DEBAT ROND HET HOOFDDOEKVERBOD VOOR STADSPERSONEEL IN ANTWERPEN
|
De Standaard, maandag 30 april 2007
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GL1BEGR5#
Het gala-uniform van het westerse
denken
door TOM LANOYE
OVER FOLKLORE EN KLEDERDRACHT IN EEN METROPOOLTJE
Drie stadsdichters met een eredoctoraat.
© Wim Daneels
Afgelopen donderdag [26 april 2007] greep Tom Lanoye de uitreiking
van de eredoctoraten aan de Antwerpse universiteit aan om,
met het kledingreglement van de stad in de hand, het
hoofddoekendebat te reanimeren.
Het eerbiedwaardige college van de Universiteit Antwerpen heeft
ons, drie Stadsdichters, vereerd met het hermelijn en met de helm
van het Verlichtingsdenken - deze academische baret. Een soort van
een ineengezakte, fluwelen champignon. Wie wil, kan er een symbool
in zien van de nieuwbakken vestimentaire ethiek van deze stad.
Zouden wij, uitgedost met deze pots, ons hypermoderne Antwerpse
Justitiepaleis nog wel ongestraft mogen betreden? Een paar weken
geleden liet één rechter, verwijzend naar een verordening die
dateert van vóór de processen tegen officier Dreyfus, een Jood met
een keppeltje verwijderen, alsook een moslima met een hoofddoek en
een muzelman met een gebreid gebedsmutsje. De muzelman riskeert
zelfs een veroordeling. Niet vanwege slechte smaak of gevallen
steken in zijn breiwerk, maar vanwege smaad aan ons gerecht en de
hele Belgische staat. Wat een muts al niet vermag.
De Antwerpse rechter staat niet alleen. Ik citeer een recente
dienstnota van het Antwerpse stadsbestuur, getiteld 'Diversiteit:
kledijvoorschriften voor stadspersoneel.'
Het (stads)bestuur wil de diversiteit van het personeel
aanmoedigen. Bij de stad moeten veel mensen met veel verschillende
visies kunnen werken. Maar de uiterlijke tekenen van die
persoonlijke overtuiging kunnen niet worden getoond bij
rechtstreeks klantencontact. Dan staan neutraliteit van de
dienstverlening en respect voorop. Uiterlijke symbolen van de
levensbeschouwelijke, religieuze, politieke of andere
overtuigingen worden bij rechtstreeks klantencontact niet
gedragen. Niet alleen moet dat elke schijn van partijdigheid
vermijden. Tevens moet dit het draagvlak voor een divers
personeelsbeleid als afspiegeling van een diverse stad bij
personeel en bevolking vergroten.
In één enkele alinea valt vier keer de term 'diversiteit'. Als in
een café een onbekende vier keer komt zeggen dat hij nuchter is,
dan weet je genoeg. Iets soortgelijks is hier aan de hand. Wie
zich zo grondig excuseert, legt zijn drijfveer open, en die heet:
allergie aan diversiteit. Afkeer van verschillen. 't Stad is van
iedereen, maar dat mag je vooral niet merken binnen de muren van
't Stadhuis. De dienstnota is niet afgelopen. Personeel in uniform
draagt geen andere kledij of kentekens, met uitzondering van de
symbolen van de stedelijke huisstijl. Personeel in werkkledij of
veiligheidskledij draagt geen andere kledij of kentekens met
uitzondering van de symbolen van de stedelijke huisstijl.
Personeel dat direct in contact staat met publiek, klanten of
externe partners draagt degelijke, niet opzichtige kledij.
'Niet opzichtige kledij'? Dat sluit dan meteen T-shirts uit van
Walter van Beirendonck! Terwijl die juist gevraagd is om de
stadsuniformen te ontwerpen, omdát hij zo lekker opzichtig durft
te zijn. Opzichtigheid is dus geen bezwaar als zij maar collectief
bedreven wordt. Waardoor zij natuurlijk geen opzichtigheid meer
is, maar uniformering. De schijn van hipheid, de realiteit van
onderwerping.
Ik citeer voort. Uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke,
politieke, syndicale, sportieve, etc... overtuiging worden niet
tijdens de werkuren gedragen. Ook niet voor het goede doel. Dus
geen kruisje, keppeltje, hoofddoek, tulband, kentekens van
serviceclubs, verenigingen, hiv-speldje, enzovoort... Ja, dat
hoort u goed. Zelfs het rode lintje dat rond Wereldaidsdag
wereldwijd wordt gedragen staat de neutraliteit van de Antwerpse
dienstverlener in de weg, alsook het respect voor de Antwerpse
overheidsklant. Ik neem aan dat hetzelfde dan ook geldt voor
buttons van 'Kom op tegen kanker' en 'Weg met de builenpest'. Of
zijn kanker en builenpest neutrale aandoeningen die respect níet
in de weg staan, en aids juist wel? En zo ja: wiens respect? En
waarom?
