CIE-INDEX

"ROOTISME": EEN "KENOBSTAKEL" VOOR HET MAATSCHAPPELIJK DEBAT?

door Herman DE LEY*

Het “phlogiston” was heel populair onder chemisten in de 17de en 18de eeuw. Waarom en hoe iets ontbrandt? Door... het “phlogiston”. Het beroep op een vreemde taal (Grieks: phlox, "vlam, vuur") verhulde dat het in wezen om een pleonasme ging.[1] Daarmee werd de schijn van verklaring, en dus van kennis gewekt - en het vormde als zodanig een obstakel voor kennisverwerving. Die manier van denken gaat via de alchemie uiteindelijk terug tot de oud-Griekse natuurfilosofie. Volgens de Franse wetenschapsfilosoof, Gaston Bachelard, blijft ze ons ook vandaag nog steeds verleiden als "un obstacle épistémologique".[2]

Ik werd daaraan herinnerd toen ik in De Morgen las hoe Etienne Vermeersch nogmaals zijn hobby horse van het “rootisme” van stal haalde ten einde de “multiculturelen” de les te spellen. "Rootisme", z.i., als een vorm van “collectivistisch denken" is weliswaar "niet zo verderfelijk als racisme" maar het is wel degelijk evenzeer gebaseerd, qua solidariteit, op het principe van "Eigen volk eerst"; aldus vormt het ("in sommige van zijn aspecten") een gevaar voor het "ethisch ideaal". Etienne Vermeersch, in zijn opiniestuk, aarzelt niet om m.b.t. "mensen van allochtone afkomst" (hij bedoelt Marokkaanse en Turkse) zelfs te gewagen van "een tegennatuurlijke houding". De "multiculturelen" (whoever they may be) doen er bijgevolg fout aan "dat rootisme te stimuleren".[3] En de tussenkomsten, de voorbije weken, van de Anglikaanse aartsbisschop, Rowan Williams, en de Turkse premier, Recep Erdoğan, worden in dat verband door hem gebrandmerkt als "ontsporingen" - die hopelijk "onze multiculturelen... stilaan" tot inzicht zullen brengen "waartoe hun pad leidt".

Ook na hernieuwde lectuur van Vermeersch' uitvoeriger argumentatie op het internet, blijf ik het erg moeilijk hebben met zijn creatie en gebruik van de term “rootisme”. Wat in feite een indirecte hoedanigheid is, subjectief en wisselend, dialectisch, contextgebonden en dynamisch - je persoonlijke, bemiddelde verhouding tot onder meer het land van herkomst (i.e. jouw perceptie ervan) van je ouders of grootouders -, wordt door dit (van het Engels afgeleide) woord direct gesubstantifieerd, tot iets statisch en objectief gegeven. Het neologisme wekt - vergelijkbaar met "phlogiston" - verkeerdelijk de indruk dat het ons iets leert want een verklaring levert, terwijl het in feite slechts om een herneming gaat, in één geleerd klinkend woord, van een complexe, psychische en emotionele attitude, die telkens gekoppeld is aan een heel specifieke context.

Maar er is meer: wanneer het (onvermijdelijk) moraliserend naar voren wordt geschoven als de oorzaak van maatschappelijke dysfuncties(vgl. het ondertussen beruchte "Kutmarokkaantjes" van Yves Desmet), leidt "rootisme" ons tot “blaming the victim”. Weliswaar wordt door Etienne Vermeersch een (belangrijke) nuance gemaakt t.a.v. racisme, hoewel hij bij beide vreemd genoeg de klemtoon blijft leggen op biologische afstamming (racisme is vandaag meestendeels juist niét-raciaal). Het wézenlijke verschil echter tussen beide blijft buiten beschouwing. In onderscheid met "rootisme", is racisme niét louter een kwestie van foute denkbeelden, gevoelens of intenties: je kan perfect, als beleidsmaker, qua intenties 'antiracist' zijn en tóch racistische maatregelen nemen. Neen, racisme is ook en vooral onlosmakelijk verbonden met macht, en dus met concrete, maatschappelijke en politieke verhoudingen, te weten: van ongelijkheid, discriminatie en uitsluiting.[4] In de mate dat die verhoudingen effectief geïnstitutionaliseerd en structureel zijn - en dus niét louter een kwestie zijn van ideeën maar zich uiten in administratieve e.a. praktijken -, beïnvloeden zij evident de manier waarop eraan onderworpen individuen voor zichzelf een identiteit construeren, meer in het bijzonder wat het aandeel daarin betreft van de verhouding tot het “land van herkomst” én het “land van aankomst” (Scheffer).[5] Vormen van radicalisering ten gevolge van misbruikte maatschappelijke verhoudingen leveren daaromtrent een duidelijk voorbeeld.[6] Niet “rootisme”, derhalve, geeft een verklaring (het is integendeel een verhullend label voor wat verklaard moet wórden), maar dat doen wél de ongelijke, maatschappelijke verhoudingen tussen meerderheid en minderheid.

