ARCHIEF VAN DOCUMENTEN

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Verkiezing van de MoslimExecutieve en Oprichting van een Vlaamse Kamer

Parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Nahima LANJRI

Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers
Commissie voor de Justitie
van woensdag, 16 november 2005.
 

Vraag van mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de verkiezing van de Moslimexecutieve en de oprichting van een Nederlandstalige kamer" (nr. 8836)

Question de Mme Nahima Lanjri à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur l'élection de l’Exécutif musulman et la création d'une chambre néerlandophone" (n° 8836)
 

Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, onlangs, op 2 oktober, werd de Moslimexecutieve geïnstalleerd. Voordien hadden er reeds andere verkiezingen plaatsgevonden, namelijk voor de Raad.

De Veiligheid van de Staat heeft een screening doorgevoerd van alle mensen die zich kandidaat hadden gesteld voor de Moslimexecutieve zelf, voor het orgaan dat echt de contacten met en de beslissingen voor de overheid voorbereidt.

Een aantal personen is negatief uit die screening gekomen. Een aantal van de mensen die negatief uit de doorlichting van de Veiligheid van de Staat kwamen, heeft daarop ook openlijk gereageerd. Een aantal mensen zijn door de Veiligheid van de Staat negatief beoordeeld en werden zo geadviseerd aan de overheid. Die mensen kwamen dus niet in aanmerking voor een functie in de Executieve, in het belangrijkste orgaan dus. Een aantal van die mensen heeft openlijk gereageerd in de media, op televisie. Ze zeiden dat dit niet kon, dat het niet doorzichtig was. Mevrouw de minister, u kent de kritieken.

Ik wilde u dan ook een aantal vragen stellen.

Ten eerste, hebt u op voorhand duidelijk gemaakt welke criteria men zou hanteren of welke criteria van belang zijn als men zich kandidaat stelt voor zo'n functie en op basis van welke criteria men eventueel kan geweigerd worden? Ik vind het niet meer dan logisch dat men wordt geweerd als sprake is van een gevaar voor de staatsveiligheid. Hoe omschrijft men dat echter? Hoe kan men dat aantonen? Welke bewijzen zijn daarvoor nodig?

Ten tweede, als men negatief uit die screening komt, wordt dit dan ook uitgelegd aan de kandidaat in kwestie? Ik heb immers gehoord dat die kandidaten een brief kregen waarin gewoon stond dat zij niet in aanmerking kwamen, dat daarin weinig concrete uitleg stond en dat er geen feiten werden voorgelegd op basis waarvan zij niet in aanmerking kwamen.

Ten derde, kunnen mensen die niet in aanmerking komen ook in beroep gaan tegen deze beslissing? Zo ja, is dat dan ook bij een andere instantie dan degene die hen screent? Dat was ook de kritiek die men had, namelijk dat men wel in beroep kan gaan, maar dat het uiteindelijk bij dezelfde commissie is als degene die hen er niet doorliet.

Mijn laatste vraag ten slotte is ook reeds in de media aan bod gekomen. De Executieve is van plan om zich te organiseren zoals de regering of onze samenleving georganiseerd is. Alle federale thema's zullen gemeenschappelijk worden behandeld in de Executieve.

Voor materies zoals onderwijs, alle gemeenschapsmateries dus, zou men een Nederlandstalige en een Franstalige commissie moeten installeren. Dat is de intentie van de Executieve. Ik heb u vroeger hierover ook al geïnterpelleerd en u hebt gezegd dat u bereid was dat te ondersteunen als die vraag van henzelf kwam. Vermits zij te kennen hebben gegeven dat zij min of meer willen werken zoals wij in het Parlement werken, vraag ik of er een logistieke ondersteuning en een personeelsondersteuning komt.