Meteen is neutraliteit geen neutraal woord meer. In een
Justitiepaleis of een stemlokaal kun je, bij rechter en
voorzitter, de roep om ongebondenheid nog begrijpen. Daar bevindt
zich, tastbaar, de scheiding der machten en de vorming van onze
besturen. Maar hoeveel filosofische neutraliteit is er nodig bij
het overhandigen van een subsidieformulier voor een nieuw
dakterras? Is de keppel écht een belemmering bij het noteren van
een adresverandering? Welke neutraliteit wordt geschonden bij de
inschrijving in een geboorteregister, uitgevoerd door iemand met
een T-shirt van Che Guevara en een polsbandje tegen de Ziekte van
Alzheimer?
Arm stadspersoneel! Wat kún je nog dragen om reglementair in orde
te zijn? Sportschoenen uit lagelonenlanden? Nee. Een petje met een
ander logo dan de 'A' van 't Stad? Nee. Een bandana omdat je fan
bent van Keith Richards? Je zou denken dat we alle mogelijke
personeelsleden hebben gehad. Maar voor de zekerheid besluit de
nota zo: (Alle) andere personeelsleden dragen eveneens een
degelijke, niet opzichtige kledij, die hoffelijkheid uitstraalt.
Zo kan bijvoorbeeld wel een oorbel voor mannen... (Twee oorbellen
is blijkbaar wél een probleem, zeker als ze van je moeder zaliger
zijn.) ...maar geen zware neuspiercing. Zo kan ook een hoofddoek,
maar geen zware sluiervorming.
Sluiervorming? Wat is dat nu weer? Een kwaadaardige schimmel? Een
nieuw natuurverschijnsel? 'Vanochtend veel sluiervorming op de
E40!' Het is hoe dan ook iets waar geen mensenhand mee lijkt
gemoeid. Iets wat zo losstaat van menselijke besluitvaardigheid,
dat je er met gemak hard tegen kunt optreden.
De lichtere variant, de hoofddoek, kan. Een mooie, positieve
afsluiter. Ware het niet dat vlak daarboven werd aangegeven dat
een hoofddoek juist niet kan, voor personeel dat direct in contact
staat met publiek, klanten of externe partners. En welk
personeelslid heeft niet vroeg of laat zulke contacten, tenzij hij
is tewerkgesteld in de beroemde riolen van 't Stad?
Luister, ik vind die hoofddoek een onding - en ik weet waarover ik
het heb. Ik ben in mijn prilste jeugd opgevoed door nonnen in, zeg
maar, zware sluiervorming. Ik ben net zo goed een ketter zo groot
als een kathedraal geworden. Ik wil dan ook met de hoofddoek
kunnen lachen. Ik wil zijn nut betwijfelen. Ik wil hem zien als
symbool van mogelijke onderdrukking - net zo goed als de kanten
sluier die hoort bij de witte bruidsjapon waarin nog steeds menige
bruid het stadhuis betreedt, zonder dat er een seculiere haan naar
kraait.
Maar ik wil één ding nooit, juist vanwege - vooruit met de grote
woorden - onze Europese principes, rechten en vrijheden, onze
erfenis uit de Verlichting waarvan deze universiteit een bastion
is. Ik wil die hoofddoek niet verbieden. Zeker niet waar zo'n
verbod alleen maar contraproductief werkt, omdat het van die
hoofddoek een symbool zal maken van cultureel, politiek en sociaal
verzet, los van het religieuze. En omdat de consequenties van zo'n
verbod onze stad reduceren tot een kostschool uit de jaren
vijftig. Met navenant kledingreglement. Het enige buitenissige is
een T-shirt onder een colbertje, gedragen door de burgemeester,
zelfs als ie delegaties ontvangt in wier land zoiets een
belediging vormt. Ik ben daar voorstander van, hoor. Maar kom dan
een ander niet de les spellen in je eigen kot.
Wat daarbij het meeste stoort, is de weerkerende claim van
'neutraliteit'. Neutraal? In deze nota kun je van alles lezen.
Maatschappelijke durf, of politieke lafheid. Welkome
duidelijkheid, of omfloerste achterbaksheid. Gelijke kansen of
genadeloze Gleichschaltung. Maar één ding kun je deze nota nimmer
noemen. Neutraal. Zeker niet in een stad waar, vlak voor de
verkiezingen, een vrouw op straat is neergeschoten omdát ze een
hoofddoek droeg.
Alleen díe dominante cultuur noemt zich neutraal die zelfs niet
inziet dat zij zich dominant gedraagt. Omdat zij zich simpelweg
als enig mogelijke ziet. Dat is, in een notendop, het almaar
toenemende monoculturele drama.
Wat we van de pastoor hebben afgepakt, moeten we niet teruggeven
aan de voorzitter van het Humanistisch Verbond, laat staan aan de
logebroeder, en al helemaal niet aan de marketeer en de directeur
van Censydiam: de waan van superioriteit, en het dictaat van het
eenheidsdenken.
