Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Tariq Ramadan:

"De Moslims in de Laïciteit"

(uittreksel uit "Les musulmans dans la laïcité. Responsabilités et droits des musulmans dans les sociétés occidentales". 2ème éd. revue et augmentée, Tawhid, Lyon, 1998, Préface, pp. 38-45)*.

(...)

C. Welke (Europese) Moslimaanwezigheid?

Het kan niet genoeg benadrukt worden dat bij het evalueren van het integratieproces van de moslims rekening moet worden gehouden met de factor tijd. Achter de sluier van verkramptheid, van agressiviteit en in sommige verwaarloosde stadswijken zelfs van geweld, is er onder de jonge generaties van de moslimgemeenschap een intense, nieuwe en bijzonder boeiende dynamiek bezig. In minder dan tien jaar is een nieuw besef gegroeid van wat er religieus, sociaal en politiek op het spel staat en dat besef tracht zich te concretiseren op het terrein.

De 90'er jaren zijn in dat opzicht een moeilijke maar beloftevolle overgangsperiode. Meer en meer jonge moslims van de tweede generatie komen tot een politieke zelfzekerheid en rijpheid. Zij is gefundeerd op een bewustzijn van hun identiteit én op een omstandige analyse van de samenleving op het wettelijke, sociale, politieke en economische vlak. Ze doen wat hun ouders nooit hadden kunnen doen en ontwikkelen een houding die als maar kordater participeert op het lokale en regionale niveau.


1. Je geloof beschermen, moslim blijven.

Jonge moslims die actief waren in verenigingen hebben lange tijd de boodschap gekregen dat het aanvaard worden van hun aanwezigheid ten koste moest gaan van hun religieuze praktijk. Het heersende discours van de politieke actoren en van de media leek een dergelijke conclusie te bevestigen; het was dus beter zich af te zonderen. Pas heel recentelijk is duidelijk geworden - in studies, debatten en interne discussies - dat noch de letter noch de geest van de Europese wetgevingen zich ook maar in enigerlei mate verzetten tegen een serene en volledige beleving van de moslimreligie. De wetten inzake de laïciteit zeggen niet wat sommigen hen willen doen zeggen. Wezenlijk voor pratikerende moslims was wel degelijk hun geloof te beschermen en zich te verzekeren van het recht hun godsdienst te belijden. In Frankrijk bijvoorbeeld heeft het besef dat het mogelijk is, zowel innerlijk als wettelijk, ten volle én moslim én Fransman te zijn in de meeste moslimverenigingen een samenhangend en open discours inzake identiteit geproduceerd dat gebroken heeft met het reactieve en/of agressieve discours dat tien jaar geleden nog gevoerd werd. Dit is een verworvenheid van het grootste belang, ook al worden de verenigingen nog altijd geconfronteerd met allerlei administratieve plagerijen, te wijten aan het wantrouwen, de vrees en het nog al te zeer verspreide misverstand dat een pratikerende moslim "reeds" onmiddellijk een fundamentalist is.


2. De burgerlijke integratie.

Steeds meer moslimorganisaties zetten zich in voor de ontwikkeling van het civiek bewustzijn van hun publiek. Er wordt begonnen met het opzetten van programma's  van burgerlijke vorming - hetzij intern hetzij in samenwerking met daartoe geëigende instituten (lokale verenigingen, vrijzinnige federaties, enz.): die concrete initiatieven vormen de aflossing van een tot dan toe theoretisch gebleven discours. Wie de moeite zich op het terrein te begeven, wordt getroffen door het bewustzijn, de maturiteit en het dynamisme die vandaag het grootste deel van de leidende kaders bezielen. Zonder hun religie te verloochenen engageren zij zich voor een waarachtig burgerschap, bewust van hun plichten en rechten in de Franse samenleving. Ze knopen aan met andere sociale en politieke actoren op het lokale niveau en er worden debatten georganiseerd. Dergelijke initiatieven zijn nieuw en talrijk en ze nemen voortdurend in aantal toe.


