|
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
N. 2007 — 832 [S − C − 2007/31078]
8 FEBRUARI 2007. — Besluit van de Brusselse
Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de
erkenningsaanvragen
voor de islamitische gemeenschappen en de machtiging tot
oprichting van de islamitische comité’s
Belgisch Staatsblad, 177e jg., nr. 45, 16
februari, pp. 7728-7730.
http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2007/02/16_1.pdf
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op artikel 2, tweede lid en artikel 34, tweede
lid van de ordonnantie van 29 juni 2006 betreffende de
inrichting en de werking van de islamitische eredienst;
Overwegende dat het vanuit het perspectief van een
toenemende aandacht voor gelijkheid tussen de verschillende
erkende erediensten is aangewezen om het voor de plaatsen van islamitische
eredienst mogelijk te maken instellingen op te richten die
belast zijn met het beheer van de temporaliën van de eredienst;
Dat hierdoor bovendien de openbare financiering van
de islamitische gemeenschappen mogelijk wordt;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën,
verstrekt op 6 december 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van
Begroting, verstrekt op 15 december 2006;
Gelet op het advies 42.050/2 van de Raad van State,
verstrekt op 29 januari 2007 in toepassing van artikel 84, eerste
lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister-President van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Plaatselijke
Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen,
Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking;
Na beraadslaging,
besluit :
HOOFDSTUK I. —
Algemene bepaling
Omschrijvingen
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit
besluit verstaat men onder :
1° Ordonnantie : de ordonnantie van 29 juni 2006
betreffende de inrichting en de werking van de islamitische
eredienst.
2° Islamitische gemeenschap : het publiekrechtelijk
orgaan bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de ordonnantie.
3° Islamitisch comité : het beheersorgaan van de
islamitische gemeenschap bedoeld in artikel 6 van de ordonnantie.
4° Moskee : de plaats van eredienst bedoeld in
artikel 3 van de ordonnantie.
5° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
6° Minister : het lid van de Brusselse
Hoofdstedelijke Regering dat bevoegd is voor de instellingen belast met het
beheer van de temporaliën van de eredienst.
7° Erkend representatief lichaam : het
representatief lichaam van de islamitische eredienst zoals dit erkend is door de
Federale Overheid.
8° Samenwerkingsakkoord van 27 mei 2004 : het
samenwerkingsakkoord van 27 mei 2004 tussen de Federale Overheid, het
Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest betreffende de erkenning van de erediensten, de
wedden en pensioenen van de bedienaars der erediensten, de kerkfabrieken
en de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de
erkende erediensten.
HOOFDSTUK II. —
Erkenning van de
islamitische gemeenschappen en machtiging tot oprichting van de islamitische
comité's
De aanvraag en het toesturen aan de Regering
Art. 2.
§ 1. Wanneer de
verantwoordelijken van een moskee gevestigd
op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest erkend wensen te worden als islamitische
gemeenschap, dan richten zij een dossier voor de erkenningsaanvraag aan het
erkend representatief lichaam.
Dit dossier bestaat uit de volgende documenten :
1° Een brief gericht aan de Minister, waarmee de
erkenningsaanvraag wordt geformuleerd.
Deze brief vermeldt de identiteit van de
verantwoordelijke(n) voor de eredienst of voor het administratieve aspect van
de betrokken moskee, alsook de datum waarop de activiteiten van
de eredienst er van start zijn gegaan.
2° In de hypothese dat één of meerdere
rechtspersonen werden opgericht om de werking en/of het beheer van de
moskee te verzorgen, wordt aan de brief bovendien een kopie van de
statuten van deze rechtspersonen toegevoegd, alsook een kopie van hun
leden- en beheerdersregister.
3° Een kopie van het register bedoeld in artikel 8
van de ordonnantie. Dit register vermeldt naam, voornaam, geboortedatum
en adres van de gelovigen.
4° Een conformiteitsattest van de moskee met
de veiligheidsnormen inzake brandpreventie, afgegeven
door de dienst voor brandbestrijding en dringende medische hulp.
5° Een beschrijving van de financiële toestand van
de moskee op 1 januari van het jaar waarin het aanvraagdossier
aan het erkend representatief lichaam wordt gericht.
6° Een machtigingsaanvraag voor de oprichting van
een islamitisch comité.
§ 2. Binnen 30 dagen na ontvangst van het volledige
dossier bedoeld in § 1 doet het erkend representatief lichaam dit
toekomen bij de Regering. Daarbij formuleert het alle bemerkingen
die het nuttig acht in het licht van de gevraagde erkenning.
In afwijking van het eerste lid, bezorgt het erkend
representatief lichaam aan de Regering geen kopie van het in
artikel 8 van de ordonnantie bedoelde register. Het erkend
representatief lichaam preciseert evenwel voor iedere moskee waarvan het
dossier aan de Regering bezorgd wordt, of voornoemd register al dan
niet minimum 200 ingeschrevenen telt.
Onderzoek van de aanvraag
Art. 3.
§ 1. Binnen 15 dagen na
ontvangst van het volledige dossier voor de erkenningsaanvraag verzoekt de Minister de
federale overheid bevoegd voor de erkenning van de erediensten om
advies overeenkomstig artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 27 mei
2004.
Binnen dezelfde termijn verzoekt de Minister het
College van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de
moskee gevestigd is om een advies betreffende de aangevraagde
erkenning.
§ 2. De Regering spreekt zich uit bij besluit binnen
30 dagen na ontvangst van de twee adviezen bedoeld in § 1.
Wanneer zij een islamitische gemeenschap erkent,
machtigt zij deze tevens tot de oprichting van het islamitisch comité
dat hiervan het beheersorgaan dient te worden.
§ 3. De beslissing van de Regering wordt kenbaar
gemaakt per gewone brief gericht aan de betrokken moskee, aan
het erkend representatief lichaam, alsook aan de federale
overheid bevoegd voor de erkenning van de erediensten en aan de gemeente
waar de moskee is gevestigd.
HOOFDSTUK III. —
Inwerkingtreding
Art. 4.
Dit besluit treedt in werking
10 dagen na de bekendmaking ervan in het
Belgisch Staatsblad.
Brussel, 8 februari 2007.
Vanwege de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening,
Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting,
Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUÉ
De Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
bevoegd voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt
en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke
Regering, belast met Tewerkstelling, Economie,
Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
B. CEREXHE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke
Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke
Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid,
Mevr. E. HUYTEBROECK
|