Processen trouwens van identiteitsvorming via groepsverbondenheid (met een véélvoud van groepen) vind je overal, op elk niveau en in alle middens, in onze samenleving - en ze zijn perfect normaal. Zonet bv. verscheen aan de ULB de publicatie: "Football et identités" (Jean-Michel De Waele, Alexandre Husting, éd., Brx 2008). Niet voor niets wordt de mens reeds sedert de oudheid gedefinieerd als een "sociaal wezen". Om het even met de oude Marx te zeggen: de mens komt niet met een spiegel ter wereld, maar "spiegelt zich eerst aan een ander mens. Pas door de betrekking op de mens Paulus als zijns gelijke ziet de mens Petrus zichzelf als mens" (Het Kapitaal I, p. 15 n. 18, vert. Lipschits). Zo is dat, altijd en overal. Méér nog: dergelijk gevoelen van groepsverbondenheid "is noodzakelijk voor ('s mensen) psychologisch welbevinden" (Noel Clycq). Er is derhalve geen goede reden om iemands relatie tot het 'thuisland' van zijn of haar (groot)ouders (in de sociologie wordt daaromtrent ook gesproken van "cultureel kapitaal") te problematiseren b.m.v. de term "rootisme", en aldus te stigmatiseren. En dan nog wel énkel... wanneer het "Marokkanen", "Turken", en andere moslimimmigranten betreft (en niét bv. ex-Italiaanse, ex-Griekse enz. immigranten). Tenzij... men dogmatisch stelt dat in het geval van moslims zoiets noodzakelijk gepaard gaat met "onderdrukking van het individu", enz. In dat geval, echter, houdt men - nog afgezien van een voor betwisting vatbare visie op "de islam" - zélf geen rekening met het feit dat de betreffende volgende generaties en jongeren hiér geboren en getogen zijn; dat zij dus méér zijn dan een 'biologisch product" van hun afkomst. Iedere persoon zoekt zich een eigen weg en moét dat ook kunnen doen, binnen de gegeven context (voor een geslaagde literaire verwerking van die thematiek, lees bv. het boek "Vrouwland", van Rachida Lamrabet, 2007).

Wat misschien nog het meest bezwaarlijk van al is aan deze pseudo-verklaring: uitgaande van een minder of meer geïdealiseerd en idyllisch beeld van de "eigen" maatschappij,[7]  rechtvaardigt zij paternalisme en bevoogding ten aanzien van een minderheid. Wie gediscrimineerd wordt, zo kan geargumenteerd worden en wordt ook vaak geargumenteerd (bv. de verplichting om Nederlands te kennen/leren als voorwaarde om een sociale woning toegewezen te krijgen), wordt “in zijn/haar eigen belang” gediscrimineerd, gedisciplineerd en gekleineerd. "Rootisme" vormt in die zin een argument pro emancipatie of integratie onder dwang - d.w.z. pro gedwongen assimilatie of conformering.[8]

Het hoofddoekenverbod in Antwerpen, Lokeren, Gent en Lier past ook in dit plaatje, maar is toch complexer. Het vertrekt niet louter vanuit een perceptie van vooronderstelde inferioriteit van (het culturele kapitaal van) de moslimminderheid. Het zet eigenlijk een Janusmasker op.  Enerzijds is er de ideologische en retorische constructie van een onoverkomelijke conflictsituatie, te weten t.a.v. de Europese lekenstaat, die coûte que coûte moet verdedigd worden tegen de islamitische dreiging.[9]

