1. De onmiddellijke reacties van de
Vlaamse partijvoorzitters, op
Terzake bij Phara de Aguirre (13/5/06), na de drievoudige
racistische moordaanslag in Antwerpen, lieten
interessante "variaties" zien. Wat alvast in het oog sprong, was het contrast
(meningsverschil, zo leek het wel) tussen de politieke koudwatervrees van SP-A
voorzitter Vande Lanotte, enerzijds (“we mogen niet in dezelfde fout
vervallen als na de roofmoord op Joe Van Holsbeeck”), en de
onstuimigheid waarmee VLD-voorzitter Bart Somers wél een
“schuldige” dacht te kunnen of moeten aanwijzen, anderzijds. Het
Vlaams Belang, dus - of néén, niét zó maar het Vlaams Belang. Finaal,
zo bleek naar het einde van de uitzending toe, was ook Somers tegen
het rechtstreeks politiek ter verantwoording roepen van het VB. Méér nog, bekritiseerde hij de
“dubbelzinnige houding” van Vande Lanotte, die wél bereid was gevonden
de nodige handtekeningen te leveren voor het doorverwijzen van de
KifKif- en MRAX-klacht naar de Raad van State. Die klacht, het moet
gepreciseerd worden, heeft het oogmerk het door àlle
meerderheidspartijen goedgestemde reglement
inzake partijdotaties te onderwerpen aan een juridische toetsing wat
de (non)conformiteit betreft van het VB-optreden t.a.v. de mensenrechten,
de nondiscriminatiewetgeving, enz.
Neen, "le mot magique" waarmee Somers dezer zwaait, luidt:
“het groepsdenken” (zelfs Guy Verhofstad pikte het nu op,
n.a.v. de "stille optocht" in Antwerpen). Niet enkel in
Terzake, samen met de “gevestigde” partijvoorzitters: Vande Lanotte,
Jo Vandeurzen en... Frank Vanhecke, en in de Zevende Dag (14/5), zag
je hem enthousiast, ook wat drammerig, zijn “waarheid” verkondigen. Ook in
een opiniestuk, in De Morgen van enkele dagen later (18/5/06), trok
hij van leer, onder de titel: “De mens is geen kuddedier: 'We moeten
mensen zien als individuen, niet als species [?] van een bepaalde
gemeenschap'”. De vreselijke gebeurtenissen in Antwerpen, zo leek
het wel, schonken Somers-de-denker eindelijk zijn “moment de gloire”.
Nogmaals, door het “groepsdenken” als schuldige aan te wijzen voor
de racistische geweldplegingen, bedoelde Somers niét dat de morele of
politieke verantwoordelijkheid zonder meer aan de deur van het VB
moest gelegd worden (zoals VLD-minister van Buitenlandse Zaken, Karel
De Gucht, dat nadien, in een breed uitgesmeerd interview in de
weekendbijlage, “Zeno” van De Morgen, wél zou doen). In
zijn opiniestuk stelt Somers vast dat “zonder dat groepsdenken ... de racistische
boodschap van het Vlaams Belang minder gemakkelijk ingang (zou) vinden”.
Maar, zo vervolgt hij onmiddellijk: “We bezondigen ons allemaal aan
groepsdenken”. Bovenal, echter, is niét alleen extreem-rechts “erin geslaagd
... ons denken te beïnvloeden en ons beeld van de samenleving te
kleuren”; óók “klassiek links” is daaraan schuldig, want:
“Vanuit de bekommernis om de achterstand bij een deel van de
allochtonen aan te pakken grabbelt men in een ton van specifieke
maatregelen voor een bepaalde groep. Dat werkt misschien op korte
termijn, maar is nefast op lange termijn. Hoe goed bedoeld ook, het
leidt tot een stigmatisering van een hele groep”.
