|
De
Koran schenkt heel veel aandacht aan de menselijke dood en de religieus-morele betekenis ervan, maar bevat niets over begrafenisrituelen. Er is heel veel informatie in de
hadîth (Tradities), maar de preciese
regelgeving moet gezocht worden in de boeken van de fiqh (moslimrecht).
Regionaal doen zich belangrijke variaties voor - meestal gaat het om
volksgebruiken -, maar hedendaagse reformistische invloeden hebben geleid
tot een wijdverbreide voorkeur voor kanonieke begrafenisrituelen. Moslims
beschikken over algemeen verbreide gebruiken betreffende de geëigende
islamitische attitudes, procedures en rituelen die verbonden zijn met het
verwachten van de dood, het in gereedheid brengen van het lichaam voor
begraving en het teraardebestellen ervan in een graf.
Moslims geloven
dat de dood tijdens het gehele leven voor ogen dient gehouden te worden;
ze mag niet gezien worden als de afsluiting van
het leven maar als de belangrijkste faze in de vooruitgang van de ziel.
Bij het sterven moet een soera uit de Qor'ân
worden gereciteerd, bij voorkeur Yâ Sîn (soera
36). Verwanten en vrienden moeten aanwezig zijn om te bidden voor de
stervende en om troost te bieden. De Shahâda moet in het oor van
de stervende opgezegd worden, in de hoop dat hij
of zij zich deze belijdenis en andere principes van de islam zal
herinneren wanneer hij/zij in het graf ondervraagd wordt door de engelen
Munkar en Nakîr.
Moslims wordt
gevraagd hun doden zo snel als mogelijk te begraven, liefst voor het
vallen van de duisternis op de sterfdag. Het vaststellen van de dood moet
prompt gebeuren. Zodra het lichaam koud is, worden ogen en mond ervan
gesloten, de ledematen worden gerecht en het lichaam bedekt met een laken.
Indien mogelijk, moet de stervende op zijn/haar rechter zijde
worden gelegd, in de richting van Mekka. Een naaste bloedverwant
van hetzelfde geslacht, of de echtgenoot of
echtgenote, of een professionele lijkenwasser geeft het lichaam een
volledige wasbeurt volgens een ritueel gereglementeerde wijze, gewoonlijk
driemaal, waarbij schroom en fatsoen maximaal in acht worden genomen. In
de lichaamsopeningen wordt doek aangebracht en de ledematen, uiteinden en
lichaamsholten worden besprenkeld met parfum.
Hoewel er
variaties zijn, wordt de voorkeur gegeven aan eenvoud in het
omwikkelen van het lijk, met de lijkwade. Normalerwijze vereist dit drie stukken stof voor
mannen en vijf voor vrouwen, waarbij het
lichaam geheel en al omwikkeld is door het finale, strak
aangetrokken doek. Hoewel een eenvoudige
kist mag gebruikt worden, is zulks toch niet vereist. Een moslimmartelaar,
evenwel, wordt onmiddellijk begraven in de klederen die hij/zij droeg op
het ogenblik van de dood, zonder wassing of verdere ceremonie,
behalve het begrafenisgebed en de begrafenis.
De
uitvaartplechtigheid (met de salât
al-janâzah) mag gehouden worden in elke zuivere en waardige plaats,
binnenshuis of buitenshuis, maar normaal niet in een moskee. Bij de korte,
vierdelige dienst blijft de congregatie de gehele tijd rechtstaan.
Het lichaam
wordt vervolgens in het graf gelegd. Dat laatste moet voldoende diep zijn
om veilig te zijn tegen dieren en gevuld met voldoende aarde om te
vermijden dat onaangename geuren zouden kunnen ontsnappen. Er wordt de
voorkeur aan gegeven dat het lichaam op zijn rechterzijde wordt gelegd,
gericht naar Mekka, in een nis (lahd) die wordt uitgehakt in de
grafwand. Het hoofd rust op een steun en de lijkwade wordt losser gemaakt.
De persoon die het lichaam in zijn finale positie plaatst, moet de
Shahâda uitspreken in het oor van de afgestorvene. Vervolgens wordt
het graf gevuld, waarbij ieder aanwezige wat aarde erin
werpt.
Iemand spreekt een slotzegening uit, die een samenvatting geeft van de
basisgeloofspunten van de islam. Shîciten sommen ook de twaalf
heilige imams op.
Het graf mag
gemarkeerd worden met een eenvoudige steen aan het hoofd, maar alles wat
verder dan dat gaat, moet vermeden worden. Luid geweeklaag, in het
bijzonder door betaalde rouwklagers, is verboden; men gaat ervan uit dat
dit het lijden vergroot van de afgestorvene in het graf, bij de
ondervraging. Bezoek aan het graf en het brengen van gebeden voor de
afgestorvene zijn verdienstelijke handelingen; de rouw evenwel moet
beperkt blijven tot drie dagen (vier maanden en tien dagen voor een weduwe),
volgens de fiqh. In vele moslimlanden, nochtans (bv. in Maleisië),
wordt de rouw ook inachtgenomen op de derde, zevende, veertiende,
veertigste en honderdste dag na de dood. Reciteren van de
Koran maakt de
hoofdbrok uit van zulke gebruiken.
Naast deze
basiskern van islamitsche begrafenispraktijken, zoals hier samengevat,
bestaan er ook vele regionale en volkse praktijken. (...)
Moslims vandaag
zijn er altijd diep om bekommerd hun leven te voeren in gehoorzaamheid aan
God, in de wetenschap dat het huidige leven slechts een faze is op de weg
naar het hiernamaals. Ook in westerse landen spannen moslims zich in om te
verzekeren dat hun begrafenisplichten en -gebruiken op de gepaste wijze
worden in acht genomen. Men vind mortuaria in moskeeën; zij zijn, bv. in
Amerika, de belangrijkste plaatsen geworden voor de uitvaartplechtigheid -
een duidelijke trendbreuk met de traditionele praktijk. Moslimgemeenschappen in
het Westen verwerven ook percelen voor begraafplaatsen - een krachtig
bewijs voor de succesvolle inplanting van de umma in een nieuwe
omgeving. |