|
MOSKEE EN
GODSDIENSTBELEVING.
LEVEN ALS
MOSLIM IN EEN LEKENSTAAT
Door Meryem KANMAZ (CIE)
(© Kanmaz, 2002)
(Draft Versie)
|
|
1.
MOSLIMS IN BELGIË
De
moslimgemeenschap
in België bestaat voornamelijk uit de groep gastarbeiders die vanaf de jaren
'60
uit de Middellandse Zee-regio gerekruteerd werd om te werken in de
metaalindustrie en de mijnbouw.
Deze immigratie concentreerde zich daarom voornamelijk in Wallonië en de
Limburgse mijnstreek. In tegenstelling tot Frankrijk of Groot-Britannië had
België immers geen contact met moslims via haar kolonies, maar is het in het
kader van de overeenkomsten tussen de Belgische overheid en voornamelijk de
Marokkaanse en Turkse overheden, dat de islamitische gastarbeiders zich
vanaf de jaren 60 begonnen te vestigen in België.
Buiten deze 'geregelde' en georganiseerde migratie ontstond een tweede golf
van migratie uit de Maghreb en Turkije, een minder gestructureerde, eerder
vrije migratie. Ze was mede het gevolg van de migratiestop die werd
ingevoerd in 1974 als antwoord op de economische crisis. Die stop leidde
niet tot een terugloop van de immigratie. De gezinshereniging en het gebruik
van toeristenvisa vormden nieuwe immigratiewegen. Het zijn deze tweede-golf
migranten die zich voornamelijk in Vlaanderen, en in de overige steden
vestigden.
Het juiste
aantal moslims is uiteraard moeilijker na te gaan gezien niet op religie
geregistreerd wordt en ook het vroegere criterium van nationaliteit niet
meer toereikend is wegens het stijgende aantal naturalisaties. Tijdens de
voorbereidingen van de verkiezingen voor de samenstelling van de
Moslimexecutieve in 1998 werd het totaal aantal moslims op 350.000 geschat,
inclusief bekeerlingen. Uit cijfers van begin jaren '90
bleek dat de meerderheid afkomstig is uit de Maghreb, (nl. 164.900
Marokkanen, 8.300 Tunesiërs en 12.400 Algerijnen) en een kleine 100.000 uit
Turkije. Volgens de meest recente schattingen maken ze 3.6% uit van de
Belgische bevolking.
Hierbij moet
ook rekening gehouden worden met de verdeling over het grondgebied van
België. Zowat de helft van de moslims woont op het grondgebied van het
Brussels gewest. De rest verdeeld over Wallonië en Vlaanderen. Verder zien
we dat de
Maghrebijnse gemeenschap zich eerder in Franstalig België (Brussel
en Wallonië) gevestigd heeft terwijl de meerderheid van de Turken in
Vlaanderen (Limburg en Gent) woont.
Zichtbaar worden van migranten als moslims
De perceptie
van migranten als moslims is
enerzijds
het gevolg van een interne dynamiek
binnen de migrantengemeenschap: na de gezinshereniging
bestond zij
niet
langer
enkel uit volwassen mannen die vanuit economisch perspectief
gezien werden, nl. als gastarbeiders.
Anderzijds gingen ze
ook zichzelf en hun plaats in
de Belgische samenleving als
dusdanig
zien.
Het
was pas na de
gezinshereniging, vanaf het ogenblik dat ze ook op andere
vlakken van het dagelijks leven een plaats dienden te verwerven in de
Belgische samenleving, dat hun aanwezigheid zichtbaarder werd. In plaats van
de pensions
waren het
nu wijken waar deze gezinnen zich vestigden
en de
kinderen gingen naar plaatselijke schooltjes;
men
ontwikkelde een netwerk van
eigen diensten gaande van winkels tot reisbureau's tot moskeeën met
koranschooltjes. De bezorgdheid voor de transmissie van een eigen
waardepatroon maakte dat een netwerk uitgebouwd werd. Tegelijkertijd hiermee
stapten ze meer en meer af van de terugkeergedachte. Die uitbouw van
infrastructuur kwam tegemoet aan verschillende noden gaande van socio-religieuze opvoeding en identiteitsontwikkeling tot sociale hulp.
Het meest expliciete
"teken"
ervan
vormt de gebedsplaats of
de moskee.
Die interne
ontwikkelingen hadden echter onopgemerkt kunnen voorbijgaan of blijven
bestaan
mocht
die evolutie
niet zijn samengevallen
met de
periode van economische crisis als gevolg van de maatregelen van de
OPEC-landen,
in
de 2de helft van de jaren
'70. De moslimgemeenschap
in België, net door haar slechte positie op de arbeidsmarkt,
de onderwijspositie, huisvesting, etc. bevond zich op de laagste sport van
de sociale ladder.
Het is immers ook in deze crisisperiode dat de moslims, Turken en
Marokkanen, na de opgave van de terugkeergedachte, door de Belgische
bevolking gezien werden als concurrenten op de arbeidsmarkt. In
tegenstelling tot eerdere migratiegolven kon de groep Marokkaanse en Turkse
arbeiders slechts één decennium de vruchten plukken van de hoogconjunctuur.
Tijdens hun effectieve vestiging was het klimaat er één van crisis en één
waarbinnen de basis voor hun legitimiteit, nl. hun positie op de
arbeidsmarkt, in het gedrang kwam. De moslimgemeenschap in België werd
zichtbaar in dat vijandige klimaat.
Door hun
kwetsbare positie konden ze gemakkelijker gestigmatiseerd worden als een
afzonderlijke groep. Die stigmatisering is een geleidelijk proces dat ook
in de gebezigde terminologie zichtbaar wordt waarbij de oorspronkelijke term
'gastarbeider', later 'migrant', geen verwijzing inhield naar de
religieuze aspecten, terwijl hij ondertussen geëvolueerd is tot de term
'moslim'.
Islam wordt
opgenomen in het minderhedenbeleid
Dit negatief
beeld over moslims kwam mede tot stand door allerlei gebeurtenissen op het
internationaal politieke toneel, gaande van de Iraanse Revolutie, tot
luchtaanvallen op Libië, Algerije, e.a. gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Tot dusver reikte dat niet door tot België. Echter, via in eerste
instantie Franstalige, Brusselse kringen, beïnvloed door het debat in
Frankrijk (laïcité, Algerije) begon het discours omtrent de politieke islam
ook vorm te krijgen in België, in het bijzonder in Brussel. De dreiging van
het fundamentalisme werd als in België aanwezig ervaren. Zo waren er enkele
Brusselse burgemeesters die weigerden voortaan islamitisch onderricht te
verschaffen in het publiek onderwijs. De eerste duidelijk schok die ze
ervaarden was de betoging in Brussel door de Arabische gemeenschap naar
aanleiding van de Amerikaanse luchtaanvallen op Libië. Die gebeurtenis
kreeg bijzonder veel aandacht in de Franstalige pers en voor het eerst werd
dit gepercipieerd en benoemd in termen van godsdienst. Het ging niet meer om
een groep Maghrebijnen, Arabieren of migranten, maar om moslims.
Een ander incident dat het debat over islam in België
bepaalde is de hoofddoek-affaire. Op 29 october 1989 betoogden 20 leerlingen
van het Edmond Machtens Instituut te Molenbeek voor de toelating tot het
dragen van de hoofddoek op school. Hierop onstond er een breed debat zowel
in de pers als in politieke middens waarbij verschillende argumenten werden
aangehaald zoals als zou het tegen integratie zijn, of dat het tegen
integratie was, of dat een publieke school neutraal diende te zijn en daarom
geen religieuze symbolen kon toelaten, dat het seksistisch was, enzovoort.
Hoewel die ontwikkelingen
zich vooral rond Brussel concentreerden waren er ondertussen ook incidenten
op Vlaamse scholen. Tegelijkertijd diende de politieke
klasse zich, na de eerste verkiezingssucces van het Vlaams Blok in Antwerpen
in 1988 (het werd met 18% van de stemmen de 3de partij), te
beraden over een nieuwe strategie. Eigenlijk gaat het niet om een nieuwe
want er was geen beleid over de thema's waarmee het Vlaams Blok stemmen
gehaald heeft, nl. migranten en in het bijzonder moslims. Het Koninklijk
Commissariaat voor Migranten (KCM) werd opgericht en Paula D'Hondt (CVP-politica) werd de Commissaris. Voor het eerst werd er een coherent 'integratie' beleid,
een beleid naar de minderheden, uitgedacht. Het is hier, in het 1ste
rapport van het KCM, dat de islam, de moslims, en dus het religieuze aspect
van de migranten expliciet opduikt. “Het KCM heeft kort na zijn
oprichting de representativiteit van de Islam en al de hiermee verbonden
concrete problemen als een van zijn belangrijke agendapunten verklaart. En
dit hoewel het KCM over geen enkele specifieke bevoegdheid beschikt met
betrekking tot de strikt religieuze aangelegenheden. Maar omdat de factor
‘Islam’ in de integratiediscussie vaak op de achtergrond aanwezig was”.
