ARCHIEF VAN DOCUMENTEN

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Selectie Inspecteurs Islamonderwijs:

Brief aan de Minister van Onderwijs (15/2/05)

Aan de Minister van onderwijs en werk

Aan de VLOR

Aan de Minister van inburgering

Aan het FORUM van etnische culturele minderheden

Aan de publieke opinie: inrichtende machten, leerkrachten, ouders, leerlingen en pers

Aan de Minister-President

Aan de Commissie Onderwijs van het Vlaamse Parlement

Aan de Inspectiediensten van het Vlaamse Onderwijs

Aan de Administratie van Het Vlaamse Onderwijs

Aan de vakbonden

Aan de EMB

Aan VLIG (Vereniging van Islamleerkrachten in Vlaanderen) vzw

Aan Islam Vlaanderen vzw

Aan de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten vzw

Aan de V.O.E.M vzw

 

Betreft:      - Verzoek om een verantwoorde behandeling van islamleraars  in het Vlaamse Onderwijs

- Betwisting van de procedure voor de selectie van inspecteurs islamonderwijs

 

Geachte Heer Minister,

 

Wij verwijzen naar de Publicatie van 2005-01-07 in het Belgisch staatsblad

Wij verwijzen naar het schooldirect van 02/02/2005

Wij verwijzen naar de oproepingsbrief vanuit het EMB van 6/2/2005

Wij verwijzen naar de oproepingsbrief vanuit het EMB van 10/2/2005

 

Het is een ONMOGELIJKE opdracht om het grote aantal islamleerkrachten in Vlaanderen te begeleiden en te inspecteren door maar 2X ˝-time personeelslid.

Als het beleid met leden van de huidige “demissionaire” EMB onderhandeld heeft om deze materie snel te helpen oplossen na 12 jaar INERTIE (decreet 01/12/1993), kunnen wij dat alleen maar toejuichen.

Doch wij zijn bezorgd over de waarde die men aan ons vak toekent bij het Kabinet Onderwijs en bij de Administratie. Tenzij het de bedoeling is de personeelsformatie tot het beschamende minimum te beperken.

Dat de onderhandelaar en/of tussenpersoon zelf betrokken partij is geweest, bewijst in welke mate alle onregelmatigheden mogelijk waren om maar uit de impasse te geraken (dixit leden van EMB).

Dat de Inspecteur-Generaal zo een toestand getolereerd zou hebben (wat EMB beweert), kunnen wij niet beamen.

Dat de vakorganisaties en de betrokken leerkrachten niet ingelicht zijn over de gang van zaken, geeft een indruk van minachting en zou de tweederangsbehandeling van ons ambt bevestigen.

Dat laatste willen wij niet geloven en wij blijven hopen dat Zijne Excellentie de Minister van Onderwijs het hoogste gehalte van verantwoordelijkheid en democratische durf zal hanteren bij het behandelen van dit verzoek:

  • Criteria van de selectie waren niet duidelijk naar de kandidaten toe.

  • Wij hebben geen zicht over hoeveel kandidaten er waren en waar hun dossier bewaard wordt.

  • Het executieve lid dat de dossiers in ontvangst nam en onderzocht heeft naar ontvankelijkheid was ZELF kandidaat (!!!) en werd natuurlijk geselecteerd als inspecteur-adviseur voor het hoger onderwijs.

  • Gedurende de periode van indiening van de kandidaturen heeft het betrokken lid naar heel wat kandidaten getelefoneerd met persoonlijke vragen, vragen om afspraken en ARRANGEMENTEN en de vraag naar TEAMVORMING na de selectie. Hij is ook geselecteerd.

  • De eerste uitnodigingsbrief bevat geen inlichtingen over de procedure van de beoordeling.

  • De kandidaten hadden geen weet van de verwachtingen van de commissie gezien de geheimzinnige houding van het EMB bij de samenstelling van zijn commissie.

  • De kandidaten werden uitgenodigd op zondag 6/2/2005 en achteraf werden zij telefonisch (sommigen waren met vakantie) gewaarschuwd i.v.m. een uitstel en dat een brief onderweg was. Het verantwoordelijke executieve lid heeft sommige kandidaten telefonisch gewaarschuwd en anderen niet.

  • De kandidaten kregen pas een tweede uitnodigingsbrief op dinsdag 8/2/2005 waarin stond dat het gesprek zou doorgaan op donderdag 10/2/2005. En het verantwoordelijke executieve lid gaf de kandidaten op dat moment een opdracht. Ze moesten in een of twee dagen een tekst opstellen over hun visie betreffende het dossier islamonderwijs en islamleerkrachten in Vlaanderen.

Wij eisen dat een uitgebreid onderzoek geleid wordt om het democratische gehalte van het Vlaamse Onderwijs niet te kelderen.  Het is trouwens onze taak als leerkrachten om deze waarden en normen aan onze leerlingen over te brengen…

Hoe kunnen wij geloofwaardig zijn bij onze leerlingen als wijzelf SLACHTOFFERS van wanpraktijken zijn?

Groot was de verrassing van de kandidaten toen zij vaststelden dat:

o       sommige leden van de commissie nog geen kopie hadden gezien van de motiveringsbrieven of cv’s van de kandidaten die weerhouden zijn en van hun vooropgestelde project;

o       de zeven leden van de desbetreffende commissie  vreemd zijn aan het Vlaamse Onderwijs of geen betrokkenheid met Vlaanderen hebben;

o       sommige leden Nederlands onkundig bleken te zijn;

o       anderen nog leerkrachten in dienst zijn, wat de onverenigbaar is met hun functie en met het lidmaatschap van de commissie;

o       een aantal vragen zaken betroffen die weinig met het onderwijs te maken hebben;

o       kandidaten die toch hun best hadden gedaan om een degelijke voorbereiding van hun project voor het ambt te maken, het niet mochten voorstellen ondanks het feit dat zij hun eigen didactische materiaal hadden meegebracht.  Het gaf de indruk dat de zaak al op voorhand geregeld was;

o       ondanks het feit dat, zoals in de oproepingsbrief vermeld werd, het diploma HSO voldoende was (decreet), die collega’s vergeleken werden met diegenen die een hoger diploma voorlegden. Zo zijn de eersten uitgeschakeld (ook voor hun kandidatuur voor het lagere onderwijs).

Zo’n ernstige smet op het democratische karakter van het Vlaamse Onderwijs, dat het decreet al heeft vastgelegd in 1993, stelt ons teleur. En het roept bij vele collega’s een gevoel van verlatenheid op. Bovendien zijn het praktijken die tot het verleden zouden moeten behoren en die Vlaanderen niet sieren.

Daarom, Mijnheer de Minister, richten wij onze hoop op Uw integriteit en democratische overtuiging om te reageren en om het nodige te doen om de eer van het Vlaamse Onderwijs te redden.

Rechtvaardig ageren komt alleen in het voordeel van het Vlaamse Onderwijs. En het siert ons allen om deze nobele taak uit te blijven dragen.

Met vredevolle en vriendelijke groeten verblijven wij.

 

Persmoment: woensdag 16/02 om 17u30, BRUSSELSE VOEM; LAEKENSTRAAT 68, 1000 BRUSSEL

 

CONTACTPERSOON:     Shattour A.M. (VOEM)

email: brusselsvoem@yahoo.com

 

CONTACTPERSOON:     Gassmi M. (VLIG)

email: vligvlig@hotmail.com

• ARCHIEF-INDEX • CIE-INDEX •

Webmaster Update:  13 februari 2007