Hier komt Somers’ “aap" reeds "uit de mouw”: waar het hem in zijn
optredens naar aanleiding van de racistische geweldplegingen
politiek bovenal om te doen is, is het gebeuren te gebruiken
als een retorische hefboom om af te rekenen met het zogenaamde
“doelgroepenbeleid”. Het liberale beeld over de Vlaamse samenleving
dat Somers voor ogen staat, is dat van “één gemeenschap van zowat 6
miljoen individuele burgers die gelijke kansen krijgen, een gelijke
verantwoordelijkheid hebben en één lotsverbondenheid delen”. Dat
ideale, of laten we maar zeggen: utopische beeld, nochtans, moet niet enkel ooit
eens gerealiseerd worden; neen, het is nù, onmiddellijk, van toepassing.
Zoals hij het formuleert: “de emancipatie gebeurt individueel, niet
via de groep”. In de voorbeelden, weliswaar, die hij uit “zijn stad”
aangeeft, is hij niet logisch consequent: “In mijn stad zie
ik allochtone hogeschoolstudenten die allochtone jongeren aanmoedigen
verder te studeren”. Over “autochtone” jongeren die tot dergelijke
inspanning bereid zouden kunnen zijn voor hun “allochtone”
leeftijdgenoten, rept hij met geen woord.
Het ideologische “vaatje” waaruit Bart Somers de voorbije weken tapt, is
natuurlijk niet nieuw. Reeds in een DM-interview van 14 oktober 2004
(hij was toen pas interim-voorzitter van de VLD) pleitte hij voor een
stopzetting van het doelgroepenbeleid. Begeesterd (verblind?) door
Somers’ retoriek, lauwerde de DM-redactie hem toen als een quasi
revolutionair denker: “Bart Somers stuurt VLD op nieuwe multiculturele
koers“. Zo luidde het, ook op de frontpagina. In de weergave van het
gesprek, formuleerde hij zijn ondertussen fameuze oneliner:
“niemand uitsluiten uit de maatschappij en niemand opsluiten in zijn
achtergrond” - en dat laatste werd dan als verwijt gericht aan de
“cultuurrelativisten” (vandaag heeft hij het liever over “klassiek
links”).
Zoals toen al een tijdje in Nederland algemeen opgang had gemaakt,
meende ook Somers te moeten constateren dat het jarenlange
doelgroepenbeleid t.a.v. de etnisch-culturele minderheden gefààld had
- niét omdat het nooit doelmatig en consequent was toegepast, maar
omdat het principieel "fout" zat.
Zoals hij het, niet zonder enige “self-fulfilling prophecy”(!), concreet
illustreerde:
"We moeten bijvoorbeeld geen jeugdhuizen meer subsidiëren op grond van
etnische criteria, maar we moeten ervoor zorgen dat allochtonen zich
welkom voelen in om het even welk jeugdhuis. Als je initiatieven voor
etnische groepen ondersteunt of subsidieert, subsidieer je eigenlijk
segregatie".
Allochtone zelforganisaties in het algemeen, trouwens, mochten vanuit
deze redenering zijns inziens niet langer ondersteund worden.
Typerend alvast is dat deze "nieuwe" en “liberale” aanpak,
met het aantreden van de huidige Vlaamse deelregering (waarvan Somers
dus niet langer "minister-president" was),
gekoppeld werd aan een benadrukking van de
"(assimilatie)plichten" van de zogenaamde allochtonen en de
immigranten, en dus, aan een versterken van het gevoerde bevoogdings-
of dwangbeleid (zie
verder). In dat verband werd en wordt door menig VLD-politicus (ook
Dewael en Keulen, bv.) graag verwezen naar de drie “westerse
basiswaarden": namelijk scheiding tussen kerk en staat, gelijkheid
tussen man en vrouw, en de vrijheid van meningsuiting. Ik moge in dit
verband minister Dewael te citeren, enkele dagen vóór het DM-gesprek
met Somers, namelijk DS, 4/10/04, in verband met de
geplande inburgeringscursussen: "ónze spelregels, ónze gedragscode aanvaarden,
dààrover gaat het". En ook Somers (ook al
“herhaalde hij niet” Dewaels “recente suggestie dat de islam een minderwaardige cultuur zou zijn,”
aldus DM-journalist Bart Eeckhout), had er geen enkele moeite mee om
te bevestigen:
“Een individuele aanpak vertrekt van het idee dat een samenleving
alleen maar kan werken als ze op een sokkel van fundamentele waarden
steunt. Aan die waarden moet elke traditie, elke cultuuruiting, elk
gedrag ondergeschikt worden."