Hoewel erkend wordt dat de islam strikt genomen niet onder het
minderhedenbeleid valt en het dus ook niet daar behandeld dient te worden
krijgt de islam hier een (problematische) plaats. Er wordt uitgegaan van het
feit dat er problemen zijn met migranten en gezien ondertussen de perceptie
van de migrant als moslim voltooid is, werd hiermee de islam als godsdienst
ook geproblematiseerd. Uit de uitgebreide, maar vage, definiëring van het
integratieconcept, waarbij mede de nadruk gelegd wordt op de positie van de
vrouw en het respecteren van de rechtsbeginselen van de democratie, is het
duidelijk dat dit integratiemodel en -concept een welbepaalde groep van
migranten viseert, nl. de moslims.
Het feit dat
de islam kon 'opduiken' in het minderhedendebat heeft ook te maken met de
invulling van het integratieconcept.
In de 1ste nota gaat hier veel aandacht naar (cfr.
Integratie-invulling op drie nivo's).
Het KCM is een federale constructie waarbij een vertegenwoordiging diende te
zijn van Vlaanderen en Wallonië. Dus ook in de totstandkoming van de teksten
en het discours komt dit tot uiting. Nu wat zijn de verschillende tradities
in de beide landsgedeelten ? In Wallonië, werd vanuit het historische
overwicht van de Parti Socialiste meer nadruk gelegd op de integratie van
achtergestelden, uitgedrukt in de terminologie, 'des jeunes dévaforisés,
quartiers défavorisés'. Over de cultuur, laat staan religie van deze
groepen, werd nauwelijks gesproken. In Vlaanderen, vanuit de dominante
positie van de christen-democraten, CVP, had men meer oog voor deze
culturele, religieuze eigenheid en identiteit. Vanuit de Vlaamse
ontvoogdingsstrijd is er sowieso nog steeds een gevoeligheid omtrent
identiteit, vooral gefocust op de eigen taal.
Dus in het verlengde hiervan kwam ook de culturele en religieuze identiteit
van de migranten in de focus te staan. Nu is het niet zo dat in Franstalig
België de islam geen issue vormde. Zoals eerder vermeld waren het vooral de
Franstaligen die inpikten op het (Franse) discours van
laïcité en de
zogenaamde incompatibiliteit van islam en democratie en de gelijkstelling
met fundamentalisme. Zij extrapoleerden deze gedachten naar de Belgische
migrantencontext waardoor ook daar de islam opdook maar vanuit een andere
invalshoek.
Erkenning en institutionalisering in België
Op 13
december 1998 werden de verkiezingen gehouden voor de samenstelling van een
Hoofd van Eredienst voor de islamitische godsdienst, na het katholicisme, de
tweede grootste godsdienst van het land. De media stelden deze verkiezing
voor als een wereldprimeur,
als een uniek fenomeen. Sommigen spraken van deze verkiezingen als
een "voorloper"
of in termen van de "Islam
als
enige democratische godsdienst in Vlaanderen"
In mei 1999 werd de Executieve
voor Moslims van België
bij publicatie
in het Belgisch Staatsblad in werking gesteld. Hier ging echter een
lijdensweg aan vooraf die gestart is in 1974, het jaar dat de islam
officieel erkend werd als Belgische eredienst. Voor buitenstaanders lijkt
deze juridische erkenning een feitelijke verworvenheid en als de
gelijkberechtiging van de islam. Die formele erkenning bleef echter geruime
tijd dode letter gezien de basisvoorwaarde voor de implementatie van deze
juridische regeling, de verkiezing van een hoofd van eredienst dat
representatief diende te zijn, pas meer dan 25 jaar later vervuld werd.
Daarom kunnen
we stellen dat zowel in de 1ste fase als in de latere stappen die
ondernomen zijn in de formele erkenning van de islam in België, het steeds
de Belgische regering is geweest die de initiatieven nam. De erkenning en
institutionalisering van de islam in België wordt immers gekenmerkt door
enerzijds een overhaaste erkenning in het kader van het internationaal
politiek klimaat en anderzijds door de problematisering ervan in het kader
van het minderhedenbeleid, en niet in het kader van de regelgeving omtrent
erediensten an sich, nl. de regelgeving in de Grondwetsartikelen 19, 20 en
21 die de vrijheid van eredienst en vrije meningsuiting alsook de relatie
tussen staat en kerk regelen en de wet van 1870 betreffende het beheer van
het temporele van de eredienst. |
|
2.
DE LOKALE GELOOFSGEMEENSCHAPPEN EN
ORGANISATIEVORMING - DE MOSKEE - GENT
2.1.
Migratiegeschiedenis
De grootste
groep allochtonen in Gent bestaat uit Turken en Maghrebijnen. In 1998
maakten Turken (46.60%) en Maghrebijnen (12.92%) bijna 60% uit van de totale
groep Gentse vreemdelingen.
De Marokkaanse en Turkse gemeenschap woont voornamelijk in
de 19de eeuwse gordel en nauwelijks in het Gentse stadscentrum.
Volgens de
gegevens van de Stedelijke Integratie Dienst bedraagt het totaal aantal
Turken 11.226, waarvan 7.852 de Turkse en 3.374 de Belgische nationaliteit
hebben. De Turken maken bijna de helft uit van de vreemdelingenpopulatie van
de stad Gent (46.60%).
De Turkse gemeenschap van Gent is in grote lijnen
afkomstig uit drie streken in Turkije.
De grootste groep komt van Emirdağ (Centraal Anatolië),
een ander deel van de Zwarte Zee-kust en Posof en nog een ander deel bestaat
uit Göçmenler (Tito'lar), d.i.
Joegoslavische vluchtelingen (na WOI), die
voornamelijk van de grotere steden, in het bijzonder Istanbul afkomstig
zijn. Die verschillende groepen wonen ook geconcentreerd in Gent. Zo
bijvoorbeeld wordt de buurt van de Sleepstraat vooral bewoond door mensen
van Emirdağ. De Turkse bewoners van Sint-Amandsberg
dan weer
zijn voornamelijk van Kars en Posof, en de Turken van Istanbul wonen vooral op de
Brugse Poort. In Ledeberg woont ook een groep van Emirdağ maar van een ander
dorp, nl. Piribeyli.
Net als de
Turkse migratie, is ook de Marokkaanse immigratie naar België sterk
regionaal geconcentreerd. De emigratiegebieden liggen voornamelijk in het
noorden van het land. In tegenstelling tot de Turkse migratie zijn de
herkomstplaatsen meestal geen dorpen of kleine plaatsen uitgezonderd het
oosten van de Rif, maar grote steden zoals Tanger, Rabat, Casablanca en
Tetouan. Wat betreft de oostelijke Rif, meer bepaald de regio van Nador en
Oujda, is er wel een migratie van kleinere plaatsen en het platteland in de
buurt van deze steden. Zo is er een zeer geconcentreerde migratie van het
stadje Berkane in de buurt van Oujda, waardoor het als tegenhanger van het
Turks Centraal-Anatolisch dorpje Emirdağ wordt gezien. In de spreiding van
de Marokkaanse bevolking over Vlaanderen en Brussel komt opnieuw het
onderscheid tot uiting tussen de meer rurale en Berbers
sprekende bevolking
uit de oostelijke Rif en de meer stedelijke bevolking uit het noordwesten
die meer bij de Arabische bevolking uit de rest van Marokko aanleunt . De
eerste groep met vooral migranten uit Nador woont grotendeels in Antwerpen,
de tweede met vooral Tanger en Tetouan als vertrekplaats vinden we
voornamelijk in Brussel terug. Samengevat, de 1ste migratiegolf
is voornamelijk stedelijk en heeft zich vooral in Franstalig België
gevestigd en de tweede, rurale, noordelijke en hoofdzakelijk bestaande uit
Berbers, is vooral in Vlaanderen terecht gekomen. (Manço:2001:23). Recent is
er
ook een interne migratie van de voormalige kern- en industriesteden in
België naar de rand (cfr. van de Limburgse mijnstreken naar Oost-en West
Vlaanderen).
