De interreligieuze dialoog,
kansen en beperkingen
Voor
Het Centraal
Missionair Beraad Religieuzen, Den Haag, Mei 2003
door Mohamed Ajouaou
Heeft een dialoog tussen diverse culturen en
religies in de Nederlandse context zin? Jazeker. De mondiale en nationale
ontwikkelingen maken een dergelijke dialoog niet alleen zinvol maar,
vanuit maatschappelijk oogpunt, ook broodnodig. Het wordt steeds
duidelijker dat de gewenste samenhang in deze samenleving in veel
opzichten fragiel en verre van vanzelfsprekend is. Zo hebben bijvoorbeeld
de gebeurtenissen van en na 11 september 2001, de reeds bestaande maar
niet zo zichtbare spanningen tussen bevolkingsgroepen onthuld. Sterker
nog, deze spanningen werden door die gebeurtenissen verder aangescherpt.
Het zijn spanningen die worden gevoed door andere voor de postmoderne
samenlevingen kenmerkende factoren, zoals toenemende onzekerheid en dus
wantrouwen, individualisme en economische recessies.
De multiculturele samenleving is een feit.
Dat wil zeggen; verschillende bevolkingsgroepen en religieuze groeperingen
zijn veroordeeld tot elkaar. Wie ooit de migranten waren, vormen nu een
integraal deel van het volk. De migranten die nu binnenkomen zullen dat
ooit worden. De uitdaging is dat integratieproces tot een goed einde te
brengen en dus de bovengenoemde spanningen op te vangen en te verminderen.
Uiteindelijk zou elke bevolkingsgroep, ieder individu zichzelf als
volwaardig lid van de samenleving moeten zien en zich van daaruit geroepen
voelen een constructieve bijdrage te leveren aan de opbouw en verdere
uitbouw van de. De realisatie van deze doelstellingen vergt grote
inspanningen van alle betrokkenen. Van autochtonen en allochtonen, van
overheden en bedrijfsleven, van maatschappelijke organisaties, religieuze
organisaties, kaders, enzovoort.
Bij de ene partij (bijvoorbeeld overheid,
bedrijfsleven) zal de nadruk liggen op concrete maatregelen. Denk aan de
wetten ter bevordering van gelijke kansen, het tegengaan van uitsluiting
en het bevorderen van onderwijs- en arbeidsparticipatie. Het uitblijven
van zulke concrete maatregelen leidt tot nieuwe of tot het aanscherpen van
bestaande tegenstellingen. Andere partijen zullen zich meer richten tot
het proces. Het systematisch met elkaar communiceren van de onderliggende
verschillen en overeenkomsten; het aankaarten, bespreekbaar maken en ter
discussie stellen van allerlei gevoeligheden die nu eenmaal horen bij
culturele diversiteit. Hiervoor worden uiteenlopende instrumenten ingezet.
Bij het ene instrument is confrontatie het uitgangspunt, bij het andere is
juist toenadering het vertrekpunt. Dialoog behoort tot dat laatste.
Er worden verschillende initiatieven tot
dialoog ondernomen. Initiatieven vanuit het opbouw- en sociaal-cultureel
werk tot het vrijwilligerswerk, op wijkniveau tot op landelijk niveau,
vanuit seculiere organisaties tot godsdienstige groeperingen. In het
vervolg zal ik ingaan op de laatste: de interreligieuze dialoog. Ik beperk
me tot de twee religies christendom en islam. Wat is de specifieke
bijdrage van een dergelijke dialoog? Waar moet een dergelijke dialoog over
gaan? Welke vormen van interreligieuze dialoog zijn er? Hoe ziet de
context van deze dialoog eruit en waar moet men daarbij rekening mee
houden?