Anderzijds, poogt men de maatschappelijke impact van het verbod te minimaliseren, als zijnde simpelweg een kwestie van "dress code" voor ambtenaren (zo nogmaals burgemeester Vanderpoorten, in DM). Ik heb vroeger nooit horen spreken over "dress code" voor stedelijke ambtenaren (behalve dan voor geüniformeerde hostessen, die burgers verwelkomen op hun gemeentehuis). Het enige wat telde waren banale regels van fatsoen en betamelijkheid - en kan je stellen dat een hoofddoek of sjaal "onfatsoenlijk" zou zijn? Het gààt voor de betrokkenen juist om fatsoenlijkheidsregels. Het feit dat deze vrouwen en meisjes in een of andere mate 'religieus' geïnspireerd (kunnen) zijn, hoeft ànderen - niet-moslims - niét te interesseren: wij hebben daar niéts mee te maken; of positief geformuleerd: wij hebben dat te respecteren. Wanneer we ons daar wél mee "moeien", als beleidsmakers, academie of publicisten, houden wij in feite intentieprocessen én handelen we in strijd met het individuele "recht op zelfbeschikking" (Etienne Vermeersch) van deze personen.

Maar, zoals gezegd, wordt ook, en vooral, gezwaaid met "de neutraliteit van de openbare functie", ten einde het verbod te legitimeren (óndanks de grondwettelijke bepalingen).[10] Hierop moet gerepliceerd worden dat de "scheiding tussen kerk en staat" (als zodanig weliswaar niét vermeld in de Belgische Grondwet), waaraan de laïcistische visie op "neutraliteit" gekoppeld wordt, geen personen en hun levensbeschouwing viseert, maar een scheiding betreft tussen instituties.[11] Dat hield en houdt in dat "bedienaren" van cultussen georganiseerd door een kerkelijke institutie - historisch in ons land de rooms-katholieke clerus en hiërarchie, finaal onder de zeggingschap van het Vaticaan - en tant que tel per definitie geweerd worden uit ambtelijke hoedanigheden.[12] Zo niet zou dat een inmenging vormen van een "kerk" in de werking van "l'état neutre entre les religions" (E.Renan); en, omgekeerd, de staat zou zich in dat geval vereenzelvigen met een religieuze institutie. In het geval echter van moslima's of moslimdames gaat het niét om bedienaren van een of andere religieuze instelling: de meisjes en vrouwen zijn leken - óók wanneer zij een hoofddoek dragen. Zij kunnen (zouden moeten kunnen) vrijelijk een beroep doen op de grondwettelijk gewaarborgde "vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten". Om het even te concretiseren naar de Gentse situatie: de bekende 'zuster Monica' Van Kerrebroeck kan nièt achter een desk in de stedelijke administratie, ook al draagt zij géén hoofddoek; mevr. Zeynep Göktepe, daarentegen, van de Stedelijke Integratiedienst, moet dat wél kunnen, mét hoofddoek!

Laten we nog een laatste maal terugkeren naar "rootisme". Luidens Etienne Vermeersch is het verantwoordelijk voor een "Eigen volk eerst" separatisme of collectivisme, "binnen (het bestaande) brede solidaire geheel". Na het voorgaande moet m.i. de vraag gesteld worden of dat "brede solidaire geheel" binnen de bestaande maatschappelijke verhoudingen wel méér is dan retoriek en ideologie. Retoriek en ideologie die het "rootisme" helpt toe te dekken, in plaats van ze kritisch te bevragen - wat dan toch de taak is van de filosofie?


Vosselare, 21 februari 2008.

 


NOTEN:

* Uitgeschreven reactie op Etienne Vermeersch's opiniestuk, “Het pad van de multiculturelen gaat de verkeerde kant op”, DM, “de Gedachte”, 16 feb 08, p. 18* [zie ook, uitvoeriger, op zijn website - Google, in cache, Analyse van de problematiek rond de multiculturele samenleving ]. Zie mijn kortere lezersbrief in DM, 18 feb 08.

