De Belgische regering heeft de Arabisch-Europese Liga vogelvrij
verklaard. Het standpunt wordt erg kernachtig verwoord door de
woordvoerder van premier Verhofstadt, die over Abou Jahjah zei: 'Die
moet eruit.' Alsof het om een gezwel gaat, dat moet worden weggesneden.
De aanleiding zijn de burgerpatrouilles van de AEL, die toezien op
mogelijk racistisch gedrag van de Antwerpse politie. Specialisten
beschouwen die burgerpatrouilles niet als een inbreuk op de wet op de
privé-milities (ze nemen geen politietaken waar, ze kijken toe), maar
dat doet niets terzake: de hakbijl moet vallen.
De campagne tegen Abou Jahjah begon lang voor
er van patrouilles sprake was. Een waaier van grote persorganen, alle
politieke partijen met inbegrip van het Vlaams Blok, en extreem-rechtse
krachten in de veiligheidsdiensten bekampen de AEL. Het politiek
fatsoen komt in de verdrukking. Men uit beschuldigingen die men niet
hard kan maken: Abou Jahjah zou een dubbele agenda hebben, of
gefinancierd worden door de Hezbollah. Kranten ventileren beweringen
over zijn privé-leven, op basis van materiaal van de
veiligheidsdiensten. Soms spelen die diensten informatie door aan het
Vlaams Blok, dat ermee uitpakt en die dan probleemloos tot kopij worden
verwerkt. En is het niet tekenend dat de moord in Borgerhout wordt
ondergesneeuwd met verklaringen over ‘agitatie’ van de AEL, hoewel Abou
Jahjah tussen de geschokte allochtone jongeren en de politie wou
bemiddelen? (zie hierover DS, 27/11) Dit mediageweld weegt op de
vrijemeningsuiting: een jurist legde een journalist uit waarom de
burgerpatrouilles niet illegaal zijn, maar hij wou zijn analyse die het
standpunt van de AEL ondersteunt slechts anoniem kwijt…
Juridisch geschut wordt in stelling gebracht.
Men kondigt aan dat de gehele handel en wandel van de AEL en haar
leider door het Antwerps gerecht zullen worden onderzocht. De
Senaatsvoorzitter spoort de Staatsveiligheid aan om de AEL nog dichter
op de huid te zitten. De zoektocht naar de stok om mee te slaan is soms
lachwekkend. Sommigen denken dat de zwarte shirts van de AEL'ers
volstaan om hen als privé-militie buiten de wet te stellen. Voor het
gemak drukt een krant daarbij een foto af waarvan een patrouillerend
AEL-lid met wit hemd is afgeknipt… Men vergeet dat de provocatie kwam
van de Antwerpse politie die haar campagne de naam 'Geïntegreerd plan
Marokkanen' had gegeven. Het bericht dat de Antwerpse politie met een
top-100 van jonge criminelen werkt, is onthullend. Die criminelen waren
toch al langer bekend? Waarom zijn ze niet eerder opgepakt? Zou de
campagne misschien iets met de komende verkiezingen te maken hebben:
met een harde aanpak van 'Marokkanen' Vlaams-Blokkiezers recupereren?
Ondertussen is een Antwerps jeugdwerker die ook
AEL-lid is, afgedankt. De Antwerpse VLD’er Van Campenhout vindt het
AEL-lidmaatschap onverenigbaar met een job bij een Antwerpse
stadsdienst: het beroepsverbod doet zijn intrede. Dat gebeurt tegen een
achtergrond waarin een aantal Antwerpse politici en
jeugwerkverantwoordelijken, vervuld van paternalisme en fundamenteel
wantrouwen tegenover allochtone jongeren, elk zelfstandig initiatief
van die jongeren fnuiken. En is het een toeval dat Mohamed Talhaoui
precies nu op de proppen komt met een eigen Berberorganisatie? De
tegenstanders van de AEL zouden wel een arm willen geven om een wig te
kunnen drijven tussen de AEL en de Berbers. Dat men zich echter niet
vergist: de diabolisering versterkt de aanhang van de AEL onder de
allochtonen. Zonder Abou Jahjah met figuren als Patrice Lumumba, Martin
Luther King of Nelson Mandela te willen vergelijken: de verkettering
van die laatsten leidde niet tot hun isolement, zoals werd verhoopt,
maar zorgde ervoor dat hun aanhang met de dag toenam.
