|
Amper een paar dagen zijn verstreken sinds de mars der 18.000 en daar steken
alweer de oude vertrouwde geluiden de kop op. Autochtone intellectuelen, die
tussen de "rijke Europeanen" wonen, worden door een Standaardlezer uit het
verpauperde Meise het recht ontzegd zich tegen racisme uit te spreken. Uit
onderzoek blijkt dat meer dan de helft van alle Belgen wel eens racistische
uitspraken doen en dat het 'Vlaams' Belang ook in oktober weer zal groeien.
Waarmee ten overvloede en overduidelijk wordt aangetoond dat kiezers niet
ondanks maar dankzij het racisme hun stem aan het Belang geven - en Karel De
Gucht dus gelijk had.
Dat de oproepen van andere politici voor zero onverdraagzaamheid en actieve
bestrijding van het racisme dode letter dreigen te blijven, ligt dus voor de
hand. Dat hoeft ook niet te verwonderen. Hun bekering is te plots en te
ongeloofwaardig. Laten we het geheugen even opfrissen omdat het zo kort is.
Tien jaar geleden maakten we al eens een zogenaamd kantelmoment mee. Toen heette
het slachtoffer Loubna Ben Aïssa. Ook zij was vermoord door een psychopaat. Een
golf van solidariteit sloeg ook toen door het land. "De moslimgemeenschap
maakt nu voor altijd deel uit van de onze", schreef meer dan één commentator.
Premier Dehaene achtte de tijd rijp om migranten eindelijk gemeentelijk
stemrecht toe te kennen. Maar zijn partij, de CVP, volgde niet. Integendeel. Op
het congres, dat van de oude christen-democraten de nieuwe CD&V maakte, werd het
migrantenstemrecht definitief afgewezen. Oud-voorzitter Johan Van Hecke was
daarover zo boos dat hij niet alleen het congres maar ook de partij verliet. Hij
sloot zich vervolgens aan bij de VLD. Over het stemrecht voor buitenlanders
repte hij nooit meer.
Bij CD&V zelf verhardde de toon tegenover de nieuwe Belgen met de dag, om een
treurig hoogtepunt te bereiken in november vorig jaar, tijdens het Kamerdebat
over de rellen in de Parijse voorsteden. CD&V-fractieleider Pieter De Crem
bestond het toen letterlijk te verklaren dat migranten
"gelijke kansen hebben
voor het staatsburgerschap, de sociale zekerheid, op de arbeidsmarkt, en in de
ziekte- en pensioenverzekering. Er is een basis gemaakt van rechten en plichten.
We hebben gedaan wat we konden, maar de liefde moet van twee kanten komen.
Zolang de overheid dat niet durft toe te geven, zal het probleem nooit worden
opgelost.''
Hoe geloofwaardig is dan de oproep van De Crems partijgenoot Leterme
om een einde te maken aan de discriminatie op, juist ja, de arbeidsmarkt (DS 30
mei) ?
Maar de hete adem van het Blok/Belang - en zijn kiezers - joeg niet alleen de
Vlaamse christen-democraten het pad van de onverdraagzaamheid op. Ook de
burgemeester van Mechelen, tevens voorzitter van de VLD, liet zich niet
onbetuigd. Met verbijstering hebben de Vlamingen, al dan niet hard werkend, de
heer Somers de afgelopen dagen en weken horen verklaren dat het Belang mee
schuldig is aan het klimaat van onverdraagzaamheid, doordat het de allochtonen
systematisch en voortdurend in een kwaad daglicht stelt. Was de heer Somers zijn
eigen uitspraken vergeten? Over Marokkaanse ouders die hun verantwoordelijkheid
niet opnemen? Over jonge Marokkanen, die te lui zijn om te werken? Over de
individuele verantwoordelijkheid van de allochtonen zelf, daarmee de suggestie
wekkend dat hun achterstand hun eigen schuld is?
Vergeten ook waren de standpunten van de minister van Uitwijzingen Patrick
Dewael over bijvoorbeeld de 'achterlijkheid' van de islam - en dus van degenen,
die die godsdienst belijden. Vergeten zijn onbesuisd lanceren van een debat over
de hoofddoek, dat tot niets behalve veel woede en frustratie over en weer heeft
geleid. Wat de heer Somers ook niet in herinnering bracht was dat niet alleen
CD&V maar ook en vooral zijn eigen partij een weinig fraaie rol heeft gespeeld
in het debat over het migrantenstemrecht. Vergeten waren de oproepen van
VLD-prominenten om desnoods een regeringscrisis te forceren om dat stemrecht
tegen te houden. Vergeten de beweringen dat het "vreemdelingen''-stemrecht de
Vlamingen door "de strot'' is geduwd, toen het eenmaal was goedgekeurd. Dat
politici de publieke opinie niet in al haar dwaasheden moeten volgen, was een
opmerking die toé door niemand werd gemaakt.
Ach, het lijkt allemaal zo lang geleden, maar dat is het niet. Hooguit drie
jaar. Trouwens, wanneer was het ook alweer dat Joe Van Holsbeeck werd vermoord?
En dat iedereen er van uit ging dat de moordenaars 'Noord-Afrikanen' waren? Dat
alle sluizen werden open gezet om de hele moslimgemeenschap te 'criminaliseren',
en zeker niet alleen door het Belang? Dat Marion Van San op de televisie
andermaal mocht verklaren dat misdadigheid bij allochtonen niet zozeer
sociaal-economisch als wel cultureel bepaald is? We mogen dus aannemen dat ook
de moordenaars van Loubna, het Marokkaans-Schaarbeekse echtpaar Isiyasni,
de Borgerhoutse leraar Mohamed Achrak, de Malinese kinderoppas N'doye
Oulematou en de tweejarige Vlaamse Luna hun daden vanuit een culturele context
hebben gesteld.
Dat te doen zou pas voor een kantelmoment zorgen. Ondertussen moeten we hopen
dat de invloed van de 18.000 marcheerders van 26 mei dit keer langer duurt dan
die van de rouwenden om Loubna in 1996. We mogen ons niet laten verlammen door
het verleden. Maar er de rekening voor presenteren op 8 oktober is misschien
toch geen slecht idee.
Walter Zinzen |