Nou ja, 'eenheid'? 'Duidelijkheid'? In Gent bestaat zo'n
kledingreglement niet. In Mechelen ook niet. Wat meteen de
hoogdringendheid en de politieke opportuniteit van zo'n dienstnota
in vraag stelt. Die spagaat van grote steden is alvast een mooi
onderwerp voor de komende 1 mei-speeches, neutrale socialisten
ondereen.
Beste Stad van mij, beste voormalige werkgever... In de naam van
diversiteit en respect: ik schaam mij een beetje dood om 'A'. Ik
word, inderdaad, zot van 'A'. Ik ben met veel plezier uw dichter
geweest. Dat neemt niemand van mij af. En ik neem het ook niet van
u af. Ik ben er trots op, en dankbaar om.
Maar thans eet ik mijn Antwerpse handje in schande. Ik strooi op
mijn hoofd de as die is ontstaan na het verbranden van gezond
verstand en onze grootste trots - onze vrijheid, onze
weerbaarheid, ons geloof in onszelf. Ons vermogen om niet te
deinzen voor chantage, van zowel de een als van de ander.
Zo kende ik Antwerpen. Nu ken ik het amper terug.
Ik ben benieuwd waar ik nog binnen mag, met die as als hoed op
mijn hoofd.
Tom Lanoye is schrijver. Dit is een bewerkte en verkorte versie
van zijn dankwoord bij het accepteren van het
eredoctoraat van de Universiteit Antwerpen, 26 april 2007. |
Skinheads op 't Schoon Verdiep
door Etienne
Vermeersch (De Morgen, 4 mei 2007)
De hoofddoek vormt een propagandawapen voor de terugkeer
naar de fundamentalistische benadering van de islam
Etienne Vermeersch gaat in de clinch met Tom Lanoye en Serge
Gutwirth
We kunnen het Tom Lanoye ten goede houden dat hij, naar aanleiding
van zijn eredoctoraat, geen keurige, vrijblijvende rede wilde
uitspreken, maar integendeel spijkers met koppen wenste te slaan.
Of hij daarbij mensen in het vizier moest nemen die ambtshalve
aanwezig waren en zich daar niet konden verweren, laat ik in het
midden. Wel heb ik er problemen mee dat zijn uiteenzetting mij
eerder aan een - niet onverdienstelijk - cabaretnummer deed denken
dan aan een onderbouwd betoog. Dat de bewoordingen van een
reglement voer voor sketches kunnen vormen, ligt voor de hand,
maar de argumentatie betreffende voor en tegen mocht in deze
context iets grondiger zijn.
Kenmerkend voor een echt rationeel betoog is wel dat men
detailuitspraken aan algemene principes kan toetsen, of, om het
met Kant uit te drukken: "Zorg ervoor dat de leidraad van je
handelen tot algemene wet kan worden verheven." Ik moet dus ook
kunnen lezen: "Welke neutraliteit wordt geschonden bij de
inschrijving in een geboorteregister, uitgevoerd door iemand met
een T-shirt van Blood and Honour?" Tom Lanoye heeft daar blijkbaar
geen bezwaar tegen, ook niet tegen een (extreem rechtse) skinhead
die een functie zou hebben op 't Schoon Verdiep. Ik wel. Het
T-shirt met Che Guevara zou mij persoonlijk niet storen, maar niet
iedereen hoeft te reageren zoals ik, en voor mij zou dan weer de
confrontatie met foto's van massamoordenaars zoals Stalin en Mao
stuitend zijn. Hoe dan ook, de welwillendheid die men van de
dienstverlener verwacht, mag alleen door hoffelijkheid en
plichtsbesef worden bepaald. Bij uitingen van ideologische
voorkeur kan het vermoeden ontstaan dat sommige mensen op meer of
minder behulpzaamheid kunnen rekenen. Of dat echt zo is of niet,
doet er niet toe: elk vermoeden van partijdigheid is al een brug
te ver.
De algemene stelling dat je geen
symbolen mag weren, is dus niet houdbaar. En in plaats van een
detailonderzoek uit te voeren naar wat wel en niet kan, lijkt een
algemeen verbod het best tegemoet te komen aan de gevoeligheden
van alle overheidsklanten en het minst discriminerend te zijn voor
de beambten zelf. Neutraal zijn en er neutraal uitzien is de
normale houding van allen die in een openbare instelling enig
gezag of invloed kunnen uitoefenen. Dat is een elementaire eis in
ieder beschaafd land en die heeft niets te maken met een
"dominante cultuur". Daarnaast hebben allen het recht om zich in
hun persoonlijke en sociale leven buiten het ambt volgens hun
eigenheid en diversiteit te gedragen.
