ARCHIEF VAN DOCUMENTEN

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

HANDLEIDING: ORGANISATIE VAN HET ISLAMITISCH OFFERFEEST (2006)

Inleiding:

door de ministers Rudy Demotte (federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid) en Marino Keulen (Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering), na overleg met een aantal actoren, is zo pas deze "Handleiding" uitgevaardigd m.b.t. de praktische organisatie van het Offerfeest. De volledige tekst (pdf-bestand) kan hier gedownloaded worden. We vestigen extra aandacht op de artikels 13 & 14, betreffende de "erkenning van een tijdelijke slachtvloer". Dank zij de tussenkomst van de V.O.E.M. vzw (cf. hun brief van 25/10/05, op deze site) en een gesprek tussen het VOEM-bestuur (i.c. voorzitter Youssef Souissi, Dr.Mouloud Kalaai en Moustafa Manti, verantwoordelijke van de moskee van Houthalen) en het kabinet van minister Keulen, werd in art. 13 een verduidelijking aangebracht wat de mogelijkheid betreft dat óók "particulieren", i.c. lokale moslimgemeenschappen, een aanvraag kunnen indienen voor het inrichten van een tijdelijke slachtvloer (zie hieronder). Duidelijkheidshalve geven we hieronder de artikels 13 en 14 volledig weer. Voor de rest verwijzen we naar het volledige pdf-bestand. [Webmaster]

...

13. De erkenning van een tijdelijke slachtvloer

Eerst en vooral is het belangrijk te herinneren dat tijdelijke slachtvloeren alleen maar in het kader van het offerfeest mogelijk zijn. Voor de rest van het jaar moeten rituele slachtingen altijd in een erkend slachthuis gebeuren.

De erkende slachthuizen zijn gericht op de dagelijkse markt van vraag en aanbod. Aangezien het ritueel slachten enkel mag plaatsvinden in een erkende inrichting is het onontbeerlijk op de dag van het offerfeest genoeg plaats te voorzien voor de slachting.

Piekmomenten zijn door reguliere voorzieningen altijd moeilijk op te vangen. De eerste stap is dus tijdig de beschikbare slachtingcapaciteit te evalueren voor de dag van het offerfeest. In het geval van onvoldoende capaciteit (wat heel vaak het geval is gezien de grote aantallen slachtingen op een dag), moet op lokaal niveau de nodige maatregelen worden getroffen om de beschikbare capaciteit te evalueren. De plaatsen waar rituele slachtingen de dag van het offerfeest legaal mogen plaatsvinden zijn de volgende:

- Erkende slachthuizen voor de diersoort

- Erkende slachthuizen voor een andere diersoort (onder octrooi van een nieuwe erkenning voor de betrokken diersoort(en) of een tijdelijke erkenning in het kader van het offerfeest)

- De tijdelijke slachtingplaatsen (openbare of private inrichtingen ter beschikking gesteld van de organisatoren).


Tijdelijke slachtinrichtingen, georganiseerd bij particulieren

Tijdelijke slachtinrichting kunnen georganiseerd worden door particulieren, de moslimgemeenschap of de gemeente zelf, maar dit dient steeds te gebeuren in samenwerking met het lokale bestuur. Om hygiënische, organisatorische en andere redenen kunnen de lokale moslimgemeenschappen in overleg met de lokale overheden immers erkenningen aanvragen voor kleinere tijdelijke slachtinrichtingen georganiseerd bij particulieren. Deze locaties moeten vanzelfsprekend voldoen aan de wettelijk vooropgestelde criteria voor tijdelijke slachtinrichtingen. Het is de inrichter die bij de lokale overheid om nodige erkenning gaat en die instaat voor de organisatie van de tijdelijke slachtinrichting. Schapenfokkers (beslagadres) en handelaars (privé – adres) kunnen dus ook erkend worden als tijdelijke slachtingplaats, als ze een aanvraag doen en beantwoorden aan de voorwaarden hieronder beschreven.
 

13.1.  De slachthuizen erkend voor de betrokken diersoort

Bedoeld wordt slachthuizen erkend binnen de vleeskeuringwetgeving. Hier gebeurt steeds een veterinaire keuring.

Particuliere slachtingen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:

* Het slachthuis moet erkend zijn voor het slachten van de betrokken diersoort. In dat geval wordt het vlees gekeurd, waarbij een ruitvormig keurmerk wordt aangebracht voor de schapen en geiten alsook de runderen van minder dan 12 maanden. Wanneer het een particuliere slachting betreft, mag het vlees uitsluitend en rechtstreeks naar de woning van de particulier vervoerd worden. De niet ontbeende karkassen van runderen van meer dan 12 maanden worden getransporteerd naar een erkend atelier voor stukzagen of naar een slager bevoegd om categorie 1-materiaal te behandelen. Dit vlees mag dus op geen andere plaats worden gelost, noch op enige wijze in het commerciële circuit worden gebracht, te koop gesteld of verkocht.

