Communicatie, Informatie, Educatie

• CIE-INDEX • 

Moslims in de Belgische Lekenstaat: welke lekenstaat?

Herman De Ley (© 2000)*


Aanloop

Tijdens de eerste examenzittijd van het voorbije academiejaar werd ik opgebeld door een Gentse dame - zoals ik uit haar naam achteraf kon afleiden: een "autochtone" Gentse dame. Zij was (is) actief geëngageerd in het "vluchtelingenwerk", en ze belde me om lucht te geven aan haar morele verontwaardiging, maar ze was ook op zoek naar eventuele "actieperspectieven". In de weken voorafgaand aan dat telefonisch gesprek, was één van "haar mensen", een vluchteling uit Irak, het slachtoffer geworden van een tragisch verkeersongeval. Uit respect voor de geloofsovertuiging van de man, had ze zich tot de stedelijke overheid gewend voor een islamitische begrafenis. Zij ontving nul op het rekest: 26 jaar na de "erkenning" van de islam als Belgische eredienst kunnen moslims in Gent nog altijd geen menswaardige begrafenis krijgen - "menswaardig": in overeenstemming met hun overtuiging. De dame had zich dan tot Antwerpen gewend: daar is, sedert een 7-tal jaren, wél een perceel beschikbaar (het "perceel P" op de stedelijke begraafplaats van het Schoonselhof) dat in overeenstemming is met de minimumvereisten vanuit islamitisch oogpunt. Weliswaar is het voorbehouden voor inwoners uit het Antwerpse. Om een lang verhaal kort te maken: de dame is er na veel geloop toch in geslaagd "haar" Irakese gast in Antwerpen te begraven - maar het heeft haar een kleine 100.000 BEF gekost om het meest fundamentele, misschien, van alle mensenrechten - het recht op een waardige begrafenis - te kunnen waar maken.

"Moslims in de Belgische lekenstaat"...?

 


1. Let op het kleine woordje "in" - niét "en", in de titel. Ook het nieuwe opleidingsonderdeel draagt als benaming: "Islam in de Europese Lekenstaat" - niét: "Islam én de lekenstaat". Een detail? Toch niet. Al te vaak en al te lang werd en wordt er met islam en moslims een "debat" gevoerd (maar het woord "debat" dekt vele ladingen: van daadwerkelijk gesprek tot scheldpartij, intimidatie, zoal niet chantage) over hun verhouding tot de westerse seculiere of lekenstaat (de westerse rechtsstaat in het algemeen) als een préalabele, of voorwaarde, voor het toepassen van die rechtsstaat en zijn grondrechten op islam en moslims. Soms gebeurt zo iets uit (een wat misbegrepen vorm van) "respect", maar vaak, zo niet meestal, is er van respect weinig sprake. Ik denk hier bv. aan de uitspraak van een eminent academicus van deze instelling, dat zijns inziens moslims voorafgaandelijk een loyauteitsverklaring aan de Belgische grondwet dienden te ondertekenen, vooraleer er sprake kon zijn van een gelijke behandeling.

Terecht daarom, mijns inziens, wordt door iemand als Soheib Bencheikh, moefti van Marseille, over dat debat met de islam opgemerkt dat het op "een soort van discriminatie" lijkt:

"De islam", zo schrijft hij, "hij weze rijk of arm vanuit menselijk of spiritueel opzicht, is niet absurder dan de andere, reeds lang in (Europa) gevestigde religies, die ten volle genieten van de voordelen die de lekenstaat zelf toewijst" (in: Confluences Méditerranée, "Islam et laïcité, Parcours européens", nr. 32, Hiver 1999-2000, p. 74).


2. De titel van deze korte, inaugurale presentatie - "Moslims in de Belgische lekenstaat: wélke lekenstaat?" - klinkt wellicht wat provocerend (om eerlijk te zijn: hij is ook wel wat provocerend bedoeld). In de eerste plaats, nochtans, wil hij duidelijk maken dat de tweeledigheid van de titel van het opleidingsonderdeel niét de bedoeling heeft om nog maar eens het (al dan niet) "democratisch" gehalte van de islam, d.w.z. van de Belgische moslims àls moslims, onder de "bureaulamp" te plaatsen. De klemtoon zal daarentegen gelegd worden op de lekenstaat waarvan de Belgische moslimpopulatie een integraal bestanddeel uitmaakt ("integraal",maar niét: gelijkwaardig).

