CENTRUM VOOR ISLAM IN EUROPA (C.I.E.)

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • RUG-INFO •

Grenzen aan het haalbare

Quota lossen diversiteit niet op.
 

Opiniestuk in , 3 september 2001,

door Piet Janssen, Christopher Oliha en Söhret Yildirim*.

De uitspraak van minister Vanderpoorten – midden in de zomervakantie - omtrent haar voornemen om scholen in bepaalde gevallen de toestemming te geven om allochtone leerlingen te weigeren, is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Veldwerkers signaleren nu reeds dat er scholen zijn die zich op deze uitspraak beroepen om hun weigering te motiveren en dat het bemiddelen om leerlingen na een weigering te kunnen inschrijven, veel moeizamer verloopt dan vroeger. Dit alles al, nog voor er van een decreet sprake is. In de commentaar ‘Bouwen aan een norm’ in De Standaard van 25 juli 2001 zegt Bart Sturtewagen dat de minister met haar initiatief iets wil ondernemen tegen verdoken manieren om allochtone kinderen te weigeren, dat ze op die manier een stapje voorwaarts zet en zo helpt bouwen aan een morele norm. Politiek is de kunst van het haalbare, zo stelt hij.

De minister zit effectief gekneld tussen enerzijds de praktijk van openlijke of verdoken weigering van allochtone kinderen in een aantal scholen en anderzijds de principes van gelijke toegang voor iedereen. Bovendien stelt de zogenaamde ‘witte vlucht’ uit scholen met een zichtbare aanwezigheid van allochtone leerlingen deze scholen voor de uitdaging om hun school cultureel gemengd te houden.

Deze bekommernissen blijken zo zwaar te wegen dat er gegrepen wordt naar een drastisch maar eenvoudig recept: scholen zouden de mogelijkheid krijgen, decretaal bepaald, om in het kader van het plaatselijk onderwijsoverleg en op voorwaarde dat zij voldoende inspanningen doen om multicultureel te werken, allochtone leerlingen te weigeren als hun aantal boven een bepaald percentage uitstijgt.

Hoe goed bedoeld en hoe verfijnd men de voorwaarden daartoe in een decreet wil omschrijven, het achterliggende denkpatroon blijft echter hetzelfde: uiteindelijk geeft men de boodschap dat al wie niet tot de autochtone groep behoort (en de afbakening daarvan is zo vaag dat ieder deze naar eigen goeddunken kan invullen), oorzaak is van problemen in het onderwijs. Om deze problemen op te lossen moeten die anderen, de allochtonen, ‘gedoseerd’ worden: door hen te spreiden, door hun aantal te beperken. Het wij-zij denken wordt hiermee uitvergroot en onrechtmatig versterkt. De alsmaar toenemende verscheidenheid in de samenleving wordt op die manier herleid tot een eenvoudige tegenstelling. Het gelijke kansenbeleid daarentegen berust onder meer op het principe van het respecteren en bevorderen van diversiteit. Management van diversiteit en het denken over kansengroepen in plaats van over kansarme groepen, gaat er wezenlijk van uit dat mensen op velerlei manieren van elkaar verschillen en dat het een fout uitgangspunt is om één element te isoleren. De realiteit is niet zo eenvoudig dat ze zich laat vatten in een wij-zij-tegenstelling. De minister en de onderwijsnetten moeten beseffen dat zij op deze manier de allochtone ouders en de allochtone gemeenschappen nooit tot volwaardige partners zullen kunnen maken. Allochtone ouders – zoals alle ouders – zijn op dit punt erg gevoelig: de confrontatie met het gegeven dat anderen de afkomst van uw kind een probleem vinden om het in de school in te schrijven, leidt tot verzet.

De non-discriminatieverklaring en alles wat daar rond gebeurd is, heeft ons geleerd dat het werken met percentages en het weigeren van leerlingen niets oplost. Hetzelfde mechanisme, zij het meer omkaderd en verfijnd, decretaal verankeren, is voor de samenleving nog nefaster. Het pedagogisch project van diversiteit als waardevol uitgangspunt, wordt door dit wij-zij-denken in wezen gesmoord. Zowel aan autochtone als aan allochtone kinderen en hun ouders wordt impliciet de boodschap meegegeven dat het anders-zijn minderwaardig is. Ook al lijkt het voorzien van deze mogelijkheid slechts een klein onderdeel – een uitzondering, zo wordt het voorgesteld - van het geheel aan bepalingen die de minister met het voorontwerp van decreet betreffende een gelijke kansenbeleid in het onderwijs wil realiseren, het heeft verstrekkende gevolgen.