[1] De oorspronkelijke tekst is hier licht aangepast, na repliek, via email (en nadien ook een lezersbriefje in DM), vanwege Etienne Vermeersch. Hij schreef het volgende: "Vooreerst de phlogistontheorie. Ik ben daar toevallig iets beter over ingelicht dan jij. Deze theorie werd lange tijd door topfiguren als Scheele, Cavendish en Priestley aangenomen en niet als 'woordenspel': zij waren hoofdzakelijk experimentatoren en zagen de theorie in hun experimenten bevestigd - zoals talloze astronomen eeuwenlang de theorie van Ptolemaeus in hun waarnemingen bevestigd zagen -. De basis werd gelegd door Stahl via een experimentum crucis waarbij hij metaal in metaalas omzette via verbranding en die metaalas terug in metaal, via 'reductie'. De phlogistonhypothese was dat bij de verbranding een gas, phlogiston vrijkwam en bij de reductie het phlogiston terug met de metaalas verbonden werd en zo het metaal opleverde. Zelfs Kant geeft dit in zijn tweede Vorrede tot de Kritik der reinen Vernunft als een karakteristiek voorbeeld van de experimentele methode. Lavoisier deed met deze theorie wat Copernicus met die van Ptolemaeus deed: een volkomen omkeren van het uitgangspunt. Verbranding werd nu een verbinding van het metaal met zuurstof en reductie een verdrijven van zuurstof uit de metaalas. De kracht van de theorie werd versterkt door de verbranding van waterstof te beschouwen als een verbinden met zuurstof, wat water opleverde. Maar Priestley bracht hiertegen in dat dit nooit zuiver water was: het was altijd zuur. Lavoisier verkoos echter de kracht van de theorie boven het verdict van het experiment. Dat probleem werd pas echt opgelost toen Paets van Troostwijck erin slaagde uit waterstof en zuurstof zuiver water te bekomen. De dingen zijn dus niet altijd zo, zoals ze lijken".
Ik heb het woordje "simpel" derhalve geschrapt, en "gewoon" vervangen door "in wezen". De pointe van dit voorbeeld (er zijn er andere te geven: bv. waarom zijn sommige planten slaapverwekkend? door de aanwezigheid van het 'somniferum' - dit maal uit het Latijn) was hoe dan ook niét dat de theorie niet ernstig werd genomen, wel integendeel. Denken we maar aan substantifiëringen als "het koude", "het warme", het "droge", het "vochtige", ook "het mannelijke", "het vrouwelijke", enz., enz.: vereenzelvigd met bepaalde "elementen" ("vuur", "water", "aarde"...), werden ze vanaf Anaximander, 1e helft van de 6de eeuw voor onze tijdrekening, in de natuurfilosofie, en later eeuwenlang in de antieke, vervolgens Arabische en dan Westerse alchemie héél "ernstig" genomen: cf. de ontelbare, vergeefse pogingen van de alchemisten om bij middel van hun ovens, "bains Marie's", kerotakissen, distilleertoestellen, alambieken en andere toestellen die kwaliteiten-substanties in zuivere vorm en juiste verhouding te reproduceren en combineren, ten einde aldus goud, het "grote elixir" en/of de "steen der wijzen" te creëren. Het was onder invloed van Paracelsus (1493-1541) dat de alchemistische zwavel-kwiktheorie ("zwavel" stond voor het mannelijke, ontvlammende, enz., en "kwik" voor het vrouwelijke, passieve, vloeibare, enz.) precies aan de basis lag van de zgn. phlogistontheorie, in de 17de eeuw. PS Over de laat-antieke en vooral Arabische alchemie, zie op deze site (voor de rol van Paracelsus, ibidem, noot nr. 86).

[2] In zijn bekende werk, La formation de l'esprit scientifique, Paris 19696. Zie Chap. I, over "la notion d'obstacle épistémologique". Over "l'obstacle substantialiste", zie Chap. VI. Bv. p. 97: "... d'une manière plus ou moins dissimilée sous les artifices du langages, c'est là un type d'explication qui menace toujours la culture. Il semble qu'il suffirait d'un mot grec pour que la vertu dormitive de l'opium qui fait dormir cesse d'être un pléonasme. Le rapprochement de deux étymologies de génies différents produit un mouvement psychique qui peut passer pour l'acquisition d'une connaissance. Toute désignation d'un phénomène connu par un nom savant apporte une satisfaction à une pensée paresseuse...". Ook p. 109: "Des propriétés manifestement indirectes pour un esprit scientifique sont immédiatement substantifiées par la mentalité préscientifique", en partim.

