...
13. De erkenning van een tijdelijke slachtvloerEerst en vooral is het belangrijk te herinneren dat tijdelijke
slachtvloeren alleen maar in het kader van het offerfeest mogelijk
zijn. Voor de rest van het jaar moeten rituele slachtingen altijd in
een erkend slachthuis gebeuren.
De erkende slachthuizen zijn gericht op de dagelijkse markt van
vraag en aanbod. Aangezien het ritueel slachten enkel mag
plaatsvinden in een erkende inrichting is het onontbeerlijk op de
dag van het offerfeest genoeg plaats te voorzien voor de slachting.
Piekmomenten zijn door reguliere voorzieningen altijd moeilijk op te
vangen. De eerste stap is dus tijdig de beschikbare
slachtingcapaciteit te evalueren voor de dag van het offerfeest. In
het geval van onvoldoende capaciteit (wat heel vaak het geval is
gezien de grote aantallen slachtingen op een dag), moet op lokaal
niveau de nodige maatregelen worden getroffen om de beschikbare
capaciteit te evalueren. De plaatsen waar rituele slachtingen de dag
van het offerfeest legaal mogen plaatsvinden zijn de volgende:
- Erkende slachthuizen voor de diersoort
- Erkende slachthuizen voor een andere diersoort (onder octrooi van
een nieuwe erkenning voor de betrokken diersoort(en) of een
tijdelijke erkenning in het kader van het offerfeest)
- De tijdelijke slachtingplaatsen (openbare of private inrichtingen
ter beschikking gesteld van de organisatoren).
Tijdelijke slachtinrichtingen, georganiseerd bij particulieren
Tijdelijke slachtinrichting kunnen georganiseerd worden door
particulieren, de moslimgemeenschap of de gemeente zelf, maar dit
dient steeds te gebeuren in samenwerking met het lokale bestuur. Om
hygiënische, organisatorische en andere redenen kunnen de lokale
moslimgemeenschappen in overleg met de lokale overheden immers
erkenningen aanvragen voor kleinere tijdelijke slachtinrichtingen
georganiseerd bij particulieren. Deze locaties moeten
vanzelfsprekend voldoen aan de wettelijk vooropgestelde criteria
voor tijdelijke slachtinrichtingen. Het is de inrichter die bij de
lokale overheid om nodige erkenning gaat en die instaat voor de
organisatie van de tijdelijke slachtinrichting. Schapenfokkers
(beslagadres) en handelaars (privé – adres) kunnen dus ook erkend
worden als tijdelijke slachtingplaats, als ze een aanvraag doen en
beantwoorden aan de voorwaarden hieronder beschreven.
13.1. De slachthuizen erkend voor de betrokken diersoort
Bedoeld wordt slachthuizen erkend binnen de vleeskeuringwetgeving.
Hier gebeurt steeds een veterinaire keuring.
Particuliere slachtingen zijn toegestaan onder de volgende
voorwaarden:
* Het slachthuis moet erkend zijn voor het slachten van de betrokken
diersoort. In dat geval wordt het vlees gekeurd, waarbij een
ruitvormig keurmerk wordt aangebracht voor de schapen en geiten
alsook de runderen van minder dan 12 maanden. Wanneer het een
particuliere slachting betreft, mag het vlees uitsluitend en
rechtstreeks naar de woning van de particulier vervoerd worden. De
niet ontbeende karkassen van runderen van meer dan 12 maanden worden
getransporteerd naar een erkend atelier voor stukzagen of naar een
slager bevoegd om categorie 1-materiaal te behandelen. Dit vlees mag
dus op geen andere plaats worden gelost, noch op enige wijze in het
commerciële circuit worden gebracht, te koop gesteld of verkocht.
* Om tegemoet te komen aan het gebrek aan slachtcapaciteit van deze
slachthuizen kan de vloer voor noodslachtingen op dagen van het
offerfeest gebruikt worden voor het uitvoeren van rituele
particuliere slachtingen (waarbij onder slachten moet begrepen
worden: keling, uitslachting en keuring), op voorwaarde dat niet
gelijktijdig noodslachtingen worden uitgevoerd.