De kracht van de interreligieuze dialoog is
dat het institutioneel wordt aangedragen en daardoor op hoog niveau op een
draagvlak kan rekenen. Met minimale inzet van bestaande organisaties,
kanalen en beschikbare middelen kan een dergelijke dialoog tot stand
komen. Religieuze infrastructuur beschikt over een brede achterban, wat de
communicatie met de doelgroepen van de interreligieuze dialoog effectief
maakt. En wie is het beste in staat om over culturele verschillen en
overeenkomsten die op religie gestoeld zijn te spreken, dan deze
infrastructuur zelf? Ook hier maakt de gemeenschappelijke geloofstaal
(monotheïstisch, Abrahamitisch) in principe de communicatie effectief.
De onderwerpen waarover de dialoog kan gaan,
hangen af van het stadium waarin de dialoog verkeert. Een goed begin is om
eerst in eigen gelederen en eventueel kleinschalig het thema dialoog op
zich, goed door te bespreken. Geleidelijk zal men aansturen op de
ontmoeting met de andere partij. De ontmoeting wordt dan bij voorkeur
gedragen door beide partijen en de inhoud en doelstelling van de dialoog
wordt in samenspraak van beide kanten vastgesteld. In dit stadium lenen
alle soorten thema’s zich voor een gesprek: de beeldvorming over elkaar;
een gezamenlijke aanpak van de problemen in wijk, dorp of stad; het
bespreken van een gevoelige maatschappelijke kwestie, enzovoort. Naarmate
de dialoog vordert, zal de eigen inhoudelijke religieuze achtergrond meer
ter sprake komen. Vanwege de geseculariseerde invalshoek en de context van
waaruit de Kerk en het christendom zich manifesteren, is het voor veel
moslims lastig om te begrijpen en te volgen wat deze religie hedendaags
precies betekent. Hun kennis hieromtrent is vaak erg summier en ze houden
er vaak onwerkelijke beelden op na, afkomstig uit de Koran en het verre
verleden. Aan de andere kant roept de overvloed aan religieuze uitingen
van moslims in het openbaar bij christenen veel vragen op. Van basale
vragen zoals waarom gaan zoveel moslims naar Mekka, waarom bidden ze
zoveel keer per dag en waar halen ze de moed vandaan om dat te volhouden?
Tot, waarom draagt een vrouw een hoofddoek en wat is de positie van de
vrouw in de islam eigenlijk? Van de vraag wat is de Sharia, tot de
vraag of moslims de samenleving niet willen islamiseren. Deze en
soortgelijke vragen moeten ruimte krijgen in een gesprek.
Tot de inhoud van eigen religieuze
achtergrond behoren ook, wat inspireert en hoe wordt men geïnspireerd om
te handelen. Hoe geeft men concrete invulling aan de kernwaarden van het
eigen geloof en hoe pakt dat uit? Wat zijn de gemeenschappelijke lijnen in
de christelijke en Islamitische kernwaarden? Botsen ze met de seculiere
waarden en zo ja in welke mate en hoe kan verzoening bereikt worden?
In dit opzicht dient de christelijke kant
zich wat minder bescheiden op te stellen. In veel dialooggesprekken gaat
de interesse eenzijdig naar de islam en moslims. De centrale positie die
deze krijgen, houdt ze gevangen in eigen erf en belemmert werkelijke
verdieping in de achtergronden van hun gesprekspartner. Het christelijke
verhaal moet daarom actiever kenbaar gemaakt worden. Uiteraard niet in
missionaire maar wel in informatieve zin.
Soms wordt dialoog vertaald in concrete
activiteiten waarbij hulp aan moslims (migranten, vluchtelingen) wordt
geboden. Ook hier is een minder bescheiden opstelling gewenst. Waarom zijn
het de christenen die altijd helpen? Waarom wijzen ze de moslims, met hun
soms beperkte(re) mogelijkheden, niet de weg om christenen te kunnen
helpen? In een bejaarden-tehuis bijvoorbeeld. Wanneer het tot een dialoog
komt vragen moslims de steun van de christenen bij de vele problemen die
zij hebben, bijvoorbeeld de bouw van een moskee, de regeling van een
begraafplaats en dergelijke. Uitstekend. Als het kan gewoon doen, maar dan
moet tegelijkertijd gekeken worden wat de moslims voor de christenen
kunnen betekenen. Wederkerigheid in alle opzichten van de dialoog is
geboden.