Die bevraging van de lekenstaat gebeurt niét - zoals door ideologische tegenstanders van het C.I.E. bij tijd en wijl beweerd wordt - vanuit enigerlei "subversieve" of "gauchistische" bedoelingen. Zij gebeurt integendeel vanuit het vandaag (officieel, dan toch) vanzelfsprekende besef dat een permanente, kritische bezinning over de principes van de rechtsstaat én hun praktische toepassing niet minder dan vitaal is voor de toekomst van een democratische samenleving. Als ik even "onszelf" mag citeren (en dit is géén "pluralis majestatis", maar verwijst naar een collectief), namelijk uit de Memorandumtekst, 1998,"Gent: een stad waar ook moslims zich 'thuis' kunnen voelen", p. 8:

"Elke samenleving, dus ook de Belgische, die in overeenstemming wil leven met de basisprincipes van de lekenstaat, dient bereid te zijn tot een regelmatige en dynamische herinterpretatie of, zo nodig, aanpassing van het te voeren beleid, ten einde (1) de algemene principes toe te passen op nieuwe maatschappelijke fenomenen, en (2) hoe dan ook de implementering van onze waarden en principes te verfijnen/verbeteren, ten einde deze waarden zelf geloofwaardiger te maken, zowel naar de autochtone als naar de allochtone bevolking toe. In dit geval, komt het erop aan, overeenkomstig de principes van laïciteit en godsdienstvrijheid, onze moslimmedeburgers in de gelegenheid te stellen hun geloofsovertuiging daadwerkelijk te belijden, op voet van gelijkheid met de andere erkende cultussen".
 



3.
Precies met het oog op die levensnoodzakelijke maatschappijkritische bezinning, moeten wij (durven) erkennen dat de "nieuwe" (maar nu toch al bijna 40 jaar "oude") moslimaanwezigheid in het seculiere West-Europa een waardevolle bijdrage te leveren heeft.

Met het voorgaande doel ik niét alléén op de verrijkende sociale, culturele, ménselijke aanwezigheid van vele miljoenen moslims in de Europese natiestaten (nu ook: de "Europese Unie"), een aanwezigheid en lotsverbondenheid die er ons toe "verplichten" de zogenaamde verworvenheden en/of evidenties van de laatste eeuwen kritisch te herdenken; of om het even te zeggen met een wat verouderde term: op het, voor ons kritische zelfbesef heilzame, "vervreemdingsproces"dat ze leveren t.a.v. die vastgeroeste (en vaak regelrecht onjuiste) vanzelfsprekendheden.

Ik doel óók op de arbeid van moslimintellectuelen - filosofen, theologen, sociologen, historici, leerkrachten, enz. -, het weze in de moslimlanden het weze in Europa. Ik denk daarbij niét enkel aan vaak ook bij ons bekende of beroemde vernieuwers, zoals Ali Abderraziq, Fazlur-Rahman, Mohamed Talbi, Mohamed Mahmoud Taha, Mohamed cAbed al-Jabiri, Mohamed Arkoun, Abu Zayd, Salih Akdemir, Tariq Ramadan... (bij een dergelijk lijstje wordt dan altijd graag opgemerkt dat het veelal om figuren gaat die "spijtig genoeg erg marginaal zijn in de moslimwereld"- alsof dat óók niet zou gelden voor echt vernieuwende denkers in het Westerse heden en verleden!). Maar ik denk óók aan de vele jonge (en minder jonge) sociale en menswetenschappers - moslim of van moslimafkomst -, die hetzij gegroepeerd zijn in eigen, vaak internationale structuren: zoals bv. de Association of Muslim Social Scientists (AMSS), hetzij in academische samenwerkingsverbanden met niet-moslims, zoals het Center for Muslim-Christian Understanding (Georgetown, US, o.l.v. John L.Esposito); het Centre for the Study of Islam & Christian-Muslim Relations (CSIC, Birmingham, UK, o.l.v. Jørgen Nielsen); rond het Franse tijdschrift "Confluences Méditerranée", of... in het Gentse CIE. Zij leveren, in dialoog met de bestaande moslimse en westerse literatuur, een belangrijke kritische bijdrage en helpen ons, eurocentrische westerlingen, de nodige afstand te nemen van ogenschijnlijk "feitelijke", zo al niet "natuurlijke" instituties, concepties, enz. uit de westerse traditie (PS wat uiteraard geenszins wil zeggen dat men het met hun argumentaties altijd eens hoeft te zijn!).