Die norm geldt voor ambtenaren en in een bijzondere mate voor
magistraten en juryleden. Ze geldt natuurlijk in verband met het
schandaal dat er nog steeds kruisbeelden hangen in sommige
rechtbanken (mijns inziens altijd een voldoende middel tot
Cassatie) en ze geldt ook voor allen die in het onderwijs gezag
uitoefenen.
De vraag of men een dergelijke regel
moet invoeren voor "rechtsonderhorigen" is van een heel andere
orde en mag niet met het bovenstaande principe worden verward. Nog
een andere discussie betreft de kledij van leerlingen en studenten
in scholen en universiteiten. Ik kan dat hier, als ik beknopt wil
blijven, niet ten gronde bespreken.
Maar is de hoofddoek niet een onschuldig "lapje stof"?
Ik weet ook wel dat die, subjectief, voor sommige moslima's niets
meer is dan een - op zichzelf respect verdienende - uiting van
vroomheid.
Dat verandert echter niets aan de objectieve aspecten ervan.
De hoofddoek was eeuwenlang zowel een onderdeel als een symbool
van de onderdrukking van de vrouw in de islam. Hij wordt nu nog
vaak met dwangmiddelen opgedrongen (tachtig stokslagen in Iran,
zwavelzuur in Algerije...). Hij verwijst naar het beschamende
slavernijverleden van de islam: slavinnen mochten geen sluier
dragen.
Thans vormt de hoofddoek in veel landen een speerpunt van de
fundamentalistische stroming voor terugkeer naar de sharia
(Turkije, Egypte...). Het opdringen (of, bij ons, 'suggereren')
van het hoofddoekgebod hangt immers samen met de tendens tot
traditionele interpretatie van de Koran. Maar als men die moet
volgen in verband met vrij onduidelijke verzen (moet het gezicht
al dan niet bedekt worden?), dan geldt dat toch ook voor de heel
duidelijke verzen die de vrouw discrimineren (erfenis, getuigenis,
enz, maar vooral de gehoorzaamheidsplicht van de vrouw en het
recht van de echtgenoot om haar te slaan). Kortom, wie de
fundamentalistische lezing voorstaat in verband met de hoofddoek
suggereert dat die benadering ook geldt voor verzen die manifest
strijdig zijn met de mensenrechten.
Ik heb het recht niet geconfronteerd te worden met een
vertegenwoordiger van de overheid die tijdens zijn/haar
ambtsuitoefening (bewust of onbewust) de geringschatting van die
rechten via dat symbool 'uitdraagt'. Het respect voor de
godsdienstvrijheid (waarover Serge Gutwirth en andere het hebben
in DM 2/5) sluit niet in dat men alle regels en gebruiken ervan
moet aanvaarden, ook wanneer ze strijdig zijn met de mensenrechten
en met eisen - zoals neutraliteit - die men normaal aan
gezaghebbende personen mag stellen.
Laten we echter geen verwarring zaaien. Het opiniestuk van
Gutwirth eindigt met: "Een algemeen verbod op de hoofddoek zonder
meer is ongeoorloofd in een democratische rechtsstaat." Behalve
Philip Dewinter heb ik nog niemand voor zo'n verbod horen pleiten,
we hebben het alleen over bepaalde personen tijdens hun
ambtsuitoefening en in die context zijn de argumenten voor een
verbod overweldigend.
Een tweede verwarring zou erin bestaan te denken dat dit een
aanval betekent tegen de islam in het algemeen. Integendeel, ik
ben ervan overtuigd dat er, zoals in het christendom, een evolutie
mogelijk is naar een eigentijdse islam die al het waardevolle naar
voren haalt, maar afstand neemt van de letterlijke interpretatie
van teksten uit de zevende eeuw. De hoofddoek, ongeacht de
subjectieve belevenis van moslima's, vormt een onderdeel en een
propagandawapen voor de terugkeer naar die fundamentalistische
benadering, inclusief de verdediging van de sharia.
Los van elke verwijzing naar een verbod kunnen we dus de vraag
blijven stellen of het wel wenselijk dat men in het openbaar leven
voortdurend de eigen ideologische of godsdienstige voorkeur
tentoonspreidt. Me dunkt dat een maatschappij waarin die
voorkeuren tot het privéleven of bijzondere sociale contacten
beperkt blijven, een grotere kans biedt op een vreedzaam
samenleven. Het draagt weinig bij tot soepele intermenselijke
verhoudingen wanneer anderen mij voortdurend confronteren met hun
afkeer van homo's, hun afschuw van abortus, euthanasie en
embryo-onderzoek, hun extreem nationalistische en racistische
houdingen, hun afwijzen van de evolutietheorie... In mijn optiek
zouden we dit maatschappelijke probleem met moslims - en anderen -
moeten bespreken. Zo kan bij imams en godsdienstleraars
uiteindelijk het besef groeien dat de aanvaarding van en het
respect voor de islam groter zullen worden in de mate waarin de
behoefte om de traditionele manifestatie ervan te promoten
afneemt, kortom, als ook in het openbaar leven de hoofddoeken
spontaan verdwijnen.
