| Een godvergeten café ergens in de
Kempen. Aan de toog enkele stamgasten, rond een tafeltje leggen gepensioneerden
een kaart. De gebeurtenissen van het dorp worden druk besproken, en natuurlijk
is ook een recente weersverbetering voorwerp van nogal wat commentaar.
Plots slaakt een gast een kreet. Door het voorraam ziet hij een Afrikaanse
man die langzaam maar zeker naar de herberg toe stapt. De gesprekken stokken.
De waardin knikt hevig van nee. Enkele gasten lopen naar het raam, en met
brede zwaaiende bewegingen maken ze de zwarte man duidelijk dat hij niet
welkom is. De vreemdeling kijkt toe, haalt even de schouders op en stapt
dan maar het etablissement voorbij.
Het is deze anekdote, me onlangs
verteld door een ooggetuige, die bij me opkwam tijdens de lectuur van ‘Het
kaartenhuis van de multiculturele samenleving’, in De Morgen van 22
juli jl. [2000] Bob Van den Broeck maakt zich daarin zorgen over wat hij de klaarblijkelijke
radicalisering binnen de migrantengemeenschap noemt. Aanleiding van zijn
bezorgdheid zijn eerdere bijdragen in deze krant, waarbij allochtone woordvoerders
zware kritiek hadden geuit op de integratiesector en het integratiebeleid
en waarin zelfs werd gepleit voor een gescheiden ontwikkeling.
Laat me maar meteen zeggen dat ik
de bezorgdheid van Van den Broeck begrijp en voor een stuk zelfs deel.
Tijdens het anderhalf jaar dat ik in Antwerpen integratieambtenaar ben
geweest, is me enerzijds de volstrekt andere manier van leven, denken en
redeneren opgevallen van veel allochtonen, maar anderzijds ook het complete
onbegrip dat daarvoor bestaat bij veel beleidsmakers. Als er ergens een
dovemansgesprek bestaat, dan wel op dit gebied. Allochtonen ventileren
hun frustraties en wensen, autochtonen doen van hun kant hetzelfde, en
daar blijft het veelal bij. Tot een echte dialoog komt het nauwelijks.
Het beleid, vrijwel volledig in handen van Vlamingen, neemt dan maar een
aantal korte termijnmaatregelen die vaak ingegeven zijn door het onveiligheidsgevoel
dat bij autochtonen leeft. Heel wat projecten voor migrantenjongeren bijvoorbeeld
komen op die manier tot stand. Maar veel projecten sterven na verloop van
tijd een zachte dood, juist omdat ze niet inspelen op de eigen behoeften
die er aan allochtone kant bestaan.
Laat me daarom even stilstaan bij
de radicalisering van wat Van den Broeck de migrantengemeenschap noemt.
Al is dat natuurlijk een noemer die vele ladingen dekt en is er van één
enkele migrantengemeenschap geen sprake.
Onmiskenbaar is er de laatste jaren
een groeiende invloed van de meer traditionalistische moslimstrekkingen
bij veel migrantengroepen van Marokkaanse en Turkse origine. In het straatbeeld
zijn niet alleen meer meisjes met hoofddoek te zien, maar ook, veelzeggender
wellicht, bebaarde mannen in djellaba. Moeten we ons hier zorgen over maken?
Ja en nee.
Het kan migrantenjongeren bezwaarlijk
te kwade worden geduid dat ze in de islam een bevestiging zoeken van hun
achtergrond en eigenheid. Bovendien zijn ook Europese moslims onderhevig
aan de radicalisering van de hele Islamitische wereld, zoals Samuel
Huntington die beschreven heeft in "Botsende beschavingen".
| Maar traditionalisme
is nog geen fundamentalisme. Een recent universitair onderzoek over de
Antwerpse Marokkanen, dat binnenkort wordt gepubliceerd, komt tot het besluit
dat de invloed van het fundamentalisme bij hen miniem is. En de positie
van de vrouw, ook die met hoofddoek, waar Van den Broeck zich zorgen over
maakt, verbetert wel degelijk, wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat
er geleidelijk minder gedwongen huwelijken voorkomen dan vroeger. |
Het kan migrantenjongeren
bezwaarlijk ten kwade worden geduid dat ze in de islam een bevestiging
zoeken van hun achtergrond en eigenheid' |
Toch is enige achterdocht aangewezen.