In de politieke praktijk (het "Vlaamse inburgeringsbeleid"
wordt door de andere coalitiepartners in de Vlaamse regering quasi
volledig overgelaten aan de VLD) leidde die visie onder meer reeds naar
een Vlaams decreet over
de erediensten en het (nog niet goedgekeurde) woondecreet, met de
betwiste taalvereiste. In vergelijking, helaas, met de
politieke krachtdadigheid op het vlak van de "plichten", is de bereidheid tot het doeltreffend
aanpakken van de discriminaties waarvan de "allochtone" minderheden het
slachtoffer zijn en blijven, volkomen vrijblijvend gebleven (cf. het door Somers
zelf gegeven voorbeeld: “meer begraafplaatsen
moeten aan moslimvereisten voldoen”, terwijl het juist VLD-schepenen
zijn, zoals in Gent, die élke tegemoetkoming op dit punt uit
ideologische halsstarrigheid weigeren). Trouwens en vooral, zo luidt Somers’
overtuiging, elke “allochtoon” moet in de eerste plaats
zélf tegen die discriminaties strijden. Zoals hij het nog in het recente interview
formuleert:
“Het
betekent dat elke mens in staat is zijn lot in handen te nemen. Soms
mislukt hij of soms start hij niet op gelijke hoogte met anderen. Dan
moet de overheid hem helpen. Maar in wezen (!) is iedereen
gelijk en geniet iedereen van de vrijheid om het zelf te maken, maar
is iedereen ook verantwoordelijk om de nodige inspanningen te leveren”.
2. Laten we wél wezen: Somers’ “liberale” aanpak van het
minderhedenbeleid (én nu van het racisme) is helemààl niet zo nieuw of
vernieuwend als De Morgen het in 2004 wel proclameerde. Bij
nader toekijken, gaat het om
niet meer dan om een aangepaste "reprise" van het ideologische verhaal tégen het
maatschappelijke middenveld en vóór een "directe" relatie tussen
"burger" en politieke overheid, dat reeds in het begin van de jaren
’90 opgevoerd werd door niemand minder dan Guy Verhofstadt, namelijk
in diens spraakmakend "Burgermanifest" (1991). Verhofstadt
zelf heeft
nadien de ondeugdelijkheid moeten erkennen van die ultra- of neoliberale
visie, althans wat de Vlaamse (“autochtone”) samenleving betreft en de rol van
dat middenveld (w.o. vakbonden, mutualiteiten, cultuurfondsen, enz.)
ten aanzien van de positieve integratie van de “burger” in de samenleving.
Dat failliete ideologische verhaal werd in 2004 door Somers (met het oog
op de komende krachtmeting om het voorzitterschap) gewoon heropgevist om het dit keer toe
te passen op, of beter: op te leggen aan de zwakste groep in de
samenleving, de zogenaamd allochtone (moslim)gemeenschap. Weliswaar
werd de kersverse interimvoorzitter toen quasi onmiddellijk van
wetenschappelijke repliek gediend: in een interview in dezelfde krant,
van 25 oktober 04, onder de titel: "Bart Somers laat zich leiden door
angst", argumenteerden de onderzoekers Dirk Jacobs (ULB) en Jean
Tillie (UAmsterdam), op basis van gevoerd onderzoek, dat allochtone
zelforganisaties juist integendeel integratie- en
emancipatiebevorderend werken - nét zoals dat decennia lang
het geval was
voor de “autochtonen” (terwijl de hedendaagse teloorgang van het
verenigingsleven en de "atomisering" van de samenleving actief
bijdragen tot sociale desintegratie en, al dan niet xenofobe,
intolerantie en agressie). Somers’ (en Dewaels) Europese voorbeeld: het laïcistische beleid in Frankrijk
(met extreem het wettelijke verbod op de hoofddoek, o.m. in het openbaar
onderwijs), werd door Jacobs en Tillie
uitdrukkelijk als een mislukking beoordeeld. Hoe profetisch die
woorden toen waren, leerden we een jaar later, in november 2005, met de rellen
in de Franse banlieues, die wekenlang als een olievlek uitdeinden.
