Persbericht 28 juni 2004
De
Ministerraad, op voorstel van Mevrouw L. ONKELINX, Minister van Justitie,
heeft op vrijdag 25 juni het koninklijk besluit goedgekeurd betreffende
de oprichting van een commissie die belast zal worden met de organisatie
van de integrale vernieuwing van de Algemene Raad van de Moslims van
België (A.R.M.B.)
De A.R.M.B. –
soeverein orgaan dat mandaat geeft aan de Executieve van de Moslims van
België (E.M.B.) en democratisch verkozen is, in december 1998, door meer
dan 45.000 moslimburgers op basis van duidelijke akkoorden – stelt de
positie genomen door de Ministerraad hevig aan de kaak.
Inderdaad, het lijkt evident – op basis van juridische adviezen – dat
deze maatregelen het grondwettelijk principe overtreden dat de scheiding
van Kerk en Staat garandeert. Bovendien legt deze oplossing - op
discriminatorische wijze - een manier van werken en van vernieuwen op
aan de islamitische eredienst. Een gevaarlijke afwijking van onze
Rechtsstaat waaraan we allemaal gehecht zijn.
De
A.R.M.B. alsook de E.M.B. betreuren eveneens dat de Minister van
Justitie, op unilaterale wijze, voor een integrale vernieuwing heeft
gekozen, zonder rekening te houden met de uitvoerige rapporten die
werden ingediend door het instituut; waarin duidelijk de akkoorden van
1998 en de maatregelen van het huishoudelijk reglement aangeraden worden
die een gedeeltelijke vernieuwing (zijnde één derde) van de Constituante
na 5 werkingsjaren voorzien.
Daarenboven is de A.R.M.B. van mening dat de weg gekozen door de
openbare overheid de meest gevaarlijke is, vooral omdat het instituut,
in een context van spanningen, juist stabiliteit nodig heeft om de
recente vooruitgang binnen de cruciale dossiers, zoals de erkenning van
de eredienstplaatsen en de imams, te concretiseren.
Door de
inname van haar positie, begunstigt de Minister van Justitie de
interferentie, of eerder de inmenging van een reeks van groepen of
individuen, en laat hiermee de positie van een unieke officiële
gesprekspartner bij de overheid, nl. de Executieve van de Moslims van
België, links liggen.
Een
realiteit die de wens van de overheid toentertijd doorbreekt, die hoopte
dat dankzij de verkiezingen van 1998, ze eindelijk over één
gesprekspartner zou beschikken voor het beheer van de islamitische
eredienst van België, en die een einde zou maken aan de buitenlandse
inmenging en toelevering.
De
A.R.M.B. neemt acte van deze beslissing die ze ook ten stelligste aan de
kaak stelt en bestudeert welke positie ze moet aannemen in functie van
de belangen van de moslims van dit land. Daarenboven zal de EMB haar
publieke dienstmissie voorzetten als officiële vertegenwoordiger en dit
tot de verkiezingen van de nieuwe leden.
Tenslotte, interpelleert de A.R.M.B alle politieke mandatarissen alsook
de hele burgermaatschappij ten opzichte van deze nieuwe onaanvaardbare
inmenging in de zaken en de interne organisatie van de islamitische
eredienst; inmenging die een fatale slag zou kunnen zijn voor de
vertegenwoordiging van de islamitische eredienst in België.
Om
in detail de situatie te kunnen schetsen worden de audiovisuele en de
geschreven pers uitgenodigd om een persconferentie bij te wonen die zal
plaatsvinden op donderdag 1 juli om 15u op de zetel van het instituut.
Algemene Raad van de
Moslims van België