Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

"Tussen buitenlandse inmenging en staatsveiligheid:

de moslims van Europa in de tang",

door

Prof.Dr. Tariq RAMADAN (2000)*

(français)

Voor de organisatie van de moslims in Europa breekt een nieuwe tijd aan. Overal ziet men de dynamiek aan het werk van de nationale vertegenwoordiging. De consultatie die recentelijk georganiseerd werd door de Franse minister, Jean-Pierre Chevènement, is een aanwijzing die de bekommernissen weerspiegelt van omzeggens alle Europese staten. De Franse minister voor binnenlandse aangelegenheden wenst de institutionalisering van de islam in de republikeinse ruimte te bevorderen en begeleiden. Daartoe heeft hij in januari 2000 moslimverantwoordelijken samengeroepen ten einde naar hen te luisteren en hen te helpen bij het organiseren van hun vertegenwoordiging. Opdat deze laatste werkelijk de democratische uitdrukking zou zijn van de basis en opdat haar onafhankelijkheid van het buitenland zou verzekerd zijn, is het geboden rekening te houden met de tegenstrijdige krachten die aan het werk zijn binnen de moslimgemeenschappen in Frankrijk zowel als in de rest van Europa.

De laatste vijftien jaar hebben zich binnen de verschillende moslimgemeenschappen in Europa diepgaande veranderingen voorgedaan. Nieuwe generaties traden op de voorgrond, geboren op het Europese continent, en dat heeft een omwenteling teweeggebracht: vermenigvuldiging van de zelforganisaties, nieuwe vormen van discours gericht op het burgerschap en de politieke participatie, het opeisen van de rechten die inherent zijn aan de nationaliteit, samen met een meer zichtbaar engagement vanwege de staat tegen discriminatie allerhande (tewerkstelling, cultusplaatsen, financiële ondersteuning, enz.). Alle landen van Europa ervaren deze dynamiek, weliswaar met enkele variaties die essentieel te wijten zijn aan het minder of meer recent karakter van de moslimaanwezigheid, overeenkomstig het land in kwestie. Op termijn zal het wortel schieten van de moslims in Europa een logica volgen die gebaseerd is op drie dimensies: openlijk geafficheerd burgerschap; maatschappelijke en politieke participatie op alle niveaus; opgeëiste financiële en politieke onafhankelijkheid.

Het Europese terrein, nochtans, is niet maagdelijk. Op het ogenblik zelf dat de realiteit aan het werk is van een multi-dimensionele integratie, maken we de versterking mee van twee complementaire fenomenen. Ze tonen aan dat de moslimgemeenschappen die zich in Europa gevestigd hebben, door sommige landen van herkomst nog altijd beschouwd worden als hun privé jachtterrein en dat ze zinnens zijn daarin te handelen met dezelfde methodes en volgens de principes die zijn bedoeld voor hun onderdanen.

Tussen de jaren '60 en '80 heeft men in Europa de bloei gekend van verenigingen van het type van Algerijnse, Marokkaanse, Tunesische of Turkse "Amicales". Die groeperingen, die ballingen verenigden, hadden tot doel om aan deze laatsten de mogelijkheid te bieden om elkaar terug te vinden. Tegelijkertijd, echter, moesten zij op het politieke plan het toezicht vergemakkelijken dat georganiseerd werd vanuit de ambassades. Met de veranderingen op het Europese terrein had men er zich kunnen aan verwachten dat die praktijken in omvang verminderden en dat het toezicht, voor zover het nodig was, voortaan de uitsluitende bevoegdheid zou zijn van de Europese staten. Dat is niet het geval, wel integendeel.

In naam van de staatsveiligheid wordt Europa letterlijk overspannen door een netwerk van veiligheidsdiensten. Achter de bomen van enkele grote, gemediatiseerde politieke affaires - zoals die van de Marokkaanse opposant Diouri, bijvoorbeeld - verbergt zich het bos van een sterk uitgewerkte controle- en inlichtingendienst. Vooreerst ten aanzien van de nationale opposanten: Tunesische (ongetwijfeld de meest efficiënte), Marokkaanse, Algerijnse, Turkse en zelfs Saoedische inlichtingendiensten, soms rechtstreeks verbonden met de ambassades, verzamelen inlichtingen, infiltreren in de zelforganisaties, houden de moskeeën in het oog en nemen deel aan conferenties en colloquia. In het geval van deze laatste aarzelen ze niet om met minder of meer handigheid de stem van de macht te laten horen. Terwijl ze de voortaan gevoelige snaar bespelen van het "islamistisch gevaar", verzorgen de officiële en officieuze agenten ook bijzonder doeltreffend de public relations bij de journalisten, lokale verkozenen en tot zelfs de hoogste regionen van de staat (1).

