In onze multiculturele
samenleving is het belangrijk dat de scholen ook een multicultureel
karakter hebben. Dat betekent dat naast een aangepast pedagogisch project,
een interculturele leerkrachtenteam, een uitgewerkte non-discriminatiecode,
betrokkenheid van ouders en intercultureel onderwijs ook de meertaligheid
van de kinderen (h)erkend wordt.
Op de scholen wordt het
Nederlands als instructietaal gehanteerd. Dat is ook logisch: we leven in
Vlaanderen en in Vlaanderen spreekt men Nederlands. Bovendien moeten alle
kinderen later in deze maatschappij functioneren. Vandaar het belang
van het Nederlands.
Een grote groep kinderen
kan helaas niet mee op school. Vooreerst heb je de allochtone kinderen die
verschillende talen door en naast elkaar spreken. De laatste jaren zijn er
heel wat minderjarige anderstalige nieuwkomers bijgekomen. Voor deze
leerlingen is het uiterst moeilijk om gewone lessen te volgen. Maar het
probleem beperkt zich niet enkel tot de allochtone en de anderstalige
kinderen. Integendeel, ook heel wat kinderen die thuis gewoon Nederlands
praten, hebben problemen met de school- of de instructietaal. In het
tijdschrift voor onderwijs Klasse wordt er melding gemaakt van het
feit dat heel veel kinderen op school moeite hebben met de schooltaal.
Kinderen wiens ouders leerkracht zijn hebben het minst problemen met de
schooltaal.
Hoe komt dit? De in de
scholen gehanteerde taal is niet de taal die de meesten van ons thuis
spreken. Thuis spreken we op een directe, concrete manier, we leren al
doende nieuwe woorden, uitdrukkingen, enz. Op school wordt een taal
gebruikt dat op vele vlakken verschilt van de thuistaal (ook als die
thuistaal Nederlands is). Ten eerste heeft men het over andere
onderwerpen. De taal op school is ook anders gestructureerd: er wordt een
totaal andere woordenschat en andere zinsbouw aangewend. Er wordt
bijvoorbeeld op school geleerd hoe de regen ontstaat. Hierbij worden een
reeks van nieuwe woorden aangereikt die men thuis nooit zou gebruiken
zoals verdamping, condensatie, enz. De taal heeft op school een andere
functie namelijk het overdragen van kennis. Thuis is dit niet de eerste
functie. De asymmetrische interactiepatronen liggen ook helemaal anders.
Een leerling kan of mag vaak niet laten blijken dat hij/zij er niets van
begrijpt. De leerkracht weet immers alles en als kind weet je zogenaamd
niet veel. Ten slotte wordt er op school een talig spel gespeeld. Taal
wordt op vele manieren aangewend om van alles mee te doen.
Dat alles maakt dat heel
veel kinderen problemen krijgen op school met de taal. Nogmaals, ook de
Vlaamse kinderen hebben grote moeite met de schooltaal. Cijfers van het
Steunpunt NT2 geven het volgende resultaat: 90% van de doelgroepleerlingen
is onvoldoende taalvaardig om het secundair onderwijs aan te vatten. Bij
Vlaamse kinderen is dit 60%! Dit is geen probleem van kinderen uit een
bepaalde etnische groep, maar van alle kinderen. Wie onvoldoende
taalvaardig is krijgt problemen, niet alleen met het vak Nederlands maar
in alle vakken waarbij taal gebruikt wordt om de kennis over te brengen:
geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen, e.a. Daarom is het belangrijk dat
het taalvaardigheidsonderwijs op de scholen een zeer belangrijke plaats
inneemt in het curriculum. Er moet dus op een andere manier les gegeven
worden met respect voor de taal van de kinderen. Kinderen moeten
uitgedaagd worden om op taalvlak een niveau hoger te komen. Al doende en
spelenderwijs moeten leerkrachten de taalvaardigheid van de kinderen
verhogen. Kinderen moeten zich kunnen concentreren op de inhoud van de
lessen. Indien elke les een taalles wordt voor een grote groep kinderen
dan zit het onderwijs duidelijk met een probleem: steeds meer kinderen die
afhaken.
De meertaligheid van de
kinderen en de thuistaal is dus geen probleem want de instructietaal of de
schooltaal is een taal die elk kind moet leren op school. Meertaligheid of
anderstaligheid wordt best niet veroordeeld, maar juist aangemoedigd.
Meertaligheid kan nooit een handicap zijn.
_____________________
Fadime Köse: <fadime.kose@ond.vlaanderen.be>