Etienne Vermeersch is moraalfilosoof.
Publicatiedatum : 2007-05-04
Sectie : Opiniemakers
|
De aalmoezenier van 't seculier
door tom lanoye (De
Morgen, 7 mei
2007)
Ik had graag gelezen hoe een moraalfilosoof
beargumenteert dat een hiv-lintje een niet te tolereren
bedreiging vormt voor de neutraliteit van een stadsambtenaar
en het respect jegens zijn 'overheidsklant'
Tom Lanoye noemt Etienne Vermeersch een cultuurrelativist
Etienne Vermeersch becommentarieerde in De Morgen van 4 mei
mijn speech over het omstreden nieuwe kledingreglement van 't
Stad. Afgaand op zijn titel ('Skinheads op het Schoon
Verdiep') zou je denken dat hij mij bijviel, sterker nog: dat
hij het Antwerpse stadsbestuur uitmaakte voor luidruchtige
rechtse hooligans met haaruitval en legerbottines. Wie zijn
hele stuk las, weet beter. Vermeersch gaf juist mij onder mijn
voeten.
Laat ik vooreerst zeggen dat ik groot respect heb voor
Etienne, die, pensioenleeftijd en hoge bloeddruk ten spijt,
geen kans voorbij laat gaan om zich te mengen in verhitte
debatten. Hij zal het niet geloven - hij gelooft in weinig, en
mijn afwijking voor eeuwige scherts maakt mij suspect - maar
ik apprecieer zijn werkkracht en zijn ongetemperde stemgeluid.
Ik herken mij erin. Ik heb ook iets drammerigs overgehouden
aan mijn katholieke jeugd, zelfs zonder afgebroken
jezuïetenopleiding. Maar in tegenstelling tot Etienne heb ik
geen Immanuel Kant van doen om gaten te prikken in zijn betoog,
dat enkel onbedoeld de indruk gaf cabaretesk te zijn. Het
lachen verging zelfs mij.
"Welke neutraliteit wordt, bij een inschrijving in het
geboorteregister, geschonden door iemand met een T-shirt van
Blood and honour?", vroeg Vermeersch zich af. Als wedervraag.
Ik had namelijk diezelfde vraag opgeworpen, maar dan met een
keppeltje, tulband, hoofddoek en een hiv-speldje in plaats van
een T-shirt van die bewuste neonazistische groepering, berucht
vanwege haar al dan niet verboden concerten. Etiennes
wedervraag - naar zijn zeggen ingegeven door de ijzeren logica
van Kant - heeft het voordeel dat je ook daar weer van alles
uit kunt afleiden. Om te beginnen: Vermeersch is zowaar een
cultuurrelativist.
Het hiv-speldje zal ik daarbij buiten beschouwing laten. Dat
deed Vermeersch ook zelf in zijn betoog. Jammer. Ik had graag
gelezen hoe een moraalfilosoof beargumenteert dat een
hiv-lintje een niet te tolereren bedreiging vormt voor de
neutraliteit van een stadsambtenaar en het respect jegens zijn
'overheidsklant'. (Vroeger heette zo iemand 'burger'. Een mens
moet zijn plaats kennen in de moderne samenleving.) Indien hij
mij had kunnen overtuigen van de bedreiging door zo'n speldje
had ik misschien mijn scepsis opgegeven aangaande die alom
geroemde 'neutraliteit'. Nu blijf ik vrezen dat zij een
broertje is van 'zuiverheid'. Aan de toog en vanaf de katheder
klinken zij als een prachtig concept, maar bij het absolute
installeren ervan geraak je in de problemen. Niet het minst
met jezelf. Vermeersch, die zijn hele leven in dienst heeft
gesteld van de scepsis, ziet echter geen enkel probleem. "Elk
vermoeden van partijdigheid is al een brug te ver", schrijft
hij. Ik vraag me af wat Socrates van die stelling had
gevonden, maar ik neem al vrede met het advies van een
degelijke jurist. Zeker waar rechter en partij - de Stad
Antwerpen - één en dezelfde zijn, en waar de sanctie
(overplaatsing, ongeacht de kwaliteit van je geleverde werk)
zonder verwijl kan worden uitgevoerd, en vooral zonder
mogelijkheid tot verweer. Ook niet voor vrouwen die ooit zijn
aangeworven onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat ze hun
hoofddoek konden dragen tijdens hun werk, en die dat ook
jarenlang hebben gedaan zonder één klacht van
overheidsklanten. Geen wonder dat de socialistische vakbond
ACOD zelf een klacht heeft ingediend. Niet bij het
Kantgenootschap, maar bij de Antwerpse gouverneur Paulus. Dit
kledingreglement is zo verregaand en zo repressief dat het een
onderdeel had moeten vormen van voorafgaande sociale
onderhandelingen.