Helaas, Bart Somers behoort klaarblijkelijk tot het soort van politici
voor wie sociaalwetenschappelijke expertise enkel functioneel is
indien ze de eigen politiek-ideologische vooropstellingen bevestigt. Doet
ze dat niet, dan is ze van geen tel. Hoe weinig respect, trouwens, Somers heeft voor zelfs feiten- of
cijfermateriaal, óók wanneer het uit “zijn” Mechelse stadsdiensten
afkomstig is, bleek enkele maanden geleden nog. Op 24/2/06, in Morgen Beter (VRT), liet hij zich, met zijn
bekend “jongensachtig” aplomb, stigmatiserend als volgt uit over “de allochtonen” in
“zijn” Mechelen:
“De stad Mechelen heeft een vacature uitgeschreven voor grondwerker,
ongeschoolde arbeid die geen enkele kwalificatie vergt en heeft deze
bekendgemaakt aan 20 allochtone organisaties. Er is niemand op
afgekomen. Daar is dus een probleem zowel met allochtonen als met hun
organisaties" (m.o.).
Socioloog Jan Hertogen, die dit “feit” nader onderzocht, geeft
hierbij als commentaar:
”het gezag waarmee dit verhaal verteld werd (Burgemeester, Ex-Minister
President en VLD-voorzitter) duldde geen tegenspraak. Daar lig je dan
als journalist en als kijker in de touwen. De schade is toegebracht en
de oogst kan door de heren met dit krachtige en populistische argument
binnengehaald worden.
Behalve dan als dit Mechelse verhaal niet klopt en volledig in
tegenspraak is met de notulen van het College van Burgemeester en
Schepenen van 18 januari 2006 waaruit Somers citeerde. Dit verslag
werd op eenvoudige vraag door het hoofd van de personeelsdienst van Mechelen
vrijgegeven. Ook hij hoorde zijn burgemeester citeren uit het
door hem opgemaakte rapport zonder dat er iets van klopte”. (vetjes
van J.H.)
Voor de verdere weerlegging, op basis van het door Somers “geciteerde”
verslag, verwijs ik de lezer naar Jan Hertogen, Bericht uit het
Gewisse - BuG nr. 13 - 28/02/2006: “De verdraaide werkelijkheid van Somers
en Dedecker”, URL:
http://www.npdata.be/BuG/13/. Hertogens conclusie alvast, op basis van de reële cijfergegevens, luidt:
“De werkelijkheid wordt door Somers... doelbewust verdraaid”.
3. Somers, dus, als ideoloog, in de
"klassieke" marxse zin van het woord
“ideologie”. Het gaat daarbij niet louter om bewuste misleiding
of desinformatie,
maar ook om het – al of niet bewust - maskeren van
belangen, namelijk (om toch nog éventjes in Marx’ analyse te
blijven) van de door Somers en de VLD verdedigde maatschappelijke
klasse(n). Anderzijds, hoe partijpolitiek bruikzaam Somers’ “trouvaille” kan zijn
in het politieke “spel” in Vlaanderen, bleek nog enkele dagen geleden,
tijdens het racismedebat in het Vlaamse Parlement (verslag in DM,
26/5/06). De Antwerpse burgemeester, Patrick Janssens, die zich
de twee weken er voren “op de vlakte” had gehouden, trok
tijdens dat debat als éérste enkele concrete, politieke conclusies
uit de racistische gewelddaden: hij pleitte er nadrukkelijk voor een
actieplan voor de tewerkstelling van “allochtonen” bij de overheid,
regionaal en lokaal. Ik citeer uit DM (p. 4, verslaggever Fabian
Lefevere):
”Het Antwerpse stadsbestuur... noch de Vlaamse overheid zijn op dit
moment een afspiegeling van de bevolking. Noch bij de politie, achter
de loketten of in bijvoorbeeld de verzorgingstehuizen ziet Janssens
voldoende allochtonen opduiken. ‘En hoe kan de politie zich verdedigen
tegen het verwijt van racisme als ze zo weinig allochtonen in haar
rangen telt. Een actieplan is de enige manier om de legitimiteit van
de overheid te herstellen’”.
