ARCHIEF VAN DOCUMENTEN

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Voorontwerp van besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden (uittreksels)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, inzonderheid op artikel 11, vierde lid;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 januari 2004;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op …… 2004, met toepassing van artikel 84, §1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken;
Na beraadslaging,

BESLUIT:

Hoofdstuk I. Voorwaarden waaraan doodskisten moeten beantwoorden

Artikel 1. Doodskisten moeten uit een natuurlijk materiaal worden vervaardigd.
Het materiaal waaruit de doodskist is vervaardigd, mag niet geïmpregneerd zijn.

Houtbeschermingsmiddelen of halogeenorganische verbindingen zijn niet toegestaan.
Doodskisten en accessoires, gemaakt van zink, lood en vergelijkbare materialen, zijn niet toegestaan.
Een kist, gemaakt van spaanplaat, mag niet meer dan 10 mg formaldehyde bevatten per 100 g plaatmateriaal.

Art. 2. Een doodskist die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot meermaals gebruiken, is niet toegestaan.

(...) 

Hoofdstuk II.  Voorwaarden waaraan lijkwaden moeten beantwoorden

Art. 9. Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging.

Art. 10. Lijkwaden moeten, speciaal voor dit doel, uit een natuurlijk materiaal worden vervaardigd.

Om de vochtigheid te absorberen mogen zaagsel, houtschilfers of houtwol gebruikt worden. Sterk absorberend materiaal wordt toegestaan, als het is samengesteld uit polymeer acrylzuur en uit alkaliumzouten en ammoniumzouten.

Art. 11.  Een lijkwade die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot meermaals gebruiken, is niet toegestaan.

Art. 12. Gedurende zeven dagen in voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH 7 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per meter per uur doorlaten, gemeten volgens de norm DIN53122 of een vergelijkbare norm.

Na veertien dagen mag, volgens een biologische proef, de doorlaatbaarheid, gemeten volgens de norm DIN53122 of een vergelijkbare norm, voor gasvormig koolstofdioxide niet minder zijn dan 150 ml per meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per meter per uur.

Art. 13. De treksterkte van het materiaal en de las- of naadverbindingen mogen niet minder bedragen dan 1 N per mm, gemeten volgens de norm DIN53455 of een vergelijkbare norm ( N, nano, groothedensymbool voor brekingsindex).

Als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per cm, dan mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen.

Gedurende twee jaar bij opslag van 20°C mag de krimp in de lengte- en de breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens de norm DINASTM: D5338-92 of een vergelijkbare norm.

Art. 14. Het materiaal mag niet meer dan 0,1 gewichtsprocent chloor bevatten.

Zowel bij biologische afbraak als bij crematie mogen geen schadelijke stoffen vrijkomen. Voor zware metalen, zoals Pb, Cr, Ni, Cu, Cd en Zn, en gechloreerde KWS moet worden voldaan aan de Duitse Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling hiervan moet worden gebruik gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm.

Art. 15. Het materiaal van de lijkwaden moet binnen negentig dagen voor meer dan 98% worden afgebroken, gemeten volgens de norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm.

Art. 16. Indien een plank die gebruikt wordt voor het transport van een stoffelijk overschot gehuld in een lijkwade eveneens zou worden begraven of gecremeerd, dan dient de plank aan dezelfde voorwaarden te voldoen als bepaald in hoofdstuk I.


Hoofdstuk III. Slotbepalingen

Art. 17. Het koninklijk besluit van 26 november 2001 tot uitvoering van artikel 12, tweede en vierde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging wordt opgeheven.

Art. 18. Dit besluit treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

Brussel, ………

De minister-president van de Vlaamse regering,
Bart SOMERS

De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken,
Paul VAN GREMBERGEN

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking,
Jef TAVERNIER

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update:  13 februari 2007