|
De laatste vijftien jaar hebben zich binnen de
verschillende moslimgemeenschappen in Europa diepgaande veranderingen voorgedaan.
Nieuwe generaties traden op de voorgrond, geboren op het Europese continent,
en dat heeft een omwenteling teweeggebracht: vermenigvuldiging van de zelforganisaties,
nieuwe vormen van discours gericht op het burgerschap en de politieke participatie,
het opeisen van de rechten die inherent zijn aan de nationaliteit, samen
met een meer zichtbaar engagement vanwege de staat tegen discriminatie
allerhande (tewerkstelling, cultusplaatsen, financiële ondersteuning,
enz.). Alle landen van Europa ervaren deze dynamiek, weliswaar met enkele
variaties die essentieel te wijten zijn aan het minder of meer recent karakter
van de moslimaanwezigheid, overeenkomstig het land in kwestie. Op termijn
zal het wortel schieten van de moslims in Europa een logica volgen die
gebaseerd is op drie dimensies: openlijk geafficheerd burgerschap; maatschappelijke
en politieke participatie op alle niveaus; opgeëiste financiële
en politieke onafhankelijkheid.
Het Europese terrein, nochtans, is niet maagdelijk.
Op het ogenblik zelf dat de realiteit aan het werk is van een multi-dimensionele
integratie, maken we de versterking mee van twee complementaire fenomenen.
Ze tonen aan dat de moslimgemeenschappen die zich in Europa gevestigd hebben,
door sommige landen van herkomst nog altijd beschouwd worden als hun privé
jachtterrein en dat ze zinnens zijn daarin te handelen met dezelfde methodes
en volgens de principes die zijn bedoeld voor hun onderdanen.
Tussen de jaren '60 en '80 heeft men in Europa
de bloei gekend van verenigingen van het type van Algerijnse, Marokkaanse,
Tunesische of Turkse "Amicales". Die groeperingen, die ballingen
verenigden, hadden tot doel om aan deze laatsten de mogelijkheid te bieden
om elkaar terug te vinden. Tegelijkertijd, echter, moesten zij op het politieke
plan het toezicht vergemakkelijken dat georganiseerd werd vanuit de ambassades.
Met de veranderingen op het Europese terrein had men er zich kunnen aan
verwachten dat die praktijken in omvang verminderden en dat het toezicht,
voor zover het nodig was, voortaan de uitsluitende bevoegdheid zou zijn
van de Europese staten. Dat is niet het geval, wel integendeel.
In naam van de staatsveiligheid wordt Europa letterlijk
overspannen door een netwerk van veiligheidsdiensten. Achter de bomen van
enkele grote, gemediatiseerde politieke affaires - zoals die van de Marokkaanse
opposant Diouri, bijvoorbeeld - verbergt zich het bos van een sterk uitgewerkte
controle- en inlichtingendienst. Vooreerst ten aanzien van de nationale
opposanten: Tunesische (ongetwijfeld de meest efficiënte), Marokkaanse,
Algerijnse, Turkse en zelfs Saoedische inlichtingendiensten, soms rechtstreeks
verbonden met de ambassades, verzamelen inlichtingen, infiltreren in de
zelforganisaties, houden de moskeeën in het oog en nemen deel aan
conferenties en colloquia. In het geval van deze laatste aarzelen ze niet
om met minder of meer handigheid de stem van de macht te laten horen. Terwijl
ze de voortaan gevoelige snaar bespelen van het "islamistisch gevaar",
verzorgen de officiële en officieuze agenten ook bijzonder doeltreffend
de public relations bij de journalisten, lokale verkozenen en tot zelfs
de hoogste regionen van de staat (1).
Die plaatselijke "relais" van de betreffende mogendheden
zijn legio in Europa. Onder het voorwendsel van hun interesse voor de kwestie
van de islam, oefenen ze een belangrijke politieke invloed uit. Die veiligheidsobsessie
stelt er zich niet mee tevreden de nationale opposanten te bewaken: zeer
vaak, inderdaad, worden Engelse, Italiaanse, Franse of Belgische staatsburgers,
enkel en alleen omwille van de herkomst van hun ouders of omdat een deel
van hun familie in het land van herkomst woont, onderworpen aan dezelfde
bewaking en wanneer ze het land van herkomst van hun ouders bezoeken, land
waarvan ze vaak niet meer de nationaliteit bezitten, worden ze langdurig
ondervraagd over hun activiteiten en hun relaties(2).