Voor het verloop van zulke onderhandelingen hoop ik dat
Etienne Vermeersch tot geen van de delegaties behoort. Zijn
standpunt laat weinig ruimte: "In plaats van een
detailonderzoek uit te voeren naar wat wel kan en niet kan,
lijkt een algemeen verbod het best." Dat mag dan klinken als
een handige insteek voor een strafwetboek onder een
kolonelsregime, of voor een seksuele gedragscode in
Vaticaanstad en Mekka, je hebt er weinig aan als je wilt weten
welke kleren je nu mag dragen als je naar je werk gaat. Tenzij Vermeersch hier oproept om ineens maar álle kleren te
verbieden. (Misschien moet ook die vraag eens worden
voorgelegd aan de overheidsklant. Hij is koning.)
In zulke sociale onderhandelingen zou meteen blijken waarom
Vermeersch een cultuurrelativist is. Hij scheert alles over
één kam. Het T-shirt van één welbepaalde neonazigroep - die op
het punt staat ook in België te worden verboden - staat
volgens hem gelijk aan een mondiaal gedragen hiv-speldje,
alsook aan de parafernalia van godsdiensten die al honderden
jaren vóór de geboorte van Immanuel Kant zijn ontstaan, en die
zich sindsdien hebben ontwikkeld tot honderden verschillende
scholen en sekten, die niet zelden mekaar bekampen terwijl ze
toch nog van dezelfde symbolen gebruikmaken. Na drie, vier
muisklikken krijg ik op de site van Blood and honour al de
volgende hartenkreet te lezen: "Death to ZOG - Zionist
Occupational Government". Mij klinkt dat in de oren als een
onmiskenbare oproep tot haat en doodslag. Zeker als een paar
alinea's verder wordt verduidelijkt wie onder anderen met ZOG
worden bedoeld: de Nederlandse agenten die een neonazirockoptreden deden afgelasten. De Belgische
burgemeester van 'Weelda' wordt weliswaar geprezen omdat hij
vervolgens níet ingreep op zijn grondgebied, maar net zo goed
wordt zijn politie een onderdeel genoemd van 'ZOG'. Conclusie?
Het is in België moeilijker om een organisatie te verbieden
die oproept tot moord op wetsdienaars dan om een vrouw met een
hoofddoek te verwijderen van een overheidsloket.
Ongetwijfeld zal Vermeersch, en zelfs met recht en reden,
verwijzen naar allerlei sites waar in de naam van Allah nog
veel uitgesprokener wordt opgeroepen tot foltering en
doodslag. En zelfs los van zulke sites klopt de centrale
bewering van zijn betoog: "De hoofddoek vormt een
propagandawapen voor (...) de fundamentalistische benadering
van de islam."
Maar diezelfde bewering houdt al in wat je ook kunt leren op
het net: er zijn ook heel andere 'benaderingen' van de islam
dan enkel de fundamentalistische. En dat is nu juist het
probleem, als je de hoofddoek wilt verbieden. Je geeft de
fundamentalisten, en hen alleen, gelijk. Je steunt hen zelfs
in hun propaganda, door die over te nemen. Je zet bij voorbaat
elke hoofddoek op één lijn met een T-shirt die bijvoorbeeld
uitdrukkelijke steun betuigt aan Al Qaida.
Mijn scepsis dicteert mij om dat vaste verband te betwijfelen.
En om te vrezen dat het obsessief en blijvend leggen van dat
verband alleen maar contraproductief zal werken bij al wie
moslim is en geen fundamentalist. Daarmee plaats ik mezelf, of
ik dat nu wil of niet, in een polariserend debat dat de
westerse intelligentsia steeds meer in tweeën splijt. Een
debat tussen het behoeden van pluraliteit enerzijds en het
nastreven van neutraliteit anderzijds.
Misschien wordt dat mettertijd zelfs een debat tussen
multicultuur en monocultuur, en over welk van die twee het
meest van toepassing moet zijn op Europa. De verwijten over en
weer zullen er niet minder om worden. Wie zoals ik de
hoofddoek kritiseert maar wel het recht verdedigt om 'm te
dragen, wordt 'naïef' genoemd - een kloon van Chamberlain die
dacht Hitler te kunnen temmen met een paaiend Appeasement.
Wie, zoals Vermeersch of een Mia Doornaert, het
fundamentalisme al ziet oprukken in elke pubermoslima die
koketteert met haar hoofddoek zoals wijlen de punks met hun
hanenkam, zal steeds meer worden vergeleken met de Amerikaanse
senator Joseph McCarthy, die zijn communistenjacht zover dreef
dat het bezit van een foto van Karl Marx reeds als een bewijs
van landverraad gold.