Die plaatselijke "relais" van de betreffende mogendheden zijn legio in Europa. Onder het voorwendsel van hun interesse voor de kwestie van de islam, oefenen ze een belangrijke politieke invloed uit. Die veiligheidsobsessie stelt er zich niet mee tevreden de nationale opposanten te bewaken: zeer vaak, inderdaad, worden Engelse, Italiaanse, Franse of Belgische staatsburgers, enkel en alleen omwille van de herkomst van hun ouders of omdat een deel van hun familie in het land van herkomst woont, onderworpen aan dezelfde bewaking en wanneer ze het land van herkomst van hun ouders bezoeken, land waarvan ze vaak niet meer de nationaliteit bezitten, worden ze langdurig ondervraagd over hun activiteiten en hun relaties(2).

Parallel aan deze vormen van inmenging van veiligheidsdiensten op Europese bodem, maken we een ander, niet minder verontrustend fenomeen mee: de buitenlandse mogendheden blijven vasthouden aan een exclusieve controle over de grote mosliminstituten in Europa. Behalve de financiering van de grote moskeeën - die een publiek geheim is - , zoals die van Rome, Madrid, Parijs, Lyon, Brussel, Genève of Londen, gaat het wel degelijk om politieke beïnvloeding en controle. De officiële boodschappen die langs deze antennes worden naar buiten gebracht, beantwoorden aan de geboden van de financierende overheid; de monden zijn gesnoerd en de verantwoordelijken staan onder voogdij.

Door bemiddeling van haar grote moskeeën (3) en de afdelingen van de Islamitische Wereldliga bezet Saoedi-Arabië steeds verder het terrein in Europa. Sedert enkele jaren heeft ze zich gelieerd met Marokko en vermenigvuldigt ze de initiatieven in de richting van de Europese moslims; door het engageren van bekeerlingen poogt ze aan haar optreden een maatschappelijke basis te geven. Algerije - hoofdzakelijk in Frankrijk -, maar ook Tunesië en Turkije blijven hierbij niet ten achter: cultusplaatsen worden gefinancierd, imams krijgen hun wedde uitbetaald, centra worden gebouwd, die de controle mogelijk maken over de organisatie van de Europese islam.


 

Gestandaardiseerde Onderwijsvormen
 

Die zichtbare aanwezigheid is bijzonder doeltreffend voor alles wat de kwestie aanbelangt van de vertegenwoordiging van de moslims. De staten komen via hun ambassades op het hoogste niveau direct tussen in de processen van organisatie en structurering van de moslimgemeenschappen. De Marokkaanse staat heeft alle etappes van de verkiezingen in België van nabij gevolgd; en hij heeft niet geaarzeld om, via zijn ambassade, direct tussenbeide te komen bij de Italiaanse staat om de ondertekening te beletten van de intensa (4)en zich aldus de middelen te verlenen om directer in de debatten tussen te komen (5).

Saoedi-Arabië zowel als Egypte spelen een sleutelrol in de discussies in Groot-Brittannië en de Turkse regering is in Duitsland alomtegenwoordig bij middel van de Diyanet, als een quasi officieel organisme van de Turkse staat. Het consultatieproject dat in Frankrijk wordt voorgesteld door de minister van binnenlandse aangelegenheden, Jean-Pierre Chevènement (in een document dat het initiatief voorstelt als republikeins en "laïque"), speelt in de kaart van de moskeeën en structuren verbonden aan Saoedi-Arabië, Marokko, Algerije en Turkije(6).

Vanuit de wens om hun religieuze greep te versterken, gaan de staten er meer en meer toe over islamitische opleidingen voor te stellen of te financieren. Tijdens de meest geschikte periodes worden imams gestuurd, bijvoorbeeld tijdens de maand Ramadan, voor het leiden van de gebeden maar ook voor het verstrekken van cursussen. Saoedi-Arabië, Egypte, Marokko en Turkije sturen elk jaar belangrijke delegaties van moslimgeleerden naar Europa, met bedoelingen die niet altijd worden kenbaar gemaakt: de ene brengen inlichtingen mee, andere verstrekken onderwijs dat erg gestandaardiseerd is, d.w.z. erg traditionalistisch en weinig aangepast aan de realiteit van de Europese landen.

