De Standaardredactie heeft het mooi uitgespeeld, twee opiniestukken
van geen blad voor de mond nemende boegbeelden naast elkaar (DS,
22/06). Een droomscenario. De ene hekelt het racisme in Vlaanderen, de
andere plaatst grote vraagtekens bij het multiculturele Vlaanderen en
racisme als structureel probleem. De eerste heeft zware kritiek op wat
hij een terminaal ziek en racistisch Vlaanderen noemt, de tweede vindt
dat allochtonen teveel worden gepamperd. Welk van deze beide
provocerende opiniestukken lokt reactie uit? Dat van Dyab Abou Jahjah
(DS, 24/06). Het opiniestuk van Dedecker waarin hij langs zijn neus
weg het positieve van racisme benadrukt of spreekt over
islamo-socialisme, wordt niet bekritiseerd. Betekent dit dat deze
denkbeelden, volledig overeenstemmend met een extreem-rechts en
populistisch discours, worden onderschreven en aanvaard of gewoon het
discussiëren niet waard zijn?
Dedecker en Abou Jahjah provoceren allebei erg graag. Het grote
verschil is echter dat Dedecker een politiek mandaat uitoefent en
aldus over een zekere macht beschikt, terwijl Abou Jahjah dit niet
heeft. Waarom roept Abou Jahjah dan meer tegenkanting op dan Dedecker?
Is het omdat hij een goedgebekte allochtoon is, die een
maatschappelijke achterstand vanuit een specifieke invalshoek
benadert? Is dat niet voor een groot deel zijn functie, wantoestanden
aanklagen en opkomen voor een groep die achtergesteld is? In theorie
is Dedecker immers verkozen om het gehele volk te vertegenwoordigen,
niet enkel zijn kiezers.
Dedecker, die zichzelf een vrijgeleide verschaft door er een
Marokkaanse allochtoon als mede-auteur bij te zetten, wijst er op dat
'zijn' Marokkaanse collega ook weet wat racisme is, maar dat deze
vernedering hem juist versterkt en verrijkt heeft. Voor elke
allochtoon wat racisme dus, want dat kan een mens alleen maar sterken
en goed doen! Een gezonde portie racisme voor elke allochtoon? Een
portie seksisme voor elke vrouw? Een portie homofobie voor elke holebi?
Dedecker spreekt verder van knuffelonderwijs, dat mede
verantwoordelijk is voor de toegenomen kloof tussen autochtonen en
allochtonen. Mocht Dedecker met mensen uit het onderwijsveld praten,
hij zou beter weten. Is ook het Noord-Amerikaans beleid – nochtans
geen schoolvoorbeeld van een ‘islamo-socialistische knuffelpolitiek’ –
een verklaring voor de leerachterstand van Afro-Amerikaanse
leerlingen? Durft Dedecker nog steeds dergelijke zaken beweren als
duidelijk blijkt uit internationale vergelijking dat ieder ‘modern’ en
‘Westers’ land te kampen heeft met haar 'eigen' etnisch-culturele
gemeenschappen die in een gevaarlijke achterstandpositie zitten (zie
bijvoorbeeld het recente OESO-rapport over onderwijs)? Het zijn niet
altijd en overal Marokkanen (of Turken, of moslims). In andere landen
gaat het over Antilianen, Molukkers, Algerijnen, Afro-Amerikanen,
Hispanics of Afro-Carribeans die op dezelfde wijze worden
geproblematiseerd als de Turkse en Marokkaanse gemeenschappen in
Vlaanderen en die met dezelfde achterstelling worden geconfronteerd.