De publieke opinie wordt opgezweept, en vindt
een uitlaatklep in lezersbrieven en op publiekstribunes. De
demonisering van Abou Jahjah is een vrijbrief voor 'politiek correcte'
xenofobie. De weg ligt open om op hem racistische frustraties en
ressentimenten te projecteren. Abou Jahjah is recht voor de raap,
zelfbewust en niet onderdanig: hij stelt de antiracisten écht op de
proef. Buitenlandse krachten sturen aan op een moord. De Belgische
autoriteiten verzetten zich daartegen, en bieden Abou Jahjah
bescherming aan. Ze proberen hem op een ‘propere’ manier ‘eruit’ te
krijgen. Maar beseffen ze dat het opjutten van de Bange Blanke Man een
gespierde, rechts-radicale aanpak in de hand werkt?
Nuancering is nodig, want de mediatieke
zwart-witsjablonen staan creatief denken in de weg. De tegenstanders
van Abou Jahjah verketteren zijn standpunten over vrouwen- en
homorechten, hoewel kardinaal Danneels hetzelfde vertelt. Abou Jahjah
is geen 'moslimextremist', maar komt op voor de emancipatie van de
Arabische en moslimgemeenschappen in dit land. Hij komt op voor hun
zelfrespect, en tegen racisme en discriminatie inzake tewerkstelling,
onderwijs en huisvesting in de samenleving. Maakt Abou Jahjah fouten?
Heel zeker. En we delen zijn conservatieve standpunten over vrouwen en
homo's niet. Is de islam een onderdeel van de identiteit van de
gemeenschappen die hij verdedigt? Dat is zo, en dat is op zich ook geen
probleem. Maar als seculiere emancipatiebewegingen (van vrouwen,
homo's, vakbonden) weigeren om hem de hand te reiken en zijn strijd tot
de hunne te maken, dan heeft het establishment vrij spel om hem als
moslimextremist te veroordelen. Dat verhoogt de kans dat zijn aanhang
op zichzelf terugplooit en rond dat stigma een eigen subcultuur en
identiteit uitbouwt, ten nadele van het progressief nationalisme dat
vandaag de AEL-ideologie domineert.
Politici, commentatoren en de Antwerpse
politiechef stellen Abou Jahjah verantwoordelijk voor de 'moeilijke'
relaties tussen autochtonen en allochtonen. Het beleid zelf echter
draagt schuld, want het slaagt er al decennia niet in om met
oplossingen voor de dag te komen. De culpabilisering van de AEL speelt
het integrisme in de kaart, en versterkt de xenofobie en de
extreem-rechtse reflexen in de traditionele partijen en het Vlaams
Blok.
De elite vreest de onder allochtonen populaire
Abou Jahjah omdat hij op zijn onafhankelijkheid staat en niet uit de
hand van de politici wil eten, zoals vele allochtone politici en
vertegenwoordigers van de gesubsidieerde integratiesector wél doen. En
hij wordt vooral gevreesd omdat men de redelijke eisen waarvoor hij
opkomt (werk, fatsoenlijke huisvesting en onderwijs, en een gelijke
behandeling op alle vlakken) niet kan of wil realiseren. Is het niet
tekenend dat onlangs zelfs een eerder symbolische maatregel als de
invoering van het migrantenstemrecht is gekelderd?
De regering verwerpt een constructieve en open
dialoog. Ze wil de politieke stem van de gedeclasseerde allochtone
jeugd smoren. De strijd tegen dit allochtone 'gevaar' en de daarbij
opgeroepen schrikbeelden leveren het Vlaams Blok natuurlijk extra
stemmen op. Maar dat neemt men erbij, want zo is er weer wat tijd
gewonnen. De schrijnende discriminaties blijven echter bestaan. De
tijdbom blijft tikken. Een uitbarsting is dan alleen nog een kwestie
van tijd.
Ludo De Witte, Tarik Fraihi en Tom
Lanoye