13.2. Slachthuizen niet erkend voor de betrokken diersoort
* Indien het slachthuis niet erkend is voor het slachten van de
betrokken diersoort, moet een erkenningsaanvraag ingediend worden
voor het slachten van de betreffende diersoort (in overeenstemming
met het Koninklijk Besluit van 30 december 1992 betreffende de
erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de slachthuizen en de
andere inrichtingen). In dit geval moeten de uitbaters van de
betrokken slachthuizen voor de diersoorten die ze bijkomend wensen
te slachten een formulier voor het indienen van een
erkenningaanvraag per aangetekende brief aan het Hoofdbestuur van
het FAVV keuring overmaken, alsook een nieuw plan (3 exemplaren) ter
goedkeuring indienen.
* Een andere mogelijkheid is dat deze slachthuizen de tijdelijke
opschorting van hun erkenning als slachthuis voor slachtdieren
vragen en dat zij, onder dekking van een erkenning als “tijdelijke
slachtplaats”, de toestemming krijgen om diersoorten te slachten
waarvoor hun slachthuis niet erkend is. Echter de slachthuizen die
over een aangepast en volledig van het slachthuis afgesloten lokaal
beschikken waar de dieren via een aparte toegang vanaf de openbare
weg kunnen worden aangevoerd, hoeven hun gebruikelijke
slachtactiviteiten niet stop te zetten. Dit lokaal kan dan erkend
worden als tijdelijk slachtplaats en de in overeenstemming met het
voormelde Koninklijk Besluit van 30 december 1992 toegekende
erkenning moet voor deze inrichtingen niet opgeschort worden tijdens
de betrokken dagen. In deze twee gevallen moeten de uitbaters van de
betrokken slachthuizen een erkenningaanvraag als tijdelijke
slachtplaats indienen bij het hoofd van de keurkring waar hun
slachthuis is gelegen. De bestaande erkenning van hun inrichting als
slachthuis wordt naargelang de hierboven vermelde mogelijkheden
inzake infrastructuur, voor de bedoelde termijn opgeschort of
behouden. Deze aanvraag en het (gunstig) advies van het hoofd van
keurkring moeten tenminste twee maanden voor de aanvang van
offerfeest opgestuurd worden naar het Hoofdbestuur van het FAVV. Op
die manier kan het volledige dossier overgemaakt worden aan de
federaal bevoegde minister voor wat de opschorting van de
overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 30 december 1992
toegekende erkenning en de toekenning van de tijdelijke erkenning
betreft.
13.3. Andere inrichtingen dan slachthuizen
Een tijdelijke inrichting laat de gemeenten die niet beschikken over
een slachthuis of voldoende capaciteit toe om een maatregel in te
lassen die overstemt met de legale voorschriften.
Deze erkenning is tijdelijk en wordt gegeven voor een specifiek
periode beperkt tot het offerfeest.
De aanvragen voor erkenning moeten ten laatste twee weken voor het
evenement ingediend worden bij het Hoofd van de Provinciale
Controle-eenheid van FAVV van waar de te erkennen plaats van
slachting zich bevindt.
De aanvragen tot erkenning van deze inrichtingen worden met het
advies van het PCE Hoofd door de PCE doorgestuurd naar het
Hoofdbestuur, Bestuur Controle van het Federaal Agentschap voor de
Veiligheid van de Voedselketen (WT* III, S. Bolivarlaan 30, 24 e
verdieping, 1000 Brussel - Fax : 02/208.36.12).
Een kopie van de aanvraag wordt gestuurd naar de Gouverneur van de
desbetreffende provincie.
De erkenning is onderhevig aan volgende voorwaarden:
* De toegekende erkenning wordt enkel toegestaan ter gelegenheid van
het offerfeest, op voorwaarde dat er binnen redelijke afstand geen
of onvoldoende slachtcapaciteit in de erkende slachthuizen ter
beschikking gesteld wordt; het is aan de moslimgemeenschap om de
slachthuiscapaciteiten te evalueren en het gemeentebestuur hiervan
in te lichten;
* De aanvrager moet een sluitende regeling uitwerken in overleg met
de bevoegde Gewestelijke overheid voor de ophaling van het
slachtafval en van het categorie 1- materiaal, zoals bepaald in het
kader van de bestrijding van de Overdraagbare Spongiforme
Encephalopathieën.
