|
Het kostte Europa 1500 jaar om de val
van het Romeinse rijk te verwerken; 1000 jaar om tot een systeem van natiestaten
te komen en nog eens 500 jaar om te bepalen welke naties staten zouden
worden (Bourgondië of Frankrijk, Wales of Engeland, Beieren of Duitsland
...) en om die tot een samenwerkend geheel om te vormen. Gedurende die
1500 jaar woedde strijd tussen krijgsheren, protestanten en katholieken,
pausen en keizers, dynastieën en naties. Nu na zes en een halve eeuw
het Ottomaanse rijk in de jaren 1914-¹23 werd ontmanteld maakt het
Midden Oosten een vergelijkbare strijd mee die dynastieën en soms
zelfs naties wegveegt.
Gedurende de eerste
helft van de 19e eeuw na de Napoleontische nederlaag had het conservatisme
en Rusland gedomineerd en pas toen deze beide in conflict kwamen kon een
wijziging van de Europese kaart. Napoleon III dwong in 1856 Turkije
de sleutels van de H.Grafkerk aan de katholieken te geven en Rusland,
beschermster van de orthodoxen, besloot toen komaf te maken met het Ottomaanse
rijk. Zo begon de Krimoorlog, waarbij Frankrijk en Engeland samen vochten,
de één om het Ottomaanse rijk en de kaart te behouden, de
ander om ze te wijzigen, maar soms is het middel
belangrijker dan het doel voor ondernemende politici. Het Ottomaanse rijk
overleefde politiek wel de Kretenzische e.a. opstanden in het zog
van de Krimoorlog, een oorlog met Italië, een andere laatkomer op
het koloniale toneel, en de Balkanoorlogen tussen 1911 en 1913 maar economisch
werd het meer en meer afhankelijk van Duitsland.
Het kalifaat,
de islamitische theocratie, was de facto al niet meer bestaande. Kort voor
de oorlog hadden de "Jong-Turkse" officieren de macht gegrepen (1909) en
waren ze op zoek naar een Europese bondgenoot; marine-officieren keken
op naar Engeland, daarentegen landmachtofficieren naar Duitsland. Met Levantijnse
handelsgeest hadden de Turken Duitse schepen in 1914 geconfisqueerd en
onderhandelden ze over afschaffing van de Capitulaties: het recht van Europeanen
in Turkije om niet onder Turks recht te leven. De Turkse regering beging
evenwel de vergissing de Duitse bemanningen en officieren aan boord van
de geconfisqueerde schepen te houden, waarop deze op eigen houtje maar
onder Turkse vlag de Russische kust aanvielen. Churchill, de Britse
marine minister, was als conservatief traditioneel pro-Turks maar zag nu
de kans schoon om door het uitschakelen van Turkije de in Westeuropa vastgelopen
oorlog terug in beweging te brengen. Duitsland en Oostenrijk- Hongarije
zouden van onderuit aangevallen kunnen worden. Bovendien diende de zeeverbinding
met het zwakke Rusland hersteld. De aanval via Gallipoli in 1915 op de Osmaanse
hoofstdad Istanbul mislukte echter en een nieuwe strategie drong zich op:
kon de Arabische helft van het Ottomaanse rijk niet opgezet worden tegen
de Turkse helft?
Vanuit de
veronderstelling dat religie alles domineert in het Midden Oosten betrokken
de Britse oorlogsminister lord Kitchener en Churchill vanaf 1915 het Arabisch
ongenoegen tegen de Turks-Ottomaanse sultan als hoofd van alle soennitische
moslims in hun strategie. De Britten wilden een Arabisch kalifaat: was
tenslotte de familie van de profeet niet Arabisch geweest ? De dynastie
die hen hiervoor geschikt leek was de Hasjemitische (die nu heerst over
Jordanië). Aan het begin van de eeuw heerste die over wat nu ongeveer
Saudi-Arabië is, Hezjah werd genoemd en een vlag had die tegenwoordig
door de Palestijnen gebruikt wordt. In 1916 komt een Arabisch legioen,
geleid door Faysal, de zoon van koning Hoessein van Hezjah in opstand tegen
de Turkse sultan met Britse steun. De adjudant van Faysal was de legendarische
Lawrence of Arabia.
