|
Zou het kunnen dat sommige Vlaamse politici
betreuren
dat Vlaanderen, in tegenstelling tot Turkije, geen Directoraat van
Religieuze Zaken heeft? Recent nog gaf de Turkse premier
Erdoğan van de AK partij aan dit Directoraat de opdracht
werk
te maken van een hervorming van de Islamitische rechtsleer (fikh) en de
hadith. Een aantal vooraanstaande theologen
van de
universiteit van Ankara bogen zich, in wat men het Ankara Hadith
Project is gaan noemen, over een moderne interpretatie van de hadith.
Voortaan worden ahadith (1)
waarin de vrouw als intellectueel minder
begaafd, onrein of als seksueel object afgeschilderd wordt, afgevoerd
of voorzien van contextuele voetnoten met als doel de Turkse
soennitische islam compatibel te maken met de sociale en morele waarden
waar het moderne, hedendaagse Turkije voor wil staan.
De staat die instructies geeft met betrekking tot de
interpretatie van leerstellingen en dogma’s. Het lijkt in België en
Vlaanderen niet meer van deze tijd. Lang geleden werd hier
overeengekomen dat de staat en haar instituties zich niet langer zouden
mengen in theologische kwesties. De ‘ scheiding kerk en staat ’ is één
van de fundamenten van de democratische rechtsstaat.
En toch is er iets
eigenaardig aan de hand wanneer het gaat over de Islam in België en
Vlaanderen. Daar waar de overheid een haast Jakobijnse gestrengheid aan
de dag legt voor wat betreft de naleving van dit fundament door
individuele werknemers, springt ze bijzonder flexibel om met haar eigen
verplichting om zich te onthouden van inmenging in
geloofszaken.
Een uittreksel uit de beleidsnota van Vlaams minister
van mobiliteit en
gelijke kansen, Kathleen Van Brempt, geënt op het Vlaams Regeerakkoord
van 2004-2009, ‘Vertrouwen
geven, verantwoordelijkheid nemen ’ (2),
illustreert
dit:
"Moslimvrouwen die hun rechten binnen
de
islam niet kennen, lopen het risico slachtoffer te worden van
gevestigde rolpatronen die vrouwen onderdrukken. Het gaat om
rolpatronen die ontstaan zijn als een gevolg van de
migratiegeschiedenis, maar die ook cultureel gegroeid zijn omwille van
een dominante mannelijke interpretatie van de islam. Het gelijke
kansenbeleid wil dan ook de vrouwvriendelijke interpretatie van de
islam stimuleren en laten doordringen in de moslimgemeenschap."
Hoe denkt de Vlaamse minister deze merkwaardige taak uit
te
voeren? Hoe stimuleer je
een vrouwvriendelijke interpretatie van de belangrijkste bron van een
godsdienst? Zal de
minister richtlijnen uitvaardigen met betrekking tot de werkwijze? Zal
ze de personen,
vrouwen neem ik aan, die dit werkje moeten klaren, zelf selecteren? En
aan welke criteria
moeten ze dan voldoen? Mogen ze een hoofddoek dragen of is de minister
op zoek naar
Power Puf Girls
met een theologische achtergrond?
En wat is vrouwvriendelijkheid? Wordt die
vrouwvriendelijkheid
gemeten aan de hand van
het westers feministisch emancipatiemodel dat nu door jonge werkende
moeders, zoals
de zangeres Axel Red, verweten wordt hen te hebben opgezadeld met een
dubbele taak?
Wat doet de minister met de vrouwonvriendelijkheid in de Bijbel en de
Thora? Discrimineert
de minister katholieke en joodse vrouwen niet doordat ze geen werk
maakt van het
bevorderen van een feminiene interpretatie van die geloofsboeken?
Er zijn nog meer voorbeelden van overijverige Vlaamse
ministers.