* Om tegemoet te komen aan het gebrek aan slachtcapaciteit van deze slachthuizen kan de vloer voor noodslachtingen op dagen van het offerfeest gebruikt worden voor het uitvoeren van rituele particuliere slachtingen (waarbij onder slachten moet begrepen worden: keling, uitslachting en keuring), op voorwaarde dat niet gelijktijdig noodslachtingen worden uitgevoerd.


13.2.  Slachthuizen niet erkend voor de betrokken diersoort

* Indien het slachthuis niet erkend is voor het slachten van de betrokken diersoort, moet een erkenningsaanvraag ingediend worden voor het slachten van de betreffende diersoort (in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 30 december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de slachthuizen en de andere inrichtingen). In dit geval moeten de uitbaters van de betrokken slachthuizen voor de diersoorten die ze bijkomend wensen te slachten een formulier voor het indienen van een erkenningaanvraag per aangetekende brief aan het Hoofdbestuur van het FAVV keuring overmaken, alsook een nieuw plan (3 exemplaren) ter goedkeuring indienen.

* Een andere mogelijkheid is dat deze slachthuizen de tijdelijke opschorting van hun erkenning als slachthuis voor slachtdieren vragen en dat zij, onder dekking van een erkenning als “tijdelijke slachtplaats”, de toestemming krijgen om diersoorten te slachten waarvoor hun slachthuis niet erkend is. Echter de slachthuizen die over een aangepast en volledig van het slachthuis afgesloten lokaal beschikken waar de dieren via een aparte toegang vanaf de openbare weg kunnen worden aangevoerd, hoeven hun gebruikelijke slachtactiviteiten niet stop te zetten. Dit lokaal kan dan erkend worden als tijdelijk slachtplaats en de in overeenstemming met het voormelde Koninklijk Besluit van 30 december 1992 toegekende erkenning moet voor deze inrichtingen niet opgeschort worden tijdens de betrokken dagen. In deze twee gevallen moeten de uitbaters van de betrokken slachthuizen een erkenningaanvraag als tijdelijke slachtplaats indienen bij het hoofd van de keurkring waar hun slachthuis is gelegen. De bestaande erkenning van hun inrichting als slachthuis wordt naargelang de hierboven vermelde mogelijkheden inzake infrastructuur, voor de bedoelde termijn opgeschort of behouden. Deze aanvraag en het (gunstig) advies van het hoofd van keurkring moeten tenminste twee maanden voor de aanvang van offerfeest opgestuurd worden naar het Hoofdbestuur van het FAVV. Op die manier kan het volledige dossier overgemaakt worden aan de federaal bevoegde minister voor wat de opschorting van de overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 30 december 1992 toegekende erkenning en de toekenning van de tijdelijke erkenning betreft.


13.3.  Andere inrichtingen dan slachthuizen

Een tijdelijke inrichting laat de gemeenten die niet beschikken over een slachthuis of voldoende capaciteit toe om een maatregel in te lassen die overstemt met de legale voorschriften.

Deze erkenning is tijdelijk en wordt gegeven voor een specifiek periode beperkt tot het offerfeest.

De aanvragen voor erkenning moeten ten laatste twee weken voor het evenement ingediend worden bij het Hoofd van de Provinciale Controle-eenheid van FAVV van waar de te erkennen plaats van slachting zich bevindt.

De aanvragen tot erkenning van deze inrichtingen worden met het advies van het PCE Hoofd door de PCE doorgestuurd naar het Hoofdbestuur, Bestuur Controle van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (WT* III, S. Bolivarlaan 30, 24 e verdieping, 1000 Brussel - Fax : 02/208.36.12).

Een kopie van de aanvraag wordt gestuurd naar de Gouverneur van de desbetreffende provincie.

De erkenning is onderhevig aan volgende voorwaarden:

* De toegekende erkenning wordt enkel toegestaan ter gelegenheid van het offerfeest, op voorwaarde dat er binnen redelijke afstand geen of onvoldoende slachtcapaciteit in de erkende slachthuizen ter beschikking gesteld wordt; het is aan de moslimgemeenschap om de slachthuiscapaciteiten te evalueren en het gemeentebestuur hiervan in te lichten;

* De aanvrager moet een sluitende regeling uitwerken in overleg met de bevoegde Gewestelijke overheid voor de ophaling van het slachtafval en van het categorie 1- materiaal, zoals bepaald in het kader van de bestrijding van de Overdraagbare Spongiforme Encephalopathieën.