Ik heb al gesprekken gehad met een aantal van de betrokkenen. Zij maken de terechte opmerking dat zij moeten waken over de kloof met de burger of de gewone moslim. Als men alles in Brussel centraliseert, kan men niet bij hen terecht. Daarom is het misschien aangewezen op het niveau van de regio's, en misschien zelfs op het niveau van de provincies, aanspreekpunten of permanenties te hebben, waar men met vragen terecht kan en waar het beleid van de regering kan worden uitgelegd. In een tweede fase moet naar beneden kunnen worden gestructureerd zodat die kloof niet te groot wordt.

Ik hoop dat u een positief antwoord kunt geven op mijn vragen.

Minister Laurette Onkelinx: Met het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 heeft de regering de nieuwe Executieve van de Moslims van België erkend. Die Executieve is het resultaat van een verkiezing die werd georganiseerd in de schoot van de algemene vergadering van de Moslims van België.

De kandidaten die voor die Executieve werden verkozen waren allen het voorwerp van een positief advies van de nationale veiligheidsautoriteit, in het kader van een veiligheidsverificatie. Sommige personen die zich kandidaat hebben gesteld voor een mandaat binnen de Executieve hebben inderdaad een negatief advies gekregen. Zoals iedere administratieve autoriteit die van de staat afhangt, moet de nationale veiligheidsautoriteit uiteraard alle beslissingen en adviezen die ze uitbrengt motiveren inzake informatie- en veiligheidsonderzoeken, krachtens de wet van juli ‘99 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

Ik heb gevraagd om een veiligheidsverificatie bij de nationale veiligheidsautoriteit uit te voeren ten aanzien van alle kandidaten voor een mandaat bij de Executieve van de Moslims van België. Dat is ook zo verlopen, rekening houdende met de wettelijke bepalingen die zijn vastgesteld door de nieuwe wet van 3 maart 2005 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Ik ben inderdaad van mening dat een dergelijke veiligheidsverificatie nodig was, omdat de ongeschikte uitoefening van een mandaat binnen de Executieve van de Moslims van België het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde van onze staat in het gedrang kan brengen. Die beslissing werd ter kennis gebracht van alle kandidaten van de Executieve van de Moslims van België en was het voorwerp van geen enkel bezwaar van het college, dat werd opgericht door de wet van mei 2005 houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 tot oprichting van het beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen.

Krachtens dat nieuwe juridische kader hebben de kandidaten die een negatief advies kregen de mogelijkheid gehad hoger beroep aan te tekenen bij dat collegiale orgaan, dat is samengesteld uit de voorzitter van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, de voorzitter van het Vast Comité van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, en de voorzitter van het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten, alle drie magistraten.

Bij dat college werd effectief beroep aangetekend en het college heeft gemotiveerde beslissingen genomen voor elk beroep. Ik ben thans dankbaar een gesprekspartner te hebben die over alle vereiste legitimiteit beschikt om in gemeenschappelijk overleg met de openbare instanties alle hangende dossiers verder te behandelen waarop de moslims van België wachten sinds 1974.

Zoals u weet, is de Executieve samengesteld uit 17 leden. Elk lid behoort tot een taalgroep die echter zowel de belangen vertegenwoordigt van de Nederlandstalige als van de Franstalige taalgroep. De nieuwe Executieve heeft dus veel aandacht gehad voor de communautaire spanningen die de goede werking van de vorige Executieve in het gedrang hebben gebracht.

Krachtens artikel 19bis van de wet op de temporaliën van de erediensten is het op dit ogenblik de Executieve van de Moslims van België die geniet van de toelage die de Belgische Staat jaarlijks toekent aan de islamitische eredienst. Voor de begroting van de federale staat is er dus geen sprake van werkingskosten ten laste te nemen van een Vlaamse kamer die, als ik uw vraag goed begrepen heb, zou kunnen worden opgericht binnen de Algemene Vergadering van de Moslims van België.