Het is niet te verwonderen dat als gevolg van deze 'mathematische' en negatieve benadering van het 'anders-zijn' het ontwerpdecreet vooral aandacht geeft aan controleren, klachtenbehandeling, percentages vastleggen, enz. De sensibiliserende, motiverende en wervende kracht die van het lokaal overleg zou moeten uitgaan, wordt er niet door aangemoedigd. Dit lijkt ons een gemiste kans. Want het enige wat de zogenaamde witte vlucht kan tegengaan is sensibiliseren, motiveren, kinderen en ouders een waardevol project aanbieden. Wat kinderen en scholen – alle scholen, maar zeker degenen die men multicultureel noemt – immers nodig hebben, is een uitnodigend project. Een project dat niet gebaseerd is op afweerreacties en vrees voor een teveel aan allochtone leerlingen, maar waar diversiteit als uitgangspunt wordt genomen, en waarbinnen kinderen met verscheidenheid leren omgaan. Daar  moet verder aan gewerkt worden en moeten voldoende middelen in gestopt worden, structureel, niet op projectbasis. Dààrom ook kunnen zogenaamde witte scholen niet buiten schot blijven. Ook zij moeten leerlingen voorbereiden op de samenleving van morgen, aantrekkelijk zijn voor autochtone én allochtone leerlingen en een actief wervingsbeleid naar allochtone leerlingen voeren, indien zij deze niet bereiken. Het lijkt ons niet onmogelijk dat deze scholen worden verplicht om, rekening houdend met hun pedagogische eigenheid, hiervoor een project te ontwikkelen, controleerbaar en niet vrijblijvend.




HET ENIGE WAT DE WITTE VLUCHT KAN TEGENGAAN, IS KINDEREN EN OUDERS EEN WAARDEVOL PROJECT AANBIEDEN.
 

Indien men gelooft in een maatschappelijk project dat gericht is op ‘het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor iedereen ongeacht herkomst, en het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie’([1]) evenals ‘het tegengaan van de dualisering in de maatschappij en bijdragen tot grotere sociale cohesie’, dan moeten ook deze consequenties getrokken worden. De overheid moet daarom zicht hebben op de etnische origine van de kinderen en het opleidingsniveau van de ouders. In alle scholen. Pas dan kan ze nagaan of scholen effectief bijdragen tot een grotere sociale cohesie. En om de scholen ertoe aan te zetten hier effectief werk van te maken bestaan er volgens onderwijsdeskundigen bepaalde modellen zoals een leerlinggebonden financiering of andere. We achten ons niet deskundig hierover uitspraken te doen. Alleen staan we met ongeloof te kijken dat een zo uitgebouwd en georganiseerd systeem als het onderwijs, met zulke kaders en deskundigen, als reactie op de groeiende diversiteit en multiculturaliteit in onze samenleving, - dé uitdaging voor de komende decennia – gebruik wil maken van quota en de mogelijkheid tot weigeren. We begrijpen niet dat men daar de consequenties niet van ziet. We willen er geen misverstand over laten bestaan. De multiculturele school is ook voor ons een belangrijk gegeven. Wij zijn overtuigd van de meerwaarde van een onderwijs waarin het hanteren van de aanwezige verscheidenheid in de leerlingenpopulatie om verschillende redenen (taalverwerving, houdingen, samenleven...) de beste voorbereiding is van leerlingen op de toekomst in een alsmaar meer verscheiden wordende samenleving. Alleen: dit moet gerealiseerd worden door een zeer sterke sensibilisering en door middel van een uitnodigend project, in zo veel mogelijk scholen, hoe moeilijk dit soms ook lijkt. Het kan niet gebeuren door maatregelen die rechten van mensen aantasten. Daar ligt voor ons de grens.  We hopen dat deze visie uiteindelijk de bovenhand mag halen en dat alle energie daar naartoe kan gaan.


______________________________

[1] zie: Aanzet tot afspraken over toelating in het onderwijs, VLOR, 21 mei 2001, ontwerptekst p. 4.

Piet Janssen en Söhret Yildirim namens het Vlaams Minderhedencentrum, Christopher Oliha, het Forum van Organisaties van Etnisch-Culturele Minderheden.

• CIE-INDEX • ARCHIEF • TEKSTEN/TEXT(E)S • eBOEKEN • LINKS • 

Web master Update: 11 december 2005