 |
Zonder quota is het dweilen met de
kraan open
Ludo DE WITTE (8/6/06)
|
In een gesprek met Jozef De Witte, directeur
van het Centrum voor gelijkheid van kansen, peilde De Morgen
(van 6/6/06) naar zijn standpunt over tewerkstellingsquota voor
etnische minderheden. Na enig aandringen zegt De Witte dat de
discussie over quota ‘verlammend’ werkt, ‘omdat het draagvlak
te klein is’. Hij pleit ervoor om te zwijgen over quota en te
‘praten over wat wel kan. Nederlands op de werkvloer, streefcijfers, diversiteitsplannen.’ De Witte gooit dus de handdoek in de ring,
want hij erkent zelf dat het diversiteitsplan van de Vlaamse
regering ‘een vrome wens’ blijft. Hij wéét dat niet-afdwingbare
streefcijfers geen zoden aan de dijk zetten – toch niet voor deze en
volgende generatie. En dat geldt ook voor flankerende maatregelen of
acties op andere terreinen.
Als er geen krachtdadig tewerkstellingsbeleid
wordt gevoerd, zijn andere maatregelen een maat voor niets. Toen
begin jaren ’80 in Lyon zware rellen uitbraken, pompte de overheid
veel geld in sportinfrastructuur en wijkwerking. Zonder veel
resultaat, want de jongeren bleven zonder werk zitten en tien jaar
later volgde een nieuwe sociale explosie. Gevolg: onbegrip bij de
modale Franse burger voor ‘het verspilde geld’. Werk is de sleutel.
Want hoe kan je jongeren stimuleren te studeren als de werkloosheid
van hun oudere broer of neef hen leert dat een diploma toch geen job
oplevert? En hoe kan je de verloederde ‘bruine’ stadswijken
aanpakken als de bewoners werkloos zijn, en dus geen uitzicht op een
banklening en bijhorende fiscale aftrek hebben, en dus van de
aankoop en renovatie van woningen alleen maar kunnen dromen?
Het Centrum heeft de opdracht de publieke
opinie te informeren en te sensibiliseren, en ook om
beleidsaanbevelingen op te stellen. Men mag dus verwachten dat De
Witte het nut van quota als hefboom tot integratie minstens ter
discussie stelt. Hij schrikt daar evenwel voor terug. Die
koudwatervrees is ongegrond. Waarom mogen etnische minderheden geen
aanspraak maken op quota als vrouwen of mensen met een handicap dat
in diverse sectoren wél kunnen doen? Quota zijn geen vorm van
‘positieve discriminatie’, maar een inhaaloperatie na decennia
van feitelijke quota ten voordele van de blanke meerderheid.
VS-president Lyndon Johnson, niet bepaald een toppunt van
progressiviteit, zei:
‘Een persoon die jarenlang was geketend kan je
niet naar de start van een loopwedstrijd brengen en hem zeggen dat
hij vrij is om met alle anderen te wedijveren, en dan denken dat je
rechtvaardig hebt gehandeld… Het volstaat niet kansen te bieden. (…)
We streven niet alleen gelijkheid als een recht en een theorie na,
maar gelijkheid als een feit en als het resultaat.’
Hij zei dat in
1965, toen de Afro-Amerikanen massaal op straat kwamen en
conservatief Washington door elkaar schudden.
Zo’n inhaaloperatie is gewoon een
schadeloosstelling voor het gedane onrecht. Zoals het slachtoffer
van een diefstal recht heeft op compensatie, zo hebben etnische
minderheden recht op de jobs die hen worden ontzegd. En ze hebben
daar niet morgen of overmorgen, maar vandaag recht op. Die
compensatie gebeurt niet omdat men ‘bruin’ of ‘zwart’ is, maar omdat
‘bruine’ en ‘zwarte’ mensen in het verleden onrechtvaardig zijn
behandeld omdàt ze ‘bruin’ of ‘zwart’ zijn. De Witte heeft gelijk
als hij zegt dat daar vandaag geen draagvlak voor is. Maar moeten we
daarom zwijgen? Wie zwijgt, bestendigt de schrijnende toestand. 100
jaar geleden was er ook geen draagvlak voor gelijke rechten voor
vrouwen. En 50 jaar geleden konden holebi’s
en tegenstanders van de Apartheid evenmin op veel steun rekenen. Als
we toen zijn strategie hadden gevolgd, waren de vrouwen en de
holebi’s hier en de zwarten ginder nog
altijd tweederangsburgers.
Vooral in het licht van de
islamofobe verdwazing na de moord op Joe (de daders hadden
zwart haar en bruine ogen, ‘dus’ waren het Marokkaanse Belgen) en de
racistische raid in Antwerpen klinken De Wittes woorden als
vaandelvlucht. De stille mars in Antwerpen was een kreet tegen
racisme. Maar hoe kunnen we racisme duurzaam te lijf gaan, als we er
niet in slagen de blanke meerderheid en etnische minderheden echt
samen te brengen, als collega’s op het werk, als buren, als
vriendjes van de kinderen op school? Daartoe zijn
tewerkstellingsquota nodig. Maar hoe kunnen we daaraan een begin van
uitvoering geven als zelfs diegenen die betaald worden om te
sensibiliseren er niet eens durven over spreken?
Ludo De Witte
(publicist)
|