2.2. De
moskee en de lokale islam
Hoewel de
islam zich in België ondertussen op verschillende niveaus begint de
organiseren, zowel op het lokale, regionale als nationaal niveau, zijn de
plaatselijke actoren nl. de moskeen en gebedsplaatsen, van bij het begin de
belangrijkste geweest. Ook in de literatuur worden die lokale initiatieven
als zijnde de eerste aangehaald. Het is op buurtniveau dat al gauw na
hun
aankomst de moslimmigranten ruimtes inrichtten die dienst deden als
gebedsplaats. Veel moet men zich daar niet bij voorstellen, het gaat meestal
om een kleine ruimte, in een fabrieks- of winkelpand zonder verdere
voorzieningen. Bij Turkse moskeeën ziet men meestal dat hier ook een
ontmoetingsruimte bijhoort, een theehuis. Die gebedsruimtes, moskeeën, waren
voor de niet-moslim ook niet identificeerbaar als dusdanig, er waren immers
nauwelijks uiterlijke tekens zichtbaar die wezen op de aanwezigheid van een
gebedsplaats. De zo typische minaret of andere islamitische architectonische
kenmerken zijn in westerse moskeeën nauwelijks aanwezig. Uitgezonderd
sommige grote moskeeën die zijn ontstaan als gevolg van samenwerking tussen
staten, zoals de grote moskee in Brussel of Parijs. Ook vandaag zijn
moskeeën met minaret of andere duidelijk zichtbare uiterlijke kenmerken, op
één hand te tellen.
De ruimtes
werden (meestal) gehuurd en betaald via lidgelden van de gelovigen. Dat
geldt zowel voor de Marokkaanse moskeeën als voor de Turkse, die nochtans
meestal met Diyanet, de Turkse overheidsislam, gelieerd zijn. Later, in de
jaren
'80, is men gestart met de aankoop van gebouwen die net als
tevoren
betaald werden via giften, donaties,
lidgelden. Een algemeen gebruik bij
de bouw of aankoop van een gebouw is dat men op vrijdag de ronde doet van
andere moskeeën in België maar
ook in buurlanden, waarbij men steun vraagt
voor de financiering van de moskee. Ondanks
dat ook gesproken wordt over financiering vanuit andere bronnen gaat men
ervan uit dat het grootste gedeelte vanuit de eigen lokale gemeenschap komt.
Dat zal vermoedelijk veranderen met de implementatie van de regelgeving na
de verkiezing van de Moslimexecutieve waarbij een 'erkende' moskee in
aanmerking kan komen voor werkingsmiddelen.
De moskeeën
voorzien in een behoefte van de moslims die verder reikt dan louter op grond
van hun religieuze verplichtingen zou worden verondersteld. De moskee doet
immers meer en meer dienst als multi-functionele ontmoetingsruimte. Er is
een aanzienlijk uitbreiding van de taken van de moskeeën en gebedsruimten.
Begonnen als bescheiden plaatsen van samenkomst voor gebed, zijn veel
moskeeën in de steden ondertussen uitgegroeid tot centra waar moslims een
scala van activiteiten wordt aangeboden. De moslims hier gebruiken de moskee
voor zaken waarvoor ze in de islamitische landen in feite zelden wordt
gebruikt. De moskee is een ontmoetingsplaats en er vinden maatschappelijke,
culturele en educatieve activiteiten plaats. Terwijl de moskee in de
islamitische landen een kenmerk van de religieuze traditie en
maatschappelijke geschiedenis is, is zij in het westen juist een typisch
stedelijk verschijnsel, en kan zij in dat opzicht worden beschouwd als
uiting van moderniteit. Zo heeft voor de allochtonen van de eerste generatie
de moskee hier deels de functie van dorpsplein uit de landen van herkomst
overgenomen. (Cörüz:1996:16-17)
Functies
Uit onze
gegevens verkregen via veldwerk in Gent
kunnen we stellen dat Gentse moslims om verschillende uiteenlopende redenen
een moskee bezoeken. Net als uit de literatuur blijkt, neemt de moskee in de
diaspora verschillende functies op
die we kunnen onderverdelen in de religieuze, educatieve,
sociale en recreatieve functie.
Vooreerst de
religieuze functie: men gaat naar de moskee voor het uitvoeren van de
dagelijkse gebeden, in het bijzonder het vrijdaggebed met aansluitend de
preek,
maar ook
voor
de feestgebeden op religieuze feestdagen zoals
tijdens en na de vastenmaand Ramadan en tijdens het Offerfeest. Het is
omwille van deze nood dat in de beginjaren van de migratie de moskeeën
opgericht werden. Later, na de gezinshereniging en het ouder worden van de
kinderen kwam hier een belangrijke reden bij, nl. de religieuze opvoeding
van de kinderen. Deze bestaat voornamelijk uit koran- en Arabische lessen.
Buiten de strict religieuze opvoeding vormen deze lessen ook een
socialisatie in de eigen cultuur en normen en waarden. Deze koran- en
Arabische lessen worden meestal gegeven na de schooluren en in het
weekeinde. Zowat elk Turks of Marokkaanse kind volgt deze lessen gedurende
zijn/haar lagere schoolperiode. Slechts enkelen zetten dit later verder,
mede doordat hiervoor geen voorzieningen en educatieve krachten beschikbaar
zijn.
Buiten deze
primaire functies die het wezen van de moskee vormen, merken we een
uitbreiding naar andere levenssferen. De opvoeding van de kinderen wordt
verder aangevuld met computer- en taallessen. Deze worden ook gegeven voor
vrouwen. Conferenties en lezingen over religieuze maar ook breed
maatschappelijke thema's worden meer en meer georganiseerd. Nieuw in het
'westen' is de maatschappelijk functie die de moskee meer en meer
opneemt. In tegenstelling tot de landen van herkomst waar verschillende
mogelijkheden tot uitwisseling en sociaal contact bestonden is dat hier
beperkt tot
het café of de moskee. Gezien de negatieve connotatie met cafés
voornamelijk in Marokkaanse kringen, wordt deze sociale rol van de moskee
meer en meer benadrukt. Het is de plaats om de laatste nieuwtjes uit te
wisselen, te informeren naar elkaars gezondheid, kortweg om elkaar te
ontmoeten. Vriendschapsbanden worden onderhouden en solidariteitsnetwerken
worden uitgebouwd. Hieruit vloeit een basisopvangnetwerk waarbij men elkaar,
ook financieel, ondersteunt. Een elementaire mantelzorg als het ware.
Buiten deze informele steun is er de laatste jaren ook
meer vraag naar klassieke hulpverlening waarbij steeds meer beroep gedaan
wordt op mensen binnen de moskee. Dit kan gaan van problemen met vertalingen
en administratieve formaliteiten tot het in orde brengen van
regularisatiedossiers. Ook met individuele, persoonlijke en familiale
problemen komt men naar de moskee. In het verlengde van deze sociale rol
van de moskee stelt het zich meer en meer open naar minder strict religieuze
aangelegenheden zoals de viering van de rites de passages zoals geboorte- en
huwelijksfeesten en rouwplechtigheden. Ook voor jongeren wordt het aanbod
uitgebreid met onder andere sport- en andere vrijetijdsactiviteiten zoals
uitstappen of culturele bijeenkomsten. In tegenstelling tot de moskee als
mannelijk bastion, is het meer en meer een familie(aan)gelegenheid geworden.
Last but not
least speelt het bestaan van zulk een moskee of islamitisch centrum, zoals
het de laatste jaren meer en meer genoemd wordt omwille van de uitbreiding
van het aanbod, een belangrijke rol in de gemeenschapsvorming,
zelforganisatie en identiteitsvorming van moslims in Vlaanderen.
Een echte
typologie maken van de Gentse moskeeën is alsnog niet mogelijk, voornamelijk
omdat ze volop in beweging zijn. Als stand van zaken kunnen we stellen
dat ze voorlopig nog voornamelijk in handen zijn van de
eerste
generatie mannen; dat ze homogeen etnisch-linguistisch georganiseerd zijn
(ondanks de steeds groeiende bereidheid om die breuklijnen te
overstijgen) en dat het aanbod zich voornamelijk richt tot de gebeden en het koran- en Arabisch onderricht. Tegelijkertijd stellen we ook vast dat
er
de
laatste tijd meer en meer afzonderlijke ruimtes komen voor vrouwen; dat de
infrastructuur wordt aangepast opdat er, letterlijk en figuurlijk, meer
ruimte komt voor jongeren en dat het aanbod diversifieert waarbij vooral
het sociale aspect een belangrijke rol inneemt.
Evolutie en
aantallen
Het aantal
moskeeën is gestegen van een 100-tal half jaren '80 en 209 in 1990.
Ondertussen gaat men uit van meer dan 383 moskeeën.
Zo'n twee derde van de moskeeën worden bezocht door
Maghrebijnen en één derde is in handen van Turkse moslims. De Turkse
moskeeën worden vervolgens ingedeeld in voornamelijk Diyanet-gelieerde
moskeeën (een kleine 2/3) en deze verbonden met Milli Görüs (1/3). 195
moskeeën bevinden zich in Vlaanderen, 109 in Wallonië en 79 in Brussel.