Ik denk terug aan Marino Keulen, minister van
Binnenlandse
zaken, Wonen en Inburgering
toen die eind 2007 zijn merkwaardig alternatief voor het islamitische
offerfeest lanceerde
in de publieke opinie. Merkwaardig niet omdat hetgeen de minister als
alternatief voorstelde ongehoord of onredelijk was, maar omdat hier de
staat, nog maar eens, haar eigen spelregels negeert, namelijk dat ze
zich niet zal mengen in de inhoudelijke en praktische invulling en
organisatie van religies, tenzij de openbare orde in het gedrang
komt.
Keulen getuigt niet enkel van ouderwets paternalisme,
het bewijst ook
dat men in Vlaanderen
eerder voorstander is van het assimilatiemodel.
'De Vlaamse overheid wil open moskeeën',
aldus Guy Vanden Eynde van Open VLD in het Nieuwsblad van 8 maart 2008
naar aanleiding van een betoging van Vlaams Belang tegen de moskee
Asounna in Desselgem.
Dit is geen vrijblijvende of nietszeggende
zinsnede. Wanneer men als overheid zeer duidelijk te kennen geeft dat
men in principe niet tegen moskeeën is maar voorstander is van een
bepaald soort moskee, gaat men mijns inziens een stap te ver.
Dezelfde opmerkingen ook hier.
Wat verstaat de overheid onder 'open moskee'?
Hoe ‘ Vlaams ’ moet een moskee zijn
om getolereerd te worden in Vlaanderen? Wat met het fundamenteel recht
op godsdienstvrijheid en dus ook het recht om in alle vrijheid de
organisatie te doen van die godsdienst en haar ritus?
In Vlaanderen haalt toch niemand het in zijn hoofd om de Kerk voor de
rechter te dagen
omdat de functies binnen de kerk een exclusief mannelijke
aangelegenheid zijn met actieve
uitsluiting van vrouwen?
In zijn boek over de islam en de scheiding van kerk en
staat
(3), schrijft Olivier Roy
dat de
neoconservatieve theorie van de botsende beschavingen aan terrein wint,
niet enkel in
kringen van rechts en extreemrechts, waar we dat traditioneel gezien
wel mogen verwachten,
maar ook in kringen van mensen die zichzelf 'weldenkend links'
(4) pogen te noemen. Niet
racistisch, maar ....
Olivier Roy deelt deze groep van weldenkend links op in twee
categorieën.
De pessimisten onder deze strekking geloven niet dat de
islam kan verzoend worden met waarden die zij als cruciaal aanzien;
vrijheid van meningsuiting, gelijkheid man en vrouw, scheiding kerk en
staat. De optimisten geloven wel in een liberale, geseculariseerde
islam en willen die mee helpen tot stand te brengen:
“Als wij van moslims vragen een
hervormde en
liberale islam aan te nemen, verwachten we van hen dat ze passen in een
denkpatroon dat wij voor ze uitgedokterd hebben, zonder dat we ons
afvragen wat dat betekent voor hun geloofspraktijk en identiteitskeuze.
Welnu, alles wat ook maar lijkt op een in het oog springende (maar niet
noodzakelijkerwijs uitdagende) bevestiging van de islam wordt zonder
meer gezien als voorteken van een gevaarlijk fundamentalisme”
(5).
Er kan volgens mij een parallel getrokken worden tussen
de
opvatting van sommige
Vlaamse ministers en politici en de opvatting van bepaalde radicale
fundamentalistische
moslims. Daar waar de eersten geloven dat achterstelling van de
moslima’s haar oorzaak vindt in een letterlijke, patriarchale lezing
van de Koran, zijn radicale moslims ervan overtuigt dat
diezelfde stagnaties en zelfs achteruitgang van de oemma [de
islamitische geloofsgemeenschap, nvdr.] en de moslima haar oorzaak
vindt in het feit dat mensen de Koran niet letterlijk lezen.
Wat optimistische Vlaamse ministers gemeen hebben met de
streng fundamentalistische
strekking binnen de moslimwereld en met weldenkend links, is dat ze
zich verstaren op de
letterlijke tekst van de Koran. Men vertrekt van de islam als dogma, de
islam als statisch
en homogeen geheel dat niet te verenigen valt met hedendaagse
maatschappelijke modellen.
