Abstract
In
het verlengde van het denken omtrent het ontstaan van een Europese
islam, merken we dat ook moskeeën zich aanpassen aan de context van
een niet-islamitische omgeving. Moskeeën in de diaspora
evolueren meer en meer naar multifunctionele ontmoetingsruimtes. Dit
is ondermeer zichtbaar in de veranderingen in naamgeving waar steeds
meer gesproken wordt over een ‘centrum’ veeleer dan over een ’moskee’.
Deze naamsverandering gaat gepaard met een dynamiek gekenmerkt door
enerzijds een beheerswissel die geleidelijk verloopt in het voordeel
van in België gesocialiseerde jongeren en anderzijds door een
diversificatie van het activiteitenaanbod. Ook evolueert de moskee
van een bastion gedomineerd door mannelijke migranten van de 1ste
generatie naar een ruimte die voortaan ook opgeëist wordt door
jongeren en vrouwen.
Deze
veranderingen zijn ten dele geïnduceerd door de veranderende noden van
het moslim-zijn in de diaspora maar ook door de verwachtingen en
regelgeving van de omgevende samenleving, hier België.
In
dit artikel schetsen we deze overgang van ‘moskee’ naar ‘centrum’ en
focussen we op de sociale functie van de moskee. Meer in het bijzonder
belichten we de reeds aangeboden, niet louter religieuze activiteiten.
English Abstract
|
Inleiding
Het
vormingswerk maar ook andere sectoren van het brede sociaal-culturele veld
hebben een heel gamma van technieken en methodieken ontwikkeld teneinde de
beoogde doelgroep te bereiken. Dit houdt ondermeer in dat men ook aanwezig
dient te zijn in de wijken en buurten waar deze groepen wonen, werken of
aanwezig zijn. Soms dient men op straat te gaan om actief te rekruteren,
soms kan men terugvallen op reeds bestaande groepen. Het kan ook inhouden
dat er dient samengewerkt te worden met tal van andere (laagdrempelige)
organisaties, vzw’s en instellingen. Waar in de 'klassieke' hulpverlening
waar (meestal) een concrete hulpvraag aan de basis van een 'actie' ligt,
is binnen het sociaal-cultureel werk het formuleren van de vraag cruciaal
voor de start van de effectieve vorming.
In het
kader van een inclusief beleid dienen de verschillende initiatieven ook
allochtonen (Etnisch-Culturele Minderheden) te bereiken. Bovendien vallen
de zelforganisaties van het allochtoon verenigingsleven ook onder de
structuren van het sociaal-cultureel vormingswerk. Allochtonen hebben van
bij het begin een uitgebreid netwerk van formele en informele structuren
opgericht die verschillende levenssferen aanbelangden, gaande van religie
en onderwijs tot muziek, volksdansen en theater. Deze organisaties zijn
meestal etnisch-nationaal georganiseerd. De moskee is een zelforganisatie
‘avant la lettre’. Toch is er tot nog toe, in het kader van het brede
sociale en culturele veld, geen rol weggelegd voor deze 'organisatie'.
In dit artikel trachten we deze denkoefening te verrichten omdat uit ons
onderzoek blijkt dat deze huidige moskeeverenigingen meer te bieden hebben
dan men in eerste instantie zou denken.
I.
MOSLIMS IN BELGIË
De
perceptie van de migranten als moslims is een geleidelijk proces dat vanaf
de jaren '80 plaatsvindt. De redenen hiervoor zijn verschillend. Eerst en
vooral is er de toenemende problematisering van islam op internationaal
niveau maar ook in België via de echo's van deze gebeurtenissen. De
culminatie hiervan vindt aan Nederlandstalige zijde plaats in
problematisering van moslims in het kader van het integratiebeleid en de
uitlatingen van het Vlaams Blok en aan Franstalige zijde in de quasi
identificatie van de islam met fundamentalisme en integrisme.
Anderzijds
is de perceptie van migranten als moslims ook het gevolg van een interne
dynamiek binnen de moslimmigrantengemeenschappen zelf. Na de
gezinshereniging, bestond de migrantengemeenschappen niet langer meer
exclusief uit volwassen, mannelijke gastarbeiders, maar werd ze uitgebreid
met vrouwen en kinderen die samen een plaats dienden te verwerven in de
Belgische samenleving en veel zichtbaarder werden als een gemeenschap.
Pensions ruimden baan voor wijken waar deze gezinnen zich vestigden, de
kinderen gingen naar een plaatselijk schooltje, de migranten ontwikkelden
een netwerk van eigen diensten gaande van winkels tot reisbureau en
moskeeën met koranschooltjes. De uitbouw van dat netwerk werd ook
geïnspireerd door een bezorgdheid voor de transmissie van een eigen
waardepatroon. Tegelijkertijd hiermee stapten migranten meer en meer af
van de terugkeergedachte en trachtten hier letterlijk en figuurlijk een
plaats op te bouwen. Deze uitbouw van infrastructuur kwam tegemoet aan
verschillende noden gaande van sociaal-religieuze opvoeding en
identiteitsontwikkeling tot sociale hulp.(Dassetto:1997)[2]
Het meest expliciete teken (sign) is de gebedsplaats of de moskee.