Parallel aan deze vormen van inmenging van veiligheidsdiensten
op Europese bodem, maken we een ander, niet minder verontrustend fenomeen
mee: de buitenlandse mogendheden blijven vasthouden aan een exclusieve
controle over de grote mosliminstituten in Europa. Behalve de financiering
van de grote moskeeën - die een publiek geheim is - , zoals die van
Rome, Madrid, Parijs, Lyon, Brussel, Genève of Londen, gaat het
wel degelijk om politieke beïnvloeding en controle. De officiële
boodschappen die langs deze antennes worden naar buiten gebracht, beantwoorden
aan de geboden van de financierende overheid; de monden zijn gesnoerd en
de verantwoordelijken staan onder voogdij.
Door bemiddeling van haar grote moskeeën
(3) en de afdelingen van de Islamitische
Wereldliga bezet Saoedi-Arabië steeds verder het terrein in Europa.
Sedert enkele jaren heeft ze zich gelieerd met Marokko en vermenigvuldigt
ze de initiatieven in de richting van de Europese moslims; door het engageren
van bekeerlingen poogt ze aan haar optreden een maatschappelijke basis
te geven. Algerije - hoofdzakelijk in Frankrijk -, maar ook Tunesië
en Turkije blijven hierbij niet ten achter: cultusplaatsen worden gefinancierd,
imams krijgen hun wedde uitbetaald, centra worden gebouwd, die de controle
mogelijk maken over de organisatie van de Europese islam.
Gestandaardiseerde Onderwijsvormen
Die zichtbare aanwezigheid is bijzonder doeltreffend
voor alles wat de kwestie aanbelangt van de vertegenwoordiging van de moslims.
De staten komen via hun ambassades op het hoogste niveau direct tussen
in de processen van organisatie en structurering van de moslimgemeenschappen.
De Marokkaanse staat heeft alle etappes van de verkiezingen in België
van nabij gevolgd; en hij heeft niet geaarzeld om, via zijn ambassade,
direct tussenbeide te komen bij de Italiaanse staat om de ondertekening
te beletten van de intensa
(4)en
zich aldus de middelen te verlenen om directer in de debatten tussen te
komen (5).
Saoedi-Arabië zowel als Egypte spelen een
sleutelrol in de discussies in Groot-Brittannië en de Turkse regering
is in Duitsland alomtegenwoordig bij middel van de Diyanet, als een quasi
officieel organisme van de Turkse staat. Het consultatieproject dat in
Frankrijk wordt voorgesteld door de minister van binnenlandse aangelegenheden,
Jean-Pierre Chevènement (in een document dat het initiatief voorstelt
als republikeins en "laïque"), speelt in de kaart van de moskeeën
en structuren verbonden aan Saoedi-Arabië, Marokko, Algerije en Turkije(6).
Vanuit de wens om hun religieuze greep te versterken,
gaan de staten er meer en meer toe over islamitische opleidingen voor te
stellen of te financieren. Tijdens de meest geschikte periodes worden imams
gestuurd, bijvoorbeeld tijdens de maand Ramadan, voor het leiden van de
gebeden maar ook voor het verstrekken van cursussen. Saoedi-Arabië,
Egypte, Marokko en Turkije sturen elk jaar belangrijke delegaties van moslimgeleerden
naar Europa, met bedoelingen die niet altijd worden kenbaar gemaakt: de
ene brengen inlichtingen mee, andere verstrekken onderwijs dat erg gestandaardiseerd
is, d.w.z. erg traditionalistisch en weinig aangepast aan de realiteit
van de Europese landen.
Sedert enkele jaren, bijvoorbeeld, heeft Riyad
het aanbod vermenigvuldigd van gratis opleidingen in Saoedi-Arabië.