Opmerkelijk
is de vestiging van moskeeën in grote steden zoals Brussel, Antwerpen, Gent
en andere verstedelijkte gebieden hetgeen overeenkomt met het
migratievestigingspatroon. De vestiging van moskeeën speelt zich af tegen de
achtergrond van de ontkerkelijking. Wat dat betreft bestaat er, net als in
Nederland, een sociaal-geografisch spiegelbeeld tussen christendom en islam
in België. Het christendom vindt in het huidige Vlaanderen zijn relatief
grootste aanhang op het platteland - daar is sprake van een qua omvang
redelijk stabiele gemeenschap, terwijl de ontkerkelijking het sterkst in de
steden speelt. In het geval van de islam is er sprake van een omgekeerde
tendens. Het merendeel van de moskeeën in België bevindt zich in de grote
steden in verstedelijkte regio's
( Cörüz:1996:15).
2.3.
Religieuze organisatievorming in Gent
Op dit
ogenblik zijn er een tiental moskeeën en gebedsplaatsen in Gent :
|
Turkse |
1 |
Kazemattenstraat |
|
|
|
2 |
Rietstraat |
|
|
|
3 |
Ledeberg |
|
|
|
4 |
Doornzelestraat |
|
|
|
5 |
Nieuwland |
|
|
|
6 |
F.Ferrerlaan |
|
|
|
|
|
|
|
Arabofone |
7 |
Beukelaarstraat |
|
|
|
8 |
Warandestraat |
|
|
|
9 |
Victor
Frisstraat |
|
|
|
|
|
|
|
Andere |
10 |
Isabellakaai |
|
|
|
11 |
Pakistaanse moskee |
|
Turkse
religieuze organisatievorming
De 6 Turkse
moskeeën kunnen ingedeeld worden in 3 van Diyanet, de Turkse
overheidsislam, waaronder de grootste en de oudste de moskee in de
Kazemattenstraat (Eyüp Sultan Camii - Islamitische Vereniging). Deze
wordt de 'grote moskee' genoemd (Büyük Cami). Later heeft dezelfde groep ook
een moskee opgericht in de Rietstraat (Selim Camii) en in Ledeberg (Yavuz
Sultan Selim Camii). Deze twee laatste zijn veel kleinere
wijkmoskeeën. De moskee in Ledeberg is er vermoedelijk gekomen omdat deze
buurt te afgelegen is en er geen moskee was. Daarom is
ze ook niet
gedurende alle gebedstijden toegankelijk. Van de Selim Camii in de
Rietstraat wordt beweerd dat
ze een reactie was op de opening van de
moskee van Milli Görüs (Tevhid Cami) in de Victor Frisstraat. De Rietstraat
ligt immers in het verlengde van de Victor Frisstraat.
TEVHID Cami
is de tweede grote moskee en ook wel de Milli-Görüs-moskee genoemd. Vroeger
was deze gelegen in de Victor Frisstraat - later (ca 1997) verhuisd naar de
Fransisco Ferrerlaan, in het noorden van de stad (Wondelgem), naar een veel
groter gebouw. In het vorige gebouw is een Marokkaanse moskee gekomen. Milli
Görüs vormt de oppositie ten opzichte van de Turkse overheidsislam. Hun
nieuwe gebouw, dat ondertussen verbouwd is, beschikt over een uitgebreide
infrastructuur, waarbij op de 1ste verdieping over de ganse
breedte een gebedsplaats is en onderaan bevinden zich congresruimten. Op dit
ogenblik zijn er ook twee ontspanningsruimten: één voor de ouderen (waar
niet gerookt wordt) en één voor de jongeren, waar wel gerookt kan worden en
waar enkele caféspelen staan.
IH-VAK
(Islam Hizmet Vakfi - Islamitische Service Fonds) op Nieuwland (buurt
van de Sleepstraat) is een relatief nieuwe gebedsplaats. Er is een ruimte
voorzien om te bidden maar het gebeurt ook dat men op vrijdag of andere
belangrijke dagen gaat bidden in de grote moskee. Er worden tal van
activiteiten aangeboden gaande van koran- en
Arabische lessen voor vrouwen
tot sport (karate) en taallessen voor jongeren. Hoewel het bestuur in Turkse
handen is, wordt het
gebouw ook bezocht door andere nationaliteiten. Zo komen er in
verhouding meer bekeerde Belgische moslims naar de 'Nieuwland-moskee'.
Vroeger vond de Pakistaanse gemeenschap hier ook onderdak. Er komen ook
Arabisch
sprekenden. Deze moskee wordt ook wel benoemd als de soefi-moskee,
door Turken wordt ze benoemd met de term tekke of dergah
(derwisjklooster) , door weer anderen naar de plaats, nl. Nieuwland,
door weer anderen 'zikiriyeciler', naar het ritueel dat ze uitvoeren
met een gebedskraal. Ze bestaat sinds 1994-1995.
De laatste
Turkse 'moskee' bevindt zich in de Doornzelestraat, ook in de buurt van de
Sleepstraat, Aksemsettin Talebe Yurdu. Het is eigenlijk geen
moskee. Meestal wordt het benoemd als yurt, internaat (voor jongens)
als erover gesproken wordt. Volgens sommige bronnen is deze 'moskee'
gelinkt met Fethullah Gülen,
en maakt
ze deel uit van de Nurcu
broederschap en meer bepaald de tak van Fethullah Gülen.
Hierbuiten is
er nog een broederschap actief op de Muide - de Nakshibendi,
in het
Kultuurhuis. Ook hier gaat het om een tekke eerder dan
een moskee in de klassieke zin.
Ze is opgericht en in handen van tweede
generatie jonge Turkse mannen. Ze komen er samen om te bidden en vooral de
geschriften van hun leider te bestuderen. Er is een gebedsplaats maar er
wordt ook gebruik gemaakt van de faciliteiten van de 'Grote Moskee'.
Het moment
dat een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de Turkse religieuze
organisatievorming is de 2de helft van de jaren tachtig. Diyanet
stuurde reeds imams naar de moskeeën in het buitenland. In Gent waren op
die manier verschillende imams werkzaam. Na een periode van 5 jaar dienden
ze terug te keren naar Turkije.
Verschillenden onder hen
verkozen
om
uiteenlopende redenen hier te blijven.
Ondermeer omdat er nood was
aan religieuze leiders en islamleerkrachten werd dit mogelijk gemaakt door
de stad Gent die
aan
enkelen van hen een contract
aanbood om als islamleerkracht
te beginnen in het stedelijk onderwijs. Het zijn voornamelijk deze personen
geweest die de motor vormden achter het ontstaan van andere en nieuwe
moskeeën. De reden waarom ze deze nieuwe initiatieven namen is vanuit
een ongenoegen met het bestaand beleid dat voornamelijk vanuit Turkije
gedicteerd werd. Ze vonden hun gading niet in de grote moskee.
In
combinatie met dissidenten die na de staatsgreep van 1980 verbannen waren
uit Turkije (vooral uit Milli Selamet Partisi-kringen, voorganger van Refah),
leverde
dat
de kaders die
zich
ook in Europa verzetten tegen de Turkse officiële
(religieuze) politiek.
Marokkaanse
(religieuze) organisatievorming in Gent
De
Marokkaanse (Maghrebijnse) gemeenschap in Gent vormt, in verhouding tot de
Turkse gemeenschap een relatief kleine groep. De Maghrebijnse gemeenschap
maakt zo'n 12% uit van de migranten in Gent, terwijl de Turken bijna de
helft vertegenwoordigen.
De grootste
groep onder de Noord-Afrikaanse moslims vormen de Marokkanen. Volgens de
cijfers van de Stedelijke Integratie Dienst bestaat ze uit 2.278 Marokkanen,
861 Tunesiërs en 603 Algerijnen.
Zij hebben zich voornamelijk gevestigd in de wijken Brugse
Poort en later ook aan Dampoort. Later ook meer en meer in de woonwijk
Nieuw Gent. Vermoedelijk woont de grootse en langst aanwezige groep op de
Brugse Poort en Rabot.
Gezien deze
groep kleiner is, ziet men dat de voorzieningen die in het verleden genomen
zijn vanuit de stedelijke overheden, zich voornamelijk richtten op de Turkse
gemeenschap. Nochtans is de Marokkaanse immigratie naar Gent even oud als
de Turkse. Ook in het straatbeeld en in het discours is deze gemeenschap
minder aanwezig. Er zijn geen specifieke Marokkaanse restaurants of winkels
die opvallen.
