De
boekenbeurs: voor elk wat wils. Er zijn strips, romans, thrillers,
signerende zangeressen, boeken over koken, Tolstoj en over je eigen
vagina – alles wat gepubliceerd kan worden, vind je hier. De grenzen van
de literatuur worden daarbij soms behoorlijk opgerekt, maar is dat erg?
Natuurlijk niet. Het dient ter promotie van lezen. Van lectuur of
literatuur.
Wat pas erg zou zijn, is wanneer op een boekenbeurs schaamteloos
politiek bedreven zou worden. Een standje van – ik noem maar wat –
Tibetaanse monniken die middels flyers, gruwelijke foto’s en boeken
willen protesteren tegen hun Chinese bezetters. Of een standje van
holocaustontkenners. Of de ambassade van Israël. Dat alles kan
natuurlijk niet.
Toch staat de Israëlische ambassade er. En ze bedrijft politieke
propaganda. Met schaamteloze gebruikmaking van literatuur.
Ongeveer een jaar geleden, vlak voor ik stadsdichter van Antwerpen werd,
kreeg ik te horen dat politiek en literatuur twee zaken zijn die bij
openbare gelegenheden strikt gescheiden moeten blijven. Het één mocht
geen platform worden voor het ander. En daar moesten we streng in zijn:
ook zaken die door de internationale gemeenschap als vanzelfsprekend
worden beschouwd - zoals de uitvoering van VN-resoluties - kan men in
openbare gevallen maar beter voor zich houden.
Persoonlijk vind ik het nog een tikkeltje erger wanneer op een
boekenbeurs een regering is vertegenwoordigd die flyers en brochures
verstrekt waarin niet alleen het internationaal recht straal wordt
genegeerd, maar tevens propaganda wordt bedreven. ‘Welkom in
Avonturenland’, zo leest men op de boekenbeurs in brochures van het
Israëlisch ministerie voor Toerisme. In dat land vindt men nog ‘mensen
die bezield zijn met de idealistische pioniersgeest van het land.’
Kortom: ‘Plezier voor iedereen!’ Het staat er echt.
Dit soort reclame is triest te noemen voor een land dat elke dag met de
vreselijke gevolgen van zijn eigen bezettingsbeleid wordt
geconfronteerd. Vervelender wordt het wanneer men landkaarten aantreft
van Israël zonder Palestijnse gebieden. Op vrijwel geen van deze
kaarten staan de grenzen van 1967 aangegeven. De bezette gebieden,
officieel Palestina in spe, vormen voor Israël gewoon de laatste
aanwinst van hun land – en van niemand anders. Palestijnse steden en
dorpen zijn op de landkaarten van deze boekenbeurs grotendeels
weggevaagd. De stad van mijn vader is er niet op terug te vinden, maar
wel de illegale nederzetting die op de landerijen van mijn familie werd
gebouwd. Dat Israël die gestolen stukken land nooit wil teruggeven is op
zich geen geheim. Geen gelegenheid gaat voorbij of er wordt door de
Israëlische regering op gewezen dat bezet Oost-Jeruzalem nooit meer
afgestaan zal worden en dat de nederzettingen zullen blijven bestaan,
VN-resoluties of niet. Maar dat de boekenbeurs een uitstalraam is
geworden voor deze ideeën is nieuw voor me.
Eerlijk gezegd vind ik de Vlaamse boekenbeurs niet de geschikte plek
voor misleidende brochures met kaarten van een volledig geannexeerd
(‘herenigd’) Jeruzalem. Evenmin lees ik op deze plek van literatuur
graag boekjes waarin uitvoerig de geschiedenis en glorie van het land
wordt beschreven zonder ook maar éénmaal het woord Palestijn te noemen;
maar waarin wel als besluit wordt gemeld: ‘Er is alles aan gedaan om de
informatie zo volledig mogelijk te geven.’
Tot zover de brochures van het Israëlisch ministerie voor Toerisme. Van
een ander ministerie, dat van Buitenlandse Zaken, ligt er ook een
informatief boekje op de boekenbeurs. Hier wordt een kunststukje
volbracht. Enerzijds wil men namelijk de argeloze lezer overtuigen dat
er in Israël nooit Arabieren, laat staan Palestijnen hebben gewoond.
Anderzijds moeten die wel de schuld kunnen krijgen van het mislukte
vredesproces. Hoe doet men dat? Heel eenvoudig. Men begint het verhaal
in 1077 v.Chr. en meldt gewoon nergens het bestaan van andere inwoners
dan zichzelf. Pas vanaf 1947 blijken er ook nog Arabieren te zijn.
Verderop volgt dan een lijst, van 1948 tot nu, met Palestijnse
terroristische aanslagen. Palestijnen: ze zijn er niet - en als ze er
zijn, plegen ze aanslagen. In hetzelfde boekje wordt ook uitgelegd
waarom de bezette gebieden beter bezet blijven. Nee, het is goed dat de
ambassade van Israël een plekje heeft gekregen op de boekenbeurs. Zet ze
alleen in het vervolg op de afdeling Fictie.