De eerste studenten die van die gulheid hebben genoten, zijn nu terug en
ze tonen zich voortaan voorstander van een eerder sectaire gedragslijn.
Terwijl ze een letterlijke lectuur voorstaan van de [heilige] teksten,
wijzen ze de civiele integratie af, verzetten ze zich tegen elk maatschappelijk
engagement vanwege moslims en beschouwen zij Europa meestal als een van
nature aan de islam vijandige ruimte waartegen men zich op alle niveaus
moet afbakenen. Zich zelve voorstellend als de enige "salafî's"(7), geven
zij de voorrang aan details van de rituele praktijk (kleding, baard, enz.)
en ondersteunen zij, hetzij stilzwijgend hetzij expliciet, de Saoedische
politiek. Hoewel nog altijd sterk in de minderheid, kent het aantal van
hun volgelingen toch een gestage groei, met name in de bevolkingslagen
die het snelst geneigd zijn om ten aanzien van het Westen een afwijzende
houding aan te nemen: minstbedeelden, verpauperde wijken, slaapsteden,
werklozen, enz.
Wat is nu de houding van de Europese staten ten
overstaan van de nieuwe strategieën van de vreemde landen van herkomst
om de Europese islam onder hun toezicht en hun greep te houden? De vraag
mag gesteld worden aangezien het duidelijk om inmenging gaat in binnenlandse
aangelegenheden. Het officiële discours weliswaar lijkt duidelijk:
in Groot-Brittannië, in Frankrijk, in Duitsland, of in België
zegt men te erkennen dat de islam voortaan een bestanddeel vormt van Europa;
men kijkt uit naar het zichtbare optreden van Europese moslimburgers die
hun lot in eigen handen nemen, hun vertegenwoordiging organiseren en hun
politieke en financiële autonomie realiseren.
Langs de andere kant zouden de Europese staten
dus gegijzeld worden door buitenlandse mogendheden die zich steunen op
de religieuze toebehorigheid van Europa's burgers om een politiek door
te drukken die gericht is op hun eigen belangen. Men zou dus te maken hebben
met zowel een machtsconflict als met een conflict van toebehorigheid. Een
wat meer toegespitste analyse, nochtans, nuanceert de duidelijkheid van
deze confrontatie. Weliswaar wordt het discours over het burgerschap van
Europa's moslims steeds vaker gehoord onder de politieke actoren (die niet
anders kunnen dan rekening te houden met het aantal potentiële kiezers).
Des al niettemin blijft het beheer van de islam sterk beïnvloed
in Europa door de obsessie met de nationale veiligheid en door de wil tot
controle.
Het weefsel van het moslimse verenigingsleven,
dat zich tijdens de laatste jaren zo sterk heeft uitgebouwd, met al die
nieuwe moslims die hun burgerschap en hun rechten opeisen en die zich politiek
engageren, verre van gerust te stellen, wekt integendeel angst op. Als
vrije, Europese maar moslimse "elektronen", vertroebelen zij de oude breuklijnen
en gelijken in niets op de oude moslimnotabelen, die zo onderworpen waren
en zo weinig voor de voeten liepen.
In dit landschap zou de interventie van de vreemde
mogendheden, verre van een probleem te vormen, op korte termijn wel eens
in de richting kunnen gaan van de belangen van de Europese staten. Deze
laatste zouden hun voordeel kunnen doen met het toezicht dat door de vreemde
agenten op het terrein wordt uitgeoefend, en even zo met de indirecte greep
van de moslimstaten over de moskeeën en de andere grote instituties:
in beide gevallen, inderdaad, wordt op die manier de politieke en religieuze
controle over de situatie verzekerd. De contacten tussen de verschillende
inlichtingendiensten gebeuren op permanente basis; wat anderzijds de organisatie
van de islam betreft, hebben de Europese staten er alleen maar voordeel
bij om zaken te doen met de landen van herkomst: ze kunnen er gemakkelijker
mee onderhandelen en een gedragslijn opleggen in het kader van de goede
betrekkingen en contacten tussen regeringen onderling.