Wat betreft
de religieuze organisatievorming, in het bijzonder de moskeeën, bestaan er
vandaag drie moskeeën. De grote moskee, die van de Brugse Poort (Al-Fath)
is de oudste. Het
gebouw
bevindt zich momenteel in de Beukelaarstraat maar kende
daarvoor verschillende andere locaties in de buurt. Momenteel bestaat het
uit twee rijhuizen die
verenigd zijn. Dit is, indien we zouden spreken
in termen van 'wijkmoskeeën', de moskee van de Brugse Poort. Zowat elke
Gentse Marokkaan heeft deze moskee bezocht. Ook andere Afrikaanse moslims
(Somalië, Mauretanië) komen naar deze moskee. Het is een 'traditionele'
moskee in de zin dat
ze
een vrij klassiek aanbod heeft. Recent zijn er ook
hier veranderingen merkbaar, zoals een afzonderlijke ruimte voor vrouwen,
maar ook meer aandacht voor de pedagogische aanpak van de koran- en
Arabische lessen. De Al-Fath moskee is vermoedelijk ook één van de eerste
Marokkaanse moskeeën in België.
Daarnaast is
er een moskee aan het Dampoortstation, meer bepaald in de Warandestraat (Masjid
Okba Ibn Nafi). Volgens de indeling van de stad Gent is dat
de Machariuswijk. In de volksmond wordt het de Dampoort-moskee genoemd. In
(officiële) documenten van de stedelijke overheden wordt het ook wel eens
vermeld als de Noord-Afrikaanse moskee. Het is niet echt duidelijk waarom.
Vermoedelijk heeft het iets te maken met het feit dat er lang een
Egyptische imam was waardoor het ook andere, niet Marokkaanse groepen
aantrok. Soms krijgt men via de gesprekken ook de indruk dat
ze voor een stuk ontstaan is uit de tegenstelling Arabisch versus
Berbers en vooral Berbers zou verenigd hebben. Nu is dit echter niet
meer het geval. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt immers dat de keuze
voor deze of gene moskee vooral voortkomt uit praktische overwegingen.
Buiten deze
twee moskeeën is er in december 1999 een nieuwe moskee opgericht in de
Victor Frischstraat, ook in de wijk Rabot maar aan de overkant van het water
(Bargiekaai), (El-Markaz et-Tarbawi). Vroeger stond
hier een Turkse moskee, Tevhid moskee, die overgekocht is door een groep
mannen die van de Beukelaarstraat komen. Aan de oprichting van deze moskee
is een conflict tussen twee groepen voorafgegaan. Welke de
determinerende factoren zijn in dit conflict is niet duidelijk. Het gaat ook om een cluster van redenen waarom deze splitsing er gekomen is. Vast
staat dat de nieuwe leiding, voornamelijk in handen van jongere mannen, de
moskee wil opentrekken naar jongeren en een breder activiteitenaanbod wil
bieden. |
|
3. KUNNEN
WE SPREKEN VAN EEN EUROPESE ISLAM? TENDENZEN
Sinds de
jaren tachtig wordt er in literatuur over moslimgemeenschappen in Europa
meer en meer gesproken over het ontstaan van een 'Europese' islam. Hiermee
word een islam bedoeld dat gericht is naar de Europese samenleving; een
Belgische, Vlaamse, Britse islam. De vaststelling is dat de moslimmigranten
de islamitische thuislanden steeds minder als referentiekader nemen.
Centraal in
het ontstaan van deze 'diaspora-islam' is de houding van de verschillende
Europese nationale overheden die de ruimte die islam kan krijgen,
bepalen vanuit de bestaande nationale tradities. Cfr. het verschil tussen de
Frans republikeinse invulling van laïcité tegenover het Britse (religious)
community-model,
of de officiële erkenning van de islam als eredienst in België. Dit juridisch-politiek
macro-niveau bepaalt in laatste instantie de wijze van de
religieuze organisatievorming.
Buiten de plaats die religie toegewezen krijgt in de nationale traditie
speelt ten aanzien van moslims ook de discussie over de plaats die
minderheden, 'de andere', toegewezen krijgt, een belangrijke rol. Hoewel we
hier niet verder op in zullen gaan is het onlosmakelijk verbonden met de
plaats die moslims toegewezen krijgen in de respectievelijke landen.
Voor België
is het duidelijk dat de manier waarop de Belgische overheden tussengekomen
zijn in de organisatie van de islam in België mede het uiteindelijk uitzicht
ervan bepaalt. De manier waarop het Hoofd van Eredienst tot stand gekomen
is, is een Belgische constructie. Zonder het verhaal te doen van het
moeizame erkenningsproces, kan wel gesteld worden dat de verkiezingen zoals
die gehouden zijn op 13 december 1998, voorgeschreven waren door de
Belgische overheid. Ook op het lokale en het provinciale niveau zien we de
invloed van de overheidstussenkomst. Hoewel de erkenning van islam in België
op nationaal vlak geregeld is via de wet van 1974 werd toen reeds gesteld
dat de organisatie ervan op provinciaal niveau geregeld worden. Concreet
houdt dit in dat in tegenstelling tot de regelgeving voor de overige
wettelijk erkende godsdiensten,
de
islamitische beheerscomités provinciaal dienden georganiseerd te zijn.
Momenteel
merkt men daarom ook dat de geloofsgemeenschappen die dus niet op dit niveau
georganiseerd waren dit beginnen te doen. Er worden, althans wat de
Arabisch
talige moslimgemeenschap betreft, Unies van moskeeên opgericht per
provincie. Voor Vlaanderen gaat het om Limburg, Antwerpen en Oost-
en
West-Vlaanderen.
De meeste recent opgerichte is die laatste
(O- & W-Vla). Hoewel de Unies zelf verklaren
dat ze dat doen omwille van de efficiëntie en professionalisering van hun
structuren zien we dat het ook een voorbereiding vormt om hun toekomstige
taak als 'comité' op te kunnen nemen.. 0pmerkelijk is ook dat deze indeling
volledig overeenkomt met de indeling die gemaakt is voor de verdeling van
het aantal zetels bij de verkiezing van de ME in 1998, nl. per provincie en
Brussel administratief arrondissement als één geheel.
Deze organisatie- of
koepelvorming zal ook een invloed hebben op de inhoud van de islam. Zo
spreekt men nu reeds over preken die centraal vastgelegd zullen worden en
vervolgens gepreekt worden in de diverse moskeeën die lid zijn van de
federatie.
Buiten deze,
wat we contextuele factoren noemen, is er uiteraard ook een interne dynamiek
binnen de gemeenschappen zelf die het uitzicht van zulk een 'diaspora-islam'
bepaalt. We moeten er direct op wijzen dat deze interne ontwikkelingen ook
niet volledig zelfstandig gebeuren of op zichzelf (be)staan. Immers wat ook
de interne dynamiek is van een bepaalde moskeegemeenschap, blijft dat ze het
moeten vormgeven in een concrete tijd en ruimte, vandaag in West Europa,
meer bepaald in België, in Gent.
INTERNE
DYNAMIEK VAN DE (LOKALE) MOSLIMGEMEENSCHAPPEN
Het
contextueel kader dat hier
voor geschetst werd, beïnvloedt uiteraard ook de
moslimgemeenschappen zelf. Over de relatie tussen die twee factoren, dus de
interne dynamiek binnen de moslimgemeenschappen en de invloed van de
externe, contextuele factor, hebben sommige auteurs zich de vraag gesteld
welk nu de doorslaggevende factor is geweest in de ontwikkeling van een
moslimidentiteit en van moslimgemeenschappen en in het verlengde hier van
het ontstaan van islamitische organisaties. Is het de beeldvorming, de
perceptie van de autochtone samenleving, het feit dat migranten nog steeds
als tweederangsburgers bekeken worden (zelfs als ze genaturaliseerd zijn),
of is het de interne dynamiek, inherent aan de islam of de moslims, dat dit
bewerkstelligd heeft.
Hoewel het duidelijk is dat moslims zelf ook meer en meer belang zijn gaan
hechten aan hun religieuze identiteit is het een proces waarbij de twee
aspecten in een dialectische relatie tot elkaar staan, het gaat om een
constante wederzijdse beïnvloeding. Bovendien is het niet mogelijk oorzakelijke verbanden te leggen tussen fenomeen x of y en de zogenaamd
renaissance van de islam. Het gaat om een cluster van redenen, zowel lokaal,
nationaal als internationaal, die islam, zowel voor de publieke opinie als
voor de moslims zelf, meer
"in
the picture" heeft gebracht.
In het
verdergaande gaan we slechts op enkele tendensen in die kunnen wijzen op een
mogelijk gewijzigde plaats die islam krijgt binnen de lokale gemeenschappen.
Dit zijn slechts enkele punten die aangehaald worden, niet omdat ze
belangrijker zijn dan andere, maar voornamelijk omdat ze gedurende het
veldwerk in Gent steeds regelmatig aangehaald werden door de geïnterviewden.
