelijk hadden de zionisten niet, of niet enkel, het
Midden-Oosten op het oog voor het oprichten van de joodse staat -
de plek deed er eigenlijk niet toe. Theodor Hertzl overwoog zelfs
Argentinië en Oeganda als geschikte locatie voor de joodse staat.
Pas later spitste men zich toe op historisch Palestina.
Onder de religieuze joden rees nogal wat verzet tegen deze
nationalistische tendens omdat zij van mening waren dat de joodse
staat enkel door de Messias kan opgericht worden. Mede naar
aanleiding van de Duitse jodenvervolging evenwel lieten velen deze
orthodoxie achterwege en schaarde een groot aantal (ook
religieuze) joden zich achter het zionistisch project. Een deel
van de religieuze joden is evenwel tot op de dag van vandaag
gekant gebleven tegen het zionisme en erkent de staat Israël niet.
- Anti-zionisme
Anti-zionisme wordt omschreven als oppositie tegen het bestaan
van de huidige staat Israël als joodse staat. Deze tegenstand
tegen het bestaansrecht van Israël doet zich wereldwijd in diverse
kringen voor, zelfs in beperkte mate in eigen joodse kringen. In
sommige gevallen is dit joods anti-zionisme een reactie op jodenhaat. Om zich te verdedigen tegen beschuldigingen als zouden
ze in de eerste plaats Israël getrouw zijn en pas in tweede
instantie het land waarin ze zich bevinden, hebben sommige joden
uit de diaspora een anti-zionistisch discours aangenomen.
Anderzijds werpen sommige anti-zionistische joden daarvoor
religieuze redenen op die verband houden met de verwachte komst
van de joodse Messias. Omdat verder in deze tekst de eschatologie
(leer van de eindtijden) ter sprake zal komen is het interessant
hier even op in te gaan. Met name vooral een aantal hassidische
joden houden vast aan de interpretatie van de Thora dat de joodse
staat pas kan opgericht worden door de joodse Messias. Zij
beschouwen de huidige staat Israël als een godslastering en
weigeren de staat te erkennen en er te gaan wonen. Anti-zionistische
joden stellen:
"Volgens het joodse geloof en de Thora wet is het de
joden
verboden hun eigen staat te hebben terwijl zij het messiaanse
tijdperk afwachten. De Schepper gaf ons het Heilig Land
duizenden jaren geleden. Wij zondigden echter en Hij nam ons het
land af en zond ons in ballingschap. Sedertdien is het onze taak
te wachten tot Hij de Messias stuurt. Op dat ogenblik, zal
alleen de Schepper, zonder dat ook maar één mens iets zegt of
doet, ons samen brengen en ons uit ballingschap halen. Hij zal
tevens universele vrede brengen onder alle mensen en allen
zullen Hem dienen. Sommige religieuze joden, verward als ze zijn
door zionistische propaganda, citeren bijbelse verzen die
stellen dat G-d het Heilig Land schonk aan de Kinderen van
Israël. Zij zien spijtig genoeg de verzen over het hoofd die
stellen dat God dit weer wegnam ten gevolge van onze zonden. Ze
negeren ook de profetische voorspellingen die expliciet stellen
dat de opheffing van de laatste ballingschap een Goddelijk en
niet een menselijk proces zal zijn. De Schepper heeft elke jood
bevolen de weg van de vrede te bewandelen en trouw te zijn aan
het land waar hij leeft. Ware Thora joden wachten geduldig op de messiaanse redding. Zij hebben niets te maken met gelijk welke
soort van pseudo "joodse Staat" en zijn agressoren tegen andere
volkeren. Zij koesteren diepe sympathie voor de benarde toestand
van de Palestijnen die meest geleden hebben onder de valse
leerstellingen en barbaarse daden van het Zionisme. De
zionistische staat is geen joodse staat. Alleen de zionisten
zijn de enige verantwoordelijken voor hun daden. Authentieke
joden hebben zich altijd verzet tegen het bestaan zelf van deze
godslasterlijke staat en zullen dat blijven doen."
Bron: Neturei Karta International [10]
Uiteraard zijn er ook religieuze joden die de Thora anders
interpreteren. Sommige religieuze joden menen dat men niet zomaar
kan zitten wachten op de komst van de Messias, dat die niet
vanzelf zal komen, maar dat men integendeel door eigen daden de
komst van de Messias zal uitlokken of bespoedigen. Zij zien het
oprichten van de staat Israël als één van de stappen die zij zelf
moesten zetten om de komst van de Messias dichterbij te brengen.
In het verlengde van deze gedachtelijn zijn er ook joden die
ijveren voor het nu al bouwen van de Derde Tempel. Terwijl andere
joden menen dat de Derde Tempel maar door de Messias zelf kan
opgericht worden, menen deze joden dat de Messias niet zal komen
tot de Tempel er staat, of dat zijn komst in elk geval zal
bespoedigd worden door het bouwen van de Tempel. Interessant
detail hier is dat deze Tempel volgens tal van interpretaties moet
komen op de plek waar nu de Al Aqsa moskee staat. De
problematiek in het Midden-Oosten heeft dan ook niet enkel, en
misschien zelfs niet zozeer te maken met het verleden, maar vooral
met de toekomst. De Al Aqsa is immers ook in de islam een heilige
plaats die een rol speelt in de eschatologie. Het christendom
heeft eveneens een rol weggelegd voor de op dezelfde site gelegen
Olijfberg. Kortom, veel ogen zijn daar op te toekomst gericht en
weinigen zijn bereid tot toegevingen op profetische voorspellingen
aangaande plaatsen die in de toekomst een rol moeten gaan spelen.
Dit gegeven is zeker een complicerende factor in de pogingen om
tot een oplossing te komen voor de problemen in en om Jeruzalem.
Voor de volledigheid dient gezegd dat seculiere joden (en een
meerderheid van in Israël wonende joden is seculier) het
bestaansrecht van Israël baseren op niet-religieuze argumenten.
Het is ten andere zo dat los van alle interne joods-religieuze
meningsverschillen, Israël haar staatsrechtelijk bestaan baseert
op VN resolutie 181 van november 1947. Deze VN-resolutie, beter
bekend als het 'verdeelplan', verdeelde het toenmalige Britse
mandaatgebied in een Israëlisch en Arabisch-Palestijns gedeelte.
Het plan werd met een twee derden meerderheid aangenomen, maar
werd niet gesteund door Arabische staten.
Tot slot moet opgemerkt worden dat anti-zionistische kritieken
niet noodzakelijk antisemitisch zijn, getuige het feit dat er ook
joodse anti-zionisten zijn [11].
Onder het mom van anti-zionisme kan echter wel antisemitisme
bedreven worden.
- Kritiek op Israëlische politiek
Voor zover men kritiek levert op de Israëlische politiek, zoals men
ook kritiek levert op de politiek van andere landen, heeft dat
niets met antisemitisme of anti-zionisme te maken. De kritiek kan
echter wel overgaan in antisemitisme of in
anti-zionisme. Colin
Powell, gewezen staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken van de
VS, stelde het als volgt:
"Het is niet antisemitisch de politiek van de staat
Israël te bekritiseren, maar de grens wordt overschreden wanneer
Israël of haar leiders gedemoniseerd of belasterd worden,
bijvoorbeeld door het gebruik van Nazi-symbolen of racistische
karikaturen." (OVSE/OSCE conferentie over antisemitisme in
Berlijn, 28 April 2004).
