ISLAMITISCH BEGRAVEN: VOORSCHRIFTEN EN RITUELEN
|
Islamitisch begraven en begrafenisrituelen:
-
De moslims moeten op eigen begraafplaatsen worden begraven.
-
In de meerderheid van de islamitische
wetscholen (uitzondering: de Hanafitische) wordt kisting verworpen; alleen
in uitzonderlijke gevallen
mag er een beroep worden op gedaan.
-
Het graf wordt
in de islam beschouwd als het goed van de dode,
een eeuwig bezit toegewezen door de gemeenschap. De dode wordt altijd alleen begraven. (Een gemeenschappelijke grafkuil wordt enkel toegepast en aanvaard in geval van overmacht en bij uitzonderlijke gevallen).
-
Het gebeente van de dode mag pas, zorgvuldig, overgebracht worden als het om een noodsituatie
gaat en pas na een aantal jaren, nadat het stoffelijke overschot ontbonden is.
-
In geval van overmacht is het toegestaan een
lichaam op te graven, ten
einde andere overledenen te begraven, nadat de beenderen
werden verzameld en herbegraven. De resten van het lijk moeten worden overgebracht naar een gemeenschappelijke, islamitische grafkuil, binnen hetzelfde perceel. In geval het
lijk niet zou zijn ontbonden, aan het einde van de concessie, moet er een bijkomende duur worden voorzien.
-
Een familie kan een perceel reserveren voor begrafenis.
-
Het graf moet
georiënteerd zijn in de richting van Mekka.
-
Het lichaam van de overledene moet
in het graf op zijn rechterzijde worden geplaatst.
-
Het graf kan een beetje verheven worden,
ten einde het te kunnen herkennen als graf (maar niet versierd met bv.
een grafmonument, voor bescherming en respect).
-
Het graf moet ruim genoeg zijn en over de nodige diepte beschikken; men kan voor de uitgraving
kiezen tussen 2 opties; a) de zogenaamde
'chaq' ( een eenvoudige, diepe put); b) de beste
optie is de zogenaamde 'lahd',
d.w.z. met een nis in
het onderste gedeelte van
het graf, uitgegraven
in de richting van Mekka.
De wanden
worden verstevigd, zodat zij met stenen kunnen worden afgedekt,
om aldus te voorkomen dat er aarde zou vallen op de dode.
Daarop kan de aarde weer teruggeplaatst worden.
-
Het is verboden op
het graf te zitten of te stappen, uit respect voor de overledene.
-
De begrafeniskosten worden afgetrokken van
het vermogen van de overledene; anders zijn ze ten laste van de
wettelijke erfgenamen of ten laste van de moslimgemeenschap.
Thema: dodenwassing en begrafenisgebed = begraven
"En iedere ziel zal de dood proeven" (Soerat
Aal 'Imraan:185)
Dodenwassing:
Het lichaam moet in de islam zo snel mogelijk gewassen en begraven worden.
-
Het lichaam 3x of meer wassen, afhankelijk
van hoe noodzakelijk het is.
-
Het lichaam moet
een oneven aantal keren gewassen worden.
-
Bij sommige wassingen kunnen er bladeren van
de lotusboom in het water
worden gedaan of iets anders dat het lichaam reinigt (zeep bv.) ( steeds bij de eerste wassing).
-
Bij de laatste wassing bij voorkeur
kamfer gebruiken, vermengd met water, of
een andere parfum (misk).
-
De haarvlecht moet
worden losgemaakt en het haar moet gewassen worden en gekamd.
-
Het haar van de vrouw
wordt vervolgens in drie vlechten gevlochten en op
haar rug gelegd.
-
Beginnen met de rechterzijde en bij de plaats van de
woedoe (kleine rituele wassing).
-
De wassing doen met een doek (washandje) en het lichaam (de geslachtsdelen) bedekken.
-
Mannen worden door mannen gewassen en vrouwen door vrouwen,
met uitzondering van de echtgenoot:
hij mag zijn vrouw wassen, en omgekeerd.
-
De wassing
dient te gebeuren door iemand die ermee vertrouwd is;
best van al nog gebeurt ze door iemand die familie
is van de overledene.
De correcte wassing verloopt als volgt:
-
De geslachtsdelen wassen;
-
De woedoe verrichten zoals voor het gebed;
-
Het haar 3x of meer nat maken
en goed inwrijven;
-
Het water over het hele lichaam gieten (beginnend met de rechterzijde).
Bij het overlijden van een moslim(a) zijn er vier plichten t.o.v hem/haar:
1. De dodenwassing (ghoesl).
2. De kafan: het
omwikkelen van het lijk in een
(niet-genaaide)
lijkwade:
a. bestaat uit 3
stukken stof voor een man;
b. uit 5 stukken
stof voor een vrouw (voor een betere bedekking);
3. Het
verrichten van het begrafenisgebed (Salaat
al-djanaaza) = het gebed voor
de dode.
4. Hem/haar islamitisch begraven.
Laytouss Brahim
VOEM Oost-Vlaanderen
|
|
Het document werd opgesteld n.a.v. de Actie- en Studiedag, "Een
Begraafplaats voor Moslims", die op 3 april 2004 in Gent werd georganiseerd
door V.O.E.M. vzw, Gentse Moskeeverenigingen, Provincie Oost-Vlaanderen,
Vlaams MinderhedenCentrum en het C.I.E. Zie het Dossier uitgegeven door het
C.I.E. |
|