Sedert enkele jaren, bijvoorbeeld, heeft Riyad het aanbod vermenigvuldigd van gratis opleidingen in Saoedi-Arabië. De eerste studenten die van die gulheid hebben genoten, zijn nu terug en ze tonen zich voortaan voorstander van een eerder sectaire gedragslijn. Terwijl ze een letterlijke lectuur voorstaan van de [heilige] teksten, wijzen ze de civiele integratie af, verzetten ze zich tegen elk maatschappelijk engagement vanwege moslims en beschouwen zij Europa meestal als een van nature aan de islam vijandige ruimte waartegen men zich op alle niveaus moet afbakenen. Zich zelve voorstellend als de enige "salafî's"(7)geven zij de voorrang aan details van de rituele praktijk (kleding, baard, enz.) en ondersteunen zij, hetzij stilzwijgend hetzij expliciet, de Saoedische politiek. Hoewel nog altijd sterk in de minderheid, kent het aantal van hun volgelingen toch een gestage groei, met name in de bevolkingslagen die het snelst geneigd zijn om ten aanzien van het Westen een afwijzende houding aan te nemen: minstbedeelden, verpauperde wijken, slaapsteden, werklozen, enz.

Wat is nu de houding van de Europese staten ten overstaan van de nieuwe strategieën van de vreemde landen van herkomst om de Europese islam onder hun toezicht en hun greep te houden? De vraag mag gesteld worden aangezien het duidelijk om inmenging gaat in binnenlandse aangelegenheden. Het officiële discours weliswaar lijkt duidelijk: in Groot-Brittannië, in Frankrijk, in Duitsland, of in België zegt men te erkennen dat de islam voortaan een bestanddeel vormt van Europa; men kijkt uit naar het zichtbare optreden van Europese moslimburgers die hun lot in eigen handen nemen, hun vertegenwoordiging organiseren en hun politieke en financiële autonomie realiseren.

Langs de andere kant zouden de Europese staten dus gegijzeld worden door buitenlandse mogendheden die zich steunen op de religieuze toebehorigheid van Europa's burgers om een politiek door te drukken die gericht is op hun eigen belangen. Men zou dus te maken hebben met zowel een machtsconflict als met een conflict van toebehorigheid. Een wat meer toegespitste analyse, nochtans, nuanceert de duidelijkheid van deze confrontatie. Weliswaar wordt het discours over het burgerschap van Europa's moslims steeds vaker gehoord onder de politieke actoren (die niet anders kunnen dan rekening te houden met het aantal potentiële kiezers). Des al niettemin blijft het beheer van de islam sterk beïnvloed in Europa door de obsessie met de nationale veiligheid en door de wil tot controle.

Het weefsel van het moslimse verenigingsleven, dat zich tijdens de laatste jaren zo sterk heeft uitgebouwd, met al die nieuwe moslims die hun burgerschap en hun rechten opeisen en die zich politiek engageren, verre van gerust te stellen, wekt integendeel angst op. Als vrije, Europese maar moslimse "elektronen", vertroebelen zij de oude breuklijnen en gelijken in niets op de oude moslimnotabelen, die zo onderworpen waren en zo weinig voor de voeten liepen.

In dit landschap zou de interventie van de vreemde mogendheden, verre van een probleem te vormen, op korte termijn wel eens in de richting kunnen gaan van de belangen van de Europese staten. Deze laatste zouden hun voordeel kunnen doen met het toezicht dat door de vreemde agenten op het terrein wordt uitgeoefend, en even zo met de indirecte greep van de moslimstaten over de moskeeën en de andere grote instituties: in beide gevallen, inderdaad, wordt op die manier de politieke en religieuze controle over de situatie verzekerd. De contacten tussen de verschillende inlichtingendiensten gebeuren op permanente basis; wat anderzijds de organisatie van de islam betreft, hebben de Europese staten er alleen maar voordeel bij om zaken te doen met de landen van herkomst: ze kunnen er gemakkelijker mee onderhandelen en een gedragslijn opleggen in het kader van de goede betrekkingen en contacten tussen regeringen onderling.