De enige in het parlementaire halfrond om in het politieke verweer te gaan tegen dit pleidooi
was... Bart Somers. Ik citeer nogmaals F.Lefevere:
”’Wie is een allochtoon?’, vroeg Somers zich af [PS: in Morgen Beter,
op 24/2, had Somers duidelijk géén moeite met die vraag, cf. supra].
Hij deed daarbij wat hij al enkele weken [zeg maar: vele màànden, HdL]
consequent doet: de liberale lijn doortrekken. Volgens Somers moet er
afgestapt worden van het groepsdenken en is elk individu
verantwoordelijk voor zijn eigen daden”.
Maar de notie “ideologie” verwijst natuurlijk niet enkel naar
(verdoken) belangenbescherming: ze is bovenal gerelateerd aan de
bestaande machtsverhoudingen, binnen een samenleving. En het is op dit
punt dat Somers’ “groepsdenken” zijn meest kwalijke gelaat onthult.
In een eerdere bijdrage, “Integratie: een
‘gedwongen uitnodiging’?” (van december 2005), stelde ik reeds vast (§ 2:
Een ‘dwangbeleid’?)
”dat het... overheidsbeleid ten aanzien van de ‘etnisch-culturele
minderheden’, en meer in het bijzonder t.a.v. de zogenaamde
‘migrantenbevolking’, en dat wil dus eigenlijk-feitelijk zeggen: de
Belgische moslimbevolking, inderdààd al jaren vormen van ‘dwang’
hanteert als beleidsinstrument
(...). Een opvallend gegeven daarbij
is dat geregeld door beleidsmakers geargumenteerd wordt dat zulks ‘in
het eigen belang is’ van de getroffen personen”.
Het is, denk ik, niét toevallig dat bij de voorbeelden die kunnen
gegeven worden van een dergelijke bevoogding die, zelfs tegen
"westerse waarden" in (zoals de scheiding tussen "kerk" en "staat"), retorisch de
“emancipatie” van de "allochtonen" zegt te beogen, zeker niet
uitsluitend (cf. Laurette Onkelinx) maar toch opvallend vaak VLD-politici betrokken zijn.
Hoe dan ook, zodra we Somers’
“groepsdenken”-discours binnen deze machtscontext plaatsen, wordt
het
(verdoken) politieke oogmerk ervan snel duidelijk: de geregelde kritiek (of
moeten we zeggen: hetze?) tegen het “allochtone” middenveld van
de zelforganisaties, moskeeverenigingen, enz., beoogt het
verzwakken (delegitimeren) van de zelfgecreëerde, sociale
structuren of instituties die individuele burgers van allochtone origine
een mate van "selfempowerment" geven, en dus enigszins
afschermen, beter: beschermen tegen het “staatsgeweld”; anders gezegd: die een hindernis
vormen voor de effectiviteit van het (ook overal elders in Europa) gevoerde
autoritaire of dwangbeleid. Om nogmaals de socioloog Jan Hertogen te citeren, uit
zijn Marokkaans dagboek: “Jan in Marokko”, deel 10, 19/5/06 (op de
KifKif-site): het gaat erom ”onder het mom het absoluut recht van de individuele burger te
waarborgen, het absolute dictaat van de overheid in (te) stellen”.