[3] Vermeersch nog in zijn opiniestuk: "... het collectivisme, dat solidariteit eist zonder respect voor het individu. De ergerlijkste vorm van zo'n collectivisme is het racisme... Een ander gevaar nu ligt in een fenomeen dat ik 'rootisme' genoemd heb". Zie ook uitvoeriger, in het hoger vermelde artikel op zijn site, bv.: "Racisme is de overtuiging dat mensen in positieve of negatieve zin bepaald zijn door hun behoren tot een bepaald ras; correcter uitgedrukt, door een reeks (echte of denkbeeldige) eigenschappen die via biologische afstamming verworven zijn en die ze gemeenschappelijk hebben met een groep. Daar komt nog de overtuiging bij dat "rasvermenging" schadelijk is. Een racist definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong: hij identificeert hen, (en belaadt hen eventueel met stigmata) niet op grond van wat zij als persoon zijn, maar als leden van een groep, waartoe zij, vanwege hun afstamming zouden behoren. Wat ik rootisme noem is niet zo verderfelijk als racisme, maar het heeft er een verdacht aspect mee gemeen. De term komt van het woord roots, wortels. Rootisme bestaat erin dat mensen zichzelf op biologische gronden definiëren: de rootist is overtuigd dat de eigen identiteit bepaald wordt door biologische afstamming... In tegenstelling met de racist, die anderen op basis van biologische afstamming in een vakje duwt, plaatst de rootist zichzelf om gelijkaardige redenen in een vakje. Met dat rootisme gaat veelal de overtuiging gepaard dat men aan de eigen roots trouw moet blijven: bijvoorbeeld de Marokkaanse (Turkse) nationaliteit, cultuur, godsdienst. Ik beschouw het als een belangrijke opgave voor de komende jaren dat we de kinderen van allochtonen ervan overtuigen dat het rootisme zowel om pragmatische als om ethische redenen, een verkeerde houding is... Onder alle nefaste opdelingen van mensen in groepen is het racisme wel de meest absurde en de meest verderfelijke. De persoonseigenschappen van een mens: aanlegfactoren, karakter, vaardigheden, sociale kwaliteiten, enzovoorts zijn volstrekt niet bepaald door biologische factoren die ze, op grond van afstamming met een groep gemeen zouden hebben. Door deze wetenschappelijk onomstootbare vaststelling wordt het racisme zowel intellectueel als ethisch complete nonsens. Maar hetzelfde geldt voor enkele aspecten van het rootisme." ...

[4] Zie hierover uitvoerig natuurlijk Jan Blommaert & Jef Verschueren, Antiracisme (Antwerpen-Baarn 1994).

[5] Zie het Opiniestuk van Noël Clyck, "Roots die je niet klemzetten", DM 20 februari 2008.

[6] Dat geldt vanzelfsprekend ook voor religie, in het bijzonder islam, waaraan Vermeersch een bijzondere rol toeschrijft binnen het "rootisme". Om slechts één voorbeeld te citeren uit recent sociologisch onderzoek inzake Nederland, Phalet, K. & Frea Haker (2004), Moslim in Nederland. Diversiteit en verandering in religieuze betrokkenheid: Turken en Marokkanen in Nederland 1998-2002. SCP-werkdocument, 106b (Sociaal en Cultureel Planbureau, Utrecht & Ercomer-ICS, Universiteit Utrecht). Ik citeer een passus met citaten uit mijn cursusnotities, "Secularisme & Religie", URL http://www.flwi.ugent.be/cie/RUG/deley33.htm#III. (einde kap. II):

...Net zoals taal en cultuur, kan ook religie het onderscheid versterken tussen de etnische "in-group" en "out-groups". Men mag dan met name verwachten dat religie aan belang wint, en wel als bron van zelfstereotypering en zelfwaardegevoel, wanneer de betreffende in-group in etnisch en religieus opzicht zich in een minderheidspositie bevindt:

"Voor Turken en Marokkanen in Nederland kan de moslimidentiteit een moreel ijkpunt en tegenwicht bieden tegen het maatschappelijk machtsoverwicht van autochtonen, en aldus hun zelfwaardegevoel beschermen" (p.26).