3. De onafhankelijkheid.

Meer en meer organisaties treden zelfstandig op en zijn het resultaat van een binnenlandse, lokale dynamiek. Hoewel het vaak onopgemerkt blijft, is dit fenomeen toch van het grootste belang. Nieuwe verenigingen trachten een antwoord  te bieden voor de behoeftes van de moslimgemeenschap op het lokale niveau. Dit proces is aan de gang over het gehele Franse territorium en het is een teken dat de islam in Frankrijk wegen vindt voor zijn politieke en vooral financiële onafhankelijkheid. Ongetwijfeld kan die beweging op dit ogenblik nog verspreid en chaotisch lijken, maar ze vormt de verplichte poort naar de verwezenlijking van een vrije Europese moslimaanwezigheid: zelfbeschikking en zelforganisatie staan daarin voorop, ook wat de gemaakte keuzes betreft en het belangrijke punt van de vertegenwoordiging.

Het meest treffende voorbeeld op het financiële vlak is dat van de moskeeën. Tal van nieuwe projecten zien het licht. Om te beantwoorden aan de dringende nood onbewoonbare kelders te verlaten, mobiliseren zij de moslimgemeenschap op regionaal niveau. Het nieuwe gebouw kan op die manier onafhankelijk van een vreemde mogendheid gefinancierd worden. Zeker, dit zijn geen "moskee-kathedralen", maar ze zijn functioneel en waardig, en ze beantwoorden aan de noden van de bevolking. Het verwerven van die financiële en politieke onafhankelijkheid is belangrijk en noodzakelijk: alleen op die manier kunnen de moslims ten volle en vrijelijk de uitdagingen kunnen opnemen die hen in Frankrijk wachten.


4. De keuzes van de basis.

Al te dikwijls heeft men in Frankrijk de moslimvertegenwoordiging bedacht in de plaats van de moslims. Er werd op hoog niveau beslist wie een "aanvaardbaar" gesprekspartner was, zonder dat men zich bekommerde om diens reële verankering op het terrein. Talrijke pogingen in die richting werden reeds ondernomen en het is niet uitgesloten dat er nog nieuwe pogingen in dezelfde geest zullen komen. Nochtans zit men daarmee op het verkeerde spoor. De toekomst van de moslimgemeenschap vergt inderdaad financiële en politieke onafhankelijkheid, maar evenzeer vereist zij het respect voor de keuze van de moslims, voor de "keuze van de basis".

De totstandkoming van een representatief orgaan vraagt tijd. Om te slagen is een mentaliteitswijziging nodig en het ritme van die ontwikkeling moet gerespecteerd worden.  De moslims moeten zich bewust worden dat een individueel engagement noodakelijk is en dat zij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het al dan niet slagen van die onderneming. Overigens kan dit hele proces slechts het resultaat zijn van de verschillende soorten van dynamiek waarvan hoger sprake was. Reeds vandaag één institutionele vertegenwoordiging wensen, of daartoe beslissen, is noch ernstig noch realistisch; en het heeft nog veel minder te maken met een oefening in politieke transparantie.

In een overgangsperiode, met een groeiend bewustzijn bij de moslims, lijkt slechts één weg aangewezen: rekening te houden met de bestaande diversiteit; de moslims moeten een brede overlegstructuur uitdenken die de diverse gevoeligheden verenigt, ten einde sommige dringende beslissingen te kunnen nemen. Op middellange termijn kunnen we alleen maar hopen dat uit het netwerk van verenigingen aan de basis initiatieven zullen voortkomen, beginnend bij het lokale en regionale niveau. Daaruit kan dan een nog verfijnder project worden in gang gezet van onafhankelijke vertegenwoordiging.  We zijn nog ver verwijderd van een dergelijke realiteit: de gemeenschap heeft tijd nodig, terwijl de overheidsinstanties al te gehaast lijken. Zijn zij soms bevreesd voor de endogene, onafhankelijke en echt democratische dynamiek binnen de moslimgemeenschap? Het zou nochtans getuigen van wijsheid en luciditeit mocht de overheid zich schikken naar de realiteiten van het terrein.

