Bill Fisk nam zijn zoon Robert regelmatig mee naar de slagvelden van
Ieper en Verdun – naar de loopgraven uit de oorlog die door H.G. Wells
‘de oorlog die aan alle oorlogen een einde moet maken’ werd genoemd,
en in de propaganda de grote beschavingsoorlog.
Het was dus min of meer voorbestemd dat Robert Fisk een van ’s werelds
meeste beroemde oorlogscorrespondenten zou worden. Zijn
ooggetuigenverslag van ruim 1400 pagina’s (!) beschrijft de inval van
de Sovjets in Afghanistan, de oorlog tussen Iran en Irak, de
burgeroorlog in Libanon, het Israëlisch-Palestijnse conflict, de
Golfoorlogen en de val van Bagdad – van kindsoldaten die met een motor
opzettelijk in mijnenvelden rijden in Iran, maar ook de creatie door
het westen van monsters als Saddam tot de val die diezelfde. En hij
zag hoe gewone burgers het leven lieten: ‘De directe fysieke gevolgen
van al deze conflicten zullen tot aan mijn dood in mijn geheugen
gegrift staan – en dat moet ook. Ik hoef niet in mijn bergen
notitieblokken te duiken om de Iraanse soldaten weer voor me te zien
die met de legertrein in noordelijke richting naar Teheran reden; ze
hadden handdoeken in hun handen en spuugden Saddams gifgas weer uit in
klodders bloed en slijm, terwijl ze ondertussen gewoon in de koran
bleven lezen.'
H.G. Wells had nooit meer zo ongelijk als met die ene
uitspraak. In (en na) de Eerste Wereldoorlog werd juist de kiem gelegd
voor menig conflict in het Midden-Oosten en ver daarbuiten. In zijn
voorwoord schrijft Fisk: ‘Na de overwinning in 1918 van de
geallieerden, aan het eind van mijn vaders oorlog, verdeelden de
overwinnaars het grondgebied van hun vroegere vijanden. In een
tijdsbestek van slechts zeventien maanden creëerden zij de grenzen van Noord-Ierland, van Joegoslavië en van het grootste deel van het
Midden-Oosten. En ik heb mijn hele carrière – in Belfast en Sarajevo,
in Beiroet en Bagdad – gezien hoe mensen binnen die grenzen het leven
lieten.'
Dit is wat Fisk doet in De grote beschavingsoorlog. Hij gaat op zoek
naar verbanden – niet alleen tussen de conflicten, maar ook tussen de
oorlogen en het wereldwijde terrorisme – en geeft een uiterst
kritische analyse van de manier waarop de geschiedenis van het
Midden-Oosten is gevormd, namelijk door de inmenging van de Verenigde
Staten en andere supermachten. De Brit heeft zowel oog voor het grote
verband als voor het leed van de miljoenen oorlogsslachtoffers. Hij
verhaalt net zo makkelijk over de banden tussen de familie Bush en het Saudische regime als over de persoonlijke jihad van zijn tolk of
chauffeur. Dit maakt het boek tot misschien wel het meest complete
werk dat ooit over het Midden-Oosten is geschreven. Zelfs zijn eigen
rol wordt aan een kritische blik onderworpen. Maar bovenal is zijn
omvangrijke boek één grote aanklacht tegen de oorlog.
Wie specifiek zich voor Irak en de olierijkdom interesseert kan een
ongemeen boeiend geschreven cultuurgeschiedenis van het land lezen van
de hand van Edwin Black, Banking on Baghdad. Als knooppunt van handelswegen trok het
steeds militaire avonturiers aan. Black begint zijn verhaal dan ook
7000 jaar geleden! Een hoofdfiguur is de oliemagnaat Gulbenkian, een
Armeense Ottomaan die Duitsers en Fransen uitspeelde tegen de Britse Anglo-Persian Oil Company met de Nederlandse Shell als
lachende derde. Het is een vlot geschreven historisch-journalistiek
werk dat o.a. vanuit bijzonder leerrijke interviews met Amerikaanse
soldaten in Irak stof tot nadenken biedt. Maar uiteraard is de oorlog
meer dan een oliekwestie, het is ook een ideologische oorlog.