Maar die is dan vooral op zijn plaats waar het de impact betreft van bepaalde
extreme organisaties op het Turkse migrantenmilieu. Veel Vlamingen, zoals
recent ook Marc Van Peel, die plots het veiligheidsthema heeft ontdekt,
begaan de vergissing de Turkse migranten in positieve bewoordingen af te
schilderen in vergelijking met de Marokkanen die toch voor zoveel overlast
zouden zorgen. Ze gaan dan wel voorbij aan het feit dat de meeste Turkse
migranten in een veel groter isolement leven, en dat de greep van uit het
moederland afkomstige organisaties zoals Millî Görüş en de
Grijze Wolven op hen zeer groot is. De zware rellen die enkele jaren geleden
in Brussel plaatsvonden tussen Turken en Koerden tonen aan dat de leefwereld,
zelfs van jongeren die hier geboren en getogen zijn, zich nog volledig
in het land van herkomst afspeelt, en dat is een zorgwekkende vaststelling.
Ik ben dus niet blind voor het probleem
dat Van den Broeck signaleert. Maar, anders dan hij, denk ik dat het vooral
in Turkse kringen bestaat, en dat het bovendien zeker niet mag worden veralgemeend.
Ook bij Turkse allochtonen zijn er velen die een actieve rol spelen in
de Vlaamse samenleving en die, hoewel het migrantenstemrecht hier nog altijd
niet bestaat, een zinvolle bijdrage leveren tot het maatschappelijk debat.
Net zoals dat bij Marokkanen het geval is. Mag ik trouwens in herinnering
brengen dat in de Antwerpse gemeenteraad twee – vrouwelijke - leden zitten
van Marokkaanse origine, die beide door vriend en vijand tot de beste en
meest actieve gemeenteraadsleden gerekend worden, en die vaak opvallen
door hun gedurfde en progressieve standpunten? De bijdrage van allochtonen
verengen tot een pleidooi voor aparte ontwikkeling is dan ook de werkelijkheid
geweld aandoen. Elke emancipatiebeweging kent trouwens strekkingen die
pleiten voor volledige autonomie. Denk aan de radicale feministes die het
lesbianisme aanprezen als politieke actie of aan de ‘Black is beautiful’
beweging bij de Amerikaanse zwarten. Soms krijgen die strekkingen meer
aandacht of invloed, en dat is wat momenteel in het Belgische migrantendebat
het geval is.
Het klopt immers dat meer migranten
zich afzetten tegen de integratiesector en het hele begrip van ‘integratie’.
Vraag is of ze daar niet voor een stuk gelijk in hebben. Integratie wordt
maar al te vaak gereduceerd tot assimilatie (het bekende gezegde ‘ze moeten
maar integreren’ waarmee migranten rond de oren wordt geslagen). En de
integratiesector is te lang een door Vlamingen gedomineerd paternalistisch
bolwerk geweest, met veel goede bedoelingen en idealisme, maar met beperkt
resultaat. Ondanks de inzet van mensen en middelen, is men er niet in geslaagd
de maatschappelijke positie van de migrantenbevolking fundamenteel te verbeteren.
Dat komt omdat ook die integratiesector
lange tijd nauwelijks aandacht had voor wat waarschijnlijk het grootste
taboe is in de hele integratiediscussie: het racisme dat in Vlaanderen
zeer reëel is en dat mee een rem vormt op de volwaardige participatie van
migranten.