Deze
interne ontwikkelingen hadden echter onopmerkelijk kunnen voorbijgaan of
blijven bestaan moest het niet zo geweest zijn dat deze evolutie
overeenkwam met de periode van economische crisis als gevolg van de
maatregelen van de OPEC-landen. De moslimgemeenschap in België
bevindt zich op de laagste sport van de sociale ladder door haar slechte
positie op de arbeidsmarkt,[3]
de onderwijspositie en de huisvesting.[4]
Het is immers ook in deze crisisperiode dat de moslims, Turken en
Marokkanen, na de opgave van de terugkeergedachte, door de Belgische
bevolking gepercipieerd werden als concurrenten op de arbeidsmarkt. In
tegenstelling tot eerdere migratiegolven kon de groep Marokkaanse en
Turkse arbeiders slechts één decennium de vruchten plukken van de
hoogconjunctuur (Manço:2000). Tijdens hun effectieve vestiging was het
klimaat er één van crisis en één waarbinnen de basis voor hun
legitimiteit, nl. hun positie op de arbeidsmarkt, in het gedrang kwam (Dassetto:1990).
De moslimgemeenschap in België werd zichtbaar in een vijandig klimaat.
Door hun
kwetsbare positie konden ze gemakkelijker gestigmatiseerd worden als een
afzonderlijke groep. Deze stigmatisering is dan ook een geleidelijk proces
dat ook in de gebezigde terminologie zichtbaar wordt: de oorspronkelijke
term 'gastarbeider', later de 'migrant' verwijzen niet naar de religieuze
aspecten, in tegenstelling tot het courante 'moslim'.[5]
II. DE
MOSKEE EN DE LOKALE ISLAM
Hoewel de
islam zich in België ondertussen zowel lokaal, regionaal als nationaal
begint de organiseren, zijn de plaatselijke actoren nl. de moskeeën en
gebedsplaatsen, van bij het begin de belangrijkste geweest. Ook in de
literatuur worden deze lokale initiatieven het eerst aangehaald. Het is op
dit buurtniveau dat moslimmigranten al gauw na de komst ruimtes inrichtten
die dienst deden als moskee. Veel moet men zich daar niet bij voorstellen,
het gaat meestal om een kleine ruimte, in een fabrieks- of winkelpand zonder
verdere voorzieningen die na grondige verbouwingen dienst moest dienst als
gebedsruimte. Bij Turkse moskeeën is er meestal ook een ontmoetingsruimte,
een theehuis. Deze gebedsruimtes, moskeeën, waren voor niet-moslims ook niet
identificeerbaar als dusdanig; er waren immers nauwelijks uiterlijke tekens
die wezen op de aanwezigheid van een gebedsplaats. De zo typische minaret of
andere islamitische architectonische kenmerken zijn in Europese moskeeën
nauwelijks aanwezig. Uitgezonderd sommige grote moskeeën die zijn ontstaan
als gevolg van samenwerking tussen staten, zoals de grote moskee in Brussel
of Parijs, zijn moskeeën met minaret of andere duidelijk zichtbare
uiterlijke kenmerken, ook vandaag nog op één hand te tellen.
In
verschillende publicaties maar ook onder gelovigen zelf worden de termen
‘moskee’ en ‘gebedsplaats’ door elkaar gebruikt[6].
Elke ruimte waar moslims samen komen om te bidden kan een moskee zijn.
“From the hadiths
of the Prophet Muhammad, which universalize the mosque as any place where
Muslims pray, to Sufi literature, where a tavern can become a cell (…), the
theme of “multiplicity of purpose and flexibility of space” is a persuasive
one in Islamic discourse
(Qureshi:1996:47).
Het is niet
zo vanzelfsprekend om te komen tot een omschrijving van een ‘islamitische
ruimte’. Centraal hierbij zijn het gesproken of geschreven Arabisch woord,
de gebeden en de koran. Het gaat dus om de combinatie tussen het heilige
woord en het gebed. (Metcalf:1996). Samengevat kunnen we stellen dat de
praktijk, de handelingen van een ruimte een moskee maken. Akbar (USA) gaat
zelf zo ver te stellen dat moslimpraktijk geen heilige ruimte nodig heeft.(Metcalf:1996).
Toch blijkt dat in de
diaspora moslims wel degelijk belang hechten aan de fysieke ruimte van een
moskee. Niet enkel vanuit praktische overwegingen (zoals we verder zullen
zien) maar ook als een vorm van erkenning en zichtbaarheid in Europa (Metcalf:1996:8).
Via een ‘echte’ moskee worden moslims deel van de Belgische samenleving
hetgeen verder gaat dan de loutere tolerantie van moslims. (Cesari:1994;
Diop & Michalak:1996). Bovendien blijkt de nood aan een islamitische ruimte
groter te zijn in een niet islamitische omgeving, dan in de landen van
herkomst waar sowieso het ritme van de dag ingedeeld is volgens de islam. In
de diaspora biedt de moskee of het islamitisch centrum deze ruimte, niet
enkel fysiek maar ook mentaal; ze staat toe om als het ware (tijdelijk)
‘uit’ deze niet-islamitische omgeving te stappen.
Deze
‘ruimtes’ werden (meestal) gehuurd en betaald via lidgelden van de
gelovigen. Dit geldt zowel voor de Marokkaanse moskeeën als voor de Turkse,
die nochtans meestal met Diyanet, de Turkse overheidsislam, gelieerd zijn.