Terwijl er uiteraard meer is dan de tekst. Er is de praktijk en de
geschiedenis.
Men gaat voorbij aan het gegeven van de sociaaleconomische, historische
context waarbinnen
die tekst tot leven komt. De sociaal-historische islam heeft bewezen
flexibel te zijn, heeft bewezen in de meest uiteenlopende politieke,
economische en culturele omstandigheden
stand te houden.
Het is naar dit facet van de islam dat Vlaamse politici
zouden
moeten kijken en zouden
moeten afstappen van de dogmatische blik op de tekst. En dan wordt het
mijns inziens niet langer nuttig zich tot doel te stellen een
feministische interpretatie van de islam te bevorderen.
Dit is het werk van theologen, van mannen en vrouwen die op hun
individuele manier invulling proberen te geven aan hun leven als
moslims in Europa. De uitdaging bestaat er dus in intellectueel terrein
te herwinnen, niet enkel van radicale fundamentalistische strekkingen,
maar ook van weldenkend links en van de overheid die zich, met
betrekking tot de islam, ver buiten haar historisch bedongen grenzen
begeeft.
Maar er is meer aan de hand dan een overheid die
balanceert
tussen God en Goed Bestuur.
Cultuur, etnie en religie worden meer en meer in causaal
verband gebracht met achterstelling,
discriminatie en gebrek aan emancipatie. Achterstelling en het
ontbreken van gelijke kansen voor moslima ’s wordt hier in oorzakelijk
verband gebracht met, onder meer, de dominante mannelijke interpretatie
van de koran. De islam wordt de verklarende factor voor problemen. En
dan rest er nog maar één beleidsoptie en dat is bij ministerieel
dictaat de poorten van de
'ijtihaad' (6) te
heropenen. In een opiniestuk
noemt Olivia U. Rutazibwa dit verschijnsel Culturalisme
(7).
Maatschappelijke problemen worden geïslamiseerd en voor een deel
geracialiseerd waardoor
het debat rond achterstelling en discriminatie niet meer gevoerd wordt
met sociaaleconomische argumenten en met contextuele analyses van de
maatschappij, maar vernauwd wordt tot een vergelijking van culturen en
waarden. Er is niet langer sprake van
een eerlijk en reëel debat, maar een heksenjacht op ideeën (8). Vlaamse
ministers [evenwel] zouden een heksenjacht op ongelijkheid, islamofobie
en racisme moeten beginnen. Het wordt hoog tijd dat ze hun inspanningen
opdrijven voor wat betreft het scheppen van voorwaarden om
discriminatie uit te bannen, waarmee mannen en vrouwen op grond van een
heel scala
persoonsgebonden maar irrelevante criteria in tal van essentiële
domeinen van het leven
geconfronteerd worden. Dat zou de eerste zorg moeten zijn van de
overheid en niet de zelotische ijver een hervorming van de islam door
te voeren onder het mom van een democratisering van de islam en de
bevrijding van de moslima’s, ijver die maar al te vaak ontaardt in de
ergste vorm van uitsluiting.
Rachida Lamrabet
De auteur schreef deze bijdrage in persoonlijke naam.
In oktober 2007 verscheen bij Uitgeverij Meulenhoff-Manteau haar
romandebuut ‘Vrouwland’ .
NOTEN:
(1) Meervoud van 'hadith'.
(2) Beleidsnota 2004-2009, Gelijke
Kansen., p. 25.
(3) Olivier Roy, De
islam en de scheiding van kerk en staat,
Van Gennep, 2005.
(4) Benno Barnard en Geert van
Istendael, Bericht aan
weldenkend links. Waarom wij het hoofddoekenverbod verdedigen,
De Standaard van 2 februari 2008.
(5) Olivier Roy, De
islam en de scheiding van kerk en staat,
Van Gennep, 2005, p. 9.
(6) Interpretatie en exegese van
de Koran en andere islamitische
bronnen.
(7) Olivia U. Rutazibwa, Kif Kif
site; Metro, 14/03/08.
(8) Sami Zemni, Politieke
Islam, 9/11 en Jihad,
Acco, 2006, p. 180.
|