| Politieke actie
Latijns Patriarch Michel Sabbah staat aan het hoofd
van de Rooms Katholieke Kerk in Jeruzalem. Vanuit zijn pastorale functie
is hij een onvermoeid voorvechter voor de rechten van het Palestijnse volk.
In zijn boodschap van 21 december, vlak voor kerstmis 2000, vraagt hij
zich af hoe het kan dat de politieke leiders zeven jaar lang geprobeerd
hebben een vredesregeling op te leggen door middel van machtspolitiek,
en dat het resultaat nog altijd oorlog is. Noch machtspolitiek noch militaire
macht zullen ooit tot duurzame vrede leiden. Dat leert ons de geschiedenis,
vervolgt Sabbah. Het is de negatieve houding van de politici die de Palestijnen
in dit doodlopend straatje heeft gebracht.
CODIP is reeds langer actief op politiek vlak.
Momenteel lopen er twee acties. Eerst is er de petitie:
"Stop de bezetting van de Palestijnse gebieden". Wie mee wil werken kijkt
naar de laatste pagina van CODIP-pers 1 en voegt de daad bij het woord.
U circuleert en ondertekent de petitie; wij bezorgen ze aan minister Michel
van Buitenlandse Zaken, telkens met een passend begeleidend schrijven.
Daarnaast voert CODIP een intensieve correspondentie
met belangrijke politieke mandatarissen, zoals minister van Buitenlandse
Zaken Michel, eerste minister Verhofstadt en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking
Boutmans. Ook de Vlaamse democratische politieke partijen en hun vertegenwoordigers
in de Kamer, de Senaat en het Vlaams parlement zijn regelmatige gesprekspartners,
behalve de CVP die totnogtoe geen reactie gaf op de brieven van CODIP.
In een eerste ronde verwees de briefwisseling vooral naar de rechtmatige
eisen van de Palestijnen op een leefbare en onafhankelijke staat, zoals
geformuleerd in de VN-resoluties. Terwijl dit standpunt door de politieke
gesprekspartners grotendeels werd beaamd verschilden de meningen over de
manier waarop deze doelstelling best kon worden verwezenlijkt. Daarop volgde
een tweede briefschrijfronde met specifieke vragen zoals het opleggen van
sancties aan Israël zolang het land weigert de principes van het internationaal
recht te erkennen en de VN-resoluties na te leven. In de volgende nummers
van CODIP-pers zullen de resultaten van deze briefschrijfactie uitvoerig
aan bod komen.
Mediataal
De Commissie Rechtvaardigheid en Vrede van
Jeruzalem publiceerde op 6 december 2000 een verklaring over het geweld
in Palestina. De Commissie, waarvan Mgr. Sabbah voorzitter is, is vooral
gefrustreerd omdat de internationale gemeenschap blijft zwijgen, ondanks
de groeiende lijst van hoofdzakelijk Palestijnse slachtoffers en de aanklachten
van mensenrechtenorganisaties tegen het buitensporige geweld van Israël.
Erger nog, zegt de Commissie, er is zelfs een tendens bij sommige media
om de schuld voor het huidige geweld bij de slachtoffers te leggen. Deze
selectieve visie op wat er zich dagelijks afspeelt in Palestina doet sluipend
haar werk en begint dramatische gevolgen aan te nemen voor het Palestijnse
volk.
CODIP volgt heel attent de berichtgeving
over het Palestijns-Israëlisch conflict. Indien nodig gaan er brieven
en reacties naar de pers om haar te wijzen op de soms vertekende manier
waarop het nieuws wordt aangeboden. Soms gaat het om onnauwkeurigheden,
vaak onthult het taalgebruik bewust of onbewust vooroordelen die meestal
in het nadeel van het Palestijnse volk zijn. Een eerste belangrijke misvatting
die zo wordt bestendigd is de omschrijving van de "intifada" als het geweld
van de Palestijnen tegen Israël. In feite gaat het om een opstand
van mensen die door de bezetting en verdrukking uitzichtloos zijn geworden
en geen andere weg meer zien dan het geweld. Het kan dan ook niet dat het
geweld dat Israël pleegt tegen de Palestijnen op een lijn wordt gezet
met de Palestijnse opstand of intifada.
Veel verwarring heerst ook over het statuut
van de vele plaatsen en gebieden waar de strijd wordt gevoerd. Zo verklaarde
het VRT-journaal op 2 november jl. dat de Oude Stad Jeruzalem deel uitmaakt
van Israël. Dat is een flagrante fout: Oud-Jeruzalem is door Israël
geannexeerd, wat niet door de internationale gemeenschap wordt erkend.
Een andere spraakvermenging van de VRT omschreef Beit-El op 11 oktober
als een nederzetting in "betwist" en niet bezet gebied. In de Panorama-uitzending
"Toen de vrede sneuvelde" werd deze vergissing herhaald. Op 25 december
schreef VRT-teletekst dat Bethlehem sinds 1995 Palestijns gebied is. Wat
was Bethlehem dan tevoren? Ook in de geschreven pers vinden we dergelijke
onnauwkeurigheden. In De Standaard van 28 december lezen we: "Israël
zou ook bereid zijn tot 95 procent van de Westelijke Jordaanoever af te
staan aan een Palestijnse staat en een groot deel van de joodse nederzettingen
op te geven". Dat is wel zeer grootmoedig van een land dat om te beginnen
geen enkel recht heeft op dat land noch op de illegale nederzettingen.
Ook de titel van het artikel is misleidend: "Vluchtelingen hindernis voor
akkoord". Vormen de vluchtelingen de hindernis of de weigering van Israël
om overeenkomstig VN-resolutie 194 het recht op terugkeer van de vluchtelingen
te erkennen?
