|
http://www.wijblijvenhier.nl/
28/03/2006
De redactie van Wijblijvenhier.nl
vroeg mij om een artikel te schrijven over de achtergronden van mijn
onlangs verschenen boek ‘De moslim die ik ben, notities over
een rekkelijk geloof’ (zie
op deze site). Ik had de neiging om als antwoord mijn eigen
boek te recenseren, maar dat bleek moeilijk te zijn. Ik ga in dit stuk
inzoomen op een van de belangrijkste gedachten die in dit boek naar
voren komt. Ik doe dat in de vorm van een stelling, die ik zo scherp
mogelijk zal formuleren en analyseren. De stelling luidt:
Het Westen biedt de islam ruimte om
in alle vrijheid beleden te worden. Wij moslims zouden hier gebruik van
kunnen maken.
Ik snij deze stelling in stukken en leg uit wat
ik daarmee bedoel. De kernbegrippen in deze stelling zijn: het Westen,
ruimte, vrijheid en beleden worden.
Met het Westen doel ik op de seculiere omgeving
met zijn hele politieke, sociale en economische systemen. De
democratische rechtsorde en de scheiding van kerk en staat zijn hierbij
de uitgangspunten. Deze beginselen maken het mogelijk dat geen enkele
religie de kans krijgt om haar opvattingen op te leggen. Verschillende
morele systemen concurreren met elkaar om de samenleving in te richten.
Zowel religieuze als niet religieuze systemen kunnen daarin bedingen.
Als we spreken van ‘ruimte’, dan is erkenning van
de mogelijkheden van deze seculiere omgeving en het beseffen van de
ongekende mogelijkheden van de democratische rechtstaat zijn
belangrijke voorwaarden om die ruimte te benutten. Als wij moslims ons
juist bedreigd voelen door de seculiere uitgangspunten, als we de
seculiere omgeving als gevolg van dit gevoel als bederfelijk gaan
beschouwen, als we de essentie van de scheiding van kerk en staat niet
inzien, dan ontstaat er geen ruimte, maar benauwdheid. Dat vereist dat
wij ons grondig moeten verdiepen in deze omgeving. Wij klagen dat de
samenleving weinig weet van de islam. Her en der ontstaan talloze
offensieve initiatieven om de islam meer bekendheid te geven, met soms
de verborgen agenda mensen te bekeren. Maar veel urgenter is een
tegenbeweging: zich verdiepen in de kenmerken van de westerse
samenleving, niet alleen in de moderne tijd, maar ook terug in de
geschiedenis.
Dat het Westen ruimte aan de islam biedt,
betekent overigens niet dat deze ruimte de moslims altijd wordt gegund,
noch dat moslims die ruimte altijd weten te benutten. Maar die ruimte
is er wel. Vaak geen kant en klaar product, maar (waar nodig) over
gesproken moet worden. Godsdienstvrijheid betekent niet, om maar een
voorbeeld te noemen, dat moslimarbeiders zomaar een gebedsruimte kunnen
eisen en daarna ook nog een paar keer het werk terloops onderbreken om
te gaan bidden. Dat is voor de werkgever en de collega’s een ingrijpend
iets. Daarom is overleg hierover, geduld en onderhandelen van groot
belang. Er zijn natuurlijk soms ook duidelijke grenzen. Een moslimvrouw
die verpleegster wil worden kan niet op basis van haar beleving van de
islam ruimte claimen om zieke-, bejaarde- en demente mannen niet te
hoeven wassen. Dat is discriminatie. In dit geval is de keuze voor een
ander beroep de beste oplossing.
Vrijheid heeft direct te maken met de ruimte die
er is. Wij weten inmiddels dat moslims in de meeste islamitische landen
jaloers zijn op de vrijheid die westerse moslims hebben om hun geloof
te belijden. Allereerst kunnen hier uiteenlopende islamitische
stromingen naast elkaar vredig leven. Dat is in menig islamitisch land
wel anders. Daarnaast is de individuele vrijheid van moslims, om naar
eigen voorkeuren de islam te beleven, van zeer orthodox tot zeer
vrijzinnig. Op maatschappelijk vlak zien we de groei van islamitische
scholen, moskeeën, islamitische organisaties, hoofddoeken, islamitische
begraafplaatsen, gebedsruimtes in openbare instellingen, enz... Ook het
grote aantal maatschappelijke projecten dat door de islamitische
organisaties wordt geïnitieerd en door de overheid namens de
belastingbetaler wordt bekostigd moet niet vergeten worden. Ik ken hier
veel voorbeelden van.
Dan het belijden van de islam. Daarmee doel ik
niet alleen op het klassiek ‘praktiseren’ van de islam door middel van
de gebeden, vasten en geloofsuitingen. Het is niet alleen het soort
belijden waarmee de moslim probeert te overleven door zich
‘islamitisch’ te uiten. Ik benadruk hier het belang van
‘maatschappelijk belijden’ van de islam. Dat wil zeggen een
daadwerkelijke inbreng aan de samenleving door te werken aan de
maatschappelijke problemen die er zijn. Over de opbouw van de
samenleving en de specifieke rol die de islam als religie hierin heeft
deze samenleving vorm te geven. In ‘De moslim die ik ben’ ga
ik hier uitgebreid op in en geef ik concrete voorbeelden hoe
dit kan.
Zo moet de bovengenoemde stelling begrepen
worden. De kern van mijn boodschap is dat de islam vanuit een
ontspannen, niet-conflictueuze houding in de samenleving geïntegreerd
kan worden. Dat gaat uiteraard niet vanzelf. Het vereist van de kant
van de moslims enorme inspanningen die herleid kunnen worden tot twee
hoofdpunten:
1. Een existentiële inspanning. In een eerder
gepubliceerd essay getiteld ‘de perfecte allochtoon’
(Trouw 6 september 2003) heb ik uiteengezet wat deze inspanning
inhoudt. De kern daarvan is een metamorfose die de moslim moet
ondergaan om te aanvaarden dat het nieuwe vaderland op nummer 1 komt
als het gaat om loyaliteit. Immers, ‘Wij hebben u geen twee
harten geschonken’ meldt de Koran nadrukkelijk.
2. Een theologische onderbouwing. En daar heb
ik in mijn boek 'De moslims die ik' ben een aanzet
voor gegeven. Het trefwoord in deze onderbouwing is ‘rekkelijkheid’.
Vandaar de ondertitel ‘Notities over een rekkelijk geloof’.
Is dat niet een eenzijdige benadering hoor ik
menig lezer zeggen? Veel aandacht en waardering voor de ruimte die een
seculiere staat in principe biedt voor gelovigen en andersgelovigen,
maar tegelijkertijd de negatieve kanten van de situatie van moslims in
dit Westen minimaliseren. Zoals de slechte leefomstandigheden van veel
moslims, discriminatie en racisme enzovoort. Nee daar sluit ik mijn
ogen niet voor. Maar dit zijn serieuze problemen die naar mijn mening
via een ander spoor aangepakt moeten worden. Wat ik in mijn boek doe,
is het onderbouwen van het
recht om hier te blijven.
|