Is dit allemaal haalbaar? In principe wel,
het is in ieder geval de moeite waard er mee te experimenteren. Een aantal
condities echter kunnen belemmerend en storend zijn. Een paar voorbeelden.
Te beginnen met het duidelijke verschil in positie. Het christendom
behoort tot de meerderheid, tot de gevestigde orde. Het manifesteert zich
bewust en onbewust als gastheer. Vandaar misschien de bovengenoemde
bescheidenheid. Het verklaart ook waarom juist de kerken en andere
christelijke organisaties veel vaker de hand uitsteken naar moslims dan
andersom. Moslims verkeren met hun migratieachtergrond nog in de positie
van de vreemdeling. Voor een vreemdeling is het niet gepast zich als
gastheer te gedragen. Hij zal niet zo gauw initiatief nemen tot
uitnodigen. Iets wat de christelijke kant vaak als onbegrijpelijk en
teleurstellend ervaart. ‘Het komt altijd van onze kant’, is een veel
gehoorde klacht.
In het verlengde hiervan ligt een andere
beperking. Moslims wonen hier nog niet zo lang. Over het algemeen zijn ze,
inclusief de tweede en derde generatie, nog bezig met het verwerven van
een eigen plek en opbouwen en ontwikkelen van een eigen identiteit. Dat
leidt in de praktijk tot een gesloten en defensieve houding. Zelfs waar
het tot een dialoog komt zijn ze niet zelden, nadat ze hun verhaal hebben
gedaan, alleen maar geïnteresseerd in wat de gesprekspartner over hen
denkt. Terwijl bij deze partner juist het omgekeerde speelt. Namelijk het
relativeren en over de eigen identiteitsgrens heen kijken, gecombineerd
met een algemene interesse in andermans eigenheid.
Een andere lastige factor is de zogenaamde
gemeenschappelijke geloofstaal. Het gemeenschappelijke valt in de praktijk
tegen. Christenen en moslims mogen zich tot de monotheïstische godsdienst
rekenen, of zoals de Koran hen noemt: mensen van het (gemeenschappelijke)
boek. Zeker in Nederland zijn ze in hun geloofsbeleving sterk uit elkaar
gegroeid. De kloof kan herleid worden tot het sterke seculiere,
postmoderne karakter van de christelijke geloofstaal aan de ene kant en de
traditionele gevoelswaarden die uitdrukkingen van moslims kenmerken, aan
de andere kant. In dialoog ontmoetingen zijn moslims zich vaak niet eens
bewust van het feit dat ze voor een andere parochie dan die van hen
spreken. Behalve de onaangename indrukken, komt de boodschap die ze willen
uitdragen bij de christenen vaak bedreigender over dan het is. Van deze
christenen is dan meer geduld vereist, maar op hen berust ook de taak om
die indrukken direct te bespreken. Beleefdheid, bescheidenheid en de angst
om te kwetsen is geen reden om dat niet te doen.
Deze beperkingen stemmen soms tot wanhoop.
Desondanks brengt elke ontmoeting, al is het alleen vanwege de ervaren
fysieke nabijheid, ons dichter bij elkaar. Daarom zijn, tegen de tijd dat
deze beperkingen worden opgeheven, alle dialooginitiatieven meer dan
welkom. Zij, nu vooral de kerken en andere christelijke organisatie die
het initiatief nemen, verdienen grote waardering.
Drs. Mohamed Ajouaou
Theoloog, Adviseur bij Prisma Brabant,
Tilburg
|