Ik meen dat dit soort initiatieven de goede verstandhouding zou schaden die noodzakelijk is om alle dossiers te laten evolueren, waaronder dat van de erkenning van de moskeeën en het ten laste nemen van de salarissen van de imams.

Je terminerai en disant que je reçois encore régulièrement des courriers de membres de l'assemblée, par exemple, qui ne sont pas contents de ceci ou de cela. Ma réponse est très claire, nous avons été là conformément aux voeux du législateur pour organiser des élections, pour qu'il y ait un exécutif. Cet exécutif est reconnu et, maintenant, je n'ai pas à me mêler de l'organisation interne du culte. Ce n'est pas à moi de l'orienter dans un sens ou dans un autre. Je me refuse à toute initiative nouvelle dans ce dossier.

Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, u hebt een duidelijk antwoord gegeven op het eerste aspect van mijn vraag. Er werd geen beroep aangetekend. De verantwoordelijkheid ligt bij beide kanten. Mensen die zich verongelijkt voelen, moeten maar beroep aantekenen. Naar verluidt doen zij dat niet omdat het over dezelfde personen ging die de negatieve screening gaven. Met de samenstelling die u hebt gegeven, neem ik aan dat dit niet correct was en dat het beroep door andere mensen behandeld wordt dan degene die een negatieve beslissing hebben uitgesproken. Op dit punt ben ik gerustgesteld.

Wat het tweede punt betreft, verheugt het me dat er uiteindelijk duidelijkheid is. Op vroegere vragen of een Nederlandstalige werking kon worden opgericht, hebt u steeds gezegd dit te zullen ondersteunen als ze er komt. Thans bent u zeer duidelijk inzake de financiering en deelt u mee dat terzake niets is ingeschreven in de begroting en dat het niet uw bedoeling is ondersteuning te bieden. Ik neem aan dat terzake afspraken moeten worden gemaakt met de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Zowel minister Keulen als zijn tegenhanger in de Franse Gemeenschap zullen tot een samenwerkingsakkoord moeten komen met de federale instantie om te beslissen over de werking. Stellen dat zo'n werking wel opportuun zou zijn maar geen middelen ter beschikking stellen, is geen oplossing. Er moeten wel degelijk middelen zijn - ik spreek niet van grote middelen - om dit mogelijk te maken. Indien men zaken zoals onderwijs, huisvesting en sociale materies, bevoegdheidsdomeinen van de Gemeenschappen, in aparte commissies en zelfs op niveau van de provincies wilt behartigen en vertegenwoordiging verzekeren, is ondersteuning van de Gemeenschappen nodig om kans op slagen te hebben. Daarvan ben ik overtuigd.

Mevrouw de minister, ik zal deze boodschap overbrengen aan mijn collega's van het Vlaams Parlement zodat daar de nodige beslissingen en contacten kunnen worden genomen. Er moeten, mijns inziens, duidelijke afspraken gemaakt worden tussen de federale overheid en de Vlaamse regering, voor zover dit nodig is. U zegt zelf dat het aan hen is zich intern te organiseren. Zij antwoorden dat ze niet vooruit kunnen met die bevoegdheid indien er geen middelen zijn om hieraan uitvoering te geven.

Laurette Onkelinx, ministre: Madame, si votre groupe interpelle le ministre Keulen, cela poserait un véritable problème de financement direct d'une Communauté à un groupe de l'assemblée générale. En ce qui concerne d'autres politiques, il n'y a pas de problème. Mais nous sommes une institution fédérale et non communautarisée. Dans le cas qui nous préoccupe, le subside dépend de l'Exécutif, qui s'organise. II y a deux groupes linguistiques. Vous pourrez obtenir, au sein d'une discussion interne, toute une série de moyens, comme cela se passe au parlement pour les différents groupes, etc. Il ne s'agit nullement de financement extérieur. Si c'était le cas, cela mettrait à mal la structure federale de l’institution.

