Woord Vooraf
De hoofdstukken die in deze bundel verzameld en aangeboden worden als
webpagina's, stammen uit verschillende syllabi die ik de voorbije dertien
jaar heb gebruikt voor mijn colleges, startend met "Het Klassieke
Arabische Denken: Deel 1: Inleiding" (RUG 1993). De erop
volgende, "Het Klassieke Arabische Denken, Deel 2: Overzicht, 2.1: 'Muctazila
en Vrijdenkers'",
wou de aanzet zijn van een omvattende herwerking en uitdieping van de
klassieke periode, tot en met Ibn Rushd. Helaas, is dat opzet door
allerlei omstandigheden niet gerealiseerd. Ondertussen had ik, als gevolg
van de curriculumbeperkingen, tal van onderdelen van deel 1 ofwel terzijde
geschoven, ofwel verzelfstandigd, ter wille van een ander vak. Nu ik niet
langer gebonden ben aan de beperkingen van het universitaire curriculum en
bevrijd ben van de "tredmolen" van het universitair onderwijs, geeft het
internet mij de gelegenheid om, "in eigen beheer", al het reeds bestaande
materiaal te herevalueren en herpresenteren. Mijn "op-rust-stelling" zal
me wellicht ook de gelegenheid geven om enkele meer recente publicaties te
verwerken en de ontbrekende hoofdstukken alsnog uit te schrijven. Ik moge
de bezoeker/lezer weliswaar waarschuwen dat de hic et nunc aangeboden
teksten geen "definitief" karakter hebben maar kunnen bijgewerkt worden.
Behalve aanpassingen aan de nieuwe (?) spelling, heeft vooral de
transfert van oorspronkelijke WP-bestanden naar htm-format mij even parten
gespeeld. In WordPerfect had ik de mogelijkheid om de nuances van het
Arabische schrift zo precies mogelijk weer te geven, met name wat de zgn.
emfatische medeklinkers betreft (̣hâ',
̣sâd, ̣dâd, ̣tâ' en ̣zâ'), bij middel van het combineren
van medeklinkers met dots onder de regel. Voor wie dat wenste, konden
Arabische termen en eigennamen aldus zonder al te veel problemen
teruggebracht worden naar hun Arabische schriftvorm. Met de conversie
echter naar htm verdwenen die tekencombinaties gewoon uit de tekst (bv. "al-Nạẓzâm",
met dots onder de z's, verscheen in htm als: "al-Naâm"). Nog maar eens
werd ik met dit technische probleem op de goede weg geholpen door
CIE-medewerkster, Mevr. Linda Bogaert. Bij middel van Unicode (en opslag
in UTF-8) heb ik de dots opnieuw kunnen invoeren, zij het niet altijd op
perfecte wijze (vandaar mijn omkadering ervan met een
bold code); en met betere resultaten in de MSIE-browser dan in
(mijn favoriete browser) Firefox. Ten einde verder mogelijke verwarring te
vermijden bij de letters die gewoonlijk met twéé medeklinkers worden
weergegeven (waaronder bijna altijd een h) -
thâ, khâ, dhâl,
shîn, ghayn -, heb ik ervoor
geopteerd (weliswaar niet absoluut consequent!) de enkelvoudige klinker
telkens te onderlijnen, dus: tâ,
hâ, dâl
en
sîn; voor de
غ of "ghayn",
hanteer ik de beschikbare ġ ; voor
de "djîm" (ج),
anderzijds, verkoos ik de internationaal gangbare, simpele medeklinker "j"
- wat voor Nederlandstaligen weliswaar enigszins misleidend is.
Ter wille van de eenvoud, tenslotte, heb ik deze transcripties beperkt tot
de Arabische termen: gelet
op de gangbare praktijk, ook in filosofische lexica, lijkt het mij
handiger de eigennamen in ons gewoon alfabet weergegeven, dus bv.:
al-Nazzâm, Abû 'l-Hudhayl, Muhammad, enz.
Voor de rest, heb ik de transcriptie van het Arabische schrift naar het
Latijnse alfabet zo veel mogelijk aangepast aan de gangbare internationale
(Engelstalige) praktijk: de 'ayn wordt weergegeven door een in
superscript geplaatste c, dus:
cayn; en de aan het Nederlands aangepaste klinkers "o" en "oe"
zijn vervangen door "u" en "û" (weliswaar met uitzondering van de algemeen
gangbare term "moslim"). [voor de volledige lijst van tekens en
codes, zie hieronder].
Deze syllabus, hoeft het gezegd, heeft geen wetenschappelijke pretenties:
d.w.z. hij berust niet op eigen lectuur van de oorspronkelijke, Arabische
teksten, maar op de hedendaagse secundaire literatuur en beschikbare
vertalingen. Wel heb ik gepoogd om wat dieper in te gaan op de standpunten
van deze filosofen en theologen, met behulp van de meer recente studies.
Mijn hoop is dat ik, door het algemeen toegankelijk maken van deze (soms
wel erg filosofisch-technische) doctrines, ertoe kan bijdragen het
verregaande simplisme bij te sturen dat in westerse geesten doorgaans
heerst inzake alles wat te maken heeft of had met islam en
moslimcivilisatie. Ook déze religie en cultuur, inderdaad, heeft mensen de
intellectuele middelen én impulsen verschaft om gesofistikeerde en
genuanceerde, theoretische constructies te ontwikkelen aangaande zowel de
menselijke als de natuurlijke werkelijkheid. Dat zij daartoe ook een
beroep hebben gedaan op het rijke, filosofische en wetenschappelijke
instrumentarium dat eerder gecreëerd was door de antieke filosofen en
wetenschappers, kan ons vanuit historisch opzicht alleen maar sterken in
onze motivatie om ook deze "Arabische" denkers een eervolle plaats te
geven in ons filosofisch patrimonium. Dat zij, in de middeleeuwse periode,
een bijzonder belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van
het Europese denken, in nauwe samenhang met de algeméne uitstraling van de
moslimcivilisatie, is algemeen geweten. Wij moeten dat echter ook
doortrekken naar vandaag, nu we op zoek zijn naar een zinvolle en
vreedzame 'Europese identiteit', en wij de nazaten van die rijke tradities
onder ons hebben, als onze medeburgers.
Ik draag deze bundel graag op aan mijn boezemvrienden Abdelkhalak Chrayah,
Abdulmunem Shattour en Youssef Souissi, alle drie sedert jaar en dag
strijdbaar in Vlaanderen als bestuursverantwoordelijken van de Vereniging
voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM) vzw: As-salâm
calaykum, asdiqâ'î !
Graz, 5 april 2007.
|