Later, in de jaren tachtig is men gestart met de aankoop van gebouwen die
ook betaald werden via giften, donaties en lidgelden. Een algemeen gebruik
bij de bouw of aankoop van een gebouw is dat men op vrijdag de ronde doet
van andere moskeeën in België of zelfs in buurlanden, om steun te vragen
voor de financiering van de moskee. Hoewel ook gesproken wordt over
financiering vanuit andere bronnen gaat men ervan uit dat de grootste
bijdrage wordt geleverd door de eigen lokale gemeenschap.[7]
Dit zal vermoedelijk veranderen met de implementatie van de regelgeving na
de verkiezing van de Moslimexecutieve waarbij een 'erkende' moskee in
aanmerking kan komen voor werkingsmiddelen. Momenteel beperken ook de
werkingsmiddelen zich tot donaties via collectes en de jaarlijkse verplichte
ledenbijdragen. Deze variëren van 85 tot 200 euro per jaar.
Evolutie en aantallen
Het aantal
moskeeën is gestegen van een 100-tal tijdens de eerste helft van de jaren
'80 tot 209 in 1990. Ondertussen gaat men uit van meer dan 383 moskeeën.[8]
Zo'n twee derde van de moskeeën worden bezocht door Maghrebijnen en één
derde is in handen van Turkse moslims. De Turkse moskeeën worden vervolgens
ingedeeld in voornamelijk Diyanet[9]-gelieerde
moskeeën (een kleine 2/3) en deze verbonden met Milli Görüş
(1/3). 195 moskeeën bevinden zich in Vlaanderen, 109 in Wallonië en 79 in
Brussel.
|
Oost-Vlaanderen |
42 |
|
|
West-Vlaanderen |
7 |
|
|
Antwerpen |
67 |
|
|
Limburg |
68 |
|
|
Vlaams
Brabant |
11 |
|
|
Totaal
Vlaanderen |
|
195 |
|
Luik |
45 |
|
|
Waals
Brabant |
4 |
|
|
Henegouwen |
54 |
|
|
Namen |
4 |
|
|
Luxemburg |
2 |
|
|
Totaal
Wallonië |
|
109 |
|
Brussel
Hoofdstedelijk Gewest |
79 |
79 |
|
Totaal
België |
|
383
|
III. DE
FUNCTIES VAN DE MOSKEE
Aan de hand
van moskeebezoek op doordeweekse dagen en op vrijdag heeft Dassetto een
typologie geconstrueerd van Waalse en Brusselse moskeeën. Hij onderscheidt 4
soorten moskeeën: 1) de 'hoofdmoskee' waar vooral op vrijdag gebeden wordt;
2) de devotionele moskee waar zowel op vrijdag als op de andere dagen het
aantal gelovigen even hoog ligt; 3) de 'lokale' moskee met een hoger aantal
bezoekers op de 'gewone' dagen en 4) de 'marginale' moskee met een gemiddeld
lager aantal gelovigen zowel op vrijdagen als overige dagen. De 'marginale'
en 'lokale' moskeeën associeert Dassetto met de beginjaren van de migratie
terwijl na de integratie van de moslimgemeenschappen de twee overige 'types'
een belangrijkere plaats beginnen in te nemen. (Dassetto:1996)
De moskeeën
voorzien in een behoefte van de moslims die verder reikt dan men louter op
grond van hun religieuze verplichtingen zou veronderstellen. De moskee in de
diaspora doet immers meer en meer dienst als multifunctionele
ontmoetingsruimte.
“Another
Western innovation is the use of the mosque basement for community 'functions'” (…). (Qureshi:1996:58).
Er is een aanzienlijke uitbreiding van de taken van de
moskeeën en gebedsruimten. Begonnen als bescheiden plaatsen van samenkomst
voor gebed, zijn veel moskeeën in de steden ondertussen uitgegroeid tot
centra waar moslims een scala van activiteiten krijgen aangeboden. De
moslims in het Westen gebruiken de moskee voor zaken waarvoor deze in de
islamitische landen in feite zelden wordt gebruikt. De moskee is een
ontmoetingsplaats en er vinden maatschappelijke, culturele en educatieve
activiteiten plaats. Terwijl de moskee in de islamitische landen een kenmerk
van de religieuze traditie en maatschappelijke geschiedenis is, is zij in
het Westen juist een typisch stedelijk verschijnsel, en kan zij in dat
opzicht worden beschouwd als uiting van moderniteit. (Cörüz:1996). Zo
heeft voor de allochtonen van de eerste generatie de moskee hier deels de
functie van dorpsplein uit de landen van herkomst overgenomen.
Uit onze
gegevens verkregen via veldwerk in Gent,[10]
kunnen we stellen dat Gentse moslims om verschillende uiteenlopende redenen
een moskee bezoeken. Zoals uit de literatuur blijkt, vervult de moskee in de
diaspora verschillende functies[11]
die we kunnen onderverdelen in religieuze, educatieve, sociale en
recreatieve functies.
Vooreerst de
religieuze functie; men gaat naar de moskee voor het uitvoeren
van het dagelijkse rituele gebed (salât), vijfmaal daags. Bijzondere
aandacht gaat naar het vrijdaggebed met aansluitend de preek[12]
maar ook naar de feestgebeden op religieuze feestdagen zoals tijdens en na
de vastenmaand Ramadan en tijdens het Offerfeest.[13]
In de beginjaren van de migratie werden moskeeën precies opgericht om aan
deze noden te voldoen. Later, na de gezinshereniging en het ouder worden van
de kinderen kwam hier een belangrijke reden bij, de religieuze
opvoeding van de kinderen. Deze bestaat voornamelijk uit koran- en
Arabische lessen. Buiten de strikt religieuze opvoeding vormen deze lessen
ook een socialisatie in de eigen cultuur en normen en waarden. Deze koran-
en Arabische lessen worden meestal gegeven na de schooluren en in het
weekeinde. Zowat elk Turks of Marokkaanse kind volgt deze lessen gedurende
zijn/haar lagere schoolperiode. Slechts enkelen zetten dit later verder,
mede doordat hiervoor geen voorzieningen en educatieve krachten beschikbaar
zijn maar ook omdat het moeilijk te combineren blijkt te zijn met het
regulier onderwijs.