Les politiques particulières de soutien dans des domaines de compétence relevant des Communautés et des Régions, indirectement en dehors du financement d'un groupe, constituent une autre problématique.

Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik denk dat wij duidelijk moeten zijn. Het is het een of het ander. U zegt dat u niet gaat financieren, maar zij hebben wel de bevoegdheid om het zelf te doen. Als u zegt dat u niet de hele groep kunt financieren, dan denk ik dat zij vrij moeten kunnen zijn om zich te organiseren om op Vlaams niveau financiering te krijgen.

Ik ben het met u eens dat dit er ook aan Franstalige kant zou moeten zijn. Er zijn echter ook zaken waarin het integratiebeleid nu al verschilt van het Vlaams beleid. Dat hebben wij onder meer al gezien op het vlak van het onderwijs en het verenigingsleven. Er zijn nu al zoveel verschillen. U kunt dus niet volhouden dat dit niet zou kunnen.

Ik denk dat er duidelijke afspraken en misschien een gesprek zou moeten komen. Ik hoop dat dit er langs Franstalige kant ook komt. Aan Nederlandstalige kant is er alleszins de vraag om dit mee te ondersteunen. Men kan dit toch niet gaan tegenhouden. Het werd trouwens reeds gedaan.

Laurette Onkelinx, ministre: Dans le cadre de la politique de non-discrimination, cela signifie-t-il que pour les autres cultes quels qu'ils soient, et pour la laïcite, la Communaute flamande donnera des moyens pour les membres neerlandophones? Cela n'a aucun sens!

Si les membres flamands, en dehors de l'assemblee générale et de l'executif, forment, entre eux, une ASBL qui, pour toute une série de choses, désire obtenir les moyens de la Communauté flamande en justifiant sa demande, c'est autre chose! Mais, dans le cas présent, cela posera un probleme d'interférence avec les compétences federales. Vous vous mêlez de l'organisation interne d'un culte, problème qui est reglé par la Constitution. En outre, vous créerez des problèmes de discrimination vis-a-vis des autres cultes. Réfléchissez-y à deux fois!

Nahima Lanjri (CD&V): Uiteraard moet er goed over nagedacht worden, maar we zouden toch ook moeten vermijden - dat was toch de opzet - dat we opnieuw verkiezingen moeten houden, weliswaar aan Nederlandstalige kant, om de Vlaamse materies te behartigen. Dat is toch niet nodig.

Ik heb u een hele tijd geleden een vraag gesteld.

U hebt mij toen gezegd dat als van hen de vraag naar ondersteuning komt, u dat zal ondersteunen.

Minister Laurette Onkelinx: Er zijn geen problemen meer. In de Executieve zit een verantwoordelijke voor de contacten met het Vlaams Gewest. Waar zijn de problemen? Er zijn geen problemen meer. Laissez-les maintenant travailler, s'il vous plaît.

Nahima Lanjri (CD&V): Natuurlijk ben ik het met u eens dat ze moeten werken en dat ze nog veel goed te maken hebben.

Een van de vroegere problemen was ook dat ze niet konden functioneren omdat heel wat zaken betrekking hadden op materies waarvoor ze niet bevoegd waren. Dan is het toch logisch dat we straks de reactie gaan krijgen van Vlaamse ministers dat daar zaken worden gezegd waarvoor ze niet bevoegd zijn. Laten we daar oplossingen voor zoeken.


De voorzitter: Ik wil even het principe van een mondelinge vraag in herinnering brengen: er wordt een vraag gesteld, er komt een antwoord, er is een repliek en dat is het. Ik vond het een zeer interessante dialoog, maar bij een vraag wordt geen dialoog gevoerd, dat gebeurt wel in het kader van een interpellatie. Dit is geen verwijt, maar de puntjes op de i.

Het incident is gesloten. L'incident est clos.

Zie: http://www.lachambre.be/doc/CCRI/pdf/51/ic745.pdf - p.7 e.v.

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update:  13 februari 2007