De inrichtingen die aan de hierboven gestelde voorwaarden voldoen, zullen na een positief advies van de PCE van het FAVV individueel door de bevoegde minister erkend worden. Een brief ter bevestiging van deze erkenning zal onmiddellijk per fax en per post aan de burgemeester van de betrokken gemeente overgemaakt worden.

Het is belangrijk eraan te herinneren dat de organisator verantwoordelijk is voor alle te treffen maatregelen en om alles te voorzien qua organisatie en uitvoering van de rituele slachting in die inrichtingen, met uitzondering van de verklaring van slachting.

Daartoe moeten er voldoende erkende veeartsen belast zijn met de controle van de reglementaire voorschriften tijdens de slachtingen, zonder over te gaan op keuring. De honoraria van de veeartsen zijn ten laste van de aanvrager. De gegevens van die veeartsen alsook hun akkoord moeten bij de aanvraag tot erkenning gevoegd zijn.


14. De inrichting van een tijdelijke slachtvloer

 

De tijdelijke inrichtingen moeten de mogelijkheid bieden om alle onderdelen van het slachtproces uit te voeren.
 

* de inrichting is overdekt;

* de toegang tot de inrichting moet zodanig georganiseerd zijn dat de activiteiten ordelijk kunnen verlopen. Daartoe kan bijgedragen worden door op de slachtingsaangifte een tijdstip op te leggen wanneer men zich kan aanmelden; tevens kunnen dranghekken geplaatst worden om de wachtenden te kanaliseren;

* laden, lossen en drijven dienen te gebeuren volgens de dierenwelzijnsnormen, er moet een rustplaats voorzien zijn voor de dieren die zijn aangevoerd maar nog niet onmiddellijk geslacht worden (bv. door middel van dranghekken); de aangevoerde dieren mogen niet in het vervoermiddel blijven waarmee zij aangevoerd worden;

* het uitvoeren van het volledige slachtproces en in bijzonder de keelsnede mag niet zichtbaar zijn van op de openbare weg;

* de inrichting moet voldoende groot zijn in die zin dat het rusten (indien nodig), het kelen en het onthuiden en verwijderen van de ingewanden volgens een doorstromingsprincipe op een afzonderlijke plaats gebeurt, hetgeen niet noodzakelijk een afzonderlijk lokaal impliceert;

* een doorstromingssysteem moet georganiseerd worden zodat er een vlotte doorstroming bestaat van de kelingsruimte naar de ruimte waar de onthuiding en de verwijdering van de ingewanden uitgevoerd wordt;

* de capaciteit van de ruimte voor het onthuiden en verwijderen der ingewanden - de meest tijdrovende bewerkingen - en van het daarvoor aanwezige personeel, zal bepalend zijn voor het aantal en de omvang van de kelingsruimte(n) evenals voor de mate waarin nieuwe dieren tot de kelingsruimte(n) worden toegelaten;

* er wordt tegelijkertijd slechts één levend dier in de kelingsruimte toegelaten; het dier dient dan onmiddellijk geslacht te worden; meerdere kelingsruimten zijn mogelijk;

* in de kelingsruimte moeten voldoende recipiënten voor bloedopvang voorzien zijn (de slachtplaats moet zodanig ingericht zijn dat het bloed via afloop terechtkomt in recipiënten); (voor de berekening van het totaal volume kan maximaal 3 liter bloed per schaap vooropgesteld worden);

* voor het onthuiden en het verwijderen van de ingewanden worden de dieren opgehangen; zo dit onmogelijk is, worden zij in een slachtberrie gelegd.

* er wordt een centrale plaats voorzien waar alle dierlijk afval wordt ingezameld. Dit risicomateriaal dient onmiddellijk gemerkt te worden met de kleurstof ‘bleu de méthylène 0,5%’. Dit materiaal, met inbegrip van het opgevangen bloed moet door een erkend ophaler afgehaald worden overeenkomstig de voorschriften van de Gewestelijke overheid.

* de inrichting moet beschikken over de nodige voorzieningen om voldoende hoeveelheden drinkbaar water ter beschikking te stellen, met het oog op het geregeld reinigen van de vloer en het slachtmaterieel, evenals voor het wassen van de handen van de offeraars;

...

Zie ook de webpagina van het Vlaams MinderhedenCentrum: http://www.vmc.be/main/mainc05.htm

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update:  13 februari 2007