Religieuze
opvoeding en bijstand gebeurt ook ten opzichte van de volwassene gelovigen
en dit op drie manieren. 1) Raadgevingen van de imam omtrent dagdagelijkse
dingen zoals bijvoorbeeld het kopen van een huis via een lening en het
religieus principe van verbod op intrest. 2) Groepsbijeenkomsten waar de
imam of een gastspreker bepaalde onderwerpen toelicht.[14]
Hierbij krijgen de aanwezigen de ruimte om vragen te stellen. Tijdens deze
bijeenkomsten worden zowel religieuze als breed maatschappelijke thema's
behandeld. Ze vinden plaats op verschillende momenten, afhankelijk van de
aanwezigen en afhankelijk van de mogelijkheden van de gastspreker. 3) De
vrijdagpreken blijven echter de belangrijkste gebeurtenis binnen de moskee.
Op vrijdag bereikt men immers de meeste leden van de geloofsgemeenschap,
daarom is er ook speciale aandacht voor informatieoverdracht. De imam
behandelt onderwerpen die belangrijk zijn voor de gelovige. Meestal gaat het
om religieuze zaken maar dit kan ook breder gaan. Teneinde de boodschap goed
over te brengen merkt men de tendens waarbij men een samenvatting van de
preek naar het Nederlands verzorgt.
Buiten deze
primaire functies die het wezen van de moskee vormen, merken we een
uitbreiding naar andere levenssferen. De opvoeding van de kinderen wordt
verder aangevuld met huiswerkklassen, computer- en taallessen maar ook
vrijetijds- en sportactiviteiten. Zo wordt het schooljaar, zowel
binnen als buiten de moskee, sinds kort gevierd met een uitstap met alle
kinderen en jongeren en enkele ouders en moskeeverantwoordelijken naar een
of ander pretpark. Ook het aanbod naar vrouwen wordt uitgebreid.
Verder worden conferenties en lezingen over religieuze maar ook breed
maatschappelijke thema’s frequenter georganiseerd.
In
tegenstelling tot de moskee als mannelijk bastion, is het meer en meer een
familie(aan)gelegenheid geworden.
Nieuw in het
'Westen' is de maatschappelijke functie die de moskee opneemt.
In tegenstelling tot de landen van herkomst waar verschillende mogelijkheden
tot uitwisseling en sociaal contact bestonden is dit hier beperkt tot het
café of de moskee. Gezien de negatieve connotatie met cafés, voornamelijk in
Marokkaanse kringen, wordt deze sociale rol van de moskee meer en meer
benadrukt. Het is de plaats om de laatste nieuwtjes uit te wisselen, te
informeren naar elkaars gezondheid, kortweg om elkaar te ontmoeten, om
vriendschapsbanden te onderhouden en solidariteitsnetwerken uit te bouwen.
Hieruit vloeit een basisopvangnetwerk voort waarbij men elkaar, ondermeer
via de zakat[15],
ook financieel, ondersteunt. Een elementaire mantelzorg als het ware.
Een concreet voorbeeld hiervan vormen, bij gebrek aan een
overlijdensverzekering, de collectes die gehouden worden bij overlijden.
Hiermee worden de repatriëring van de overledene en een familielid en de
organisatie van de rouwplechtigheid, zowel hier als in het land van herkomst
gefinancierd. De steun kan ook gaan naar geloofsgenoten buiten de eigen
moskee of zelfs buiten België. Zo wordt er regelmatig geld ingezameld voor
de bouw of renovatie van moskeeën in andere steden maar ook bijvoorbeeld
voor de slachtoffers van de aardbeving in Turkije tijdens de zomer van1999
of tijdens de Golfoorlog, toen inzamelingen gedaan werden voor de Irakese
bevolking. Buiten deze (informele) steun is er de laatste jaren ook meer
vraag naar klassieke hulpverlening waarbij steeds meer beroep gedaan wordt
op mensen binnen de moskee. Dit kan gaan van problemen met vertalingen en
administratieve formaliteiten tot het in orde brengen van
regularisatiedossiers. Ook met individuele, persoonlijke en familiale
problemen komt men naar de moskee.
In het
verlengde van deze sociale rol, in de ruime betekenis, stelt de moskee zich
meer en meer open voor minder strikt religieuze aangelegenheden zoals
de viering van de 'rites de passages', zoals geboorte-, huwelijks- en
besnijdenisfeesten en rouwplechtigheden.
Last but not
least speelt het bestaan van zulk een moskee of islamitisch centrum, zoals
het de laatste jaren meer en meer genoemd wordt omwille van de uitbreiding
van het aanbod, een belangrijke rol in de gemeenschapsvorming,
zelforganisatie en identiteitsvorming van moslims in Vlaanderen in het
bijzonder en het Westen in het algemeen. (Qureshi:1996; Diop & Michalak:1996;
Cesari:1994).