 



4. Eén van de belangrijkste bijdragen, in dit verband, betreft het fenomeen van het secularisme, of de laïciteit, die, misschien nog het méést van al, in contrastieve vergelijkingen tussen "Islam" en het "Westen", steeds weer als het fundament zélf van de westerse moderniteit wordt gehuldigd en, vandaar, als "incompatibel" per se met "de islam" (om de naam dan toch éénmaal te vernoemen: bv. door Samuel Huntington, in zijn "clash of civilisations"-thesis).

Eén van de stellingen die de westerse sociologie decennia lang beheerst heeft, is de zogenaamde"secularisatiethesis". Daaronder werd en wordt verstaan dat onder welbepaalde sociale en economische omstandigheden - namelijk van industrialisatie, verstedelijking, marktekonomie, enz. - de maatschappelijke betekenis van religie noodzakelijk achteruit gaat. Processen van sociale differentiatie, vermaatschappelijking en rationalisatie (cf. Max Weber, natuurlijk, één van de grondleggers van de westerse sociologie) leiden "onvermijdelijk" tot het voor de wésterse samenleving gekende gevolg, namelijk - en ik citeer nu de bekende godsdienstsocioloog van de KUL, Karel Dobbelaere (Het Volk-Gods de mist in? 1988, p. 10):

"het godsdienstig systeem (is) niet langer een overkoepelend zingevingssysteem, maar een maatschappelijk subsysteem, naast vele andere subsystemen, zoals de economie, de politiek, het onderwijs en het gezin".

In die secularisatiethesis wordt de klemtoon omzeggens uitsluitend gelegd op het socio-economische, ten koste van bv. het politieke. Bovendien moet aangestipt dat zij (a) dergelijke ontwikkeling meestal begrijpt als een progressief, éénrichtingsproces: dwz samenlevingen én hun leden worden meer "seculier" naarmate ze meer en meer gemoderniseerd worden (cf. het artikel van Nikki R.Keddie,"Secularism and the State: Towards Clarity and Global Comparison", in: New Left Review, 226, Nov-Dec 1997, p 21.e.v.); (b) ervan uitgaat dat gelijkaardige moderniseringsprocessen in andere maatschappelijke en historische constellaties, en dus ook in de rest van de wereld, tot een gelijkaardig proces van secularisatie en laïcisering leiden.

Door de wereldbefaamde socioloog Ernest Gellner werd in 1993 omtrent die thesis opgemerkt dat zij grotendeels correct is, maar dan wel 

"met één kapitale uitzondering: de Islam. Tijdens de laatste 100 is de greep van islam over de moslims niet verminderd maar integendeel nog toegenomen. Het vormt één treffend tegenvoorbeeld voor de secularisatiethesis".

In werkelijkheid staat de thesis al veel langer onder vuur in de sociologische literatuur, en dan niét in de eerste plaats wegens "de islam" - d.w.z. de ontwikkelingen in de moslimwereld (de beruchte "uitzonderingsthesis") -, maar om wille van de ontwikkelingen in bv. de Verenigde Staten van Amerika, dan toch hét prototype van de moderniteit. Eén van de belangrijkste namen is hier ongetwijfeld die van de socioloog David A.Martin (bv. reeds in 1969, met zijn "The Religious and the Secular"). Vandaag de dag wordt in de westerse literatuur openlijk gesproken van "seculariseringsmythe" (Jose Casanova, 1994), van "ontsecularisering",  de "terugkeer van de religie", enz. En gelet op de reële maatschappelijke ontwikkelingen in het laatste kwart van de 20e eeuw kan dat niemand echt verbazen.

Bij moslimauteurs - indien ik gemakshalve even deze globale benaming mag gebruiken - staan secularisme, secularisering, laïciteit, lekenstaat, e.d. al lang ter discussie, en dat vanuit een verscheidenheid van benaderingen. Om het nogmaals wat simplistisch te formuleren: zowel bij figuren die men als liberale hervormers catalogeert, als bij zogenaamde islamistische auteurs. De over het algemeen afwijzende houding die zij aannemen, dient in de eerste plaats begrepen vanuit het historische gegeven dat de moslimlanden het eerst geconfronteerd werden met de seculariseringspolitiek  die gevoerd is door de Europese koloniale bezetters. Terwijl in de Europese landen zelf de secularisatie een emanciperend effect had (in de zin van bevrijding van de kerkelijke hegemonie), werd ze in de "kolonies" meestal gebruikt als een ideologisch wapen, namelijk tegen de islam, om de nationale aspiraties van de betreffende moslimgemeenschap te onderdrukken. Nog vandaag geldt het uit het Frans gearabiseerde woord, "laikiyya", in de Maghreb als een scheldwoord, en wordt het gebruikt om politieke tegenstanders het leven zuur te maken.

