Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX •

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nogmaals,

Een politiek correct standpunt

Marion van San*

Jef Verschueren (De Morgen, 12 december; zie op deze site) verwijt de auteurs van het boek Criminaliteit en Criminalisering - ook bekend als het rapport Van San - dat zij pleiten voor een globale verrechtsing van de samenleving. Met wankele argumenten probeert hij het onderzoek onderuit te halen en hij maakt een karikatuur van de in het boek beschreven delictprofielen, die overigens geheel overeenstemmen met wat internationaal bekend is. Op die manier verhult Verschueren wat zijn werkelijke drijfveer is: het verbieden van ieder onderzoek over dit thema.  

Over mijn rapport, waarin ik de betrokkenheid van allochtone jongeren bij de jeugdcriminaliteit in België aan de orde stel, is al heel wat inkt gevloeid. Tot dusver waren het vooral journalisten die zich over de studie uitlieten. Aan het wetenschappelijk front bleef het opvallend stil. Jef Verschueren beet vorige week het spits af en het was al meteen raak. De boodschap die hij de lezer wil meegeven is dat het onderzoek en ook de onderzoekers niet deugen en dat het rapport eigenlijk nooit geschreven had mogen worden. Maar Verschueren beroept zich op wankele argumenten om zijn gelijk te halen en zijn betoog is gebaseerd op selectief lezen van het boek.

Verschueren pretendeert een bespreking te geven van het rapport maar hij vergeet daarbij te vermelden dat hij slechts ingaat op één hoofdstuk daaruit. Mocht hij wat verder hebben gelezen - wat ik hem ten zeerste kan aanraden - dan zou hij bijvoorbeeld gezien hebben dat een opmerking als zou in het rapport 'iedereen die een Belgisch paspoort heeft een autochtoon zijn en alle anderen allochtonen' niet op waarheid berust. Dan zou hij namelijk in de wijkstudies hebben kunnen lezen dat de termen Belgisch, Marokkaans, Turks etc in strikt etnische zin en niet in staatkundige zin werden gebruikt. Het zou mij niet verbazen dat hij liever niet spreekt over Turkse, Marokkaanse en Belgische jongens, omdat dit 'stigmatiserend' is en het omschrijvingen zijn die er waarschijnlijk in zijn optiek weinig toe doen. Maar in de context van de wijken die wij hebben onderzocht doet de etnische achtergrond van de betrokkenen er wel degelijk toe.

Morele verontwaardiging ontstaat ook bij Verschueren als gesteld wordt dat indien er cijfers zouden bestaan die registreren op de etnische origine van de verdachten - hetgeen in België niet het geval is omdat er op nationaliteit wordt geregistreerd - het absolute criminaliteitsaandeel van allochtonen hoger zou zijn. Een 'moedwillige lezer' zou daardoor de ruimte krijgen om te denken, zo vreest Verschueren, dat het met de allochtone jeugdcriminaliteit nog wel eens erger gesteld zou kunnen zijn dan op het eerste gezicht blijkt uit de studie. Wat dit laatste betreft laat het boek echter geen enkele reden tot twijfel en is het allesbehalve een misleidend document te noemen. Zo wordt er namelijk duidelijk in gesteld dat indien we een ruimere definitie van het begrip 'allochtoon' wenselijk zouden achten - en ons niet louter en alleen zouden beroepen op het criterium van nationaliteit - de gepresenteerde criminaliteitscijfers een onderschatting betekenen van het absolute criminaliteitsaandeel van allochtone jongeren. Wat dat betreft moet Verschueren zich geen zorgen maken over de 'moedwillige lezer', het rapport is hierover glashelder.

Dat je resultaten uit ander onderzoek niet zomaar blindelings moet aannemen, daar heeft Verschueren volstrekt gelijk in. Maar dan moet je dat wel consequent doen en niet enkel wanneer dat ideologisch gezien het beste uitpakt, zoals Verschueren dat het liefste zou willen.