De verwachting, dat een hoge mate van etnische identificatie gepaard gaat met een sterke religieuze betrokkenheid, als een positief onderscheidend etnisch kenmerk, is volgens sociaal-psychologen des te waarschijnlijker wanneer de betrokkenen, in dit geval moslims, zich àls moslims bedreigd of gediscrimineerd voelen:

"in het verlengde van etnische reactievorming kan ook religie als compensatie dienen voor negatieve ervaringen van discriminatie, vooroordeel of cultuurconflict met dominante waarden en normen in de ontvangende samenleving" (ibid., p. 27).

Een recent voorbeeld in eigen land levert het hoofddoekverbod voor gemeenteambtenaren in Lier: "Het is me ook al opgevallen dat mensen die voordien geen hoofddoek droegen, dat vandaag weer wel doen", aldus burgemeester Marleen Vanderpoorten, in De Morgen van 16 februari 2008.

[7] Het is misschien niet helemaal toevallig dat Etienne Vermeersch voor zijn (westerse) verzoening tussen individualisme en "uitdijende" solidariteit in het kader van een vooruitstreven "ethisch ideaal" terugvalt, zonder het expliciet te vernoemen, op een principe van de Stoa, in de latere oudheid, dat van de zgn. "oikeíosis" (letterlijk: "toeëigening"): zie op deze site. Ondanks de keizer-filosoof Marcus Aurelius nochtans was dat reeds in de oudheid niet echt een succesverhaal. - Mochten we kwaadwillig zijn - quod non -, zouden we stellen dat de Europeanen/Belgen/Vlamingen... hùn "rootisme" althans ten aanzien van moslimimmigranten en de moslimwereld in het algemeen in een verhullend waardenkleedje steken van universalisme, democratie, tolerantie, vrijheid van meningsuiting, enz. - wat dan bv. niet strijdig is met de oorlogen tegen de Iraakse bevolking, steun aan de Israëlische apartheidspolitiek, enz. Wat weliswaar de verhouding betreft t.a.v. de Walen en/of Franstaligen, vallen Vlamingen wél terug op een openlijk en primair "rootisme" - zodanig dat bv. een politicus van een andere partij "geen echte Vlaming" kan worden genoemd.

[8] Het is alvast opvallend dat Etienne Vermeersch de uitlating van de Turkse premier in Duitsland, dat het een mensenrecht is zich niét te assimileren (sc. aan de dominante cultuur), als een "ontsporing" veroordeelt. Zie ook mijn lezingtekst, "Integratie: een 'gedwongen uitnodiging'?", op deze site.

[9] Laten we toch maar even het opiniestuk van B.Barnard en G.Van Istendael citeren: "Na een ontwikkeling van tweehonderd jaar - nee, tweeduizend jaar - hebben wij Europeanen de publieke sfeer eindelijk van de persoonlijke afgebakend en een soort evenwicht bereikt tussen de res publica en de religio. Het zou wel erg onverstandig zijn dat op te geven...(H)et is absoluut noodzakelijk te begrijpen dat onze termen - al onze dierbare civiele vrijheden, waar het
neutraliteitsbeginsel een structurerend principe van is - betekenisloos zijn binnen de theologische ruimte van de Profeet"
(zie op deze site). Bijzonder nuttig hieromtrent is nog altijd het essay van Heiner Bielefeldt, "Moslims in de Lekenstaat. Het recht van moslims mee vorm te geven aan de Europese samenleving" (vertaling Gent, 2000; op deze site).

[10] We denken in het bijzonder aan artikel 11 van de Grondwet, dat "het genot van de rechten en vrijheden (...) zonder discriminatie moet verzekerd worden. Te dien einde waarborgen de wet en het decreet inzonderheid de rechten en vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden". Mooier kan het niet, toch? Zie hierover onze cursusnotities, op deze site.