Het meest absurde is natuurlijk dat Dedecker er als de kippen bij is
om de stigmatisering van het Vlaams Belang en haar kiezers naar
aanleiding van de racistische moorden in Antwerpen aan te klagen, maar
zelf een van de hoofdrolspelers was in de stigmatisering van de
Marokkaanse ‘gemeenschap’ na de moord op Joe Van Holsbeeck. Je moet
echt wel ziende blind zijn - of kwaadwillig - om zoveel contradictie
te negeren of te aanvaarden. Zelfs de leuze 'Eigen volk eerst' kan op
een instemmend goedkeuren van Dedecker genieten, weliswaar nadat hij
er de betekenis die het VB hieraan geeft volledig heeft uitgehaald:
Vlaanderen moet exclusief autochtoon, blank en katholiek (lees:
niet-moslim) zijn.
Vlaanderen is niet terminaal ziek, en het racisme kan wél
teruggedrongen worden. Alleen zal dit een collectieve inspanning
vergen van iedereen uit alle geledingen van de samenleving. Racisme en
discriminatie beperken zich immers niet tot het Vlaams Belang.
Mandatarissen van andere politieke partijen bewijzen af en toe
lippendienst aan de strijd tegen discriminatie en racisme (anderen
zwijgen er liever in het geheel over), maar vegen dit alweer even snel
van tafel door opnieuw naar de voor hen échte problemen te wijzen
waarover er niet langer gezwegen kan worden: het overroepen gebrek aan
talenkennis, de zogenaamde falende opvoeding, het ontbreken van een
werkattitude… de lijst is erg lang.
Er zijn inderdaad Maghrebijnse jongerenbendes in Vlaanderen, net zoals
er bijvoorbeeld Afro-Amerikaanse of Hispanic bendes zijn in de VS,
Afro-Carribean bendes in de U.K, Antilliaanse bendes in Nederland.
Geen oprecht persoon ontkent deze realiteit. Maar betekent dit dat in
al deze landen en tussen al deze minderheids- en meerderheidsgroepen
een botsing van culturen aan de gang is, zoals Dedecker voor
Vlaanderen insinueert? Nee, structurele discriminatie en racisme is de
belangrijkste oorzaak. Deze discriminatie en uitsluiting is er, en
geldt ook voor onder andere vrouwen en holebi’s, maar dus zeker ook
voor allochtonen.
Bovendien gaat de beeldvorming over allochtonen nog altijd uit van een
bijna exclusieve autochtone meerderheid, die deze problemen vooral in
termen van een ‘multiculturele clash’ kadert. Het publieke forum is
niet voor iedereen gelijk toegankelijk en blijft overwegend blank,
middenklasse en mannelijk, ondanks de formele gelijkheidsprincipes en
goede bedoelingen van sommigen. Het wordt dringend tijd om daar iets
aan te veranderen en de (witte of zwarte) vinger op de wonde te leggen
die racisme is, en dit niet simpelweg als een inhoudsloze provocatie
van tafel te vegen. De eigen comfortabele en (symbolisch) machtige
uitgangspositie voor autochtonen in Vlaanderen mag ook eens ter
discussie worden gesteld. ‘Allochtoon’ of ‘autochtoon’ zijn in een
samenleving betekent nu eenmaal niet hetzelfde, daar moet men zich
bewust van zijn. Net zoals ‘vrouw zijn’ en ‘man zijn’ niet hetzelfde
is.
Het is onze overtuiging dat er spijtig genoeg overal en altijd racisme
en discriminatie zal zijn. In alle gemeenschappen. Maar er constant en
oprecht – in woorden én geweldloze daden – tegen strijden, moet meer
naar voor geschoven worden als een zinvolle invulling van het leven.
Om dit signaal te sturen, hebben wij dan ook mee gestapt in de mars
van 26 mei. Want het was ook een mars tegen racisme en discriminatie.
Noel Clycq, Sonja Spee, Laurence Claeys, Hilâl Yalçin, Alexis Dewaele,
Joz Motmans.
De ondertekenaars zijn onderzoekers in de sociologie,
communicatiewetenschap en psychologie verbonden aan het Steunpunt
Gelijkekansenbeleid. |