Zo verwijt hij de onderzoekers dat zij voor waar aannemen dat onder bepaalde groepen allochtonen tot driemaal zoveel criminaliteit bestaat - en ik moet hem teleurstellen want voor bepaalde delicten ligt het hoger - dan onder autochtone jongeren in vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden. Volgens hem mag er echter geen twijfel gezaaid worden over een mededeling die hij wat verderop tussen neus en lippen doet, namelijk dat een werkloze allochtoon minder kans heeft om werk te vinden dan een werkloze autochtoon. Even voor de duidelijkheid, ik twijfel niet aan het waarheidsgehalte van die laatste zinsnede. Maar het valt mij op dat Verschueren constateringen uit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek waarvan de boodschap hem niet aanstaat wel in twijfel trekt, terwijl hij andere meer politiek correcte constateringen zondermeer omarmt. 

Dat wij als onderzoekers ondubbelzinnig onze voorkeur uitspreken ten aanzien van de culturele these is nog zo'n staaltje van Verschuerens selectieve leeskunst. Uiteindelijk doet hij juist datgene waar wij in het rapport nu net voor op onze hoede zijn. Door de onderzoekers uitspraken in de mond te leggen als zouden wij de Aziatische delinquenten omschrijven als de minst 'diefachtigen' maar de meest 'frauduleuzen' probeert hij ons in de schoenen te schuiven waar wij in het onderzoek nu net voor waarschuwen. Namelijk dat het geven van culturalistische verklaringen van criminaliteit – die zich uiten in omschrijvingen als 'zo is nu eenmaal de Aziatische cultuur' - nauwelijks verschillen van gesimplificeerde etnische stereotypen. Overigens kan je tussen de regels door lezen dat Verschueren zich niet beroept op wat er in het rapport staat, maar dat hij zich nog steeds laat meevoeren door de commotie die ontstond toen dit onderzoek in september 1999 werd aangekondigd. Toen men destijds de opdracht voorstelde als een onderzoek naar 'het verband tussen etniciteit en criminaliteit', een omschrijving waarvan ik mij overigens verscheidene malen heb gedistantieerd, werd ik door Verschueren in De Militanten van de Limiet, een boekje over censuur en vrije meningsuiting, omschreven als 'een onderzoeker die meende reeds bewezen te hebben wat onderzocht moest worden'. Een eigenaardige constatering, daar Verschueren  niet wist wat de opzet van het onderzoek was. De uitspraken die hij in zijn artikel doet verraden dan ook dat hij het boek niet op een objectieve manier heeft willen lezen maar dat hij op zoek is gegaan naar een bevestiging van zijn eigen vooroordelen. Bovendien ontsnappen sommige 'belangrijke factoren' volgens hem aan de aandacht van de onderzoekers. Hij vergeet daarbij gemakshalve te vermelden dat dit slechts een eerste rapport was in een reeks van drie. Ik kan hem geruststellen dat de zogeheten 'belangrijke factoren' waar hij het over heeft in volgende delen aan de orde zouden zijn gekomen.

Uiteindelijk komt het hierop neer dat volgens Verschueren dit rapport nooit geschreven had mogen worden, aangezien hij niet geïnteresseerd is in een werkelijkheid die hem niet aanstaat. In zijn politiek o zo correcte geest mag eenvoudigweg geen onderzoek worden gedaan naar criminaliteit onder allochtonen, omdat die groep dan volgens hem per definitie wordt gestigmatiseerd. Het zal niet verbazen dat hij deze onverschilligheid, want dat is het per slot van rekening, aan de buitenwereld verkoopt als een blijk van betrokkenheid met de minderbedeelden in deze samenleving. Uiteindelijk werkt zijn morele verontwaardiging precies datgene in de hand wat hij zo graag pretendeert te bestrijden. Namelijk de verdere uitsluiting van groepen allochtone jeugddelinquenten, zelfs van de onderzoekspraktijk.

Dr. Marion van San is sociologe en criminologe en als senior-onderzoeker verbonden aan het Risbo (Erasmus Universiteit Rotterdam)
Zie J.Verschueren, op deze site.
• CIE-INDEX •

Web master: Herman De Ley Update: September 28, 2002