Niemand kan weten voor welke zijde Kant zou kiezen, maar ik
moet aldoor denken aan een oude buurvrouw, Sidonie Met De
Hazenlip. Zij zei: "Als er twee zijn die een been mankeren,
liepen ze niet per se onder dezelfde tram." Er zijn een
miljard moslims en wij hebben één keuze. Een verscheiden beeld
van hen voor ogen houden, of een monolitisch - waarbij elke
moslim krék hetzelfde is en denkt, of hij nu in China woont of
Senegal, in Teheran of Kaapstad, en of hij nu dient in het
leger van Pakistan of in dat van George Bush. We kunnen in
sommige islamlanden enkel focussen op reële en afschuwelijke
schendingen van mensenrechten, die van vrouwen op kop - maar
we kunnen evengoed kijken naar democratisch verkozen
regeringsleiders als Benazir Bhutto (Pakistan), Megawati
Soekarnopoetro (Indonesië), Tansu Çiller (Turkije) en Ellen
Johnson-Sirleaf (Liberia), in evenzoveel overwegend
islamitische landen. Dat zijn er overigens bijna meer dan het
aantal maanden dat een partij als de VLD een vrouw heeft
willen dulden als voorzitter. En het zijn er vast en zeker
meer dan het aantal vrouwelijke regeringsleiders dat België
ooit al heeft gehad. Het zijn er ook meer dan het aantal
vrouwen dat voorzitter was van andere Vlaamse partijen dan de
VLD. Ik wil maar zeggen: we hoeven niet altijd hoog van de
toren te blazen als het gaat over de emancipatie van de vrouw.
We hebben nog een andere keuze: het al dan niet veranderen van
reglementen à la tête du client. Want was het voorheen nu
werkelijk onmogelijk om een Antwerpse stadsambtenaar te
sanctioneren die kwam werken in naziuniform of in zijn nakie?
Ik denk het niet. Vandaar dat de stad Gent, waar Vermeersch
nochtans jarenlang professor moraalfilosofie was, haar
reglement niet verandert. Er is geen enkele reden toe.
Tenzij we ons natuurlijk van slagveld wíllen vergissen en de
taliban hopen te bestrijden aan een stadsloket, omdat het ons
niet lukt in Afghanistan en omstreken. Dat wordt dan, vrees
ik, andermaal een oorlog waarbij iedereen verliest. Behalve de
fanatici aan beide kanten.
Tom Lanoye is auteur van onder meer Het derde huwelijk
(Uitgeverij Prometheus, 2006)
Publicatiedatum : 2007-05-07
|
Niet de homofobe imam,
maar de aardige loketbediende
door Tom Naegels (De Morgen, 16 mei 2007)
Als alle jonge gehoofddoekte vrouwen die ik
persoonlijk ken felgebekt zijn, en de meesten onder hen
militant feministisch, dan vind ik dat relevanter dan dat die
hoofddoek 'objectief' zou verwijzen naar een slavernijverleden
Tom Naegels kijkt naar de mens,
niet naar de hoofddoek.
Dat was een verrassing! En een opluchting: Rik Pinxten,
voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, die aan
de kant van Tom Lanoye staat. Met andere woorden, aan de kant
van zij die op een genuanceerde manier wensen om te gaan met
religie in een seculiere maatschappij, en die begrijpen dat we
in een nieuwe context - multiculturele en multireligieuze
samenleving, een grote honger naar christelijk geïnspireerde
normen en waarden - op een minder vijandige manier moeten
omgaan met gelovigen.
Het kan te maken hebben met de perceptie genaamd Etienne
Vermeersch, maar het is al een hele tijd dat ik, nochtans zelf
opgegroeid in de ongelovige kerk, vrijzinnigheid vereenzelvig
met blaffen, sneren en intimideren. Met een onaangenaam
superioriteitsgevoel ook. Herinner u het beschamende
dubbelinterview met Christophe Vekeman (DM 17/12/2005), waarin
de eminente moraalfilosoof, boegbeeld van een vorige generatie
atheïsten, de schrijver verantwoordelijk achtte voor alle
misdaden van de katholieke kerk. De vrijzinnigheid op zijn
smalst. De redelijkheid op zijn smalst ook: zelfs al bouw je
een redenering op waar logisch geen speld tussen te krijgen
valt, als ze niet relevant is voor de persoon met wie je
praat, wat ben je er dan mee? Wat voor nut heeft het om een
Vlaamse christen, die individueel zin vindt in het geloof, de
inquisitie onder de neus te wrijven?
Ik haal dat oude interview aan omdat het debat over de islam
in Vlaanderen - nog los van concrete kwesties als hoofddoeken
in openbare functies - net dezelfde vormen aanneemt. Zij het
dat Vermeersch daar meer medestanders heeft. Kun je er nog van
uitgaan dat een overgrote meerderheid het onzinnig vindt om
van Christophe Vekeman te eisen dat hij zijn
verantwoordelijkheid neemt voor kruistochten, jodenhaat en de
door God bevolen genocide op de Kanaäners - als het over
moslims gaat, dan zit dat anders. Dan geldt: "Ik weet ook wel
dat de hoofddoek, subjectief, voor sommige moslima's niets
meer is dan een - op zichzelf respect verdienende - uiting van
vroomheid. Dat verandert echter niets aan de objectieve
aspecten ervan. De hoofddoek was eeuwenlang zowel een
onderdeel als een symbool van de onderdrukking van de vrouw in
de islam. Hij wordt nu nog vaak met dwangmiddelen opgedrongen.