De grens tussen politieke kritiek op Israël enerzijds en
kritiek op het jodendom anderzijds wordt soms opzettelijk
vertroebeld, wat de dialoog bemoeilijkt vermits joden erg op hun
hoede zijn voor het verspreiden van jodenhaat op de rug van
kritiek op Israël. Men kan een gelijkaardige bedenking maken over
de islam, waarbij de grens tussen kritiek op praktijken in sommige
landen met een overwegend islamitische bevolking enerzijds en islamofobie of
muslimhaat anderzijds soms opzettelijk vertroebeld
wordt zodat onder het mom van kritiek op de praktijk in landen met
een overwegend islamitische bevolking, in werkelijkheid
islamofobie of muslimhaat bedreven wordt.
2. Algemene houding van Koran en Sunnah ten aanzien van joden en
judaïsme
2.1. Afstammelingen van Abraham
Joden (en christenen) hebben met muslims gemeen dat zij afstammen
van één van de belangrijkste figuren uit het monotheïsme, met name
Profeet Abraham. Daarom worden deze drie godsdiensten ook wel de
Abrahamitische godsdiensten genoemd. Profeet Abraham huwde twee
vrouwen en had bij elk een kind. De joden ('Al Yahud') zijn
afstammelingen van Isaak (en diens zoon Jacob), die geboren werd
geboren uit het huwelijk van Abraham en Sarah. Muslims beschouwen
Profeet Mohamed als een afstammeling van Ishmail, zoon van Profeet
Abraham en diens tweede vrouw Hagar.
2.2. Joden als Mensen van het Boek (Ahl Al Kitab)
De Koran stelt dat joden, christenen en muslims in essentie
allemaal in dezelfde ene God geloven. [12]
Allah is dan ook niet 'de god van de muslims', maar het Arabisch
woord voor God, dat in het Hebreeuws vertaald wordt als 'Jahweh' en
bijvoorbeeld in het Frans als 'Dieu'.
(...zeg...) "Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en
in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is
één. En wij geven ons over aan Hem." (Koran 29:46) [13]
Volgens de Koran stuurde God profeten naar alle streken op aarde.
Deze profeten verkondigden in essentie het geloof in dezelfde Ene
God. Eén van de geloofsartikelen van de islam verplicht muslims
ertoe zonder onderscheid te geloven in alle door God gezonden
profeten en in alle aan hen geopenbaarde Boeken in hun
oorspronkelijke vorm - dus ook in profeten als Jacob en Mozes die
een belangrijke rol spelen in het jodendom.
"Zeg: "Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden
en in wat naar Abraham, Ishmaël, Isaak, Jacob en de stammen is
neergezonden en in wat aan de profeten door hun Heer gegeven is.
Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan
Hem overgegeven." (Koran 2:136)
Voor muslims, is Mohamed dan ook niet de eerste,
of de enige,
maar de laatste in deze lange rij van profeten.
"En Mohamed is slechts een gezant; voor zijn tijd reeds
waren de [andere] gezanten heengegaan... " (Koran 3:144)
Dit maakt islam volgens de Koran tot een bevestiging van wat
voordien reeds verkondigd werd:
"Hij heeft u het Boek met de waarheid tot jou neergezonden,
ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de
Taura en de Indjiel neergezonden, vroeger al, als leidraad voor de
mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden..."
(Koran 3:3-4)
De oorspronkelijke Bijbel is bijgevolg ook voor muslims een
Heilig Boek. Muslims geloven evenwel dat de Bijbel in de loop der
tijden veranderingen ondergaan heeft. Volgens hen is alleen de
(Arabische) Koran in de oorspronkelijke vorm bewaard gebleven, zodat
zij alles wat in de Bijbel staat toetsen aan de Koran. Wat niet door
de Koran tegengesproken wordt, wordt aanvaard. Wat wel afwijkt,
wordt toegeschreven aan veranderingen van de oorspronkelijke
bijbelse boodschap.
Het is interessant hier op te merken dat in de Koran geen sprake is
van een 'Oud' en 'Nieuw' Testament - termen die door het christendom
ingevoerd werden en die door joden als zeer denigrerend ervaren
worden omdat hun Heilig Boek en daarmee ook hun geloof als passé,
voorbijgestreefd, ouderwets bestempeld wordt. De Koran hanteert
daarentegen voor deze Heilige Boeken de meer neutrale termen
"Thora"
en "Evangeliën" ('Injiel").
Alle Heilige Boeken moeten door muslims respectvol behandeld worden.
De Thora of het joodse deel van de Bijbel wordt in de Koran
overigens zeer eervol een boek van leiding en licht genoemd:
"Wij hebben de Taura neergezonden met een leidraad erin en
een licht..." (Koran 5::44)
Omwille van de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken worden joden
(net als de christenen) gerekend tot de 'Ahl Al Kitab' of 'Mensen
van het Boek'. De Koran draagt muslims op de bijzondere spirituele
verwantschap met deze Mensen van het Boek in stand te houden [14]
"Hij verordineert voor jullie van de godsdienst wat Hij aan
Noë had opgedragen en wat Wij aan jou geopenbaard hebben en wat
Wij aan Abraham, Mozes en Jezus hadden opgedragen. Hou de
godsdienst in stand en splits jullie niet op in groepen..."
(Koran 42:13)
Wanneer ze een dialoog aangaan met de Mensen van het Boek, worden
muslims aangespoord dit op "de beste manier" te doen, dit wil
zeggen: te vermijden de zaken zodanig aan te pakken dat ze wrevel,
verbittering of vijandigheid zouden opwekken
"En twist niet met de Mensen van het Boek behalve op de
beste manier ..." (Koran 29:46)
De Mensen van het Boek behoren tot de Beschermde Mensen (Ahl Adh Dhimmah) met wie Profeet Mohamed een convenant sloot waarvan de geest
tot op vandaag is blijven gelden. Deze overeenkomst gebiedt muslims
de veiligheid van deze 'beschermde mensen' in islamitische landen te
waarborgen. Verschillende islamitische juristen benadrukten de
rechten en onschendbaarheden die de Ahl Adh Dhimmah (waartoe ook de
joden behoren) genieten op grond van de uitspraken van Profeet Mohamed.
"Het convenant van bescherming legt aan ons zekere
verplichtingen op tegenover Ahl Adh-Dimmah. Zij zijn onze buren,
onder onze beschutting en bescherming met de garantie van God,
Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, en de godsdienst van de
islam. Wie ook deze verplichtingen tegen één van hen schendt, door
zijn reputatie te schaden, of door hem een letsel te berokkenen,
heeft het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met
hem, verbroken, en zijn gedrag botst met de leerstellingen van de
islam". (Al-Furooq, door Al-Qarafi)
2.3. Joden worden opgeroepen te leven volgens de Thora
Via verschillende verzen garandeert de Koran godsdienstvrijheid.