Jan Hertogen aarzelt daarom niet om dit "liberale" discours te duiden als
” in feite een fascistoïde standpunt... waarbij de overheid op basis
van corporatisme alle belangen bundelt en elke autonome organisatie,
ook van vakbonden, leerkrachten, vereniging op basis van religie,
afkomst of wat dan ook verbiedt”.
Het woordje “fascistoïde” - letterlijk: 'op fascisme gelijkend' -
lijkt hier op het eerste gezicht wat overtrokken. Somers zelf, echter,
in het DM-interview, merkt met enige fierheid op dat de liberalen
altijd "het voortouw (hebben genomen) in
de strijd tegen de klassenmaatschappij en later tegen de verzuiling".[1]
Terzelfdertijd kan niet ontkend worden dat er achter het discours een
sentiment schuilgaat dat in Vlaanderen (pace, Leterme!) vrij algemeen
verspreid is en waarvan de xenofobie en islamofobie van het VB en
zijn kiezers slechts een iéts meer uitgesproken variant vormen: namelijk
dat “allochtonen”, asielzoekers, “illegalen”, enz., kortom, in de
volksmond: “vremdelinge”, onbetrouwbaar en van kwade wil zijn; dat ze “niet willen
luisteren” (ik citeer hier uit de mond van een Vlaamse
buurvrouw,
die zich de voorbije jaren actief heeft ingezet voor een familie
(moslim)vluchtelingen, maar nu zegt het niet langer te kunnen verdragen dat die mensen
“hun eigen zin doen”). En dus, dat ze moeten gedwongen
worden, op de een of andere manier. De
bekende slogan: “aanpassen of opkrassen!” is hier wel héél
nabij.
“Fascistoïde”, nochtans, kan voor sommigen wat
overtrokken lijken: vele jaren lang, het moet gezegd, is er een ware inflatie geweest,
in kleinlinkse milieus, inzake het - oneigenlijke - gebruik van de
notie “fascisme” en aanverwanten, en wie
dergelijke terminologie nu gebruikt, ook indien correct, wordt
gemakkelijk slachtoffer van
het "cry wolf" fenomeen. Desalniettemin dient
omtrent
het zelfgeproclameerde “liberalisme” van Somers - ook van
partijgenoten, zoals Dewael, inzake de hoofddoek, of, heel wat "platter", Dedecker,
bv. met "Een welgemeend 'suskewiet' aan de rituele slachting"
(in DS, 14/01/06) - tot de volgende politieke conclusie te
worden gekomen: wat in werkelijkheid onder dit (neo/ultra)
"liberalisme" schuilgaat is een op
groepsdenken (!) gebaseerd, autoritair “etatisme”.
Om in dit verband nog CIE-medewerkster, Linda Bogaert te citeren:
"Als je controle wil over een populatie, is
niets zo doeltreffend als het uit elkaar slaan van het sociaal weefsel
via een ver doorgedreven individualisering. Individuen hebben niet de
minste macht - ze kunnen niet anders dan zich laten leiden".
Wat dit dan voor de alledaagse maatschappelijke praktijk betekent of kan betekenen,
hebben we allemaal het voorbije half jaar ervaren. Ik verwijs naar de
cynische wijze waarop de “allochtone” Mechelse jeugdvereniging
“Rzoezie” werd ”kaltgestellt” door burgemeester Somers,
daarin gevolgd door zijn volledig stadsbestuur.[2] Aanleiding (of “stok om...”), zoals bekend, was een onschuldig interview in
P-Magazine,
afgenomen van drie verantwoordelijken van het jeugdhuis, n.a.v. de
sociale rellen, vorig jaar, in de Franse banlieues. “Mediatiek”
gekaderd (d.w.z. "opgefokt", in titel en presentatie) door de redactie,
liet het interview zich voor de
rest erg gematigd uit wat de Belgische scène betreft, in contrast met de
verhoudingen in Frankrijk. Wel bevestigden de geïnterviewden dat er bv.