Tegenwoordig lezen
we in kranten of horen we op TV heel veel over Arabië, Afghanistan
en andere islamitische landen maar in 1916 lazen zelfs krantenlezers weinig
over deze landen. Het gevolg was dat enkele mensen die er iets over wisten
en de weg kenden naar de beslissingnemers enorme invloed hadden. Zo iemand
was Mark Sykes. Als conservatief parlemenstlid had ook de katholiek Sykes
steeds de klassieke Britse politiek inzake de "Oosterse kwestie" verdedigd:
beter de Turkse "Zieke man" in leven houden dan de Russen de toegang tot
de Middellandse zee laten verwerven door Turkije.
Maar anno 1916
was Rusland de bondgenoot van Engeland, vermoordden Turken opnieuw honderdduizenden
Armeniërs in Anatolië en was Turkije het enige front waar de
Russen met Armeense steun succes hadden. De Turkse republiek heeft het
over de gedwongen migraties van Armeniërs uit de grens- en frontstreek
alsook die van honderdduizenden moslim Kaukasiërs door de Russen.
Zelfs een conservatieve Brit als Mark Sykes vond het welletjes: de Russen
mochten doorbreken en Armenië als staat herstellen terwijl de Britten
vanuit Egypte door de Turkse linies zouden breken om Palestina te veroveren.
Daarna zou dit tussen Russen, Fransen en Britten netjes verdeeld worden
(Sykes-Picot akkoorden).
Op die manier
contrasteerden twee Britse strategieën: de "religieuze" van het Arab
Office in Caïro rond lord Kitchener en zijn officieren zoals Lawrence
en Ronald Storrs en de pro-Russische en -Armeense "nationalistische" van
Londen rond Sykes. En eigenlijk was er nog een derde: die van het India
office die uit schrik voor de Heilige Oorlog die de Turkse sultan had afgekondigd
al helemaal niet gediend was met ontmanteling van het Ottomaanse rijk en
steun gaf aan de meest reactionaire Arabische dynastie, de Saudische. Die
was net als de Indische moslims helemaal niet gediend met ongelovige bemoeienis
met hun wereld.
Zoals de
Turkse eerste minister Enver Pasja het Churchill in 1914 gemakkelijk maakte
om Turkije in de oorlog te slepen, zo maakte de Duitse leiding het de maximalisten
in het geallieerde kamp gemakkelijk in 1917. Lloyd George was nu Brits
eerste minister en net als Churchill in WO II was hij vooral geïnteresseerd
in de "weke onderbuik" van de Centraal-Europese machten: door eerst
Turkije uit te schakelen zou vervolgens Oostenrijk en uiteindelijk Duitsland
moeten wijken. Omdat Amerika in de oorlog was getreden kon Engeland geen
koloniale verzuchting voorwenden om Palestina te veroveren, maar het zionisme
gaf een morele en de Amerikanen overtuigende verantwoording voor de "Turkije
eerst" strategie (hoewel de VS nooit de oorlog verklaarden aan de Turken).
Dat de Balfourverklaring en de belofte van een Joodse staat bedoeld was
om de Russische Joden van het bolsjewisme af te houden zou Lloyd George
pas verklaren in de jaren dertig, hoewel zijn rechterhand Churchill dit
al in de jaren 20 als uitleg gaf. Hoe dan ook: Sykes die naast de Armeniërs
nu ook de Joden als te bevrijden volk zag kreeg definitief de overhand
op de "religieuze strategie" van het Arab Office.
In naam van het
zelfbeschikkingsrecht van de volken werden een onafhankelijk Armenië,
op termijn Palestina en Syrië en ook Koerdistan de geallieerde oorlogsdoelen.
Churchill, in zijn hart een conservatieve monarchist, was in 1919-20 minister
van oorlog en bekommerd om met de slinkende financiële en militaire
middelen de bolsjewisten dwars te zitten. Hij drong aan op een compromis
met de Turken en vooral kookte zijn groot-hertogelijk bloed bij het zien
van de massamoorden in revolutionair Rusland aldus premier Lloyd George.
Wat hem betrof kon wat overbleef van het Ottomaanse rijk worden opgedeeld
tussen de Grieken, de lievelingen van Britse liberalen als Lloyd George,
Italianen, en Britten (verdrag van Sèvres,
1920). De Fransen geloofden nooit in de haalbaarheid hiervan: het verdrag
is zo broos als het porselein van Sèvres, stelde Clemenceau en hij
kreeg gelijk. De militaire samenwerking van de twee grote volken, de Turken
onder leiding van hun nieuwe oorlogsheld Kemal Atatürk, en de Russen
van Lenin verdeelden de kleine volken als Armeniërs en Koerden onder
elkaar.