De jongeren
In alle
moskeeën komt er meer aandacht voor de jongeren. Men stelt immers vast dat
men deze groep niet meer bereikt. Alle moskeeën nemen in meerdere of mindere
mate iniatieven naar de jongeren toe. In de grote Turkse moskeeën van
Diyanet en Millî
Görüş van Gent zagen we dat al. Binnen de Marokkaanse
gemeenschap is het een recenter fenomeen. Gezien de manier waarop het binnen
deze gemeenschap gebeurde zeer illustratief is wil ik hier langer bij
stilstaan.
Gent is één
van de Vlaamse steden met de kleinste Marokkaanse gemeenschap. Dat heeft ook
een impact op de contacten, netwerken en de sociale controle binnen zulk een
gemeenschap. Vergeleken met andere Vlaamse steden, Brussel of Antwerpen of
zelfs Mechelen dat kleiner is, is er daarom een minder grote dynamiek en
minder mogelijkheden dan in andere steden. De gemeenschap is traditioneler.
Dat is alvast wat de jongeren me verzekeren.
Tegelijkertijd dienen we te vermelden dat het net in Gent is dat er een
andere moskee is opgericht door jongeren. Uiteraard heeft dat ook te maken
met aanwezig leiderschap en met contextuele factoren waarbij de
stedelijke overheid wel of niet positief staat ten opzichte van zulk een
organisatievorming.
Ook in Gent
blijkt, zoals gesuggereerd in de literatuur, vullen jongeren
islam op een
andere manier in, nl.
delinking from homeland identity en tegelijkertijd
een 'delinking' van de islam van hun ouders. Terwijl de islam van hun ouders
een verderzetting vormde van de islam in Marokko, trachten deze jongeren hem
te herformuleren in de Gentse context. Hun ouders hebben de islam geleerd en
zijn gesocialiseerd in de islam in Marokko. Dat verschilde uiteraard
afhankelijk van verschillende factoren gaande van regio en streek van
herkomst, stad versus platteland, sociaal-economische status en
onderwijsniveau van de familie in kwestie, etc. Twee kenmerken waren echter
gemeenschappelijk voor de ouders. Ten eerste hebben quasi alle vaders
onderricht in de koran gekregen in de koranschool of zelfs via het regulier
onderwijs. Het tweede gemeenschappelijk element vormt de indirecte
socialisering. De ouders die later naar Europa migreerden hadden hun kennis
niet enkele via de familiekring of de koranschool opgedaan maar via de
gehele samenleving; de media en de verschillende instellingen en
instituties herproduceerden het geloof. Het blijkt trouwens dat net deze
indirecte socialisering moeilijk herproduceerbaar is in de diaspora. (Yalçin-Heckmann:1995:90)
De Gentse jongeren hebben hun islamitische opvoeding gekregen via de
familiale kring en via de buurtmoskee. Daar gingen ze quasi allen naartoe,
startende vanaf hun 7de tot de leeftijd van ongeveer 14, 15 jaar.
Indien ze niet op school waren, namen ze ook deel aan het gebed. Maar het
grootste deel van hun tijd in de moskee ging naar de koran- en Arabische
lessen, zowat elke weekdag na schooluren.
Deze jongeren
zijn dus eigenlijk aanwezig in de moskee, althans 'totdat ze gel beginnen
te gebruiken', zoals één van de vaders het uitdrukt. De jongeren zelf
echter, voelen zich er niet welkom. De jongeren halen deze afstandelijke
houding zelf ook aan en verwoorden het in termen van "er is geen openheid".
Hierdoor voelen deze jongeren zich niet thuis in de moskeeën in hun huidige
vorm. De moskee die zij nodig hebben dient te voldoen aan hun noden, eigen
aan hun specifieke situatie. Een daarvan is taal. De jongeren die zich
wilden houden aan de praxis bleven achter in de moskee, maar beperkte zich
tot de deelname aan het gebed. Als groep werd geen rekening gehouden met
hen. Voorstellen tot verandering stuitten meestal op onwil of onkunde van
het bestuur. Het is op deze manier dat een groep van jongvolwassenen, die
gans hun leven in de 'grote moskee geweest waren, trachtten te onderhandelen
met de oudere mannen om meer ruimte, letterlijk en figuurlijk, voor de
jongeren te krijgen. Hun argumenten kunnen we als volgt samenvatten: 1) meer
rekening houden met de jongeren; 2) meer openheid; 3) professionalisering
van de manier van werken en van de structuren van de moskee; 4) een groter
e,n gevarieerder activiteitenaanbod en 5) vertaling van de preek. Gezien ze
hiervoor geen steun kregen bij het bestuur en de tegenstellingen
culmineerden in ruzies en discussies die vervolgens bemiddeld werden via een
afgevaardigde van de Marokkaanse ambassade in Brussel, hebben deze jongeren,
in october 1999, een eigen moskee opgericht. Hun visie zit samengevat in de
naam El-Markaz
et-Tarbawi,
Het Educatief Centrum.
Dit voorbeeld
is slechts één van de manieren waarop een openheid (naar jongeren) kan
gecreëerd worden. Niet overal gebeurd het op deze bruuske manier, waarop er
een splitsing komt. Er zijn moskeeën waar het geleidelijker gebeurd
bijvoorbeeld door de komst van jongeren in de bestuursorganen van de moskee.
Het is ook mogelijk dat de oudere bestuurders onder invloed van de jongeren
en vrouwen deze ontwikkelingen zelf introduceren.
Religie als
identiteitsvormend aspect - onze godsdienst is onze
nationaliteit
Onze these is dat
voormalige identity markers (taal, nationaliteit) ontoereikend blijken te
zijn waardoor andere gezocht worden, nl. het moslim-zijn. Dit grijpt plaats
in de context van een Belgisch (maar ook Europees) politiek klimaat waarbij
de oorspronkelijke migranten meer en meer als moslims benoemd en getoond
worden en niet meer zozeer als Marokkanen of Turken. Tegelijkertijd krijgen
ze geen ruimte om ten volle Belg te zijn, en om als het ware een andere
mogelijke identity marker te hanteren.
Alle
onderzoekers zijn het er over eens dat er een tendens zichtbaar is waarbij
de klassieke islambeleving en in het verlengde
daarvan, de
organisatievorming verandert waarbij er een evolutie is naar een 'delinking'
van de islam van de thuislanden. Zo ziet men dat, hoewel de realiteit nog
verschillend is, alvast een wijdverspreid discours verkondigd wordt waarbij
men een islam
tracht te ontwikkelen, die meer voldoet aan de noden
van het leven in een Europees, niet- islamitisch land. Let op, indien we
moslims vragen of er sprake is van een
Belgische of
Europese islam,
antwoorden ze vrij resoluut dat er maar één islam is en dat alle moslims
elkaars broeders zijn. Wij doen daarom ook geen uitspraken over het concept
van de ummah, de wereldgemeenschap van gelovigen. We constateren enkel dat
de manier waarop het beleefd wordt en gestalte krijgt verschilt. Niet enkel
van de beleving in de thuislanden maar ook van die in de beginjaren van de
immigratie.
Professionalisering van de organisatiestructuren
Op het
concrete lokale niveau van organisatie, de moskee, merkt men ook een
incorporatie van veranderende ideeën. De moskee dient voortaan te voldoen
aan andere, nieuwe noden. Ook hier opnieuw past de moskee zich aan aan een
veranderde vraag zowel van de eigen gemeenschap (zoals de vraag van de
jongeren), als van de andere 'partners' zoals de verschillende
beleidsniveaus, de publieke opinie, concrete buren van de moskee etc.
Terwijl de moskee vooral een zelforganisatie was die zich expliciet richtte
tot de eigen gemeenschap, evolueert
ze langzaam aan naar een openstelling
naar de omgeving. Dat gaat ondermeer gepaard met de aanduiding van
woordvoerders die de lokale
taal beheersen. Dat brengt ook een verandering
van leiderschap mee. Terwijl het vroeger de oudere mannen, de oprichters van
de moskee waren, dienen nu jongeren aangesproken te worden die hier
opgegroeid zijn en deze publieke rol van de moskee kunnen opnemen. Op een
ander maar daarom niet minder belangrijk niveau merken we de invloed van de
moslimverkiezingen van december
1998 waarbij de moskeeën zich dienden te conformeren aan tal
van criteria om in aanmerking te komen voor erkenning die op haar beurt
mogelijk zou kunnen leiden tot financiële ondersteuning. Hiervoor dienen de
verschillende moskeeën in orde te zijn wat betreft hun juridisch statuut,
dienen ze een minimum aantal gelovigen te vertegenwoordigen (250) enz.