Ik ben er mij van bewust dat ik daarmee
een gevoelige snaar raak bij veel Vlamingen. Vlamingen zien zichzelf graag
als open wereldburgers, en in 11 juli toespraken worden dan ook de traditionele
gastvrijheid en verdraagzaamheid van onze gewesten geroemd. Maar is dat
meer dan wat holle retoriek? Het is immers op zijn minst paradoxaal te
geloven dat er in Vlaanderen nauwelijks racisme zou voorkomen, terwijl
een partij met een openlijk discriminerend discours verkiezingssucces na
verkiezingssucces boekt. Zo’n partij weegt wel degelijk op het maatschappelijk
klimaat.
We mogen ons gelukkig prijzen dat
hier nog geen openlijke racistische aanslagen worden gepleegd zoals dat
bij onze Oosterburen het geval is. Het Vlaams racisme is veel minder gewelddadig,
het is alledaags. Daarom komt er ook zo weinig maatschappelijke reactie
tegen, in tegenstelling tot Duitsland waar nu wel grote antiracistische
initiatieven worden aangekondigd.
Laat me enkele voorbeelden geven.
De werkloosheid bij migrantenjongeren is nog steeds onaanvaardbaar hoog.
Uiteraard spelen hier ook onvoldoende scholing en het bekende fenomeen
van het zich nestelen in de werkloosheid mee. Maar als verklaring is dat
onvoldoende. Al ettelijke keren is aangetoond hoe er op de arbeidsmarkt
wel degelijk wordt gediscrimineerd. Nog maar onlangs, in de vacaturekrant
van 19 augustus lees ik hoe na de sluiting van de Levi’s-vestigingen de
meeste werknemers vlug aan een andere baan zijn geraakt. Alleen bij allochtonen
lukt dat niet zo best. ‘We botsen hier nog geregeld op de aversie van werkgevers
tegen allochtonen’, vertelt de consulente die het proces begeleidt. Er
zijn verhalen van allochtonen die hun naam veranderen of hun haar blond
verven om een job te kunnen krijgen of ze te behouden. En waar je in het
centrum van Rotterdam of zelfs Breda voortdurend door allochtoon winkelpersoneel
geholpen wordt, blijft zoiets op de Antwerpse Meir uitzonderlijk.
Zeker de overheidsbedrijven zijn
hier tekort geschoten, hoewel hier niet zozeer racisme maar wel onaangepaste
rekrutering speelt. Hoeveel allochtonen werken er bij de post, de NMBS
of De Lijn? Ook in de federale, regionale of stedelijke administraties
zijn migranten nauwelijks aanwezig. En bij de VRT is het amper beter. Wat
een verschil met de Nederlandse omroepen of zeker de BBC. Maar daar is
enkele jaren geleden dan ook een bewust beleid gevoerd om de aanwezigheid
van minderheidsgroepen op te trekken, om zo de diversiteit van de Britse
samenleving tot uitdrukking te brengen. Dat een dergelijke operatie overigens
niet ten koste van de kwaliteit hoeft te gaan, zal elkeen vaststellen die
wel eens naar de Britse televisie kijkt.