Hij verwijst naar het beschamende slavernijverleden van de
islam: slavinnen mochten geen sluier dragen." (DM 15/5)
Subjectief versus objectief - in dat onderscheid schuilt de
kern van de breuklijn, die de westerse intelligentsia verdeelt
(voor hetzelfde debat op internationaal niveau, lees de
bijdragen van Ian Buruma, Timothy Garton Ash, Pascal Bruckner,
Ayaan Hirsi Ali en anderen in 'the multicultural issue' op
www.signandsight.com). Er is een groep - waartoe ik mezelf
reken - die ervoor kiest om moslims in de eerste plaats
subjectief, als individuen, te benaderen. Religie toont zich
in de manier waarop mensen die beleven. Als alle jonge
gehoofddoekte vrouwen die ik persoonlijk ken felgebekt zijn,
en de meesten onder hen militant feministisch, dan vind ik dat
relevanter dan dat die hoofddoek 'objectief' zou verwijzen
naar een slavernijverleden. Natuurlijk weet ik dat er vrouwen
onderdrukt worden met de Koran in de ene en de hoofddoek in de
andere hand - een subjectieve benadering laat net toe om dat
te bestrijden, zonder dat je mensen viseert die er niets mee
te maken hebben.
De objectieve benadering, zoals bepleit door Vermeersch en
anderen, is sterieler, eenduidiger, en daardoor ook
makkelijker te verdedigen in een publiek debat. Men ziet de
islam niet als één miljard individuen, maar als een beperkte
reeks historische feiten, een beperkte reeks actuele
gebeurtenissen en een beperkte reeks Korancitaten, waarvoor
elk van dat miljard gelovigen verantwoordelijk is. De één
kijkt naar de tekst, de ander naar de lezers. Geen wonder dat
we naast elkaar praten.
Laat me terugkeren naar de aanleiding voor deze discussie: de
Antwerpse kledingrichtlijn. Patrick Janssens argumenteerde dat
die niet ontstaan is vanuit een vermeerschiaanse redenering: "Vermeersch
wil de hoofddoek aan een bepaalde interpretatie van de islam
koppelen, maar dat is niet het debat dat wij voeren. Ik heb er
persoonlijk helemaal geen probleem mee dat moslima's een
hoofddoek dragen om zich te profileren. Dat toont aan hoe
moedig ze wel zijn." (DM 14/5)
Ik erken en waardeer het onderscheid, maar als Janssens
daaraan toevoegt dat gezagsdragers in de moslimgemeenschap in
het openbaar uitspraken doen die onaardig zijn voor homo's of
vrouwen, en dat hij het de burger toch niet kwalijk kan nemen
als die een hoofddoek met die uitspraken in verband brengt,
dan zitten we weer dicht bij een objectieve benadering: de
hoofddoek staat voor de homofobe imam, wat de vrouw onder de
hoofddoek daar ook over denkt.
Terwijl de overheid ook voor een subjectieve benadering had
kunnen kiezen. Wees streng op de waarden, maar open voor de
uitdrukkingsvormen. Homofobie achter het loket kan niet.
Vrouwonvriendelijkheid achter het loket kan niet. Racisme
achter het loket kan niet. De overheid bejegent haar burgers
met respect, maar toont tegelijk dat dat respect uitgedragen
wordt door mensen uit alle tradities. Zo geeft ze het goede
voorbeeld aan andere sectoren (want in de privé wordt het
verbod natuurlijk gretig gekopieerd), en toont haar burgers de
diversiteit die er bestaat binnen die tradities. Waardoor die
burger de volgende keer, bij het zien van een hoofddoek,
misschien niet meer automatisch denkt aan die homofobe imam,
maar aan die aardige loketbediende.
Hoe komt het dat ik, opgegroeid in de afbrokkelende
vrijzinnige zuil, mijn vooroordelen tegen christenen
uiteindelijk losgelaten heb? Omdat ik vaak genoeg met hen in
contact ben gekomen, en ontdekt heb dat iedere christen zijn
geloof op zijn eigen manier beleeft. Bij moslims is dat
hetzelfde. Allicht is het dat wat Rik Pinxten bedoelde met
"onbevooroordeeld en niet veroordelend willen zoeken naar
gepaste samenlevingsvormen." Zo wil ik seculier en vrijzinnig
zijn. Zo verwacht ik ook dat mijn overheid het is.
Tom Naegels is auteur.
Publicatiedatum : 2007-05-16
Sectie : Opiniemakers
|
|
|
|