IV. FOCUS
OP DE MAATSCHAPPELIJKE (SOCIAAL-CULTURELE) FUNCTIE VAN DE MOSKEE
4.1. Recente
ontwikkelingen
Evenwicht
religieuze en andere functies onder invloed van interne en externe factoren
Op dit
concrete lokale niveau van organisatie is er een duidelijke incorporatie
zichtbaar van veranderende ideeën. De moskee dient immers voortaan te
voldoen aan andere, nieuwe noden. Ook hier past de moskee zich aan aan een
veranderde vraag zowel van de eigen gemeenschap (zoals de vraag van de
vrouwen en jongeren), als van de andere 'partners' zoals de verschillende
beleidsniveaus, de publieke opinie, concrete buren van de moskee etc.
Terwijl de moskee oorspronkelijk in de eerste plaats een zelforganisatie was
die zich expliciet richtte tot de eigen gemeenschap evolueert ze langzaam
naar een openstelling naar de omgeving. Dit proces van 'institutionalisering
in de publieke sfeer' (Rath & co:1996) is nauwelijks of slechts ten dele
voltooid. Wat betreft de Marokkaanse religieuze gemeenschappen in Gent is er
daarom eerder sprake van de 'institutionalisering binnen de eigen
groep'. 'De door de groep opgebouwde instituties hebben in dat geval een
beperkte reikwijdte en geldigheid, namelijk alleen binnen (een deel van) de
eigen groep. Die instituties vinden geen (formele) erkenning binnen de
samenleving; ze zijn niet opgenomen,geaccepteerd en ingepast in het geheel
van instituties van de samenleving.' (Rath & co: 1996) Hoewel
bovenstaand citaat de Marokkaanse Gentse moskeeën typeert is er
tegelijkertijd een proces van 'ouverture' naar de buitenwereld op te merken.
Andere auteurs zien deze ‘ouverture’ als een logische volgende fase van
‘integratie’ van moslims in de Europese omgeving en het ontstaan van een
Europese islam.(Qureshi:1996).
Dit
gaat ondermeer gepaard met het ontstaan van nieuw leiderschap door de
aanduiding van woordvoerders die de lokale taal beheersen. Terwijl het
vroeger de oudere mannen, de oprichters van de moskee waren die het reilen
en zeilen bepaalden, zijn het voortaan jongeren die hier opgegroeid en
gesocialiseerd zijn die deze (publieke) rol van de moskee opnemen.[16]
Op een ander
maar daarom niet minder belangrijk niveau merken we de invloed van de
verkiezingen van de Moslimexecutieve van België (december 1998),
waarbij de moskeeën zich dienden te conformeren aan tal van criteria om in
aanmerking te komen voor erkenning; dat kan op zijn beurt mogelijk leiden
tot financiële ondersteuning. Hiervoor dienden de verschillende moskeeën in
orde te zijn wat betreft hun juridische statuut, dienden ze een minimum
aantal gelovigen te vertegenwoordigen (250) enz.
Als gevolg
van deze verschillende interne en externe ontwikkelingen merkt men dat
moskeeën evolueren tot heuse organisaties met deelwerkingen voor jongeren en
vrouwen, met een verkozen bestuur dat vooral de wereldlijke materies en de
organisatie op zich neemt en daarnaast de imam die de interne religieuze
praktijk regelt. Deze wijzigingen komen het best tot uiting in
naamsveranderingen waarbij soms de term 'moskee' of 'religie' volledig
verdwijnt. We treffen moskeeën aan met namen als 'educatief', 'sociaal' of
'cultureel' centrum. Onder invloed van een wissel van leiderschap ten
voordele van de 2de generatie, merken we ook dat de laatste tijd
meer en meer afzonderlijke ruimtes komen voor vrouwen. Ook jongeren vinden
beter hun plaats in de moskee door de aanpassingen in de infrastructuur maar
ook door een grotere openheid, ook in de geesten van het huidig bestuur. Een
andere verandering is de langzame maar gestage diversifiëring van het
aanbod, dat meer nadruk legt op het sociale aspect.
De
ontwikkeling van een breder activiteitenaanbod wordt gedeeltelijk bepaald
door de interne dynamiek, m.n. de aanwezigheid van jongere krachten die een
moskee wensen die voldoet aan hun noden (die niet noodzakelijk dezelfde zijn
als deze van hun vaders) maar anderzijds ook door impulsen vanuit de
Belgische overheden. Gezien religieus geïnspireerde activiteiten niet in
aanmerking komen voor overheidstussenkomst gaan moskeeën zich noodgedwongen
oriënteren op andere activiteiten.[17]
Gezien er op dit ogenblik nog steeds geen uitvoering is van de wet op de
erkenning van de islamitische eredienst (1974) die de betoelaging van
ondermeer werking en personeel zou inhouden, beschikken de
moskeeorganisaties op dit ogenblik over nagenoeg geen structurele inkomsten.
De piste van sociaal-culturele activiteiten voorziet hier althans voor een
deel in.
De moskee als
plaats voor collectieve religieuze praktijk blijft uiteraard bestaan. Hoe
neemt de moskee deze functie waar? De beleving van de moskee door de moslims
zelf, louter religieus, blijft een punt dat we niet uit het oog mogen
verliezen. Uiteraard is religie nauw gekoppeld aan sociale en culturele
aspecten. Binnen de islam heeft elke handeling een sacrale en een profane
betekenis.
We merken het
bestaan van twee visies op wat de moskee kan en dient te zijn. Enerzijds de
visie die stelt dat de moskee een polyvalent (islamitisch) centrum dient te
zijn waarbinnen het religieuze één van de onderwerpen wordt naast de andere[18].
Anderzijds bestaat de visie dat de moskee het huis van God is waar iedereen
terecht moet kunnen voor rust en meditatie.