Lloyd George poogde
het verzet tegen zijn fel anti-Turkse politiek door te zetten door Churchill
in januari Œ21 minister van koloniën te maken: hierdoor kon deze zich
niet meer met Rusland bemoeien en zijn tomeloze energie botvieren op een
conflict met de militairen als Allenby, Brits bevelhebber in het Midden
Oosten en voorstander van wat Lawrence noemde "het eerste bruine dominion"
(een autonoom Arabië binnen het Britse Gemenebest). Churchill zag
liever een bruine kolonie en steunde op de RAF, de luchtmacht, om op dezelfde
wijze als de Fransen met de opstandige Rifrepublikeinen in Marokko af te
rekenen. Maar Hollywood had ondertussen met "Lawrence of Arabia" (eerst
als toneelstuk, later de film) het Arabisch nationalisme populair gemaakt
en WO I tot een bevrijdingsoorlog ... Op de conferentie van Caïro
in 1921 beslisten de Britten uiteindelijk toch maar de Hasjemieten aan
de macht te brengen in Irak en Transjordanië, waar vliegtuigen van
de RAF de oprukkende kamelen van Ibn Saud terugdreven tot achter de huidige
Jordaans-Saudische grens. Nadat een aantal Britse militairen door Koerden
werden vermoord werd dit gebied aan Atatürk prijsgegeven.
De grootmachten
legden zich hierbij neer in het verdrag van Lausanne van 1923. Geschiedenis
maakt een mens ironisch. Mark Sykes dacht het Midden Oosten tot moderne
natiestaten om te vormen, maar hij werd de vader van het panislamisme:
wie zich niet herkent in de staten die in 1923 uit de bus kwamen
verlangt nostalgisch terug naar het Ottomaanse rijk en het kalifaat. Militairen
als Lord Kitchener en Allenby dachten de religieuze denkwijze van het oosten
doorgrond te hebben maar de seculiere militairen en nationalisten in Turkije
en pan-Arabisch gezinde landen als Irak vormen hun politieke erflaters ...
En de oorlog die
aan alle oorlogen een einde zou maken, leidde tot een vrede die aan alle
vrede in het Midden Oosten een einde heeft gemaakt...
In de Turkse folklore
is Nasr-ed-Din Hodja de volksheld en wijze profeet, wiens verhalen door
sultan Abdulhamid werden verboden maar begin deze eeuw werden opgeschreven
en in het geboortejaar van de Turkse republiek voor het eerst in het Engels
vertaald. Er is het verhaaltje van de boer die kloeg over de krijgsolifant
van Tamerlan, de toenmalige Mongoolse heerser in Ankara en omgeving, die
zijn velden verwoestte. Hij overtuigde de hodja om met hem naar het hof
te gaan om bij de heerser te klagen. Maar vlak voor het onderhoud kreeg
de boer schrik van de als wreed bekend staande Tamerlan en vluchtte. Nasr-ed-Din
was zo verontwaardigd dat hij de heerser een wijfjesolifant als gezelschap
voor de krijgsolifant vroeg en kreeg...
Stel je Hoessein
van de Hasjemitische dynastie voor als de boer van het verhaal en de sultan
als Tamerlan, dan hebben Kitchener en de Britten met het pan-Arabisme en
de reeks Arabische staten en staatjes die ze creëerden een wijfjesolifant
binnen gehaald die voor de boeren van de regio ongetwijfeld net zo welkom
is als de wijfjesolifant van Nasr-ed-Din destijds!
___________________________
BIBLIOGRAFIE
-
Atatürk: Vie et Oeuvre, Comm. nat. turque
pour l'Unesco, 1981.
-
D. Fromkin, A peace to end all peace: the
destruction of the Ottoman Empire and Construction of the Modern Middle
East, Avon Books 1989.
-
A. Süslü, Armenians in the History
of Turks, Kars Kafkas University 1995.
-
B. Tuchman, Bible and Sword: Britain
and Palestine from Bronze Age to Balfour, Ballantine books, 1956.
-
Tales of Nasr-ed-Din Khoja, Nisbet books,
1923.
|