[15]
Naast de garantie dat men vrij kan geloven (of niet geloven) in wat
men wil, houdt dit ook respect in voor het geloof van de ander. In
koranische zin houdt godsdienstvrijheid tevens in dat men als mens
geen oordeel kan en mag vellen over het geloof of ongeloof van de
ander. Immers, enkel God kan in de harten kijken en enkel Hij zal
beslissen wie in de hel of het paradijs terechtkomt. Daarbij is het
in principe zo dat wie gelooft in God en zich gedraagt volgens de
aan de profeten van zijn geloofsgemeenschap geopenbaarde Boodschap,
tot het Paradijs kan toegelaten worden, zo God dat wil.
"Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de
christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en
die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij hun Heer en zij
hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran
2;62)
De naam van het geloof is met andere woorden niet essentieel. De
Koran erkent zelfs expliciet dat er verschillende gebedsrichtingen
mogelijk zijn:
"Van God is het oosten en het westen. Waarheen jullie je
dus ook wenden daar is Gods aangezicht. God is werkelijk
alomvattend en wetend." (Koran 2:115)
Formalisme is volgens de islam minder van tel. Essentieel is dat
men zich gedraagt volgens het geloof, dat men goede werken doet,
verbintenissen nakomt, armen en zieken helpt, enz.
"Vroomheid is niet dat jullie je gezichten naar het oosten
en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de
laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie
zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de
wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars
en voor de [vrijkoop] van slaven, en wie de slaat verricht en de
zakaat geeft en wie hun verbintenis nakomen, als zij een
verbintenis zijn aangegaan en wie volhardend zijn in tegenspoed en
rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn
en dat zijn de godvrezenden." (Koran 2:177)
Muslim-zijn biedt dan ook geen garantie op toegang tot het
Paradijs. Een muslim die zich misdraagt, kan in de hel terechtkomen.
Geloven alleen volstaat niet, men moet er zich ook naar gedragen.
Deze voorwaarde geldt in de Koran niet enkel voor muslims, maar ook
voor joden en christenen, die elk aangemoedigd worden te leven
volgens hun eigen geloof. Meer bepaald met betrekking tot de joden,
zegt de Koran dat ze ongelovig zijn zolang ze niet leven volgens de
Thora (hun eigen Heilig Boek dus):
"Zeg: 'Mensen van het Boek! Jullie baseren jullie op niets
zolang jullie je niet houden aan de Taura en de Indjiel en aan wat
van jullie Heer naar jullie is neergezonden..."(Koran 5:68)
Ook in volgende verzen worden joden aangemoedigd zich te gedragen
in overeenstemming met hun Heilige Boeken:
"Wij hebben de Taura neergezonden met een leidraad erin en
een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven
oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen. Zo ook de
rabbijnen en de schriftgeleerden, naar wat hun van Gods boek was
toevertrouwd en waarvan zij getuigen waren. Vreest dan de mensen
niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet
oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de
ongelovigen. (...) En wie niet oordeel vellen volgens wat God
heeft neergezonden, dat zijn de onrechtplegers". (Koran
5:44-45)
Joden die zich niet gedragen volgens hun eigen Heilige Boeken
worden ongelovigen en onrechtplegers genoemd. In de daaropvolgende
verzen worden resp. christenen en muslims opgeroepen zich aan hun
Heilige Boeken te houden. Wie dat niet doet wordt met gelijkaardige
termen bedacht.
Het feit dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt omschreven
als een aspect van de goddelijke Wil. Men moet deze diversiteit dan
ook erkennen en respecteren. Volgens de Koran zal God op Oordeelsdag
wel uitleggen hoe de vork nu juist in de steel zat. In afwachting,
krijgen de verschillende godsdiensten als opdracht elkaar niet te
bestrijden maar integendeel met elkaar te wedijveren in goede daden.
"(...) Voor ieder van jullie hebben Wij een norm en een weg
bepaald. En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één
gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie
gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dus in goede
daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie
dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren." (Koran
5:48)
2.4. Koranisch onderscheid tussen gelovige en ongelovige
joden
Van essentieel belang voor een goed begrip van de koranische
verzen over joden, is dat de Koran een onderscheid maakt tussen joden die zich houden aan de aan hun profeten geopenbaarde
richtlijnen, en joden die dat niet doen. De Koran erkent
uitdrukkelijk dat er bij joden en christenen (net zoals bij muslims
overigens) gelovigen en niet-gelovigen zijn. [16]
Over de gelovigen onder hen zegt de Koran dat ze niets te vrezen
hebben:
"Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven,
in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is
neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij
verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij
hun Heer is. ..." (Koran 3:199)
"Zij zijn niet [allen] gelijk. Onder de mensen van het boek
is er een gemeenschap die standvastig Gods tekenen gedurende de
nacht voorleest, terwijl zij zich eerbiedig neerbuigen. Zij
geloven in God en de laatste dag, zij gebieden het behoorlijke en
verbieden het verwerpelijke en wedijveren in goede daden. Zij zijn
het die tot de rechtschapenen behoren. Het goed dat zij doen,
daarvoor zal hen geen ondankbaarheid betoond worden. God kent de
godvrezenden. Hun die ongelovig zijn zullen hun bezittingen en hun
kinderen bij God volstrekt niet baten. Zij zijn het die in het
vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven". (Koran
3:113-116)
De ongelovigen onder hen staan er echter alleen voor en worden
door God vervloekt:
"Heb jij niet gezien naar hen aan wie een aandeel aan het
boek gegeven is, dat zij geloven in afgoden en duivelen en over
hen die ongelovig zijn zeggen: "Dezen volgen een betere weg dan
zij die geloven". Zij zijn het die God vervloekt heeft en als God
iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen helper meer vinden."
(Koran, 4:51-52)
Hierna zal blijken dat koranische kritiek op joden geen algemene
kritiek is op 'de' joden, maar enkel slaat op die joden die zich
niet aan hun eigen Heilige Boeken houden - net zoals de
Koran zware kritiek uit op muslims die zich niet aan de Koran
houden.
3. koranische kritiek op 'zondigende' joden
3.1. Twee soorten kritieken
De koranische kritiek op joden kan in twee groepen ondergebracht
worden: kritiek op joden die zondigen tegen hun eigen geloof, en
kritiek op joden die de profe(e)t(en) en hun Boodschap bespotten en
verwerpen. Deze twee soorten koranische kritieken worden hierna
geanalyseerd. Daarbij wordt volgend schema gevolgd:
(i) wat zegt de Koran over dit gedrag bij joden?
(ii) hoe bespreekt de joodse Bijbel zulk gedrag bij joden?
(iii) wat zegt de Koran over muslims die zich aan vergelijkbaar
gedrag bezondigen?