[11] Als het resultaat van de historische breuk met de feodale samenleving (met haar "ordines"), zoals exemplarisch gerealiseerd werd met de Franse Revolutie. De eeuwenlange clash tussen pauselijke theocratie en politieke orde (proto-staat), tussen sacerdotium en regnum, werd finaal (?) gewonnen door laatstgenoemde.

[12] We zouden beter niet schrijven: "per definitie", maar wel: "in principe". Het katholicisme, immers, fungeert in onze 'lekenstaat' als een publieke of "civiele religie" (een notie die in se contradictorisch is of zou moeten zijn): zie bv. de aanwezigheid, vooraan in de senaat gezeten, van kardinaal Danneels bij de eedaflegging van Albert II; de nog altijd 'vanzelfsprekende' aanwezigheid van ook niet-katholieke regeringsleden op het katholieke Te Deum (gecelebreerd door dezelfde kardinaal), t.g.v. het feest van de dynastie, enz. In sommige Europese landen (bv. Nederland) werd dergelijke privilegiëring van de "eigen" (in dat geval Lutheraanse) kerk gelegitimeerd met puur "rootistische" argumenten. Zie over de evolutie van de kerk in België, Karel Dobbelaere, "Het 'Volk-Gods' de mist in?. Over de kerk in belgië", Leuven 1988.

Het pad van de multiculturelen gaat de verkeerde kant op
Etienne Vermeersch, De Morgen, 16-02-2008 Pag. 18.