Vele Europese staten beschouwen de islam nog altijd
als een vreemd fenomeen en meer nog: als een gevaar, of in elk geval als
een factor van instabiliteit. Ze geven er de voorkeur aan onderhands zaken
te doen met de dictaturen uit de moslimwereld: ondanks de patente inbreuken
tegen de mensenrechten, geven die laatste hen veiligheidsgaranties en verdedigen
zij hun belangen. Met uitzondering van enkele punctuele uitzonderingen
zoals Spanje (sedert 1992), Oostenrijk en Zweden, lijkt geen enkele Europese
staat een rechtstreeks gesprek aan te gaan met zijn moslimse burgers en
inwoners, dat wil zeggen zonder de al dan niet expliciete bemiddeling van
de buitenlandse regimes. Zo goed als allemaal roepen die Europese staten
op tot autonomie en des al niettemin passen zij in de praktijk een politiek
toe die gebaseerd is op affiliaties en servitudes (en op inlichtingen ingewonnen
bij de verschillende inlichtingendiensten).
De jaren die komen zullen de Europese staten verplichten
hun beheer van de islam en de moslims te herzien. Authentieke moslimburgers,
politiek onafhankelijk en financieel autonoom, product van de dynamiek
van zelforganisatie die overal in Europa bloeit, beginnen hen nu
al rekenschap te vragen over de rechtvaardiging van hun samenwerking met
de dictaturen in de moslimwereld. Vandaag al eisen zij hun wettelijk recht
op, zich zelf te organiseren, hun zaken in eigen handen te nemen en onder
elkaar te beslissen over de legitimiteit van hun religieuze vertegenwoordiging.
Het fenomeen heeft zich uitgebreid en gaat als maar sneller: ondanks de
pogingen van de buitenlandse mogendheden, ontsnapt het terrein grotendeels
aan hun controle, en de moslims van de tweede en derde generatie voelen
zich hoe langer hoe minder verbonden met de landen van herkomst van hun
ouders.
Indien Europa de moeilijke weddenschap wil lukken
van het culturele en religieuze pluralisme van haar samenlevingen, dan
wordt het de hoogste tijd de veiligheidslogica te verlaten; in plaats daarvan
moet geopteerd worden voor de dialoog, de negotiatie en het vertrouwen,
zoals die zich opdringen tussen een staat en zijn burgers. Tegen de buitenlandse
bevoogding in, is dàt de werkwijze - de enige democratische - van
een rechtsstaat, met respect voor zowel de wet als voor zijn burgers.
_____________________________
EINDNOTEN
1. In Parijs, Londen, Rome,
Genève, enz. organiseren ambassades "persdiners" - zoals het geval was tijdens
de meest gewelddadige periode van de Algerijnse crisis (samen met een versie
van de feiten, werden de gasten "geïnformeerd" over de infiltratie
van de groupuscules in Europa). terug
2. Er zijn getuigenissen te
over van moslims die aangehouden werden aan de grenscontrole; ze getuigen
van de omvang van de bewaking die door de buitenlandse mogendheden wordt
uitgeoefend op Europese bodem. terug
3. Georganiseerd en gefedereerd
in een Europese Raad van Moskeeën die functioneert onder het quasi
directe gezag van de Saoedische staat. terug
4. Document van officieel akkoord
tussen de Italiaanse staat en de representatieve structuur van moslims
in Italië. terug
5. Tussenkomst die publiek erkend
werd in het dagblad, La Reppublica, van 22 november 1998. terug
6. De vertegenwoordigers van
de Algerijnse, Marokkaanse en Tunesische ambassades die aanwezig waren
op het colloquium "Lumières de l'Islam", te Roubaix, 20 en
21 november 1999, hebben zonder aarzelen en eensgezind het initiatief verwelkomd. terug
7. D.w.z. voorstanders van de
authentieke islam. Voor de categorisering van de islamitische strekkingen
in Europa, zie "Appendix I", in: "To be a European Muslim"
(The Islamic Foundation, 1999), of: "Être un musulman européen"
(éd. Tawhid, Lyon, 1999). terug |