In de
'polyvalente' moskeeën worden verschillende vormingen opgezet. In deze
moskeeën mogen we spreken van een georganiseerd aanbod aan sociaal-culturele
activiteiten. Er gaat veel aandacht naar Arabische en Nederlandse taallessen
voor jongeren enerzijds en voor ouderen en nieuwkomers anderzijds. Deze
cursussen worden ofwel opgezet door de moskee zelf, ofwel georganiseerd door
een externe organisatie. Het aanbod van sociaal-culturele activiteiten is
zodanig ontwikkeld dat de moskee zelf het interne aanbod coördineert. Sport
blijft een activiteit die succes heeft bij de jongeren. Het aanbod wordt
bepaald door de organisatorische en financiële capaciteit van de moskee in
kwestie.
Naast deze
'polyvalente' moskeeën spitsen de meerderheid van moskeeën zich momenteel
meer toe op het religieuze en eventueel het maatschappelijke aspect, maar
dan sterker religieus gekaderd. Hier gaat men ervan uit dat de moskee een
plaats van rust, meditatie en contemplatie dient te blijven en dat sport en
andere activiteiten elders dienen verstrekt te worden. Uit Nederlands
onderzoek blijkt dat deze visie in verhouding iets meer voorkomt bij de
Marokkaanse moskeeën dan bij de Turkse en Pakistaanse. Deze vaststelling
gaat zeker op voor de ‘traditionele’ 1ste generatie moskeeën maar
vanaf het ogenblik dat de jongere mannen hun invloed kunnen laten gelden
merken we radicale verandering (cfr. het Educatief Centrum - El-Markaz
Et-Tarbawi). Het mag inderdaad gesteld worden dat 1ste generatie
Turkse moskeeën[19]
de moskee ruimer interpreteren dan de 1ste generatie Marokkaanse
bestuurders. Dit gaat echter niet meer op vanaf het ogenblik dat het bestuur
in handen komt van de 2de generatie.
In beide
gevallen blijft de moskee een plaats bij uitstek voor ontmoeting tussen de
leden. Externe dynamieken blijven afhankelijk van de visie van de
verantwoordelijken, maar ook van de lokale overheden die zulk een
maatschappelijke functie stimuleren. Gezien het feit dat de islam geen
hiërarchische structuur kent, zijn de moskeeën vrij en onafhankelijk in het
bepalen van hun prioriteiten.
Gezien de
moskeeën in Vlaanderen volop in beweging zijn is het moeilijk om naar
analogie met Dasetto een typologie te construeren. Tendensen uit ons
onderzoek voor het Gentse wijzen er op dat de moskeeën momenteel nog
voornamelijk in handen zijn van de 1ste generatie mannen. Ondanks
de steeds groeiende bereidheid om samen te werken blijken de meeste moskeeën
nog voornamelijk etnisch-linguïstisch homogeen georganiseerd te zijn.[20]
Voor Gent gaat het dan om Turkse of Marokkaanse moskeeën. In landen met een
andere samenstelling van de moslimbevolking ziet men dit onderscheid ook
terugkomen. Wat betreft het aanbod van de moskeeën richt de meerderheid
zich, net als in Nederland (Landman:1992), nog tot de primaire functies m.n.
het gebed en de preek en het koran- en Arabisch onderricht. Dit ligt immers
in het verlengde van de traditionele activiteiten die ontplooid werden
binnen moskeeën in de landen van herkomst.
4.2. Overzicht
en illustratie aan de hand van voorbeelden
Op lokaal
niveau ijveren de moskeeverenigingen reeds geruime tijd om hun
sociaal-culturele activiteiten gesubsidieerd te krijgen. Helaas lukt dit
niet altijd. In het pastoraal werk is in parochiezalen en in de schoot van
de lokale kerkgemeenschappen een heel, verzuild verenigingsleven ontstaan
dat ondertussen is volledig opgenomen is in het officieel cultuurbeleid;
rond moskeeën heeft een dergelijke ontwikkeling zich nog niet voorgedaan.
Aan wat
moeten we denken als we het hebben over sociaal-culturele activiteiten? Net
zoals binnen de sector zelf kan hier ontzettend veel onder vallen. We gaan
ervan uit dat elke activiteit of bijeenkomst gericht op een groep, die
niet-religieuze thema's behandeld, hieronder kan ressorteren. We bieden
hierbij een kort overzicht van soorten activiteiten die in Belgische
(Marokkaanse) moskeeën plaatsvinden.[21]
¶
Informatie-overdracht,
zowel schriftelijk (ad-valvas) als mondeling. Voorbeelden hiervan :
•
Aanwezigheid van een bibliotheek
•
Religieuze adviezen (fatwa's) bij dagdagelijkse handelingen.
ø advies bij aankoop van een huis via een lening waarbij het
principe van verbod op intrest gehanteerd wordt,
ø advies omtrent het wel/niet dragen van een hoofddoek in een
welbepaalde context,
•
Mobilisatie rond bepaalde gebeurtenissen,
ø Oproep tot manifestatie tegen bezetting Palestijnse Gebieden,
ø Oproep tot kalmte van ouders naar aanleiding van een betoging
van het Vlaams Blok,
•
Feitelijke informatie met betrekking tot (stedelijke
regelgeving), vb. rond de organisatie van het Offerfeest.
