|
[Opiniestuk in De Morgen, 20 feb 2008.*] Voor mijn onderzoek interviewde ik Italiaanse ouders: ze
zijn Italiaan en ze zijn er trots op. Tegelijk bouwen ze hun leven op in België
en niemand vindt dit een probleem. Terecht. In De Morgen van 16 februari tracht Etienne Vermeersch
aan te duiden waarom het geloof in een biologische afstamming van of
verbondenheid met een etnische groep negatieve gevolgen heeft voor de
samenleving. Dat dergelijke ideeën in het verleden, maar ook in het heden, tot
gruwelijke wandaden leidden, staat buiten kijf. Maar om vervolgens te stellen
dat elke vorm van 'rootisme' verkeerd is, is foutief.
Dit stuk wil niet in de eerste plaats de stellingen van
Vermeersch weerleggen, maar een sociologisch perspectief op identiteiten geven.
Individuen baseren hun identiteiten voor een groot stuk precies op de idee dat
ze met anderen verbonden zijn in bepaalde groepen. De unieke persoonlijke
identiteit bestaat uit elementen die ze halen uit sociale groepsidentiteiten.
Individuen hebben onder andere een genderidentiteit, etnische identiteit en
seksuele identiteit. Dat zijn basisidentiteiten die niet zomaar gemakkelijk
worden veranderd en die individuen vaak ook niet willen veranderen. Er zijn
bovendien veel uiterlijke kenmerken (geslachtskenmerken, huidskleur...) die een
sterke rem op het veranderen van een identiteit vormen. De invulling en
betekenis van deze identiteiten verschillen dan weer wel naargelang de context.
Op dit moment worden in Vlaanderen met name de
identiteitsconstructies van Marokkaanse en Turkse tweedegeneratiejongeren in
vraag gesteld. Jezelf Marokkaan voelen terwijl je in België geboren bent zou
niet mogen, want dat zou uiting geven van een 'eigen volk eerst'-gevoel. Deze
'rootistische' ideeën leven sterk bij Marokkaanse (of Turkse) jongeren, zonder
twijfel, maar het debat hoofdzakelijk tot hun identiteitsvorming terugbrengen,
is om verschillende redenen misleidend.
Sociologisch onderzoek maakt immers duidelijk dat de idee
van biologische verbondenheid met een etnische groep zelfs een cruciaal element
is, wil men begrijpen waarom etnische identiteiten zo belangrijk aanvoelen en
met zoveel emotie beladen zijn. Antropoloog Eugene Roosens stelt dat individuen
het gevoel hebben bij een etnische groep te horen zoals ze bij een familie
horen, het gevoel dat ze via geboorte verbonden zijn met een specifiek
groepsverleden. Hierbij gaat het niet zozeer om verbondenheid met een land (als
Turkije, Marokko of Italië) maar met een deels ideële gemeenschap of 'imagined
community'.
Zoals Vermeersch stelt, kan dit inderdaad kwalijke
gevolgen hebben en een 'eigen volk eerst'-ideologie stimuleren. Echter, de idee
dat mensen positiever staan ten opzichte van leden van de eigen groep en
negatiever ten opzichte van leden van de andere groep (via welke breuklijn deze
groepsgrenzen ook worden geconstrueerd) is een van de psychologische
basismechanismen van het samenleven. Dit is noodzakelijk voor hun psychologisch
welbevinden. Mensen blijken niet anders te kunnen dan het complexe leven in
vakjes in te delen. En zoals duidelijk is, leiden deze opdelingen zeker niet
altijd tot problemen.
Academici die onderzoek doen naar etnische identiteiten
weten dat de idee van 'roots' daarin vaak centraal staat. Maar dat zegt dan
weer weinig over de invulling van deze identiteiten, want daarin bestaat veel
diversiteit. Iemand kan zich met veel aplomb en fierheid Marokkaan noemen en
tegelijkertijd sterk participeren in de Belgische samenleving, Belgische
gewoonten overnemen en perfect Nederlands spreken. Identificatie met het ene en
participatie aan het andere sluiten elkaar zeker niet uit.
Door de aandacht steeds maar weer op de identiteiten van
Marokkanen en Turken te vestigen, negeert men bovendien het bestaan van veel
andere etnische identiteiten in Vlaanderen. Iemand die opgegroeid is in de
Limburgse mijngemeenten (of in Wallonië) weet maar al te goed dat de Italiaanse
(of Spaanse of Griekse) identiteit voor veel tweede of derde generatie
Italianen nog steeds belangrijk is. Sociologisch onderzoek laat zien hoe
belangrijk deze 'groepsvorming' is en hoe deze ideeën van 'rootisme' ook voor
West-Europese migranten blijven. De vraag blijft waarom deze identiteiten en
groepsafbakeningen zelden of nooit expliciet worden geproblematiseerd, terwijl
dit vaak gebeurt wanneer het Marokkanen, Turken of moslims betreft.
Een bijkomend probleem dat de focus op
migrantenidentiteiten met zich meebrengt, is de veronderstelling dat Vlamingen
of Belgen niet zoveel belang zouden hechten aan hun etnische achtergrond. Niets
is minder waar. Net als voor anderen is het voor Vlamingen belangrijk om het gevoel
te hebben tot een etnische groep te behoren, ook bij hen leeft de idee van
biologische verbondenheid. Dit 'rootisme' wordt waarschijnlijk het sterkst
aangevoeld door Vlamingen die in het buitenland gaan wonen (veel massamedia
trachten deze verbondenheid bijvoorbeeld commercieel uit te spelen). Maar ook
in Vlaanderen zelf worden deze ideeën natuurlijk gepropageerd, niet enkel ten
opzichte van 'allochtonen' maar in deze tijden meer dan ooit ten opzichte van
Franstaligen.
Hiermee zijn we aanbeland bij een laatste punt dat vaak
vergeten wordt in dit debat: individuen bouwen niet in een vacuüm aan hun
identiteit maar dit gebeurt altijd in specifieke contexten. Voor mijn onderzoek
interviewde ik Italiaanse ouders. Ze noemen zichzelf Italiaans, hoewel ze in België
geboren en opgegroeid zijn en beschouwen hun identiteit vooral vanuit een
positieve invalshoek: ze zijn Italiaan en ze zijn er trots op. En
tegelijkertijd bouwen ze hun leven op in België en niemand vindt dit een
probleem. Terecht. Marokkaanse ouders zijn ook trots op hun etnische
achtergrond, maar verwachten daarentegen eveneens dat zijzelf én hun kinderen
nog lang discriminatie zullen ervaren en niet aanvaard zullen worden als
'echte' Belgen. Ook dat element speelt mee wanneer zij aangeven dat hun Marokkaanse
identiteit belangrijk is: hoe je jezelf ziet, wordt voor een belangrijk stuk
beïnvloed door hoe anderen je zien. Het is de specifieke context die vaak
beïnvloedt hoe mensen over hun identiteit spreken en hoe ze ermee omgaan, maar
dat ze belangrijk is en participatie niet in de weg staat, heeft onderzoek
voldoende duidelijk gemaakt.
Van een persoon kan niet worden gevraagd dat hij of zij
zijn of haar roots opgeeft. De idee van verbondenheid is belangrijk voor het
persoonlijke welbevinden en geloven dat mensen er zomaar afstand van kunnen
doen, is niet realistisch. En bovendien onnodig.
|