Wat goed dat De Standaard mijn opiniestuk
‘Antisemitisme als troef’ (afgezwakt
tot ‘Antisemitisme’ 26.10) afgedrukt heeft! Aldus werd de foute interpretatie
van DS rechtgezet dat niet André Flahaut van antisemitisme werd vrijgesproken
maar de joden die hem daarvan beschuldigden veroordeeld werden. Zeker zo
belangrijk was mijn verklaring voor deze foute of tendentieuze berichtgeving.
Ik had het over een reflectie van “de bange, vooringenomen, zelfcensurerende,
kwalijke houding van (onder meer) de pers als het om joden en klachten over
antisemitisme gaat”.
Helaas drukte De Standaard gisteren (30.10)
een reactie af van Michael Freilich die nochtans nergens ter sprake komt in
mijn opiniestuk. Freilich beaamt dat niet Flahaut vrijgesproken werd maar de
joden in kwestie veroordeeld, maar doet mijn verklaring af
als een zoveelste botsing mijnerzijds met de joodse gemeenschap en zet
de verpersoonlijking verder door me af te doen als iemand die “wel vaker
complotten ziet”. Waarna Freilich overgaat dat wat volgens
hem “de kern van de zaak” is, namelijk dat “ook Joods Actueel waarschuwde”
tegen lichtzinnige beschuldigingen van antisemitisme. Freilich mag van
de gelegenheid ook nog eens gebruik maken om uitvoerig uit eigen blad te
citeren, zichzelf bijna profetische gaven toe te dichten en te stellen dat
niemand ontkennen kan dat er een stijgend anti-Israëlisch klimaat heerst in
Europa, niet ten gevolge van misdaden van Israël maar door de “slinkse manier
van de Arabische wereld om de feiten te presenteren”. De media, vervolgt hij,
laten zich daarbij manipuleren of nemen er actief aan deel.
Door dit alles zomaar op te nemen zet De
Standaard ongewild mijn verklaring voor de
tendentieuze berichtgeving over joden en antisemitisme kracht bij.
De krant gaat niet alleen mee in de verpersoonlijking,
drukt de door niets gestaafde bewering van Freilich dat ik nu eenmaal tot
complotdenken geneigd ben en vaak met de joodse gemeenschap in botsing kom, ze
volgt die personifiëring zozeer dat ze me een wederwoord ontzegt omdat het dan
een te persoonlijke zaak wordt, iets tussen Freilich en Van den Berghe, iets
dat niemand anders leest (terwijl het dus niet om Freilich of mezelf ging of
gaat maar om de houding van de media).
En zo gebeurt eens te meer wat ik probeerde aan te tonen.
Freilich of een andere zionist krijgt het woord, mag de tegenstander
pathologiseren en zijn zionistisch zeg doen. Dat mijn stelling of hypothese
ook wel eens het overdenken of onderzoeken waard zou zijn, komt niet aan bod.
Resultaat: al wie iets te zeggen denkt te hebben over de politiek van Israël,
zionisme, antisemitisme of joden, iets dat afwijkt van zionistische of andere
koosjere interpretaties, zal voortaan niet twee, maar tien keer nadenken. Want
voor je het weet wordt wat je schrijft toegeschreven aan je afwijkende
persoonlijkheid of ziekelijk denken, een beproefde tactiek (waar de
verdachtmaking van antisemitisme natuurlijk ook een onderdeel van is), zeker
ook vanwege Freilich en zijn kompanen.
P.S. De Standaard drukte ook Freilichs
bewering af dat ik “wel vaker complotten zie als mijn pennentrekken niet
worden opgenomen door een of ander medium, zoals onlangs nog gebeurde met
Knack”. Vreemd, want wie begrijpt nu die verwijzing naar Knack?
Nog interessanter is dat de aanvaring die ik inderdaad met Knack
heb gehad (een blad dat me kort voordien liet verdacht maken van
antisemitische neigingen), juist ging om een zoveelste verdachtmaking van
antisemitisme vanwege Freilich en zijn kompanen, nu ten koste van het
geschiedenisleerboek Historia en mezelf. Joods Actueel
had het volkomen bij het verkeerde eind, publiceerde mijn rechtzetting om me
dan, zonder enige argumentatie, opnieuw te beladen met alle zonden Israëls.
Niet één krant, niet één tijdschrift, ook Knack niet, wou
mijn verhaal hierover publiceren. Zie hierover
www.serendib.be/gievandenberghe/artikels/joodsactueeleengettovanjoodsgelijk.htm