|
(...)
C. Welke (Europese) Moslimaanwezigheid?
Het kan niet genoeg benadrukt worden dat bij het
evalueren van het integratieproces van de moslims rekening moet worden
gehouden met de factor tijd. Achter de sluier van verkramptheid, van agressiviteit
en in sommige verwaarloosde stadswijken zelfs van geweld, is er onder de
jonge generaties van de moslimgemeenschap een intense, nieuwe en bijzonder
boeiende dynamiek bezig. In minder dan tien jaar is een nieuw besef gegroeid
van wat er religieus, sociaal en politiek op het spel staat en dat besef
tracht zich te concretiseren op het terrein.
De 90'er jaren zijn in dat opzicht een moeilijke
maar beloftevolle overgangsperiode. Meer en meer jonge moslims van de tweede
generatie komen tot een politieke zelfzekerheid en rijpheid. Zij is gefundeerd
op een bewustzijn van hun identiteit én op een omstandige analyse
van de samenleving op het wettelijke, sociale, politieke en economische
vlak. Ze doen wat hun ouders nooit hadden kunnen doen en ontwikkelen een
houding die als maar kordater participeert op het lokale en regionale niveau.
1. Je geloof beschermen, moslim blijven.
Jonge moslims die actief waren in verenigingen
hebben lange tijd de boodschap gekregen dat het aanvaard worden van hun
aanwezigheid ten koste moest gaan van hun religieuze praktijk. Het heersende
discours van de politieke actoren en van de media leek een dergelijke conclusie
te bevestigen; het was dus beter zich af te zonderen. Pas heel recentelijk
is duidelijk geworden - in studies, debatten en interne discussies - dat
noch de letter noch de geest van de Europese wetgevingen zich ook maar
in enigerlei mate verzetten tegen een serene en volledige beleving van
de moslimreligie. De wetten inzake de laïciteit zeggen niet wat sommigen
hen willen doen zeggen. Wezenlijk voor pratikerende moslims was wel degelijk
hun geloof te beschermen en zich te verzekeren van het recht hun godsdienst
te belijden. In Frankrijk bijvoorbeeld heeft het besef dat het mogelijk
is, zowel innerlijk als wettelijk, ten volle én moslim én
Fransman te zijn in de meeste moslimverenigingen een samenhangend en open
discours inzake identiteit geproduceerd dat gebroken heeft met het reactieve
en/of agressieve discours dat tien jaar geleden nog gevoerd werd. Dit is
een verworvenheid van het grootste belang, ook al worden de verenigingen
nog altijd geconfronteerd met allerlei administratieve plagerijen, te wijten
aan het wantrouwen, de vrees en het nog al te zeer verspreide misverstand
dat een pratikerende moslim "reeds" onmiddellijk een fundamentalist is.
2. De burgerlijke integratie.
Steeds meer moslimorganisaties zetten zich in voor
de ontwikkeling van het civiek bewustzijn van hun publiek. Er wordt begonnen
met het opzetten van programma's van burgerlijke vorming - hetzij
intern hetzij in samenwerking met daartoe geëigende instituten (lokale
verenigingen,
vrijzinnige federaties, enz.): die concrete initiatieven
vormen de aflossing van een tot dan toe theoretisch gebleven discours.
Wie de moeite zich op het terrein te begeven, wordt getroffen door het
bewustzijn, de maturiteit en het dynamisme die vandaag het grootste deel
van de leidende kaders bezielen. Zonder hun religie te verloochenen engageren
zij zich voor een waarachtig burgerschap, bewust van hun plichten en rechten
in de Franse samenleving. Ze knopen aan met andere sociale en politieke
actoren op het lokale niveau en er worden debatten georganiseerd. Dergelijke
initiatieven zijn nieuw en talrijk en ze nemen voortdurend in aantal toe.
3. De onafhankelijkheid.
Meer en meer organisaties treden zelfstandig op
en zijn het resultaat van een binnenlandse, lokale dynamiek. Hoewel het
vaak onopgemerkt blijft, is dit fenomeen toch van het grootste belang.
