ARCHIEF VAN DOCUMENTEN

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

ISLAMITISCH BEGRAVEN: VOORSCHRIFTEN EN RITUELEN


Islamitisch begraven en begrafenisrituelen:
  1. De moslims moeten op eigen begraafplaatsen worden begraven.

  2. In de meerderheid van de islamitische wetscholen (uitzondering: de Hanafitische) wordt kisting verworpen; alleen in uitzonderlijke gevallen mag er een beroep worden op gedaan.

  3. Het graf wordt in de islam beschouwd als het goed van de dode, een eeuwig bezit toegewezen door de gemeenschap. De dode wordt altijd alleen begraven. (Een gemeenschappelijke grafkuil wordt enkel toegepast en aanvaard in geval van overmacht en bij uitzonderlijke gevallen).

  4. Het gebeente van de dode mag pas, zorgvuldig, overgebracht worden als het om een noodsituatie gaat en pas na een aantal jaren, nadat het stoffelijke overschot ontbonden is.

  5. In geval van overmacht is het toegestaan een lichaam op te graven, ten einde andere overledenen te begraven, nadat de beenderen werden verzameld en herbegraven. De resten van het lijk moeten worden overgebracht naar een gemeenschappelijke, islamitische grafkuil, binnen hetzelfde perceel. In geval het lijk niet zou zijn ontbonden, aan het einde van de concessie, moet er een bijkomende duur worden voorzien.

  6. Een familie kan een perceel reserveren voor begrafenis.

  7. Het graf moet georiënteerd zijn in de richting van Mekka.

  8. Het lichaam van de overledene moet in het graf op zijn rechterzijde worden geplaatst.

  9. Het graf kan een beetje verheven worden, ten einde het te kunnen herkennen als graf (maar niet versierd met bv. een grafmonument, voor bescherming en respect).

  10. Het graf moet ruim genoeg zijn en over de nodige diepte beschikken; men kan voor de uitgraving kiezen tussen 2 opties; a) de zogenaamde 'chaq' ( een eenvoudige, diepe put); b) de beste optie is de zogenaamde 'lahd', d.w.z. met een nis in het onderste gedeelte van het graf, uitgegraven in de richting van Mekka. De wanden worden verstevigd, zodat zij met stenen kunnen worden afgedekt, om aldus te voorkomen dat er aarde zou vallen op de dode. Daarop kan de aarde weer teruggeplaatst worden.

  11. Het is verboden op het graf te zitten of te stappen, uit respect voor de overledene.

  12. De begrafeniskosten worden afgetrokken van het vermogen van de overledene; anders zijn ze ten laste van de wettelijke erfgenamen of ten laste van de moslimgemeenschap.


Thema: dodenwassing en begrafenisgebed = begraven

"En iedere ziel zal de dood proeven" (Soerat Aal 'Imraan:185)

Dodenwassing:

Het lichaam moet in de islam zo snel mogelijk gewassen en begraven worden.

  • Het lichaam 3x of meer wassen, afhankelijk van hoe noodzakelijk het is.

  • Het lichaam moet een oneven aantal keren gewassen worden.

  • Bij sommige wassingen kunnen er bladeren van de lotusboom in het water worden gedaan of iets anders dat het lichaam reinigt (zeep bv.) ( steeds bij de eerste wassing).

  • Bij de laatste wassing bij voorkeur kamfer gebruiken, vermengd met water, of een andere parfum (misk).

  • De haarvlecht moet worden losgemaakt en het haar moet gewassen worden en gekamd.

  • Het haar van de vrouw wordt vervolgens in drie vlechten gevlochten en op haar rug gelegd.

  • Beginnen met de rechterzijde en bij de plaats van de woedoe (kleine rituele wassing).

  • De wassing doen met een doek (washandje) en het lichaam (de geslachtsdelen) bedekken.

  • Mannen worden door mannen gewassen en vrouwen door vrouwen, met uitzondering van de echtgenoot: hij mag zijn vrouw wassen, en omgekeerd.

  • De wassing dient te gebeuren door iemand die ermee vertrouwd is; best van al nog gebeurt ze door iemand die familie is van de overledene.

De correcte wassing verloopt als volgt:

  1. De geslachtsdelen wassen;

  2. De woedoe verrichten zoals voor het gebed;

  3. Het haar 3x of meer nat maken en goed inwrijven;

  4. Het water over het hele lichaam gieten (beginnend met de rechterzijde).


Bij het overlijden van een moslim(a) zijn er vier plichten t.o.v hem/haar:

1. De dodenwassing (ghoesl).

2. De kafan: het omwikkelen van het lijk in een (niet-genaaide) lijkwade:

a. bestaat uit 3 stukken stof voor een man;

b. uit 5 stukken stof voor een vrouw (voor een betere bedekking);

3. Het verrichten van het begrafenisgebed (Salaat al-djanaaza) = het gebed voor de dode.

4. Hem/haar islamitisch begraven.


Laytouss Brahim
VOEM Oost-Vlaanderen

Het document werd opgesteld n.a.v. de Actie- en Studiedag, "Een Begraafplaats voor Moslims", die op 3 april 2004 in Gent werd georganiseerd door V.O.E.M. vzw, Gentse Moskeeverenigingen, Provincie Oost-Vlaanderen, Vlaams MinderhedenCentrum en het C.I.E. Zie het Dossier uitgegeven door het C.I.E.

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update:  13 februari 2007