Nadat de Britse aartsbisschop Rowan Williams vorige week een plaats had opgeëist voor de sharia in zijn land, riep de Turkse premier Erdogan de Duitsers van Turkse origine op zich niet te assimileren. Etienne Vermeersch schept het kader om een oordeel te vormen over hun uitlatingen.
Wie hier geboren is en van plan is hier zijn leven door te brengen is uiteraard een burger van dit land en het is een vreemde gedachte dat men eigenlijk tot een land behoort dat men sporadisch bezoekt
Wie de historiek maakt van de ontwikkeling van de ethiek tijdens de laatste drie millennia, stelt vast dat twee waarden zich daarin steeds duidelijker geprofileerd hebben: de naastenliefde en het respect voor het individu. Aanvankelijk stond de solidariteit met de 'naaste', als 'meest nabije', centraal: familieleden, buren, stam, natie... Maar in de parabel van de Barmhartige Samaritaan werd dat uitgebreid tot alle mensen.
Parallel daarmee groeide het besef dat mensen in essentie gelijk zijn en in dezelfde mate recht hebben op zelfbeschikking. Die waarden: volwaardige zelfontplooiing van elk individu en de opgave om alle mensen daaraan deel te laten hebben, zijn niet intern tegenstrijdig; ze vormen samen de basis van een ethiek die de toekomst voor zich heeft.
Dat veronderstelt echter dat we een adequaat beeld hebben van onze plaats onder de mensen. Iedereen heeft het basisrecht voor zichzelf het geluk na te streven. Dat is echter niet realiseerbaar zonder het geluk van de onmiddellijke 'naasten': familieleden, vrienden. En wie nadenkt, beseft dat dat ook geldt voor de mensen van eigen buurt en werkkring en uiteindelijk voor al degenen met wie we in solidariteit verbonden zijn, via allerlei instellingen, sociale zekerheid, enzovoort. In een wereld die steeds meer één wordt, dijt dat gemeenschapsbesef noodzakelijkerwijze uit naar alle mensen. Individualisme en naastenliefde vertrekken dus van hetzelfde uitgangspunt: het individu, maar breiden zich in concentrische cirkels uit tot de hele mensheid erin betrokken wordt. Essentieel daarbij is dat er graden in solidariteit zijn: je hebt het recht het meest van je eigen kinderen te houden; maar ook dat de gradaties in solidariteit te maken hebben met de mate van interactie met de anderen: je bent meer solidair met de mensen van je eigen bedrijf dan met een onbekende in een vreemd land.
Dat ethische ideaal wordt op twee wijzen in het gedrang gebracht: het egoïsme, dat een individualisme is zonder solidariteit, en het collectivisme, dat solidariteit eist zonder respect voor het individu.
Rootisme
De ergerlijkste vorm van zo'n collectivisme is het racisme, dat stelt dat mensen in positieve of negatieve zin bepaald zijn door een reeks (echte of denkbeeldige) gemeenschappelijke eigenschappen die via biologische afstamming verworven zijn. Een racist definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong: hij identificeert (en stigmatiseert) hen niet op grond van wat zij als persoon zijn, maar op basis van hun afstamming. Ook het extreem nationalisme beperkt op vergelijkbare wijze de solidariteit tot één enkele groep en het collectivistische aspect ervan (du bist nichts, dein Volk is alles) schakelt het individu bijna volledig uit.
Een ander gevaar nu ligt in een fenomeen dat ik 'rootisme' genoemd heb. Terwijl de racist anderen op biologische gronden in een vakje plaatst, doet de 'rootist' (van roots, wortels) dat met zichzelf: hij is ervan overtuigd dat de eigen identiteit bepaald wordt door biologische afstamming. Rootisme is niet zo verderfelijk als racisme, maar het heeft er een verdacht biologisch aspect mee gemeen. Als jongeren die hier geboren en getogen zijn, zich toch als Marokkaan beschouwen, dan baseren ze dat op het feit dat ze biologisch van Marokkanen afstammen. Daarmee gaat veelal de overtuiging gepaard dat men aan de eigen roots trouw moet blijven op het gebied van nationaliteit, cultuur, godsdienst.
Voorstanders van een 'multiculturele samenleving' zijn geneigd dat rootisme te stimuleren. Ze vinden het passend dat mensen zich op basis van hun afstamming als leden van een bepaalde groep beschouwen die een eigen gemeenschappelijk groepsbesef in stand moeten houden. Het individu wordt daarbij geacht zich aan de normen van die groep te houden (collectivisme) en die groep zelf vereist een bijzondere solidariteit ('Eigen volk eerst'). Mensen zijn zoals gezegd individuen, die hun eigen mogelijkheden ten volle in alle richtingen moeten kunnen ontplooien en zich het meest solidair voelen met degenen met wie ze echt samen leven en werken. Het is daarom een belangrijke opgave kinderen van allochtonen ervan te overtuigen dat het rootisme zowel om pragmatische als om ethische redenen een verkeerde houding is. Wie in dit land geboren en getogen is, en van plan is er zijn hele leven door te brengen, is uiteraard een burger van dit land en het is een vreemde gedachte te menen dat men eigenlijk tot Turkije, Marokko of een land behoort waaraan men sporadisch een bezoek brengt. Wie denkt een bepaalde godsdienst te moeten aanhangen op rootistische gronden, doet afstand van het zelfbeschikkingsrecht van het individu dat door eigen onderzoek tot een wereldbeschouwing komt.
Sharia
De principiële stellingnamen verdienen verheldering en nuancering (zie mijn stuk daarover in etiennevermeersch.be), maar zo vormen ze de grondslag om een oordeel te vormen over de uitlatingen van Rowan Williams, aartsbisschop van Canterbury, betreffende de plaats van de sharia in Engeland en die van de Turkse premier Recep Erdoğan betreffende assimilatie als schending van de mensenrechten. De maatschappij waarin de bedoelde mensen van allochtone afkomst (tweede generatie) verkozen hebben te leven, is de Duitse, Britse... De natie, de taal, de intellectuele en technische cultuur waarin ze onder andere via het onderwijs zijn opgegroeid, zijn de Duitse of de Britse; hetzelfde geldt voor de werkkring, de fysische ruimte, het recht, de sociale en andere diensten. Het is dus een tegennatuurlijke houding binnen dat brede solidaire geheel op basis van biologische afstamming een afzonderlijke 'Eigen volk eerst'-groep te vormen, met een eigen solidariteit en een onderdrukking van het individu, dat aan een eeuwenoude sharia wordt onderworpen. Dergelijke standpunten gaan in tegen de algemene toe te juichen tendens tot een uitdijende solidariteit en een groeiend respect voor het individu. Die ontsporingen hebben slechts één nut: ook onze 'multiculturelen' kunnen nu stilaan inzien waartoe hun pad leidt.

Etienne Vermeersch is moraalfilosoof en gewezen vicerector van de Universiteit Gent.

herman.deley@ugent.be

CIE-INDEXWeb master: Herman De Ley Update: 10.12.2008