(iv) besluit
3.2. Kritiek op zondig gedrag
- Koranverzen over joden die het verbond verbraken
De Koran verhaalt hoe God Mozes tot Profeet uitverkoos en hem
begenadigde met openbaringen. God sluit via Mozes met de joden een
verbond dat hen beschermt tegen de Egyptische Farao. Op een
gegeven moment, vervallen de joden evenwel in zonde en verbreken
ze op die manier hun verbond met God. Dit en ander zondig gedrag
komt hen in de Koran op felle kritiek te staan. De Koran zegt over
"diegenen onder de kinderen Israëls, die niet geloofden"
bijvoorbeeld het volgende:
"Maar, vanwege het verbreken van hun verdrag hebben Wij
hen vervloekt en hun harten hard gemaakt. Zij verdraaien de
woorden [door ze] uit hun verband [te halen] en zij zijn een
deel vergeten van dat waartoe zij aangemaand waren. En jij zult
steeds weer verraad van hen bespeuren, op enkele van hen na.
Reken het hun maar niet aan en scheld het kwijt. God bemint hen
die goed doen." (Koran 5:13)
"Die Israëlieten die ongelovig waren zijn vervloekt bij
monde van David en Jezus, de zoon van Maria. Dat was omdat zij
opstandig en vijandig waren. Zij hielden elkaar niet af van het
verwerpelijke dat zij deden. Wat zij deden was pas slecht."
(Koran 5:78-79)
Het gaat duidelijk niet om kritiek op alle joden, maar enkel op
die joden die zich in zonde gestort hadden. Bovendien geeft de
Koran expliciet aan dat dit een zaak tussen God en de joden is,
een zaak waar muslims zich moeten buiten houden. Het is God die de
zondige joden hierover zal aanpakken.
- De Thora over joden die het verbond verbraken
Zoals gezegd, vormt de Koran met deze kritiek geen uitzondering,
wat logisch is vanuit het gegeven dat joden en muslims dezelfde
ene God aanbidden. In het joodse deel van de Bijbel vindt men
gelijkaardige terechtwijzingen aan het adres van joden die tegen
het Verbond met God zondigden. De terminologie die de joodse
Bijbel voor deze zondigende joden gebruikt, is overigens niet mals.
Een paar voorbeelden:
"Bij alles wat u onderneemt, zal de heer vloek,
verwarring en verwensing over u zenden, tot u in korte tijd
omgekomen en weggevaagd bent, omdat u slecht hebt gehandeld en
Mij hebt verlaten. De heer zal zorgen dat de pest zich bij u
nestelt, tot deze u heeft weggevaagd van de grond die u in bezit
gaat nemen. De heer zal u slaan met tering, koorts, ontsteking
en koudvuur, met droogte, dorheid en korenbrand. Die zullen u op
de hielen blijven zitten tot u bent omgekomen. De hemel boven uw
hoofd zal brons zijn, de aarde beneden u ijzer. De heer zal stof
en zand op uw land laten regenen; uit de hemel komen die op u
neer, totdat u bent vernietigd".
(Deuteronomium 28:20-24) [17]
"Al deze vervloekingen komen op u neer, en zullen u
achtervolgen en treffen tot u bent vernietigd, omdat u niet hebt
gehoorzaamd aan de heer uw God, en de geboden en bepalingen die
Hij u gaf, niet hebt onderhouden." (Deuteronomium 28:45)
"De heer zal daar uw hart laten sidderen, uw ogen laten
kwijnen en uw ziel laten versmachten." (Deuteronomium 28:65
"Want ik weet dat u na mijn dood tot zware zonde zult
vervallen, en dat u zult afwijken van de weg die ik u heb
voorgeschreven. Dan zal het onheil u treffen, omdat u kwaad doet
in de ogen van de heer en Hem tart door de maaksels van uw
handen. (Deuteronomium 31:29)
Tot dusver blijkt dat de manier waarop de Koran zich uitdrukt
over de joden die het verbond met God verbraken, vergelijkbaar is
met wat er in de joodse Bijbel over diezelfde joden gezegd wordt.
De Koran stelt dat God deze zondigende joden vervloekte, de joodse
Heilige Boeken zeggen hetzelfde.
- Koran over muslims die zondigen tegen hun geloof
Ook muslims die tegen hun geloof zondigen worden in de Koran met
kritiek bedacht. De Koran bespreekt daarbij een hele waaier aan
zonden. Van belang voor deze discussie is het koranisch equivalent
voor het joods verbreken van het verbond en het aanbidden van het
"gouden kalf" in plaats van God. Wat daar in het islamitisch model
dichtst bij in de buurt komt, is het toewijzen van partners aan
God. En dan blijkt dat in de islam alle zonden mits oprecht berouw
vatbaar zijn voor vergeving door God, behalve het
toewijzen van partners aan God. Dit komt volgens de islam neer op
het doorbreken van het meest centrale geloofspunt van het
islamitisch monotheïsme, met name het geloof dat er geen enkele
andere godheid is dan God. Met dit geloof, staat of valt de hele
opbouw van de islam. Vandaar dat het verbreken ervan ook de
zwaarst mogelijke zonde is, de enige zonde die niet kan vergeven
worden. Zo stelt de Koran bijvoorbeeld:
"God vergeeft het niet als men aan Hem metgezellen
toevoegt, maar afgezien daarvan vergeeft Hij aan wie Hij wil.
Wie aan God metgezellen toevoegt, die heeft een geweldige zonde
verzonnen. (Koran 4:48)
- Conclusie
Dit soort verzen kadert binnen terechtwijzingen aan het adres van
Mensen van het Boek die de kern van hun geloof - met name het
geloof in de Ene God - afzweren. Joden die zich daaraan bezondigen
worden in de Koran maar ook in hun eigen joodse geschriften met
kritiek bedacht. Ook muslims die dit centrale geloofspunt
doorbreken krijgen in de Koran een zware rekening gepresenteerd.
Kritische Koranverzen over joden die het verbond met God verbreken
kunnen dan ook niet beschouwd worden als 'bewijs van koranisch
antisemitisme'.
3.3. Kritiek op bespotten en verwerpen van profeten en hun
Boodschap
- Koranverzen over joden die profeten en hun Boodschap afwijzen
en bespotten
Een tweede soort kritische verzen, heeft te maken met
terechtwijzingen van joden die de spot drijven met Profeet Mohamed.
Voorbeelden:
"Of willen jullie je gezant ondervragen zoals men vroeger
Mozes ondervroeg? Wie geloof voor ongeloof inruilt die dwaalt af
van de correcte weg. Veel van de mensen van het boek zouden,
nadat jullie tot geloof gekomen zijn, jullie graag weer
ongelovig maken, omdat ze afgunstig geworden zijn, nadat voor
hen de waarheid duidelijk geworden was. Rekent het hen maar niet
aan en scheldt het hen kwijt totdat God met Zijn beschikkingen
komt. God is almachtig." (Koran 2:108-109)
"Of zijn zij afgunstig op de mensen om wat God hun van
zijn goedgunstigheid gegeven heeft? Maar Wij hebben toch aan de
mensen van Abraham het boek en de wijsheid gegeven en Wij hebben
hun een geweldige heerschappij gegeven. Onder hen zijn er, die
erin geloven en onder hen zijn er die er zich van afkeren. De
hel is als vuurgloed goed genoeg." (Koran 4:54)
Deze verzen maken twee zaken duidelijk. Vooreerst wordt ook
hier een onderscheid gemaakt - niet iedereen bespot de profeten of
keert zich van hen af. Tweedes: muslims krijgen opnieuw te horen
dat God wel zal afrekenen met diegenen die zich afkeren van de
profeten. Het is een geloofszaak, en daar mogen muslims geen
oordeel over vellen noch een bestraffing over toepassen.