¶
Vrije tijds-
en ontspanningsactiviteiten
•
ontmoetingsruimte
•
uitstappen
•
sport
•
uitwisseling met andere centra
¶
Educatief
- lezingen en vormingen over verschillende onderwerpen
•
Opvoeding
•
Onderwijs
•
Maatschappelijke thema’s
ø
Goede nabuurschap
ø
Harmonieus samenleven
¶
Ontmoetingsplaats
•
Ouderen
Gezien de
vergrijzing van de 1ste generatie is de meerderheid van de
moskeegangers gepensioneerd en brengt daardoor veel tijd door in de moskee.
Deze mannen blijven na het gebed in de gebedsruimte om elkaar te ontmoeten
en brengen er eigenlijk hun dag door.
• Jongeren
Jongeren
gebruiken de moskee als ontmoetingsplaats enkel indien hier een
afzonderlijke ruimte, los van hun vaders, voor voorzien is. In de nieuwe
centra gaat hier de grootste prioriteit naar.
¶
Gemeenschaps-
en groepsvorming:
socialisatie, overdracht van normen en waarden, zowel voor kinderen en
jongeren als voor volwassenen, ontwikkeling van een moslimidentiteit.
Vanuit deze dynamiek ontstaan nieuwe solidariteitsnetwerken en
maatschappelijke initiatieven, bvb. het buurtvaderproject in Mechelen.
¶
Belangenvertegenwoordiging en netwerking
De moskee is
een ‘organisatie’ die tegemoetkomt aan de belangenverdediging van haar
'leden'. Zij vertaalt hun noden en wensen naar concrete belangen en eisen.
Vanuit deze invalshoek kan gesteld worden dat de moskee een specifieke
sociale beweging is die aan collectieve actie doet. Uit literatuur blijkt
dat deze collectieve actie in verschillende omstandigheden verschillende
vormen kan aannemen: “collectieve actie kan gericht
zijn op het verwerven van bepaalde materiële goederen zoals goede
gebedsruimte, het aanpassen van wetgeving en het toegang krijgen tot
politieke besluitvormingsstructuren, maar ook op het verwerven van erkenning
en symbolische ruimte in de samenleving. Collectieve actie kan ook
gericht zijn op de verbetering van de positie van moslims in de samenleving
op terreinen als arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs en politiek.” (Sunier:1996:23).
Een concrete
uiting hiervan is de recente oprichting van federaties van moskeeën en
islamitische verenigingen op provinciaal vlak. Deze Unies van moskeeën[22]
verenigen per provincie alle moskeeën[23]
en trachten op deze manier de noden van de verschillende moskeeën in kaart
te brengen en deze te signaleren naar de beleidsmakers, in het bijzonder de
nieuw verkozen Moslimexecutieve van België.
4.3. Aandachtspunten betreffende de evolutie van ‘moskee’ tot ‘centrum’
¶ De ruimte
De functies
die we hierboven opgesomd hebben vinden, in meer of mindere mate, plaats in
de meeste moskeeën. De materiële omkadering van de moskeeën, beperkte
infrastructuur en personeel, maken echter dat dit proces niet overal even
vlot verloopt.
Tijdens
interviews met zowel bestuursleden als moskeegangers blijkt dat deze
beperkingen, in het bijzonder de behuizing in veel te beperkte ruimtes, het
niet mogelijk maken om het aanbod te diversifiëren. Zowel ouderen, jongeren,
kinderen, vrouwen en mannen welkom heten in de moskee impliceert immers ook
dat hiervoor de ruimtes en de nodige middelen vrijgemaakt dienen te worden.
¶
Principiële bedenkingen
Een
belangrijk aandachtspunt binnen deze evolutie van moskee tot
multifunctionele ontmoetingsruimte is de vrijwaring van de religieuze
ruimte. Er gaan nu reeds stemmen op dat de moskee in de eerste plaats een
oord van rust en contemplatie dient te zijn. De vraag is in welke mate dit
bewaakt kan worden indien ook andere functies plaatshebben in quasi dezelfde
ruimtes.
¶
(Religieus) personeel
De omkadering
door het personeel laat regelmatig te wensen over en vraagt om een dringende
behandeling. Het 'personeel' dat men momenteel aantreft in de moskeeën is in
de eerste plaats de imam. Dit is de voorganger in het gebed, degene
die het gebed leidt. Hij staat tegelijkertijd in voor het verstrekken van
religieuze adviezen (fatwa). Hij vertegenwoordigt de geloofstraditie
en tracht de geschriften te hertalen naar de nieuwe context waarbinnen de
moslims zich bevinden. De Belgische moskeeën kampen echter met een tekort
aan geschoolde imams, waardoor deze functies waargenomen worden door
vrijwilligers die al dan niet een volwaardige opleiding in het land van
herkomst of elders (niet in België) genoten hebben. Dit tekort is te wijten
aan verschillende factoren waaronder het verbod sinds de immigratiestop
op
de komst van imams uit de landen van herkomst (dit geldt niet voor
Turkse imams). Anderzijds kan deze nood ook niet opgevangen in België
zelf gezien er hier geen opleidingen voor imams bestaan. In Nederland waar
het debat over de rol van imams volop woedt, zijn er verschillende
kleinschalige, privé initiatieven voor de opstelling van een opleiding, maar
deze zijn totnogtoe niet erkend door de Nederlandse overheid. De veranderde
rol van de moskeeën in de diaspora heeft ook implicaties voor de
functie-invulling van de imams. Zo wordt in het verlengde van de
maatschappelijke rol van de moskee ook van de imam meer en meer verwacht dat
hij, naast zijn primaire religieuze functie, ook een sociale rol opneemt als
maatschappelijk assistent als het ware. Buiten de eventuele principiële
bezwaren die sommigen hiertegen hebben, is het praktisch onmogelijk om de
verschillende verwachtingen te verenigen in de persoon van de imam die zich
vandaag in een uiterst precaire situatie bevindt zonder wettelijk statuut.