Op
deze manier wordt onze boekenbeurs echter wel tot een forum voor het
verspreiden van propaganda.
Maar het kan dus allemaal nog schandelijker. Want opgesteld tussen dit
materiaal met lachende Israëlische kinderen en cijfers van
zelfmoordaanslagen ligt inderdaad fictie: het literaire werk van
Israëlische auteurs als A.B. Yehoshua, David Grossman en Amos Oz. Deze
drie schrijvers – Israëls grootste romanciers - worden in eigen land
geregeld voor landverrader uitgemaakt vanwege de opiniestukken die ze in
Israëlische kranten schrijven. In deze stukken laten ze niet af hun
regering fel te kritiseren, juist omwille van het bezettingsbeleid tegen
de Palestijnen. Het zijn moedige schrijvers die er alles aan doen om de
propaganda en oorlogshitsing in hun land te bestrijden. Afgelopen
vrijdag nog, tijdens de boekenbeurs dus, zei Yehoshua in NRC Handelsblad
dat de verjoodsing van Jeruzalem moet worden stopgezet: ‘Natuurlijk
hebben de joden niet het recht heel Jeruzalem te claimen, we waren hier
altijd een minderheid.’ En ook, over het terrorisme: ‘Hoe is het toch
mogelijk dat vaders en moeders hun zonen op dat soort missies sturen. We
hebben hun toch iets verschrikkelijks aangedaan dat het zover is
gekomen. (...) Wij maken van terroristen monsters, maar zo zijn die
jongens en meisjes niet geboren en opgegroeid. Wij hebben ze echt gek
gemaakt.’
Uitgerekend deze schrijvers, die gedrieën het literair geweten van een
natie vormen, liggen hier te pronken als ware ambassadeurs van Israël.
Mag dat? Op dit ene kraampje van de boekenbeurs wordt geen literatuur
maar een politiek gepromoot. Dat heet propaganda.
Enkele vragen daarbij - voor elk wat wils:
- Wie heeft de
ambassade van Israël toestemming gegeven hier te staan?
- Waarom geen
Israëlische uitgeverijen uitgenodigd, in plaats van een ambassade?
- Waarom is Israël het
enige land dat zijn regering op de boekenbeurs vertegenwoordigd ziet?
- Kunnen volgend jaar
ook Groot-Brittannië, Litouwen en Iran hun vakantieplekjes en
ideologieën aanprijzen? Blijft er dan nog wel plek over voor boeken?
- Heeft de Israëlische
ambassade toestemming gekregen van Yehoshua, Grossman en Oz voor dit
misleidend gebruik van hun literaire werk? Zijn ze überhaupt op de
hoogte?
Graag een antwoord. Hoewel de meeste brochures die ik inzag werden
uitgegeven door het ministerie voor toerisme, zou ik deze vragen liever
niet behandeld zien door mijn schepen voor toerisme, maar door hen die
werkelijk betrokken zijn: de organisator van de boekenbeurs, boek.be, en
al zijn subsidiënten. Is men daar op de hoogte van deze feiten, en zo
ja, is men het ermee eens?
Uiteindelijk zoek ik vooral een antwoord op de wezenlijkste vraag:
Wat is de waarde nog van literatuur wanneer romans en gedichten
gehanteerd mogen worden als kneedbare voorwerpen, en wanneer de
verbeelding wordt misbruikt om een land of ideologie te ondersteunen? Is
literatuur echt bedoeld om een bezetting te rechtvaardigen of een volk
te helpen ontkennen?
Yehoshua, Grossman en Oz hebben tot nu toe getracht het
Israëlisch-Palestijns conflict vooral te vermijden in hun verhalende
werk. Dat thema bleef voorbehouden voor hun essays, hun opiniestukken.
Het is zoals gewoonlijk – al beweert men nog zo graag het tegendeel –
juist de politiek die er zijn voordeel mee wil halen, door het één te
gebruiken als platform voor het ander. Politieke propagandisten, van
onder welke steen ze telkens ook vandaan komen gekropen, zouden beter
worden vervangen door romanciers, zoals Amos Oz die in de Volkskrant
(21-9-’05) opmerkte:
‘Ik geloof dat het je verplaatsen in de ander niet alleen een
esthetische eis is voor de romanschrijver, maar een morele opdracht voor
iedereen. (...) Daarin kan de literatuur een rol vervullen. Ik denk dat
we door het lezen van romans ons andere mensen voorstellen, maar we
kunnen niet echt romans lezen tenzij we al bereid zijn ons die anderen
voor te stellen. Dat zal ten slotte niet ieder conflict oplossen. (...)
Niettemin is de literatuur een gids, ook in de politiek. Ze helpt ons
ons in de ander te verplaatsen.’
De Israëlische ambassade verplaatst zich louter in zichzelf. Ze heeft
niets te zoeken, laat staan op de boekenbeurs.