CODIP heeft dringend meer mensen nodig om te helpen
deze "journalistieke vrijheden" weer recht te zetten.
Noodhulp
Van de Palestinian Working Womens Society
bereikte de volgende noodkreet CODIP bij het begin van de Intifada. "De
Westbank en Gaza zijn afgesloten als militair gebied. Vele Palestijnen
kunnen daardoor niet langer gaan werken in Israël en zelfs hun salaris
van de voorbije weken en maanden niet optrekken. Daarom willen we een noodfonds
oprichten om deze mensen en hun gezinnen te helpen met voedselpakketten
van o.m. bloem, olie, groenten en melk. Voor andere noden, zoals gezondheidszorg,
staan andere organisaties in."
Hierop lanceerde CODIP een oproep tot noodhulp
voor Palestijnse families vanuit het besef dat politieke actie belangrijk
is om tot een duurzame oplossing te komen, maar dat er inmiddels dringend
rechtstreekse hulp nodig is voor de slachtoffers en hun gezinnen om te
overleven. Daarbij denkt CODIP aan de zwaksten: alleenstaande moeders die
in normale tijden al amper rondkomen met hun beperkte inkomen, gezinnen
waarvan de broodwinner niet langer zijn "brood kan winnen" omdat Israël
alle grenzen met de bezette gebieden hermetisch heeft afgesloten.
CODIP heeft momenteel reeds 122.000 BEF ingezameld
en ter plaatse bezorgd als steun voor dit fonds van PWWS. In een dankbrief
deelde PWWS mee dat het geld goed ter plaatse kwam. Er was een lijst aan
toegevoegd van de gezinnen aan wie directe noodhulp was verleend. Om de
actie beter te richten vroeg PWWS of Belgische gezinnen bereid waren tijdelijk
een Palestijns gezin te financieel te adopteren tot de grootste problemen
voorbij waren.
Uw bijdrage is altijd welkom op nr. 000-157
66 47-09 van CODIP met vermelding noodhulp PWWS. CODIP garandeert
dat het geld volledig en op veilige manier op zijn bestemming komt. Voor
deze giften kan CODIP voorlopig nog geen fiscaal attest afleveren. De aanvraag
tot afleveren van dit attest is in de laatste fase van behandeling en CODIP
hoopt eerlang een positief antwoord te ontvangen.
Boycot
Steeds meer stemmen gaan op ten voordele van
een boycot van Israëlische producten, in analogie met de vroegere
boycot van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Volgens Hassan Barghouthi
van het Democracy and Workers Rights Center zou een dergelijke boycot helpen
om druk uit te oefenen op de Israëlische regering, vooral nu er een
verkiezingscampagne voor het premierschap aan de gang is. Mustafah Barghouthi
van de Union of Palestinian Medical Relief Committees antwoordde op een
vraag van de Europese Solidariteitsgroepen dat een vorm van solidariteit
analoog met Zuid-Afrika nodig is. Prof. Edward Said meende een alternatief
vredesplan te ontwaren bij de Palestijnen waarvan de boycot van Israëlische
goederen en diensten een belangrijk element was. Tijdens een hearing op
13 december in het Belgisch federaal parlement verklaarde dr. Shamas uit
Ramallah dat de Palestijnen vragende partij zijn voor een dergelijke boycot,
die de actie voor het verbieden van de uitvoer door Israël van producten
uit de kolonies ver overstijgt.
Een boycot van Israëlische producten is niet
eenduidig. Over de boycot van producten uit de kolonies in de Palestijnse
gebieden, die door Israël op de markt worden gebracht, zijn zowat
alle actievoerders het eens. Israël overtreedt hiermee de Conventie
van Genève die stelt dat een bezettende macht geen voordeel mag
halen uit de bezetting. Vandaar dat er een grote bereidheid is in de NGO-wereld
om de EU te vragen sancties op te leggen aan Israël in de vorm van
een opschorting van de huidige EU-associatieakkoorden met dat land. Deze
volkomen wettelijke actie wordt nochtans niet in overweging genomen door
de Belgische regering of door de EU. Daar zal nog veel lobbywerk voor nodig
zijn.
Een volledige boycot van Israëlische producten
ligt ook elders veel gevoeliger. Enerzijds wordt een vergelijking gemaakt
met het apartheidsregime in Zuid-Afrika, dat mede door een dergelijke boycot
op de knieën werd gedwongen. Anderzijds bestaat er een grote huiver
om enige actie te ondernemen die als "anti-joods" of "antisemitisch" kan
worden beschouwd. Er mag dan ook geen enkele twijfel over bestaan dat anti-joodse
gevoelens niets maar dan ook niets met een dergelijke actie te maken hebben.
Niemand heeft de bedoeling het Israëlische volk als zodanig te treffen
omdat het Israëlis zijn. Niemand heeft ook de bedoeling om de Palestijnen
nog meer te doen lijden dan ze nu al doen door de Israëlische economie
te raken. Een boycot is een ultiem wapen van geweldloosheid, dat kan en
moet worden aangewend indien Israël de internationale rechtsorde blijft
negeren en weigert de VN-resoluties uit te voeren om een einde te stellen
aan het conflict en duurzame vrede te bewerkstelligen.
CODIP onderzoekt de "boycot" als wapen van geweldloosheid
en zoekt dringend medestanders om voorbereid te zijn op alle situaties
die dit doorgedreven optreden vereisen. Indien u overtuigd bent van het
nut van een boycot kan u alvast afzien van de aankoop van Israëlische
producten, zoals fruit, groenten en wijn.
|