 



5.
Eén van de grootste handicaps in het "secularismedebat" in het algemeen, is ongetwijfeld het gegeven, dat, in nog veel sterkere mate dan bij andere sleutelbegrippen, het begrip "secularisme", of "laïciteit" erg uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige betekenissen oproept. Zoals onze vriend Heiner Bielefeldt het uitdrukt, in de bijdrage van zijn hand die wij in Nederlandse vertaling gepubliceerd hebben als CIE-Cahier ("Moslims in de Lekenstaat. Het recht van moslims mee vorm te geven aan de Europese samenleving"):

"Het (begrip) wordt begrepen: als een antireligieuze of postreligieuze ideologie; als een specifiek westers-christelijke organisatievorm van de verhouding tussen staat en religie; als een poging tot staatscontrole over de godsdienstige gemeenschappen; óf als een uitdrukking van respect voor de godsdienstvrijheid van de mensen" (p. 2).

Dergelijke verscheidenheid, zo al niet verwarring, die men kan aantreffen in de westerse literatuur, vindt men óók terug in het gebruik van de Arabische vertalingen ervan (en dan hebben we het vooral over de termen cilmaniyya, neologisme afgeleid van het woordje cilm ("wetenschap" of "kennis"), en calamaniyya, afgeleid van calam ("wereld" of "universum", in de profane zin); maar een meer accurate vertaling is wellicht dunyawiyya, van dunya ("wereld", en vandaar "wereldlijk"). In de 4-delige encyclopedie over secularisme die zal worden uitgegeven door Abdelwahab El-Messiri (emeritus professor Engels en Vergelijkende Literatuurwetenschap, Ein Shams Universiteit in Kaïro), "Deconstructie van het Seculier Discours" (titel vertaald uit het Arabisch; het werk is gepland voor zomer 2001; zie Azzam Tamini,"The Origins of Arab Secularism", in: A.Tamimi & J.L.Esposito, edd.,"Islam and Secularism in the Middle East", London 2000, p. 17), worden niet minder dan 18 verschillende definities gegeven van "secularisme", verzameld uit de moderne Arabische literatuur (ibid.).

Op de complexe inhoudelijke discussies kunnen wij hier - hoeft het gezegd? - niet ingaan. Ik beperk me ertoe op te merken dat een aandachtige lectuur van bijdragen van moslimauteurs tot het debat (zoals bv. verzameld in de hoger vermelde recente bundel van Tamimi en Esposito) bij de onbevangen (wat niét wil zeggen: onkritische) lezer tot een verscherpt besef voert van de fundamentele historiciteit, en dus: betrekkelijkheid van het westerse secularisme (dat we dan gemakshalve begrijpen in zijn gangbare betekenis van scheiding tussen "kerk" en "staat"). En dan denk ik niet in de eerste plaats aan de bekende rol van de langdurige godsdienstoorlogen in Europa, vanaf de 16e eeuw, of aan die van de zogenaamde Verlichtingsfilosofen (Locke, Mill, Voltaire, enz. - waarbij we gewoonlijk graag voorbijgaan aan het optreden van politieke heersers, zoals Hendrik VIII, met zijn confiscatie van de kloosters en versterkte staatscontrole over de kerk). Waar het om gaat is dat wij terdege moeten leren beseffen dat uit het historische proces van confrontatie en strijd - confrontatie en strijd die ook nà de Franse revolutie, met name in Frankrijk (dan toch hét "thuisland" van de laïcité), nog een volle eeuw voortduurden - géén "lekenstaat" is voortgekomen als idealiteit - d.w.z. "af" en "untouchable". Alle West-Europese landen (of alvast de ruime meerderheid, en daaronder zeker ook België) bleven, en blijven, wat de verhouding betreft tussen religie (of de kerk) en de samenleving, gedomineerd door in oorsprong christelijke (katholieke of protestantse) tradities en instituties (aan de zo pas in de pers berichte afschaffing in ons land, vanaf 2001, althans van het officiële Te Deum, op het Feest van de Dynastie, is niét merkwaardig dat ze gebeurt, als wel dat deze katholieke misviering zo lang, tot vandaag, is blijven bestaan als een civieke plechtigheid, waartoe bv. ook alle professoren van deze Gentse "rijksuniversiteit" jaarlijks werden uitgenodigd).