- Joodse Bijbel over mensen
die de spot drijven met profeten
In het joodse deel van de Bijbel blijkt dat mensen die de spot
drijven met profeet Elisa, door hem vervloekt werden en hun spot
met de dood moesten bekopen. Dit wordt uit de doeken gedaan in het
Tweede Boek der Koningen:
"Vanuit daar ging hij (Elisa) naar Betel. Toen hij de weg
naar de stad opklom, kwamen er jongens uit de stad die hem
spottend toeriepen: ‘Klimmen maar, kaalkop! Klimmen maar,
kaalkop!’ Elisa keerde zich om en toen hij de jongens zag,
vervloekte hij ze met de naam van de heer. Onmiddellijk kwamen
er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van die jongens
verscheurden." (Koningen 2 – 2;23-25)
- Koran over muslims die de spot drijven met profeten
De kritiek op joden die hun profeten bespotten, komt zowel in de
Koran als in de joodse Bijbel voor. Bovendien geldt opnieuw dat de
koranische kritiek niet alleen van toepassing is op joden die
spotten met profeten, maar dat de Koran bijvoorbeeld ook muslims
niet toestaat de spot te drijven met profeten. Eén van de
geloofspunten van de islam vereist het geloof in alle profeten van
God en in alle aan hen geopenbaarde Boodschappen (in hun
oorspronkelijke vorm). Niet geloven in één of meer van de
profeten, laat staan hen bespotten, komt dan ook neer op ongeloof.
Wie zich daaraan bezondigt, wordt door de Koran buiten de islam
geplaatst.
"Zij die geen geloof hechten aan God en Zijn gezanten en
die tussen God en Zijn Gezanten onderscheid willen maken en
zeggen: "Wij geloven in sommigen maar in anderen niet" en die
een tussenweg willen nemen, dat zijn zij die in waarheid
ongelovig zijn. Voor de ongelovigen hebben wij een vernederende
bestraffing klaargemaakt. Zij die geloven in God en Zijn
gezanten en tussen hen geen enkel onderscheid maken; dat zijn
zij aan wie Hij hun loon geeft. God is vergevend en barmhartig."
(Koran 4:150-152)
- Conclusie
Kritische verzen over joden die de spot drijven met profeten,
kunnen niet beschouwd worden als koranisch antisemitisme.
Vooreerst is het zo dat ook de eigen joodse geschriften spot met
de profeten niet toelaten - mensen die zich daaraan bezondigen
bekopen hun spot zelfs met de dood. En bovendien is het zo dat de
Koran niet enkel kritiek heeft op joden die de spot drijven met
profeten maar bijvoorbeeld ook met muslims die niet in alle
profeten geloven, laat staan hen bespotten.
4. Omstreden verzen en ahadith
4.1. Inleiding
Steeds dezelfde verzen en ahadith worden geciteerd als vermeend
bewijs van in de islamitische Heilige Boeken ingebakken antisemitisme. Hierna worden twee typische voorbeelden besproken,
met name een Koranvers dat geanalyseerd zal worden volgens de eerder
gebruikte methode, en een hadith waarvan de contextuele betekenis
onderzocht zal worden.
4.2. "Weest (als) verachte apen"
- Koranisch vers:
In volgend vers worden joden (als) "apen" genoemd:
"Jullie hebben toch weet van hen die bij jullie op de
sabbat in overtreding kwamen. Wij zeiden immers tegen hen:
'Weest
(als) weggejaagde apen'. Zo maakten Wij het tot een
afschrikkingwekkend voorbeeld voor hun eigen tijd en later en
tot een aansporing voor de godvrezenden." (Koran 2:65-66) [18]
Het is meteen duidelijk dat het hier niet om 'de' joden gaat,
maar enkel om diegenen die de Sabbat breken. Dit vers valt met
andere woorden onder de eerder uiteengezette categorie van
kritieken op joden die zondigen tegen hun eigen geloof. Wat de
betekenis is van de in dit vers gebruikte bestraffing -
"weest
(als) apen" - wordt in de loop van de bespreking duidelijk.
- De joodse Bijbel over de sabbat en over joden die de sabbat
breken
Volgens de joodse Heilige Boeken is het houden van de sabbat één
van de religieuze verplichtingen. Het breken van de sabbat is
vanuit joods perspectief een zwaar vergrijp. Het
bijbelse boek
Exodus stelt dat joden die de sabbat breken gedood moeten worden:
"Onderhoud dus de sabbat, die moet heilig zijn voor u. Wie
hem schendt, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden. Wie
op die dag arbeid verricht, zal uit zijn volk worden verwijderd.
Zes dagen mag men werken, maar de zevende dag is een volstrekte
rustdag, gewijd aan de heer. Iedereen die op de sabbat arbeid
verricht, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden".
(Exodus 31:14-15)
"Mozes liet heel de gemeenschap van Israël samenkomen en
sprak tot hen: ‘Dit zijn de voorschriften die de heer u beveelt
te onderhouden: Zes dagen kunt u werken, maar de zevende dag
moet heilig voor u zijn, een sabbatdag voor de heer. Iedereen
die dan werkt moet ter dood gebracht worden." (Exodus
35:1-2)
De joodse Heilige Geschriften specificeren dat dit moet
gebeuren door publieke steniging:
"Tijdens hun verblijf in de woestijn betrapten de
Israëlieten iemand die op sabbat hout sprokkelde. Degenen die
hem daarop betrapt hadden, brachten hem bij Mozes en Aäron en
heel de gemeenschap. Hij werd in bewaring gesteld, omdat nog
niet bepaald was wat er met hem moest gebeuren. De heer zei
tegen Mozes: ‘Die man moet ter dood gebracht worden. Heel de
gemeenschap moet hem buiten het kamp stenigen.’ Toen voerde heel
de gemeenschap hem buiten het kamp en stenigde hem dood, zoals
de heer aan Mozes had bevolen". (Numeri 15:32-36)
- De Koran over muslims die zich niet aan (congregatie)gebeden
houden
De Koran kent geen equivalent voor de sabbat gezien muslims na de
vrijdagse gebedsbijeenkomst gewoon weer aan het werk kunnen zo ze
dat willen.
"Jullie die geloven! Wanneer jullie tot de salaat op de
vrijdag [als de dag van de samenkomst] worden opgeroepen, haast
jullie dan om God te gedenken en laat het zakendoen.