Buiten deze externe factoren waarnaar de moskeeën zich gingen richten, was
er ook de interne oppositie van jongeren die wensten dat het bestuur en de
organisatie duidelijker en doorzichtiger verliep en niet meer in handen zou
zijn van de informele gezagsfiguren binnen de gemeenschappen. Dat liet hen
immers geen ruimte om te interveniëren. Als gevolg van die verschillende
interne en externe ontwikkelingen merkt men dat moskeeën evolueren tot heuse
organisaties met deelwerkingen voor jongeren en vrouwen, met een verkozen
bestuur dat vooral de wereldlijke materies en de organisatie op zich neemt
en daarnaast de imam die de interne religieuze praktijk regelt.
Openstelling
van de moskee
De moskee als
islamitisch trefpunt en -centrum
Uit recente onderzoeken
elders in Europa blijkt dat de moskeeën een wezenlijke en onmisbare schakel
vormen in het sociale netwerk van islamitische migranten, en dat indien ze
de nodige materiële en infrastructurele ondersteuning krijgen, een gunstig
effect kunnen hebben op de socialisatie en intergratie van moslims in een
westerse geseculariseerde samenleving. Binnen de immigratiecontext gaan
Europese moskeeën immers, in onderscheid met moskeeën in de moslimlanden,
hoe langer hoe meer dienst doen als multi-functionele ontmoetingsruimtes.
Ze zijn m.a.w. uitgegroeid tot centra die een scala aanbieden van, behalve
strikt religieuze, o.m. ook culturele en sociale activiteiten. We kunnen
die bevindingen voorzichtig bijtreden gezien de moskeeën in tegenstelling tot
de moskeeën in de herkomstlanden meer functies opnemen dat enkel de
religieuze. Dat in contrast met bijvoorbeeld de vroegere Marokkaanse moskee
waar je bij wijze van spreken direct in de gebedsruimte binnenkwam en er
voor de rest geen afzonderlijke ruimtes waren. Zoals uit de korte overzicht
van de moskeeën ook blijkt differentiëren ook de Genste moskeeën hun
activiteitenaanbod naar andere dan religieuze activiteiten.
De vrouwen
Buiten de belangrijke rol
die de jongeren spelen binnen de ontwikkelingen van de lokale
moskeegemeenschappen zien we ook de opvallende tendens waarbij ook de
participatie van de vrouwen zichtbaar verhoogt. Hoewel volgens de
geschriften en tradities de vrouwen het gebed niet gezamenlijk dienen te
verrichten, merken we toch een grotere participatie. In het bijzonder
tijdens de maand Ramadan en tijdens religieuze feestdagen. Anderzijds zien
we een verhoogde aandacht van vrouwen voor koran- en Arabische lessen maar
ook voor bijeenkomsten voor koran- en hadithstudie.
BESLUIT
Hoewel de klassieke
kenmerken grotendeels blijven opgaan, waarbij ondermeer de moskeeën vooral
georganiseerd zijn op etnische, linguïstische of nationale gronden zien we
toch ook het overschrijden van die klassieke migratiebreuklijnen. Ook de
leiding van de moskeeën is niet meer volledig in handen van de 1ste
generatie, maar we zien dat een nieuwe groep van jongeren hieraan
participeren. Het moskeelandschap in België en in het verlengde in Europa,
is in volle beweging. Er is ontzettend veel aan het gebeuren. Zulks als gevolg
van interne dynamieken binnen de gemeenschappen zelf, maar mede als gevolg
van de impulsen die uitgaan van de Belgische overheden. Vast staat dat de
moskeeën een belangrijke rol spelen binnen de moslimmigrantengemeenschappen.
In het bijzonder sinds ze zich meer naar de buitenwereld toe profileren.
Tegelijkertijd moet er ook voor gewaarschuwd worden dat men vertrekkende van die
realiteit de rol en invloed van de moskeeën niet gaat overschatten en ze
vervolgens verantwoordelijk stellen voor heel het reilen en zeilen binnen de
moslimgemeenschappen. De moskeeën zijn belangrijke actoren met een zekere
invloed en daarom dienen ze bij het (lokale) beleid betrokken te worden.
 |
|
Bibliografie
BARTELS,
Edien, (2000), ''Dutch Islam': Young People, Learning and Integration',
Current Sociology (Special Issu on : the Muslim Family in Europe),
October 2000, Vol. 48(4): 59-73.
BARTH,
Fredrik, (1994), 'Enduring and emerging issues in the analysis of ethnicity.
In: Hans VERMEULEN and Cora GOVERS (eds.), The Anthropology of Ethncity:
Beyond "Ethnic Groups and Boundaries".
Amsterdam:
Het Spinhuis, pp. 11-32.
BASTENIER,
Albert, Conscience ethnique et islam, in: Dassetto, Facettes de l'islam
belge, (1997), pp. 47-68, 1997.
BOROFSKY
Robert (ed.), Assessing Cultural Anthropology. New York: McGraw-Hill,
1994.
BUTTERWORTH
E., (1967), Immigrants in West Yorkshire: Social Conditions and the Lives of
Pakistanis, Indians and West Indians, London: Institute of Race Relations.
CAMILLIERI
Carmel, 'identité et gestion de la disparité culturelle', in Les
stratégies identitaires (collectif), pp.85-110, 1990, Paris: éd. PUF (Cfr
Césari (1990)
CESARI,
Jocelyne, (2001), ‘Lislam français : en u minorité religieuse en
construction’. In Mondher KILANI (sous la direction de ) Islam et
Changement Sociale, Editions Payot Lausanne, Nadir.
CESARI
Jocelyne, 'La querelle des anciens et des modernes : le discours islamique
en France', in F. DASSETTO (dir.) (2000) Paroles d'islam, pp.87-100. , 2000.
CESARI
Jocelyne - Être musulman en France - association, militants et mosquées.
1994
CESARY,
Jocelyne, (1998), ‘Islam in France: Social Challenge or Challenge of
Secularism?’ in Steven VERTOVEC & Alisdair ROGERS (edited by), Muslim
European Youth – Reproducing ethnicity, religion, culture, Ashgate:
London, 1998.
EADE, John,
'Ethnicity and the Politics of Cultural Difference: An agenda for the 199s',
in T. RANGER, Y. SAMAD and O. STEWART (eds.) Culture, Identity and
Politics: Ethnic Minorities in Britain.
P.57-66.
1996, Aldershot: Avebury, uit Yunus Samad in Vertovec & Rogers (1998)
FADIL, Nadia,
(2001), …., licentiaatsthesis sociologie, Katholieke Universtiteit Leuven.
HARGREAVES,
A.G., Immigration, 'Race' and Ethnicity in Contemporary France, 1995,
London: Routledge, uit Vertovec & Rogers 1998. nog zoeken
HERMANS,
Philip, (1994), Opgroeien als Marokkaan in Brussel. Een antropologisch
onderzoek over de educatie, de leefwereld en de “inpassing” van Marokkaanse
jongens. Cultuur en Migratie, Brussel.
HUSAIN F. &
O'BRIEN M. (in press) 'South Asian Muslims in Britain: Faith, Family and
Community', in C. Harvey (ed.), Maintaining our Differences: Minority
Families within Multicultural Societies.
Aldershot:
Asghate.
KHOSROKHAVAR,
Farhad, (2001), ‘L’islam des jeunes en France’. In Mondher KILANI (sous la
direction de ) Islam et Changement Sociale, Editions Payot Lausanne,
Nadir.
LEVEAU, Rémy, (1997), ‘The Political Culture of the ‘Beurs’.
In Steven VERTOVEC & Ceri PEACH (edited by), Islam in Europe The politics
of religion and community. Mac Millan Press, London, pp. 147-155.
MODOOD,
(1998), 'Anti-essentialism, Multiculturalism and the "Recognition" of
Religious Groups', The Journal of Political Philosophy 6(4): 376-99
MODOOD T.,
BERTHOUD R. LAKEY J., NAZROO J., SMITH PK, VIRDEE S., BEISHON S. (1997),
Ethnic Minorities in Britain: Diversity and Disadvantage. London: Policy
Studies Institute.
REX, John,
(1996), Ethnic Minorities in the Modern Nation State. Working Papers in
the Theory of Multi-culturalism an Political Integration, Macmillan
Press, London.
ROY Olivier,
(1999), Vers un islam européen, Editions Esprit, Paris.
SAMAD, Yunus,
'Imagining a British Muslim Identification', in Steven Vertovec & Alisdair
ROGERS, Muslim European Youth - Reproducing ethnicity, religion, culture,
pp.59-75. 1998, Ashgate Publishing: Aldershot,
SAINT-BLANCAT,
Chantal, L’islam de la diaspora, Bayard Editions, 1997
SIERENS, Sven,
(1991), ‘Les fonctions sociales et symboliques de l’islam chez les immigrés
marocains’. IN Jean-Pierre GAUDIER & Philippe HERMANS (sous la direction
de), Des belges marocains. Parler à l’immigré/Parler de l’immigré, De
Boeck Université, Bruxelles, pp. 97-135).