De "Europese lekenstaat" in het algemeen, en de "Belgische" in het bijzonder, moeten dus sterk gerelativeerd worden. Zoals de Palestijnse auteur, Munir Shafiq, in dit verband opmerkt (in zijn bijdrage "Secularism and the Arab-Muslim Condition", in: Tamimi & Esposito, p. 140): het zou compleet onjuist zijn te stellen dat Europa en haar leiders exclusief of zelfs hoofdzakelijk geleid zijn door het secularisme:

"De Europese civilisatie en cultuur kunnen nog het best gezien worden als een complex mengsel van relaties tussen vijf componenten: secularisme, de staat, de samenleving, de kerk en religie" (ibid.).

De belangrijkste vaststelling echter van Shafiq is mijns inziens dat de Europese laïciteit steeds en altijd afhankelijk is geweest van compromissen, dus van evenwichtsoefeningen, van historische (en altijd labiele) machtsevenwichten. Voor België als zodanig, dat is algemeen bekend, geldt dat méér dan voor gelijk welke andere Europese staat: de creatie van de Belgische staat, in 1830, berustte op een "historisch compromis" tussen katholieke kerk en liberale burgerij. De eerste kreeg, in het kader van de zogenaamde schadevergoeding voor het Franse bewind, een financieel geprivilegieerde positie (die tot vandaag voortduurt) en behield haar greep op maatschappelijke basisinstituties zoals het onderwijs; de tweede bekwam dat de kerk afstand deed van haar monopolie over het geloof van de burgers (het oorspronkelijke compromis, zoals bekend, hield niet stand: denken we aan de eerste "schoolstrijd" - maar dat is een ander verhaal).

 



Epiloog

Wanneer we van hieruit, dus: vanuit dit historische besef omtrent de lekenstaat, de cirkel rondmaken en terugkeren naar het concrete voorbeeld en die éne problematiek waarmee ik gestart ben, namelijk die van de (afwezige) moslimbegraafplaatsen (het is slechts één voorbeeld, slechts één thema: ik wou vandaag absoluut vermijden in een jeremiade te vervallen, of een klachtenlijst), dan kunnen we, denk ik, de weigering van lokale politieke verantwoordelijken "in naam van de lekenstaat" (voor Gent verwijs ik naar het antwoord van de bevoegde schepene in de gemeenteraad van maart van dit jaar; maar reeds enkele jaren eerder heeft een notoir burgemeester van Leuven in gelijkaardige, zij het nog krassere termen gereageerd op een soortgelijke vraag vanuit de oppositie), weigering om daadwerkelijk te voorzien in dit specifieke basisrecht voor mosliminwoners, beoordelen (en veroordelen) op zijn ware, machtspolitieke - of moeten we zeggen: machts-cynische mérites, gerealiseerd op de rug van de zwakke, politiek nog altijd overwegend rechteloze minderheid in onze samenleving.

Tenslotte, voor wie hierop zou reageren met de bedenking dat het "gemakkelijk praten is vanachter de academische katheder", en dat er nu eenmaal onoverkomelijke problemen zijn vanuit de Islam zelf, wil ik herinneren  aan het publieke debat wij op 14 mei 1997, hier in Gent, in het Geuzenhuis (!), i.s.m. het Humanistisch Verbond Gent, hebben georganiseerd tussen Vlaamse en Gentse moslimwoordvoerders van uiteenlopende, "etnische" en religieuze strekking, enerzijds, en de Gentse schepene, verantwoordelijk voor "Migrantenzaken", anderzijds (moderator: Prof.Jan Blommaert). Dat publieke debat - en dat was een verrassing, als ik dat zo mag zeggen, voor àlle deelnemers - resulteerde in een verregaande overeenstemming tussen de twee partijen. Er werd zelfs al een bepaalde locatie van stedelijke begraafplaats vernoemd waar het vereiste perceel in een mum van tijd kon worden ingericht. Helaas, de betreffende schepene was wel verantwoordelijk voor migrantenaangelegenheden, maar niét voor eredienst en begraafplaatsen. De schepen die dat wel was, behoorde tot de andere partij in de coalitie en zei "njet".

Wat dus nog maar eens aantoont, mocht dat nog nodig zijn, dat de discussie over "islam en lekenstaat" géén principiële discussie is over zogezegd incompatibele cultuurwaarden, maar gewoon een kwestie is van machtspolitiek, in dit geval in het kader van de Vlaamse staatshuishouding.

 

_________________________
 

Inaugurale lezing voor het nieuwe opleidingsonderdeel aan de RUG, "Islam in de Europese Lekenstaat" (25/10/2000). 

Web master Update: 13 februari 2008  • CIE-INDEX •