De mentaliteit van George Bush en Osama Bin Laden is die van een zich
op God beroepende fanaticus die geen moment twijfelt aan zijn missie.
De Britse historicus Tyerman speurde naar de oorsprong van die
mentaliteit in de middeleeuwse kruistochten en de blijvende sporen
ervan in het Midden Oosten. De Franse koning die de Vlamingen in de
14de eeuw kwam mores leren, zag dit ook als een kruistocht. Columbus
zag zich als kruisvaarder. De Europese beschaving is door die geest
diep getekend. Essentie van die mentaliteit is dat leken hun zonden
vergeven worden en verlost worden door te strijden voor God. Dat werd
verwoord door motherf…. Guibert de Nogent (Tyerman gebruikt het
kleurrijke mother-fixated snob om de man te omschrijven, het is een
typisch voorbeeld van zijn bloemrijke taal). Het vergeven worden van
zonden is de rode lijn die ook door de vele levensverhalen van
jihadisten loopt in het boek van Rudi Vranckx, Geesten van het
avondland, de roots van het moslisterrorisme. Vaak zijn het bekeerde
bajesklanten. Het verhaal begint in Schaarbeek, waar de
veiligheidsdiensten net op tijd toeslaan om Mourad Chabarou op te
pakken. Anders dan Fisk die zich in Libanon of Irak afvraagt wat de
Britten en Amerikanen daar komen doen, wil de VRT-journalist door
studie van afgeluisterde telefoongesprekken de mentaliteit van de
hedendaagse moslim kruisvaarders in Europa reconstrueren. Hij kreeg de
tapes in Italië te pakken, waar anders ben je geneigd te denken. Zij
wijzen op een nieuwe aanslag: in Frankrijk of België. Het verhaal van
Mourad is maar het laatste in een lange rij. De bekeerde ex-voetballer
Trabelsi smeedde plannen om de luchtmachtbasis van Kleine Brogel op te
blazen. Tarek Maaroufi is de headhunter van Osama bin Laden, alweer
vanuit Brussel. Al tien jaar lang waren er spoken rond in Europa,
geesten van dode mannen die extremisten inspireren tot een jihad die
geen grenzen kent. Wie ontvoerd en onthoofd wordt, is in een oranje
pak gestoken zoals de gevangenen van Guantànamo. Vranckx beschrijft
het netwerk rond de kopstukken en tracht de rekrutering in kaart te
brengen. Die indringende zoektocht gaat ver voorbij de grenzen van
Europa, naar plaatsen en mensen in het Midden-Oosten die de
inspiratiebron vormen van het hedendaagse islamterrorisme. Europa
exporteert terroristen naar Irak meer dan dat het er importeert is één
van de vele interessante stellingen.
Terwijl Vranckx het helemaal eens is met kardinaal Danneels dat de
Islam een Verlichting nodig heeft, slaat Tyerman nog meer de nagel op
de kop. Immers, de Verlichting was een aanval van agnosten en
atheïsten op de roomse kerk en haar macht. Maar de macht van Rome was
al gebroken ten goede door de Reformatie die de godsdienst
interioriseerde. Daar heeft de Islam behoefte aan, meent de specialist
van de kruistochten. Dat Johannes Paulus II zich excuseerde voor het
aangedane geweld en Benedictus XVI met begrip de Byzantijnse afkeer
van de Islam theologisch wil duiden, wijst erop dat de kruisvaart
mentaliteit niet enkel in Amerika of het Midden Oosten nog lang niet
dood is. Ook het Avondland heeft nog jihadisten.
____________________
Literatuur:
Edwin Black, Banking on Baghdad, John Wiley, 2004, 470 p.
Robert Fisk, De grote beschavingsoorlog. De verovering van het
Midden-Oosten, Ambo 2005, 1440 p.
Christopher Tyerman, God's War: A New History of the Crusades,
Penguin-Allen Lane, 2006, 1040 p.
Rudi Vranckx, Geesten van het avondland, de roots van het
moslisterrorisme, Manteau/Canvas, 2006, 240 p. |