Dat is
beter voor jullie, als jullie dat maar wisten. En wanneer de salaat beëindigd is, gaat dan weer uit elkaar het land in,
streeft naar Gods gunst en gedenk God veel; misschien zal het
jullie welgaan." (Koran 62:9-10)
Bij gebrek aan equivalent voor de sabbat zelf, wordt hier
gekeken naar wat dichtst in de buurt komt, met name het houden van
de vrijdagse congregatiegebeden. Het congregatie-aspect van deze
gebeden wordt als zeer belangrijk ervaren - dat uit zich zelfs in
de Arabische taal, waarin 'vrijdag' aangeduid wordt als 'Jawm-ul
Jumcah' of 'dag van de
samenkomst'. De congregatiegebeden zijn
verplicht voor muslim mannen, hoewel er een aantal uitzonderingen
voorzien zijn (bij slecht weer mag men thuis bidden). Maar hoe zit
het met muslims die zich opzettelijk onttrekken aan de vrijdagse
gebedsbijeenkomsten? Profeet Mohamed zei hierover dat God hun hart
zal verzegelen zodat ze het juiste pad niet meer vinden. Zulke
mensen zetten met andere woorden koers naar de hel.
"Mensen moeten ophouden de vrijdagse gebeden te
verwaarlozen of God zal een zegel op hun harten plaatsen en zij
zullen het juiste pad niet meer kunnen vinden". (Muslim,
Ahmad)
Profeet Mohamed zei dat hij wou dat hij hun huis kon in brand
steken.
"Ik wou een man vragen de mensen te leiden in het
(vrijdag) gebed zodat ik de huizen zou kunnen afbranden van
diegenen die het Vrijdagsgebed niet met ons houden." (Muslim,
Ahmad)
De Profeet is de huizen niet in brand gaan steken, maar
bediende zich van een metafoor om aan te geven hoe belangrijk deze
gebeden zijn: in dit leven is het niet naleven ervan te
vergelijken met het afbranden van je huis, een gebeuren dat je
dakloos achterlaat. Welnu, door deze gebeden opzettelijk
achterwege te laten, wordt een muslim spiritueel dakloos,
religieus thuisloos.
Bij een andere
gelegenheid had Mohamed het over muslims die het onwettige
wettig maken, en hield hij hen voor dat zij (deze muslims dus)
door God in apen en varkens veranderd zullen worden:
De Profeet
zei: "Onder mijn volgelingen zullen er sommigen zijn die
onwettige seksuele betrekkingen, het dragen van zijde, het
drinken van alcohol en het gebruik van muziekinstrumenten als
wettig zullen beschouwen. En sommigen zullen zich aan een
heuvelrug ophouden, en 's avonds zal een herder bij hen komen
en hen iets vragen, maar ze zullen tegen hem zeggen: 'kom
morgen terug'. God zal hen gedurende de nacht vernietigen en
zal de berg op hen laten vallen. En de rest van hen zal hij
veranderen in apen en varkens en ze zullen zo blijven
tot op Oordeelsdag". (Bukhari - een andere variant ervan
komt voor in de collectie van Muslim)
- Conclusie
De joodse Heilige Boeken beschouwen het breken van de sabbat als
een zeer ernstige aangelegenheid die strafbaar is met de doodstraf
door steniging. In de Koran, worden joden zowel als muslims
gewaarschuwd dat ze zich resp. aan de sabbat en aan hun vrijdagse
gebeden moeten houden. Zich daaraan onttrekken zonder geldige
reden is een strafbare overtreding, maar in de Koran wordt de
straf door God uitgevoerd, niet door de mens. In beide gevallen
wordt de zaak verduidelijkt aan de hand van een metafoor.
Voor muslims wordt
gesteld dat God hen zal straffen door het vergrendelen van hun
harten waardoor ze ongelovigen worden. Ze verliezen hun spiritueel
huis, verliezen de islam, worden ongelovig. De Profeet maakt dit
aan de mensen duidelijk door een vergelijking en wijst erop dat
dit is als je huis in vlammen zien opgaan. Meer algemeen,
waarschuwt Profeet Mohamed dat muslims die het onwettige wettig
maken, in apen en varkens zullen veranderen. Dat is ook de
waarschuwing die joden die de sabbat breken in de Koran te horen
krijgen. Het verlies van het lichaam is daarbij een metafoor, het
is een vertaling in aardse termen van het spiritueel verlies ten
gevolge van resp. het breken van de sabbat voor de joden, en het
wettig maken van het onwettige voor de muslims.
De Koran reserveert bestraffing echter duidelijk bij God, terwijl
in de joodse Bijbel sabbatbrekers met de doodstraf door steniging
bedacht worden. Koranvers 2:65-66 kan niet beschouwd worden als
een vorm van antisemitisme, vermits (1) ook muslims die zich niet
houden aan hun Vrijdagsgebed gewaarschuwd worden voor erge
gevolgen en vooral ook omdat (2) de eigen joodse Heilige Boeken de
doodstraf door steniging in petto hebben voor de sabbatbrekers.
4.3. "Er is een jood achter mij, kom en dood hem!"
Beschuldigingen van in de leer ingebakken antisemitisme, worden
niet zelden gebaseerd op volgende uitspraak van Profeet Mohamed:
"Het uur [Opstandingsdag] zal niet komen tot wanneer jullie
de joden bestrijden, [tot wanneer een jood zich zal verbergen
achter een rots of een boom] en de rots en de boom zullen zeggen:
'O muslim, dienaar van God, er is een jood achter mij, kom en dood
hem! maar de Gharqad boom zal niets zeggen want dit is de boom van
de joden." (gemeld door Abu Huraira, in: Sahih
Muslim)
Er wordt beweerd dat Mohamed hier de opdracht geeft alle joden om te brengen, wat in tegenspraak is met wat tot dusver
betoogd werd. Even ten gronde dus. Waarover gaat het hier?
Deze hadith kadert in de islamitische eschatologie, met
andere woorden in het perspectief op de Eindtijden en Opstandingsdag
('Al Qiyamah'). De Koran stelt dat geen mens weet wanneer dit alles
te gebeuren staat, maar in de ahadith worden wel tekenen beschreven
aan de hand waarvan mensen kunnen inschatten dat de Eindtijden voor
de deur staan, de zogenaamde Kleine en Grote Tekenen van Qiyamah [19].
Eén van deze tekenen is de terugkeer naar de aarde van de levende
Jezus (die door muslims beschouwd wordt als Profeet en Messias). Hij
wordt geacht ten strijde te trekken tegen de Valse Messias ('Al
Masih Al Dajjal'), iemand die zichzelf uitgeeft voor Jezus maar dat
niet is. De Antichrist dus. Deze confrontatie zal zich volgens de
tradities voltrekken in de buurt van Jeruzalem. In deze regio, zal
een gewapend treffen plaatsvinden. Jezus zal op dat moment bijgestaan
worden door 800 gelovige mannen en 400 gelovige vrouwen. En het is
over dit treffen dat bovenstaande hadith handelt. Deze hadith stelt
dat het uur van de Opstanding niet zal plaatsvinden tot wanneer de
Valse Messias verslagen is en zijn leger van joden die hem
volgen, gedood is.