| De allochtone werkloosheid
is dus een torenhoog probleem. Maar ondanks enkele beperkte initiatieven
– het Antwerpse veegplan is een goed voorbeeld: nogal wat allochtonen vinden
er een baan, en de straten liggen er eindelijk proper bij – blijft het
meestal bij goed bedoelde intentieverklaringen. Toch is werk dé sleutel
tot integratie. Zelfs de schoolproblemen kunnen er voor een stuk mee worden
opgelost. Wat zouden jonge gasten nu immers een inspanning doen op school,
als ze er toch van uitgaan dat ze op de arbeidsmarkt niet aan de bak komen? |
Hoeveel
allochtonen werken er bij de Post, de NMBS of De Lijn? Of bij de verschillende
overheden? En bij de VRT is het amper beter. Wat een verschil met de Nederlandse
omroepen of de BBC' |
Naast werk is er natuurlijk ook de
vrije tijdsbesteding. Ik raad Van den Broeck aan eens een avondje op stap
te gaan met enkele migrantenjongeren. Hij zal zijn etablissementen goed
mogen uitkiezen wil hij er nog plezier aan beleven. Anders worden afwijzing
of vijandige blikken zijn lot. In 1993 was ik betrokken bij de realisatie
van een televisiereportage over discriminatie in het uitgaansleven. Drie
correct uitgedoste en bescheiden jonge mannen van Turkse afkomst boden
zich aan in een reeks discotheken. Overal werd hen toegang geweigerd, meestal
met een uitvlucht maar soms in openlijk racistische bewoordingen. Met dezelfde
jongeren zijn we nadien enkele kilometers over de grens gaan kijken, in
Maastricht. In de kroegen en de dancings wemelde het van de Belgische migrantenjongeren,
die in eigen land de deur waren gewezen… Hoewel justitie de laatste tijd
af en toe optreedt tegen discriminatie in het uitgaansleven, bestaan deze
praktijken nog altijd. Zo werd onder meer de toegang geweigerd aan enkele
Spaanse studenten, die hier verbleven met een Erasmusbeurs. Die gaan waarschijnlijk
met een mooie herinnering aan ons land weer naar huis.
Repressie mag
Hoeft het dus eigenlijk te verwonderen
dat veel van die jongeren het hier dan maar voor bekeken houden, en dat
sommige van hun intellectuele woordvoerders pleiten voor gescheiden ontwikkeling?
Nogmaals, ik juich die evolutie niet toe. Ik vind ze niet realistisch en
evenmin wenselijk. Ze lijkt me alleen onvermijdelijk, tenzij ook het taboe
van het alledaags racisme wordt aangepakt.
Over de vooroordelen bij leden van
de politiediensten kan ik kort zijn. Het recente jaarverslag van het comité-P,
dat er toch moeilijk van verdacht kan worden deel uit te maken van de zogezegde
migrantenlobby, spreekt hierover boekdelen. Het verslag is voor iedereen
vlot toegankelijk via de website van de instelling (http://www.comitep.be).**
En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
Uit de Eurobarometer, die periodiek de meningen van de Europese
bevolking nagaat, blijkt trouwens dat België in vergelijking met andere
Europese landen heel zwak scoort inzake aanvaarding van de multiculturele
samenleving. Het is in een zekere zin logisch dat de negatieve meningen
hierover weerspiegeld worden in een negatief gedrag ten aanzien van allochtonen.
Voor alle duidelijkheid: laat me
niet zeggen dat alle Vlamingen racist zijn, zoals onbesuisde migranten
wel eens beweren. Integendeel, veel autochtonen zijn dat niet en dat bewijzen
ze elke dag. Maar dat is nog geen reden om de mantel der liefde te spreiden
over discriminaties en alledaags racisme die wel degelijk voorkomen. Die
zijn immers minstens zo bedreigend voor de maatschappelijke vrede, waarover
Van den Broeck zich zorgen maakt, als de fenomenen die hij signaleert.
Meer nog: ze zijn er voor een stuk de oorzaak van. Het is daarom belangrijk
dat dit alledaags racisme onder ogen wordt genomen en aangepakt door een
geheel van maatregelen, waarbij repressie weliswaar op de laatste plaats
moet komen maar evenmin mag worden uitgesloten. In een samenleving die
steeds diverser wordt – en de immigratie zal nog toenemen, laat daar vooral
geen onduidelijkheid over bestaan – wordt uitsluiting op grond van afkomst
immers in verhouding ook schadelijker.
En zo komen we terug bij het begin
van dit verhaal. Het is onwaarschijnlijk dat onze Afrikaan nog veel moeite
zal doen om het Kempisch café binnen te stappen. Dat is spijtig, want misschien
was daar wel iets moois gegroeid.
_______________________ |