ook in Mechelen wel degelijk moest gesproken worden van racistisch
gedrag vanwege overheidsdiensten en alludeerden ze op de VB-aanhang
binnen het politiecorps
("niet te tellen"). Somers, wiens logisch
vermogens, zoals we al konden vaststellen, niet optimaal functioneren
(of: willen functioneren), vervormde probleemloos de daadwerkelijk geuite bewoordingen tot een
generaliserende beschuldiging jegens “àlle” Mechelse politieagenten
("groepsdenken", weet je wel); en het stadsbestuur legde in
eerste instantie zelfs klacht neer (!).[3]
Tevens werd het ontslag geëist
van de drie geïnterviewden door het bestuur van het jeugdhuis, met
nauwelijks verhulde dreiging van intrekking van de stedelijke subsidies. Het Rzoezie-bestuur
zwichtte niet voor de stedelijke chantage; Somers stak
zijn agressieve retoriek op zak en... de jaarlijkse subsidies van Rzoezie
werden, ondanks voorstellen tot bemiddeling, effectief ingesnoeid.[4]
Politieke hoofdbedoeling bij dit alles was
en is de eigen-zinnige “vleugels” af te knippen van een zelforganisatie die
al sedert jaren een
brede en
succesvolle werking heeft weten uit te bouwen (het jeugdhuis is méér dan 25 jaar oud en stoelt
op een brede basiswerking). Zoals ik schreef in het al eerder vermelde
stuk:
“Dit roept vanzelfsprekend de vraag op of ‘onze basiswaarde’ van de
vrijheid van meningsuiting (art. 19 van de Grondwet; minister Dewael,
etc.) dan misschien niét geldt voor woordvoerders van een zogenaamd
allochtone organisatie?” [5]
Maar, zoals gezegd, het probleem zit dieper: “wij”, ofte de (onderbuik van
de) Vlaamse samenleving, zoals politiek vertolkt, met retorische variaties, door
alle rechtse partijen (meervoud), dulden niet dat “zij”,
de “allochtonen”, daadwérkelijk hun lot in eigen handen nemen
of assertief opkomen voor hun grondwettelijke rechten (zie natuurlijk ook de wijze waarop Dyab
Abou Jahjah is aangepakt). Het Belgische/Vlaamse integratie- of
zogenaamd emancipatiediscours bulkt sedert jaar en dag van... de holle
retoriek.
Het politieke belang van al deze ontwikkelingen - ik moge het om af te
sluiten even aanstippen - reikt vérder dan de samenlevingsproblematiek
tussen de gezeten samenleving en al dan niet vermeende nieuwkomers.
Op termijn, inderdaad, dreigt het hedendaagse, autoritaire
denken én optreden ten aanzien van de
"allochtonen" of de "moslims" (tal
van
publicisten prefereren het onjuiste, maar scherper klinkende
"islamieten") zich óók te zullen keren tegen de Vlaamse
(Belgische, Europese...) samenleving in haar
geheel. In dat opzicht confronteren de (wel degelijk) fascistoïde,
politieke programma's van de extreem-rechtse partijen in Europa ons met een mogelijke,
niet "blauwe" maar "zwarte" toekomst.
29 mei 2006.
NOTEN:
[1] Zoals Jan Hertogen opmerkt, in een
verduidelijkende mail: "Dat is meer dan z'n wensen voor
werkelijkheid houden. Het is niet voor niets dat het ACW het recent
noodzakelijk oordeelde om de autonome organisatie van de allochtonen
in the picture te zetten". Zie wat dit laatste betreft, het
artikel in DS, , 24/5/06, Guy Tegenbos: "ACW wenst organisaties
allochtonen als partner" . Het
gaat hier weliswaar op dit ogenblik nog enkel om intenties: "we leggen
dit voor aan ons congres volgende maand", aldus voorzitter Jan
Renders.
[2] D.w.z. met inbegrip van
de “Groene!” schepen: uit plat eigenbelang, allicht, namelijk
mandaatbehoud, trekt schepen Jowan Lamon, die onder meer bevoegd is voor
"emancipatie en gelijke kansen", nu zelfs samen met Somers
naar de verkiezingen. Hoe diep kan je vallen, als "groene partij"?