Deze hadith heeft duidelijk helemaal niets te maken met de
tegenwoordige tijd. Het gaat enkel en alleen om een treffen dat zich
ergens in een onbepaalde toekomst zal afspelen. Dan nog gaat het
enkel om het verslaan van die joden die aan de zijde van de
Valse Messias strijden in dat fameuze gevecht.
Vanuit de islamitische leer is het totaal uitgesloten deze hadith te
gebruiken om het doden van 'de joden' of jodenhaat te proberen
legitimeren. Profeet Mohamed zei immers ook over de Ahl Adh
Dhimmî
waarvan de joden deel uitmaken, dat wie hen krenkt, God krenkt.
"Diegene die een Dhimmi kwaad toebrengt, en hij die mij
kwaad toebrengt, ergert God" (gemeld door At-Tabarani in
Al-Awsat)
"Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het
Paradijs ruiken." (eveneens gemeld door At-Tabarani in
Al-Awsat)
"Wie een Dhimmi kwaad toebrengt, van hem ben ik de vijand, en
ik zal zijn vijand zijn op de Oordeelsdag." (gemeld door
Al-Khatib)
"Op de Dag van het Oordeel zal ik twist leveren met iedereen
die een persoon van onder de Mensen van het Convenant onderdrukt,
zijn rechten breekt, die hem verantwoordelijkheden geeft die zijn
krachten te boven gaan, of die hem iets ontneemt tegen hun wil."
(Gemeld door Abu Dawood).
Dit wordt in detail uitgewerkt in de tekst "Omgaan met niet-Muslims".[20]
De algemene regel is er één van goede verhoudingen met alle mensen,
ook met joden. Het zijn enkel diegenen (joden of anderen) die de
muslims
aanvallen, waartegen men zich mag verdedigen. De hoger
genoemde
hadith over het bestrijden van de joden is dan ook in geen geval een
algemene gedragsregel maar vormt daarentegen een zeer nauw
gedefinieerde uitzondering op een algemene omgangsregel, een
uitzondering die zich in een onbepaalde toekomst afspeelt naar
aanleiding van een gevecht tussen Messias en Valse Messias. De
hadith spreekt overigens ook in die omstandigheden niet van het
doden van alle joden, maar enkel van die joden die, onder leiding van
de Valse Messias, Jezus en zijn muslimleger bevechten. Na de
overwinning van Jezus, zal een tijdperk van vrede volgen alvorens
het Einde der Tijden aanbreekt, uitmondend in de Dag der Opstanding.
Ter vergelijking: het christendom heeft ook een kijk op de
Eindtijden. Daarvan doen verschillende versies de ronde. Een versie
die nogal wat aanhang heeft in invloedrijke Amerikaanse fundamentalistisch-christelijke kringen, gaat ervan uit dat men de
joden moet helpen in hun streven om het Heilig Land te vestigen en
te vergroten, alsook in hun inspanningen om de Derde Tempel te
bouwen omdat dit de wederkomst van Jezus zal bespoedigen om de
Antichrist te bestrijden die in de meest courante versie van deze
theorie geacht wordt een muslim te zijn. Jezus zal korte metten
maken met de Antichrist en zal tegelijk alle niet-christenen (ook de
joden) doden. Een minder extreme versie gaat er van uit dat joden
die zich bekeren tot het christendom niet gedood zullen worden. In
beide versies is de steun aan Israël slechts instrumenteel voor het
bewerkstelligen van de komst van Jezus – zodra dat gebeurt, valt
in deze leer het doek over het bestaan van het jodendom. Ook over de
islam, valt dan het doek. Er blijft enkel nog het christendom over,
waarna een tijdperk van vrede aanbreekt tot aan het Einde der
Tijden. Deze doctrine wordt ook wel "christelijk
zionisme" genoemd [21]
Ook het jodendom heeft een messiaans aspect. Een van de versies
daar, beschouwt de Messias als afstammeling van Koning David. Hij
zal geen bovennatuurlijke nederdaling zijn, maar een groot leider,
die ervoor zal zorgen dat alle joden verenigd zijn in Israël. Er
bestaat discussie over of Israël en de Derde Tempel mogen opgericht
worden voor zijn komst dan wel of daarmee gewacht moet worden tot
wanneer hij er is. Hoe dan
ook, wordt verwacht dat zijn groot
leiderschap ervoor zal zorgen dat Israël superieur zal zijn aan alle
naties. Onder joods-Israëlisch leiderschap breekt ook hier een tijd
van wereldvrede aan.
Uit dit alles blijkt eens te meer de rol van de toekomst in de
problemen in het Midden-Oosten. Al deze gebeurtenissen moeten zich
volgens de profetische voorspellingen afspelen in het Midden-Oosten,
waarbij elk van de drie religies er naar tracht de gebeurtenissen te
kunnen ingaan vanuit een optimale startpositie.
Hoe dan ook, is hiermee duidelijk dat de hadith over het doden van
joden niets te maken heeft met een in de leer ingebakken antisemitisme
dat zou verkondigen dat alle joden gedood moeten worden, hoewel het
uiteraard niet uit te sluiten is dat sommige extreme groepen muslims
de hadith geïsoleerd en verkeerdelijk aanwenden om jodenhaat te
propageren, net zoals het niet uitgesloten kan worden dat muslimhaters
de hadith verkeerdelijk aanwenden om de islamitische
leer ten onrechte te beschuldigen van antisemitisme.
5. koranische houding ten aanzien van racisme
Antisemitisme is een vorm van racisme. Dat in de Koran geen
legitimering gevonden kan worden voor antisemitisme sluit aan bij
het algemeen maatschappelijk model dat door de Koran en Sunnah
ontwikkeld wordt en waarin racisme, op welke grond ook,
ondubbelzinnig veroordeeld wordt. Dit wordt uitvoerig besproken in
de tekst 'Racisme, een grendel op de hemelpoort' [22]
Volgens de Koran en Sunnah zijn alle mensen voor God gelijk, behalve
in godsvrucht en goede daden. Vermits enkel God in de harten van
mensen kan kijken, kan enkel Hij over die godsvrucht en goede daden
oordelen, zodat in afwachting van dit godsoordeel alle mensen elkaar
als gelijken moeten beschouwen. Alle mensen vormen samen één
wereldbroederschap, één grote gemeenschap. Profeet Mohamed vertaalde
dit naar de praktijk in zijn Charter van Medina [23]
dat door muslims als de eerste geschreven grondwet uit de
geschiedenis wordt beschouwd. In dit Charter vermeldde hij dat alle
inwoners van Medina (muslims,
joden, enz) samen "één Ummah", één
gemeenschap, vormden:
Art. 1: "Dit is een document van Mohamed de Profeet
(betreffende de relaties) tussen de gelovigen en muslims van
Quraysh en Yathrib, en diegenen die hen volgden en vervoegden en
zich met hen inspanden. Zij vormen één ummah (gemeenschap)."
(Profeet Mohamed, in zijn Charter van Medina)
Meer nog, Mohamed vermeldt in dit charter uitdrukkelijk dat de
joden één gemeenschap vormen met de muslims waarbij elk zijn eigen
religie heeft.