Nieuwe verenigingen trachten een antwoord te bieden voor de behoeftes
van de moslimgemeenschap op het lokale niveau. Dit proces is aan de gang
over het gehele Franse territorium en het is een teken dat de islam in
Frankrijk wegen vindt voor zijn politieke en vooral financiële onafhankelijkheid.
Ongetwijfeld kan die beweging op dit ogenblik nog verspreid en chaotisch
lijken, maar ze vormt de verplichte poort naar de verwezenlijking van een
vrije Europese moslimaanwezigheid: zelfbeschikking en zelforganisatie staan
daarin voorop, ook wat de gemaakte keuzes betreft en het belangrijke punt
van de vertegenwoordiging.
Het meest treffende voorbeeld op het financiële
vlak is dat van de moskeeën. Tal van nieuwe projecten zien het licht.
Om te beantwoorden aan de dringende nood onbewoonbare kelders te verlaten,
mobiliseren zij de moslimgemeenschap op regionaal niveau. Het nieuwe gebouw
kan op die manier onafhankelijk van een vreemde mogendheid gefinancierd
worden. Zeker, dit zijn geen "moskee-kathedralen", maar ze zijn functioneel
en waardig, en ze beantwoorden aan de noden van de bevolking. Het verwerven
van die financiële en politieke onafhankelijkheid is belangrijk en
noodzakelijk: alleen op die manier kunnen de moslims ten volle en vrijelijk
de uitdagingen kunnen opnemen die hen in Frankrijk wachten.
4. De keuzes van de basis.
Al te dikwijls heeft men in Frankrijk de moslimvertegenwoordiging
bedacht in de plaats van de moslims. Er werd op hoog niveau beslist
wie een "aanvaardbaar" gesprekspartner was, zonder dat men zich bekommerde
om diens reële verankering op het terrein. Talrijke pogingen in die
richting werden reeds ondernomen en het is niet uitgesloten dat er nog
nieuwe pogingen in dezelfde geest zullen komen. Nochtans zit men daarmee
op het verkeerde spoor. De toekomst van de moslimgemeenschap vergt inderdaad
financiële en politieke onafhankelijkheid, maar evenzeer vereist zij
het respect voor de keuze van de moslims, voor de "keuze van de basis".
De totstandkoming van een representatief orgaan
vraagt tijd. Om te slagen is een mentaliteitswijziging nodig en het ritme
van die ontwikkeling moet gerespecteerd worden. De moslims moeten
zich bewust worden dat een individueel engagement noodakelijk is en dat
zij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het al dan niet slagen van die
onderneming. Overigens kan dit hele proces slechts het resultaat
zijn van de verschillende soorten van dynamiek waarvan hoger sprake was.
Reeds vandaag één institutionele vertegenwoordiging wensen,
of daartoe beslissen, is noch ernstig noch realistisch; en het heeft nog
veel minder te maken met een oefening in politieke transparantie.
In een overgangsperiode, met een groeiend bewustzijn
bij de moslims, lijkt slechts één weg aangewezen: rekening
te houden met de bestaande diversiteit; de moslims moeten een brede overlegstructuur
uitdenken die de diverse gevoeligheden verenigt, ten einde sommige dringende
beslissingen te kunnen nemen. Op middellange termijn kunnen we alleen maar
hopen dat uit het netwerk van verenigingen aan de basis initiatieven zullen
voortkomen, beginnend bij het lokale en regionale niveau. Daaruit kan dan
een nog verfijnder project worden in gang gezet van onafhankelijke vertegenwoordiging.
We zijn nog ver verwijderd van een dergelijke realiteit: de gemeenschap
heeft tijd nodig, terwijl de overheidsinstanties al te gehaast lijken.
Zijn zij soms bevreesd voor de endogene, onafhankelijke en echt democratische
dynamiek binnen de moslimgemeenschap? Het zou nochtans getuigen van wijsheid
en luciditeit mocht de overheid zich schikken naar de realiteiten van het
terrein.