De inrichtingen die aan de hierboven gestelde voorwaarden voldoen,
zullen na een positief advies van de PCE van het FAVV individueel
door de bevoegde minister erkend worden. Een brief ter bevestiging
van deze erkenning zal onmiddellijk per fax en per post aan de
burgemeester van de betrokken gemeente overgemaakt worden.
Het is belangrijk eraan te herinneren dat de organisator
verantwoordelijk is voor alle te treffen maatregelen en om alles te
voorzien qua organisatie en uitvoering van de rituele slachting in
die inrichtingen, met uitzondering van de verklaring van slachting.
Daartoe moeten er voldoende erkende veeartsen belast zijn met de
controle van de reglementaire voorschriften tijdens de slachtingen,
zonder over te gaan op keuring. De honoraria van de veeartsen zijn
ten laste van de aanvrager. De gegevens van die veeartsen alsook hun
akkoord moeten bij de aanvraag tot erkenning gevoegd zijn.
14. De inrichting van een tijdelijke slachtvloer
De tijdelijke inrichtingen moeten de mogelijkheid bieden om alle
onderdelen van het slachtproces uit te voeren.
* de inrichting is overdekt;
* de toegang tot de inrichting moet zodanig georganiseerd zijn dat
de activiteiten ordelijk kunnen verlopen. Daartoe kan bijgedragen
worden door op de slachtingsaangifte een tijdstip op te leggen
wanneer men zich kan aanmelden; tevens kunnen dranghekken geplaatst
worden om de wachtenden te kanaliseren;
* laden, lossen en drijven dienen te gebeuren volgens de
dierenwelzijnsnormen, er moet een rustplaats voorzien zijn voor de
dieren die zijn aangevoerd maar nog niet onmiddellijk geslacht
worden (bv. door middel van dranghekken); de aangevoerde dieren
mogen niet in het vervoermiddel blijven waarmee zij aangevoerd
worden;
* het uitvoeren van het volledige slachtproces en in bijzonder de
keelsnede mag niet zichtbaar zijn van op de openbare weg;
* de inrichting moet voldoende groot zijn in die zin dat het rusten
(indien nodig), het kelen en het onthuiden en verwijderen van de
ingewanden volgens een doorstromingsprincipe op een afzonderlijke
plaats gebeurt, hetgeen niet noodzakelijk een afzonderlijk lokaal
impliceert;
* een doorstromingssysteem moet georganiseerd worden zodat er een
vlotte doorstroming bestaat van de kelingsruimte naar de ruimte waar
de onthuiding en de verwijdering van de ingewanden uitgevoerd wordt;
* de capaciteit van de ruimte voor het onthuiden en verwijderen der
ingewanden - de meest tijdrovende bewerkingen - en van het daarvoor
aanwezige personeel, zal bepalend zijn voor het aantal en de omvang
van de kelingsruimte(n) evenals voor de mate waarin nieuwe dieren
tot de kelingsruimte(n) worden toegelaten;
* er wordt tegelijkertijd slechts één levend dier in de
kelingsruimte toegelaten; het dier dient dan onmiddellijk geslacht
te worden; meerdere kelingsruimten zijn mogelijk;
* in de kelingsruimte moeten voldoende recipiënten voor bloedopvang
voorzien zijn (de slachtplaats moet zodanig ingericht zijn dat het
bloed via afloop terechtkomt in recipiënten); (voor de berekening
van het totaal volume kan maximaal 3 liter bloed per schaap
vooropgesteld worden);
* voor het onthuiden en het verwijderen van de ingewanden worden de
dieren opgehangen; zo dit onmogelijk is, worden zij in een
slachtberrie gelegd.
* er wordt een centrale plaats voorzien waar alle dierlijk afval
wordt ingezameld. Dit risicomateriaal dient onmiddellijk gemerkt te
worden met de kleurstof ‘bleu de méthylène 0,5%’. Dit materiaal, met
inbegrip van het opgevangen bloed moet door een erkend ophaler
afgehaald worden overeenkomstig de voorschriften van de Gewestelijke
overheid.
* de inrichting moet beschikken over de nodige voorzieningen om
voldoende hoeveelheden drinkbaar water ter beschikking te stellen,
met het oog op het geregeld reinigen van de vloer en het
slachtmaterieel, evenals voor het wassen van de handen van de
offeraars;
...
|