Er moet echter erkend worden dat
reeds vóór het burgemeesterschap van Bart Somers de Mechelse
stadspolitiekers
pogingen hebben ondernomen om Rzoezie te kortwieken zo al niet op te
doeken. Men schrok er zelfs niet voor terug tegen één van de
animatoren ervan een verdenking wegens... pedofilie te lanceren.
[3] Zie het artikel van Ludo De Witte, "Weg met
die lasposten van Rzoezie!", op deze site.
Ik citeer hem: "In P-Magazine zeggen de mensen van
Rzoezie dat het aantal Mechelse agenten met Vlaams Belang-sympathieën
"niet te tellen'' is. Somers hekelt die woorden als "een
onaanvaardbare veralgemening. Alle agenten worden over dezelfde kam
geschoren.'' Somers leest slecht: "niet te tellen'' is veel,
maar niét "alle agenten''.
[4] In het mediatieke en dubbelzinnige jargon van
De Standaard (25/02/06, "Kort") luidt
dit: "Door de onbuigzaamheid [?] van het Rzoeziebestuur begint het
stadsbestuur met een langzame afbouw van hun verantwoordelijkheden".
Wat dit in de praktijk betekent, konden we lezen in een artikel in De
Morgen, 28/2/06 (Janine Meijer) - ik citeer enkel de
openingsparagrafen en de slotparagraaf:
"Mechelen schrapt subsidies jeugdhuis Rzoezie. Geld verhuist van
'allochtone' naar 'Vlaamse' jongerenwerking na omstreden interview.
De Mechelse gemeenteraad besloot vorige week flink te schrappen in de
subsidies aan jeugdhuis Rzoezie. De organisatie krijgt voor haar
afdeling jeugdwerk dit jaar 14.000 euro minder dan in 2005. In de
eerste twee maanden van 2006 werd er ook al 6.000 euro minder
overgemaakt dan aanvankelijk was voorzien.
Ook het werkgelegenheidsproject en het mobiel jeugdwerk (jeugdwerk op
straat, tijdens festivals en voetbalwedstrijden) van Rzoezie staan
onder druk. De Mechelse gemeenteraad wil het werkgelegenheidsproject
overhevelen naar de VDAB. Voor het mobiel jeugdwerk wordt gedacht aan
een samenwerkingsverband tussen verschillende partners in het
onderwijs, de bijzondere jeugdzorg en religieuze en sportverenigingen.
Als Rzoezie ook die twee projecten verliest, betekent dat de ondergang
van het jeugdhuis, aldus het bestuur van de jeugdorganisatie. Vorig
jaar werden de subsidies van de organisatie al met 10.000 euro
verminderd. (...)
De geschrapte subsidie van 14.000 euro zal in de toekomst toekomen aan
jeugdhuis Jotse, waar vooral Vlaamse jongeren komen. Rzoezie bereikt
per week gemiddeld 500 jongeren tussen de 12 en 25 jaar van wie de
meerderheid van Marokkaanse afkomst is. Maar ook Assyrische Turken die
christelijk zijn, Tsjetsjeense en Armeense jongeren weten de weg naar
het jeugdhuis te vinden. Rzoezie zegt ook Vlaamse jongeren via acties
met scholen warm te maken voor de jeugdorganisatie, maar tot nu toe is
dat nog niet gelukt.
[5] In Somers éigen bewoordingen n.a.v. de zgn. Deense cartoonsrel:
"... (vrijheid van meningsuiting is) één van de essentieelste
democratische grondrechten waarop ons land en andere de landen van de
Europese Unie gevestigd zijn. ...Als liberaal ben ik een fervent
verdediger van het recht op vrije meningsuiting. Dat recht is één van
de fundamenten onder onze westerse democratie en iets wat we nooit
mogen prijsgeven", in nog maar eens een opiniestuk van zijn hand, "Kritiek
uiten is een fundamenteel mensenrecht", in De Morgen van 8/2/06. |