Vele Europese staten beschouwen de islam nog altijd als een vreemd fenomeen en meer nog: als een gevaar, of in elk geval als een factor van instabiliteit. Ze geven er de voorkeur aan onderhands zaken te doen met de dictaturen uit de moslimwereld: ondanks de patente inbreuken tegen de mensenrechten, geven die laatste hen veiligheidsgaranties en verdedigen zij hun belangen. Met uitzondering van enkele punctuele uitzonderingen zoals Spanje (sedert 1992), Oostenrijk en Zweden, lijkt geen enkele Europese staat een rechtstreeks gesprek aan te gaan met zijn moslimse burgers en inwoners, dat wil zeggen zonder de al dan niet expliciete bemiddeling van de buitenlandse regimes. Zo goed als allemaal roepen die Europese staten op tot autonomie en des al niettemin passen zij in de praktijk een politiek toe die gebaseerd is op affiliaties en servitudes (en op inlichtingen ingewonnen bij de verschillende inlichtingendiensten).

De jaren die komen zullen de Europese staten verplichten hun beheer van de islam en de moslims te herzien. Authentieke moslimburgers, politiek onafhankelijk en financieel autonoom, product van de dynamiek van zelforganisatie die overal in Europa bloeit, beginnen  hen nu al rekenschap te vragen over de rechtvaardiging van hun samenwerking met de dictaturen in de moslimwereld. Vandaag al eisen zij hun wettelijk recht op, zich zelf te organiseren, hun zaken in eigen handen te nemen en onder elkaar te beslissen over de legitimiteit van hun religieuze vertegenwoordiging. Het fenomeen heeft zich uitgebreid en gaat als maar sneller: ondanks de pogingen van de buitenlandse mogendheden, ontsnapt het terrein grotendeels aan hun controle, en de moslims van de tweede en derde generatie voelen zich hoe langer hoe minder verbonden met de landen van herkomst van hun ouders.

Indien Europa de moeilijke weddenschap wil lukken van het culturele en religieuze pluralisme van haar samenlevingen, dan wordt het de hoogste tijd de veiligheidslogica te verlaten; in plaats daarvan moet geopteerd worden voor de dialoog, de negotiatie en het vertrouwen, zoals die zich opdringen tussen een staat en zijn burgers. Tegen de buitenlandse bevoogding in, is dàt de werkwijze - de enige democratische - van een rechtsstaat, met respect voor zowel de wet als voor zijn burgers.
 

_____________________________

 


EINDNOTEN

1. In Parijs, Londen, Rome, Genève, enz. organiseren ambassades "persdiners" - zoals het geval was tijdens de meest gewelddadige periode van de Algerijnse crisis (samen met een versie van de feiten, werden de gasten "geïnformeerd" over de infiltratie van de groupuscules in Europa). terug

2. Er zijn getuigenissen te over van moslims die aangehouden werden aan de grenscontrole; ze getuigen van de omvang van de bewaking die door de buitenlandse mogendheden wordt uitgeoefend op Europese bodem. terug

3. Georganiseerd en gefedereerd in een Europese Raad van Moskeeën die functioneert onder het quasi directe gezag van de Saoedische staat. terug

4. Document van officieel akkoord tussen de Italiaanse staat en de representatieve structuur van moslims in Italië. terug

5. Tussenkomst die publiek erkend werd in het dagblad, La Reppublica, van 22 november 1998. terug

6. De vertegenwoordigers van de Algerijnse, Marokkaanse en Tunesische ambassades die aanwezig waren op het colloquium "Lumières de l'Islam", te Roubaix, 20 en 21 november 1999, hebben zonder aarzelen en eensgezind het initiatief verwelkomd. terug

7. D.w.z. voorstanders van de authentieke islam. Voor de categorisering van de islamitische strekkingen in Europa, zie "Appendix I", in: "To be a European Muslim" (The Islamic Foundation, 1999), of: "Être un musulman européen" (éd. Tawhid, Lyon, 1999). terug

Met instemming van de auteur vertaald uit: Le Monde Diplomatique, Juin 2000, pp. 12-13: "Entre ingérences étrangères et logiques sécuritaires: Les musulmans d'Europe pris en tenaille": oorspronkelijke Franse tekst nu te lezen op de Le Monde Diplomatique-site.

Tariq Ramadan is geboren in Genève, en hoofdzakelijk aldaar opgeleid: in de filosofie (licentieverhandeling over F.Nietzsche), Franse literatuur en Arabistiek & Islamologie (PhD). Hij doceerde filosofie aan het Collège de Genève en islamkunde aan de Universiteit van Fribourg (Zwitserland), en is nu werkzaam aan het St Anthony's College, in Oxford.  Website: http://www.tariqramadan.com/

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Web master Update: 4 januari 2006