Art. 30 : "De joden van de Bani Auwf zullen als één
gemeenschap behandeld worden met de gelovigen. De joden hebben hun
religie. (...) " (Profeet Mohamed, in zijn Charter van
Medina)
Godsdienstvrijheid is inderdaad een grondbeginsel van de islam.
Islam betekent overgave aan God en vooronderstelt dat men vrij is
dat te doen. Daarom moeten muslims er voortdurend voor ijveren een
maatschappij tot stand te brengen waarin iedereen vrij is te geloven
wat hij wil. Zonder godsdienstvrijheid, is islam gewoonweg niet
mogelijk. [24]
Belangrijk in het kader van antisemitisme is dat de Profeet in dit
Charter expliciet vermeldt dat joden niet benadeeld zullen worden
omwille van hun geloof:
Art. 17 : "Geen enkele jood zal benadeeld worden
omwille van zijn jood-zijn." (Profeet Mohamed, in
zijn Charter van Medina)
Een duidelijker afwijzing van antisemitisme is niet mogelijk.
6. Epiloog
Bovenstaande analyse maakte duidelijk dat het koranisch model
geen kritiek uitspreekt op 'de joden'. De Koran verbiedt immers
ondubbelzinnig elke vorm van racisme. De Koran maakt een onderscheid
tussen gelovige en ongelovige joden, en enkel die laatsten worden
met kritiek bedacht. Deze koranische kritiek blijkt van dezelfde
aard te zijn als kritiek die men in de joodse geschriften kan vinden
op zondigende joden. Bovendien worden in de Koran niet enkel joden
maar ook muslims die zich aan zonden te buiten gaan met kritiek
bedacht.
De Koran omschrijft de Thora als een boek van licht en leiding en
moedigt de joden aan te leven volgens hun Heilig Boek en daar niet
tegen te zondigen. Doen ze dat toch, dat moet volgens de Koran de
bestraffing daarvoor aan God overgelaten worden, geheel in lijn met
de sterk gedefinieerde godsdienstvrijheid in de islam die niet enkel
verzekert dat iedereen kan geloven wat hij wil, maar ook dat niemand
kan oordelen over het geloof of ongeloof van een ander, laat staan
ongeloof zou kunnen bestraffen.
Joden behoren tot de 'Beschermde Mensen' met wie Mohamed een
convenant sloot. Muslims die deze mensen krenken, wordt de hel in
het vooruitzicht gesteld. Joden schade toebrengen omwille van hun
jood-zijn druist niet alleen in tegen de koranische veroordeling van
racisme, maar wordt door Profeet Mohamed expliciet afgewezen. In het
koranisch model is er dan ook geen basis voor antisemitisme,
integendeel, antisemitisme is onislamitisch.
De Koran, overigens, ontkent uitdrukkelijk dat
de joden "de Messias Jezus, de zoon van Maria", gedood of
gekruisigd zouden hebben (Koran 4:157). Zoals bekend, kregen de joden de
(mede)verantwoordelijkheid voor de kruisiging wél toegeschoven in de
Evangelies - wat mede aanleiding gaf tot vele eeuwen van
christelijk geïnspireerde jodenhaat en antisemitisme (de Kerk heeft
zich daarvan gelukkig gedistantieerd, in een recente periode).
Volgens het merendeel der muslims, daarentegen, was het niet Jezus
die gekruisigd werd maar iemand die op hem geleek. Jezus zou later ten hemel gerezen zijn, van waar hij zal
weerkeren, onder meer om de Dajjal te bestrijden.
Dit alles neem niet weg dat in sommige muslimkringen wel degelijk
antisemitisch gedachtengoed leeft (zoals ook in sommige Europese en
Amerikaanse kringen antisemitische sympathieën bestaan). Het zou
echter verkeerd zijn de islam zelf als oorzaak aan te wijzen voor
dit antisemitisme. Oorzaken moeten elders gezocht worden, zoals in
de in tal van studies besproken na-oorlogse import van westers-christelijk antisemitisme bij de Arabische bevolking in het
Midden-Oosten (het Westen wordt hier gedwongen in eigen hart te kijken: het
zijn niet de muslims die de holocaust ontketenden).
Bovenstaande analyse biedt afdoend antwoord op diegenen die de islam
aanvallen en ten onrechte beschuldigen van antisemitisme, en die
daarmee op geraffineerde wijze, onverdraagzaamheid prediken,
maatschappelijke onrust zaaien en een religieus conflict op gang
proberen trekken tussen joden en muslims.
____________________
Noten en literatuur
-
'Judaisme', Wikipedia -
http://en.wikipedia.org/wiki/Judaism
-
"Who is a Jew", Judaism 10 -
http://www.jewfaq.org/whoisjew.htm
-
What is Judaism?, Judaism101 -
http://www.jewfaq.org/judaism.htm
-
'The History of Zionism & Judaism', Jews against
Zionism -
http://www.jewsagainstzionism.com/zionism/history.cfm
-
zie
3
-
'The People - Introduction', 2004 edition, Israel
Ministry of Foreign Affairs -
http://www.mfa.gov.il/MFA/Facts+About+Israel/People/SOCIETY
-
'The People - Jewish Society' 2004 edition, Israel
Ministry of Foreign Affairs -
http://www.mfa.gov.il/MFA/Facts+About+Israel/People/SOCIETY-+Jewish+Society.htm
-
Zie
7
-
'Description of Judaism', Religious Tolerance.org -
http://www.religioustolerance.org/jud_desc.htm
-
'Judaism and Zionism are not the same thing, Neturei
Karta International, Jews United Against Zionism -
klik hier
-
http://www.jewsagainstzionism.com/ e.a.
-
'"Onze God, en jullie God, is één' - op
deze site
-
Koranverzen komen uit de vertaling door Fred Leemhuis met dien
verstande dat Arabische namen (vb Ibrahim) omwille van de
herkenbaarheid vervangen werden door de Nederlandse naam (vb
Abraham).
-
'Omgaan met niet-Muslims' - op deze site
-
'Godsdienstvrijheid in de
Islam' - op deze site
-
zie
12
-
Bijbelverzen komen uit de Willibrord vertaling.
-
Er bestaat discussie over de exacte vertaling van dit vers -
Fred Leemhuis vertaalt met "weest apen", en kiest daarmee voor een
letterlijke betekenis, andere vertalingen kiezen voor een
figuurlijke betekenis en vertalen met "weest als apen".
-
'The Signs of Qiyamah', Mohammad Ali bin Zubair Ali -
http://www.islam.tc/prophecies
-
'Omgaan met niet-Muslims' - op deze site
-
"Meet the New Zionists", Matthew Engel, The Guardian
[online], Monday Oct. 28, 2002 -
http://www.guardian.co.uk/israel/Story/0,2763,820528,00.html
-
'Racisme, een grendel op de hemelpoort' - op
deze site
-
'Full text of the Medina Charter' -
http://www.constitution.org/cons/medina/macharter.htm
-
Zie
15 alsook 'De Koran over de Mensenrechten: hefboom of
hindernis voor integratie?' - op deze site
|