STEWART, C. &
SHAW R., (eds.), (1994), Syncretism/Anti-Syncretism: The Politics of
Religious Synthesis.
London:
Routledge.
TIMMERMAN,
Christiane (1999), Onderwijs maakt het verschil. Socioculturele praxis en
etniciteitsbeleving bij Turkse jonge vrouwen. Reeks Minderheden in de
Samenleving, nr. 7, Leuven, Acco.
TURNER, B.S.,
(1991), Religion and Social Theory, London: Sage Publications
VERTOVEC : ‘Young Muslims in Keighley, West Yorkshire:
Cultural identity, Context and ‘Community’.
YALCIN-HECKMANN, Lale,
'The
predicament of mixing 'culture' and 'religion. Turkish and Muslim
commitments in post-migration Germany', in Gerd BAUMANN and Thijl SUNIER
(edited by), Post-Migration Ethnicity. Cohesion, Commitments, Comparison.
Het Spinhuis, Amsterdam, 1995, pp.78-98.

|
|
Bijlagen - de cijfers
Schattingen
van het aantal moslims in de EU (eind jaren 90) :
Algemeen :
Er leven in
West Europa, zo'n 11 à 12 miljoen personen rechtstreeks of onrechtstreeks
afkomstig uit islamitische landen.
Hierbij
worden de bekeerlingen meestal bijgeteld, nl. zo'n 100 à 150.000.
Regio's van
herkomst zijn in grote lijnen :
-
Maghreb en overige arabische landen
-
Turkije
-
Indisch subcontinent
-
Afrika
-
Balkan
De verdeling
is als volgt :
-
Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland hebben vooral
moslimgemeenschappen afkomstig uit de balkan en Turkije, mede als gevolg van
de vroegere relaties tussen het Oostenrijk-Hongaars en het Ottomaans Rijk.
-
Spanje en Frankrijk : vooral Maghreb.
-
Frankrijk :
i.
Maghreb
ii.
Oost Afrika, in het bijzonder Senegal , Mali
en Ivoorkust.
iii.
Rijnvallei -
Turkse
gemeenschap
-
België en Nederland : Turkije en Marokko
-
Groot Brittanië : moslims uit voormalige kolonies, vooral het
Aziatisch
continent
-
Scandinavische landen : Turken, en andere vooral politieke
vluchtelingen
-
Finland : opm. Tataren
-
Italië :
i.
Maghreb
ii.
Oost afrika
iii.
Egypte
iv.
Somalië
v.
Ethiopie
De moslims
vormen 4% van de Europese
populatie (EU)
|
Land |
Schatting aantal moslims |
Afkomstig uit |
% totale bevolking |
|
België |
370.000 |
Marokko -
165.000
Turkije -
100.000 |
3.8% |
|
Nederland |
696.000 |
Turkije -
284.000
Marokko -
247.000
Suriname
36.000 |
4.6% |
|
Duitsland |
3.040.000 |
Turkije -
2.300.000
Ex-Joegoslavië -
maghreb |
3% |
|
Frankrijk |
4.000.000-4.500.000 |
Algerije
- 1.500.000
Marokko -
1.000.000
Tunesië -
350.000
Turkije -
350.000
Sub
Sahara Afrika - 250.000 |
7% |
|
Groot-Brittanië |
1.400.000 |
Indisch
subcontinent - 770.000 |
2.5% |
|
Ierland |
7.000 |
|
0.2% |
|
Oostenrijk |
200.000 |
Turkije -
120.000
Bosnië-Herzegovina - 50.000 |
2.6% |
|
Luxemburg |
5.000 |
Bosnië |
0.8% |
|
Denemarken |
150.000 |
Turkije -
36.000
Iran -
6.000
Pakistan
- 7.000 |
|
|
Finland |
20.000 |
Tataren
Turkije |
0.4% |
|
Noorwegen |
23.000 |
Iran -
7.000
Turkije -
6.000 |
0.5% |
|
Zweden |
300.000 |
Iran
Turkije
Bosnië-Herzegovina |
1.2%
|
|
Griekenland |
370.000 |
Albanië -
250.000
West-Thracië - 120.000 |
3.7% |
|
Italië
|
600.000 |
Marokko -
150.000
Albanië -
92.000
Tunesië -
50.000
Senegal -
35.000
Egypte
26.000 |
1% |
|
Spanje |
300.000 |
Marokko -
130.000
|
|
|
Portugal |
30.000-38.000 |
Vroegere
kolonies |
0.3% |
|
Totaal EU |
11.000.000-12.000.000 |
Maghreb -
3.400.000
Turkije -
3.100.000
Pakistan/Indië/Bangladesh
- 800.000 |
4% |
|
Land |
Schatting aantal moslims |
Afkomstig uit |
% totale bevolking |
|
Zwitserland |
250.000 |
Turkije
Ex-Joegoslavië |
3% |
|
Hongarije |
2.000-20.000 |
|
|
|
Polen |
15.000 |
Tataren -
5.000 |
0.04% |
|
Bulgarije |
1.100.000 |
Turkije -
meerderheid
Zigeuners
Bulgaren
Pomakken |
13% |
|
Roemenië |
50.000 |
Turken -
40%
Tataren -
60% |
0.3% |
Hoewel de
moslims gemiddeld 4 procent van de totale populatie binnen de EU uitmaken,
ligt hun percentage in sommige steden hoger , tot 10%
|
steden |
% van de
populatie moslim |
|
Brussel |
12.6% |
|
Berlijn |
10.8% |
|
Bradford |
10.7% |
|
Amsterdam |
8.6% |
|
Utrecht |
9.6% |
|
Birmingham |
8.7% |
|
Keulen |
8.0% |
|
Aix-la-Chapelle |
4.1% |
Moskeeënin
Europa
|
Ierland |
? |
Spanje |
300 |
|
Duitsland |
2.200 |
Portugal |
4 |
|
Italië |
150 |
Finland |
17 |
|
Oostenrijk |
200 |
Groot
Brittanië |
1.200 |
|
Luxemburg |
3 |
Frankrijk |
1.150 |
|
België |
312 |
Griekenland |
295 |
|
Noorwegen |
? |
Zweden |
100 |
|
Denemarken |
30 |
|
|
|
Nederland |
380 |
Totaal EU |
6.371 |
Schattingen van het
percentage moslims voor enkele gemeenten
:
Heusden zolder : 15.8
Luik 5.21
BXL : 12.6
Gent 5.2
Charleroi : 4.7
Genk : 11.5
Mons/Bergen 2.2
Maasmechelen
: 10.2 La
Louvière 2.5
Houthalen -Helchteren :
9.8 Namen 2.1
Antwerpen : 6.6
Mechelen : 6.5
Vlaanderen
195
Wallonië
109
Brussel
79
TOTAAL 383
|
VOETNOTEN:
Een fundamenteel
obstakel is het ontbreken van stemrecht, zowel op lokaal als op
nationaal vlak.
In het noord-westen gaat om de sectoren Rooigem (21%), Brugse Poort
(7.9%), Drongensesteenweg (18.8%); in het noorden de sectoren
Blaisantvest (38%), Voormuide (28.9%) en Muide (14.7%); in het
zuid-oosten : Ham (29.8%), Tolhuis (36.5%), Sint-Macharius (24.6%);
verder enkele sectore in Sint-Amandsberg en Ledeberg en in het uiterste
zuiden in de wijk Nieuw Gent is er ook een hoge concentratie van turken
en Maghrebijnen (11.5%). Stadsbestuur Gent- Stedelijke Integratiedienst
- Beleidsplan 2000-2002 - 1ste boekdeel, 4 augustus
1999, p.24.
Vragen en antwoorden Kamer, Vraag nr. 377 van de heer Francis Van den
Eynde van 21 mei 2001 (N.) – Vestiging van moskeeën in ons land,
antwoord minister van justitie Verwilghen.
383 moskeeën voor 350.000 moslims geeft
zo'n 450 moslims per moskee.
UMIVA;
Oost- West Vlaanderen; Limburg; Brussel; Overige provincies.
Vragen en antwoorden Kamer, Samengevoegde interpellatie en vraag van (19
juni 2001), antwoord minister Verwilghen.
Vragen en antwoorden Kamer, Vraag nr. 377 van de heer Francis Van den
Eynde van 21 mei 2001 (N.) – Vestiging van moskeeën in ons land,
antwoord minister van justitie Verwilghen.
|
|