Rekening houden met de factor tijd, begrip opbrengen voor de krampachtigheid die onvermijdelijk is bij een coëxistentie in haar beginperiode (met daarenboven "de zichtbaarheid van de andere"), zich vertrouwd maken met de realiteiten van het terrein om er de diepe en weinige spectaculaire vormen van dynamiek te ontdekken die de moslimgemeenschap doordringen: het zijn allemaal voorwaarden om zich een juister beeld te vormen en de huidige situatie naar behoren te evalueren.

De positieve en open bevestiging van hun identiteit door de moslims zoals wij ze hier beschreven, is een  realiteit. Hun burgerlijke integratie is aan de gang, de facto. De meerderheid van moslims houdt zich ver van communautaristische verlokkingen en kiest voor een serene en openhartige aanwezigheid. Sommigen zetten zelfs reeds de bakens voor een "Europese moslimcultuur." In de Europese samenlevingen ziet men aldus het begin van een integratie van de gevoelens. Dat zou het uiteindelijke doel moeten zijn van een pluralistische samenleving die identiteiten en verschillen respecteert.


D. Conclusie.

We moeten nochtans lucide blijven. Er zijn nog veel hindernissen, afwijzing en expliciete of subtiele discriminatie zijn een dagelijkse werkelijkheid voor veel moslimmannen en -vrouwen. Velen onder hen daarom gaan soms te twijfelen aan de bedoelingen van de politiek verantwoordelijken en van hun medeburgers. Zij krijgen de indruk dat men van hen verwacht dat zij, om burger te zijn, minder moslim zouden worden. Vele intieme gevoelens werden gekwetst door dergelijke behandeling... We moeten dat in gedachten houden. Ontmoetingen, debatten en gemeenschappelijke projecten die op lokaal niveau op poten worden gezet, zijn een belangrijke stap om het wantrouwen te boven te komen. Sommige moslims kregen nieuwe hoop toen zij gesprekspartners mochten ontmoeten die bereid waren respect op te brengen en zich te engageren in een constructieve en eerlijke dialoog. Het zijn deze dialogen, deze pogingen tot toenadering die de weg wijzen naar verandering.

Voor veel moslims biedt het eveneens de mogelijkheid een ander zelfbeeld te ontwikkelen. Vermits zij beschouwd worden als een  probleem, hebben sommigen onder hen jammer genoeg het idee opgevat dat integratie moest samengaan met "zich heel klein maken", verdwijnen in "een onzichtbare aanwezigheid". De druk van de omgeving deed hen hun godsdienst verbergen zoals men een complex verbergt. Een dergelijke attitude biedt niet bepaald  perspectieven in de richting van sociale harmonie en vrede, integendeel: het moet beschouwd worden als een tijdbom.

De actuele dynamiek echter kan daarin verandering brengen. Ze kan er op termijn toe leiden dat jonge moslims gaan inzien  dat hun aanwezigheid een verrijking inhoudt voor Europa. Het debat dat op gang is gekomen en de bewustwording als gevolg ervan scheppen immers kansen voor een nieuwe en originele vorm van religieus en cultureel pluralisme.  Dit gevoel van zelfbewustzijn zal bevestigd worden indien meer en meer moslims binnen de samenleving participeren in debatten betreffende vragen over zin, waarden, opvoeding en ethiek.

Als mens en als burger hebben zij de plicht zich vragen te stellen en antwoorden te zoeken in samenwerking met al hun sociale, politieke en economische partners.  Hun integratie zal dan ervaren worden als een inbreng en aanwinst: de positieve getuigenis van een aanwezigheid gevoed door spirituele kracht en burgerzin.

 

 


Vertaald met de medewerking van Dra. Michèle Goethals (alle resterende tekortkomingen zijn te wijten aan de koppigheid van de web master).

Tariq Ramadan is geboren in Genève, en hoofdzakelijk aldaar opgeleid: in de filosofie (licentieverhandeling over F.Nietzsche), Franse literatuur en Arabistiek & Islamologie (PhD). Hij doceerde filosofie aan het Collège de Genève en islamkunde aan de Universiteit van Fribourg (Zwitserland), en is nu werkzaam aan het St Anthony's College, in Oxford.  Website (ook EN): http://www.tariqramadan.com/
Zie de andere tekst van T.Ramadan op deze site. 
• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Web master Update: 4 januari 2006