Rekening houden met de factor tijd, begrip opbrengen
voor de krampachtigheid die onvermijdelijk is bij een coëxistentie
in haar beginperiode (met daarenboven "de zichtbaarheid van de andere"),
zich vertrouwd maken met de realiteiten van het terrein om er de diepe
en weinige spectaculaire vormen van dynamiek te ontdekken die de moslimgemeenschap
doordringen: het zijn allemaal voorwaarden om zich een juister beeld te
vormen en de huidige situatie naar behoren te evalueren.
De positieve en open bevestiging van hun identiteit
door de moslims zoals wij ze hier beschreven, is een realiteit. Hun
burgerlijke integratie is aan de gang, de facto. De meerderheid van moslims
houdt zich ver van communautaristische verlokkingen en kiest voor een serene
en openhartige aanwezigheid. Sommigen zetten zelfs reeds de bakens voor
een "Europese moslimcultuur." In de Europese samenlevingen ziet men aldus
het begin van een integratie van de gevoelens. Dat zou het uiteindelijke
doel moeten zijn van een pluralistische samenleving die identiteiten en
verschillen respecteert.
D. Conclusie.
We moeten nochtans lucide blijven. Er zijn nog
veel hindernissen, afwijzing en expliciete of subtiele discriminatie zijn
een dagelijkse werkelijkheid voor veel moslimmannen en -vrouwen. Velen
onder hen daarom gaan soms te twijfelen aan de bedoelingen van de politiek
verantwoordelijken en van hun medeburgers. Zij krijgen de indruk dat men
van hen verwacht dat zij, om burger te zijn, minder moslim zouden worden.
Vele intieme gevoelens werden gekwetst door dergelijke behandeling... We
moeten dat in gedachten houden. Ontmoetingen, debatten en gemeenschappelijke
projecten die op lokaal niveau op poten worden gezet, zijn een belangrijke
stap om het wantrouwen te boven te komen. Sommige moslims kregen nieuwe
hoop toen zij gesprekspartners mochten ontmoeten die bereid waren respect
op te brengen en zich te engageren in een constructieve en eerlijke dialoog.
Het zijn deze dialogen, deze pogingen tot toenadering die de weg wijzen
naar verandering.
Voor veel moslims biedt het eveneens de mogelijkheid
een ander zelfbeeld te ontwikkelen. Vermits zij beschouwd worden als een
probleem, hebben sommigen onder hen jammer genoeg het idee opgevat dat
integratie moest samengaan met "zich heel klein maken", verdwijnen in "een
onzichtbare aanwezigheid". De druk van de omgeving deed hen hun godsdienst
verbergen zoals men een complex verbergt. Een dergelijke attitude biedt
niet bepaald perspectieven in de richting van sociale harmonie en
vrede, integendeel: het moet beschouwd worden als een tijdbom.
De actuele dynamiek echter kan daarin verandering
brengen. Ze kan er op termijn toe leiden dat jonge moslims gaan inzien
dat hun aanwezigheid een verrijking inhoudt voor Europa. Het debat dat
op gang is gekomen en de bewustwording als gevolg ervan scheppen immers
kansen voor een nieuwe en originele vorm van religieus en cultureel pluralisme.
Dit gevoel van zelfbewustzijn zal bevestigd worden indien meer en meer
moslims binnen de samenleving participeren in debatten betreffende vragen
over zin, waarden, opvoeding en ethiek.
Als mens en als burger hebben zij de plicht zich
vragen te stellen en antwoorden te zoeken in samenwerking met al hun sociale,
politieke en economische partners. Hun integratie zal dan ervaren
worden als een inbreng en aanwinst: de positieve getuigenis van een aanwezigheid
gevoed door spirituele kracht en burgerzin.
* Vertaald met de medewerking van Dra. Michèle
Goethals (alle resterende tekortkomingen zijn te wijten aan de koppigheid van de web
master). |