De imam neemt immers ook taken op van aalmoezenier in de gevangenissen,
gezien er vandaag nog te weinig wettelijk erkende aalmoezeniers werkzaam
zijn in de gevangenissen of ziekenhuizen.
Buiten de
belangrijke rol van de imam zonder wie de moskee niet kan bestaan, neemt ook
de 'bode' een belangrijke rol op. Meestal gaat het om een
vrijwilliger van de 1ste generatie die van 'in den beginne'
verantwoordelijk is voor de praktische en financiële omkadering van de
moskee. Hij staat in voor het openen en sluiten van de gebedsruimte, het
onthaal, de basisadministratie en het financieel beheer. Voor de eigenlijke
beheerstaken wordt hij bijgestaan door andere vrijwilligers. Vanuit
zijn permanente aanwezigheid is hij de aanspreekpersoon voor de moskee en is
op de hoogte van het reilen en zeilen van de moskee. Hij heeft echter geen
religieuze bevoegdheid.
In de
Arabischtalige moskeeën (meerderheid Marokkaanse) zijn er ook steeds
leerkrachten Arabisch aanwezig. Ofwel worden die betaald door de
Marokkaanse overheid ofwel zijn het vrijwilligers uit de eigen gemeenschap
die wel het klassiek Arabisch machtig zijn. Bij ontstentenis van
leerkrachten neemt de imam de Arabische lessen ook op zich.
Gezien de
meeste functies ingevuld worden door vrijwilligers is er enerzijds een groot
verloop van het personeel en anderzijds geen garantie voor een kwalitatief
hoogstaand aanbod, hetgeen negatieve effecten heeft op de werking van de
moskee.
Het ontstaan van een
Europese islam, d.w.z. een islamitische organisatie die zichzelf vorm geeft in
de Europese context, is een feit.
Hoewel
moskeeën vooral georganiseerd zijn op etnisch, linguïstische of nationale
gronden, worden deze klassieke migratiebreuklijnen nu toch ook overschreden.
Ook de leiding van de moskeeën is niet meer volledig in handen van de eerste
generatie; een nieuwe groep van jongeren participeert hieraan.
Het moskeelandschap in
België en in het verlengde in Europa, is in volle beweging. Dit enerzijds
als gevolg van interne dynamieken binnen de gemeenschappen zelf, naarmate de
verschillende geledingen (vrouwen, jongeren) ook hun plaats willen verwerven
binnen het geheel, en anderzijds als gevolg van de impulsen die uitgaan van
de Belgische overheden. Vooral sinds de moskeeën zich meer naar de
buitenwereld toe profileren, merken we dat ze een belangrijke rol spelen in
de integratie en participatie van moslimimmigranten. Tegelijkertijd dienen
we ons ervoor te hoeden deze ‘nieuwe’ rol en functies van de moskeeën te
overschatten. Het is de start van een veranderingsproces met alle
groeipijnen van dien. De moskeeën zijn belangrijke actoren met een zekere
invloed en kunnen daarom, naast andere zelforganisaties, een aanspreekpunt
worden voor het (lokaal) (cultuur) beleid.
De diversifiëring van het
activiteitenaanbod van de moskeeën alsook de evolutie van moskeeën naar
islamitische, culturele of educatieve centra, biedt het sociaal-cultureel
veld mogelijk een nieuwe partner. Gezien de grote bereikbaarheid van
moskeeën, niet enkel voor de klassieke achterban van de 1ste
generatie mannen, maar meer en meer ook jongeren en vrouwen, evolueren ze
naar actieve zelforganisaties (van etnisch culturele minderheden) die
waardevol werk kunnen leveren en reeds verrichten. Omdat activiteiten
uitgaande vanuit moskeeën niet in aanmerking komen voor tussenkomst vanuit
de overheden, is hier zeker een rol weggelegd voor de sociaal-culturele
sector, in het bijzonder in het kader van het nieuw decreet op cultuur dat
een belangrijke rol weggelegd ziet voor zelforganisaties. Teneinde deze
dynamiek en evolutie binnen de moslimgemeenschap te consolideren, lijkt het
ons noodzakelijk de nodige aangepaste ondersteuning te bieden aan deze
nieuwe kaders. De betoelaging van de strikt religieuze aangelegenheden van
de moskee blijft voor de rekening van het Ministerie van Justitie, afdeling
Erediensten en dit conform de regelgeving betreffende de erkenning van de
‘temporaliën’ van de islamitische eredienst. Hieronder ressorteert, wat
betreft de moskeeën, ondermeer de betoelaging van de religieuze voorgangers
in het gebed (imam), bouw en onderhoud van de gebouwen, …
De taak die weggelegd is
voor de ‘sociaal-culturele’ sector situeert zich op het niveau van de
moskee als zelforganisatie van ‘etnisch-culturele minderheden’ en valt
onder de bevoegdheid van het ministerie van cultuur. Hierbij kunnen
‘bredere’ activiteiten, die weliswaar vanuit islamitisch perspectief
verstrekt worden, in aanmerking komen voor betoelaging en ondersteuning in
het bijzonder indien ze aansluiten bij de prioriteiten die geformuleerd zijn
ten aanzien (organisaties) van ‘etnisch-culturele minderheden’ in het kader
van het cultuur- en welzijnsbeleid.
__________________________ |